Sterrenstof

In de krant las ik dat de eerste vlucht van een Amerikaanse ruimtesonde langs de zon goed is verlopen. Hij doorstond de extreme hitte en de straling, toen hij maandag 5 november op 24 miljoen kilometer afstand met grote snelheid, historisch dicht langs onze grootste ster scheerde. De sonde doet onderzoek naar de zonnewind, las ik. Onderzoek naar de constante stroom van deeltjes die de zon afvuurt.

Het woord ‘zonnewind’ sprak me aan. Net zoiets als ‘sterrenstof’, maar dan overdag. Zo klein, dat je het niet ziet. Maar toch zó belangrijk, dat er ruimtesondes voor worden gebouwd om het te ontdekken. Waarschijnlijk om wetenschappelijke redenen, maar ik vind het symbolisch belang ervan minstens zo interessant. Ik ben niet erg bijbelvast en ik schrik een beetje van mijn geheugen, maar ik moet ineens denken aan de zin ‘van stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’. Google vertelt mij dat het uit het oude testament komt. Uit Genesis 3:19.

Sterrenstof. Zonnewind. Op de een of andere manier zijn het hele mooie woorden, die troost in zich herbergen. Stof tot nadenken. Bij het afscheid van een dierbare geeft licht ons troost. We hoorden het  Lucie net vertellen. In de vlam van een kaars schuilt warmte. Ze geeft licht, net als de sterren en de zon. En het is daarom niet vreemd dat het licht van de sterren en de warmte van de zon ook troost geven. Onze dierbaren, hoe ver weg ook, hebben die ruimtesonde misschien wel glimlachend voorbij zien scheren.

Sterrenstof. Zonnewind. Misschien moet je je fantasie gebruiken om te geloven dat het er is. Of eigenlijk, om te geloven wat het met je kan doen. Met ons, zoals we hier nu zitten. Maar ook met hen, die we hier nu gedenken. In mijn fantasie zie ik het kleine elfje bij Peter Pan, dat met sterrenstof strooit om de zwaartekracht te overwinnen. Zou sterrenstof mijn dierbaren, mijn vader en moeder, mijn zus, ook lichter hebben gemaakt, zodat ze vervolgens met de zonnewind mee konden waaien, naar plekken, miljoenen kilometers hier vandaan?

Lichtjaren verwijderd en tegelijk zo dichtbij. Zonnewind en sterrenstof. Soms, als de zomerzon op stille zaterdag-ochtenden door de kieren van de gordijnen schijnt, dan zie je het zweven. Sterrenstof, dwarrelend op de zonnewind. Als op een doordeweekse winteravond de volle maan miljoenen sterren bijlicht, dan lijken die te zweven, als stof door de lucht. Is het misschien daarom dat we, kijkend naar de sterren, vaak aan onze dierbaren denken? Omdat de zonnewind van overdag  ons ook ‘s avonds in het sterrenstof laat zweven. Ook al zien we het niet.

Want ook als je het niet ziet, is het er altijd. Net als onze dierbaren. Soms zichtbaar, in het sterrenstof dat is meegenomen door de zonnewind. Dan weer onzichtbaar maar vanaf de dag dat we ze moesten missen, altijd aanwezig. In onze gedachten. In zonnewind en in sterrenstof. Altijd om ons heen. Meegedragen op de wind van de zon, even rustend op de maan en dan via de sterren neerdwarrelend op aarde, op een ieder van ons. En in elk sterrenstofje ligt een herinnering verborgen. Een herinnering aan hen die er niet meer zijn. Maar tegelijk overal aanwezig. Hier bij ons, op de plek waar we zijn. En misschien wel in een ruimtesonde, op 24 miljoen kilometer afstand van de zon.

zon

parkersolarprobe

Het zoete van zout…

Vanmiddag ben ik begonnen aan een gedicht. Ik wilde een onbestemd gevoel in woorden vangen. Maar ja, onbestemd hè… Dan begin je eigenlijk al heel lastig. Wat ik voelde? Een mix van voortschrijdende tijd en machteloosheid. Berusting en tevredenheid. Maar ook twijfel. Het eigenlijk voortdurend ook niet precies weten waarom en daar maar zo nu en dan echt mee zitten, lijkt het. En toch…

Terugkerende vragen over wat er om me heen en in de wereld gebeurt, houden me wel bezig. Bewondering en verwondering over wat ik lees, zie en hoor. Wat is mijn rol in dat alles, vraag ik me af. Wat wil ik precies en wat doe ik daar voor. Of wat moet ik er misschien wel voor laten? Ik probeer als een soort objectieve toeschouwer naar mezelf te kijken om te ontdekken waar mijn gedachten over gaan. Als die toeschouwer ze onder woorden kan brengen, beschrijven ze dan dat onbestemde gevoel? En als ik ze opschrijf, voor wie doe ik dat dan? Voor die toeschouwer die ik zelf ben?

Toch deel ik het op mijn blog. Waarom? Ik kies er voor mijn twijfel om te zetten in een besluit. Ik schrijf het in eerste instantie voor mezelf, maar geef toe aan de drang om het daarna te delen. Ik wil niet de enige toeschouwer zijn. Wie weet, staat er iets in, waar anderen ook een onbestemd gevoel over hebben. En wie weet, hebben ze iets aan de gevonden woorden.

Deze avond heb ik mijn hoofd gebroken over de inleiding hierboven. Het gedicht had dat nodig, vond ik. Dus opnieuw besloten om te doen wat ik dacht. En stiekem heb ik hier en daar het gedicht zonet ook nog wat opgepoetst. Maar daar zie je niks meer van…

Het zoete zout

De dingen die je denkt,
in woorden tracht te vangen,
is aandacht die je schenkt
aan onvervuld verlangen.

Het lot, dat huilt en wenkt,
van jong naar langzaam oud.
Wat nooit gebracht is, brengt
het lief naar langzaam stout.

Dat lot dat lachend zwenkt,
van fier rechtop naar hangen.
Dat trots zijn tranen plengt,
in dag-en-nacht gezangen.

Die moed, heel laf gekrenkt,
door altijd van dat bange.
De koude angst verzengt,
het niet vervuld verlangen.

Toch, welke woorden je ook kiest,
doet goed, die aandacht vangen.
Wanneer je macht of moed verliest:
Proef zoet het zout op wangen!

edi-libedinsky-700023-unsplash

Foto: Edi Libedinsky

Handtekening…

Bedachtzaam kijk ik naar buiten. Een column voor de maandelijkse radiorubriek Wört. Waar moet die over gaan. Als altijd laat ik het op de dag zelf aankomen. De krant van zaterdag en soms datgene wat me van de dagen daarvoor nog is bij gebleven. En dan denk ik bijvoorbeeld aan Tim Hofman, die met zijn YouTube-documentaire ‘Terug naar je eige land’ nogal wat los lijkt te maken. Ook de Limburger vanochtend heeft er een artikel over met de kop: Kind met camera geeft ongemak’. De Volkskrant kopt ‘Den Haag voelt de kracht van een jongen als Nemr’.

Vanmiddag heb ik de docu van Tim Hofman bekeken. Die duurt iets meer dan een uur en is zeker de moeite van het kijken waard. Nog even afgezien van de inhoud maar vooral om te beseffen dat we met z’n allen de weg een beetje kwijt zijn. En dat verdwaald zijn is misschien nog tot dáár aan toe, maar we lijken ook gestopt met het zoeken naar de juiste route. Terwijl ik naar buiten kijk, denk ik daar wat verder over na. Komt het misschien, vraag ik me af, omdat we juist met teveel tegelijk weten wat de juiste route is en brengen we elkaar juist dáárdoor in een soort voortdurende staat van verwarring en berusting.

Vanmorgen de column van Johan van de Beek in de Limburger gelezen. Hij haalt hoogleraar Tom Nichols aan, die in zijn boek ‘The Death of Expertise’ een belangrijke verschuiving constateert. Vroeger, zo schrijft Nichols, zag je dat meningen van mensen met expertise op een bepaald vakgebied meer gewicht in de schaal legden dan meningen van mensen die die kennis niet hadden. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Een bewering van een expert wordt vandaag de dag vaak uitgelegd als, ik citeer: ‘een poging om een dialoog te verstoren die nodig is in een ‘echte’ democratie’.

De dialoog in dit geval is begonnen met een door de camera vastgelegde YouTube-docu. De nu negenjarige Nemr hanteert op enig moment de microfoon en zet, samen met Tim Hofman, politici in de Tweede kamer voor het blok. De democratie reageert vervolgens massaal. De teller van de petitie tegen het huidige kinderpardon loopt nog steeds op. Toen ik een uur geleden zelf tekende, waren het er 171.244. Nu, een klein uur later, zijn het er al 1500 meer: 172.755.

Ik heb wel even geaarzeld om te tekenen. Vooral om datgene wat Johan van de Beek in zijn column beschrijft over democratie. Hij schrijft wat democratie betekent; gelijke rechten voor allen. Het betekent niet: alle meningen zijn gelijk. Zonder experts is iedereen expert, lees ik in zijn column. En dat is nu juist het gevoel dat me een moment weerhield om de petitie te tekenen. Weet ik voldoende van het onderwerp, vroeg ik me af, om het eens te zijn met die 170.000 anderen. Zijn onze meningen met het zetten van de handtekening daarmee allemaal gelijk? Willen we allemaal die 400 kinderen in Nederland houden, met alle consequenties van dien? En hoe verhoudt zich dat bijvoorbeeld tot de onwil die je plaatselijk aantreft als het gaat om huisvesting van asielzoekers in je eigen dorp of straat?

Of zetten we de handtekening uit onvrede over hele andere zaken en alleen maar om op afstand nu een keer ‘onze eigen stem’ in de Tweede Kamer te laten horen, middels dat burgerinitiatief. Reageert de emotie dan niet teveel over het verstand? Zijn we daarmee ineens allemaal experts op het gebied van vluchtelingenbeleid en kinderpardon? Ik heb in dat opzicht best veel moeite met het meeroepen met de massa. Hoewel 170.000 op meer dan 17 miljoen inwoners misschien niet eens de massa is. Maar goed, met dat argument zou je ook kunnen zeggen dat 400 op 17 miljoen heel weinig uitmaakt, dus waarom mogen ze niet blijven?

Ik heb mijn handtekening uiteindelijk wel gezet. Ik hoop dat Nemr in Nederland mag blijven en dat de drie kinderen en hun twee ouders, die al eerder naar de Oekraïne waren uitgezet, ook weer terug naar ons land mogen komen. Maar ik heb vooral getekend omdat ik hoop dat échte experts nog eens heel goed gaan nadenken, wat de beste oplossing is. En dat ze daarbij veel verder kijken dan de 400 kinderen waar het nu over gaat. Met dank aan Tim Hofman wens ik hen daarbij, uit de grond van mijn hart, heel veel wijsheid toe. Ze zullen het nodig hebben. En wij ook.

Documentairemaker-Tim-Hofman-in-gesprek-met-de-9-jarige-Nemr-uit-Emmen-foto-Terug-naar-je-Eige-Land
Documentairemaker Tim Hofman in gesprek met de 9 jarige Nemr uit Emmen.

Audiobestand van column. Voorafgegaan door ‘Who are you now’ (Jodymoon) en afgesloten met ‘It’s not my name’ (TingTings)

 

Nacht van de nacht-performance

Het geluidsbestand dat je hier kunt horen is een weergave van mijn muzikale voordracht tijdens de Nacht van de Nacht-wandeling op zaterdag 27 oktober jongstleden. Een nachtwandeling met op vier onverwachte plaatsen, in ‘the middle of nowhere’ een korte stop, waar de wandelaars werden verrast. Ik was één van die ‘verrassingen’…

Om 10 minuten over zeven zou ik de eerste wandelgroep kunnen verwachten, was me verteld. Dus om half zeven ’s avonds bereidde ik me voor op de plek, die me was aangewezen door Ton Wismans, lid van de organiserende Groengroep uit Sevenum. Het schemerde al en het zou snel donker worden. Ik zette mijn buikorgel op de juiste plek en richtte me verder in op de plek, die ik ’s middags met de fiets al verkend had.

Er was nog net genoeg licht om een 360 graden opname te maken met mijn iPhone. Voor later, dacht ik, want wie weet, kon ik met de ervaring van vanavond nog wel wat meer doen. Voor wie het interessant vindt: ik bevond me tien meter van de plek waar de Kattenstaartseloop uitmondt in de Molenbeek. Als je goed luisterde, dan hoorde je het watervalletje ruisen.

nachtfoto
Nachtfoto met rechtsonder de Kattenstaartseloop die een paar meter verderop uitmondt in de Molenbeek in Sevenum.

Ik sloot de microfoon aan op mijn soundcube en positioneerde de microfoonstandaard zodanig, dat ik kon spreken en tegelijk tekst kon aflezen van een blad op mijn muziekstandaard. Want ik had speciaal voor de gelegenheid een gedicht gemaakt, dat ik wilde voordragen op de muziek van één van mijn orgelnummers. Toen even voor zeven de begeleider vanuit de Groengroep mij gezelschap kwam houden, stond alles klaar.

Lang verhaal kort, die nacht vier keer een groep mogen begroeten. In het donker weliswaar vooral de contouren van die wandelaars gezien, maar toch dankbaar het applaus vier keer in ontvangst mogen nemen. Behalve het gedicht over de Nacht van de nacht, heb ik ook nog een walsje laten klinken uit mijn orgel. Ik wist van te voren bijna zeker dat niemand van de wandelaars ooit al in het donker had ‘gesjoenkeld’, hier op de kruising van de Kattenstaartseloop en de Molenbeek. Voor de zekerheid heb ik dat wel bij elke groep even nagevraagd maar ik bleek gelijk te hebben…

Ná zaterdagavond 27 oktober 2018 zijn er zo’n 120 personen in de wereld, die dat genoegen wél hebben gehad en die unieke ‘sjoenkel-ervaring’ op die plek samen hebben beleeft. Dat gegeven alléén al is vermeldenswaardig. Dus bij deze. Met dank aan de Groengroep Sevenum voor de organisatie.

Zinnen verzetten…

Ach. Na acht maanden zonneschijn begint de ochtend vanmorgen bewolkt. Toch even wennen, dat grijs. Ik praat in gedachten wat op mezelf in. Herfst vind je toch ook een mooi seizoen en dat soort zwak overtuigende zinsnedes. Opbeurende peptalk, die de winterblues op het verkeerde been probeert te zetten.

Maar toch.. Ach… Heel diep van binnen lijkt de kleur grijs bij tijd en wijle dichter bij mijn gemoedstoestand te liggen, dan ik zelf misschien wil toegeven. Ik kijk om me heen en probeer andere kleuren in me op te nemen. Maar ze lijken ver weg en nietszeggend en totaal niet in staat om het grijs op te fleuren.

Voortdurende gedachtenwolken kleuren mijn denkhemel. Weerspreuken als ‘achter de wolken schijnt de zon’ en ‘na regen komt zonneschijn’ schieten door mijn hoofd. Ik verbaas me over de gemaakte volgordelijkheid die volledig uit de lucht gegrepen lijkt. Want de opbeurend bedoelde en chronologische kracht ervan bestaat enkel bij de gratie van wolken en regen.

Het lijkt een keuze. Zie je de wolken en de regen of kijk je naar de zon en de blauwe lucht? Of, in het geval van het een, stel je je tevreden met het wachten op het ander? Maar moet je eigenlijk wel kiezen? Kun je niet met beide heel symbiotisch samenleven? Genieten van de regen én de zon.

Mwah.. Theorie klinkt aardig. Maar de praktijk voelt helaas niet altijd zo. Is het dan zaak om dat dan maar gewoon te nemen zoals het komt? Grijs, grijs laten, als dat toevallig net zo is en blauw, blauw? Hoort het er gewoon bij? Of moet je, als grijs toch niet goed voelt, actief op zoek gaan naar blauw? Is dat wat er bedoeld wordt met ‘het verzetten van de zinnen’?

Ga ik dat eens proberen. Croissantje kopen bij de Appie…

Doei.
kaley-dykstra-328993-unsplash
Kaley Dykstra

Ingezonden…

Ik las de zin nog een keer, om te zien of het er echt stond. Maar het stond er: ‘Je snapt niet dat een taalkundige dit wil’. De briefschrijfster had een plek verworven in de rubriek ‘Ingezonden brieven’. Ze trok van leer tegen een artikel eerder in de krant, waarin blijkbaar had gestaan dat er op de peuterspeelzaal dialect gesproken zou moeten worden. De briefschrijfster had daarover een andere mening. ‘Kinderen moeten op deze leeftijd juist het ABN goed leren spreken’.

Het gaat er mij niet om wie er nu gelijk heeft, de taalkundige of de briefschrijfster. Wat me vooral trof was die ene zin: ‘Je snapt niet dat een taalkundige dit wil’. Er zijn twee mogelijkheden. Eén, de briefschrijfster is zelf taalkundige en weet daarom wat deze beroepsgroep normaal gesproken wil. In dat geval zou het uit te leggen zijn, dat ze niet snapt dat een beroepsgenoot iets wil. Tegelijk zou je kunnen denken dat je beroepsmatig dan geïnteresseerd zou zijn in de argumenten van je collega. Maar dat terzijde.

Tweede mogelijkheid is dat de briefschrijfster geen taalkundige is, maar wel een hele duidelijke mening heeft over ABN versus dialect. De argumentatie voor die mening: ‘Het is toch van de gekke dat er op de peuterspeelzaal dialect gesproken moet worden’. Het plan van de taalkundige is ‘onzalig’, omdat het ‘alleen maar verwarring veroorzaakt’. Duidelijke taal. Geschreven vanuit de emotie. In de eerste zin van haar brief staat dat ook: ‘… uit het hart gegrepen’.

Een relatief onschuldige discussie. ABN versus dialect. Er zijn kwesties in de wereld die urgenter zijn. Maar toch. Iets vanuit de emotie ‘niet snappen’ en dat onbegrip dan één op één vertalen in een diskwalificatie van de ander. Het is een fenomeen dat je steeds vaker terugziet in ons intermenselijk contact. Voor een deel verklaarbaar, omdat er tegenwoordig zóveel manieren zijn om emoties en argumenten uit te wisselen. Uit te wisselen, maar helaas vooral vaak ook: te ver-wisselen…

 

‘Uit het hart gegrepen’. ‘Van de gekke’.’Onzalig plan’. ‘Verwarring veroorzakend’. Het zijn geen argumenten. Het zijn (emotionele) meningen die als argument gebruikt worden. Wat ik vooral zou willen weten is het ‘waarom’ achter deze meningen of emoties. Waarom ‘van de gekke’? Waarom ‘onzalig’? Wat er dan zou kunnen gebeuren, is dat ik met die waarom-vraag opnieuw onbegrip oproep. ‘Je snapt toch wel waarom?’. Nee. Dat snap ik niet. Steeds minder ook. Maar volgens mij ben ik in goed gezelschap. En juist dat is zorgelijk.

Vind ik.

NB: ik had dit stukje ook in het dialect kunnen schrijven.

ongelijk erkennen

Wit, zwart… en groen!

ricardo-mancia-646399-unsplash

Onder de indruk van twee momenten, gisteravond op tv. Allereerst de 83-jarige Paul van Vliet bij De Wereld Draait Door. Wat een wijsheid. Later op de avond het tweede moment. Wat een triestheid. De genante vertoning bij RTL Late Night. Nog niet eens door het welles-nietes gehalte van al dan niet gemaakte afspraken. Ook niet door de onbeholpen maar waarschijnlijk goedbedoelde poging van Twan Huijs om van ‘pijnlijk gitzwart’ en ‘compromisloos spierwit’ ‘eensgezind grijs’ te maken. Wat me vooral trof was de eenzijdige onwil van mensen om nog met de ander in gesprek te gaan.

Vandaag, de laatste warme dag van 2018, aan beide momenten terug moeten denken. Vanmiddag heb ik het boek van Paul van Vliet gekocht: ‘Brieven aan God en andere mensen’. Gisteravond bij Mathijs las hij er een gedicht uit voor. Een prachtige afsluiter van het hoofdstuk ‘Japie Groen’. Een liedtekst die Paul vlak voor de millenniumwissel in 1999 had geschreven. Het ging over Japie Groen, een joodse jongen en Pauls klasgenootje van toen. Opgepakt in de oorlog en vergast in Sobibòr.

Toen Paul van Vliet het gisteren voorlas moest ik denken aan het gedicht ‘Ben Ali Libi’ van Willem Wilmink, dat ooit zo prachtig vertolkt is door Joost Prinsen. Zojuist weer even teruggekeken en geluisterd en opnieuw tranen in mijn ogen. Het gedicht over ‘Japie Groen’ gaat over hetzelfde thema. De machteloosheid bij onrecht en de diepgewortelde wil om dingen ten goede te laten keren. Het couplet dat me gisteren vooral raakte:


Want ik denk nog vaak aan Japie Groen,
mijn joodse klasgenoot van toen,
die nauwelijks mocht leven,
die mij, voor hij werd opgepakt
en in die wagen werd gesmakt,
zijn speelgoed heeft gegeven.

‘Groen’. ‘Speelgoed geven’. ‘Sinterklaas’. ‘Zwart’. ‘Wit’. Het brengt me bij de uitzending van RTL Late Night gisteravond. Het niet samen aan tafel willen zitten en het geharrewar daarover (met advocaten!) kreeg een geladenheid die pijnlijk duidelijk maakte hoe eigenschappen als kleur of afkomst weer langzaam in de buurt lijken te komen van datgene wat Paul van Vliet, Willem Wilmink en Joost Prinsen zo indrukwekkend onder woorden hebben gebracht. Als standpunten zo verharden dat ze niet meer bespreekbaar zijn, dan wordt het eng.

Principieel ‘een lijn trekken’ en vinden dat je dan recht hebt van ‘niet spreken’ is een teken aan de wand. Als je vindt dat jouw mening de enig juiste is en je weigert vervolgens om daarover in discussie te gaan, dan zijn andersdenkenden op dat moment daarmee veroordeeld. De onredelijkheid daarvan stuit me tegen de borst en tegelijk maakt het me bang. Want dat leidt tot een wederzijdse veroordeling die -zonder uitwisseling van argumenten- iedereen schuldig maakt.

Misschien is dat het grootste probleem wel. Je zelf onschuldig wanen en er dan niks meer over willen zeggen. Of alleen maar kleur willen bekennen aan diegenen met dezelfde voorkeur. Elkaar daarin versterken en in de escalatie vervolgens andere kleuren uitsluiten. Of nog erger: uitgummen. Wit, zwart, groen… en bruin? Nee, laat ik daarom duidelijk zijn. Van mij mogen Pieten alle kleuren hebben. Juist uit respect voor Japie Groen en Ben Ali Libi. En voor iedereen die hen op wat voor manier dan ook woorden geeft. Ook Twan Huijs.

Fotografie: Ricardo Mancía

Het fragment uit DWDD met Paul van Vliet. Op 11:50 het prachtige gedicht in z’n geheel.

 

Passie…

In dagblad De Limburger van zaterdag 6 oktober een mooie special, met de titel ‘Broosheid in beeld’. Inge Snijders wordt daarin geïnterviewd over haar werk en passie: kwetsbare mensen een stem geven. Met haar foto’s en documentaires vertelt ze verhalen. Foto’s van dementerende ouderen prijken indrukwekkend bij haar artikel. Het is haar eerste grote fotoserie die ze de titel ‘Het geraamte van mijn Geest’ heeft meegegeven.

Het artikel gaat over veel meer dan deze fotoserie, maar met name dit onderdeel trekt mijn aandacht. Vanmorgen heb ik in Hof te Berkel in een groepswoning voor ouderen een uurtje orgelmuziek gemaakt en gezongen met de bewoners. Vanaf 11 uur voor de bewoners zelf en het laatste kwartiertje ook voor de familie, die voor de 12-uur lunch was uitgenodigd. Een gezellige drukte op het eind en een goed gevoel na afloop.

Elke keer bij een dergelijk optreden ervaar ik de contrasten van het leven. In allerlei opzichten. Bijvoorbeeld de broosheid ervan, met daarnaast de blijheid. Terwijl twee oudere dames vanaf de allereerste tonen zo goed als elk liedje vrolijk meezingen, zit er ook een medebewoner in een fauteuil heel stil en onbewogen voor zich uit te staren. Een paar keer zie ik hem heel voorzichtig opstaan, om iets voor zich op de salontafel te leggen. Net zo voorzichtig gaat hij dan weer zitten. Even later opnieuw met veel moeite omhoog om het weer van de tafel te pakken. Dat herhaalt zich enige keren.

In een rolstoel, naast de twee dames, een meneer die in het begin ook nauwelijk beweegt, maar zo nu en dan, heel subtiel met zijn ene hand de maat zwaait op de muziek die hij hoort. Met zijn andere hand houdt hij een knuffelhondje vast. Af en toe zie ik zijn mond bewegen als de tekst van het liedje blijkbaar via zijn gehoor iets in zijn geheugen raakt en van daaruit de mond en lippen worden aangezet om mee te zingen. Het muzikale moment heeft effect. Duidelijk zichtbaar en tegelijk heel broos.

Familieleden druppelen binnen. Een vrouw gaat op de leuning bij de man in de fauteuil zitten. Twee vrouwen schuiven links en rechts aan bij de man in de rolstoel. Een dochter kust haar vader in een mooi moment van herkenning. Dezelfde man spreekt me na afloop aan en vraagt naar mijn naam, die hem bekend in de oren klinkt. Hij vond het mooi, zegt hij, en wil vervolgens weten of er ook nog andere muziek uit het orgel kan komen. Ik leg hem uit hoe het zit en dat dat in principe wel mogelijk is. Begripvol knikkend luistert hij naar mijn uitleg en vertelt mij dan dat hij het daar met zijn dochter over zal hebben.

Zijn interesse maakt me nieuwsgierig naar zijn achtergrond. Wat is zijn verhaal? Wat heeft de muziek bij hem losgemaakt? Wat verklaart de vrolijkheid bij de twee dames? Waarom die knuffel als houvast? Allemaal vragen waarvan het antwoord in het leven zelf en in de contrasten besloten ligt. Antwoorden die in verhalen zitten verstopt, over de broosheid en de kwetsbaarheid van het leven. Vanmorgen even gelardeerd met een muzikaal sausje van herkenning en verbinding.

‘Kwetsbare mensen een stem geven’ is de passie van Inge Snijders. Verhalenverteller is ze, in foto’s en documentaires. Soortgelijke beelden die mij ook telkens weer boeien en me eveneens aanzetten tot het maken van verhalen. Verhalen zoals dit relaas over zaterdagochtend. Een uurtje in mijn leven verbonden met dat van anderen. Met inzet en passie gedeeld. En zelfs na afloop nog beloond ook. Met ‘hartstochtelijk lekkere’ chocoladebonbons en een tegoedbon van?…. jawel, en dat kan geen toeval zijn… van Passi!
gemma-evans-64661-unsplash
Gemma Evans

Bovenstaande column voorgelezen in de live-uitzending van Wört (Radio Reindonk) op zaterdag 6 oktober. Voorafgegaan door ‘It ain’t only sorrow’ van de CD ‘Year without summer’ van Mark Lotterman. En afgesloten met ‘Lost’ van de CD ‘Hotel New York’ van Anouk.

Knipogen in het duister…

Misschien helpt het. Gewoon wat zaken van me af schrijven. Hopelijk lucht dat op. En zo niet? Ach, dan is er ook geen man overboord. Want waar gaat het over…

Het zit een beetje tegen.

Al een paar dagen aan het hoesten en veel geslapen om de verkoudheidshoofdpijn te doen verdwijnen. Dat kost een belangrijk deel van het vrije weekend, maar lijkt nu op mijn vrije maandag heel aardig gelukt. Echt helemaal over is het echter nog niet. Afijn, geef het nog een dag of wat en dan zal het wel weer gaan. Ik ben niet de enige.

Vanmiddag voor de halfjaarlijkse controle bij de tandarts geweest. Normaalgesproken kun je van de uitdrukking ‘in the pocket’ best een tevreden gevoel overhouden. Maar vanmiddag was dat anders… Verschíllende pockets, die in eerste instantie via de mondhygiëniste, maar na nog wat beter kijken door de parodontoloog moesten worden behandeld. Die gaat alles dan dichtbranden geloof ik…

Het zit vandaag wat tegen.

Mijn verkoudheid is de afgelopen dagen via mijn hele hoofd naar mijn voorhoofd verplaatst en concentreert zich nu vooral op mijn ogen. Als je niet beter wist dan zou je kunnen denken dat ik op mijn laptop geen column aan het tikken ben, maar naar de zoveelste aflevering van America’s Got Talent zit te kijken. En dan juist díe uitzendingen waar het hele publiek op het eind opstaat, net als de coaches. En dat de zanger of zangeres het dan ook niet meer droog houdt, vooral ook omdat twee weken eerder zijn of haar oma gestorven is. Of nog erger. In het voorfilmpje had je al kunnen zien dat oma de grootste fan was… Eerlijk is eerlijk, mij kun je dan opvegen.

Maar nee, dat tranen gaat nu vanzelf. Ook dat is waarschijnlijk nog een kwestie van een paar dagen denk ik. Tja, wat nog meer. Al een week of vier strijk ik twee keer per dag mijn kalknagels in met een soort van nagellak, die ruikt naar kerosine. Moet na drie maanden gezonde nagels opleveren. Ik blijf het trouw volhouden -aan mij zal het niet liggen- maar op dit moment betwijfel ik ook hier het nut van. Ik zal zometeen de bijsluiter eens lezen, of je van dat spul ook tranende ogen kunt krijgen.

Ach, iedereen heeft wel eens van die dagen…

O ja.. Vanmorgen ook om 1 minuut over acht de huisarts gebeld en pas om half negen contact kunnen leggen met de assistente. Die concludeerde dat ik de dokter niet hoefde te bezoeken. Zij zou de dokter mijn klachten vertellen en als die haar diagnose onderschreef, dan kon ik na vier uur vanmiddag de medicijnen op de apotheek ophalen. Dus om kwart over vier een kuur van dertig dagen en bijbehorende zalf gehaald. Vanavond de eerste zalf en morgen de eerste pil. Dat gaat mijn huid weer in het gareel krijgen. Al een paar keer eerder gedaan en die keren hielp die combi prima. Maar toen stond ik er wel wat positiever in, volgens mij.

Afijn, dit was het wel voor nu. Morgen maar weer eens vol goede moed kijken naar alle narigheid van anderen en me dan zelf een geluksvogel voelen. Morgen. Met minder tranen.

zwart en ongedurig
onrustig nog daarbij
het hart wat wispelturig
vooral uit medelij

och, zie ‘m nu eens klagen
wens beterschap zich vurig
al heeft z’n week vier dagen
toch lijkt ’t veertig-urig

dus wat is de moraal?
Nou… heel eenvoudig, luister!
de moraal gaat ongelogen
over knipogen in het duister…

ogen

Levenskunstenaar…

Om negen uur ‘s avonds fietste ik naar huis. Het regende een beetje, maar niet zoveel dat het hinderlijk was. Eigenlijk integendeel. Elke druppel voor mijn gevoel zelfs bewust ervaren, iedere keer als een soort van bewijs dat ik de uren die eraan vooraf waren gegaan zo intens had beleefd. Dat begon eigenlijk al op de heenweg naar Venray.

De weg naar Venray, die ik in mijn middelbare schooltijd zo vaak gefietst heb. Bijna altijd via Castenray maar soms ook door natuurgebied de Paes. Dan kon je in de zomer een appel meenemen van het veld waar je dan langs kwam. Zaterdag stelde TomTom een route voor die ik nog nooit gefietst had. Blijkbaar de kortste route naar het adres waar Leo Wijnhoven die dag zijn expositie had.

Op de weg heen dacht ik terug aan veertig jaar eerder. De tijd dat Leo en ik in hetzelfde examenjaar zaten op Jerusalem. Leo, in mijn ogen een vrije geest uit Wanssum, die het progressieve Jeruzalem van die tijd vooral op zijn eigen manier tegemoet trad. En ik, uit Horst, die vooral heel beschouwend de wereld inkeek, ingegeven door twijfel over van alles en tegelijk vooral observerend om te zien hoe dingen in relatie stonden tot elkaar. Altijd ook die andere kant willen zien en willen begrijpen, met als consequentie dat een duidelijke keuze lastig werd.

Ik heb me wel eens afgevraagd of mijn familiesituatie van toen er voor gezorgd heeft dat ik ook nu nog heel weinig als vanzelfsprekend ervaar en vaak zo moeilijk kan kiezen. Want zoveel kon in die levensfase in zo korte tijd veranderen. Waar je op bouwde, raakte zo vaak uit balans. En evengoed waren het ervaringen die me uiteindelijk sterker hebben gemaakt.

Aan dat soort dingen dacht ik, fietsend via een nog nooit genomen route, op weg naar de expositie van Leo. Veertig jaar kwam even samen in één dag en dat voelde vreemd genoeg heel lekker. Ik had er zin in. Of het gebruikelijk is om voor een kunstenaar bij de opening van zijn expositie een cadeautje mee te nemen, weet ik niet, maar ik had mijn boek ‘Tijd heelt alle woorden’ om die reden voor hem ingepakt.

Wind tegen, maar toch ruim op tijd in Venray, zodat ik mijn ‘trip to memory-lane’ op het terras bij Den Engel nog wat verlengd heb. Want ook daar waren we veertig jaar geleden regelmatig. Met onze spijbelkaart van toen zelfs soms gelegitimeerd. Afgelopen zaterdag heb ik de tijd van één cappuccino en één bokbiertje benut om iedere voorbijganger eens goed te observeren of ik er geen klasgenoot van toen in herkende. Nee dus…

bockje bij Den EngelDe opening van de expositie was om 17.00 uur. Ik was op tijd, nèt voor een gigantische regenbui losbarstte. Leo stond vlak bij de ingang en vanaf het eerste moment voelde het goed om hem daar te treffen. Veertig jaar blijkt dan ineens gewoon een getal. We hebben herinneringen opgehaald en gedeeld. We hebben er op geproost, terwijl Leo ondertussen herhaaldelijk gasten begroette, die hij vaak ook al jaren niet meer had gezien.

Een mevrouw waarvan ik de naam even kwijt ben, sprak een kort openingswoordje, waarna zij het woord gaf aan Jonas. Jonas had als kind al vaak bij Leo in het atelier overnacht, als hij met zijn ouders in Amsterdam was. Jaren later was Jonas daar sociologie gaan studeren en nu nog zat hij blijkbaar regelmatig met Leo op een of ander terras in Amsterdam. Pratend over toen en nu en over de wereld, met al zijn schoonheid en tekortkomingen.

Zijn herinneringen verbond hij op een indrukwekkende manier met de opening van de expositie, Leo’s roots met Wanssum en Venray en met de achtergronden van het werk dat Leo maakte. Later zag ik Jonas samen met Martijn van der Putten – nu wethouder in Venray- langs Leo’s schilderijen wandelen. Martijn en Jonas bleken schoolvrienden te zijn, die samen wel eens bij Leo in het atelier hadden overnacht. Bijvoorbeeld als Ajax weer een keer thuis moest spelen.

Schoolvrienden. Net als Leo en ik. En Mat, die iets later binnen kwam. Ieder van ons is in die veertig jaar ‘zijns weegs’ gegaan. Leo’s atelier bevindt zich, voor zover ik weet, al vanaf de middelbare school in Amsterdam. Hij kon zich niet herinneren dat hij op mijn bruiloft in 1991 was geweest en ik was kwijt dat we onafhankelijk van elkaar een biologieproefwerk op dezelfde ludieke wijze hadden gemaakt. Namelijk middels een creatief opstel in plaats van de (blijkbaar tè simpele) vragen te beantwoorden. De vers van de Nijmeegse universiteit komende lerares van toen, juffrouw Schoones, wist niet hoe daarop te reageren en zo veroorzaakten we blijkbaar een klein onderwijsrelletje met onze ‘opstellen’.

Afijn, zaterdagmiddag heel erg genoten van elkaars aanwezigheid en de gezamenlijke, voor mijn gevoel vanzelfsprekende, overbrugging van veertig jaar. Op een fijne manier paste al die tijd in een middag en een deel van de avond. In mijn uppie heb ik daarna nog heerlijk gegeten bij D’n Engel. Daar, omdat nèt die dag Ben en Nel gesloten hadden. Zul je net zien. Kom je ergens één keer in de veertig jaar, zijn ze dicht. Maar dat geeft nog wel iets om naar uit te kijken. Net als een keer naar Amsterdam gaan en te overnachten in een atelier in de Jordaan.

Die avond regende het toen ik naar huis fietste. En dat was prima. Ik nam me voor om mijn ervaring neer te schrijven in een column. Bij deze. Ik heb ook foto’s gemaakt van verschillende schilderijen. Waarschijnlijk overtreed ik allerlei copyright-regels, maar het leek me leuk om elk schilderij te voorzien van een paar regels tekst. Slechts een paar indrukken van wat Leo’s werk bij mij teweeg bracht. Gevoel, gebaseerd op veertig jaar herinnering. Op één zaterdagmiddag. Mooi man…

Laissez Faire II
‘Laat het op zijn beloop’ is de vrije vertaling van de titel van dit werk (Laissez-faire). Wie het hardst schreeuwt krijgt het meest. Survival of the fittest in zijn meest kwetsbare en confronterende vorm. Maar ook: wie weet wat de toekomst brengt?
100x100-tight-setting95
Postuur van mijn moeder, maar met een zelfverzekerde blik in de ogen, die ik me van mijn moeder niet kan herinneren. Dingen overkwamen haar. Deze vrouw niet. Zij houdt haar lot in eigen hand en knappe jongen die daar invloed op wil uitoefenen…
Moores law with future option
Fotografische weergave van een vrucht die ik meen te herkennen, maar waarvan ik de naam niet zeker weet (lychee?). Ruwe bolster, blanke pit. Kwetsbaarheid als iets ontdaan is van een beschermende schil. Niet alleen bij vruchten, ook bij mensen…
watch-it
Associatie met Gert de Mulder, kunstenares en keramiste, die de wereld op haar eigen wijze, met aandacht voor detail, bekijkt. Kunstenaars eigen? Of een oproep om ook aandacht voor detail te hebben. Houdt de wijsheid en de theorie maar even achter de rug (papieren? iPad?) en kijk zelf…
win-ti-do
Sterke vrouw, geworteld in moeder aarde, wordt bekeken door een redneck met bijl, die twijfelt of hij die stevige stam wel kan doorklieven. Jaren later lukt dat met zwaarder materieel…
kraan en waterslang
Geintje van vrienden van Leo, die de expositie mee hebben ingericht. Als modernisme, (sur)realisme en satire thema’s zijn in Leo’s werk, dan is dit een prachtig voorbeeld dat humor en down-to-earth-mentaliteit nog ingebed liggen in de roots van Leo en die van zijn vrienden uit het zuiden…