Sraar..

Afgelopen donderdag mocht ik de afscheidsdienst begeleiden van Sraar van den Beuken. Op negentigjarige leeftijd overleden na een veelzijdig en productief en vooral ook muzikaal leven. De verhalen die over hem werden verteld spraken boekdelen. Muziek was zijn grote passie. Er naar luisteren en vooral zelf maken. Sraar was tot aan z’n dood lid van de Koninklijke Harmonie van Horst. In totaal meer dan 72 jaar! Een periode waarin hij ontzettend veel voor de Harmonie heeft betekend. Maar de Harmonie, op haar beurt, ook voor Sraar.

Zijn afscheidsdienst was op donderdagochtend 6 oktober. Vanaf de dag van zijn overlijden, op vrijdag 30 september, lag hij opgebaard in zijn woning aan de Kerkstraat, met zicht op het Lambertusplein. Op zijn eigen verzoek waren de gordijnen wat opengeschoven. De laatste weken van zijn leven had hij daar zijn bed staan. Zo kon hij voortdurend uitkijken over zijn geliefde Lambertusplein, de plek waar ook zijn ouderlijk huis aan lag. Er zijn die laatste weken veel herinneringen opgehaald tijdens de veelvuldige bezoeken van vrienden en kennissen en niet op de laatste plaats, van leden van zijn Harmonie.

Donderdag is een werkdag voor de meesten. Toch, toen de rouwauto Sraar thuis kwam halen, waren er veel leden van de Harmonie, die in vol ornaat een erehaag voor hem vormden. Ook dat was een stille wens van Sraar waaraan met liefde gehoor werd gegeven. Een mooi gebaar. Net als de serenade die de Harmonie aan hem bracht toen Sraar 16 juli van dit jaar negentig werd. Verrast en zeer ontroerd was hij op die memorabele verjaardag, toen hij, staande aan het raam, zijn Harmonie aan zag komen marcheren, zag stoppen voor zijn huis, en er vervolgens een prachtige serenade weerklonk .

Tijdens de afscheidsdienst was er opnieuw muziek van de Harmonie. Een ensemble speelde verschillende muziekstukken, waarvan er enkele ook op Sraar’s eigen voorkeurslijstje stonden. Die lijst had hij zijn zoon Rob gegeven om de dienst muzikaal op te luisteren. Behalve live muziek van de Harmonie was er muziek van zijn eigen hand. Carnavalsmuziek, die hij samen met zijn boezemvriend Wim Moorman in 1976 had gemaakt. ‘Wette waat ik waal woj wiëte, wurrum Wielke wazig waor. Doortje denkt daat deut daat dreenke, daat deut deen daan drie daag door’. Een legendarische tekst, die sindsdien tijdens elke carnaval wel ergens meegezongen is. En ook volgend jaar wel weer gezongen zal worden. Tijdloos.

Op zijn rouwkaart stond dat hij in plaats van bloemen liever had dat er werd bijgedragen aan muziekinstrumenten voor het jeugdorkest van de Harmonie. De president van de Harmonie, Paul Riswick, verwoordde het treffend tijdens de dienst. Misschien stimuleert Sraar daarmee, zo vertelde Paul, wel een jeugdlid dat net als Sraar vervolgens 72 jaar met veel plezier lid blijft. En dat betekent, vervolgde Paul, dat de Harmonie tot 2094 gebeiteld zit. Daarmee werd heel duidelijk hoe lang Sraar en de Harmonie een twee-eenheid vormden. Ook bijna tijdloos te noemen.

Toch was de Harmonie niet het enige in Sraar z’n leven. Op de allereerste plaats kwam toch wel zijn vrouw Liny en het was dan ook een grote schok toen zij in maart 2021 kwam te overlijden. In juni van dat jaar ontstond er een brand in zijn woning en moest Sraar noodgedwonen in een appartement op de Kranestraat gaan wonen. Hij miste zijn Lambertusplein, maar gelukkig kon hij daar 8 maanden later, in maart 2022, weer naar toe terug. Met hulp van Rob en Helmie, hun kinderen en vele vrienden heeft Sraar er de laatste maanden nog vaak voor het raam gestaan om naar buiten te kijken, over zijn geliefde plein.

Zo’n vijf weken geleden is Amee geboren, zijn achterkleinkind. Wat weken te vroeg, maar volgens kleindochter en moeder Laura moest dat misschien wel zo zijn, want anders had Sraar zijn achterkleinkind niet kunnen zien. De eigenlijke uitteldatum was daags voor Sraar’s overlijden. Mooi om te horen en op foto’s te zien hoe emotioneel en trots hij was. De emoties waarschijnlijk voor een deel ook omdat hij wist hoe graag Liny haar achterkleinkind nog zou hebben willen zien. Het leek wel alsof hij voor haar meegenoot.

De laatste weken heeft Sraar nog veel verteld over zijn leven. Aan vrienden en bekenden die op bezoek kwamen. Tijdens de dienst kwamen veel van die verhalen nog naar boven. Ger Gubbels vertelde over de tijd van de Mühltaler Musikanten. En over de carnavalstijd waarin Sraar en Wim als ‘De twië traoge’ jarenlang furore maakten. De kleindochters haalden herinneringen op aan hun opa en Rob had uit eigen herinnering en uit gesprekken met zijn vader heel veel mooie momenten paraat, die hij deelde met een volle aula. Het steeds weer klinkende applaus moet iedereen goed gedaan hebben. Het was applaus voor een leven dat gevierd mocht worden.

Als afsluiting heb ik een gedicht voorgelezen, dat ontstaan is uit de inspirerende verhalen die ik mocht horen in de voorbereiding van de afscheidsdienst. Inspirerend door de liefdevolle sfeer die ik proefde rondom Sraar. Bij zijn zoon Rob en zijn vrouw Helmie of bij hun kinderen. Onbaatzuchtige liefde, onmiskenbaar aanwezig bij de medewerkers van de buurtzorg die, vóór Sraar, ook Liny in haar laatste dagen hadden begeleid. Maar ook de liefdevolle betrokkenheid van alle mensen die hem bezochten, vóór en na zijn overlijden. Als het begrip ‘mensenmens’ een uitleg nodig zou hebben, dan zou al die liefdevolle aanwezigheid rondom Sraar daarvan een sprekend voorbeeld zijn. Mensen waarin liefde en verdriet samen één zijn geworden. Het gedicht is met name aan Sraar en Liny opgedragen, maar zeker ook aan alle mensen die dat gevoel herkennen.


de zôn die scheen
ovver ut plein
d’r veele boete blaar
weend blees ze zacht
vaan heer nao daor
en smeis ok beej elkaar

daat zaogde geej
iedere herfst
en duk vaanoet daobaove
aalwer en jaor
daat dôchte geej
gordiene aop geschaove

niggentig herfsten
zoë zeen ôntstaon
rechtôp, totdaat ut nimmer kôs
ge keekt nag steeds ovver oow plein
ok toen ge vriedaag ziet gegaon
en aan oow leste reis begôs

is zeej d’r ok
wao geej nouw ziet
stoong zeej in helder licht?
de weend, de blaar,
dicht beej elkaar
de gordiene moge dicht..

GvdM | 031022

Martien…

Van Lucie, die de dienst begeleidt, hoor ik dat Martien hersteld leek van corona en een longontsteking. Zijn overlijden, zondag 28 augustus, was abrupt en totaal niet verwacht. Zijn overlijdensbericht in de Hallo, daags voor zijn afscheidsdienst, was dat ook. Abrupt. Niet verwacht. Martien? Ik lees het bericht op donderdag 1 september. Als ik persoonlijk afscheid wil nemen, kan dat op diezelfde dag tot 19.45 uur in ‘t Gasthoes. Het is 19.45 uur. Ik besluit een dag later zijn afscheidsdienst bij te wonen.

Die dienst begint met de Bolero van Ravel. Van het begin tot het eind, alsmaar toenemend in kracht en intensiteit, tot er op het laatst een abrupt einde aan komt. Op de een of andere manier vind ik het helemaal passend bij Martien van de Kerkhof. Hij hield enorm van muziek.

Ik zie bekenden in het zaaltje van De Leste Geulde. Mensen van het eerste uur van de ziekenomroep, die via Rozah en Reindonk uitgegroeid is tot Omroep Horst aan de Maas. Martien was er een van. Hij hield van muziek en hij hield van de techniek om die muziek te laten horen.

Ik zie leden van D’n Dreumel. Martien is ooit door de carnavalsvereniging onderscheiden, zie ik op een van de foto’s die langs komt op muziek. Zeker verdiend die onderscheiding, want op Martien kon de vereniging bouwen als het over geluid ging. En hij zorgde lang voor de muziek waarop de dansgarde kon schitteren. Tot landskampioen toe.

Ik zie iemand van de Mühltaler, die me vertelt dat Martien niet alleen bij dit muziekgezelschap uit het verleden van grote waarde was, maar dat hij ook in de loop der jaren vriend aan huis was. Als het over geluid en geluidinstallaties ging, dan was Martien altijd bereid je daarover te adviseren.

Ik zie zijn directe familie vooraan zitten en alle overige familie, vrienden en bekenden daarachter en daarnaast. Deels genodigd, maar deels ook gekomen, omdat het overlijdensbericht in de Hallo hen daartoe uitnodigde. Net als ik.

Martien sprak ik regelmatig, als we elkaar ergens tegenkwamen. Bijvoorbeeld bij de jaarlijkse bijeenkomst van gedecoreerden die ik mocht presenteren. Want Martien was terecht Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Een foto van dat decoratiemoment, nog met toenmalig burgemeester Frissen, komt voorbij tijdens muziek. Ik zie Martien, wat kromgebogen door zijn ziekte, die de ridderorde trots in ontvangst neemt. Andere foto’s komen voorbij op muziek van Mozart en de Wazelvotte. Martiens muzieksmaak was heel breed.

Toen café Cambrinus nog bestond, schoof Martien zo nu en dan spontaan aan, aan de stamtafel. Zijn Parkinson maakte het drinken van een kop koffie soms tot een hele onderneming, maar hij had alles bij de hand om een eventueel ongelukje zelf te herstellen. Het mogelijke ongemak weerhield hem niet om zich te mengen in gezelschappen.

Ik hoorde Lucie vertellen dat Martien z’n slechthorendheid vroeger als kind pas laat werd opgemerkt. Maar toen hij eenmaal vooraan in de klas mocht zitten, ging hij met sprongen vooruit. Zijn markante uiterlijk gaf in de kindertijd vaak aanleiding tot ‘klieren’. Hij heeft zijn deel daarvan ongetwijfeld gehad. Maar het leek hem alleen nog maar sterker en zelfbewuster te hebben gemaakt. Martien deed zijn eigen ding. In de techniek en in de muziek.

Ik hoorde Lucie ook vertellen dat Martien als de beste kon liplezen. Hoe vaak zal hij op afstand genoten hebben van wat mensen onbespied over hem vertelden. Want Martien was een opvallende verschijning. Met zijn eigengemaakte skelter, met ingebouwde geluidsboxen en verschillende effecten. Zo kon hij het geluid van dichtslaande portieren nabootsen, tot grote verbazing soms van omstanders.

Uit het verhaal van Lucie hoor ik nog een andere anekdote, die Martien typeerde. Toen Parkinson het rijden op zijn skelter steeds lastiger maakte, vroeg hij bij de gemeente een driewieler aan. Daar kwam hij niet voor in aanmerking werd hem verteld. Wel voor een veel duurdere scootmobiel. Martien vond dat vreemd maar na verschillende pogingen voor een driewieler kwam er uiteindelijk toch een scootmobiel. Uit protest heeft hij de snelheid daarvan fors opgevoerd en zag je Martien soms met 50 km per uur door de straten gaan. En ik verwacht dat hij daar ook een muziekinstallatie op heeft gemonteerd, maar zover ging de overlevering niet.

Vanwege zijn abrupte overlijden heeft hij de muziek voor zijn afscheidsdienst mogelijk niet zelf uitgezocht. Van de andere kant zou het me niet verbazen dat hij daar wel al bij leven duidelijke keuzes in heeft gemaakt. Ravel, Mozart, Wazelvotte en Rowwen Hèze. Martien hield van muziek.

‘Enne gooje meens blieft aaltied laeve’. Op zijn gedachtenisprentje lees ik één zin: ‘Bijzondere mensen sterven niet, zij gaan wel, maar blijven toch voor altijd…’ .
Martien. De afdeling techniek in de hemel heeft er een gedreven persoon bij. Met 50 km per uur als het moet. En in Oostenrijk komt hij nu misschien wel zonder scootmobiel..

Hanny…

Ik slik als de zus van Hanny me het een dag later vertelt. Hoe Hanny’s zoontje van 10 voorzichtig zijn vinger opstak en vroeg: ‘Weten ze waaraan mama overleden is?…’

Hanny is dan net teruggebracht naar huis, nadat ze in het ziekenhuis onderzocht hebben, waaraan ze mogelijk gestorven is. De uitslag daarvan is nog niet bekend, dus de vraag van Lucien kan helaas nog niet worden beantwoord.

Er is al veel geregeld op Goede Vrijdag als ik aanschuif om met de familie de afscheidsdienst voor te bereiden. De rouwkaart is klaar en de tekst wordt nog eens zorgvuldig nagelezen. De foto van Hanny, die licht in de achtergrond van de kaart is verwerkt, dateert van drie weken eerder, vertelt haar man Peter me. Aan tafel zitten ook de broer en zus van Hanny, haar ouders en een broer van Peter. 

Een van de eerste dingen die ik hoor is een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Peter die wakker wordt van de wekker, die Hanny normaalgesproken altijd uitzet, omdat zij steevast iets eerder opstaat dan hij. Die ochtend niet. Peter die zich omdraait en in eerste instantie meent dat Hanny zich verslapen heeft, haar arm aanraakt en ervan schrikt hoe koud die aanvoelt. Peter die dan opstaat en Hanny niet wakker krijgt..

Op datzelfde moment gaat de telefoon op de slaapkamer. Peter ziet dat het de moeder is van Hanny en instinctief neemt hij op. Hanny’s vader is diezelfde nacht opgenomen op de hartpoli met hartritmestoornis. Zij wil melden dat Hanny’s vader vlak voor de cardioversie staat. Maar die mededeling kan ze niet afmaken. ‘Ik krijg Hanny niet wakker’ meldt Peter en hangt op. 

Aan de tafel waar ik dit verhaal hoor, zie ik Hanny’s vader en moeder bedrukt knikken. ‘Dat moet wel kortaf en bot hebben geklonken’, verontschuldigd Peter zich bij zijn schoonouders, die dat excuus resoluut wegwuiven.

Ik maak die ochtend aantekeningen van wat ik hoor en zie. Bijvoorbeeld de klasgenoten van Luciën en zijn tweelingzus Yanique, die zelfgemaakte afscheidscadeautjes komen brengen. Tientallen. De een nog fleuriger, groter en creatiever dan de ander. De keukentafel blijkt te klein. De bank in de kamer is net groot genoeg om een spandoek te dragen met daarop heel veel gekleurde handen en lieve wensen.

Ondertussen rinkelt de telefoon van Peter regelmatig. Het nieuws van Hanny’s plotselinge overlijden raakt veel mensen die hun medeleven willen betuigen. Tussen die momenten door maken we afspraken over de dienst, die donderdag na Pasen gepland wordt. Vanwege het grote aantal bezoekers dat verwacht wordt, gaat de dienst plaatsvinden in de kerk van Sevenum.

Die dag stroomt de kerk inderdaad zo goed als vol. Haar familie wordt welkom geheten door kapelaan Danny Horsch en samen begeleiden ze Hanny, die in haar eigen doeken gewikkeld is, naar een plek vooraan in de kerk. Vanaf dat moment volgen de indrukwekkende momenten elkaar op. 

Haar broer Frank, die mooie herinneringen ophaalt, haar neef Lars die namens de andere neven en nichten prachtige woorden spreekt. Die ook Luciën en Yanique ondersteunt als zij hun eigen woorden voor de volle kerk uitspreken. Diezelfde Lars, die een prachtige muzikale groet brengt aan Hanny, waarna Miriam Roodbeen nog ‘the rose’ live ten gehore brengt. De vriendengroep Kei Zat die gearmd een hechte kring vormt om Hanny heen. Een kring waar Peter en de tweeling onderdeel van uitmaken, als vanzelfsprekend teken dat ze ook in de toekomst op de steun van de vrienden kunnen rekenen.

De kinderen uit de klas van Luciën en Yanique vullen samen een vaas met bloemen. Een tweede vaas wordt van bloemen voorzien door de vriendengroep. Er is maar net plaats voor de vazen tussen het grote aantal andere bloemstukken dat zorgvuldig rondom Hanny is neergezet door de medewerkers van uitvaartzorg Yvonne Vos.

De kapelaan leest een bijbeltekst voor die hij samen met de ouders van Hanny heeft uitgezocht. Ook de absoute, het kerkelijke afscheid van Hanny, neemt hij voor zijn rekening. Tegen het einde van de dienst is er de korte maar emotionele oproep van Wilma, de zus van Peter, die alle aanwezigen meekrijgt in een indrukwekkend applaus voor Hanny.

Het persoonlijke afscheid door alle aanwezigen krijgt de aandacht die het verdient. Een hand of schouderklop voor Peter, een knuffel voor Hanny’s ouders of een aai over de bol van de tweeling. De steun is zichtbaar en voelbaar.

Het gedicht, waarmee ik de dienst mag afsluiten, is op diezelfde steun gebaseerd. De steun die Hanny gaf tijdens haar te korte leven en die ze nu eindeloos blijft geven door de voortdurende herinnering aan haar. Iedereen had het anders gewild. Maar dingen gaan zoals ze gaan.

Mariet…

Onlangs de afscheidsdienst mogen begeleiden van Mariet. Op haar gedachtenisprentje hadden haar broers en zussen drie korte zinnetjes laten zetten die haar karakter typeerden: ‘Eenvoudig maar zorgzaam. Nooit klagend, altijd stil dragend. Moedig ging je door, steeds weer’. 

Zorg voor anderen kenmerkte haar leven. Al heel jong kwam haar moeder te overlijden en nam zij als vanzelfsprekend die rol over. Haar jongste zus vertelde daar tijdens de dienst hele mooie dingen over. Mariet’s huwelijk kende mooie maar ook zorgelijke tijden. Ze wilden graag kinderen maar dat is nooit gelukt. De gezondheid van haar man liet met periodes te wensen over en uiteindelijk stierf hij veel te jong. Mariet bleef alleen, maar sloeg zich daarna prima door het leven heen. Met haar broers en zussen was er een goed contact, en met haar auto kwam ze regelmatig bij hen op bezoek. Toch leek er met de jaren wat te veranderen in dat contact. Ze werd steeds verstrooider en na een val in huis en een ziekenhuisopname bleek het niet meer verantwoord om Mariet alleen te laten wonen.

De laatste jaren van haar leven woonde ze daarom begeleid in Hof te Berkel. De dementie pleegde een steeds grotere aanslag op haar functioneren en op haar geheugen. Ze herkende op den duur haar broers en zussen niet meer, maar toch was er één persoon die ze bijna tot op het laatst bleef herkennen. 

Het was een aangetrouwd nichtje dat, sinds Mariet in Hof te Berkel verbleef, een speciale band met haar tante opbouwde. Van sommige van haar bezoeken aan ‘tante Mariet’ had ze filmopnames gemaakt. Die opnames hebben we tijdens de afscheidsdienst getoond. Te zien was hoe Mariet genoot van de momenten samen. Ze zei niet veel, maar een serene glimlach op haar gezicht sprak boekdelen. Als er muziek klonk, dan zag je die glimlach. Als de kinderen van haar nichtje op bezoek waren, dan was er die lach. 

Op de rouwkaart stonden klaprozen afgebeeld. Aan de binnenkant van het gedachtenisprentje ook. Mariet hield van de natuur. Hield van bloemen en van dieren. Aan de voorkant van het prentje zag je weer dezelfde glimlach als op de filmpjes. Ook toen er geen woorden meer waren om iets te zeggen, vertelde haar glimlach des te meer. 

Ik heb de indrukken verwoord in een gedicht, dat ik op het eind van de dienst heb voorgelezen.

je hield van bloemen
om hun kleuren
van kleine dingen
die gebeuren

je hield van dieren
en van mensen
van liedjes zingen
bloemengeuren

voor iedereen
stond jij steeds klaar
eenvoudig, zorgzaam
altijd daar

waar anderen 
je nodig hadden
was jij 
met vriendelijke lach

zo ging jij 
door het leven
je plukte het 
van dag tot dag

de laatste jaren, 
teer bemind
kreeg jij de blijdschap 
van een kind

zo ben je 
van ons heengegaan
een engel wees je 
naar het licht

wat blijft
en dat zal nooit vergaan
die lieve lach 
op jouw gezicht..

Christa…

De aanleiding is uiterst triest. Na vier jaar strijd is Christa Wagemans – Van Rens gestorven. Slechts 33 jaar oud geworden. Haar man Niek en haar twee zoons, Sef (6) en Lex (4), die ze ‘eur manne’ noemde, ‘eur kèls’, blijven achter. Vrijdag 1 april was haar afscheidsdienst die ik mocht begeleiden, samen met Yvonne Vos van de gelijknamige uitvaartzorgorganisatie. Het werd een dienst waar Christa zelf, bij leven, met haar wilskracht een groot stempel op heeft gedrukt. Voor mij was het in de voorbereiding in eerste instantie een kennismaking met twee families. Maar in een week tijd werd het een openbaring van liefde en daadkracht, die er in een dorp als Lottum kan vrijkomen, bij een trieste maar niet te voorkomen gebeurtenis als deze..

Maandag voorafgaand aan 1 april maakte ik aantekeningen bij de verhalen die Niek, zijn en Christa’s ouders en haar(schoon)zussen en (schoon)broers over haar vertelden. Toen al indrukwekkende dingen gehoord, die ik beschreven en op 1 april verteld heb in de levensloop. Prachtig waren de beschrijvingen van de acties die Christa in haar laatste jaar nog had ondernomen, wetende dat haar tijd eindig was. Nooit vergeet ik meer de waarde van een zeekoe, Christa’s lievelingsdier. ‘Omdat ze 15 uur per dag slapen, geen natuurlijke vijanden hebben en áls ze wakker zijn, alleen maar eten’, was Christa’s veelzeggende uitleg.

Het was een brief van haar zus Ellie waardoor Burgers Zoo in coronatijd speciaal voor Christa en haar familie open ging, zodat zij, mét haar mannen en met wat familieleden, exclusief de zeekoeien konden bezoeken en zelfs konden voeren. Het idee kreeg toen waarschijnlijk al gestalte om zeekoe-knuffels (die bestaan.. 😉 ) te kopen om die bij haar afscheidsdienst aan haar twee kleine mannen en aan de ongeveer even oud zijnde kinderen van haar zus Ellie te geven. Dus werden er vier knuffels aangeschaft.

Dat in de tijd daarna een schoonzus ook zwanger werd, heeft vrijdag nog even een spannend moment opgeleverd. Want dat de ongeborene -werknaam ‘truujke’- ook een zeekoe-knuffel moest krijgen, dat stond buiten kijf. Maar het is ook een gegeven dat PostNL vaak niet de snelste bezorger is. De afscheidsdienst vrijdag begon om 11 uur. Er was al een tegoedbon gemaakt voor die vijfde knuffel, maar op hetzelfde moment dat de familie Christa in de door vrienden gemaakte houten kist op haar plek zette, gaf de moeder van Niek mij nog snel een pakketje. De vijfde zeekoe-knuffel was een paar minuten eerder gearriveerd. Je zou je kunnen afvragen of Christa daar nog enige invloed op heeft gehad. Wie weet. Ze was wel perfectionistisch..

Waar Christa (nog..) geen invloed op had, was het weer die dag van haar afscheid. Gure wind en hele koude temperaturen vochten gedurende de hele dienst met de grote hoeveelheid gaskachels die her en der stonden opgesteld in de speciaal voor het afscheid gebouwde tent. Maar ik geloof niet dat de mensen die in grote getale aanwezig waren, veel last hebben gehad van de kou. Stevige winterjassen en dassen zag ik, maar het was vooral de warmte van de twee families, de uitstraling van de vriendengroepen van Niek en Christa en van alle overige aanwezigen die de temperatuur in de tent ondergeschikt maakte aan het afscheid zelf.

Bij sommigen moet ook de warmte van het omgesmolten zilver van Christa’s sieraden voelbaar zijn geweest. Die heeft ze in haar laatste jaar voor de familie laten maken. En voor de zomer die ongetwijfeld nog gaat komen -laat dat maar gerust aan Christa over- heeft ze een ronde bank gekocht, die om de door haar geplante notenboom moet komen te staan. Dat moest een plek worden waar, op alle warme lente- en zomerdagen na haar afscheid, haar familie heerlijk samen kon komen. Haar afscheid kon daardoor in elk seizoen en op elk moment ook weer een welkom worden.

En zo waren en nog meer zaken die indruk op me hebben gemaakt. De moeder van Christa, die ik in de door vrienden gebouwde serre (!) in haar eentje aan de naaimachine zag zitten om de stoffen voering te maken, voor in de door vrienden gemaakte kist. De zussen en de beide moeders die één dag voor de uitvaart in de keuken bezig waren om de speciale borrelplankjes te maken, die Christa normaalgesproken ook maakte bij familie- en vriendenfeesten. Een gezamenlijk port-momentje hoorde er bij het koken blijkbaar altijd bij, dus was dat nu ook het geval. Ik weet bijna zeker dat ze op Christa geproost hebben, misschien zelfs wel in de kamer waar ze lag opgebaard.

De nacht voor de dienst was er veel sneeuw en regenwater gevallen. Om het water bij de tent weg te houden hebben de vader van Niek en zijn broer Roy in de vroege ochtend van 1 april nog snel een sleuf gegraven over de volle lengte van de tent. De vader van Christa veegde vlak voor de dienst nog wat natte sneeuw van de matten voor de tent, zodat daar niemand over zou uitglijden. In het ouderlijk huis van Niek, waar hij met Christa sinds jul 2021 kon wonen, werd koffie gezet en broodjes gesmeerd. Tegelijk hield de moeder van Niek de brievenbus in de gaten om hopelijk die vijfde knuffel in ontvangst te kunnen nemen…

Ondertussen liep Lottum voor een groot deel leeg en de tent langzaam vol. Het werd stil in Lottum, ook omdat een groot aantal mensen thuis de livestream aan het volgen was. Iedereen heeft getuige kunnen zijn van een prachtige dienst, die recht deed aan de mensenmens die Christa was. Iedereen had het liever anders gezien, maar als het onvermijdbare je overkomt, dan is het fijn dat er zoveel kracht en liefde om je heen is, dat je het verlies met elkaar kunt dragen.

‘Al woon ik er maar vijf dagen’, zei Christa vorig jaar, toen zij en Niek de sleutels van ‘D’n Homberg’ kregen. Ze wilde daar wonen, vooral voor haar twee kleine mannen en voor Niek, waarvan ze wist dat het zijn grote wens was. De vader en moeder van Niek maakten meteen plaats. Eerst in een caravan, in afwachting van de mantelzorgwoning die er toen nog moest komen. De serre, die er toen nog niet was, maar wel een grote wens van Christa, is toen in no-time door vrienden van haar en Niek gerealiseerd. Het werden méér dan vijf dagen, dat ze er heeft kunnen wonen. En er is heel veel mogelijk gemaakt door Christa’s eigen wilskracht, maar zeker ook door de omgeving van Christa, haar familie en haar vrienden. Christa was een mensenmens. Dat lijkt maar een woord, maar afgelopen week heb ik met eigen ogen gezien, dat een mensenmens vooral ook een kwestie van daden is.

Op de rouwkaart had ze boven haar naam laten schrijven: ‘Wacht niet met genieten tot later, als later eerder komt ben je te laat’. Op haar gedachtenisprentje stond boven haar naam: ‘Met heel veel liefde en bewondering denken wij aan…

Ik heb een week lang de bewondering gezien en de liefde gevoeld. Dank dat ik daar getuige van mocht zijn.

Voor Niek, Sef en Lex
Voor haar ouders Karin en Ger, en de ouders van Niek, Gerd en Jac
Voor Ellie en Ruud, Theike en Marit
Voor José, Naud, Wouter en Ellen, Roy en Marieke
Voor alle vrienden en bekenden

Christa
jouw mannen stonden steeds op één
daar lag de bron van al je kracht
bij Sef en Lex en vader Niek

ze steunden jou uit alle macht,
jouw familie en de vriendenkliek en
Sef en Lex en vader Niek

en jij, jij steunde iedereen
door alles waar jij steeds aan dacht
dan voelde jij je niet zo ziek
voor Sef en Lex en vader Niek,
familie en de vriendenkliek

wat jou gebeurd is,
dat blijft hels
niet te bevatten,
triest en erg

en toch blijf jij nu
mét jouw ‘kels’
voor altijd wonen
op de Homberg

de notenboom is al geplant
dicht bij de serre, in de wei
er komt een ronde bank omheen
al aangeschaft, dat wilde jij
voor Sef en Lex en vader Niek
familie en de vriendenkliek

een plekje, samen in de wei
en jij, bent daar voor altijd bij…


GvdM, 30 maart 2022

Truus…

Afgelopen maandag, op de eerste lentedag, mocht ik het afscheid begeleiden van Truus de Swart-Manders. Haar vier kinderen vertelden me een paar dagen daarvoor haar levensverhaal. 89 jaar werd hun moeder. Ze had heel graag de 90 bereikt, en waarschijnlijk ook nog wel wat jaren daarna, want ze stond -met uitzondering van de laatste weken- nog volop in het leven. Haar man Pierre, die MS had, overleed in 2006. De ziekte heeft uiteraard invloed gehad op hun leven, maar het heeft hen nooit weerhouden om toch vooral de zonnige kant ervan te zien.

Na de dood van Pierre is Truus zelfstandig blijven wonen. Ze bleef alles zelf doen, had een heleboel hobby’s en bleef een zeer actieve vrijwilliger bij openluchtmuseum De Locht. Een taak die ze met veel liefde vervulde, al vanaf de oprichting van De Locht. Niet verwonderlijk dat er tijdens de dienst warme woorden werden gesproken door een collega-vrijwilliger.

Truus had zich op jonge leeftijd bekwaamd in het vak van naaister. Het maken van eigen kleding of het vermaken en herstellen van kleding, dat heeft Truus haar hele leven gedaan. Ze was een vakvrouw, die met stof, naald en draad alles kon maken. De foto van haar eigen werkkamer spreekt boekdelen. Daar bewaarde ze alles wat nodig was om te doen waar ze zo goed in was.

Stapels stof had ze op voorraad. Opgespaard en bewaard van eerdere projecten, waarin Truus haar vakkennis had omgezet naar mooie kleren of andere producten van stof. Als er iets is dat in het leven van Truus een constante factor was, dan is het wel het werken met naald en draad. De rode draad van iemands leven zou je bij Truus met recht heel letterlijk kunnen vertalen. De róde draad en alle andere kleuren draad die ongetwijfeld op haar werkkamer nog steeds te vinden zullen zijn.

Truus was bij het afscheid gewikkeld in een doek, die door haar dochter en een nicht gemaakt was. Een prachtig doek, ontstaan uit een palet van stoffen die bij Truus op haar werkkamer waren uitgezocht door haar kinderen. Het was een prachtig mozaïek van kleur. Van één van de gebruikte stoffen wist een zoon mij te vertellen dat ze daarvan haar feestjurk had gemaakt toen ze 80 jaar werd. Dat feest is toen uitgebreid gevierd met de hele familie. Zo zijn er in het doek ongetwijfeld meerdere verhalen verweven tot één indrukwekkend mooi geheel. 

Ter afsluiting van de dienst heb ik een gedicht gedicht gemaakt en voorgelezen. Voor haar en voor haar kinderen, familie en vrienden. Titel: ‘De rode draad’.

De rode draad

eenieder heeft een ‘rode draad’
die door het leven loopt
bij al wat kan gebeuren

die levensdraad 
van ieder mens
had jij in alle kleuren

één rode draad
dat was jouw broer
die jou te vroeg verliet

hij speelde met een handgranaat
aan oorlog
dacht hij niet

naald en draad
en mooie stof
dat was aan jou besteed

de urn van Pierre
is zelfs rondom
door jou met stof bekleed

nu zijn we samen 
met verdriet
maar vieren ook je leven

dankbaar dat jij 
ons jaar na jaar
jouw liefde hebt gegeven

we hebben nou
hier nu ook jou
met eigen stof omgeven

ben jij voortaan
de rode draad
die met ons blijft verweven

GvdM | 21 maart 2022

John…

Zaterdagochtend. Ik zit bij Grøn op het terras. Kan net, met een dikke jas, een warme sjaal en een hete kop Earl Grey thee. Het is best druk op het plein en in de winkelstraten. Centrale plek is nog steeds de bloemenzee, vlak bij de kerk. Acht dranghekken vormen nu een halve cirkel er om heen, waar carnavalsdinsdagochtend nog drie dranghekken voldeden om die plek te markeren. Sindsdien moest er blijkbaar steeds een dranghek bij, om plaats te bieden aan de alsmaar groeiende cirkel van bloemen, tekeningen, kaarten en kaarsen. Aan sommige dranghekken hangen oranje sjaals, die wapperen in de wind. 

Elke dag na die fatale maandagavond kwamen er bloemen bij. Ze liggen er nog allemaal. Zouden het er duizend zijn, vraag ik me af. Duizend bloemen. Minstens. En hoeveel lichtjes waren het in de glazen potten op de route van de stille tocht? Zou iemand van de duizenden wandelaars ze toen geteld hebben? Weet iemand van de organisatie hoeveel het er waren?

Ook tussen de bloemen zie ik lampjes staan. Rode waxinelichthouders steken prachtig af bij de kleurenpracht van het bloemenpalet. Ik zit er te ver van af om te zien of er daadwerkelijk kaarsjes branden. Waarschijnlijk wel.

Steeds stoppen er mensen. Ze staan letterlijk stil bij het gebeuren. Een moeder met twee peuters lijkt de woorden te zoeken om haar kroost uit te leggen waarom er zóveel bloemen op één plek liggen. Zij weet het. Zoals heel Horst het weet. Heel Horst en ver daarbuiten. Maar hoe geef je woorden aan iets waar geen woorden voor zijn. Ik zie dat ze haar best doet. De kinderen wijzen met hun handjes naar de vele kleuren die ze zien. Elke bloem vertelt een verhaal.

Dan zie ik John. Hij stopt er ook. Kijkt, stapt af en zet zijn fiets op de standaard. Hij stapt over de denkbeeldige grens van de andere halve cirkel, bukt zich en zet, voor zover ik het kan zien vanaf mijn plek, een plantje terug tussen alle andere bloemen. Daar laat hij het bij. Staat weer op, pakt zijn fiets, loopt er nog een paar passen mee, voorbij de bloemen, stapt op en rijdt weg, nog één keer omkijkend. Naar iemand anders die net aankomt? Of denkend aan iemand die nooit meer aan komt?

Het raakt me. Ik bestel nog een een kop thee en probeer te omschrijven waar ik zojuist getuige van was.

stil fietst hij naar de duizend bloemen
stapt af en kijkt, vervuld van pijn
besluit één plantje te verleggen
waarom dat kan hij je niet zeggen
ook niet waarom het zo moest zijn

nog even kijkt hij naar de kleuren
zijn mond stelt, in een stil gebed,
de vraag hoe het nu verder moet
wat is er nog dat er toe doet…
en toch…
dat éne plantje teruggezet

‘Voor Guus’

Guus…

Al dagen een onbestemd gevoel. De wereld op een keerpunt. 24/2 is het 9/11 van Europa, las ik vanmorgen in de krant. Wat ik nu voel lijkt wel op wat ik toen voelde. Lijkt op wat ik na gisteravond opnieuw voel. Ongeloof. Steen op de maag. Machteloos. Gevoel van medeleven met de slachtoffers. Onbegrip. Wie is tot zoiets in staat? Hoe is het in godsnaam mogelijk?

In godsnaam? Heeft god, als er al zo’n opperwezen met ons meekijkt, hier even weggekeken? En waar was hij gisteren, toen op het Lambertusplein, nota bene naast zijn goddelijk huis de Lambertuskerk, een 21-jarige dorpsgenoot werd doodgestoken? In godsnaam? Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Onterecht om ‘hem’ (lhbti) te laten opdraaien voor iets waar ik met mijn verstand niet bij kan.

Vreselijk. Zinloos. En zo tragisch onherroepelijk. Plaatsvervangende schaamte voor wat mensen elkaar kunnen aandoen. Meeleven met de nabestaanden is het minste wat je kunt doen. Maar dat is zo verdomde weinig, vergeleken met het immens grote leed dat hen is overkomen.

Ik zie vanmorgen de eerste bloemen liggen op de plek die is afgezet met drie grijze, koudmetalen dranghekken. Mensen staan er stil. In gedachten. Zelf ben ik in stilte doorgefietst. Van het Lambertusplein naar het Wilheminaplein. Over knarsend glas en kapotte plastic bekers, gezien dat de winkels open zijn en mensen ook hun boodschappen weer doen. Alles gaat gewoon door. En toch is alles anders..

Ik wil de stilte van het bos opzoeken. Fiets naar de Paes en hoor in de stilte de geluiden van het bos. Geluisterd naar de vogels. Gekeken naar de bomen. Ik voel dat in de stilte ervan iets van een antwoord ligt besloten, maar het is te verborgen om mijn vragen van dit moment te beantwoorden.

Hoe ga je als ouders en nabestaanden om met dit drama? Hoe reageer je op het ondenkbare? Hoe leef je verder na een niet te begrijpen confrontatie met de dood? 

Omgevallen bomen in het bos lijken hun ruimte te hebben gevonden tussen de bomen die nog rechtop staan. Hun takken hebben zich in elkaar verweven. Ontworteld maar opgevangen. Verslagen maar gedragen.

Het is niet genoeg. Het is iets. Net genoeg? Omdat er niet méér is? Omdat hij er niet meer is? 

De vogels fluiten een antwoord. Ik begrijp het niet. Nog niet?

Zou hij het fluiten van de vogels nu wel begrijpen? Ik hoop het…

Voor hem. Voor hen.

Bert…

In een gedicht proberen te verwoorden wat de nabestaanden over de overledene vertellen. Dat is telkens een uitdaging die ik graag aanga. Bij de afscheidsdienst van Bert Verdellen, afgelopen dinsdag, is zo ook weer een gedicht ontstaan. Een samenvatting van de verhalen over Bert, die zijn vrouw Lies en zoon Rik mij hebben verteld. Uit die verhalen ontstaat een geschreven en vaak wat uitgebreidere levensloop, die vervolgens de basis vormt voor het gedicht. Het voelt goed als het gedicht resoneert bij de familie. Soms zelfs wat emoties losmaakt. Verdrietige, maar ook hoopvolle. Wanneer ik aan die emoties woorden geef, dan zijn die hopelijk ook na de afscheidsdienst van waarde. Maar mijn bescheiden mening is, dat het zelfs nog verder reikt.

Ik bewaar die gedichten op mijn blogsite, omdat ik denk dat de emoties bij een afscheid een universele component hebben. Het is weliswaar een persoonlijk gedicht -in dit geval gemaakt voor Bert en zijn familie- maar elementen daaruit kunnen volgens mij herkenbaar en mogelijk ook een troost zijn voor anderen. In die zin beschrijft elk gedicht zowel een persoonlijk alsook een universeel gevoel. Dat gevoel samen delen versterkt. Iets van ‘gedeelde smart is halve smart’…

Dus daarom nu, met toestemming van de familie, het gedicht dat ik voorgelezen heb bij de afscheidsdienst van Bert Verdellen.

Ik wens zijn vrouw Lies, hun zoon Rik en Silvia en de kleinkinderen Noa, Erin en Otis veel kracht toe. Ook sterkte voor familie, vrienden en bekenden van Bert.

Vanzelfsprekend…

Zijn afscheidsdienst was op zondagmorgen, 16 januari. Het was zijn 59e trouwdag met Martha. Hun 25-, 40- en 50 jarig huwelijk hadden ze gevierd. De plaats van handeling voor de afscheidsdienst was daarmee bepaald. Zaal Roelanzia in Ysselsteyn zette er zonder voorbehoud haar deuren voor open. Woensdag ervóór waren Martha, hun vier kinderen en negen kleinkinderen er nog geweest om te bespreken hoe de dienst en de koffietafel er uit moest komen te zien. Ja, met z’n veertienen in totaal, als een vanzelfsprekend toonbeeld van gezamenlijke betrokkenheid bij het afscheid van haar man, hun vader en opa.

Maandag dáárvoor had ik mijn eerste gesprek met Martha en de kinderen. Chris lag er opgebaard bij. Hij hoorde er bij te zijn. Vanzelfsprekend. Een dag eerder was hij in het ziekenhuis in Venlo overleden, ook in het bijzijn van Martha, de kinderen en aanhang. Twee dagen eerder was hij opgenomen, met een zeer vertraagde hartslag en een lichaamstemperatuur, ver onder de normale waarde. De dienstdoende cardioloog vond het onverklaarbaar dat hij op dat moment nog bij kennis was.

Misschien kwam dat door de groet van Martha, bij haar bezoek aan Chris. ‘Ha Pap’ zei ze. En het antwoord ‘Ha Mam’ klonk, ondanks zijn gezondheidstoestand toch heel vertrouwd. Toen wat later zijn zoon Paul afscheid nam met de woorden ‘ik ziej oow merge, Pap’, kwam er een geruststellend ‘daat is good, jông’ als antwoord. Maar een dag later was Chris al niet meer aanspreekbaar. En weer een dag later, op zondag 9 januari, is hij in alle rust overleden. In die twee dagen in het ziekenhuis heeft zijn familie nog afscheid van hem kunnen nemen.

En een dag later zat ik bij hen in de woonkamer om de afscheidsdienst te bespreken. Chris bleek al langer met zijn gezondheid te sukkelen. Een jaar eerder was het al een keer kritiek geweest. De kinderen hadden het over een bonusjaar, waar zij en Chris, voor zover zijn gezondheid dat toeliet, nog volop van hadden genoten. En dat het afscheid op de trouwdag moest vallen, was voor niemand een vraag. Vanzelfsprekend moest dat op die dag. Net als de plaats van handeling zaal Roelanzia moest zijn.

De hele dag waren ze al actief geweest om alles te regelen wat er geregeld moest worden. Met uitvaartverzorger Yvonne Vos als steun en toeverlaat en met elkaar. Toen ik ‘s avonds aansloot, was er al heel veel gehuild, gelachen, gezegd en geregeld. Maar ook veel nog niet. Het avondeten was er bij ingeschoten, maar de kleinkinderen brachten op enig moment broodjes en gehaktballetjes in tomatensaus. Als vanzelfsprekend werd ik uitgenodigd om een broodje mee te eten.

De dagen daarna heeft de afscheidsdienst verder vorm gekregen. De kist voor Chris hebben de zoons zelf gemaakt, met hulp van een broer van Chris. Het bloemstuk op de kist hebben de dochters gemaakt, samen met de schoondochters. Gebruikmakend van materiaal uit de tuin waar Chris zo trots op was. De kleinkinderen verzamelden herinneringen en oefenden als vanzelfsprekend het liedje ‘M’n opa, m’n opa’, omdat Martha hen dat gevraagd had. Martha had dat in een droom voor zich gezien. Die droom werd werkelijkheid. Vanzelfsprekend.

Die zondag in Roelanzia was het één grote bloemenzee rond de kist van Chris. Prachtige lelies voegden de kleinkinderen er nog aan toe. Lelies waren de bloemen die Chris zelf heel lang kweekte. Foto’s en muziek riepen herinneringen op aan zijn leven. Het werd een indrukwekkende afscheidsdienst. Maar het was niet alleen een afscheid, het was ook een viering van zijn leven. Alles wat de kinderen en kleinkinderen als vanzelfsprekend voor dat afscheid hadden gedaan, was een samengaan van verdriet en vreugde. Verdriet over zijn heengaan, vreugde over zijn leven.

Gewoon, omdat het was zoals het was. Het voelde als een vanzelfsprekendheid voor alle aanwezigen om bij het vertrek van Chris naar het crematorium buiten nog een erehaag te vormen. Toen Chris door de kleinkinderen naar de bus van de oudste zoon werd gereden -hij ging zoals hij was gekomen-, sprak Martha nog heel spontaan in een paar zinnen alle aanwezigen toe en bedankte ze uit de grond van haar hart. Chris zou trots op haar zijn geweest. Zoals zij trots op hem was. Het spreken ging vanzelf. Omdat alles al was gezegd.

Het volgende gedicht is geïnspireerd op de verhalen die het gezin mij verteld heeft en voorgedragen tijdens de dienst. Met hun toestemming deel ik het hieronder.

Met respect opgedragen aan Martha, aan Wil en Betsy en hun kinderen Kris, Ted en Max, aan Angela en haar zoon David, aan Mirjam en Theo en hun kinderen Teun, Juul en Anne, aan Paul en Ilona en hun kinderen Loet en Merle.

En een speciaal excuus nog aan Juul, waarvan ik ondanks goede afspraken haar naam toch als Sjuul heb uitgesproken…