Bloemenstenen

Ze zijn weg. Alles is opgeruimd. Gisteren lagen ze er nog. Het kon natuurlijk ook niet altijd blijven liggen. Toch voelt het vreemd om de stenen weer te zien, die sinds carnavalsdinsdag verborgen lagen onder stapels bloemen voor Guus.

Het is nu net alsof de stenen iets van de bloemenkleuren hebben geabsorbeerd. Niet letterlijk, want de stenen zijn voor de leek exact hetzelfde als de stenen waar geen bloemen hebben gelegen. 

En toch is er een grote cirkel van het Lambertusplein nooit meer hetzelfde. Het plein is voor altijd veranderd. Iedereen die het weet loopt er voortaan anders overheen. Het deel waar de bloemen lagen is nu weer onzichtbaar opgenomen in het grotere geheel. En toch zal menigeen aan Guus denken als ze er straks lopen.

Van het Lambertusplein loop ik door, richting Gasthoesplein. Ik buig mijn hoofd en kijk naar de stenen onder mijn voeten. Het zijn dezelfde stenen als die waar de bloemen op hebben gelegen. En dezelfde stenen die de bloemen droegen hebben ook Guus gedragen. Ongewild, maar ze deden het. En een dag later de bloemen. En de kaarsen. Zoals ze ook de achtduizend voeten droegen, tijdens de stille tocht. Ik loop over dezelfde soort stenen en kijk er toch ineens anders naar.

Het grotere geheel. En daar onderdeel van zijn. Elke steen raakt een steen die weer een andere steen raakt. In die zin zou je kunnen zeggen dat alle stenen met elkaar verbonden zijn. Zelfs zodanig dat de kleur van de ene steen mede de kleur van de steen ernaast bepaald. En van de volgende. En de volgende. De bloemenkleur die niet te zien is lijkt te worden doorgegeven.

En voor je het weet sta je dan op de stenen van het Gasthoesplein. Ook niet anders gekleurd, maar toch anders, omdat ze grensden aan de bloemenstenen. Nog een beetje verder voel je die kleur in de stenen voor de Mèrthal. Stenen die de erehaag van mensen droegen bij het afscheid van Guus. Een erehaag die door het asfalt en de stenen stoeptegels aan weerszijden van de Stationsstraat tot heel heel ver werd meegevoerd.

Net als de stenen, zou je kunnen zeggen, maakt Guus nu deel uit van een groter geheel. Hij leeft niet alleen voort in de oneindige ruimte van de herinnering, maar is ook te vinden in elke steen die de bloemen droeg. En daarmee in elke steen die daar aan grenst. Stenen die tegelijk de aarde en de lucht raken. Waar bloemen groeien en vogels vliegen. Daar is Guus. Daar, waar wij ook zijn. Overal, maar zeker op het Lambertusplein. Bij de bloemenstenen.

PS Een uur na het schrijven van deze blog lees ik een persbericht, waarin staat dat met goedvinden van de ouders van Guus alle bloemen, kaarten, tekeningen etc. zijn verplaatst naar een andere plek. Daar kunnen de nabestaanden in alle rust uitzoeken wat ze willen bewaren van het massale eerbetoon aan Guus.

Ziel en zaligheid…

Dit prachtige kleine lijstje en dito foto kreeg ik een paar dagen na het overlijden van Jan Duijf kado van Marion Steeghs. Op de foto Jan in het midden. Links van hem kijk ik nog net de camera in en rechts van Jan zit Egbert. We zitten samen aan de stamtafel in café Cambrinus. Zoals zo vaak.

Toen nog wel. 

Jaren geleden -toen corona alleen nog maar een biermerk was- sloten Jan en Henny na 25 jaar hun café. Een heel begrijpelijk besluit, wat niet wegneemt dat het door velen tot op de dag van vandaag en waarschijnlijk nog lang na vandaag wordt betreurd. Maar nogmaals, begrijpelijk. Sindsdien hebben Jan, Egbert en ik elkaar regelmatig ontmoet aan andere tafels. Vóór corona aan een tafel in een andere horecagelegenheid en dóór corona herhaaldelijk bij een van ons aan de huiskamertafel. We hielden contact.

Toen nog wel..

De ruimte van wat eerst Cambrinus was, is door Jan al snel getransformeerd tot een communicatief commando-centrum voor HadM800. ‘HadM800’ is de verzamelnaam van alle activiteiten die in het herdenkingsjaar 2019 zijn georganiseerd om aandacht te schenken aan 800 jaar geschiedenis van Horst aan de Maas. Jan heeft zijn hele ziel en zaligheid in de organisatie daarvan gelegd. Zijn drijfveer om de geschiedenis van Horst aan de Maas mede de toekomst ervan te laten bepalen heeft zijn vruchten afgeworpen. Nog elk jaar worden evenementen uitgevoerd die toen, in 2019,  hun oorsprong vonden.

Toen was Jan er nog bij…

Sinds zondag 28 november 2021 is Jan niet meer onder ons. Althans niet lijfelijk. Wat rest, zou je kunnen zeggen, is Jan’s ziel en zaligheid. Dát, plus de herinneringen aan een gedreven inspirator, die in mijn gedachten zo nu en dan nog vol overtuiging zijn kijk op de wereld met me deelt. 

Op 7 november 2021 -drie weken voor zijn onverwachte overlijden- nam het dagelijks bestuur van HadM800 in Kasteel ter Horst feestelijk afscheid van elkaar en van hun taken. Jan Duijf zou daar bij zijn geweest, maar was die middag onverhoopt verhinderd. 

Ik mocht het vertrekkende bestuur die middag verrassen met een muzikale- en tekstuele aubade. Daar zijn toen opnames van gemaakt die ik onlangs, in een afgemonteerde versie, heb mogen terug kijken. Arie Stas, voormalig voorzitter van HadM800, en tevens enthousiast en succesvol amateurfilmer, heeft die beelden samengevoegd tot een mooi geheel.

Het was de tweede keer dat ik de aubade bracht. Vijf weken eerder, bij een wat soberder afscheid in een wat groter verband was Jan wel aanwezig. Bij die gelegenheid vroeg hij me of hij de tekst mocht hebben. Ik heb dat toen schertsend geweigerd. Vooral omdat die tekst op een ietwat verkreukeld A4-tje stond. Jan ging akkoord met mijn belofte om hem later van een nette versie te voorzien.

Die belofte was toen…

De tijd en het lot hebben het inlossen van die belofte echter onmogelijk gemaakt. Dacht ik. Tot ik een paar dagen geleden de beelden weer zag. Het contrast met het feestelijke afscheid toen en het droevige afscheid drie weken later kan niet groter zijn. In mijn hoofd vormde zich meteen een beeld van Jan, die er toen niet was en er nu niet meer is.

Met toestemming van Arie Stas en de andere aanwezige ex-bestuursleden van HadM800 deel ik hieronder die beelden. Als een eerbetoon aan Jan Duijf en omdat ik hem die woorden heb beloofd.

Toen… en nu. Omdat geschiedenis ook toekomst is.

Voor Henny en voor al die anderen die de ziel en zaligheid van Jan nog steeds voelen...

Wolken rond Hanni…

Hemelsbreed zal het zo’n vijfhonderd meter zijn. Van de plek waar ik nu zit tot het huis waar ik vroeger menige avond heb doorgebracht. Op het eind van mijn middelbare schooltijd was ‘huis ten Brink’ de plek waar we samenkwamen. Waar we naar muziek luisterden en ieder op zijn of haar manier, mede dankzij die plek, mét elkaar groeiden in het leven. Ik herinner me het grote examenfeest, dat we met z’n achten gaven. Vier waren er geslaagd en vier niet. Ik hoorde bij de laatste groep.

Er kon veel op die plek. Zo nu en dan waren we live getuige van het opzoeken van grenzen, wanneer vader Ten Brink met één van zijn zoons, Stefan, Maurits of Guido, in discussie ging over hoe de gemaakte afspraken nu eigenlijk geïnterpreteerd moesten worden. Ik kan me niet herinneren dat ik moeder Ten Brink die rol ooit heb zien nemen. Haar associeer ik meer met de momenten waarop we in de keuken welkom waren en samen wat mochten eten. En dat haar zoons haar volgens mij ook vaker aanspraken met haar voornaam: Hanni.

Nu, op zo’n vijfhonderd meter afstand hemelsbreed, weet ik dat zij in datzelfde huis ernstig ziek is. Weet ik dat haar kinderen haar in deze periode begeleiden. Veronderstel ik dat haar man haar mee verzorgd, met alle liefde en medische kennis die in hem is. Onlangs sprak ik Guido. En nog wat dagen eerder Jordi, die me vertelde over de speciale band die hij met haar had, vanwege hun gezamenlijke betrokkenheid bij het Huis van de Wijk in de Norbertusparochie.

Haar betrokkenheid. Hoeveel momenten waren het niet dat ik haar tegen kwam? Bij legio gelegenheden waar ik bijeenkomsten mocht presenteren, meestal met een maatschappelijk karakter. Hanni ten Brink liet daar op niet mis te verstane wijze keer op keer horen hoe ze over zaken dacht. Sociaal. Betrokken. Vader Ten Brink zag ik in diezelfde tijd vooral wanneer hij met vaste tred door Horst wandelde, in zijn eigen aanwezigheid en in gedachten verzonken.

Net als nu waarschijnlijk. Gedachten aan haar. Gedachten aan de momenten die ze samen beleefden. Gedachten aan Claudia, aan Judith en aan Maurits. Drie van hun kinderen waarvan het leven, in al zijn oneerlijkheid en hardheid, hen al afscheid van had laten nemen. Aan Marc, die een tijdlang letterlijk bij hen kind aan huis was, maar ook niet meer onder ons. Hoe zij, hij en Hanni, ondanks of dankzij, toch samen het leven bleven omarmen. Met Stefan en Guido en de mensen die hen lief waren.

Tot nu. Opnieuw een moment dat het leven en de tijd hun grillige kanten laten zien. Onontkoombaar. De tijd die hier vijfhonderd meter vandaan waarschijnlijk langzamer voorbij gaat, dan op andere plekken. Maar voorbij gaat ze. Naar een andere staat van zijn. Op weg naar een andere wereld, waar -wie weet- weer heel veel dingen samenkomen. Waar Claudia, Judith, Maurits en Marc missschien wel op haar wachten. Wie zal het zeggen. Het is haar gegund. Juist vanwege haar betrokkenheid en om wie ze is.

Zij was het die me ooit gezegd heeft dat ik een boek moest schrijven. In 2016 heb ik dat gedaan. De titel ‘Tijd heelt alle woorden’. Ondertitel ‘Troost en herkenning’. Als tijd alle woorden heelt, dan helen woorden misschien ook wel de tijd. Vandaar deze woorden voor haar en voor hen die haar straks in dit leven moeten missen. Maar tegelijk ook voor al diegenen die haar zometeen mogelijk weer gaan zien. Voor ons dus eigenlijk. Wie weet. Hanni…