Geluk gehad…

op plaatsen
waar ik even stond
kwamen er
woorden uit de grond

het waren
woorden van gewicht
ze vormden samen
een gedicht

dat ging toen langs
mijn been, gericht
rijmend op weg
naar mijn gezicht

de inhoud
maakte me wel blij
was grotendeels
gericht aan mij

bijna was ik er
voor gezwicht
toch hield ik stijf
mijn lippen dicht

want ergens in
die woordenbrei
stond slinks ‘corona’
er nog bij…

Himmelhoch jauchzend…

Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Een zin die me te binnen schiet, nu ik mijn gedachten laat gaan over de tegenstrijdigheid in het leven. Momenten van geluk, die alleen maar lijken te bestaan, bij de gratie van momenten van ellende. Of, omgedraaid, ellende en wanhoop die je alleen maar kunt verdragen, wanneer je ook oog houdt voor de mooie en waardevolle dingen die je overkomen. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Zeker wanneer de optelsom van negatieve gebeurtenissen steeds verder van het positieve lijkt af te drijven.

De laatste weken beleef ik zo’n periode. Niet zozeer met mezelf als middelpunt, maar de aanleiding is iemand uit mijn directe omgeving. Hoop en vrees hebben elkaar herhaaldelijk afgewisseld. Om uiteindelijk te belanden in het nu, met bange vermoedens voor de toekomst. Die vrees zorgt bij direct betrokkenen om heel verschillende en meestal onbenoemde redenen voor een scala aan emoties. Boosheid, zorgzaamheid, verdriet, gelatenheid enzovoorts. Soms zo vanzelfsprekend, die gevoelens, maar niet altijd voor de hand liggend. Ja, zelfs soms onbedoeld, ongemakkelijk of onbegrepen confronterend.

Vervangende emoties heb ik ze pasgeleden genoemd, toen we het er over hadden in kleine kring. Vervangend, omdat de echte emoties zo dicht tegen de kern van het bestaan aan liggen, dat ze bijna niet bespreekbaar zijn. Je staat er niet bij stil dat elke dag een beetje sterven is. Die ene zekerheid in het leven benoem je alleen als je er direct of indirect mee in aanraking komt. Of denkt te komen. En dan nog maar met de grootste terughoudendheid. En dus vaak grenzend aan stilte. Ook omdat we liever ‘jauchzend’ zijn dan ‘betrübt’.

Zondagmorgen heb ik vijf tabletjes gehaald bij de dienstapotheek in Venlo. Vijf tabletjes, waarvoor gisteren, op zaterdag, veel mensen zijn benaderd, die er ieder op hun eigen manier bij betrokken raakten. Vijf tabletjes waarmee de komende vijf dagen het midden gewaarborgd lijkt tussen ‘himmelhoch jauchzend’ en ‘zum Tode betrübt’. Zodat op de zesde dag alles volgens de eerder afgesproken schijnzekerheid kan gaan verlopen en de zevende dag weer rust brengt. Hopelijk.

‘Is dit nou later?’ hoor ik Stef Bos indringend zingen door mijn koptelefoon. ‘Is dit nou later? Een diploma vol met leugens, waarop staat dat je de waarheid kent? Ik snap geen donder van het leven, ik weet nog steeds niet wie ik ben. Is dit nou later?’. Muziek. Die direct toegang heeft tot welke emotie dan ook. Ik laat het liedje binnenkomen. Krijg een beeld bij de zin ‘Mama, mag het licht aan op de gang’ en ben daarna even stil.

Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Daar begon het mee. En daar wil ik ook mee afsluiten. Verrast lees ik de context van deze regels, die in 1787 al door Johan Wolfgang von Goethe zijn opgeschreven. Tweehonderdachtentwintig jaar geleden al! Daar vallen vijf tabletjes en één vrije zaterdag compleet bij in het niet. Zeker als ik ‘in gedachten verzonken’ en ‘liefhebbend’ er in teruglees. Fijne zondag nog.

Freudvoll
Und leidvoll,
Gedankenvoll sein,
Hangen
Und bangen
in schwebender Pein,
Himmelhoch jauchzend,
zum Tode betrübt –
Glücklich allein
Ist die Seele, die liebt.

Johann Wolfgang von Goethe

Duizend levens

‘Ik had wel duizend levens en ik nam er maar één.’ Een dichtregel van Cees Nooteboom, waar mijn oog op valt. Een regel om te bewaren, vind ik, omdat de zin me aan het denken zet. Er zit wat confronterends in. Een soort knieval voor de veel te schaars bemeten tijd die eenieder in een mensenleven gegund is. Een zelf-opgelegde beperking, lijkt het, die je machteloos maakt. In de dubbele zin van het woord. Kiezen omdat je geen keuze hebt. Eén voor één tik ik de woorden in. Een nieuwe notitie, waarbij het voelt alsof er na elk woord een leven aan me voorbij trekt.

Een ongeleefd leven. Een onvolledig geleefd leven. Een te weinig ingeleefd leven. Een te beleefd leven misschien? Combinaties van die vier? De zin intrigeert me. De massaliteit van de keuzes en er dan maar één nemen. Er 999 laten liggen, zogezegd. Het voelt als verspilling. En het roept de vraag op of dat éne leven dat je gekozen hebt niet een verkeerde keuze is. Zou Cees het ook zo bedoeld hebben? Of moet je het heel anders lezen? Als uit een soort bescheidenheid van een grote schaal bonbons er maar één nemen? Kijk mij eens welgemanierd zijn en beheerst. Zou kunnen. Maar toch…

Hoeveel ‘levens’ had ik? Wanneer waren mijn ‘keuze’-momenten? Waren het er duizend? Er zijn er veel te bedenken. Momenten in mijn leven die bepalend kunnen zijn geweest. Er schieten allerlei beelden door mijn hoofd. Van heel vroeg in mijn leven meegemaakte gebeurtenissen, van latere momenten, doorlopend tot aan de dag van vandaag. Het zijn doorleefde momenten, die misschien wel om die reden nog steeds zichtbaar zijn aan de binnenkant van mijn ogen.

Dan zie ik de vijfjarige kleuter die naar huis wil omdat het gevoel van onbehagen over de thuissituatie hem parten speelt. Ik zie de eerste klasser die voor een volle kerk mag voorlezen bij zijn eerste communie. De zesde klasser die onwetend in mooie krulletters opschrijft dat hij naar de HAVO gaat, maar pas als brugklasser de wereld open ziet gaan en VWO-er wordt. De schoorvoetende tiener die in psychiatrisch centrum ‘St. Anna’ zijn moeder bezoekt. De huilende 18-jarige die afscheid van haar neemt in een koud mortuarium.

Ik zie de examenkandidaat, een jaar later, die dan wél slaagt maar geen idee heeft voor een vervolgstudie. De dienstplichtig militair in Amersfoort die zijn opleiding krijgt tot radarist. De kantoorklerk in Seedorf die op die manier een volledig nutteloze radar-opleiding min of meer zinnig invult . De vrijwilliger bij het Kindervakantiewerk Horst, die ook hoofdleider werd om in aanmerking te komen voor buitengewoon verlof. De korporaal die langer diende omdat hij nog steeds niet wist wat hij na z’n dienststijd wilde gaan studeren. De reiziger naar Griekenland die in drie maanden opgespaard verlof de tijd opvulde tussen diensttijd en begin studie.

Ik zie de student Logopedie, die eerst bij zijn oudste zus introk, maar later in Eindhoven op kamers ging. De logopedist, die in Hoogeveen bij de GGD Zuid-West Drenthe ging werken. De huurder van een 1-persoonsappartement in een flat aan de Helios die een jaar later samen met zijn vriendin op de Antares in een groter flatje trok. De bruidegom, die in 1991 met zijn vriendin trouwde, drie dagen feest had, en daarna gehuurd boven de Zeeman woonde. De vader van een dochter, die het eerste jaar alleen maar stil was als ze bewogen werd. De huiseigenaar die in de tuin van zijn nieuwe woning ’s zomers maximaal van één tot vijf de zon zag.

Ik zie de werknemer die weer een studie oppakte, om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De vader van een tweede kind, een zoon, wiens geboorte de moeder vier dagen op de intensive care deed belanden. De directeur van de eenmanszaak in grafische communicatie die elke opdracht een nieuwe uitdaging vond. De spreker die bij verschillende gelegenheden mocht verwoorden wat anderen bezighield. De orgelspeler die zijn jarenlange wens vervuld zag en een draai kon geven aan zijn hobby. De vijftigjarige die terugkijkend steeds kritischer vooruitkeek en zichzelf steeds vaker tegenkwam. De schrijver die de emoties van alledag bij herhaling probeerde te verwoorden.

Verhalen over het leven. En over de momenten in de tijd van het leven. Duizend levens? Ja. Ook ik nam er steeds maar één. Niet uit bescheidenheid of beheersing. Niet uit machteloosheid. Nee hoor. Ik nam er steeds één, maar dat télkens weer. Elk moment opnieuw. Omdat het niet anders kon. En ik zou het zo weer doen. Omdat het niet anders kan. Omdat ik dóórleef. Een leven lang. Met jou. Een leven uit duizenden…