Afscheidswoorden…

Gisteren, woensdag 1 april, was het enorm druk in het Gasthoês, bij het afscheid van Theo Vullings uit Lottum. In de grote zaal stonden 160 stoelen, maar dat bleken er veel en veel te weinig om alle aanwezigen een zitplaats te bieden. Het leek wel of heel Lottum uitgelopen was om Theo de laatste eer te komen bewijzen. Ik heb twee ontmoetingen met Theo en zijn gezin gehad. Als ik zijn afscheid van gisteren mee tel, eigenlijk drie. En alle drie heel indrukwekkend. 

‘Theo wil op zijn afscheid zijn eigen slotwoord doen. Kun jij dat filmen?’ Deze vraag kreeg ik dinsdag 24 maart van Yvonne Vos van de gelijknamige uitvaartonderneming. Zij was op dat moment bij Theo en de vervolgvraag was of ik in de gelegenheid was om dat meteen te komen doen. Dat kwam uit, dus ik ben naar Lottum gereden. Daar ontmoette ik Theo en zijn vrouw José en hun gezin. Theo lag in de woonkamer in bed. Al weken, omdat zitten niet meer ging. Heldere blik en heel spraakzaam. Een stevige, warme handdruk gaf hij me. ‘Ik ben Theo’. 

Er ging een rust van hem uit, die ik bij anderen in gelijksoortige situaties ook weleens ervaren had. Een ongeneeslijke ziekte, die langzaamaan de strijd aan het winnen was, maar die niet kon winnen van de geestkracht van de zieke zelf. Theo had in samenspraak met zijn gezin, de euthanasiedatum bepaald. Op vrijdag 27 maart moest het gaan gebeuren. Donderdag 26 maart was zijn zoon Thomas nog jarig, dus dan kon het niet. Die verjaardag moest nog gevierd worden. 

Theo had Yvonne gevraagd -of eigenlijk op zijn eigen doortastende en ontwapenende manier ‘gedwongen’- om niet alleen zijn afscheid te régelen, maar ook zijn afscheid aan elkaar te praten. Yvonne en Theo hadden een band. Yvonne had jaren eerder met het gezin het afscheid van zoon Frank geregeld, die na een lange strijd tegen kanker overleden was. Ook een gebeurtenis die in Lottum destijds diepe indruk maakte. 

Ik zag een foto van Frank staan, in de boekenkast achter Theo’s bed. Daar stond ook Frank’s urn, die bijna helemaal verstopt was achter een meters lang snoer van fel gekleurde kralen dat, een keer of drie dubbelgevouwen, ook aan de boekenkast was bevestigd. Een bewijs van jarenlange behandelingen en een groot doorzettingsvermogen, dat uiteindelijk niet had mogen baten voor Frank en het gezin.  

En nu waren ze opnieuw in een soortgelijke situatie terecht gekomen. Theo was ervan overtuigd dat hij Frank weer ging ontmoeten. Natuurlijk was hij graag gezond geworden, na alle ingrepen die hij had doorstaan, maar als het dan toch niet anders was, dan moest het maar gaan zoals het ging. Met de foto van Frank en de kralenketting heel dichtbij, vertelde Theo die dinsdag honderduit. Uiteindelijk heb ik zijn slotwoord gefilmd en namen we afscheid met de afspraak dat ik zou proberen om hem het bewerkte filmpje nog naar zijn telefoon te appen. Hij wilde het namelijk nog graag van tevoren zien. 

Ik ben die dinsdagavond meteen aan de slag gegaan met het afmonteren van het filmpje en heb dat Theo op woensdag toegestuurd, met de opmerking dat ik er eventueel nog wat foto’s in zou kunnen monteren, als hij dat zou willen. Theo stuurde me die dag nog zes foto’s, met het verzoek om één van de foto’s als slotfoto te gebruiken: Theo zelf, op de rug gezien, met achter zich aan een hele kudde schapen. Een prachtig beeld. 

Van José kreeg ik donderdagochtend 26 maart alle andere foto’s die verdeeld moesten worden over vijf heel bewust door Theo uitgekozen muzieknummers. Omdat ik wist dat Theo die fotoseries ook nog graag wilde zien, heb ik die meteen gemaakt en kon ik donderdagmiddag bellen om te vragen of het uitkwam dat ik die fotoseries kon komen laten zien. Dat kon. Dus ik naar Lottum. De tweede ontmoeting. 

De hele kamer zat vol met familie, die allemaal op de verjaardag van Thomas waren gekomen. ‘Wil je een stuk vlaai?’, was het eerste dat ik hoorde, toen ik me aan iedereen had voorgesteld. En het tweede was dat ‘de HDMI-kabel al aan de televisie hing’. Van tevoren bedacht -misschien wel door Theo- zodat hij vanaf zijn bed alles goed zou kunnen zien. En dat pakte prima uit. De hele familie zag zich op verschillende foto’s zelf terug. Genietend en soms lachend gingen er opmerkingen over en weer. Ik meende te zien dat Theo daar op zijn manier erg van genoot. Na afloop heb ik Theo ter afscheid een hand gegeven. Opnieuw kreeg ik een stevige en warme handdruk en een uitgebreid woord van dank dat vanuit heel diep van zijn hart leek te komen. Indrukwekkend…  

Een dag later, vrijdag, heb ik daar nog vaak aan teruggedacht. Die ochtend appte Yvonne dat ze ook afscheid van Theo had genomen. Maar niet voordat ze, op dringend verzoek van Theo, hem het door haar geschreven voorwoord nog had voorgelezen. Zoals Theo ook zijn hele netwerk zelf had benaderd. Zijn broers en zussen, zijn vroegere werkgever, de voetbalclub, zijn huidige Vitelia-collega-commissarissen, zijn vrienden. Allemaal met de open vraag of men tijdens zijn afscheid wat wilde vertellen. En bij een bevestigend antwoord, of ze die verhalen dan a.u.b. ook nog aan hem wilden komen voorlezen. En iedereen deed dat met liefde. Theo had de gave om in zijn directheid ook heel aimabel te zijn en te blijven. Vanaf zijn ziekbed nam hij zo al van heel veel mensen afscheid. In alle rust, omdat het nu eenmaal ging zoals het ging en in de overtuiging dat hij Frank weer ging ontmoeten.. 

Tijdens zijn afscheidsdienst, gisteren 1 april, werden al die verhalen aan alle aanwezigen verteld. Afgewisseld met foto’s die de verhalen visueel maakten. Op het eind spraken Thomas en Johan, namens het gezin, iedereen nog toe. Maar het laatste woord was aan Theo zelf, die zich in zijn filmpje eerst nog een soort van verontschuldigde dat hij daar in beeld kwam (‘toch raar, ôp mien afscheidsdienst…’), maar vervolgens in alle rust alle aanwezigen bedankte en een aantal mensen nog in het bijzonder.  

‘..en daan haopelijk, oeit, tot ziens, ma ik haop daat dat nog lang moog dure. Groetjes vaan meej, kusjes, hoie wah…’. En daarna, op de muziek van Bob Marley, ‘Don’t worry, about a thing’, zagen we Theo op de rug en zoomde het beeld uit op een kudde schapen die hem volgden. ‘…cause every little thing, gonna be allright… don’t worry..’. Indrukwekkend.

Math..

Vandaag was ik bij je afscheidsdienst. Ik wilde daar bij zijn, omdat ik je wel eens tegenkwam in Horst en we elkaar dan altijd goeiedag zeiden. En ook omdat ik twee broers van je ken. Met de een, Ton, heb ik lang recreatief gevolleyed en de ander, Geert, spreek ik wel eens, als ik hem en zijn vrouw Ingrid ergens in het dorp tegenkom.

Het was enorm druk in ‘t Gasthoês. Ik was blij dat een medewerker van Yvonne Vos Uitvaartzorg de grote groep staande mensen achter in de foyer kwam vertellen dat er nog vijf stoelen vrij waren. Uit ervaring weet ik dat er dan nauwelijks iemand reageert omdat iedereen op de een of andere manier toch liever blijft staan. Ik heb daar vanochtend een uitzondering op gemaakt, ben de medewerker gevolgd, samen met één meneer vóór me. Eén van de vijf vrije stoelen was halverwege de zaal. Mijn voorganger nam daar plaats. Ik kreeg een van de vier overige vrije stoelen, bijna vooraan, aangeboden. Dankbaar plaatsgenomen en niet veel later vulden drie dames de laatste drie plekken ook.

Op een groot beeldscherm was Math te zien, alsof hij zo vanuit een bos het podium op kwam lopen. Een lach op z’n gezicht. Het was net alsof hij over zijn eigen kist heenkeek, de zaal in. Ik zag zijn blankhouten kist, waar gekleurde handen op waren achtergelaten. Links en rechts heel veel waxinekaarsjes die het podium van het Gasthoês sfeervol in het licht zetten. Twee lange rijen met bloemstukken waren aan weerszijden op het podium te zien. Nog niet brandend, stonden er rondom de kist vier kaarsen, samen met -wat later bleek- heel prominent, de trouwkaars. Op de kist stond een waxinelichtje dat ook nog niet ontstoken was.

Een zus van Math leidde ons door de dienst en dat deed ze op een bewonderenswaardige manier. Ze hield ons bij aanvang letterlijk een spiegel voor. Een actie die aan het denken zette. Daarna werden alle kaarsen ontstoken. De trouwkaars door Jacqueline, de vrouw van Math, de vier kaarsen rondom Math, door zijn drie dochters, Rianne, Lotte en Inge, samen met schoonzoon Stein. Daarna maakten Lotte en Stein met elkaar nog het waxinelichtje aan voor Lune, de kleindochter van Math.

Vervolgens kregen de drie dochters het woord, die om beurten namens zichzelf en hun moeder spraken. In de wandelwagen lag Lune, waar Math maar zo kort van heeft kunnen genieten. Lune was wakker en dat liet ze ook horen. Veel te klein om de metafoor van de spiegel en de kaarsen te begrijpen, maar oud genoeg om nietsvermoedend de waarde van leven door de grote zaal te laten klinken. Ze hoorde er bij.

Mooi hoe de broers en zussen zelf hun eerbetoon aan Math vorm gaven. Vroeger werden er, zeker bij grotere gezinnen, weleens foto’s gemaakt van de kinderrij, die dan op volgorde van leeftijd en grootte ging staan. Ik herkende dat van het hoe het bij ons thuis met zeven kinderen vroeger ging. In die tijd was dat vaak een schuin oplopende rij, van de jongste naar de oudste. Zo’n rij ontstond nu opnieuw, alleen deze keer niet meer schuin oplopend. Wel op leeftijd, waarbij Math zo’n beetje middenin uit bleek te komen. Twee broers en één zus haalden herinneringen op, die de anderen niet onberoerd lieten…

De schoonfamilie, waar Math blijkbaar al zo’n veertig jaar over de vloer kwam, kreeg het woord. Daarna de vriendengroep VC Rust, die lang geleden blijkbaar nog TC Rust heette, toen trimmen nog een belangrijke activiteit was die hen samenbracht. Trimmen was al jaren niet meer aan de orde, maar gezelligheid daarentegen des te meer. Ook daar mooie herinneringen, die lieten zien dat Math weliswaar vaak stil op de achtergrond genoot, maar toch ook een prominente plek had binnen de groep. Math regelde veel en hij had niet veel woorden nodig om duidelijk te maken hoe hij ergens over dacht.

Dat bleek op zijn werk niet anders. Op zijn eigen manier problemen oplossen, waarbij hij kon terugvallen op een ijzersterk geheugen voor de kleinste details, twee rechterhanden en een berg ervaring. Math stond niet alleen op zijn werk voor iedereen klaar, ook thuis, bij zijn broers en zussen en in de vriendengroep was hij vaker degene die hand- en spandiensten kwam verrichten.

Tussen al die verhalen door was er steeds muziek en waren er foto’s uit het leven van Math te zien. Woorden werden bevestigd door de beelden op het scherm. Math, genietend met een pilsje. Op een feestje of met carnaval. Math, met zijn dochters, met zijn vrouw. Vroeger, toen de kinderen nog klein waren, met hen op de kermis, in een speeltuin of aan het strand.

Zijn zus zei het heel mooi. Zij kon zich Math en zijn drie dochters eigenlijk alleen samen voor de geest halen. Als kind al altijd hangend aan, liggend op of spelend met hem. En op latere leeftijd in haar ogen nog altijd dat beeld van samen. Niet vreemd dat Math van alle plaatsen waar hij kwam, toch het allerliefste thuis was. Bij zijn dochters, bij Jacqueline, en sinds kort bij -wéér een vrouw- zijn kleindochter Lune.

Het was een mooi afscheid. De laatste drie maanden van zijn leven waren zwaar. Hoe ga je om met iets dat als een donderslag bij heldere hemel over je uitgeroepen wordt? Als alles ineens eindig wordt? Wat kun je dan zeggen, als je toch al niet zo’n prater bent? Maar in de laatste weken vond Math blijkbaar toch de woorden om van iedereen op zijn manier afscheid te nemen. 

Zijn zus vroeg tegen het eind van de dienst aan iedereen die dat kon om te gaan staan, om op een eigen manier in stilte Math te gedenken. Terwijl iedereen stond en het even helemaal stil was, was alleen Lune nog te horen. Alsof het zo moest zijn. Nu was zij het die ons allemaal in zekere zin een spiegel voorhield, weliswaar zonder het te beseffen, maar toch. Zij liet horen dat het leven doorgaat. Zoals Math aan het begin bijna letterlijk over zijn eigen kist heen leek te stappen, zo heeft hij misschien ook wel Lune laten weten dat ze van zich mocht laten horen. Zelfs bij stilte. Of bij verdriet. En al zeker bij vreugde. 

Dat besef kreeg op het eind nog een mooie vertaling, vond ik. Zij zus gaf aan dat het favoriete nummer van Math niet kon ontbreken op zijn afscheid. The Channon Song van Rowwen Hèze. Een lied zoals het leven van Math, vertelde ze: rustig beginnend, dan ineens turbulent en daarna weer rustig eindigend. Ze vroeg iedereen er naar te luisteren en gedurende het lied te doen wat je werd ingegeven. De muziek startte met het rustige deel, dat me in gedachten terugbracht naar het stilte moment van net daarvoor.

Bij het begin van het turbulente deel stonden er een paar mensen op die ritmisch begonnen mee te klappen. Als een golf ging dit gebaar door de zaal. Men stond op en samen werd het een krachtig, ritmisch applaus. Het geluid van iedereen haalde me terug uit mijn gedachten, maar ik voelde op een vreemde manier dat ik te laat was om nog spontaan mee te gaan klappen. Ik bleef nog even bezig met wat mij vooral was ingegeven tijdens de rustige aanvangstonen van het lievelingslied van Math: hoe het leven ondanks alles altijd hoorbaar aanwezig blijft. Omdat het niet anders kan. Lune wist dat, maar had er nog niet de woorden voor. Ik voelde het vanochtend en heb er deze woorden voor.

Deze woorden, als een tekstueel applaus voor Math, zijn vrouw, zijn dochters en schoonzoon, zijn broers en zussen, overige familie, vrienden en bekenden. 🙏

Boekpresentatie 10 juli!

En dan gaat het er, ondanks corona, dan toch eindelijk van komen: de boekpresentatie van ‘Waar het hart vol van is…’! Het boek is klaar! En op zaterdag 10 juli aanstaande wil ik dat feestelijk markeren.



Waar ‘t hart vol van is…
De plek van handeling wordt ‘t Gasthoês in Horst. In de Herberg om precies te zijn. Het nieuwe concept van ‘t Gasthoês maakt het, als je het mij vraagt, de ideale plek voor de boekpresentatie. Het is een plek geworden waar cross-overs zijn ontstaan. Waar cultuur en literatuur elkaar ontmoet hebben. Waar de medewerkers van ‘Gewoon doen’ samenwerken met de professionals van de Herberg en het personeel van ‘t Gasthoês. Een plek waar straks de lokale radio de stem vertolkt van wat er in de gemeenschap leeft en de muziek laat klinken die er wordt gemaakt. Een plek, kortom, waar ‘ieders hart vol van is’ door de kracht van het samengaan en het samengaan van krachten. En als je boek dan de titel heeft ‘Waar het hart vol van is…’. Tja…

Daarom. Op zaterdag 10 juli wil ik op die speciale plek mijn boekpresentatie houden met een programma waarin literatuur, muziek en (grafische) kunst bij elkaar komen. Over het programma zometeen meer.

Corona… dus aanmelden
Eerst even een organisatorisch corona-dingetje. Het is (nog) zo dat door corona het aantal aanwezige gasten beperkt is tot maximaal 50 personen. Ik heb geen idee hoe druk het gaat worden maar uit voorzorg heb ik het programma op 10 juli ‘s morgens én ‘s middags gepland, waardoor het totale aantal op die dag 100 personen kan zijn. Om overzicht te houden over het aantal bezoekers is aanmelden wel nodig. Het bezoek is gratis, kopje koffie of thee staat klaar maar aanmelden van te voren moet wel gebeuren. Hieronder heb ik daarom een aanmeldlink opgenomen.

Programma
Wat kun je verwachten op de boekpresentatie? Omdat het boek een samengaan is van tekst, gesproken woord, muziek en beeld wil ik al die facetten aan bod laten komen.

Beeld
Heel blij en trots ben ik dat 25 kunstzinnige mensen in mijn boek een gedicht van mijn hand hebben gekozen om daar een werk bij te maken. 12 van die werkstukken zijn afkomstig van de medewerkers van Gewoon Doen. Een mooi voorbeeld van een spontane cross-over die is ontstaan. Foto’s van dat en al het andere werk staan in het boek bij de gekozen gedichten, maar tijdens de boekpresentatie wordt van het originele werk een expositie samengesteld. Ik ben heel benieuwd hoe al die verschillende, tot beeld verwerkte, gedichten er bij elkaar gaan uitzien.

Muziek
Pianist en componist Egbert Derix heeft zich laten inspireren door een van de gedichten uit het boek en heeft daar een prachtige muzikale vertolking van gemaakt. Hij heeft Marion Steeghs gevraagd om de tekst van het gedicht te zingen. Het nummer komt op een cd, die binnenkort gaat verschijnen. Marion en Egbert zullen onder andere dat nummer live laten horen tijdens de boekpresentatie en op hun optreden verheug ik me enorm.

Tekst
Verder wordt uiteraard het boek ‘onthuld’ en wil ik graag het eerste exemplaar symbolisch uitreiken. Aan wie? Daar denk ik nog even over na. Ook ga ik voorlezen uit eigen werk en illustratief voor het ontstaan van crossovers gaan we het voorlezen combineren met piano-improvisaties van Egbert. Ook daar zie ik naar uit.

Na afloop kunnen we in de Herberg met elkaar nog wat napraten. Als je hebt vooringeschreven voor het boek dan ligt het op 10 juli voor je klaar. . Als je dat wil, dan zet ik er ter plekke nog een persoonlijke noot voor je in. En mocht je het boek die zaterdag willen kopen, dan kan dat uiteraard ook. Het gaat € 25,- kosten, waarbij ik van elk verkocht boek €10,- ga doneren aan Hospice Doevenbos in Horst.

Tot ziens!
Ik hoop dat ik je zaterdag 10 juli, ‘s morgens of ‘s middags, mag begroeten. Wil je er bij zijn, dan kun je je aanmelden door op de link hieronder te klikken. Hopelijk tot dan!

Klik hier als je bij de boekpresentatie aanwezig wil zijn