Niet moeilijk om te kiezen

Het hondje bij de buren blaft. Al een hele tijd. Irritant. Het was een speciaal ras, vertelden ze, toen ze de pup net gehaald hadden. Zó’n leuk beestje. We hoefden ons geen zorgen te maken. Het was een soort dat niet blafte. Nou, dat rasechte hebben ze er hierlangs snel uitgekregen. Hoezo puppycursus. Godverdegodver.

Allée. Tot tien tellen. Het is tenslotte mijn vrije zaterdag. Als de buren straks thuis zijn, dan zal het wel ophouden. Die rashond wil natuurlijk aandacht. Nou, de mijne heeft ie… Gek hoe je door vervelende prikkels geobsedeerd kunt raken. Beter zou zijn als je jezelf in dat geval zou kunnen afleiden met prettige prikkels. Maar die venijnige blafjes nemen telkens weer alle plaats in, in mijn hoofd. Is dat óók mindfullness?

Op de radio zingt Claudia de Brey een liedje van Gerard van Maasakkers: Benny. Een nummer over een homofiele jongen die in zijn traditionele familie niet uit de kast durft te komen. In het refrein komt regelmatig de zinsnede ‘niet moeilijk om te kiezen’ terug. Het doet me denken aan een situatie van gisteravond. Het gesprek ging over Sotsji en over de ‘zware delegatie’ uit Nederland die daar de olympische winterspelen gaat bezoeken. Daarmee zou een verkeerd signaal worden gegeven. Het antihomobeleid van Poetin zou te weinig of zelfs helemaal niet aan de kaak gesteld worden. Een minder zware delegatie doet dat wel?

Van mij mag de koning gaan. Hij doet dat graag en kan dat ook goed, aanmoedigen. Beelden van Willem uit 1996, tussen de bronzen hockeydames in Atlanta, bewijzen dat het uit z’n hart komt. ‘Niet moeilijk om te kiezen’, zou ik zeggen. Laten gaan die man. Meer twijfel heb ik met Rutte. Dat komt vooral door de context van het liedje van Claudia. ‘…wat als je nooit meer schijnheilig hoeft te zijn, en als je voortaan altijd jezelf kan zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’. Mijn twijfel komt door het woord ‘schijnheilig’ denk ik. Maar ach, misschien houdt Mark ook écht van sport. Hij gaat voor Sven, geloof ik.

Sven gaat vooral voor zichzelf, lijkt me. En voor goud. Met zijn vriendin waarschijnlijk, Naomi van As, die trouwens een heel aardig potje kan hockeyen. Ze haalde tijdens de olympische zomerspelen in Peking goud voor Nederland. Dat was in 2008 en Willem was toen nog gewoon prins maar daarnaast ook lid van het IOC. Hij mocht die gouden plak uitreiken. Wie er toen van de regering bij was, weet ik niet meer. Misschien Mark wel. Ook in 2012? Zou best kunnen. Maakt ook niet zoveel uit. Zeker weet ik dat Naomi er in 2012 weer bij was. Toen in London. Opnieuw goud. Niemand vroeg zich op dat moment af hoe het daar met de homo’s ging. Beter dan in Peking? En hoe was het met de hetero’s? Ook daar was weinig aandacht voor.

Nu is dat compleet anders. In de aanloop naar de komende winterspelen zijn we er met z’n allen mee bezig. Kranten staan er vol van en praatprogramma’s hebben het over niks anders. Geen wonder dat we er allemaal iets van vinden. Delegatie is te zwaar, Mark Rutte te licht, Arthur Japin te gay, Kleintje Pils a-muzikaal… Het lijkt niet moeilijk om te kiezen.

Volgens mij komt dat omdat de keuzes allang voor ons gemaakt zijn. Keer op keer opnieuw, in honderden variaties. We hoeven alleen nog maar ja te knikken of nee te schudden. Volgzaam als hondjes die niet kunnen blaffen. En het vervolgens toch doen. Daar kun je behoorlijk last van hebben. Of niet. ‘…als je voortaan altijd jezelf kunt zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’.

Dat ik er dan toch zoveel moeite mee heb, blijft me bezig houden. Want als het me niet zo bezig houdt, heb ik er dan te weinig moeite mee? Volgens alle media ben ik schuldig. Maar ik wil niks bewijzen. Ik denk dat ik me vooralsnog bij gebrek aan bewijs maar gewoon vrijspreek. Het blaffen is opgehouden.