Twijfel…

een boom liet al zijn wortels los
om zo een brug te maken
de wind die had hem overtuigd
dat hij zo verder zou geraken

want hoe lang stond hij al niet daar
steeds vast geworteld in de grond
werd het geen tijd, zo blies de wind
dat hij iets anders voor zich vond

uiteindelijk ging hij dus maar om
hoewel hij nog wat twijfels had
en zag, toen hij gevallen was
waar wortels waren, een groot gat

daar had de boom niet aan gedacht
een brug dat was dan wel gelukt
maar miste hij niet juist zijn kracht
zo, van zijn wortels losgerukt…

Kruispunt..

een kat die nog wat twijfelt
maar dan toch oversteekt
een kruispunt van twee wegen
en wind die tot me spreekt

de zon speelt met de wolken
verstopt zich en verbleekt
de schaduw aait het kruispunt
dat niets zegt en toch preekt

met zinnen zonder woorden
zo wijs want niet gefaket
het kruispunt van twee wegen
dat twijfel stil doorbreekt

Koolwitje als gezelschap

Meningen…

Twijfel

Ik twijfel of ik er iets van moet zeggen. Maar iets in mij zet me aan om het wel te doen. Iets te zeggen, namelijk, over meningen die mensen kenbaar maken. Vooral sociale media, zoals Twitter en Facebook, staan er vol mee. In mijn geval is het vooral Facebook (Twitter gebruik ik alleen maar passief), waarin mij regelmatig meningen worden voorgeschoteld, die afkomstig zijn van mijn Facebookvrienden. Dat is niet zo vreemd. Het is inherent aan dat platform en ik maak er tenslotte vrijwillig deel van uit. Vrijheid van meningsuiting en zo. Daar kun je toch niet op tegen zijn…

Klopt. En toch. Ik vraag me steeds vaker af wat iemand er mee opschiet, met het delen van zijn of haar mening. Maar vooral, wat de diepere motivatie of onbedwingbare drang is van iemand om zijn expliciete mening over wat dan ook via Facebook kenbaar te maken. En wat me ook bezighoudt, gaat over de manier waarop de meningen vaak geformuleerd zijn. Wát is het dat mij raakt, in een uitgebreid verhaal over de visie van vriend x of de tegenovergestelde visie van vriend y, of wat stoot me daarin juist af? En misschien nog wel belangrijker: Wat zegt dat over mij? Want het dilemma van dit alles: Is wat ik hierover opschrijf eigenlijk ook niet slechts een mening? Dus vandaar mijn twijfel. En toch de stap om hier iets over te zeggen.

Associaties

Als ik er over nadenk, dan komen er een aantal woorden bovendrijven. ‘Twijfel’, ‘vooringenomenheid’, ‘invoelingsvermogen’, ‘acceptatie’, ‘verzet’, ‘zekerheid’ en ‘begrip’. En vóór al die woorden zou ik ‘te weinig’ of ‘te veel’ willen zetten, om aan te geven wat me raakt in veel meningen die ik langs zie komen. Te weinig twijfel bij te veel vooringenomenheid. Te weinig invoelingsvermogen voor andere meningen, of te weinig acceptatie dat die andere opvatting er ook mag zijn. Te veel verzet en te weinig begrip. Of teveel begrip bij te weinig zekerheid. Want ónder veel meningen staan weer meelevende reacties waarvan ik niet altijd de indruk heb dat ze gebaseerd zijn op gedegen zelfonderzoek of gefundeerde eensgezindheid met de vertolker van de mening. 

Maar ja, wat moet ik er verder mee? Maakt het uit wat ik er van vind? Is tenslotte ook maar een mening. Nou wil het toeval (…) dat ik net twee boeken van Eckhart Tolle (*) gelezen heb, die daarin spreekt over de waarde van het Nu en het zijn in het moment. Hij heeft het over het ego, dat leven in het Nu juist wil voorkomen en het Nu daarom vooral gebruikt als springplank naar de toekomst, al dan niet gebruikmakend van het verleden. Sinds dat ik het tweede boek bijna uit heb, gaat er steeds vaker een zinnetje door mijn hoofd, waar ik nog een keer iets mee wil doen: ‘Eckhart Tolle, ik begrijp hem nog niet ten volle..’. Maar ik herken en constateer wel dat veel meningen hun oorsprong vinden in het verleden of gericht zijn op de toekomst. 

Besef

Verstand, gevoel en argumenten vechten vervolgens om het gelijk. Het lijkt een zich alsmaar herhalende en verhardende strijd over oorzaken in het verleden en gevolgen voor de toekomst. Maar wat ik steeds meer besef, is dat hoe uitgesprokener meningen zijn, hoe minder ze bijdragen aan oplossingen. Omdat die het vooral moeten hebben van samenwerking en harmonie. En nog meer ligt die oplossing mogelijk vooral in jezelf. Kwalificaties als ‘complotgekkies’ of zinnen als ‘wie dat niet snapt, spoort niet’, werken polariserend en verharden de standpunten. Wat minder expliciet, maar juist daardoor misschien nog wel meer misleidend zijn de verfijnd in de tekst verweven kwalificaties van de ander of de andere mening en de verstopte retorische vragen, die geen ruimte laten voor alternatieve antwoorden.

Er is meer dan slechts één mening. Als je toch vasthoudt aan die éne mening en je voelt de drang om die vervolgens met mij te delen, weet dan dat ik er niet per definitie op reageer met eens of oneens. Ik kijk wel naar het moment. En waarschijnlijk twijfel ik dan of ik er iets van moet zeggen. Maar wacht even, misschien is het dat wel! Dat vrijheid van meningsuiting te weinig wordt gezien als het gewoon even niet uiten van je mening? Of -zonder dubbele ontkenning- en niet als een retorische vraag verhuld, geponeerd als slotstelling: Vrijheid van meningsuiting wordt teveel gezien als het móeten uiten van je mening… Het is een drang waar ik in ieder geval niet aan zou willen toegeven. Dat laatste is een doel, geen mening. We leren elke dag bij. Maar dat is wel weer een mening. Denk ik…

Foto van Unspash.com | Michelle Bonkosky

(*)
1.Eckhart Tolle: Een nieuwe aarde (de uitdaging van deze tijd)
2. Eckhart Tolle: De kracht van het Nu (Gids voor een bewust en gelukkig leven)

Blue monday…

IJskoude vrieslucht en geen wolkje aan de hemel. In de krant lees ik dat het vandaag ‘Blue monday’ is. De meest deprimerende dag van het jaar, citeer ik de krant, die verder vermeld dat het ‘een verzinsel is van de Britse psycholoog Cliff Amall’. Die bedacht een formule, waarin hij gegevens stopte over het weer, schulden en salaris, en waaruit hij vervolgens concludeerde dat de meeste mensen zich op de derde maandag in januari neerslachtig voelen.

Blauwe maandag dus vandaag. Ik kijk naar buiten, voel hoe ik me voel en schat in of ik bij ‘de meeste mensen’ hoor, of dat ik buiten die statistiek val. Meteen schiet me een zin te binnen die ik eerder las op Facebook: ‘Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet’. Dat ik daar meteen aan moet denken, terwijl ik probeer in te voelen hoe het zit met mijn ‘neerslachtigheid’, zegt dat iets? Is humor of sarcasme het rookgordijn voor neerslachtigheid?

Wel een intrigerend woord, trouwens. Neerslachtig. Het is afgeleid van het verouderde woord ‘neerslacht’, wat ‘het neerslaan’ betekent. Met de toevoeging ‘-ig’ wordt het omschreven als ‘erg somber zijnde’. Eén synoniem wordt er van gevonden: Moedeloos. Maar neerslachtigheid komt wel als synoniem terug bij een groot aantal andere trefwoorden. Droevig, lusteloos, bedrukt, droefgeestig, gedrukt, depressief, droef, mistroostig, down, somber. Elk trefwoord heeft vervolgens weer z’n eigen synoniemen. Daar gaan we.

Ja, het is nogal wat, dat je kunt zijn op deze maandag in januari. Zet je schrap: Bedroefd, beroerd, malheureus, melancholiek, naar, naargeestig, ongelukkig, smartelijk, teneergeslagen, treurig, triest, verdrietig, zwaarmoedig, lusteloos, apatisch, energieloos, futloos, hangerig, indolent, lamlendig, mat, melig, ongeanimeerd, onverschillig, passief, slap, traag, bekommerd, bezwaard, sip, stilletjes, morose, ontmoedigd, versaagd, nors, pessimistisch, stuurs, tobberig, vreugdeloos, zwartgallig, melancholisch, gedeprimeerd.

Je zou zo de neerwaartse spiraal ingezogen kunnen worden door al die triestigheid… Dus dan toch maar snel weer even naar buiten gekeken. De lucht is gelukkig nog steeds stralend blauw. Gisteren werd me de laatste kans geboden om een annuleringsverzekering af te sluiten voor ons bezoek aan Noorwegen, maart aanstaande. ‘Laatste kans’. Het stond er werkelijk bij. Alleen daarom al stootte het aanbod me af en heb ik er niet op gereageerd. Vanochtend dacht ik daar even aan terug en wist niet zeker of ik er goed aan had gedaan. Je weet tenslotte maar nooit…

Twijfel. Ik zie het niet terug bij alle synoniemen. Of angst. Terwijl heel veel misschien juist wel daarop is terug te voeren. En als dat inderdaad zo is, is het dan denkbaar dat je die angst zou kunnen loslaten? Zodat je minder hoeft te twijfelen of je je neerslachtig voelt, omdat het toevallig de derde maandag in januari is. Loslaten ook, omdat het gegeven dat je ‘het toch niet overleeft’, juist alle tijd die daaraan voorafgaat, serieus belangrijk maakt. Geen twijfel mogelijk. Ook op andere dagen in de week kan het vriezen, terwijl toch de zon schijnt.

Ik moet alleen nog even ‘indolent’ en ‘morose’ opzoeken, voordat ik vanmiddag ga hardlopen…

Portret van een morose man
Portret van een morose man (Schilder: Guercino (Giovanni Francesco Barbieri))

Het zoete van zout…

Vanmiddag ben ik begonnen aan een gedicht. Ik wilde een onbestemd gevoel in woorden vangen. Maar ja, onbestemd hè… Dan begin je eigenlijk al heel lastig. Wat ik voelde? Een mix van voortschrijdende tijd en machteloosheid. Berusting en tevredenheid. Maar ook twijfel. Het eigenlijk voortdurend ook niet precies weten waarom en daar maar zo nu en dan echt mee zitten, lijkt het. En toch…

Terugkerende vragen over wat er om me heen en in de wereld gebeurt, houden me wel bezig. Bewondering en verwondering over wat ik lees, zie en hoor. Wat is mijn rol in dat alles, vraag ik me af. Wat wil ik precies en wat doe ik daar voor. Of wat moet ik er misschien wel voor laten? Ik probeer als een soort objectieve toeschouwer naar mezelf te kijken om te ontdekken waar mijn gedachten over gaan. Als die toeschouwer ze onder woorden kan brengen, beschrijven ze dan dat onbestemde gevoel? En als ik ze opschrijf, voor wie doe ik dat dan? Voor die toeschouwer die ik zelf ben?

Toch deel ik het op mijn blog. Waarom? Ik kies er voor mijn twijfel om te zetten in een besluit. Ik schrijf het in eerste instantie voor mezelf, maar geef toe aan de drang om het daarna te delen. Ik wil niet de enige toeschouwer zijn. Wie weet, staat er iets in, waar anderen ook een onbestemd gevoel over hebben. En wie weet, hebben ze iets aan de gevonden woorden.

Deze avond heb ik mijn hoofd gebroken over de inleiding hierboven. Het gedicht had dat nodig, vond ik. Dus opnieuw besloten om te doen wat ik dacht. En stiekem heb ik hier en daar het gedicht zonet ook nog wat opgepoetst. Maar daar zie je niks meer van…

Het zoete zout

De dingen die je denkt,
in woorden tracht te vangen,
is aandacht die je schenkt
aan onvervuld verlangen.

Het lot, dat huilt en wenkt,
van jong naar langzaam oud.
Wat nooit gebracht is, brengt
het lief naar langzaam stout.

Dat lot dat lachend zwenkt,
van fier rechtop naar hangen.
Dat trots zijn tranen plengt,
in dag-en-nacht gezangen.

Die moed, heel laf gekrenkt,
door altijd van dat bange.
De koude angst verzengt,
het niet vervuld verlangen.

Toch, welke woorden je ook kiest,
doet goed, die aandacht vangen.
Wanneer je macht of moed verliest:
Proef zoet het zout op wangen!

edi-libedinsky-700023-unsplash

Foto: Edi Libedinsky

Wijsheid is vooruitgeschoven twijfel

De afgelopen dagen heb ik opnieuw een paar keer de opmerking ‘wat is wijsheid’ gehoord. Niet uitgesproken met een vraagteken, maar wel een beetje zo bedoeld. Een vraag waarin het antwoord lijkt te zijn inbegrepen. ‘Retorisch’ heet dat volgens mij. Omdat ik niet meteen op het woord ‘retorisch’ kon komen, heb ik dat via Google opgezocht. Poeh, dan schrik je wel even. Ik wil alleen ‘retorisch’ vinden, maar ik word geconfronteerd met nog veel meer vraagsoorten. Komen ze: Open, gesloten en keuzevraag; directe en indirecte vraag; gerichte of lineaire vraag; strategische vraag; reflectieve vraag; retournerende vraag; doorvraag; relationele en circulaire vraag; negatieve vraag; suggestieve vraag; retorische vraag -die zocht ik- en, om het lijstje af te ronden, de hypothetische vraag.

Boven die indrukwekkende lijst staat dat een vraag een zin is die bedoeld is om informatie in te winnen, een verzoek te uiten of tot denken aan te zetten. Nou, dat laatste aspekt, dat werkt… Was ‘wat is wijsheid’ al die keren wel retorisch bedoeld, vraag ik me af. Of zou de opmerking misschien met een suggestieve danwel hypothetische bedoeling zijn gemaakt? En misschien zit er daarom wel verschil tussen wat de één met ‘wat is wijsheid’ bedoelt en wat de ander met zo’n opmerking voor ogen heeft. Wat is wijsheid, vraag ik me nu eigenlijk -nóg meer dan daarnet- af…

Ik stoei wat met bedenksels als ‘wijsheid is uitgestelde angst’ en ‘wijsheid is vooruitgeschoven twijfel’. Om de reden daarvan duidelijk te maken moet ik even de situatie schetsen waarin de opmerking werd gemaakt. We zaten met z’n tweeën te praten over een confronterend en emotioneel onderwerp. Het onderwerp maakte bij ons allebei wat los, maar of het ook dezelfde gedachten of vragen opriep,  dat werd me niet duidelijk. Niet, wat de emotie aanging en niet wat de confrontatie betrof. Het op het eind uitgesproken ‘tja, wat is wijsheid…’ maakte dat we er in ieder geval over eens waren, dat de tijd het ons misschien wel zou leren. We verwachtten van elkaar op dat moment geen antwoord. We wisten immers niet wat ‘wijsheid’ was. Wel was er twijfel. En misschien zelfs angst?

Dus ‘wat is wijsheid’? Goed omgaan met die twijfel? Niet laten leiden door angst? Tijd het werk laten doen? Van allemaal een beetje? Ik denk het. Maar wijsheid is vooral dóen. Niet alleen tijd het werk, maar ondertussen ook zelf aan de slag! Want je kunt je zóveel afvragen. Direct of indirect, strategisch of hypothetisch. Je kunt alsmaar blijven reflecteren op van alles en nog wat en onophoudelijke suggesties doen hoe het misschien ook zou kunnen. Je kunt over en weer blijven doorvragen, relationeel, circulair ja zelfs lineair. Maar, hoe goed bedoeld ook, dat schiet allemaal niet op. Schuif dus maar even vooruit, die twijfel. Stel de angst gewoon een tijdje uit. En dóe vooral. Dat is wijsheid. Uitgestelde angst. Vooruitgeschoven twijfel. En vooral dóen! Ik weet het zeker.

PS Voor degene die zich bij het bovenstaande toch nog van alles afvragen. Hieronder een wijze link…
“>http://nl.wikipedia.org/wiki/Vraag_(taal)#Retorische_vraag

Draai kwijt…

Al een paar maanden bezig om mijn draai weer te vinden. Niet echt kwijt, dus het zoeken valt wel mee, maar toch. Wat me vooral bezighoudt is de gedachte om mijn draai kwijt te raken. Het laat me vraagtekens zetten bij momenten die normaalgesproken een uitroepteken krijgen. En als het al geen uitroepteken is, dan is het toch op z’n minst een punt. Woordspelingen! Gekunsteld en daarmee een voorbeeld van die draai die ik aan het verliezen ben…

Even kijken. De gedachte helpt dat als je iets echt kwijt bent, op den duur het zoeken ook wel ophoudt. Toch? Andere dingen komen er hopelijk voor in de plaats. Maar tot die tijd kijk ik nog even. Je weet maar nooit. Waar ik al gekeken heb? Op m’n werk bijvoorbeeld. Daar zoek ik nog even verder. Wanneer er tijd voor is. Dat wil namelijk nog wel eens een probleem zijn. Door het werken blijft er weinig tijd over om je draai daar te vinden. Hmm.

Ik heb ook gekeken naar mijn thuissituatie. Waar het allemaal om draait, zeg maar. Dáár je draai niet kunnen vinden, is minstens net zo erg als op je werk. En hoewel er meer tijd is om te zoeken, blijkt het lastig om me daar aan over te geven. Geen tijd op het werk om mijn draai te vinden en teveel tijd thuis, die ik niet aan het zoeken besteed. Tja. En nou?

Wat je niet vindt, ligt op een plek waar je nog niet gekeken hebt. Dus waar zou ik mijn draai nog meer kunnen terugvinden? Behalve thuis en op mijn werk bedoel ik. Heeft het überhaubt zin om ergens anders te zoeken, vraag ik me af, terwijl ik ‘werk’ en ‘thuis’ opschrijf. En wat gebeurt er als ik mijn draai ‘ergens anders’ vind? Wat zegt dan van mijn werk? Van thuis? Of is een andere draai juist de ommekeer? Woordspeling! Oeioei…

Want, woordspelingen lijken zo af te leiden van datgene waar het in de kern om gaat. Als je de draak steekt met je eigen zoektocht, wil je dan wel vinden wat je zoekt? Van de andere kant:  een beetje humor kan ook weer geen kwaad. Ik weet het niet. Helpt de gestructureerdheid van taal me op het pad naar wat ik zoek? Het is in ieder geval een poging waard. Dus daarom laat ik dit gewoon allemaal lekker staan. In verhullende zinnen, die als een hooiberg verstoppen wat steekt. Morgen zal hopelijk blijken dat het slechts een speldenprik is. Morgen. Maar hoe draai ik me door vandaag?