Nature Boy…

Nature Boy
(
Liedje van Nat King Cole / Abbey Lincoln – tekst: Eden Ahbez)
There was a boy
A very strange enchanted boy
They say he wandered very far
Very far
Over land and sea
A little shy and sad of eye
But very wise was he

And then one day
A magic day he passed my way
And while we spoke of many things
Fools and kings
This he said to me

“The greatest thing you’ll ever learn
Is just to love and be loved in return”

Natuur jông…

dur waas oëit enne jông
bitje vremde ma vriendelukke jông
ze zagte daat heej vaan hiël wiet kwaom
hiël wiet ovver land en ovver water
ietwaat verlaege, in de oëge en traon
ma waal mit de wiësheid
vaan doezend jaor later

toen, ôp ennen magischen daag,
kruuste zich ôs waege heej
we sprooke ovver hiël veul dinge
ovver gekke spelle, liedjes zinge
en toen zâg heej dit taege meej:

“ut aallermoëiste
daat ge liërt misschien
is lief te hebbe en gelieft te ziën”

Hans z’n afscheid…

Hans belde me in de zomer van 2023. Of ik zijn huwelijk met Estel wilde voltrekken, op 8 december van dat jaar. Hij had op de site van de gemeente gezien, dat ik ambtenaar van de burgerlijke stand was. Ik heb hem toen eerst doorverwezen naar de gemeente, waar huwelijksvoornemens om te beginnen moeten worden geregistreerd. Dat ging hij regelen, vertelde hij, maar vroeg en passant of ik 8 december toch alvast vrij wilde houden. Aan zoveel voortvarendheid en ontwapenend vertrouwen kon ik geen weerstand bieden. Hun trouwdatum noteerde ik alvast in mijn agenda. Later begreep ik dat hij Estel toen nog niet gevraagd had.

‘Kan ik mijn afscheid bij jou in de zaak houden?’ vroeg Hans aan John van Passi. Passi was de plek waar Hans al jaren, vóórdat hij naar zijn werk ging, ’s morgens heel vroeg kwam, voor een speciale koffie en een lekkere bonbon. In de coronatijd voor een coffee-to-go en zo nu en dan ook voor een goed gesprek aan de stamtafel met gelijkgestemden, waarbij 2 meter soms een rekbaar begrip bleek. Tussen Hans en John ontstond een vriendschap en een groeiend onderling respect. John hoefde dan ook niet lang na te denken om Hans toe te zeggen dat zijn afscheid bij Passi kon plaatsvinden.

8 december 2023 stond ik als ambtenaar van de burgerlijke stand voor een feestelijk gezelschap, met als stralend middelpunt Estel als bruid en Hans als bruidegom. Ze waren een paar jaar eerder via de datingsite Lexa bij elkaar gekomen. Allebei uit een vorige relatie en allebei met twee opgroeiende pubers van ongeveer dezelfde leeftijd. Op Lexa had Hans om tactische redenen een paar jaartjes van zijn leeftijd afgehaald, maar op een van de eerste live-dates met Estel was dat het eerste dat hij bekende. Zijn argument dat leeftijd enkel en alleen maar tussen de oren zat, kon Estel vrij snel accepteren. Een besluit dat ze sindsdien geen enkel moment meer berouwd heeft.

16 maart 2026 werd het oordeel geveld. Hans was uitbehandeld. Zijn laatste hoop op een stamceltransplantatie werd hem in Maastricht ontnomen en ook in Groningen zag men er de onmogelijkheid van in. Een muterend gen in zijn bloed, een zeldzame combinatie van factoren, zou met zekerheid voor afstoting zorgen en de therapie bij voorbaat kansloos maken. Dus uitbehandeld. Wat jarenlang al op de achtergrond meespeelde, maar altijd met medicijnen en een onwaarschijnlijk krachtige positiviteit van Hans zelf, nauwelijks zichtbaar was geweest, werd nu in korte tijd werkelijkheid. Zijn afscheid was aanstaande. Diezelfde dag sprak ik hem, toen hij mij vanuit Passi zag lopen over het Wilhelminaplein, naar me toe kwam en me vroeg of ik met hen binnenkort wilde afspreken om dat naderende afscheid met hem en Estel te bespreken.

Hans had aan het begin van hun relatie een huis in Horst en Estel woonde nog in Sevenum. Hans was zijn huis al fanatiek aan het verbouwen en Estel kon haar invloed meteen mee laten gelden, toen ze samen besloten om in Horst samen te gaan wonen. Tussen de bouwactiviteiten door ondernamen ze leuke dingen. Ze bezochten zomerse terrassen, gingen naar festivals en concerten, samen of met vrienden, genoten van stedentrips, van etentjes met de kinderen en zorgden er hoe dan ook voortdurend voor dat ze elkaars leven zo plezierig mogelijk maakten. Dat lukte met verve. De kinderen werden ouder, kregen een vriend of vriendin en de lange tafel, die na de verbouwing al een wezenlijk onderdeel van de keuken vormde, werd meteen nog een stuk langer gemaakt. Hans zag problemen als uitdagingen die gewoon opgelost moesten worden.

Met bloedtransfusies heeft Hans zijn laatste weken op momenten heel bewust nog invulling gegeven. Gepland op donderdag voor het Paasweekend bijvoorbeeld, om dan met Pasen samen met de kinderen nog een prachtige dag te kunnen beleven. Ze maakten een schitterende fotoshoot samen en genoten van elkaars aanwezigheid. Herhaaldelijk vertelde Hans aan zijn naasten hoezeer hij hen bewonderde en van hen hield. Hij had een mooi leven gehad, hield hij hen voor en wenste hen hetzelfde toe. Zijn positiviteit tot op het laatst was bewonderenswaardig, maar tegelijk niet altijd makkelijk voor hen die heel dichtbij hem stonden. In een van die laatste weken zag ik Hans en Estel nog op het terras bij Passi, genietend van wat lekkers. De bloedtransfusie gaf hem voldoende energie om weer even te genieten. Maar de periodes tussen die bloedtransfusies werden steeds korter en Hans merkte zelf ook dat het einde naderde. In overleg met Hans is toen ook de link gelegd naar uitvaartverzorging Yvonne Vos, in de persoon van Ron Bosmans.

Hans maakte met iedereen een praatje, als hij bij Passi was. Onder het genot van een cortado-koffie en een bonbon, was hij door de week altijd een graag geziene gast. Het personeel kende hem en hij kende het personeel. Op vrijdagen werden er acht bonbons gekocht voor het weekend en dan was het voor Hans en Estel vaste prik om op zaterdag- en zondagochtend thuis te genieten van een heerlijke koffie op bed, eveneens met één bonbon. De overige bonbons gingen ook wel op, als bijvoorbeeld de kinderen in het weekend van hun studiesteden thuiskwamen. Op de lange tafel stond altijd wat lekkers klaar.

25 april 2026 overleed Hans thuis. In het bijzijn van Estel, zijn kinderen en zijn zussen Jacqueline en Marianne. Hij had zelf aangegeven dat het niet meer ging. De man die marathons had gelopen, triathlons had bedwongen, moest uiteindelijk zijn meerdere erkennen in de ziekte, die hij zo lang voor had kunnen blijven. ‘Beter 5 mooie jaren, dan 10 slechte, was je motto’, vertelde Estel als laatste spreker op zijn afscheid op 1 mei. Daarvóór hadden Luca, Meike, Jacco en Sienna ook hun herinneringen aan Hans gedeeld met de aanwezigen. Net als zijn zus Jacqueline, zijn nichtje Lisanne en zijn vriend Dennis. Zij en alle andere aanwezigen bij het besloten afscheid, zagen de foto’s voorbijkomen op speciaal uitgezochte muziek. Sommige nummers had Hans zelf nog uitgekozen. Andere door zijn kinderen en Estel. De foto’s, verzameld door Meike, en willekeurig verspreid over de verschillende nummers, liepen zo nu en dan op wondermooie wijze synchroon. De zinnen uit de nummers ‘Laat me Los’ of daarna ‘Hoe hou ik dit vast’ vertolkten op indrukwekkende wijze het dilemma tussen de wil om te leven en het onvermijdelijke van de dood.

Hans heeft zijn afscheid zelf mee vormgegeven. Dat het bij Passi kon, vond hij een fijne gedachte. Zeker ook omdat de sfeer die hij daar altijd gevoeld had, ook de sfeer moest zijn, zoals hij die zich bij zijn afscheid voorstelde. Ongedwongen, informeel, met elkaar een praatje maken. Een lekkere koffie, een bonbon en genieten van elkaar met de muziek op de achtergrond. Die plannen heeft hij zelf mee concreet gemaakt. Een cortado voor iedereen moest het worden. Met een bonbon. Daarna broodjes en als afsluiter een mini-ijscoupe met caramel-zeezout, én een toefje slagroom. Het nummer ‘Der Weg’ van Herbert Grönemeyer moest worden gedraaid evenals de 8 minuten durende live-versie van het Led Zeppelin-nummer ‘Stairway to heaven’, gezongen door Heart tijdens de memorial in het Kennedycenter. 

Precies zoals Hans het zich had voorgesteld, is zijn afscheid verlopen. Na alle persoonlijke en soms emotionele toespraken genoten de aanwezigen van datgene waar Hans ook altijd van had genoten. Op de dag van de Arbeid, tegen 14.00 uur, namen de aanwezigen op de klanken van ‘Stairway to heaven’ vervolgens persoonlijk afscheid van Hans. Estel, de kinderen en zijn zussen keken toe.  Ze zagen de pijn die ze zelf ook voelden. Ze zagen het verdriet bij deze en gene. Ook bij het personeel van Passi en vooral bij Irenka, die als laatste samen met John en gearmd met Petra, Hans in tranen herdacht. 

Irenka, die gedurende de hele ceremonie buiten de mensen vriendelijk te woord had gestaan en voor sommigen alsnog een ijsje uit de ijskar had gemaakt. Mensen die niet wisten wat er zich binnen afspeelde. Zij wist het wel. Estel heeft haar op enig moment buiten nog een knuffel gegeven. Binnen was het verdriet. Buiten was het leven. Soms vloeit dat in elkaar over. Tranen vertellen dan hele verhalen. Een glimlach ook. Verhalen over de kou van ijs en de warmte van een afscheidsdag in mei. Over warmte tussen mensen maar ook hun strijd. Hans loste met vrienden wereldproblemen op aan de stamtafel bij Passi. Met een cortado, een bonbon en af en toe een minicoupe caramel-zeezout. Maar vooral met heel veel positieve aandacht, liefde en medemenselijkheid. De tranen vertelden dat verhaal. Bij Passi, met passie…

Dank je, Hans

1000 sterren…

De verpleegkundigen en de vrijwilligers van Hospice Doevenbos vierden vrijdag 24 april het 10-jarig bestaan van het hospice. Mijn plek in het bestuur van de Stichting Vrienden van Hospice Doevenbos vindt zijn oorsprong in een eerste kennismaking 10 jaar geleden. In mei 2016 was mijn zus een van de eerste gasten. Twee dagen maar, maar die dagen zijn daar door de goede zorgen van verpleging en vrijwilligers op een hele respectvolle en indrukwekkende manier verlopen.

Halfjaarlijks worden nabestaanden uitgenodigd bij een gezamenlijke afscheidsceremonie. In 2016 was die in november en daar heb ik toen mijn ervaringen mogen vertellen. Ik vertelde over mijn zus en over die twee dagen dat zij in het hospice verbleef. Toen ik gauw genoeg daarna een verzoek kreeg om plaats te nemen in het bestuur van de Vrienden van Hospice Doevenbos, hoefde ik niet lang na te denken.

Nu, 10 jaar later, mag ik nog steeds aan elke afscheidsbijeenkomst van het hospice een bijdrage leveren. Ik vertel een verhaal, waarin ik mijn ervaringen van toen koppel aan het gekozen thema van de bijeenkomst. En ook dat samenzijn wordt door vrijwilligers en verpleegkundigen op een hele betrokken manier ingevuld. Ook bij de Vrienden draag ik nog steeds mijn steentje bij. Mooi om mijn betrokkenheid bij het hospice op die twee manieren te kunnen tonen.

In 10 jaar tijd zijn er bijna 1000 gasten in het hospice geweest. Duizend gasten, waarvan de namen in al die afscheidsdiensten in de afgelopen 10 jaar zijn genoemd. Afgelopen vrijdag mochten vrijwilligers en verpleegkundigen zelf even feestvieren. Ze hadden ‘1000 sterren’ als thema gekozen. Ik was gevraagd of ik een gedicht wilde schrijven voor die gelegenheid. Met in gedachten mijn eigen ervaringen van 10 jaar geleden en alle speciale momenten daarna, is het gedicht ‘Voor altijd…’ ontstaan. Een eerbetoon aan het hospice, maar vooral aan de mensen die daar op wat voor manier dan ook bij betrokken zijn. Voor altijd…

Moer en bout…

‘Maar ik heb niks om aan je te geven’, constateerde Jo, nadat hij en Kit elkaar na een emotioneel gesprek, ergens in het jaar 1978, plechtig hadden beloofd voor elkáár te kiezen. Voor elkaar én voor hun toen nog ongeboren kind. Ze waren allebei nog jong. Samen nog onzeker over wat er allemaal komen ging, maar zeker van elkaar. Jo voelde in de zak van zijn werkoverall en haalde er een bout uit, waarop een moer gedraaid zat. Hij gaf die aan Kit, die het kleinood in dank en liefde aanvaarde. 

Jo overleed op 6 april 2026. Één dag na zijn overlijden vertelde Kit voor het eerst over de moer en bout aan hun kinderen Luc, Rien en Jeanne. En ze liet hen de bout en moer zien. Het was een onverwoestbaar teken van verbondenheid. Toen een heel mooi en ook praktisch gebaar van liefde. En nu, nog altijd makkelijk bewegend en dus totaal niet vastgeroest in die 48 jaar dat Kit het al bewaarde. Integendeel, nog precies als op die ene dag, 48 jaar geleden, toen Jo die haar gaf.

Vrijdag 3 april sprak ik Jo nog. Kit en hun dochter Jeanne waren erbij. Later sloot ook Daan aan, de man van Jeanne. We hadden deze afspraak gemaakt, omdat Jo het prettig vond om van te voren kennis te maken met degene die zijn afscheid zou gaan begeleiden. Met Ron Bosmans van uitvaartverzorging Yvonne Vos had hij al gesproken. En die vrijdagmiddag spraken wij elkaar. Jo vertelde over zijn leven. Het kostte hem zichtbaar energie. Af en toe nam hij noodgedwongen een hele korte pauze, waarin Kit liefdevol aan hem vroeg of zij het dan maar even zou vertellen. Na zo’n kort moment van rust nam hij dan zelf weer het woord.

Bijna terloops vertelde Jo dat hij 7 april zijn zelfgekozen afscheid gepland had. Maar daarna ging zijn verhaal weer snel over de dingen die zijn leven aangenaam hadden gemaakt. Hij vertelde met trots over zijn gezin, over zijn werk als monteur en over zijn hobby’s. Toerritjes met de brommer. En die brommer ervoor en erna weer tiptop in orde maken als er iets aan mankeerde. Of andere brommers repareren van zijn brommervrienden. Hij vertelde over zijn allereerste brommer, die hij op 18 jarige leeftijd tot op de laatste schroef uit elkaar had gedraaid en in kratten had bewaard om ‘ooit’ weer in elkaar te zetten.

Zijn lichamelijke vermoeidheid stond in schril contrast met de geestelijke rust die er van Jo uitging. Ik was er van onder de indruk. Toen twee jaar geleden de diagnose uitgezaaide slokdarmkanker werd gesteld en de arts hem en Kit ‘maanden in plaats van jaren’ had voorspeld, besloten ze die dag op het verjaardagsfeest van hun kleindochter nog niets te vertellen. Een dag later riep hij zijn dochter en twee zoons bij elkaar en vertelde hen het verdrietige nieuws. Natuurlijk was dat enorm schrikken, maar vanaf het begin leek Jo vastbesloten om in die ‘beloofde’ maanden nog mooie herinneringen te maken met zijn gezin.

En dat hebben ze gedaan. Maandag 13 april was zijn afscheid. Foto’s, die in de Wingerd werden vertoond, lieten zien dat er heel veel mooie herinneringen waren. Door zijn realiteitszin, positiviteit en zijn humor, maakte Jo het voor anderen gemakkelijker om te dealen met wat onvermijdelijk was. Gelukkig had Jo, tot drie weken  geleden, ook niet écht last gehad van wat er in zijn lijf allemaal mis was. Dus bleef hij zo lang het ging, de dingen doen die hij al deed. Nu misschien wat bewuster, maar evengoed met net zoveel plezier en inzet. De ‘maanden’ werden uiteindelijk bijna twee jaar.

Zijn laatste weekend was het afgelopen Paasweekend. In de weken daarvoor had Jo al van veel mensen afscheid genomen. Hij nodigde die dan heel bewust uit en er ontstonden steeds mooie gesprekken. In het Paasweekend wilde hij nog een paar mensen spreken. Peter-Paul bijvoorbeeld, met wie vanuit een werkrelatie ook een hechte vriendschap relatie was ontstaan. 

Op de afscheidsbijeenkomst van Jo liet Kit die bout en moer zien aan de meer dan 300 aanwezigen in de Wingerd in Sevenum en ze vertelde het verhaal erachter. Het samengaan, het bij elkaar passende van de moer en de bout, de verbondenheid die er in lag besloten, dat wenste ze alle aanwezigen toe. Om die reden, vertelde Kit, zou iedereen na afloop precies zo’n moer en bout krijgen.

Peter Paul had desgevraagd zo’n 350 exemplaren geregeld, identiek aan die allereerste moer en bout van Jo en  Kit. Jo had Peter Paul nog gevraagd of hij niet in diens oude Chevrolet naar het crematorium mocht worden gereden. En hij had zijn brommervrienden gevraagd of die dan voorop zouden willen rijden, op weg naar de Wingerd en daarna naar het crematorium. En bijna vanzelfsprekend had iedereen ja gezegd. 

In de Wingerd stonden op het podium, rechts en links van Jo, twee brommers. Rechts stond zijn allereerste brommer, die Jo, zoals hij zich al heel jong had voorgenomen, na de fatale diagnose weer in elkaar had gezet en uiteraard werkend had gekregen. In 2025 reed hij er nog de Hemelrit in Kronenberg mee. Jo kon alles repareren, vertelden verschillende sprekers tijdens zijn afscheidsdienst. Op zijn kist lag een prachtig bloemstuk, dat volledig in de kleur was samengesteld van zijn Kreidler, die links op het podium stond.

Jo had het allemaal al voor zich gezien. En zoals hij het zag, is het ook gebeurd. Omdat iedereen een steentje wilde bijdragen. Soms op zijn eigen verzoek, maar vooral ook omdat Jo altijd zijn steentje had bijgedragen. Of beter gezegd, zijn boutje en moertje. Hún boutje en moertje. Achtenveertig jaar geleden al het symbool van de liefde tussen twee personen. Nu, na maandag 13 april, voor heel veel mensen een voortdurende herinnering aan de man die toen meende niets te kunnen geven, maar zijn hele verdere leven alles gegeven heeft wat hij kon…

Jo,

jij stippelde de route uit
reed altijd vooraan in de stoet
ja, dat was jij ten voete uit
je deed het niet, of deed het goed

je reparatie skills, echt onbetwist
je leven lang daaraan besteed 
zocht steevast op wat je niet wist
en zo bleef je kennis up-to-date

alles kreeg je aan de praat
totdat je lichaam panne kreeg
technisch wist jij steeds wel raad
maar deze handleiding bleef leeg

toch pakte jij het heel goed aan 
beheerst, berustend en vertrouwd 
je hebt het op jouw manier gedaan
net als toen met moer en bout

één dag, vóór dat je zou gaan
liet jij het los en was je vrij…
en toch… ben jij voortaan
met elke ‘tas koffie’ er nog bij…

GvdM | 100426

Genomineerd.. en gepubliceerd!

Mijn gedicht ‘Mierenhopen’ krijgt een plek in de bundel van de Raadselige Roos! De Raadselige Roos is de jaarlijks terugkerende proza- en poëziewedstrijd van het Literair Café Venray. Opnieuw vereerd dat mijn gedicht is opgenomen in hun bundel. Zuster Marie-Claire heeft mij in de brugklas van Jerusalem (ik zat in 1D) ooit meegegeven, dat je best mocht delen waar je trots op was. Bij deze.

In 2019 deed ik voor het eerst mee met een gedicht. Het thema was toen ‘bevrijd’. De publieksjury bekroonde dat jaar mijn gedicht (gekozen uit 52 inzendingen) met de Rooje Roos publieksprijs. Daar was ik bijzonder trots op. Ik heb daar destijds een column aan gewijd, waarin ik het gedicht, maar ook het verhaal achter dat gedicht heb beschreven.

In 2020 deed ik opnieuw aan de wedstrijd mee met een gedicht. Dat jaar was het thema ‘Dwarsliggers’. Vijf gedichten (van in totaal 43 inzendingen) zijn toen door de vakjury en de publieksjury ook geschikt bevonden voor publicatie in de bundel. Daar zat ik weer bij en ook daar was ik trots op. Bovendien dankbaar en onder de indruk van het juryrapport, waarin de jury het best wel emotionele en ‘zware’ gedicht naar waarde wist te schatten..

Een aantal jaren daarna niet meegedaan, maar voor deze editie, 2025/2026 met het thema ‘vieren’, had ik wel weer een gedicht ingestuurd. Net als 64 anderen, die ook aan de poëziewedstrijd meededen. Zondag 12 april was de feestelijke bekendmaking van de winnaars en daar hoorde ik dat mijn gedicht bij de tien geselecteerden zat. Dus opnieuw trots.

Kunstenaars van Atelier Jerusalem hebben net als andere jaren beeldend werk gemaakt op basis van het thema. Wanneer de gedichten, die in een bundel gepubliceerd worden, bekend zijn, wordt aan elk gedicht een passend beeld gelinkt. Mooi hoe hier twee kunstvormen samenkomen.

Voor de geïnteresseerden en/of nieuwsgierigen heb ik hieronder de gedichten uit de bundels met het beeldende werk en de bijbehorende juryrapporten ‘klikbaar’ gemaakt. Zuster Marie-Claire zou trots op me zijn…

Afscheidswoorden…

Gisteren, woensdag 1 april, was het enorm druk in het Gasthoês, bij het afscheid van Theo Vullings uit Lottum. In de grote zaal stonden 160 stoelen, maar dat bleken er veel en veel te weinig om alle aanwezigen een zitplaats te bieden. Het leek wel of heel Lottum uitgelopen was om Theo de laatste eer te komen bewijzen. Ik heb twee ontmoetingen met Theo en zijn gezin gehad. Als ik zijn afscheid van gisteren mee tel, eigenlijk drie. En alle drie heel indrukwekkend. 

‘Theo wil op zijn afscheid zijn eigen slotwoord doen. Kun jij dat filmen?’ Deze vraag kreeg ik dinsdag 24 maart van Yvonne Vos van de gelijknamige uitvaartonderneming. Zij was op dat moment bij Theo en de vervolgvraag was of ik in de gelegenheid was om dat meteen te komen doen. Dat kwam uit, dus ik ben naar Lottum gereden. Daar ontmoette ik Theo en zijn vrouw José en hun gezin. Theo lag in de woonkamer in bed. Al weken, omdat zitten niet meer ging. Heldere blik en heel spraakzaam. Een stevige, warme handdruk gaf hij me. ‘Ik ben Theo’. 

Er ging een rust van hem uit, die ik bij anderen in gelijksoortige situaties ook weleens ervaren had. Een ongeneeslijke ziekte, die langzaamaan de strijd aan het winnen was, maar die niet kon winnen van de geestkracht van de zieke zelf. Theo had in samenspraak met zijn gezin, de euthanasiedatum bepaald. Op vrijdag 27 maart moest het gaan gebeuren. Donderdag 26 maart was zijn zoon Thomas nog jarig, dus dan kon het niet. Die verjaardag moest nog gevierd worden. 

Theo had Yvonne gevraagd -of eigenlijk op zijn eigen doortastende en ontwapenende manier ‘gedwongen’- om niet alleen zijn afscheid te régelen, maar ook zijn afscheid aan elkaar te praten. Yvonne en Theo hadden een band. Yvonne had jaren eerder met het gezin het afscheid van zoon Frank geregeld, die na een lange strijd tegen kanker overleden was. Ook een gebeurtenis die in Lottum destijds diepe indruk maakte. 

Ik zag een foto van Frank staan, in de boekenkast achter Theo’s bed. Daar stond ook Frank’s urn, die bijna helemaal verstopt was achter een meters lang snoer van fel gekleurde kralen dat, een keer of drie dubbelgevouwen, ook aan de boekenkast was bevestigd. Een bewijs van jarenlange behandelingen en een groot doorzettingsvermogen, dat uiteindelijk niet had mogen baten voor Frank en het gezin.  

En nu waren ze opnieuw in een soortgelijke situatie terecht gekomen. Theo was ervan overtuigd dat hij Frank weer ging ontmoeten. Natuurlijk was hij graag gezond geworden, na alle ingrepen die hij had doorstaan, maar als het dan toch niet anders was, dan moest het maar gaan zoals het ging. Met de foto van Frank en de kralenketting heel dichtbij, vertelde Theo die dinsdag honderduit. Uiteindelijk heb ik zijn slotwoord gefilmd en namen we afscheid met de afspraak dat ik zou proberen om hem het bewerkte filmpje nog naar zijn telefoon te appen. Hij wilde het namelijk nog graag van tevoren zien. 

Ik ben die dinsdagavond meteen aan de slag gegaan met het afmonteren van het filmpje en heb dat Theo op woensdag toegestuurd, met de opmerking dat ik er eventueel nog wat foto’s in zou kunnen monteren, als hij dat zou willen. Theo stuurde me die dag nog zes foto’s, met het verzoek om één van de foto’s als slotfoto te gebruiken: Theo zelf, op de rug gezien, met achter zich aan een hele kudde schapen. Een prachtig beeld. 

Van José kreeg ik donderdagochtend 26 maart alle andere foto’s die verdeeld moesten worden over vijf heel bewust door Theo uitgekozen muzieknummers. Omdat ik wist dat Theo die fotoseries ook nog graag wilde zien, heb ik die meteen gemaakt en kon ik donderdagmiddag bellen om te vragen of het uitkwam dat ik die fotoseries kon komen laten zien. Dat kon. Dus ik naar Lottum. De tweede ontmoeting. 

De hele kamer zat vol met familie, die allemaal op de verjaardag van Thomas waren gekomen. ‘Wil je een stuk vlaai?’, was het eerste dat ik hoorde, toen ik me aan iedereen had voorgesteld. En het tweede was dat ‘de HDMI-kabel al aan de televisie hing’. Van tevoren bedacht -misschien wel door Theo- zodat hij vanaf zijn bed alles goed zou kunnen zien. En dat pakte prima uit. De hele familie zag zich op verschillende foto’s zelf terug. Genietend en soms lachend gingen er opmerkingen over en weer. Ik meende te zien dat Theo daar op zijn manier erg van genoot. Na afloop heb ik Theo ter afscheid een hand gegeven. Opnieuw kreeg ik een stevige en warme handdruk en een uitgebreid woord van dank dat vanuit heel diep van zijn hart leek te komen. Indrukwekkend…  

Een dag later, vrijdag, heb ik daar nog vaak aan teruggedacht. Die ochtend appte Yvonne dat ze ook afscheid van Theo had genomen. Maar niet voordat ze, op dringend verzoek van Theo, hem het door haar geschreven voorwoord nog had voorgelezen. Zoals Theo ook zijn hele netwerk zelf had benaderd. Zijn broers en zussen, zijn vroegere werkgever, de voetbalclub, zijn huidige Vitelia-collega-commissarissen, zijn vrienden. Allemaal met de open vraag of men tijdens zijn afscheid wat wilde vertellen. En bij een bevestigend antwoord, of ze die verhalen dan a.u.b. ook nog aan hem wilden komen voorlezen. En iedereen deed dat met liefde. Theo had de gave om in zijn directheid ook heel aimabel te zijn en te blijven. Vanaf zijn ziekbed nam hij zo al van heel veel mensen afscheid. In alle rust, omdat het nu eenmaal ging zoals het ging en in de overtuiging dat hij Frank weer ging ontmoeten.. 

Tijdens zijn afscheidsdienst, gisteren 1 april, werden al die verhalen aan alle aanwezigen verteld. Afgewisseld met foto’s die de verhalen visueel maakten. Op het eind spraken Thomas en Johan, namens het gezin, iedereen nog toe. Maar het laatste woord was aan Theo zelf, die zich in zijn filmpje eerst nog een soort van verontschuldigde dat hij daar in beeld kwam (‘toch raar, ôp mien afscheidsdienst…’), maar vervolgens in alle rust alle aanwezigen bedankte en een aantal mensen nog in het bijzonder.  

‘..en daan haopelijk, oeit, tot ziens, ma ik haop daat dat nog lang moog dure. Groetjes vaan meej, kusjes, hoie wah…’. En daarna, op de muziek van Bob Marley, ‘Don’t worry, about a thing’, zagen we Theo op de rug en zoomde het beeld uit op een kudde schapen die hem volgden. ‘…cause every little thing, gonna be allright… don’t worry..’. Indrukwekkend.

Opschonen…

Het was nationaal te doen. Zaterdag 21 maart werd er opgeruimd in Nederland. En dus ook in Horst aan de Maas. Groepen mensen in gele hesjes gingen met knijpers en afvalzakken hun wijk of buurt in, om op te ruimen wat andere mensen in hun wijk of buurt aan rotzooi hadden achtergelaten. Rond Landgoed de Gortmeule, op Veld-Oostenrijk, kwam ik zo’n groep tegen. Opruimers bedoel ik. Of ik er een stukje over wilde schrijven, werd me door hen gevraagd. Uiteraard!

Ik maakte wat foto’s en vervolgde mijn eigen wandeling. Onderweg dacht ik na over de insteek van het stukje. Drie dagen geleden, woensdag 18 maart, vond er namelijk al een andere landelijke activiteit plaats. Ook in Horst aan de Maas. Zou het leuk zijn om die twee gebeurtenissen te combineren, vroeg ik me wandelend af. En zodoende.

De gemeenteraadsverkiezingen. Zou het toeval zijn dat er dan drie dagen later een landelijke opschoonactie plaatsvindt? Ik bedoel, omdat er over het hele land gezien blijkbaar weer rechtser gestemd is. Ook in Horst aan de Maas. Volgens de lijsttrekker van de partij die na woensdag de grootste werd, is dat het geval. In het duidingsdebat, een dag later, sprak hij dat uit. En ik las het daarna op zijn facebookpagina: ‘⅔ koos rechts/midden, ⅓ koos links’. Hij noemde onder andere de winst (van 2 naar 3 zetels) bij BVH en de VVD. In datzelfde duidingsdebat onderstreepte de lijsttrekker van BVH die constatering van de winnaar met een niet te verbergen enthousiasme.

Maar dit stukje zou over afval gaan. Over mensen die afval weggooien en over mensen die dat dan weer opruimen. Landelijke Opschoondagen zijn er jaarlijks twee, werd mij zaterdag verteld. Maar ik weet dat er door het jaar heen ook heel veel mensen in Horst aan de Maas dagelijks door hun wijk lopen, in een geel hesje, met een knijper en een afvalzak. Ze noemen zich Mooimakers. Ze ruimen bijna dagelijks zwerfafval op, omdat er ook bijna dagelijks afval achteloos wordt weggegooid.

Maar goed, de landelijke Opschoondag en de landelijke gemeenteraadsverkiezingen. Zijn er meer overeenkomsten? Ik zag in de weken vóór woensdag 18 maart vaak groepen mensen in gekleurde hesjes lopen. Rood, groen, oranje om maar wat kleuren te noemen. Politiek gedreven groepen mensen, die hun politieke voorkeur in clubkleuren lieten zien en hun politieke meningen lieten horen aan medebewoners. Aan ‘kleurloze’ inwoners die misschien even later de in hun handen gedrukte flyers achteloos op straat hebben laten vallen. 

Afval… gele hesjes. Opruimdag. Verkiezingsdag. Zwerfvuil. Uitslag. Hoe verhouden die géle hesjes zich tot al die anders gekleurde hesjes? Verschillend? Overeenkomsten? De mensen in de gele hesjes hebben waarschijnlijk woensdag 18 maart ook gewoon op één van die anders gekleurde hesjes gestemd. En sommige van de gekleurde hesjes liepen zaterdag misschien wel mee, nu in een geel hesje, met knijper en afvalzak. Dus.. wat moet er allemaal worden opgeschoond? Waar moeten we beginnen?

Ik kan wel zeggen dat ik over het algemeen respect heb voor alle mensen in gekleurde hesjes. Maakt niet uit of het in gele, rode, blauwe, groene of oranje hesjes is. Ze laten allemaal een betrokkenheid zien bij wat er in wijken, buurten, dorpen, ja zelfs in het hele land omgaat. Dat die betrokkenheid bij een bepaalde kleur hesje zich dan beperkt tot dorps- of landsgrenzen is dan wel weer jammer. Zeker als ze bepaalde groepen per definitie anders willen behandelen dan ‘eigen’ groepen. En erg genoeg, ook veel mensen zónder een gekleurd hesje zitten blijkbaar op die lijn. Zoals er ook mensen zijn, die achteloos hun rotzooi overal achterlaten.

Over beide fenomenen kan ik me soms best wel wat zorgen maken. Maar het zijn met name de gele hesjes, die me dan weer wat vertrouwen geven. Afgelopen zaterdag nog. En vooral de gele hesjes door het hele jaar heen. Nu de anders gekleurde hesjes nog, die maar een week of drie zichtbaar waren…

Voor Yvonne, Ger, Marjos, Martin en anderen, in gele hesjes

Vlak voor de verkiezingen…

Op de laatste dag voor de verkiezingen staan ze er. Op de dinsdagmarkt. Hun laatste flyers uit te delen. Bij de Lambertuskerk heb ik er al twee in mijn handen gedrukt gekregen. De eerste, door iemand van Essentie, die met name zijn eigen plek op de kieslijst er mee onder de aandacht brengt, maar waarop ook kort beschreven staat hoe zijn partij bij zijn visie aansluit. En de tweede flyer is van Leef. Met aan de ene kant hun hele kieslijst van 50 personen in het klein afgebeeld en aan de andere kant twaalf punten uit hun partijprogramma. 

Als ik niet meteen bij Gember naar binnen was gelopen, had ik ook nog de SP-flyer moeten aannemen. Wat ik trouwens in alle vriendelijkheid ook wel gedaan zou hebben. Ik hoor dat bij het gemeentehuis het BVH-campagneteam staat. Omdat ik naar Gember ging, hoefde ik daar niet aan voorbij. Maar hoe dan ook, dan hebben we in korte tijd al vier van de zeven partijen gehad en ik vermoed dat de overige drie ook wel ergens op de markt hebben gestaan.

Ik heb een paar dagen geleden het verkiezingsdebat op Omroep Horst aan de Maas teruggekeken. En ik heb daarna nog een drietal interviews met lijsttrekkers teruggeluisterd. Niet alle zeven, maar alleen die waar ik nieuwsgierig naar was. Want ik weet al op wie ik ga stemmen. En op wie zeker niet. Maar wat me na het debat en de interviews bezighoudt, is hoe die zeven lijsttrekkers met hun achterban, álle zeven op onderdelen vinden dat alleen zij daarvan lijken te weten wat goed is voor Horst aan de Maas. 

De een baseert die zelfverzekerdheid vooral op wat er de afgelopen vier jaar allemaal fout is gegaan. Terwijl de ander wat meer de toekomst in kijkt en de vooruitgang met name zoekt in samenwerking en het leren van fouten. Twee verschillende manieren van kijken die lijken te correleren met het gegeven of je de afgelopen vier jaar oppositie- of coalitiepartij was. Maar als je alle slogans van zeven verschillende flyers achter elkaar zou zetten, dan kan het eigenlijk niet anders dan dat de nieuwe gemeenteraad van Horst aan de Maas het de komende vier jaar, mét elkaar, nóg weer beter gaat doen. Beter, of op z’n minst anders dan de afgelopen vier jaar en alle jaren daarvoor. De een is daar in de campagne wat explicieter in dan de ander.

Respect voor al die campagneteams en voor het werk dat ze de afgelopen weken hebben verzet. Nu ook weer op de markt. Want als ik zie hoeveel marktgangers angstvallig de andere kant op kijken als een enthousiast partijlid hun kant op komt lopen, dan moet dat flyeren toch ook wel soms ontmoedigend zijn. Ondankbaar soms, als je merkt dat de grote meerderheid van de inwoners helemaal niet betrokken lijkt bij wat er zich de afgelopen vier jaar in de gemeentepolitiek heeft afgespeeld en waarschijnlijk ook niet geïnteresseerd is in wat er de komende vier jaar gaat gebeuren. 

Maar waar ik wel een beetje bang voor ben, dat is dat die apathie onder onze inwoners vooral die partijen in de kaart speelt, die hun huidige campagne met name baseren op wat er in hun ogen fout ging in de jaren hiervoor. Die partijen in de kaart speelt, die ‘vergeten’ wat goed ging, omdat dat hen in deze campagne beter uitkomt. Die beschuldigend naar de ander wijzen en vervolgens pretenderen dat alleen zij de mening van álle inwoners vertolken, met als enige argument dat alleen zij ‘naast de mensen’ staan. Terwijl ik vanmorgen op de markt eens te meer ervaren heb, dat álle partijen heel dicht bij en naast de inwoners staan. 

Afijn, we zullen woensdagavond 18 maart zien hoe die ‘nabijheid’ van de afgelopen weken uitpakt voor de toekomst. Als het opkomstpercentage weer rond de 50% ligt, dan is welke uitkomst dan ook, voor de helft van onze inwoners geen enkel probleem…

Germa’s vastenaovend…

Fred, Laura en Germa

Ik heb het gedicht ‘Germa en Fred’ voorgelezen, zoals ik Germa beloofd had. Voorgelezen op vrijdagavond 6 februari 2026, tijdens de presentatie van carnavalskrant de Klos. Het gedicht schreef ik op 7 december 2025 voor haar, met het voornemen om het in de Klos te laten publiceren. Dat voornemen en het gedicht heb ik haar geappt. Bijna per kerende post kreeg ik een appje terug, dat me ontroerde: ‘Geert, het is prachtig! Ik ben je zo dankbaar, zo ben ik er toch nog een beetje bij..’. Fred, haar partner, stuurde me een filmpje waarin Germa het gedicht zelf voorlas aan haar vriendin Laura. Ook bij het bekijken van dat filmpje voelde ik weer tranen prikken..

‘Dan ben ik er toch een beetje bij’.. Germa bedoelde de komende carnaval, waarvan ze wist dat ze dat feest niet meer zou halen. De eerste chemokuur om haar maagkanker en uitzaaiingen te bedwingen had niet het gewenste effect opgeleverd. Integendeel, ze was er eigenlijk alleen maar zieker van geworden. Toen de artsen een tweede chemokuur voorstelden, die enkel levensverlengend zou kunnen zijn, besloot Germa voor kwaliteit van leven te gaan inplaats voor kwantiteit. 

Vanaf dat moment pakte Germa de regie op de tijd die haar nog restte. Ze legde contact met Bob Noten Uitvaartverzorging en maakte afspraken met haar huisarts. Ik sprak Germa en Fred voor het eerst op 2 december vorig jaar, nadat Astrid van Rens, medewerker van Bob Noten, mij daarvoor benaderd had. ‘Ze kent jou’, had Astrid gezegd, ‘van het trommelen met carnaval’. Mijn vermoeden om wie het zou gaan werd bevestigd, toen ik Germa zag. Elke carnaval was er wel een moment dat we elkaar tegenkwamen. Zij kwam dan steevast vragen of ze even mocht trommelen. Vorige carnaval bleek de laatste keer te zijn geweest.

Germa had haar afscheidsdienst op papier al helemaal uitgewerkt. Haar levensverhaal had ze op twee manieren uitgeschreven. Puntsgewijs en als een lopend verhaal. De foto’s die ze graag getoond wilde hebben bij haar afscheid had ze al uitgezocht. De muziek die ze mooi vond, stond op een memorystick. Ze vertelde over haar wensen, staande en af en toe lopend, zichzelf enigszins ondersteunend aan een verrijdbare morfinestandaard. In overleg met Fred en haar huisarts werd een definitieve datum bepaald, waarop Germa haar lijden beëindigd wilde zien. Omdat ze geen afscheid wilde nemen op de verjaardag van Fred werd die datum over een weekend heen getild. Maar of ze die datum zou gaan halen, was nog maar de vraag. Germa leek het antwoord te kennen. Zij had de regie. 

Ik was onder de indruk van haar geestelijke kracht. Lichamelijk had ze heel weinig meer bij te zetten. Zitten was moeilijk en dankzij de morfine kon de pijn draaglijk worden gehouden. Maar tot op zekere hoogte, want ze wilde helder genoeg blijven om alles te regelen, wat ze graag nog zelf wilde regelen. Ze vroeg me of ik van al haar verzamelde voorwerk één geheel kon maken. Ik vertelde haar over mijn werkwijze en dat ik dat zeker voor haar kon doen. Ook noemde ik het gedicht, als een persoonlijke noot waarmee ik afscheidsdiensten meestal besloot. Dat zou ze heel fijn vinden, vertelde ze me.

Ik ben diezelfde avond aan de slag gegaan, wetende dat haar gezondheid heel broos was. Ik wist ook dat ze nog wel heel graag de complete inhoud van haar afscheidsdienst zelf wilde kennen. Allereerst zette ik de door haar uitgekozen foto’s samen met haar muziek in een vijftal presentaties. Een dag later hebben we die samen bekeken. Als je zelf de foto’s van je leven op muziek voorbij ziet komen, dan is dat een diep emotionele ervaring. Foto’s van haar kindertijd, met haar vriendinnen, de momenten met Fred en zijn kinderen. De foto’s van carnaval. We spraken daar samen nog over. Die zaterdagavond schreef ik een gedicht, dat ik weer een dag later met haar en Fred kon delen. Het gedicht dat haar afscheidsdienst op 15 december 2025 zou besluiten…

Germa,

natuurlijk ging het veel te vlug, maar 
misschien kijk je nu wel met ons mee

en heb je je ouders daar teruggezien
vloog je met hen al over zee

hoe is het daar waar je nu bent?
is carnaval er ook bekend?

stel dat je daar ook trommels ziet
waarop je hemels los kunt gaan

ja dan, zal ons verdriet van nu
straks zeker ook weer overgaan…

Ze was er blij mee, schreef Germa. Het gaf troost, zei Fred. En het is altijd fijn wanneer zo’n afsluitend gedicht, gebaseerd op het verhaal van degenen waarvoor het geschreven is, ook resoneert bij de betrokkenen. 

Maar Germa’s situatie liet me niet los. Diezelfde dag schreef ik een tweede gedicht over onze carnavals- en trommelontmoetingen. Dat gedicht heb ik vrijdag 6 februari, aan het begin van de Klospresentatie voorgelezen voor een 500-tal aanwezigen. Zoals ik haar en Fred had beloofd. En wie weet, was Germa er inderdaad ook een beetje bij. In ieder geval in gedachten.

Germa en Fred…

ik heb mien tróm ál bes wát jaor
en heb dur hiël veul óp gehouwd
en aalt, ás ik dán urges waor,
dá vulde dát ál gauw vertrouwd

zütjes beginne, ni te hárt
en bitje spienze, niemus kwaod?
dá langzaam vlotter, volle vaart
geconcentreerd en in de maot

hiël duk zaog ik eur ál vá wiet
dá waas ut áltied vaste prik
ur stilzwiegend ‘leuk dát ge dur ziet’
má in eur oege stoong: móg ik?

ze lüsterde iërs vur ze begós
en sloog dá langzaam ritmies mei
en hürde ze dát ut sneller mós
dá goof ze ‘t tempo ennen drei

helaas môs zeej vur áltiëd gaon
ut lot stook dur en stökske veur
ma ás ik ôp miën tróm goj slaon
is iëne roffel straks vur eur…

Walter…

Walter…

Gisteren condoleerde ik zijn zoon Stefan via de mail.

Hallo Stefan,

Ik had het gerucht in Horst al opgevangen maar las net de overlijdensadvertentie van je vader op Nu Horst aan de Maas. Mooie foto van hem, die jullie daar gekozen hebben.

Ik wil je bij deze van harte condoleren. Ik heb je vader heel vaak door Horst zien wandelen. Er heeft wat mij betreft altijd een soort mooie onaantastbaarheid rondom hem heen gehangen.

We zijn elkaar een paar keer tegengekomen bij Gember, maar daar zag ik hem ook regelmatig alleen binnenkomen en plaatsnemen. Bedachtzaam en erudiet. Mooie man…

Heel veel sterkte gewenst, vrijdag bij het afscheid.

Groet,

Geert van den Munckhof

Die vrijdag van het afscheid was vandaag, 6 februari. Op mijn vaste dagelijkse wandeling besloot ik een route te lopen die langs het huis van Walter ten Brink zou leiden. Als een soort stil eerbetoon aan de man, die de route van zijn huis naar het centrum van Horst zelf ook zo vaak gelopen had. Die ochtend was volgens de rouwbrief het besloten afscheid. Toen ik het pad naar zijn huis voorbij wandelde, zag ik al een paar mensen buiten met elkaar in gesprek. Het lange, mooie pad naar zijn huis. Ik heb daar ooit al wat over geschreven.

Dat ik er toen over schreef, en er ook een gedicht over maakte, had alles te maken met het gegeven dat zijn vrouw Hanni toen net overleden was. Over haar ziekteproces en over Hanni zelf heb ik ook ooit geschreven.

Die twee verhalen zijn tot stand gekomen op de plek, waar ik vaker schrijf, bij de oude eik en het kruis bij de Gortmeule. En ook vandaag besloot ik daar voorbij te wandelen. Ik herinnerde me momenten dat ik er op het bankje zat en dat Walter ten Brink me tegemoet liep, vriendelijk knikte, vertelde dat hij dat rondje vaker maakte, ter afscheid me een goededag wenste, en weer verder schreed. Met diezelfde mooie, vriendelijke onaantastbaarheid.

Nu zag ik van een afstand een auto bij de eik geparkeerd staan. Er stonden een paar fietsen en er waren drie personen bezig. Toen ik hen voorbij liep, sprak een van hen me aan. We raakten aan de praat en ze vertelden me waar ze mee bezig waren geweest. Laat ik het zo samenvatten, dat ze op die mooie plek een hele eervolle rituele handeling hadden verricht, die te maken had met de as van hun ouders.

Terwijl we spraken, kwamen Ton en Fien van de Gortmeule aangefietst. Ze stopten even omdat ze in een van de drie mannen een bekende zagen. Een kort gesprekje volgde. Ton en Fien bleken op weg te zijn naar het afscheid van Walter ten Brink, dus vervolgden hun weg. Ook ik liep verder en dacht na over de dingen die gebeurden. Over levenspaden die bewandeld werden. Paden waar ik nu zelf ook over liep. Letterlijk en figuurlijk. Gebeurtenissen die ‘op je pad’ komen.

Over het pad naar huize Ten Brink, waar Hanni ooit samen met Walter liep. Het pad, waar Hanni, na haar overlijden een laatste keer begeleid is door Walter en hun zoons Stefan en Guido met aanhang. Met in gedachten waarschijnlijk ook hun kinderen die ze bij leven al hadden moeten missen: Claudia, Maurits en Judith. En vandaag zou ook Walter over dat pad zijn laatste reis gaan maken. Het gezin zou hem daarin begeleiden, stond op de rouwkaart van Walter. Naar zijn laatste rustplaats bij Hanni op de begraafplaats in Horst.

Het gezin. Ik vergeleek de rouwkaart van Hanni, die 26 juni 2020 overleed, met die van Walter en zag dat ‘het gezin’ in zes jaar tijd ‘gegroeid’ is. Bij Hannie las ik Claudia(†), Stefan en Jenny, Luc en Martijn, Maurits(†), Claudia, Thomas, Judith(†), Guido en Mirjam, Casper en Amber. Op de rouwkaart van Walter had Martijn er een Sietske bij, Claudia een Kevin, Thomas een Loïs, Casper een Lieke en Amber een Arvind. Walter was volgens de kaart pa, schoonvader en ook trotse opa. Zoals Hanni destijds ma, schoonmoeder en trotse oma was. Weliswaar toen van iets minder ‘kleinkinderen’.

Hanni en Walter. Allebei in hun leven markante persoonlijkheden in Horst en ver daarbuiten. Hanni’s kleinkinderen, zes jaar geleden, zijn iets minder kleine kleinkinderen nu. Zij bewandelen hun eigen levenspaden. Daar was Walter trots op. En ik denk dat iets van die trots ook altijd heeft doorgeschenen in die mooie onaantastbaarheid die over hem heen hing, als je hem zag wandelen. Omdat hij begreep dat levenspaden weliswaar eindig zijn, maar toch altijd doorlopen…