Ga toch fietsen!

Nog een kwartiertje is het zaterdagochtend. Rondje gefietst, via de 200-jarige eik -waar nog steeds het eikenprocessierupsennest dreigend boven het bankje hangt- naar de plek onder de drie bomen, op de T-splitsing Dr. Droesenweg – Schadijkerweg. Hier heeft afgelopen week nauwelijks zwerfvuilvolk gepauzeerd, constateer ik tevreden. En misschien was de Plus-aansteker toch niet leeg, want die zie ik ook niet meer.

Afijn, op dit moment dus heerlijk toeven. Rechts van me hoor ik het regelmatige geluid van de sproei-installatie, die nog wat extra water toevoegt aan het veld, na de regenbui van vannacht. De temperatuur meet een aangename 24 graden en dat is toch bijna 20 graden minder dan gisteren. Ook fijn. Maar daar wil ik het eigenlijk helemaal niet meer over hebben. Record gebroken. Klaar. Wachten op het volgende record dat er ongetwijfeld gaat komen en verder muil houden.

Excuus voor mijn taalgebruik. Misschien komt het omdat ik gisteravond Jinek nog heb gezien, waar zangeres Merol te gast was. Haar liedje ‘Hou je bek en bef me’ was onderwerp van gesprek. Interessant. Ook Johan Derksen vond dat. Hij zat aan tafel omdat hij een aantal benefietconcerten organiseert voor de Katwijkse blueszangeres Aleksandra, oftewel AJ Plug. Tevens zijn chauffeur, omdat het bluesinkomen geen vetpot is. En behoorlijk ziek. Slokdarmkanker.

Mooi gebaar van bluesliefhebber Johan Derksen. Het concert op 10 augustus is in de Bonte Wever en op 22 augustus in Katwijk. Veel muziekcoryfeeen hebben hun medewerking toegezegd. Merol mocht ook komen, bood Johan spontaan aan. ‘Als je geen vieze liedjes zingt’, voegde hij er met een ondeugende blik aan toe. Jinek zelf bleef wat moeite houden om de titel van Merol’s liedje uit te spreken, omdat ze, zoals ze zei, ‘ook ouders thuis had zitten’.

Dubbel afijn. De kerklok van Meterik slaat half een. Talkshowhostpresentatrice is ook maar gewoon een beroep en zwerfvuil is er wel op meer plaatsen. Een associatie die in mijn hoofd opkomt en die ik daarom hier opschrijf. Waar die associatie vandaan komt, is me zelf niet helemaal duidelijk. Misschien omdat het allemaal wat veel is, wat je ongevraagd over je heen krijgt? Maar je hoeft toch niet te kijken? En je hoeft het toch ook niet op te schrijven?

Driedubbel afijn. Soms heb je van die buien. In de Volkskrant vanochtend ging het over The NewTantra. Vijf oud-cursisten komen aan het woord. Ze schreven zich in voor de workshop, verwachtten seksuele bevrijding en persoonlijk groei, maar het voelde uiteindelijk allemaal anders. Al met al ben ik nu eigenlijk benieuwd wat tantrameester Alex Vartman van het liedje van Merol vindt. En valt het grapje van Johan Derksen aan Jinek’s tafel over zijn ex-vrouw ook onder de noemer machtsmisbruik?

Gelukkig is het niet meer zo warm. Het is zaterdagmiddag een uur. Ik hou m’n bek en ga fietsen!

Vinden…


Gedeelde beleving die zinnen verzet
Middels woorden die raken, in tranen gebed

Leven en dood in een vreedzaam ballet
Laten zout zoeter smaken, in een innig duet

Verbindt zo akkoorden tot refrein en couplet
En dan vind je de woorden, in tranen gebed

(foto’s: Noah Silliman – website Unsplash)

Gedicht geplaatst bij column, gemaakt voor de website Vive-Levenskunst

Klik hier voor column

Voorbij…

ze wandelen voorbij
niet wetend wie jij was
en dat het groen
dat ik voor me zie
ontstaan is uit jouw as

de wind die het beweegt
het strelend zonnelicht
in het groene bed
van zon en wind
herken ik je gezicht

je woorden zijn de bladeren
de bomen je verhaal
en alles
wat ik om me hoor
dat ben jij allemaal

heel even die momenten
alleen voor jou en mij
gedeeld met wind
en zon en groen
ze wandelen voorbij…

Plus…

Compliment. Groot compliment aan de mensen van Openbare Werken van de gemeente Horst aan de Maas die de ‘zooi’ van de vorige keer hebben opgeruimd. In mijn herinnering (en ik heb de foto’s nog)

…indruk van de vorige keer

zie ik nog de stapel ellende die mensen hadden achtergelaten. Nu zit ik weer op hetzelfde plekje en is duidelijk dat er opgeruimd is. Bewonderenswaardig. En daarom bij deze de welgemeende complimenten voor de mensen die dat doen!

Dat het beroepsmatig is, dat ze dat doen, zegt veel over over hoe wij met z’n allen in elkaar steken. Mijn vorige verhaal over ‘zooi’ werd opgepikt door de afvalcoach van de gemeente Horst aan de Maas. In een reactie gaf ze aan dat ik het zwerfvuil ook kon melden. Dat heb ik toen gedaan via de gemeentelijke meldapp en jawel, op dezelfde dag ontving ik een mail dat er werk van was gemaakt.

Om precies te zijn: afgelopen donderdag om 12:01 kreeg ik een mailtje dat mijn melding geregistreerd was. Het bleek melding 3830 te zijn, maar daarover zometeen meer. Precies een uur later weer een mailtje. Ik citeer: ‘Deze melding is door onze collega’s van Openbare Werken afgehandeld’. Binnen een uur! Dus complimenten en respect.

Het is nu zaterdag, twee dagen later. Ik was benieuwd hoe ‘afgehandeld’ er in de praktijk uit zou zien en ben dus weer op dezelfde plek aan het schrijven als de vorige keer. De rotzooi van toen is weg. In de tussentijd heeft iemand, of meerdere iemanden, toch weer kans gezien om een beginnetje te maken aan een nieuw vuilnisbeltje, maar dat doet aan de prestatie van Openbare Werken niks af.

Het was melding 3830… Ik weet niet wat melding nr. 1 was en wanneer die gedaan is, maar bijna vierduizend meldingen zegt iets over ons. Als al die meldingen op een net zo snelle manier zijn afgehandeld als mijn melding, dan zegt dat vooral ook iets over de mensen van Openbare Werken. Dus nogmaals, niets dan lof voor deze club.

Op mijn verhaal van de vorige keer reageerde iemand die schreef dat ik een groter statement zou hebben gemaakt, als ik de rommel toen zelf had opgeruimd. Over die opmerking heb ik wel een paar dagen nagedacht. Was dat zo? Maar ik ben er uit. Nee, dat is niet zo. Want daar ging het niet om. Het ging om rotzooi die andere mensen zomaar achterlaten. En niet om rotzooi die wordt opgeruimd. Daar gaat dìt verhaal over.

Nog een kleine plus op het eind. Mocht er op deze pauzeplek in de toekomst een afvalbak worden geplaatst, dan beloof ik bij deze, als ik hier dan weer ga schrijven, dat ik een paar blikken, een weggegooide aansteker en een paar flessen -nu het begin van mogelijk weer groter afvalleed straks- wèl op zal ruimen.

Het blijft een fijne plek. Vooral door de mensen van Openbare Werken. En ik laat het aan hun deskundigheid en inzicht om af te wegen of een afvalbak een oplossing is. Mogelijk wel sneller opgeruimd, maar dan vergeet ik misschien die 3829 andere meldingen…

PS Ik heb niet gecontroleerd of de aansteker het nog doet, maar ik vermoed dat die leeg is.

Zooi…

Een buitenverhaal. Op een plek die elke keer als ik er weer zit, méér vervuild is dan de keer daarvoor. Hoe langer ik er naar kijk, hoe meer mij het gevoel bekruipt dat we met z’n allen niet meer te redden zijn. Als er op een rustige zitplek, net buiten Meterik, al zo gemakkelijk zoveel rotzooi wordt achtergelaten, hoe moeilijk wordt het dan om het afvalprobleem van de wereld op te lossen.

Afijn. Op een zondagmiddag heb ik weleens vaker van die confronterende, moedeloos makende wereldverbeterende gedachten. Het is het eerste dat bij me opkomt, terwijl ik ga zitten en om me heen kijk. Achter een boom ligt de meeste troep. Gebruikte servetten. Snoeppapiertjes en lege aluminium bakjes. Veel lege blikken en hier en daar een leeg pakje sigaretten. Als ik het van dichterbij bekijk, dan zie ik binnen- en buitenlandse merken, zowel op de blikken als op de sigarettenpakjes.

Terwijl ik me afvraag waar het aan ligt dat mensen zo gemakkelijk hun troep achterlaten, valt mijn oog op een achtergelaten folder. ‘Meer kopen, meer korting’ staat er prominent links boven in de hoek. Misschien is het dat wel, bedenk ik me. We hebben gewoon te veel en dan nog worden we voortdurend aangezet tot meer. Zeker als er korting wordt gegeven.

Wrang dat die folder nu gewoon tussen de andere troep ligt. Maar misschien ook wel heel goed en tekenend voor de situatie. Voor elke rustzoekende toerist, fietser of wandelaar die hier plaats neemt tussen de rommel is het mogelijk een bewustwordingsmoment. Na de eerste ergernis over de rotzooi is het in tweede instantie misschien wel een stimulans om eens na te gaan hoe het eigen koop- en opruimgedrag is.

Ik zag dat het kermis was in Meterik, toen ik hier naar toe fietste. Vertier rondom de kerk. Veel fietsers die hier voorbij komen om te genieten van de feestelijkheden. De meesten weten waarschijnlijk niet aan welke rommel ze voorbij komen. Hoewel ze langs hun route met grote waarschijnlijkheid ook al het een en ander in de berm hebben zien liggen. Wie weet, misschien zelf wel iets hebben weggegooid.

We doen het zelf. Het wel of niet weggooien en -gelukkig- zo nu en dan ook het opruimen. Of er over schrijven. Ik laat het voor nu bij het laatste. Maak nog wat foto’s ter illustratie en besluit het verhaal te delen. Ik troost me met de gedachte dat er op deze plek toch nog steeds méér groen is dan zwerfvuil. Met een opgeruimd gemoed (zucht) fiets ik weer naar Horst. Richting terras. Iets te drinken kopen…

‘12 songs’…

Schrijven en muziek gaan heel goed samen. Zeker als je inspiratie zoekt om wat op papier te zetten. Opschrijven wat je hoort is dan een mooie start. Ik luister naar ‘12 songs’ van Neil Diamond. Stuk voor stuk mooie nummers. Heerlijke meeslepende muziek en met passie gezongen.

Mijn handicap bij dit soort nummers is dat ik op gehoor de tekst nooit zo goed kan volgen. Ik maak me daar niet zo druk om. Ik geniet des te meer van losse zinnen die ik wel opvang en waar ik dan mijn eigen fantasie op kan loslaten. ‘Stand by you, were i belong’ is er zo een. Of deze: ‘flesh and blood, and yours forever’. Twee zinnen uit het tweede nummer van de cd.

Het derde nummer start. Ik probeer met alle concentratie een mooie volzin op te vangen, maar het lukt me niet. Bijna op het eind van het nummer hoor ik ‘Tell me why..’. ‘Love you still, guess i will.. evermore’. Toch mooi. ‘Save me a saturday night’ is nummer vier. ‘Leave me some room at your table’. ‘I wanna slip into your heart if i might’. ‘Want to stay there as long as i’m able’. Pure poëzie.

‘I can feel it’. Uit vijf. En uit zes: ‘Tell me now how i was wrong and i tell you how right you are’. Als ik de rest goed interpreteer is het een lied over een relatie die verbroken gaat worden. Zeven is een beauty. ‘..discover what you really need’. ‘What’s it gonna be when the night is cold’. ‘What’s it gonna be when the morning scares you’…

Acht: ‘I’m a man of God, but i never learned to pray’. Maar dan toch dit: ‘I thank you Lord, for giving me song’. ‘Singing for him is like touching the sky’. En ik meen dat ik opving ‘no need to know why..’. Negen begint met accoorden die ik associeer met een kerkelijk lied. Ave Verum? Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Create me’.. ‘to live again’ zingt Neil.

‘Our destiny is now, create me!’. Tien begint met ‘When you look away from me..’. ‘Face me. Need you to face me’. ‘Love me, need you to love me’. ‘..comes from the heart, not from the head’. ‘Hold me, reach out and hold me’. ‘Face me today..’. Dan elf. Lekker deuntje. ‘Love is not about you and it is not about me. Love is all about we’. ‘Love is not about young or old’. En dan nog een mooie over een touwtje waar je een knoop mee kunt maken. Maar dan moet je die knoop wel ergens aan vast maken, anders heb je alleen maar een knoop. Ik vind dat mooi. Op naar twaalf..

Chips, er komt niks meer! Heb ik al schrijvend een nummer gemist. Of het zijn er maar elf. Zometeen eens even nazoeken… Nee, er staan toch echt twaalf nummers op. Ergens aan het begin heb ik een nummer gemist. Ik denk ‘Captain of a shipwreck’. Wel gehoord, maar niks over opgeschreven. Afijn. Als ik de zinnen teruglees die ik wel heb genoteerd, dan voel ik respect. Ik hoor wijsheid in de teksten. Gevormd door zijn leven is het wijsheid die hij deelt met de luisteraar.

Het afgelopen uur was ik dat. Mocht je getriggerd zijn door de woorden hierboven, luister dan zelf eens naar die twaalf nummers. Is het toeval dat ik nu aan de apostelen denk? Zal wel door die twaalf komen. Hoe dan ook. Neil Diamond. ‘12 songs’. Doen.

Het is op vijf minuten na, twaalf uur. Hmm…

Het groene gras…

Een fris briesje waait over het grindpad, waar ik met mijn rug naar toe zit. Ik kijk uit over een weiland met wat pony’s. Twee veulentjes heeft de lente gebracht. Het is zondagochtend en ik zit op een bankje in de buitenlucht. Zojuist de tweehonderjarige eik gecheckt, maar de eikeprocessierupsen zitten er nog steeds.

Honderd meter verderop zie ik een ander bankje, dat er speciaal neer lijkt te zijn gezet, om te genieten van de wei en het landschap er omheen. En dat doe ik dus nu, terwijl ik het beschrijf. Geluiden van schapen en lammetjes bereiken me, afgewisseld met het klokken van een kalkoen en het snateren van eenden. Landelijk tafereel dat rust uitstraalt.

Gistermiddag een uur georgeld en gezongen in Hof te Berkel. Op een gesloten afdeling, maar in een open sfeer. De deur naar de gezamenlijke tuin stond open. Tot twee keer toe zag ik daar een bewoner van een andere woning, die vooruitgeduwd werd door een vrijwilliger of een familielid. Ze hielden even halt om van de muziek te genieten.

Ook muziek en zang, gisteravond. Een optreden van Baer Traa en Egbert Derix in Casa Verde van Kasteeltuinen Arcen. In een méér dan groene omgeving zaten we gelukkig bijna vooraan. Omdat het buiten de ‘groene kas’ stevig regende, was het niet alleen geïnteresseerd publiek dat binnen was. Af en toe leek het wel alsof er achter ons een klas kleine kinderen juist deze avond had uitgekozen voor hun schoolreis.

Pianist Egbert Derix en singer/songwriter Baer Traa

Ondanks het vriendelijke verzoek van Baer, tijdens het optreden, was de k(l)as niet stil te krijgen. Evengoed genoten. Na het optreden nog even met Baer en Egbert gesproken. Mooi hoe Baer het rumoer omschreef als ‘iets waaraan niemand iets kon doen’. Ik heb daar diezelfde avond nog een paar keer aan moeten terugdenken, aan die opmerking. En nu weer.

Terwijl je ergens mee bezig bent, overkomt je iets dat je niet prettig vindt. Je stelt dat vast, probeert er vervolgens wat aan te doen, maar weet eigenlijk ook meteen dat het niet te voorkomen is. Dus blijf je doen waar je mee bezig bent. Weliswaar in een andere context, maar alles gaat door. Geen verwijten, gewoon doorgaan. Berusten in wat er is.

Ik denk terug aan de bewoners van Hof te Berkel, waar ik die middag heb georgeld en gezongen. Ze zijn bezig met hun leven. Dan overkomt hen iets dat niet prettig is. Ze stellen dat zelf vast, of het wordt door anderen vastgesteld. Ze besluiten -of het wordt besloten- dat het eigenlijk niet te voorkomen is. Dus blijven ze doen waar ze mee bezig zijn. In een andere context, maar alles gaat door. Geen verwijten, doorgaan. Berusten.

Ik kijk de wei nog eens in. De pony’s grazen. De kalkoen klokt zo nu en dan. Vogelgeluiden van alle kanten. Op afstand hoor ik auto’s, maar er heerst vooral rust. Ik vraag me af hoe het ons later zal vergaan. Als ons iets overkomt, en wie weet, we geplaatst worden in een andere context, zullen wij dan ook gewoon kunnen ‘doorgaan’? Zonder verwijten of wroeging?

Wat zou het mooi zijn, bedenk ik me, om dan te kunnen berusten. De rust te voelen, die nu fris over me heen waait. Wat niet te voorkomen is, komt een keer. Maar tot die tijd het leven blijven leven. Blijven grazen. Blijven klokken. Blijven. Zittend op een bankje, kijkend over de wei. Jij en ik. Wij.

Steeds weer hoort hij geluid van nu
Al wat er was, is hoe het is

Het leven leeft hem, niet bewust
van wie hem ooit lief heeft gekust

Maar dan hoort hij geluid van toen
Al wat er is, weer hoe het was

Niet dor en doods,
maar groen als gras

Dat geeft hem even weer de rust
die frisse bries van levenslust

Mees…

Half vijf. Maandagmiddag. Schrijfplekje in de schaduw op de T-splitsing Dr. Droesenweg-Schadijkerweg. Vanaf de Nieuwstraat hier naar toe, alleen maar wind-in gefietst. Opnieuw dus zweetdruppeltjes in ontwikkeling. Minder dan vanochtend bij het scheren van de beukenhaag thuis, maar toch. Als er nu nog lezers over zijn: welkom bij mijn bijdrage van vandaag. Waar het over gaat? Over onze Mees.

Een appje, pakweg tweeëneenhalf uur geleden, dat hij al in Narvik was. Gisteren een appje vanuit Nordkjosbotn, op zijn eerste dag liften vanuit Tromsø naar huis. Voor degene die wat minder aardrijkskundig onderlegd is: Tromsø ligt 2131 kilometer noordelijker dan het plekje hier aan tafel waar ik nu zit te schrijven. Nordkjosbotn 2098 kilometer en Narvik 1983 kilometer.

‘Alweer twee liften gekregen’ meldde hij om vijf minuten voor twee vanmiddag. ‘Nu in Narvik’ met een emoticon die optimisme verraadde: duim en wijsvinger in een bolletje en de andere drie vingers omhoog. Oké! ‘Bijna thuis’ appte ik even enthousiast spontaan terug. Na een half jaar studeren in Tromsø kijken we allemaal wel uit naar zijn behouden thuiskomst…

Een reis naar huis die hij dus niet, net als de heenweg, per vliegtuig wilde afleggen, maar liftend, dwars door Noorwegen. Met in zijn rugzak een tentje, slaapzak, kookgerei en een zakmes als meest noodzakelijke onderdelen. Zondag vertrokken, maandagmiddag in Narvik en wie weet, ondertussen weer tientallen kilometers zuidelijker. Nog een dikke 1900 kilometer te gaan…

‘Ergens in juli kom ik thuis’. Dat is het plan. En verder heeft hij twee locaties in Noorwegen die hij graag nog bezoekt op zijn reis naar huis. De E6 is zijn rode draad richting het zuiden en een nieuw abonnement van KPN op zijn mobiel zorgt voor plattegrond en communicatie. Een prachtige reis in het vooruitzicht, vooral ook omdat hij het zelf zo graag wilde.

Het half jaar in Tromsø voor zijn studie Biologie is omgevlogen. De week dat wij er waren, in maart, lijkt al heel lang geleden. Toen lag er metershoog de sneeuw en bewonderden we samen in de vrieskou het poollicht. Voor ons de allereerste indrukwekkende keer, voor Mees een gedeelde vreugde, omdat hij het met ons samen beleefde. Het vinkje op zijn bucketlist werd ook een vinkje op de lijst van ons.

Hij gaat er voor. Heeft waarschijnlijk alweer nieuwe plannen. Straks Sziget met een aantal andere avonturiers uit Horst. Leeftijdsgenoten en vrienden die net als Mees de wereld stukken kleiner vinden dan wij, hun ouders. Die ervaringen opdoen op hun manier. Zelfstandig hun zaken regelen en slechts zo nu en dan terugvallen op de achterban, bijvoorbeeld omdat ze geen Raboreaders in Noorwegen hebben…

Onze reiziger met duidelijke doelen voor ogen. Doelen die vooral geënt zijn op een immense portie nieuwsgierigheid. Voor de stille momenten tijdens zijn hike door Noorwegen heeft hij een boekje gekocht: ‘The subtle art of not giving a f*ck’ van Mark Manson. Subtitel: ‘A counterintuitive approach to living a good life’. Een bestseller waar er miljoenen van over de toonbank gingen. Eén daarvan onlangs over een Noorse toonbank.

Het echte leven gaat over ervaringen, schrijft Manson. Leer je beperkingen kennen en accepteer die. Omarm je angsten, je fouten en confronterende waarheden. Dan ontstaat er eerlijkheid en doorzettingsvermogen en wordt nieuwsgierigheid verder aangewakkerd. Ik wil dat boek straks ook lezen, als Mees terug is. Maar nog liever wil ik het straks van hem overhandigd krijgen. Ergens in juli… Nog 1900 kilometer wachten… Komt goed!

Geschreven scherven…

Schrijven. Gedachten vastleggen, die anders nietszeggend zijn. Als één boom in een bos. Nadenken. Woorden vinden voor wat anders nietszeggend is. Als een bos zonder bomen.

Ik denk na over wat ik zojuist heb geschreven. Gevonden metafoor met een dubbele laag. Door de bomen het bos niet meer zien. Of, als je het bos ziet, geen oog meer hebben voor de bomen. Te véél bezig met details of juist te weinig?

Ik zit aan de schaduwkant van ons huis en kijk om me heen. De beukenhaag moet binnenkort worden gesnoeid. Tussen de stenen groeit hier en daar wat onkruid. Aan de overkant van de straat start de buurman zijn motor. Het stationaire geronk laat vogelgeluid verstommen. Dan rijdt hij weg. Ik hoor de kerkklok weer.

Vlakbij me een pot waarvan de inhoud de scherven zouden kunnen zijn van zichzelf. Ze waren met z’n tweeen. Sinds er een kapot viel, ‘vult’ die de ander. Ze staan voor twee afgezaagde boomstammetjes, waarvan de één zijn schors al verloren heeft, terwijl de ander daarmee bezig is.

De pot en de stammen lijken bij elkaar te worden gehouden door een stronk, die begroeid is met lichtgroen mos.

Details. Stuk voor stuk gedachten oproepend. Samen een stilleven. Zowel in de voortuin als in mijn hoofd. De zon kruipt milimeter voor milimeter dichterbij. Straks is dit niet meer de schaduwkant. De beukenhaag staat al in de zon. Net als de boom aan de overkant van de straat. Eén boom. Geen bos.

Gedachten. Als scherven van een stil leven op de vroege zondagochtend. Vastgelegd in woorden. Geschreven scherven.

Tussen ongeloof en verdriet…

Ineens is ze er niet meer. Een eigen besluit, op een donker moment. Ondanks al het licht in haar leven. Als ik naar haar foto’s op het scherm kijk, dan is er licht om haar heen. Als ik naar de verhalen van haar naasten luister, dan is er liefde en lichtheid. Maar ik realiseer me dat er, tussen al dat licht, ook duisternis moet zijn geweest. Zodanig dat lichtheid ongemerkt ook zwaarte kon worden. Als je het licht niet meer ziet, dan wordt alles donker. Te zwaar om te dragen. En toch, de liefde blijft…

Ongeloof en verdriet. Bij de nabestaanden en bij alle aanwezigen bij dat laatste afscheid. Haar broer en zus vertellen samen over haar leven. Herinneringen krijgen woorden. Momentopnames van herkenning. De ritueelbegeleidster spreekt over het licht om haar heen. Nu gesymboliseerd door de kaarsen en het kaarslicht om haar kist, als een voorzichtige en liefdevolle buffer tussen licht en donker. Want de liefde, die blijft…

Haar kinderen zijn daar het toonbeeld van. Uit liefde ontstaan, tientallen jaren geleden, klinkt vandaag die liefde door hun tranen heen. Tegelijk zijn er vragen, zijn ze machteloos, geschrokken, boos maar vooral verdrietig. Ze houden elkaar vast om de zwaarte te verdelen die hen nu verbindt in deze donkere tijd. Een tijd die zo licht leek en straks ook wel weer licht zal worden. Want daar gaat de liefde voor zorgen, de liefde die blijft…

Met elkaar proberen te begrijpen wat onbegrijpelijk is. Accepteren wat eigenlijk onacceptabel is. Ik luister naar de metafoor over de komma die ineens een punt werd. Het waren zo ongeveer de eerste woorden tijdens de afscheidsdienst en met die woorden werd de dienst ook besloten. ‘Waar je een komma verwacht, staat ineens een punt’. Een zelfgekozen einde aan een verhaal. Ja, maar ondanks die punt gaat haar verhaal door. Gedragen door alle liefde om haar heen, die van punten weer komma’s maakt. Kom maar… want de liefde, die blijft.

Sterkte,
voor hen in het licht,
voor hen in het donker.

punt komma