Het gedicht is ook vanaf de straat te lezen, maar dan moet je er wel even goed voor gaan staan. Met veel finesse en creativiteit geschreven door vrijwilligers die door toedoen van BiblioNu Horst zijn geïnstrueerd. Binnen bij Gember is het gedicht te lezen (dank aan Claire en Loesje) en perfect te combineren met een Chai Latte of wat lekkers te eten!
En dan ineens, dan is het zover. Het gedicht, dat ik maakte, hangt op z’n plek. ‘Hier rust de tijd’ heet het en het is speciaal geschreven voor de plek waar het nu aan het hekwerk bevestigd is. Vanmorgen heb ik er een foto van gemaakt. Het gedicht is het resultaat van de actie Zomergedichten, die bibliotheken in Limburg hebben opgezet. De bibliotheek in Horst doet ook mee. Onderstaande tekst haalde ik van de site van het Gasthoês. Ter informatie.
Deze zomer krijgt poëzie een plek buiten de muren van de bibliotheek. Met het project Zomergedichten laten bibliotheken in Limburg van 21 juni tot en met 21 juli poëzie stralen in de openbare ruimte. Op verrassende locaties verschijnen korte, inspirerende gedichten die voorbijgangers laten glimlachen, verwonderen of even laten stilstaan.
De gedichten zijn tot stand gekomen in samenwerking met bewoners, winkeliers en lokale dichters en zijn gratis te bewonderen op diverse openbare locaties. Bezoekers worden uitgenodigd om op pad te gaan langs de deelnemende adressen. Een gratis routekaart is verkrijgbaar bij BiblioNu.
Feestelijke opening in Horst
Op donderdag 25 juni wordt het project geopend met een gezamenlijke wandeling langs de gedichten in de straten van Horst. De route start om 15.30 uur vanuit de Bibliotheek Horst. Klik hier om je daar voor aan te melden.
Hieronder de foto van vanmorgen. Eén van de Zomergedichten. Benieuwd naar alle andere gedichten? Ik ga kijken en wandel straks mee. Jij ook?
Ik ben pas jarig geweest. Weer een jaar ouder. En als je al 65 keer jarig bent geweest, dan kan dat zomaar een dingetje worden…
het valt niet te verhinderen het sluipt heel langzaam binnen er is helaas niet van te winnen het zal alleen maar minderen
Dat is de éne kant van de medaille. Die andere kant, daar gaat het eigenlijk om. Tenminste, dat houd ik mezelf voor als ik te veel gefocust ben op die ene kant…
genieten, net als kinderen alsmaar iets nieuws verzinnen en steeds opnieuw met iets beginnen dat laat het leven zinderen!
Dat overdenkend, op een vroege dinsdagmiddag, met een chai masala op de bank. Soms is het zoeken naar de woorden of naar een zin die ik eerder hoorde…
de markt wordt langzaam opgeruimd het wordt wat stiller in de straat jong en oud lijken goed geluimd en alles gaat zoals het gaat
bij Gember op de bank, bedaard regen voorspeld, toch schijnt de zon dat is wat telt, show must go on het maakt niet uit als je verjaart de gulden blijft een daalder waard
Nature Boy (Liedje van Nat King Cole / Abbey Lincoln – tekst: Eden Ahbez) There was a boy A very strange enchanted boy They say he wandered very far Very far Over land and sea A little shy and sad of eye But very wise was he
And then one day A magic day he passed my way And while we spoke of many things Fools and kings This he said to me
“The greatest thing you’ll ever learn Is just to love and be loved in return”
Natuur jông…
dur waas oëit enne jông bitje vremde ma vriendelukke jông ze zagte daat heej vaan hiël wiet kwaom hiël wiet ovver land en ovver water ietwaat verlaege, in de oëge en traon ma waal mit de wiësheid vaan doezend jaor later
toen, ôp ennen magischen daag, kruuste zich ôs waege heej we sprooke ovver hiël veul dinge ovver gekke spelle, liedjes zinge en toen zâg heej dit taege meej:
“ut aallermoëiste daat ge liërt misschien is lief te hebbe en gelieft te ziën”
Hans belde me in de zomer van 2023. Of ik zijn huwelijk met Estel wilde voltrekken, op 8 december van dat jaar. Hij had op de site van de gemeente gezien, dat ik ambtenaar van de burgerlijke stand was. Ik heb hem toen eerst doorverwezen naar de gemeente, waar huwelijksvoornemens om te beginnen moeten worden geregistreerd. Dat ging hij regelen, vertelde hij, maar vroeg en passant of ik 8 december toch alvast vrij wilde houden. Aan zoveel voortvarendheid en ontwapenend vertrouwen kon ik geen weerstand bieden. Hun trouwdatum noteerde ik alvast in mijn agenda. Later begreep ik dat hij Estel toen nog niet gevraagd had.
‘Kan ik mijn afscheid bij jou in de zaak houden?’ vroeg Hans aan John van Passi. Passi was de plek waar Hans al jaren, vóórdat hij naar zijn werk ging, ’s morgens heel vroeg kwam, voor een speciale koffie en een lekkere bonbon. In de coronatijd voor een coffee-to-go en zo nu en dan ook voor een goed gesprek aan de stamtafel met gelijkgestemden, waarbij 2 meter soms een rekbaar begrip bleek. Tussen Hans en John ontstond een vriendschap en een groeiend onderling respect. John hoefde dan ook niet lang na te denken om Hans toe te zeggen dat zijn afscheid bij Passi kon plaatsvinden.
8 december 2023 stond ik als ambtenaar van de burgerlijke stand voor een feestelijk gezelschap, met als stralend middelpunt Estel als bruid en Hans als bruidegom. Ze waren een paar jaar eerder via de datingsite Lexa bij elkaar gekomen. Allebei uit een vorige relatie en allebei met twee opgroeiende pubers van ongeveer dezelfde leeftijd. Op Lexa had Hans om tactische redenen een paar jaartjes van zijn leeftijd afgehaald, maar op een van de eerste live-dates met Estel was dat het eerste dat hij bekende. Zijn argument dat leeftijd enkel en alleen maar tussen de oren zat, kon Estel vrij snel accepteren. Een besluit dat ze sindsdien geen enkel moment meer berouwd heeft.
16 maart 2026 werd het oordeel geveld. Hans was uitbehandeld. Zijn laatste hoop op een stamceltransplantatie werd hem in Maastricht ontnomen en ook in Groningen zag men er de onmogelijkheid van in. Een muterend gen in zijn bloed, een zeldzame combinatie van factoren, zou met zekerheid voor afstoting zorgen en de therapie bij voorbaat kansloos maken. Dus uitbehandeld. Wat jarenlang al op de achtergrond meespeelde, maar altijd met medicijnen en een onwaarschijnlijk krachtige positiviteit van Hans zelf, nauwelijks zichtbaar was geweest, werd nu in korte tijd werkelijkheid. Zijn afscheid was aanstaande. Diezelfde dag sprak ik hem, toen hij mij vanuit Passi zag lopen over het Wilhelminaplein, naar me toe kwam en me vroeg of ik met hen binnenkort wilde afspreken om dat naderende afscheid met hem en Estel te bespreken.
Hans had aan het begin van hun relatie een huis in Horst en Estel woonde nog in Sevenum. Hans was zijn huis al fanatiek aan het verbouwen en Estel kon haar invloed meteen mee laten gelden, toen ze samen besloten om in Horst samen te gaan wonen. Tussen de bouwactiviteiten door ondernamen ze leuke dingen. Ze bezochten zomerse terrassen, gingen naar festivals en concerten, samen of met vrienden, genoten van stedentrips, van etentjes met de kinderen en zorgden er hoe dan ook voortdurend voor dat ze elkaars leven zo plezierig mogelijk maakten. Dat lukte met verve. De kinderen werden ouder, kregen een vriend of vriendin en de lange tafel, die na de verbouwing al een wezenlijk onderdeel van de keuken vormde, werd meteen nog een stuk langer gemaakt. Hans zag problemen als uitdagingen die gewoon opgelost moesten worden.
Met bloedtransfusies heeft Hans zijn laatste weken op momenten heel bewust nog invulling gegeven. Gepland op donderdag voor het Paasweekend bijvoorbeeld, om dan met Pasen samen met de kinderen nog een prachtige dag te kunnen beleven. Ze maakten een schitterende fotoshoot samen en genoten van elkaars aanwezigheid. Herhaaldelijk vertelde Hans aan zijn naasten hoezeer hij hen bewonderde en van hen hield. Hij had een mooi leven gehad, hield hij hen voor en wenste hen hetzelfde toe. Zijn positiviteit tot op het laatst was bewonderenswaardig, maar tegelijk niet altijd makkelijk voor hen die heel dichtbij hem stonden. In een van die laatste weken zag ik Hans en Estel nog op het terras bij Passi, genietend van wat lekkers. De bloedtransfusie gaf hem voldoende energie om weer even te genieten. Maar de periodes tussen die bloedtransfusies werden steeds korter en Hans merkte zelf ook dat het einde naderde. In overleg met Hans is toen ook de link gelegd naar uitvaartverzorging Yvonne Vos, in de persoon van Ron Bosmans.
Hans maakte met iedereen een praatje, als hij bij Passi was. Onder het genot van een cortado-koffie en een bonbon, was hij door de week altijd een graag geziene gast. Het personeel kende hem en hij kende het personeel. Op vrijdagen werden er acht bonbons gekocht voor het weekend en dan was het voor Hans en Estel vaste prik om op zaterdag- en zondagochtend thuis te genieten van een heerlijke koffie op bed, eveneens met één bonbon. De overige bonbons gingen ook wel op, als bijvoorbeeld de kinderen in het weekend van hun studiesteden thuiskwamen. Op de lange tafel stond altijd wat lekkers klaar.
25 april 2026 overleed Hans thuis. In het bijzijn van Estel, zijn kinderen en zijn zussen Jacqueline en Marianne. Hij had zelf aangegeven dat het niet meer ging. De man die marathons had gelopen, triathlons had bedwongen, moest uiteindelijk zijn meerdere erkennen in de ziekte, die hij zo lang voor had kunnen blijven. ‘Beter 5 mooie jaren, dan 10 slechte, was je motto’, vertelde Estel als laatste spreker op zijn afscheid op 1 mei. Daarvóór hadden Luca, Meike, Jacco en Sienna ook hun herinneringen aan Hans gedeeld met de aanwezigen. Net als zijn zus Jacqueline, zijn nichtje Lisanne en zijn vriend Dennis. Zij en alle andere aanwezigen bij het besloten afscheid, zagen de foto’s voorbijkomen op speciaal uitgezochte muziek. Sommige nummers had Hans zelf nog uitgekozen. Andere door zijn kinderen en Estel. De foto’s, verzameld door Meike, en willekeurig verspreid over de verschillende nummers, liepen zo nu en dan op wondermooie wijze synchroon. De zinnen uit de nummers ‘Laat me Los’ of daarna ‘Hoe hou ik dit vast’ vertolkten op indrukwekkende wijze het dilemma tussen de wil om te leven en het onvermijdelijke van de dood.
Hans heeft zijn afscheid zelf mee vormgegeven. Dat het bij Passi kon, vond hij een fijne gedachte. Zeker ook omdat de sfeer die hij daar altijd gevoeld had, ook de sfeer moest zijn, zoals hij die zich bij zijn afscheid voorstelde. Ongedwongen, informeel, met elkaar een praatje maken. Een lekkere koffie, een bonbon en genieten van elkaar met de muziek op de achtergrond. Die plannen heeft hij zelf mee concreet gemaakt. Een cortado voor iedereen moest het worden. Met een bonbon. Daarna broodjes en als afsluiter een mini-ijscoupe met caramel-zeezout, én een toefje slagroom. Het nummer ‘Der Weg’ van Herbert Grönemeyer moest worden gedraaid evenals de 8 minuten durende live-versie van het Led Zeppelin-nummer ‘Stairway to heaven’, gezongen door Heart tijdens de memorial in het Kennedycenter.
Precies zoals Hans het zich had voorgesteld, is zijn afscheid verlopen. Na alle persoonlijke en soms emotionele toespraken genoten de aanwezigen van datgene waar Hans ook altijd van had genoten. Op de dag van de Arbeid, tegen 14.00 uur, namen de aanwezigen op de klanken van ‘Stairway to heaven’ vervolgens persoonlijk afscheid van Hans. Estel, de kinderen en zijn zussen keken toe. Ze zagen de pijn die ze zelf ook voelden. Ze zagen het verdriet bij deze en gene. Ook bij het personeel van Passi en vooral bij Irenka, die als laatste samen met John en gearmd met Petra, Hans in tranen herdacht.
Irenka, die gedurende de hele ceremonie buiten de mensen vriendelijk te woord had gestaan en voor sommigen alsnog een ijsje uit de ijskar had gemaakt. Mensen die niet wisten wat er zich binnen afspeelde. Zij wist het wel. Estel heeft haar op enig moment buiten nog een knuffel gegeven. Binnen was het verdriet. Buiten was het leven. Soms vloeit dat in elkaar over. Tranen vertellen dan hele verhalen. Een glimlach ook. Verhalen over de kou van ijs en de warmte van een afscheidsdag in mei. Over warmte tussen mensen maar ook hun strijd. Hans loste met vrienden wereldproblemen op aan de stamtafel bij Passi. Met een cortado, een bonbon en af en toe een minicoupe caramel-zeezout. Maar vooral met heel veel positieve aandacht, liefde en medemenselijkheid. De tranen vertelden dat verhaal. Bij Passi, met passie…
De verpleegkundigen en de vrijwilligers van Hospice Doevenbos vierden vrijdag 24 april het 10-jarig bestaan van het hospice. Mijn plek in het bestuur van de Stichting Vrienden van Hospice Doevenbos vindt zijn oorsprong in een eerste kennismaking 10 jaar geleden. In mei 2016 was mijn zus een van de eerste gasten. Twee dagen maar, maar die dagen zijn daar door de goede zorgen van verpleging en vrijwilligers op een hele respectvolle en indrukwekkende manier verlopen.
Halfjaarlijks worden nabestaanden uitgenodigd bij een gezamenlijke afscheidsceremonie. In 2016 was die in november en daar heb ik toen mijn ervaringen mogen vertellen. Ik vertelde over mijn zus en over die twee dagen dat zij in het hospice verbleef. Toen ik gauw genoeg daarna een verzoek kreeg om plaats te nemen in het bestuur van de Vrienden van Hospice Doevenbos, hoefde ik niet lang na te denken.
Nu, 10 jaar later, mag ik nog steeds aan elke afscheidsbijeenkomst van het hospice een bijdrage leveren. Ik vertel een verhaal, waarin ik mijn ervaringen van toen koppel aan het gekozen thema van de bijeenkomst. En ook dat samenzijn wordt door vrijwilligers en verpleegkundigen op een hele betrokken manier ingevuld. Ook bij de Vrienden draag ik nog steeds mijn steentje bij. Mooi om mijn betrokkenheid bij het hospice op die twee manieren te kunnen tonen.
In 10 jaar tijd zijn er bijna 1000 gasten in het hospice geweest. Duizend gasten, waarvan de namen in al die afscheidsdiensten in de afgelopen 10 jaar zijn genoemd. Afgelopen vrijdag mochten vrijwilligers en verpleegkundigen zelf even feestvieren. Ze hadden ‘1000 sterren’ als thema gekozen. Ik was gevraagd of ik een gedicht wilde schrijven voor die gelegenheid. Met in gedachten mijn eigen ervaringen van 10 jaar geleden en alle speciale momenten daarna, is het gedicht ‘Voor altijd…’ ontstaan. Een eerbetoon aan het hospice, maar vooral aan de mensen die daar op wat voor manier dan ook bij betrokken zijn. Voor altijd…
‘Maar ik heb niks om aan je te geven’, constateerde Jo, nadat hij en Kit elkaar na een emotioneel gesprek, ergens in het jaar 1978, plechtig hadden beloofd voor elkáár te kiezen. Voor elkaar én voor hun toen nog ongeboren kind. Ze waren allebei nog jong. Samen nog onzeker over wat er allemaal komen ging, maar zeker van elkaar. Jo voelde in de zak van zijn werkoverall en haalde er een bout uit, waarop een moer gedraaid zat. Hij gaf die aan Kit, die het kleinood in dank en liefde aanvaarde.
Jo overleed op 6 april 2026. Één dag na zijn overlijden vertelde Kit voor het eerst over de moer en bout aan hun kinderen Luc, Rien en Jeanne. En ze liet hen de bout en moer zien. Het was een onverwoestbaar teken van verbondenheid. Toen een heel mooi en ook praktisch gebaar van liefde. En nu, nog altijd makkelijk bewegend en dus totaal niet vastgeroest in die 48 jaar dat Kit het al bewaarde. Integendeel, nog precies als op die ene dag, 48 jaar geleden, toen Jo die haar gaf.
Vrijdag 3 april sprak ik Jo nog. Kit en hun dochter Jeanne waren erbij. Later sloot ook Daan aan, de man van Jeanne. We hadden deze afspraak gemaakt, omdat Jo het prettig vond om van te voren kennis te maken met degene die zijn afscheid zou gaan begeleiden. Met Ron Bosmans van uitvaartverzorging Yvonne Vos had hij al gesproken. En die vrijdagmiddag spraken wij elkaar. Jo vertelde over zijn leven. Het kostte hem zichtbaar energie. Af en toe nam hij noodgedwongen een hele korte pauze, waarin Kit liefdevol aan hem vroeg of zij het dan maar even zou vertellen. Na zo’n kort moment van rust nam hij dan zelf weer het woord.
Bijna terloops vertelde Jo dat hij 7 april zijn zelfgekozen afscheid gepland had. Maar daarna ging zijn verhaal weer snel over de dingen die zijn leven aangenaam hadden gemaakt. Hij vertelde met trots over zijn gezin, over zijn werk als monteur en over zijn hobby’s. Toerritjes met de brommer. En die brommer ervoor en erna weer tiptop in orde maken als er iets aan mankeerde. Of andere brommers repareren van zijn brommervrienden. Hij vertelde over zijn allereerste brommer, die hij op 18 jarige leeftijd tot op de laatste schroef uit elkaar had gedraaid en in kratten had bewaard om ‘ooit’ weer in elkaar te zetten.
Zijn lichamelijke vermoeidheid stond in schril contrast met de geestelijke rust die er van Jo uitging. Ik was er van onder de indruk. Toen twee jaar geleden de diagnose uitgezaaide slokdarmkanker werd gesteld en de arts hem en Kit ‘maanden in plaats van jaren’ had voorspeld, besloten ze die dag op het verjaardagsfeest van hun kleindochter nog niets te vertellen. Een dag later riep hij zijn dochter en twee zoons bij elkaar en vertelde hen het verdrietige nieuws. Natuurlijk was dat enorm schrikken, maar vanaf het begin leek Jo vastbesloten om in die ‘beloofde’ maanden nog mooie herinneringen te maken met zijn gezin.
En dat hebben ze gedaan. Maandag 13 april was zijn afscheid. Foto’s, die in de Wingerd werden vertoond, lieten zien dat er heel veel mooie herinneringen waren. Door zijn realiteitszin, positiviteit en zijn humor, maakte Jo het voor anderen gemakkelijker om te dealen met wat onvermijdelijk was. Gelukkig had Jo, tot drie weken geleden, ook niet écht last gehad van wat er in zijn lijf allemaal mis was. Dus bleef hij zo lang het ging, de dingen doen die hij al deed. Nu misschien wat bewuster, maar evengoed met net zoveel plezier en inzet. De ‘maanden’ werden uiteindelijk bijna twee jaar.
Zijn laatste weekend was het afgelopen Paasweekend. In de weken daarvoor had Jo al van veel mensen afscheid genomen. Hij nodigde die dan heel bewust uit en er ontstonden steeds mooie gesprekken. In het Paasweekend wilde hij nog een paar mensen spreken. Peter-Paul bijvoorbeeld, met wie vanuit een werkrelatie ook een hechte vriendschap relatie was ontstaan.
Op de afscheidsbijeenkomst van Jo liet Kit die bout en moer zien aan de meer dan 300 aanwezigen in de Wingerd in Sevenum en ze vertelde het verhaal erachter. Het samengaan, het bij elkaar passende van de moer en de bout, de verbondenheid die er in lag besloten, dat wenste ze alle aanwezigen toe. Om die reden, vertelde Kit, zou iedereen na afloop precies zo’n moer en bout krijgen.
Peter Paul had desgevraagd zo’n 350 exemplaren geregeld, identiek aan die allereerste moer en bout van Jo en Kit. Jo had Peter Paul nog gevraagd of hij niet in diens oude Chevrolet naar het crematorium mocht worden gereden. En hij had zijn brommervrienden gevraagd of die dan voorop zouden willen rijden, op weg naar de Wingerd en daarna naar het crematorium. En bijna vanzelfsprekend had iedereen ja gezegd.
In de Wingerd stonden op het podium, rechts en links van Jo, twee brommers. Rechts stond zijn allereerste brommer, die Jo, zoals hij zich al heel jong had voorgenomen, na de fatale diagnose weer in elkaar had gezet en uiteraard werkend had gekregen. In 2025 reed hij er nog de Hemelrit in Kronenberg mee. Jo kon alles repareren, vertelden verschillende sprekers tijdens zijn afscheidsdienst. Op zijn kist lag een prachtig bloemstuk, dat volledig in de kleur was samengesteld van zijn Kreidler, die links op het podium stond.
Jo had het allemaal al voor zich gezien. En zoals hij het zag, is het ook gebeurd. Omdat iedereen een steentje wilde bijdragen. Soms op zijn eigen verzoek, maar vooral ook omdat Jo altijd zijn steentje had bijgedragen. Of beter gezegd, zijn boutje en moertje. Hún boutje en moertje. Achtenveertig jaar geleden al het symbool van de liefde tussen twee personen. Nu, na maandag 13 april, voor heel veel mensen een voortdurende herinnering aan de man die toen meende niets te kunnen geven, maar zijn hele verdere leven alles gegeven heeft wat hij kon…
Jo,
jij stippelde de route uit reed altijd vooraan in de stoet ja, dat was jij ten voete uit je deed het niet, of deed het goed
je reparatie skills, echt onbetwist je leven lang daaraan besteed zocht steevast op wat je niet wist en zo bleef je kennis up-to-date
alles kreeg je aan de praat totdat je lichaam panne kreeg technisch wist jij steeds wel raad maar deze handleiding bleef leeg
toch pakte jij het heel goed aan beheerst, berustend en vertrouwd je hebt het op jouw manier gedaan net als toen met moer en bout
één dag, vóór dat je zou gaan liet jij het los en was je vrij… en toch… ben jij voortaan met elke ‘tas koffie’ er nog bij…