En klein stukske…

vlak achter un kepèlke
-ge kunt tur ma net door-
dao stiët en hiël klein benkske
vlak beej en stiënse moor

ge zit dao lekker oet de weend
ma kunt tur biëstig wiënig doon
ut benkske raakt de moor untreent
ôp ‘t stuupke passe net oow schoon

ge kunt tur zitte, nauwliks dreije
ma hooft teminste neet te staon
en zödde toch waat wille beije
da kunde nao de veurkant gaon

Achterum kunde zitte… (foto: http://www.kerkgebouwen-in-Limburg.nl)

Kant…

Afgelopen zaterdag heb ik een podcast beluistert over de filosoof Immanuel Kant. Lang niet alles van begrepen maar wel iets van onthouden. En maandagmiddag in de Moelbaerenbos op een bankje daar een column omheen gebouwd, die ik ’s avonds in het programma van Radio Naodôrs heb voorgelezen. Komt ie.

Uit de podcast blijkt dat de filosofische theorie van Kant behoorlijk pittig is. Zijn boeken zijn bijzonder taai. Het is goed dat ik me daar nog nooit aan gewaagd heb. En het is daarom ook niet vreemd dat ik de ins en outs van zijn theorieen niet ken. 

Toch intrigeert me de man. Hij leefde van 1724 tot 1804. Zijn kijk op de filosofie heeft heel veel denkers na hem blijkbaar stevig beïnvloed. En doet dat nog steeds, als ik de podcast mag geloven.

Uiteindelijk komt Kant, na al zijn overdenkingen tot vier kernachtige levensvragen. Wat kan ik kennen? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? En wat is de mens? Als iemand als Kant tot die slotsom gekomen is, dan zijn dat interessante vragen, denk ik. Dus laat ik daar eens, fris van de lever, wat dieper op ingaan. In de Moelbaerenbos op een bengske…

Het zijn hele korte vragen en ze lijken op elkaar. Vier keer vier woorden. Drie specifieke vragen en één algemene. Ik begin bij de specifieke vragen. Het verschil zit in de gecombineerde werkwoorden: kan met kennen; moet met doen en mag met hopen. Daar is over nagedacht. En ik zie er ook wel iets interessants in.

Kennen, als in kennis. Je daarvan afvragen wat je kunt kennen. Daar zouden heel veel mensen bij gebaat zijn, die er nu zonder enige terughoudendheid van uitgaan dat hun kennis de enige ware kennis is.

Moeten met doen. Je afvragen wat je moet doen. Als een soort van verplichting die je jezelf oplegt. Maar dan wel pas na een degelijk onderbouwd antwoord op vraag 1.

Vraag drie, mogen met hopen. Wat mag ik hopen, nadat ik de antwoorden van vraag 1 en 2 goed doordacht heb. Hoewel ‘mogen’ je ook wel wat vrijheden lijkt te permiteren, om af te wijken van de antwoorden op vraag 1 en 2, denk ik dat Kant hoopt dat je er bij vraag 3 toch rekening mee houdt.

En dan de slotvraag. Wat is de mens? Ik kan me voorstellen waarom dit voor Kant de meest essentiële vraag is. Ik zal proberen dat met een simpel voorbeeld te verduidelijken. Kant leefde in de 18e eeuw. Het kan bijna niet anders dan dat hij in zijn tijd wel eens gedacht heeft: Wat zijn dat voor mensen? In de podcast werd verteld dat hij vaker verhuisd is, vanwege het lawaai op straat. 

Want een beetje koetsier die toen met paard en wagen over de kasseien reed, met kletterende hoefijzers en metalen hoepels om de wielen, daar kan een, in de huidige tijd opgegroeide 16 jarige bestuurder van een opgevoerde brommer echt niet tegenop. Als ik zo’n puber nu soms over het Wilhelminaplein hoor razen, dan denk ik ook, net als Kant toen, ‘wat zijn dat voor mensen’?

Nou is dit een onschuldig voorbeeld. Maar zo, zittend onder de eiken en dennen van de Moelbaerenbos, bedenk ik me dat de vragen van Kant ook toepasbaar zijn op de gepolariseerde wereld waarin we steeds meer, maar zeker sinds de afgelopen twee jaar in terecht zijn gekomen.

Is het aannemelijk dat kennis ontstaat door studie en jarenlange inzet op gespecialiseerde thema’s? Dan is het antwoord op de vraag ‘wat kan ik kennen’ wat mij betreft vooral voorbehouden aan mensen die er voor geleerd hebben. Wat ik dus doe -en ook vind dat ik moet doen- is luisteren naar de mensen waarvan ik meen te kunnen kennen dat ze er verstand van hebben.

En ik mag vervolgens hopen dat meer mensen die logica onderschrijven. Tegelijk realiseer ik me dat iemand die dat niet met me eens is, de vragen van Kant waarschijnlijk anders zal beantwoorden. Of zich er misschien helemaal niet mee bezighoudt. Waarom zou je je überhaupt iets afvragen als je alles al zeker weet?

Toch had Kant daar ook wel iets aardigs op bedacht: de categorische imperatief. Je mag het meteen weer vergeten, maar het betekent zo ongeveer het volgende: Doe voor anderen, wat naar jouw mening iedereen voor iedereen zou moeten doen. Je moet handelen op de manier waarvan je zou willen dat iedereen zo zou handelen. Of meer formeel: ‘Baseer je gedrag op principes waarvan je zou willen dat het algemene, voor iedereen geldende, wetten zijn.

Hm, daar zal ik een volgende keer aan de kant van de Schaak eens heel goed over nadenken…

Twijfel…

een boom liet al zijn wortels los
om zo een brug te maken
de wind die had hem overtuigd
dat hij zo verder zou geraken

want hoe lang stond hij al niet daar
steeds vast geworteld in de grond
werd het geen tijd, zo blies de wind
dat hij iets anders voor zich vond

uiteindelijk ging hij dus maar om
hoewel hij nog wat twijfels had
en zag, toen hij gevallen was
waar wortels waren, een groot gat

daar had de boom niet aan gedacht
een brug dat was dan wel gelukt
maar miste hij niet juist zijn kracht
zo, van zijn wortels losgerukt…

Hanny…

Ik slik als de zus van Hanny me het een dag later vertelt. Hoe Hanny’s zoontje van 10 voorzichtig zijn vinger opstak en vroeg: ‘Weten ze waaraan mama overleden is?…’

Hanny is dan net teruggebracht naar huis, nadat ze in het ziekenhuis onderzocht hebben, waaraan ze mogelijk gestorven is. De uitslag daarvan is nog niet bekend, dus de vraag van Lucien kan helaas nog niet worden beantwoord.

Er is al veel geregeld op Goede Vrijdag als ik aanschuif om met de familie de afscheidsdienst voor te bereiden. De rouwkaart is klaar en de tekst wordt nog eens zorgvuldig nagelezen. De foto van Hanny, die licht in de achtergrond van de kaart is verwerkt, dateert van drie weken eerder, vertelt haar man Peter me. Aan tafel zitten ook de broer en zus van Hanny, haar ouders en een broer van Peter. 

Een van de eerste dingen die ik hoor is een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Peter die wakker wordt van de wekker, die Hanny normaalgesproken altijd uitzet, omdat zij steevast iets eerder opstaat dan hij. Die ochtend niet. Peter die zich omdraait en in eerste instantie meent dat Hanny zich verslapen heeft, haar arm aanraakt en ervan schrikt hoe koud die aanvoelt. Peter die dan opstaat en Hanny niet wakker krijgt..

Op datzelfde moment gaat de telefoon op de slaapkamer. Peter ziet dat het de moeder is van Hanny en instinctief neemt hij op. Hanny’s vader is diezelfde nacht opgenomen op de hartpoli met hartritmestoornis. Zij wil melden dat Hanny’s vader vlak voor de cardioversie staat. Maar die mededeling kan ze niet afmaken. ‘Ik krijg Hanny niet wakker’ meldt Peter en hangt op. 

Aan de tafel waar ik dit verhaal hoor, zie ik Hanny’s vader en moeder bedrukt knikken. ‘Dat moet wel kortaf en bot hebben geklonken’, verontschuldigd Peter zich bij zijn schoonouders, die dat excuus resoluut wegwuiven.

Ik maak die ochtend aantekeningen van wat ik hoor en zie. Bijvoorbeeld de klasgenoten van Luciën en zijn tweelingzus Yanique, die zelfgemaakte afscheidscadeautjes komen brengen. Tientallen. De een nog fleuriger, groter en creatiever dan de ander. De keukentafel blijkt te klein. De bank in de kamer is net groot genoeg om een spandoek te dragen met daarop heel veel gekleurde handen en lieve wensen.

Ondertussen rinkelt de telefoon van Peter regelmatig. Het nieuws van Hanny’s plotselinge overlijden raakt veel mensen die hun medeleven willen betuigen. Tussen die momenten door maken we afspraken over de dienst, die donderdag na Pasen gepland wordt. Vanwege het grote aantal bezoekers dat verwacht wordt, gaat de dienst plaatsvinden in de kerk van Sevenum.

Die dag stroomt de kerk inderdaad zo goed als vol. Haar familie wordt welkom geheten door kapelaan Danny Horsch en samen begeleiden ze Hanny, die in haar eigen doeken gewikkeld is, naar een plek vooraan in de kerk. Vanaf dat moment volgen de indrukwekkende momenten elkaar op. 

Haar broer Frank, die mooie herinneringen ophaalt, haar neef Lars die namens de andere neven en nichten prachtige woorden spreekt. Die ook Luciën en Yanique ondersteunt als zij hun eigen woorden voor de volle kerk uitspreken. Diezelfde Lars, die een prachtige muzikale groet brengt aan Hanny, waarna Miriam Roodbeen nog ‘the rose’ live ten gehore brengt. De vriendengroep Kei Zat die gearmd een hechte kring vormt om Hanny heen. Een kring waar Peter en de tweeling onderdeel van uitmaken, als vanzelfsprekend teken dat ze ook in de toekomst op de steun van de vrienden kunnen rekenen.

De kinderen uit de klas van Luciën en Yanique vullen samen een vaas met bloemen. Een tweede vaas wordt van bloemen voorzien door de vriendengroep. Er is maar net plaats voor de vazen tussen het grote aantal andere bloemstukken dat zorgvuldig rondom Hanny is neergezet door de medewerkers van uitvaartzorg Yvonne Vos.

De kapelaan leest een bijbeltekst voor die hij samen met de ouders van Hanny heeft uitgezocht. Ook de absoute, het kerkelijke afscheid van Hanny, neemt hij voor zijn rekening. Tegen het einde van de dienst is er de korte maar emotionele oproep van Wilma, de zus van Peter, die alle aanwezigen meekrijgt in een indrukwekkend applaus voor Hanny.

Het persoonlijke afscheid door alle aanwezigen krijgt de aandacht die het verdient. Een hand of schouderklop voor Peter, een knuffel voor Hanny’s ouders of een aai over de bol van de tweeling. De steun is zichtbaar en voelbaar.

Het gedicht, waarmee ik de dienst mag afsluiten, is op diezelfde steun gebaseerd. De steun die Hanny gaf tijdens haar te korte leven en die ze nu eindeloos blijft geven door de voortdurende herinnering aan haar. Iedereen had het anders gewild. Maar dingen gaan zoals ze gaan.

Mariet…

Onlangs de afscheidsdienst mogen begeleiden van Mariet. Op haar gedachtenisprentje hadden haar broers en zussen drie korte zinnetjes laten zetten die haar karakter typeerden: ‘Eenvoudig maar zorgzaam. Nooit klagend, altijd stil dragend. Moedig ging je door, steeds weer’. 

Zorg voor anderen kenmerkte haar leven. Al heel jong kwam haar moeder te overlijden en nam zij als vanzelfsprekend die rol over. Haar jongste zus vertelde daar tijdens de dienst hele mooie dingen over. Mariet’s huwelijk kende mooie maar ook zorgelijke tijden. Ze wilden graag kinderen maar dat is nooit gelukt. De gezondheid van haar man liet met periodes te wensen over en uiteindelijk stierf hij veel te jong. Mariet bleef alleen, maar sloeg zich daarna prima door het leven heen. Met haar broers en zussen was er een goed contact, en met haar auto kwam ze regelmatig bij hen op bezoek. Toch leek er met de jaren wat te veranderen in dat contact. Ze werd steeds verstrooider en na een val in huis en een ziekenhuisopname bleek het niet meer verantwoord om Mariet alleen te laten wonen.

De laatste jaren van haar leven woonde ze daarom begeleid in Hof te Berkel. De dementie pleegde een steeds grotere aanslag op haar functioneren en op haar geheugen. Ze herkende op den duur haar broers en zussen niet meer, maar toch was er één persoon die ze bijna tot op het laatst bleef herkennen. 

Het was een aangetrouwd nichtje dat, sinds Mariet in Hof te Berkel verbleef, een speciale band met haar tante opbouwde. Van sommige van haar bezoeken aan ‘tante Mariet’ had ze filmopnames gemaakt. Die opnames hebben we tijdens de afscheidsdienst getoond. Te zien was hoe Mariet genoot van de momenten samen. Ze zei niet veel, maar een serene glimlach op haar gezicht sprak boekdelen. Als er muziek klonk, dan zag je die glimlach. Als de kinderen van haar nichtje op bezoek waren, dan was er die lach. 

Op de rouwkaart stonden klaprozen afgebeeld. Aan de binnenkant van het gedachtenisprentje ook. Mariet hield van de natuur. Hield van bloemen en van dieren. Aan de voorkant van het prentje zag je weer dezelfde glimlach als op de filmpjes. Ook toen er geen woorden meer waren om iets te zeggen, vertelde haar glimlach des te meer. 

Ik heb de indrukken verwoord in een gedicht, dat ik op het eind van de dienst heb voorgelezen.

je hield van bloemen
om hun kleuren
van kleine dingen
die gebeuren

je hield van dieren
en van mensen
van liedjes zingen
bloemengeuren

voor iedereen
stond jij steeds klaar
eenvoudig, zorgzaam
altijd daar

waar anderen 
je nodig hadden
was jij 
met vriendelijke lach

zo ging jij 
door het leven
je plukte het 
van dag tot dag

de laatste jaren, 
teer bemind
kreeg jij de blijdschap 
van een kind

zo ben je 
van ons heengegaan
een engel wees je 
naar het licht

wat blijft
en dat zal nooit vergaan
die lieve lach 
op jouw gezicht..

Christa…

De aanleiding is uiterst triest. Na vier jaar strijd is Christa Wagemans – Van Rens gestorven. Slechts 33 jaar oud geworden. Haar man Niek en haar twee zoons, Sef (6) en Lex (4), die ze ‘eur manne’ noemde, ‘eur kèls’, blijven achter. Vrijdag 1 april was haar afscheidsdienst die ik mocht begeleiden, samen met Yvonne Vos van de gelijknamige uitvaartzorgorganisatie. Het werd een dienst waar Christa zelf, bij leven, met haar wilskracht een groot stempel op heeft gedrukt. Voor mij was het in de voorbereiding in eerste instantie een kennismaking met twee families. Maar in een week tijd werd het een openbaring van liefde en daadkracht, die er in een dorp als Lottum kan vrijkomen, bij een trieste maar niet te voorkomen gebeurtenis als deze..

Maandag voorafgaand aan 1 april maakte ik aantekeningen bij de verhalen die Niek, zijn en Christa’s ouders en haar(schoon)zussen en (schoon)broers over haar vertelden. Toen al indrukwekkende dingen gehoord, die ik beschreven en op 1 april verteld heb in de levensloop. Prachtig waren de beschrijvingen van de acties die Christa in haar laatste jaar nog had ondernomen, wetende dat haar tijd eindig was. Nooit vergeet ik meer de waarde van een zeekoe, Christa’s lievelingsdier. ‘Omdat ze 15 uur per dag slapen, geen natuurlijke vijanden hebben en áls ze wakker zijn, alleen maar eten’, was Christa’s veelzeggende uitleg.

Het was een brief van haar zus Ellie waardoor Burgers Zoo in coronatijd speciaal voor Christa en haar familie open ging, zodat zij, mét haar mannen en met wat familieleden, exclusief de zeekoeien konden bezoeken en zelfs konden voeren. Het idee kreeg toen waarschijnlijk al gestalte om zeekoe-knuffels (die bestaan.. 😉 ) te kopen om die bij haar afscheidsdienst aan haar twee kleine mannen en aan de ongeveer even oud zijnde kinderen van haar zus Ellie te geven. Dus werden er vier knuffels aangeschaft.

Dat in de tijd daarna een schoonzus ook zwanger werd, heeft vrijdag nog even een spannend moment opgeleverd. Want dat de ongeborene -werknaam ‘truujke’- ook een zeekoe-knuffel moest krijgen, dat stond buiten kijf. Maar het is ook een gegeven dat PostNL vaak niet de snelste bezorger is. De afscheidsdienst vrijdag begon om 11 uur. Er was al een tegoedbon gemaakt voor die vijfde knuffel, maar op hetzelfde moment dat de familie Christa in de door vrienden gemaakte houten kist op haar plek zette, gaf de moeder van Niek mij nog snel een pakketje. De vijfde zeekoe-knuffel was een paar minuten eerder gearriveerd. Je zou je kunnen afvragen of Christa daar nog enige invloed op heeft gehad. Wie weet. Ze was wel perfectionistisch..

Waar Christa (nog..) geen invloed op had, was het weer die dag van haar afscheid. Gure wind en hele koude temperaturen vochten gedurende de hele dienst met de grote hoeveelheid gaskachels die her en der stonden opgesteld in de speciaal voor het afscheid gebouwde tent. Maar ik geloof niet dat de mensen die in grote getale aanwezig waren, veel last hebben gehad van de kou. Stevige winterjassen en dassen zag ik, maar het was vooral de warmte van de twee families, de uitstraling van de vriendengroepen van Niek en Christa en van alle overige aanwezigen die de temperatuur in de tent ondergeschikt maakte aan het afscheid zelf.

Bij sommigen moet ook de warmte van het omgesmolten zilver van Christa’s sieraden voelbaar zijn geweest. Die heeft ze in haar laatste jaar voor de familie laten maken. En voor de zomer die ongetwijfeld nog gaat komen -laat dat maar gerust aan Christa over- heeft ze een ronde bank gekocht, die om de door haar geplante notenboom moet komen te staan. Dat moest een plek worden waar, op alle warme lente- en zomerdagen na haar afscheid, haar familie heerlijk samen kon komen. Haar afscheid kon daardoor in elk seizoen en op elk moment ook weer een welkom worden.

En zo waren en nog meer zaken die indruk op me hebben gemaakt. De moeder van Christa, die ik in de door vrienden gebouwde serre (!) in haar eentje aan de naaimachine zag zitten om de stoffen voering te maken, voor in de door vrienden gemaakte kist. De zussen en de beide moeders die één dag voor de uitvaart in de keuken bezig waren om de speciale borrelplankjes te maken, die Christa normaalgesproken ook maakte bij familie- en vriendenfeesten. Een gezamenlijk port-momentje hoorde er bij het koken blijkbaar altijd bij, dus was dat nu ook het geval. Ik weet bijna zeker dat ze op Christa geproost hebben, misschien zelfs wel in de kamer waar ze lag opgebaard.

De nacht voor de dienst was er veel sneeuw en regenwater gevallen. Om het water bij de tent weg te houden hebben de vader van Niek en zijn broer Roy in de vroege ochtend van 1 april nog snel een sleuf gegraven over de volle lengte van de tent. De vader van Christa veegde vlak voor de dienst nog wat natte sneeuw van de matten voor de tent, zodat daar niemand over zou uitglijden. In het ouderlijk huis van Niek, waar hij met Christa sinds jul 2021 kon wonen, werd koffie gezet en broodjes gesmeerd. Tegelijk hield de moeder van Niek de brievenbus in de gaten om hopelijk die vijfde knuffel in ontvangst te kunnen nemen…

Ondertussen liep Lottum voor een groot deel leeg en de tent langzaam vol. Het werd stil in Lottum, ook omdat een groot aantal mensen thuis de livestream aan het volgen was. Iedereen heeft getuige kunnen zijn van een prachtige dienst, die recht deed aan de mensenmens die Christa was. Iedereen had het liever anders gezien, maar als het onvermijdbare je overkomt, dan is het fijn dat er zoveel kracht en liefde om je heen is, dat je het verlies met elkaar kunt dragen.

‘Al woon ik er maar vijf dagen’, zei Christa vorig jaar, toen zij en Niek de sleutels van ‘D’n Homberg’ kregen. Ze wilde daar wonen, vooral voor haar twee kleine mannen en voor Niek, waarvan ze wist dat het zijn grote wens was. De vader en moeder van Niek maakten meteen plaats. Eerst in een caravan, in afwachting van de mantelzorgwoning die er toen nog moest komen. De serre, die er toen nog niet was, maar wel een grote wens van Christa, is toen in no-time door vrienden van haar en Niek gerealiseerd. Het werden méér dan vijf dagen, dat ze er heeft kunnen wonen. En er is heel veel mogelijk gemaakt door Christa’s eigen wilskracht, maar zeker ook door de omgeving van Christa, haar familie en haar vrienden. Christa was een mensenmens. Dat lijkt maar een woord, maar afgelopen week heb ik met eigen ogen gezien, dat een mensenmens vooral ook een kwestie van daden is.

Op de rouwkaart had ze boven haar naam laten schrijven: ‘Wacht niet met genieten tot later, als later eerder komt ben je te laat’. Op haar gedachtenisprentje stond boven haar naam: ‘Met heel veel liefde en bewondering denken wij aan…

Ik heb een week lang de bewondering gezien en de liefde gevoeld. Dank dat ik daar getuige van mocht zijn.

Voor Niek, Sef en Lex
Voor haar ouders Karin en Ger, en de ouders van Niek, Gerd en Jac
Voor Ellie en Ruud, Theike en Marit
Voor José, Naud, Wouter en Ellen, Roy en Marieke
Voor alle vrienden en bekenden

Christa
jouw mannen stonden steeds op één
daar lag de bron van al je kracht
bij Sef en Lex en vader Niek

ze steunden jou uit alle macht,
jouw familie en de vriendenkliek en
Sef en Lex en vader Niek

en jij, jij steunde iedereen
door alles waar jij steeds aan dacht
dan voelde jij je niet zo ziek
voor Sef en Lex en vader Niek,
familie en de vriendenkliek

wat jou gebeurd is,
dat blijft hels
niet te bevatten,
triest en erg

en toch blijf jij nu
mét jouw ‘kels’
voor altijd wonen
op de Homberg

de notenboom is al geplant
dicht bij de serre, in de wei
er komt een ronde bank omheen
al aangeschaft, dat wilde jij
voor Sef en Lex en vader Niek
familie en de vriendenkliek

een plekje, samen in de wei
en jij, bent daar voor altijd bij…


GvdM, 30 maart 2022