Leuke lange lijnen

Aan de ene kant het kleurrijke, nieuwe onbekende en aan de andere kant het saaie, oude bekende. Daar sta je zo nu en dan gevoelsmatig precies midden tussen in. De uitdaging lonkt om het nieuwe te kiezen en op ontdekkingstocht te gaan. En als het nodig is, daarvoor het oude bekende los te laten. Nieuwe dingen doen. Of oude dingen anders. Creatieve inspiratie zoeken en heerlijk genieten van wát je dan ook tegenkomt. Hoe mooi is dat. 

Afwijken van gebaande paden. Grenzeloos kunnen zijn. Daar is lef voor nodig. En tijd. Want is het al niet te laat voor het maken van die keus? Kán het uberhaubt wel? Want als je de uitdaging aangaat, zul je dan meteen succes ervaren? Of helemaal niet? Is het wel de juiste keus? Is die onherroepelijk? Is creatief wel productief? Het zijn vragen die doen twijfelen. Erger nog, ze zorgen voor het gevoel van ingeperkt zijn. Juist dat wat je niet wil. Of hoort dat gevoel er gewoon bij? 

Is ‘onbeperkt vrij zijn’, alleen mogelijk voor zover de omkaderde werkelijkheid dat toestaat? Hoe vastomlijnd is die werkelijkheid dan? Blijft creativiteit per definitie binnen de bekende lijntjes? Of zijn het juist die lijntjes die je kunt gebruiken om verbindingen te knopen naar het onbekende? Als je voor het nieuwe kiest, móet je dan wel tegelijkertijd de touwtjes die je al in handen hebt, laten vieren? Moet je perse, als je op zoek bent naar het nieuwe, het oude loslaten? Of is dat loslaten slechts tijdelijk, in de geruststellende wetenschap dat je de touwtjes ook weer op kunt pakken?

Dat laatste kietelt mijn verbeelding wel. Wat zou er gebeuren als je een lijntje naar het onbekende vast zou knopen aan een touwtje waarvan je dacht dat je het los moest laten? Zo’n los eindje, dat je even naast je hebt neergelegd, vastmaken aan een nieuw lijntje. Dan wordt het oude zo verbonden met het nieuwe. Het saaie daardoor weer uitdagend. Om het in die staat vervolgens ook weer naast je neer te kunnen leggen. En op te pakken, wanneer je maar wil. Creativiteit binnen de lijntjes. Maar steeds anders. En steeds langer. Leuk. Straks eens wat voorbeelden bij bedenken. Iemand een voorstel?

Niet moeilijk om te kiezen

Het hondje bij de buren blaft. Al een hele tijd. Irritant. Het was een speciaal ras, vertelden ze, toen ze de pup net gehaald hadden. Zó’n leuk beestje. We hoefden ons geen zorgen te maken. Het was een soort dat niet blafte. Nou, dat rasechte hebben ze er hierlangs snel uitgekregen. Hoezo puppycursus. Godverdegodver.

Allée. Tot tien tellen. Het is tenslotte mijn vrije zaterdag. Als de buren straks thuis zijn, dan zal het wel ophouden. Die rashond wil natuurlijk aandacht. Nou, de mijne heeft ie… Gek hoe je door vervelende prikkels geobsedeerd kunt raken. Beter zou zijn als je jezelf in dat geval zou kunnen afleiden met prettige prikkels. Maar die venijnige blafjes nemen telkens weer alle plaats in, in mijn hoofd. Is dat óók mindfullness?

Op de radio zingt Claudia de Brey een liedje van Gerard van Maasakkers: Benny. Een nummer over een homofiele jongen die in zijn traditionele familie niet uit de kast durft te komen. In het refrein komt regelmatig de zinsnede ‘niet moeilijk om te kiezen’ terug. Het doet me denken aan een situatie van gisteravond. Het gesprek ging over Sotsji en over de ‘zware delegatie’ uit Nederland die daar de olympische winterspelen gaat bezoeken. Daarmee zou een verkeerd signaal worden gegeven. Het antihomobeleid van Poetin zou te weinig of zelfs helemaal niet aan de kaak gesteld worden. Een minder zware delegatie doet dat wel?

Van mij mag de koning gaan. Hij doet dat graag en kan dat ook goed, aanmoedigen. Beelden van Willem uit 1996, tussen de bronzen hockeydames in Atlanta, bewijzen dat het uit z’n hart komt. ‘Niet moeilijk om te kiezen’, zou ik zeggen. Laten gaan die man. Meer twijfel heb ik met Rutte. Dat komt vooral door de context van het liedje van Claudia. ‘…wat als je nooit meer schijnheilig hoeft te zijn, en als je voortaan altijd jezelf kan zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’. Mijn twijfel komt door het woord ‘schijnheilig’ denk ik. Maar ach, misschien houdt Mark ook écht van sport. Hij gaat voor Sven, geloof ik.

Sven gaat vooral voor zichzelf, lijkt me. En voor goud. Met zijn vriendin waarschijnlijk, Naomi van As, die trouwens een heel aardig potje kan hockeyen. Ze haalde tijdens de olympische zomerspelen in Peking goud voor Nederland. Dat was in 2008 en Willem was toen nog gewoon prins maar daarnaast ook lid van het IOC. Hij mocht die gouden plak uitreiken. Wie er toen van de regering bij was, weet ik niet meer. Misschien Mark wel. Ook in 2012? Zou best kunnen. Maakt ook niet zoveel uit. Zeker weet ik dat Naomi er in 2012 weer bij was. Toen in London. Opnieuw goud. Niemand vroeg zich op dat moment af hoe het daar met de homo’s ging. Beter dan in Peking? En hoe was het met de hetero’s? Ook daar was weinig aandacht voor.

Nu is dat compleet anders. In de aanloop naar de komende winterspelen zijn we er met z’n allen mee bezig. Kranten staan er vol van en praatprogramma’s hebben het over niks anders. Geen wonder dat we er allemaal iets van vinden. Delegatie is te zwaar, Mark Rutte te licht, Arthur Japin te gay, Kleintje Pils a-muzikaal… Het lijkt niet moeilijk om te kiezen.

Volgens mij komt dat omdat de keuzes allang voor ons gemaakt zijn. Keer op keer opnieuw, in honderden variaties. We hoeven alleen nog maar ja te knikken of nee te schudden. Volgzaam als hondjes die niet kunnen blaffen. En het vervolgens toch doen. Daar kun je behoorlijk last van hebben. Of niet. ‘…als je voortaan altijd jezelf kunt zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’.

Dat ik er dan toch zoveel moeite mee heb, blijft me bezig houden. Want als het me niet zo bezig houdt, heb ik er dan te weinig moeite mee? Volgens alle media ben ik schuldig. Maar ik wil niks bewijzen. Ik denk dat ik me vooralsnog bij gebrek aan bewijs maar gewoon vrijspreek. Het blaffen is opgehouden.

Duizend levens

‘Ik had wel duizend levens en ik nam er maar één.’ Een dichtregel van Cees Nooteboom, waar mijn oog op valt. Een regel om te bewaren, vind ik, omdat de zin me aan het denken zet. Er zit wat confronterends in. Een soort knieval voor de veel te schaars bemeten tijd die eenieder in een mensenleven gegund is. Een zelf-opgelegde beperking, lijkt het, die je machteloos maakt. In de dubbele zin van het woord. Kiezen omdat je geen keuze hebt. Eén voor één tik ik de woorden in. Een nieuwe notitie, waarbij het voelt alsof er na elk woord een leven aan me voorbij trekt.

Een ongeleefd leven. Een onvolledig geleefd leven. Een te weinig ingeleefd leven. Een te beleefd leven misschien? Combinaties van die vier? De zin intrigeert me. De massaliteit van de keuzes en er dan maar één nemen. Er 999 laten liggen, zogezegd. Het voelt als verspilling. En het roept de vraag op of dat éne leven dat je gekozen hebt niet een verkeerde keuze is. Zou Cees het ook zo bedoeld hebben? Of moet je het heel anders lezen? Als uit een soort bescheidenheid van een grote schaal bonbons er maar één nemen? Kijk mij eens welgemanierd zijn en beheerst. Zou kunnen. Maar toch…

Hoeveel ‘levens’ had ik? Wanneer waren mijn ‘keuze’-momenten? Waren het er duizend? Er zijn er veel te bedenken. Momenten in mijn leven die bepalend kunnen zijn geweest. Er schieten allerlei beelden door mijn hoofd. Van heel vroeg in mijn leven meegemaakte gebeurtenissen, van latere momenten, doorlopend tot aan de dag van vandaag. Het zijn doorleefde momenten, die misschien wel om die reden nog steeds zichtbaar zijn aan de binnenkant van mijn ogen.

Dan zie ik de vijfjarige kleuter die naar huis wil omdat het gevoel van onbehagen over de thuissituatie hem parten speelt. Ik zie de eerste klasser die voor een volle kerk mag voorlezen bij zijn eerste communie. De zesde klasser die onwetend in mooie krulletters opschrijft dat hij naar de HAVO gaat, maar pas als brugklasser de wereld open ziet gaan en VWO-er wordt. De schoorvoetende tiener die in psychiatrisch centrum ‘St. Anna’ zijn moeder bezoekt. De huilende 18-jarige die afscheid van haar neemt in een koud mortuarium.

Ik zie de examenkandidaat, een jaar later, die dan wél slaagt maar geen idee heeft voor een vervolgstudie. De dienstplichtig militair in Amersfoort die zijn opleiding krijgt tot radarist. De kantoorklerk in Seedorf die op die manier een volledig nutteloze radar-opleiding min of meer zinnig invult . De vrijwilliger bij het Kindervakantiewerk Horst, die ook hoofdleider werd om in aanmerking te komen voor buitengewoon verlof. De korporaal die langer diende omdat hij nog steeds niet wist wat hij na z’n dienststijd wilde gaan studeren. De reiziger naar Griekenland die in drie maanden opgespaard verlof de tijd opvulde tussen diensttijd en begin studie.

Ik zie de student Logopedie, die eerst bij zijn oudste zus introk, maar later in Eindhoven op kamers ging. De logopedist, die in Hoogeveen bij de GGD Zuid-West Drenthe ging werken. De huurder van een 1-persoonsappartement in een flat aan de Helios die een jaar later samen met zijn vriendin op de Antares in een groter flatje trok. De bruidegom, die in 1991 met zijn vriendin trouwde, drie dagen feest had, en daarna gehuurd boven de Zeeman woonde. De vader van een dochter, die het eerste jaar alleen maar stil was als ze bewogen werd. De huiseigenaar die in de tuin van zijn nieuwe woning ’s zomers maximaal van één tot vijf de zon zag.

Ik zie de werknemer die weer een studie oppakte, om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De vader van een tweede kind, een zoon, wiens geboorte de moeder vier dagen op de intensive care deed belanden. De directeur van de eenmanszaak in grafische communicatie die elke opdracht een nieuwe uitdaging vond. De spreker die bij verschillende gelegenheden mocht verwoorden wat anderen bezighield. De orgelspeler die zijn jarenlange wens vervuld zag en een draai kon geven aan zijn hobby. De vijftigjarige die terugkijkend steeds kritischer vooruitkeek en zichzelf steeds vaker tegenkwam. De schrijver die de emoties van alledag bij herhaling probeerde te verwoorden.

Verhalen over het leven. En over de momenten in de tijd van het leven. Duizend levens? Ja. Ook ik nam er steeds maar één. Niet uit bescheidenheid of beheersing. Niet uit machteloosheid. Nee hoor. Ik nam er steeds één, maar dat télkens weer. Elk moment opnieuw. Omdat het niet anders kon. En ik zou het zo weer doen. Omdat het niet anders kan. Omdat ik dóórleef. Een leven lang. Met jou. Een leven uit duizenden…