Écht onder de indruk

Het was zaterdag. Tussen negen uur die ochtend en twee uur ’s middags. Muziek was de verbindende factor, maar de mensen die er door waren verbonden, maakten vooral indruk op me. Ieder op zijn of haar manier. Tussen het presenteren en aankondigen door heb ik soms ademloos geluisterd en gekeken. Ik zag echtheid. Be- en verwondering. Pure emotie soms, in de letterlijke betekenis van beide woorden. Genieten. En een spiegel voor mezelf, realiseerde ik me ook.

De generale repetitie was vandaag. De negen kandidaten van Funfactor hadden er naar uitgekeken. Zij waren overgebleven uit de voorronde van een dikke maand eerder. Zij, plus nog een reserve. Met z’n tienen stonden ze vanochtend op de bühne. De begeleidingsband FEZZ had hun nummers de afgelopen weken ingestudeerd. De vanzelfsprekendheid waarmee FEZZ dat al een paar jaar doet is een voorbeeld van mijn eerste genieten vanochtend. FEZZ liet zien en horen dat het instuderen van de nummers prima gelukt was.

Wat volgde was tien keer een muzikale ontmoeting. In mererlei opzichten. De band met de Funfactor-artiest, maar ook de ontmoeting van deze muzikale samensmelting met het meegekomen publiek. Tel daarbij de sfeervolle en gastvrije ambiance op van de aula van het mooie gebouw van de Gilde-opleidingen en het plaatje is compleet. Voor mij ’n tweede voorbeeld van de verwondering van deze ochtend en middag.

Bewondering, vervolgens voor de Funfactor-artiesten zelf. De verscheidenheid aan emoties en vooral de echtheid ervan, raken me telkens weer. Het pure plezier van de één komt binnen zonder kloppen terwijl de diepe concentratie van de ander een bijna even zo diepe indruk bij me achterlaat. Binnen de kaders van hun mogelijkheden lijkt er geen enkele grens. De zachte, zuivere stem van een kandidate met een door een spasme beperkte ademsteun maakt net zoveel indruk als het enthousiaste stemgeluid van een door adrenaline bijna stuiterende energiebundel. Wat een echtheid, denk ik, terwijl ik er naar kijk. Puur, zonder bijgedachten. En dat maakt me stil.

Een duo, twee totaal van elkaar verschillende individuen, accordeert muzikaal perfect met elkaar. Een jongen en een meisje. Een deel van de fans is herkenbaar aan de haren van de zangeres. Duizend vlechtjes, ritmisch van symmetrie. Het laat de gedetailleerde aandacht zien die de mensen om haar heen aan haar hebben gegeven. En aan elkaar, want dezelfde vlechtjes zie je ook bij haar zussen en haar moeder. Bewondering, ook voor dat onderdeel van deze muzikale happening. Muziek verbindt, maar elkaars haar op liefdevolle wijze doen doet daar niet voor onder. Verbondenheid kent vele gedaantes.

Van wéér een andere orde is de verbondenheid die de vrijwilligers van Funfactor ten toon spreiden. Naar elkaar toe maar zeker ook naar de Funfactor-kandidaten toe. En, wetende dat Funfactor onderdeel uitmaakt van Funpop, nóg meer verbondenheid door de aanwezigheid van een aantal Funpop-vrijwilligers bij de generale repetitie van Funfactor. De jongste vrijwilliger die aanwezig is, met knalrood Funpop-shirt, is volgens mij bijna één jaar. Het liedje ’de glimlach van een kind’ lijkt voor hem gezongen.

En zo komen ze voorbij, in een ochtend en een middag. Voorbeelden van echte emoties en pure bewondering. Je moet je er wel even voor openstellen maar heel veel moeite kost dat niet. Juist vanwege die echt- en oprechtheid. Geen verpakking van voorbedachte rade of aangeleerde terughoudendheid. Geen sluiers van gekunstelde correctheid of dubbele agenda’s. What you see is what you get.

En dat, opnieuw, maakt me stil. Van respect. En van het besef dat wat deze mensen uitstralen van een kwaliteit is die bij lange na niet door iedereen van ons wordt gehaald. Laat ik voor mezelf spreken en die spiegel van vandaag vooral mezelf voorhouden. Want tot in het diepst van mijn vezels voel ik dat er in dat opzicht nog werelden te winnen zijn. Een ontdekkingsreis is op zijn plaats. Een wereldreis naar emoties.

Ik beperk me, ter illustratie ervan en tot slot, tot een paar titels van liedjes die vandaag gezongen zijn. Voor die het wil en zich er in herkent, te gebruiken als routekaart voor een mogelijk ophanden zijnde reis naar de eigen emoties. Want, zoals gezegd, je moet je er wel even voor open stellen en het willen zien: kijk bijvoorbeeld eens ècht naar ’de glimlach van een kind’.

’Vrienden voor het leven’, ’Would you be happier’ en ’Love shine a light’ zijn drie andere titels die tot denken kunnen aanzetten. Doe er uw voordeel mee. Ik wens ook u alvast een prettige reis. En als u een mooi tussenstation zoekt, dan zou dat Funpop kunnen zijn, op 24 en 25 mei aanstaande. Op zondag 25 mei kunt u de kandidaten van Funfactor komen bewonderen. Ik beveel het u van harte aan. Écht waar!

Wijsheid is vooruitgeschoven twijfel

De afgelopen dagen heb ik opnieuw een paar keer de opmerking ‘wat is wijsheid’ gehoord. Niet uitgesproken met een vraagteken, maar wel een beetje zo bedoeld. Een vraag waarin het antwoord lijkt te zijn inbegrepen. ‘Retorisch’ heet dat volgens mij. Omdat ik niet meteen op het woord ‘retorisch’ kon komen, heb ik dat via Google opgezocht. Poeh, dan schrik je wel even. Ik wil alleen ‘retorisch’ vinden, maar ik word geconfronteerd met nog veel meer vraagsoorten. Komen ze: Open, gesloten en keuzevraag; directe en indirecte vraag; gerichte of lineaire vraag; strategische vraag; reflectieve vraag; retournerende vraag; doorvraag; relationele en circulaire vraag; negatieve vraag; suggestieve vraag; retorische vraag -die zocht ik- en, om het lijstje af te ronden, de hypothetische vraag.

Boven die indrukwekkende lijst staat dat een vraag een zin is die bedoeld is om informatie in te winnen, een verzoek te uiten of tot denken aan te zetten. Nou, dat laatste aspekt, dat werkt… Was ‘wat is wijsheid’ al die keren wel retorisch bedoeld, vraag ik me af. Of zou de opmerking misschien met een suggestieve danwel hypothetische bedoeling zijn gemaakt? En misschien zit er daarom wel verschil tussen wat de één met ‘wat is wijsheid’ bedoelt en wat de ander met zo’n opmerking voor ogen heeft. Wat is wijsheid, vraag ik me nu eigenlijk -nóg meer dan daarnet- af…

Ik stoei wat met bedenksels als ‘wijsheid is uitgestelde angst’ en ‘wijsheid is vooruitgeschoven twijfel’. Om de reden daarvan duidelijk te maken moet ik even de situatie schetsen waarin de opmerking werd gemaakt. We zaten met z’n tweeën te praten over een confronterend en emotioneel onderwerp. Het onderwerp maakte bij ons allebei wat los, maar of het ook dezelfde gedachten of vragen opriep,  dat werd me niet duidelijk. Niet, wat de emotie aanging en niet wat de confrontatie betrof. Het op het eind uitgesproken ‘tja, wat is wijsheid…’ maakte dat we er in ieder geval over eens waren, dat de tijd het ons misschien wel zou leren. We verwachtten van elkaar op dat moment geen antwoord. We wisten immers niet wat ‘wijsheid’ was. Wel was er twijfel. En misschien zelfs angst?

Dus ‘wat is wijsheid’? Goed omgaan met die twijfel? Niet laten leiden door angst? Tijd het werk laten doen? Van allemaal een beetje? Ik denk het. Maar wijsheid is vooral dóen. Niet alleen tijd het werk, maar ondertussen ook zelf aan de slag! Want je kunt je zóveel afvragen. Direct of indirect, strategisch of hypothetisch. Je kunt alsmaar blijven reflecteren op van alles en nog wat en onophoudelijke suggesties doen hoe het misschien ook zou kunnen. Je kunt over en weer blijven doorvragen, relationeel, circulair ja zelfs lineair. Maar, hoe goed bedoeld ook, dat schiet allemaal niet op. Schuif dus maar even vooruit, die twijfel. Stel de angst gewoon een tijdje uit. En dóe vooral. Dat is wijsheid. Uitgestelde angst. Vooruitgeschoven twijfel. En vooral dóen! Ik weet het zeker.

PS Voor degene die zich bij het bovenstaande toch nog van alles afvragen. Hieronder een wijze link…
“>http://nl.wikipedia.org/wiki/Vraag_(taal)#Retorische_vraag

Twan Huys

20140420-125742.jpg
Op donderdag 14 april, vorige week precies drie jaar geleden heb ik Twan Huys mogen interviewen. In Griendtsveen stond hij op de zeepkist en hij vertelde voor een zeer aandachtig publiek een klein uur over zijn leven en zijn werk. In zijn boek ‘Over Geluk’ heeft hij dat heel knap samengevat. Hij schrijft daarin over zijn jeugdjaren in Horst. Over zijn vroege en hele diepe wens om de wereld in te trekken, aangewakkerd door een grote mate van nieuwsgierigheid. Die vervolgens leidde tot zijn loopbaan als oorlogsverslaggever, America-correspondent en huidige presentator van o.a. Nieuwsuur.

Indrukwekkende woorden sprak hij. Over ‘bulletbaby’s’ bijvoorbeeld. Een gangbare term in ziekenhuizen in Somalië, waar men ongeboren kinderen met een schotwond in hun lijfje probeerde te redden uit doodgeschoten moeders. Of zijn beschrijving van ‘butterfly-mines’. Kleine mijnen die op vlinders leken en daardoor een onweerstaanbare aantrekkingskracht hadden op kinderen. Met die filosofie ook gemaakt, want kinderen van de vijand, zijn later, zonder handen of benen, veel minder gevaarlijk.

Twan vertelde over de adrenaline-rush die veel oorlogsverslaggevers verslaafd maakt aan hun werk. Over zijn eigen keuze om met dat werk te stoppen, toen hij op een onthutsende wijze geconfronteerd werd met het steeds grotere entertainment-element van oorlog. Tientallen TV-satelietwagens op de plek waar Kosovaarse vluchtelingen met duizenden voorbij liepen en een Belgische journaliste van een Privé-achtig blad, die ter plekke vroeg welk conflict er eigenlijk precies speelde. Ze had de opdracht gekregen daar een verhaal van te maken, dus tja…

Beelden, vertaald in woorden, die indruk maakten. Geluk lijkt dan wat haaks te staan op die verschrikkingen, maar het is van de andere kant ook wel begrijpelijk dat je juist na al deze beelden en ervaringen daar naar op zoek gaat. Het was juist die zoektocht, waar de aanwezigen in Herberg ‘De Morgenstond’ zeer nieuwsgierig naar waren. Ik mocht als presentator de vragen van de aanwezigen aan Twan doorspelen. Een soort NOVA-College Tour in het klein, zeg maar.

‘Over geluk’ kreeg een hele plaatselijke vertaling. Twan’s vader en moeder, die nog steeds in Horst wonen, zag ik trots naar hun zoon kijken, terwijl die ontspannen alle vragen beantwoordde. Soepel werd ‘Over geluk’ verbonden aan de middag zelf en aan de goede doelen, CliniClowns en Funpop. De cheques voor beide goede doelen van de organiserende stichting ‘De Peelkabouters’ waren al indrukwekkend, maar het was Twan die het geluk van met name Funpop nog wat vergrootte. Want uiteindelijk stelde hij de verkoopopbrengst van zijn meegebrachte boeken geheel ter beschikking aan Funpop. In een half uur leverde dat nog eens 1101 euro extra op.

Hij bracht, zonder daar volgens mij zich heel bewust van te zijn, één van zijn eigen antwoorden in de praktijk: Er werd hem gevraagd of hij van al die ervaringen -de mens op z’n slechtst- niet heel cynisch was geworden. ‘Nee’, zei hij zonder enige aarzeling, ‘cynisme zit niet in mij. Want naast al de verschrikkelijke dingen die je ziet, zie je tegelijk ook hele mooie dingen’. In een half uur méér dan duizend euro sponsoren is daar wat mij betreft een voorbeeld van. ‘Over geluk’ gesproken. Inspirerende ontmoeting. Mooie vent, die Twan Huys.

Hellend vlak

Op een maandagavond, het kan ook vrijdagavond zijn geweest, met Egbert het onderwerp ‘Hellend vlak’ eens nader onder de loep genomen. Ik meende de betekenis wel te kennen. Mezelf op een hellend vlak begeven, betekende in mijn beleving zoiets als ‘in een mogelijk gevaarlijke situatie terecht komen’. Niet fysiek gevaarlijk, maar in de figuurlijke betekenis, in de zin van potentieel nadeelbrengend.

Voor de duidelijkheid toch maar even gegoogled. Drie betekenissen kwam ik tegen. Uit de retoriek, uit de scheepvaart en uit de mechanica. Omdat ik niks met scheepvaart en mechanica heb, komt mijn invulling van hellend vlak dus uit de retorica. Interessant. Ik wist dat niet. Een hellend vlak, of glijdende schaal, blijkt een argument te zijn waarmee je beweert dat een bepaalde actie een reeks opeenvolgende gebeurtenissen zal veroorzaken die uiteindelijk tot een (meestal ongewenst) einde zullen leiden. Soms is een hellend vlak een terecht argument, maar vaak gaat het ook om een drogreden. Of, zoals de retorica uitlegt, als B niet onherroepelijk uit A volgt is er geen redengevend verband, en dan is het argument een drogreden. Waar het in de kern dus om gaat is het causale verband tussen A en B. Dat bepaalt of een hellend vlak een drogreden is of niet.

Interessant toch? Ik wist dat echt niet. Die maandagavond, het kan ook vrijdagavond zijn geweest, begaven Egbert en ik ons op het hellende vlak van de logica. Want wat de encyclopedie me ook leerde was dat er nog een heleboel andere argumenten te benoemen zijn. 44 om precies te zijn. Uit die lange, veelal latijnse, opsomming een paar aardige voorbeelden. Het argument van de onwetendheid bijvoorbeeld: Argumentum ad ignorantiam. Of het argument van het stilzwijgen, het argumentum ex silentio. Of neem de overhaaste generalisatie, ook wel het secundum quid genoemd.

Drogredenen op basis van onjuiste vooronderstellingen zijn er ook. De Ad Hominem (op de man spelen) en de Ad Populum (met het oog op het volk). Ad Verecundiam staat voor het autoriteitsargument en de Ad Chartam is een drogreden die een beroep denkt te moeten doen op documenten of papier. Leuk hè? Een opvallende die een beetje op zichzelf staat was de Reductio ad Hitlerum. Daar kom ik zo nog even op terug. Weer andere argumenten liggen in de sfeer van de emoties. Meerdere Ad Passiones zogezegd. De Ad Metum in Terrorem bijvoorbeeld of de Ad Baculum, die beiden een beroep op de angst doen. Of neem de Ad Odium, die een beroep doet op wrokgevoelens. De Ad Misericordiam heeft betrekking op medelijden dat kan worden opgewekt. Terecht of onterecht.

Nog een andere categorie van argumenten heeft een semantische achtergrond. De Ad Nauseam staat voor de nodeloze en misleidende herhaling. De Ignoratio Elenchi is een manier om argumenten niet inhoudelijk te weerleggen maar de argumenten zelf weer als reden op te voeren van de weerlegging. Volgen jullie het nog? Dan snappen jullie deze ook nog wel. De Petitio Principii oftewel de cirkelredenering. Die valt in dezelfde categorie als de Ad Consequentiam, wat zoveel betekent als een beroep doen op de gevolgen. In consequentiam zit consequentie. Dat vind ik dan weer interessant.

En nog één om het af te leren. Wel een toepasselijke: De Reductio ad Absurdum. Het bewijs halen uit het ongerijmde, het absurde. Daarmee weerleg je een stelling door een absurdisme. Logisch toch? Waar een maandag- of een vrijdagavond toch niet allemaal toe kan leiden hè? En dat brengt me ook bij het argument waar ik nog even op zou terugkomen: Een woordspeling op de Reductio ad Absurdum: de Reductio ad Hitlerum. Deze drogreden is een specifieke Ad Hominem. Dat is op de man spelen, weet je nog? Als iemands argument of mening overeenkomt met iets dat Adolf Hitler en/of de nazi’s ook vonden, is het automatisch verwerpelijk en/of fout. Een paar voorbeelden:

  • “Hitler was ook vegetariër.”
  • “Meer snelwegen? Dat vond Hitler ook.”

Waarom deze hele opsomming uit de retoriek? Omdat ik bij elk argument steeds opnieuw een associatie meen te kunnen leggen met de uitlatingen van Geert Wilders. Opmerkingen en vragen, veelal in niet meer dan140 tekens. Een selectie van de maand maart.

1 maart: ‘In wat voor land leven we? Miljarden voor het buitenland en hier ouderen op straat schoppen? Schaam je kabinet en CDA!
2 maart: ‘Ellende in Oekraïne is resultaat van EU buitenlands beleid!’
4 maart: PVV: Nu belastingverlaging, stop afbraak zorg!’
5 maart: ‘Totaal gestoord: EU geeft 11 miljard aan de Oekraïne. Ook ons geld. En in NL is geen geld voor belastingverlaging?
12 maart: ‘PVV-kiezers stemmen voor een stad met minder lasten en als het even kan wat minder Marokkanen’
14 maart: ‘Sidali teruggefloten door Spekman, neemt woorden terug. Verstandig. Vertrek naar Marokko zou nog verstandiger zijn.
19 maart: ’Willen jullie meer of minder Marokkanen?
27 maart: ‘Walgelijk dat Rutte politiek bedrijft over de rug van kinderen’
29 maart: ’Mark, ga je vandaag de kinderen van juweliers troosten?’

Wat was ook alweer een drogreden? Als B niet onherroepelijk uit A volgt, en er geen redengevend verband is tussen A en B. De uitlatingen van Wilders zijn retorisch sterk, maar in mijn beleving stuk voor stuk voorbeelden van hellende vlakken.  Argumenten die gebaseerd zijn op onwetendheid, stilzwijgen en overhaaste generalisatie. Vaak op de man gespeeld, ja zelfs volksmennend. Hij maakt daarbij verkeerd gebruik van autoriteit en van documenten. Speelt in op emoties zoals angst, wrokgevoelens en opgewekt medelijden. Hij maakt gebruik van nodeloze en misleidende herhaling. Van cirkelredenaties, oorzaak-gevolg omkeringen en maakt inhoud ondergeschikt aan effect. Hij doet een oneigenlijk beroep op gevolgen en hij ridiculiseert andermans argumenten. Die laatste was in het latijn Reductio ad Absurdum. En een speciale vorm daarvan was de Reductio ad Hitlerum. Dat is retorica. Dat is logica. Van een maandagavond. Het kan ook een vrijdagavond zijn geweest. I rest my case.

 

Sven K., Benno L. en Sjinkie K.

Precies drie uur, zaterdagmiddag. Over drie-en een half uur word ik verwacht in de studio. Dan moet ik méér hebben dan deze paar regels. Maar wat? Ik kan nu al wel verklappen dat het gelukt is, en dat heeft alles te maken met het rennen van 5 km. Hoe dat zit? Lees vooral verder.

Vanmorgen heb ik de kranten gelezen voor inspiratie. Veel aanknopingspunten gezien voor mijn radiocolumn. Misschien wel té veel, want echt inspirerend heeft dat niet gewerkt. Tussendoor nog een begin gemaakt aan de cryptogram uit de Limburger. Een kopje koffie gedronken. De laptop opgebouwd en Word alvast opgestart. Mijn twee duimen op de spatiebalk gelegd en de rest van de vingers op het toetsenbord. Vroeger geleerd van Scheidegger. Kan ik ook met de ogen dicht, omdat onder de wijsvingers een riebeltje op de toetsen ‘f’ en ‘j’ is gemaakt. Zo hebben het witte neppapier op het scherm en ik elkaar een tijd lang blanco aangekeken.

Als de inspiratie dan uitblijft, moet je op een gegeven moment wat anders. De vaatwasser maar ingeruimd met dat wat er nog in pastte. Aangezet. Renkleren alvast aangetrokken en even later besloten om eerst 5 km te gaan rennen. Tijdens dat vaste rondje naar het station Horst-Sevenum en via Hegelsom terug, zou er toch wel wat inspiratie in mijn hoofd opkomen, was mijn veronderstelling.

Tja, en waar denk je dan aan onder het lopen. Eigenlijk aan het zelfde als wat er vanochtend in de krant stond. Alleen dan korter en meer in beelden. De shorttracker die paginagroot huilend gefotografeerd was. Vier jaar trainen voor nop door één scheve schaats. In de Volkskrant Stella Bergsma die Benno L. uitnodigt om bij haar te komen wonen, op de woonboot, als hij niet in Leiden wil blijven. Geniaal stuk, getiteld ‘Kom, schuil maar bij mij’.

Mijn tweede kilometer blijkt achteraf de snelste.  De gedachten blijven bij Benno L. te Leiden. Hij mag er blijven van de burgemeester. Die hoofdletter L -dat is shift, ringvinger rechterhand constateer ik mindful- houdt me bezig. Die L. suggereert anonimiteit, maar dat station lijkt pijnlijk gepasseerd. Benno is gelocaliseerd en het vastgepinde middelpunt van alle aandacht. One-hundred-and-eighty! Alle pijlen zijn gericht op hem. Maar ook op de shorttrackers en de baanschaatsers.

Benno kan geen stap zetten, laat staan 5 km gaan rennen of schaatsen. Ja, met vrijwilligers schijnt er iets mogelijk te zijn voor hem, maar of hij dat inspirerend vindt? Zou hij ook kranten lezen, ter inspiratie voor het een of ander? Dan zal dat de laatste tijd toch ook niet meevallen, lijkt me. Als je alleen maar aan je scheve schaats herinnerd wordt, al dan niet terecht, dan is het leven geen lolletje. Dan zou je zomaar huilend paginagroot kunnen worden afgebeeld in een Volkskrant. Maar die hoofdletter L. verhindert dat. Jaren opgesloten om je straf uit te zitten en als je dan vrij komt, is dat allemaal voor nop. Die scheve schaats blijft scheef. Omdat het recht niet meer gezien wordt.

Mijn persoonlijke vijf kilometer-race blijkt aardig vlak. De derde kilometer is iets langzamer dan de tweede, maar nog aardig op tempo. Ik spoor mezelf aan om vol te houden. Blijven lopen. Terwijl er niemand achter me aan zit. Ik denk weer aan Benno L. Die nergens naar toe kan lopen, terwijl iedereen achter hem aanzit. Ondertussen haalt het nederlands mannentrio goud op in Sotsji bij de ploegenachtervolging. Ook zij zitten achter elkaar aan, maar daar hoort het erbij. Hoewel Bergsma er blijkbaar niet meer bij wil horen. Iets of iemand heeft hem doen besluiten om vanochtend een keuze te maken. Dat mag. Het leven gaat net zo goed door. Want het goud telt. De nederlandse vrouwen doen even later hetzelfde als wat de mannen deden. Goud. Nederland is blij. De vreugde overheerst, ook in Leiden. Maar hoe lang, vraag ik me af. Er zit spanning op, vertelt Sven Kramer in een interview. Ook de andere twee schaatsers hebben het over die spanning in de race. ‘Je moet het toch nog maar doen’ is hun verklaring.

Mijn spanning zit vooral in de bovenbenen voel ik bij de vierde kilometer. Ik ben dan in Hegelsom en probeer mijn ademhaling en loopritme op elkaar af te stemmen. De laatste kilometer van de geplande afstand gaat in. Het einde komt in zicht. Ik kan weer tevreden zijn over mijn tijd, hoewel ik toch nog steeds sneller wil. Een zelfopgelegde eis. Slaaf van mijn eigen wensen. Knecht van mijzelf als baas. In het shorttracken heeft Sjinkie in dat opzicht zijn achternaam mee. Hij haalde individueel brons. Maar met zijn groepje wilde het gisteren niet lukken. Vandaar die huilende shorttracker in de Volkskrant vandaag. Naast de columns en commentaren over Benno L. Veel goud voor Nederland, maar lang niet alles blinkt.

Mijn race zit er op. Nu dus nog achter de computer. Twee duimen op de spatiebalk en de rest van mijn vingers op de toetsen. Gedachten de vrije loop en de vingers laten bewegen. Drie thema’s met elkaar verweven. Benno, Sjinkie en Sven. Mooie namen. Voor jongens. Jorien of Ireen voor als het een meisje wordt. Ook die kinderen worden weer groot. Halen straks gouden medailles. Of staan huilend in de krant van later. Niemand weet waar de toekomst naar zal leiden. En zij die het denken te weten, vergissen zich vaak. Hoe is het met die gast bij Pauw en Witteman, die niet dreigde maar wel aangaf dat ‘zaterdag de deadline was’. Heeft hij vandaag ongelijk gehad? Of haalt hij zijn recht later? Ik vraag me af of hij in de gaten heeft dat hij dan zijn eigen scheve schaats rijdt.

Ik doe m’n ogen dicht en voel met mijn vingers over de toetsen. Ik vind de ‘f’ en de ‘j’ en zet er een punt achter.

 

 

 

 

De bomen en het bos

Een beetje in dominee Gremdaat-stijl zou ik willen beginnen met ‘kènt u die uitdrukking van de bomen en het bos? Dat u door de bomen het bos niet meer ziet? Of dat u een boom bènt die het bos steeds meer ziet veranderen? Daar moest ik aan denken toen ik…’

En zo zou dominee Gremdaat een minuut of vijf kunnen door-orakelen om tenslotte bij een, op het eerste gezicht, weinig verheffende conclusie uit te komen. Bijvoorbeeld dat hij u een goede boswachter toewenst. Of dat u meer oog moet hebben voor de wortels van de bomen omdat u die juist niet ziet. Of dat u het bos kunt redden door een door u zelf te planten boom. ‘Ga plánten!’ Záái!’. En na die euforische kreten murmelt Gremdaat meestal langzaam weg. Met spekjes en zo. Bijna alsof hij geschrokken is van zijn eigen gedrevenheid en de onmacht die daar aan lijkt te grenzen.

Een Gremdaat-gevoel. Zo zou ik het willen omschrijven. Dat gevoel dat me de afgelopen dagen bezig hield, tussen alle bedrijvigheid door. Een gevoel dat vanochtend, na het lezen van de Limburger en de Volkskrant, opnieuw de kop op stak. Het beeld van de bomen en het bos. Als metafoor van een heleboel zaken.

Van de openingsceremonie gisteren in Sotsji bijvoorbeeld. Waar meteen in het begin vijf bomen in dat prachtige olympische bos moesten opengaan, maar slechts vier bomen dat deden. De kans is niet denkbeeldig dat de boswachter van die vijfde boom zal sneuvelen, moet kappen of zal worden gekapt. De wereld zag het bos niet meer door slechts die ene boom. Erben Wennemars was er blij mee. Gelukkig ging er iets fout. Aan de nederlandse perstafel in Sotsji kon worden gelachen om die Russische boswachters. En zo murmelde het vervolgens ook gisteren langzaam weg.

De bomen en het bos, vandaag weer in de kranten. Twee uitspraken daaruit die uit compleet verschillende bossen leken te komen, zeg maar het Schwarzwald en de Biesbosch. Uit de Limburger: ‘Een oorlog begint niet op het slagveld, maar in je hoofd vol van (voor)oordelen’. En uit de Volkskrant: ‘Sport is geboren uit oorlogen en veldslagen’.

De eerste uitspraak komt van de duitse oud-minister van Buitenlandse zaken Hans Dieter Genscher. Genscher is een oude eik van 84 jaar die jonge boompjes vertelt over hoe de Muur op 9 november 1989 is gevallen. De tweede uitspraak komt uit de column van Bert Wagendorp, die ‘nebenbei’ vertelt hoe Mark Rutte gisteren Gordon heeft laten weten dat hij met Poetin heeft gesproken. Ook dàt is bomen, maar dat even terzijde.

Het bos, dat sport heet, ziet toch even twee markante bomen geplaatst. Sport gekoppeld aan oorlog en daarmee aan vooroordelen in ieders hoofd. Boeiend. Rinus Michels heeft het volgens mij ook een keer nog kernachtiger geroepen: ‘Voetbal is oorlog’. Kortom, stof tot nadenken zou je zeggen. En in mijn geval is er dan opnieuw de constatering en het gevoel dat we het vooral over bomen hebben en het bos niet meer zien. Het toch mèèr over dat bos hebben, daarmee kunnen we misschien een daad stellen. Al is het maar een Gremdaat…

Herkent u dat, lieve mensen? Dat u thuis, en op uw werk, en overal, soms wel eens denkt: waar is het bos? En dat u dan ook denkt, het bos, het bos, zal ik daar eens gaan wandelen, of doorheen gaan rennen. Dat moet u doen, lekker rennen, uw hoofd leeg maken in dat bos. Leeg maken van vooroordelen. Dat is goed voor u. En voor u medemens. En voor ons allemaal. Herkent u dat, lieve mensen? Dan wens ik u nog een fijne dag, met veel zon en allemaal fluitende vogeltjes in de bomen, in het bos, en met lekkere spekjes… en voor Sven een gouden medaille!

Niet moeilijk om te kiezen

Het hondje bij de buren blaft. Al een hele tijd. Irritant. Het was een speciaal ras, vertelden ze, toen ze de pup net gehaald hadden. Zó’n leuk beestje. We hoefden ons geen zorgen te maken. Het was een soort dat niet blafte. Nou, dat rasechte hebben ze er hierlangs snel uitgekregen. Hoezo puppycursus. Godverdegodver.

Allée. Tot tien tellen. Het is tenslotte mijn vrije zaterdag. Als de buren straks thuis zijn, dan zal het wel ophouden. Die rashond wil natuurlijk aandacht. Nou, de mijne heeft ie… Gek hoe je door vervelende prikkels geobsedeerd kunt raken. Beter zou zijn als je jezelf in dat geval zou kunnen afleiden met prettige prikkels. Maar die venijnige blafjes nemen telkens weer alle plaats in, in mijn hoofd. Is dat óók mindfullness?

Op de radio zingt Claudia de Brey een liedje van Gerard van Maasakkers: Benny. Een nummer over een homofiele jongen die in zijn traditionele familie niet uit de kast durft te komen. In het refrein komt regelmatig de zinsnede ‘niet moeilijk om te kiezen’ terug. Het doet me denken aan een situatie van gisteravond. Het gesprek ging over Sotsji en over de ‘zware delegatie’ uit Nederland die daar de olympische winterspelen gaat bezoeken. Daarmee zou een verkeerd signaal worden gegeven. Het antihomobeleid van Poetin zou te weinig of zelfs helemaal niet aan de kaak gesteld worden. Een minder zware delegatie doet dat wel?

Van mij mag de koning gaan. Hij doet dat graag en kan dat ook goed, aanmoedigen. Beelden van Willem uit 1996, tussen de bronzen hockeydames in Atlanta, bewijzen dat het uit z’n hart komt. ‘Niet moeilijk om te kiezen’, zou ik zeggen. Laten gaan die man. Meer twijfel heb ik met Rutte. Dat komt vooral door de context van het liedje van Claudia. ‘…wat als je nooit meer schijnheilig hoeft te zijn, en als je voortaan altijd jezelf kan zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’. Mijn twijfel komt door het woord ‘schijnheilig’ denk ik. Maar ach, misschien houdt Mark ook écht van sport. Hij gaat voor Sven, geloof ik.

Sven gaat vooral voor zichzelf, lijkt me. En voor goud. Met zijn vriendin waarschijnlijk, Naomi van As, die trouwens een heel aardig potje kan hockeyen. Ze haalde tijdens de olympische zomerspelen in Peking goud voor Nederland. Dat was in 2008 en Willem was toen nog gewoon prins maar daarnaast ook lid van het IOC. Hij mocht die gouden plak uitreiken. Wie er toen van de regering bij was, weet ik niet meer. Misschien Mark wel. Ook in 2012? Zou best kunnen. Maakt ook niet zoveel uit. Zeker weet ik dat Naomi er in 2012 weer bij was. Toen in London. Opnieuw goud. Niemand vroeg zich op dat moment af hoe het daar met de homo’s ging. Beter dan in Peking? En hoe was het met de hetero’s? Ook daar was weinig aandacht voor.

Nu is dat compleet anders. In de aanloop naar de komende winterspelen zijn we er met z’n allen mee bezig. Kranten staan er vol van en praatprogramma’s hebben het over niks anders. Geen wonder dat we er allemaal iets van vinden. Delegatie is te zwaar, Mark Rutte te licht, Arthur Japin te gay, Kleintje Pils a-muzikaal… Het lijkt niet moeilijk om te kiezen.

Volgens mij komt dat omdat de keuzes allang voor ons gemaakt zijn. Keer op keer opnieuw, in honderden variaties. We hoeven alleen nog maar ja te knikken of nee te schudden. Volgzaam als hondjes die niet kunnen blaffen. En het vervolgens toch doen. Daar kun je behoorlijk last van hebben. Of niet. ‘…als je voortaan altijd jezelf kunt zijn, dan is ’t niet moeilijk om te kiezen’.

Dat ik er dan toch zoveel moeite mee heb, blijft me bezig houden. Want als het me niet zo bezig houdt, heb ik er dan te weinig moeite mee? Volgens alle media ben ik schuldig. Maar ik wil niks bewijzen. Ik denk dat ik me vooralsnog bij gebrek aan bewijs maar gewoon vrijspreek. Het blaffen is opgehouden.

Plat op de bek

Vier dagen voor Kerst. En dan nog een week tot het nieuwe jaar. De tijd van terugkijken, bezinning en vooruitkijken. Voor vandaag maar eens beginnen bij het eerste: terugkijken. Vers in het geheugen, de sticker van Wilders en zijn verkiezing tot politicus van het jaar; Onno Hoes, de toyboy, Albert Verlinden en sinds eergisteren geloof ik, hoort ook Patty Brard daar bij. Iets langer geleden. De zwarte pieten-discussie; Anouk die daar iets van vond en de zwarte mevrouw op het Malieveld. Een beetje omgekeerde volgorde maar dat doet aan de triestigheid van de losse gebeurtenissen niets af. En als je zo ook terugkijkt naar november, oktober, september enzovoorts, dan wordt die lijst van nationale sneuheid snel langer. Anouk twitterde destijds één zin die als vlag heel aardig de lading dekt, als je het mij vraagt: ’We dutch people are making fools of ourselves’. Dat werd haar niet in dank afgenomen maar ironisch genoeg bewezen juist al die reacties dat er maar één gelijk had en dat was Anouk.
Tot zover het terugkijken. Nu de bezinning.

Eigenlijk al een beetje mee begonnen door die ene zin van Anouk. In het woord bezinning zit niet voor niets het woord ‘zin’ verpakt. En die zin van Anouk is daar een mooi voorbeeld van. Toch kun je bezinning ook in een wat diepere betekenis uitleggen. Meer in de zin van goede voornemens en bij jezelf te rade gaan. Wat is dan de zin? What makes sense?

Want wat te doen met de Patty Brard in ons? Welke stickers plakken we zèlf als we Geert Wilders tot politicus van het jaar kiezen? Kunnen wij nog wèl ons zelf zijn als we vinden dat Onno Hoes dat niet mag? Waarom hypocriet noemen dat RTL-boulevard zwijgt waar het normaal ronkt en spettert, terwijl wij ronken en spetteren op een manier waar je soms stil van wordt?

Kortom bezinning. Weer tot jezelf komen. Dat mag in deze tijd van het jaar. En dat brengt me bij het derde onderwerp van vandaag: vooruitkijken. Wat te doen straks? Want wat ik in de recente geschiedenis zie, zal in de nabije toekomst niet weg zijn. Misschien wel integendeel. Dus wat te doen? In het verlengde van bezinnen maar eens even naar buiten kijken.

De wind blaast het wintergras in ons stenen tuintje van links naar rechts. Steeds weer. Soms lijkt het op nee schudden, soms op ja knikken. Alsof de grassprieten continu met elkaar in gesprek zijn. Soms eens, soms oneens, maar voortdurend pratend. Over de wind waarschijnlijk. Meegaand, tegenbewegend, achteruit, vooruit. Schudden. De sprieten lijken elkaar vast te houden. Elk sprietje is onderdeel van een groter geheel. Er zitten geknakte tussen, maar die horen er gewoon bij. Geen grasspriet zal roepen dat een andere grasspriet te groen is, of uit de pot moet. Als de wind stil is, staat ook het gras even stil. De geknakte stelen bewegen nog net iets langer door lijkt het, maar al snel wuift het andere gras weer mee. Eens, oneens, maar wel samen.

Dat is, vooruitkijkend, misschien wel het devies. In het leven staan als een grasspriet. Genieten van regen, wind en zon. Geknakte stengels -leunend tegen fiere halmen- kussen zachtjes de grond, geven daar hun zaadjes af en zorgen zo voor nieuw gras. Zwaaiend, groen. Hier. En aan de overkant al net zo groen en wuivend. Continu bewogen.

Daarom bij deze alvast een groene Kerst gewenst en een zonnig 2014, met regen en wind en heel veel fijne beweging. Zónder stickers. Een sticker beweegt niet. Patty Brard trouwens ook nauwelijks, als ze net van de duikplank afkomt. Maar dat is weer terugkijken. En onbezonnen, om ook nog even het onderwerp ‘bezinning’ te noemen. Valt ‘plat op de bek gaan’ ook onder Anouks definitie van ‘Nederlanders die zich zelf voor schut zetten’? RTL-Smoele-Brard? Dacht het wel!

Maar toch. TV-schermen zouden misschien nog veel spiegelender gemaakt moeten worden zodat we vooral ook onszélf blijven zien als we naar anderen kijken…

Hallo Judith

Ik zou  je informeren over mijn bezoek aan Mieke. Dinsdagavond ben ik bij haar geweest en ik heb haar op jouw verzoek gevraagd naar de zondag daarvoor. Van José had ik op maandag al via mail gehoord dat zij Mieke er over gesproken had. Dinsdagavond vertelde Mieke mij hetzelfde als wat ze al aan José had verteld. Ik ga er daarom van uit dat Mieke’s verhaal wel overeenkomt met wat er zondag daadwerkelijk gebeurd is. Hieronder haar verhaal, dat ik zo goed mogelijk voor je heb samengevat:

Ze was met de taxi gegaan, zowel heen als terug, vertelde ze. Heen voor 75 euro en terug voor 80. Bedriegers waren het, zei ze en ze leek zich opnieuw boos te maken. Maar ze herpakte zich snel. ‘Dat had ik er wel voor over’ zei ze ietwat grimmig. Beneden bij de buiteningang was ze een man achterna gelopen en zo de flat binnen gekomen. Vervolgens had ze een lange tijd bij de deur van jouw appartement gewacht. Uiteindelijk was ze daar weer vertrokken, maar liet wel de tas met de fotoalbums bij je huisdeur achter. Ze was heel opgelucht toen ik haar vertelde dat jij die albums gevonden had. Ik heb Mieke verteld dat je echter eveneens erg geschrokken was. En dat je mij had gevraagd om uit te zoeken hoe ze daar gekomen was.

De reden van je vraag leek haar te ontgaan. Mieke vond het jammer dat ze jou niet gezien had. Maar ze was evengoed blij dat ze jouw flat -al was het enkel de buitenkant- gezien had. Ze had de blauwe flessen voor de raam gezien en de stickers op je afvalcontainers. Haar gezicht ontspande. De luxaflex was dicht geweest. ‘Jammer’, zei ze, ‘ik had graag meer gezien’. Maar net zo goed had ze een heel goed gevoel bij het bezoek. Ik vroeg haar wat ze had gedaan als jullie elkaar wel hadden gezien en jij haar had weggestuurd. ‘Dan was ik gegaan’, antwoordde ze. Het werd even stil. ‘Maar dan had ik haar in elk geval gezien’. 

In de tas zaten volgens Mieke de fotoalbums waarvan zij vond dat jij die moest hebben. Foto’s van toen je klein was. Mieke vertelde me dat ze dat ook al ooit bij je had aangekondigd. Het achterlaten van de albums had ze ingesproken op je voicemail. Hoe moeilijk ze dat ook vond. In de tas had trouwens ook nog een cadeautje gezeten voor je, omdat je jarig was. Of  ik wist wat jij dáárvan had gevonden? Ik wist het niet. Weer stil. Maar de albums waren in ieder geval in jouw bezit, concludeerde ze en dat leek het voornaamste. Wel wilde ze de tas graag terug hebben, dat dan weer wel…

Mieke en ik spraken nog kort over wat er zou gebeuren als jij heel expliciet zou aangeven helemaal geen contact meer te willen. Ietwat berustend klonk haar antwoord: ‘Dan is dat maar zo, daar kan ik dan toch niets aan doen.’ Even later vervolgde ze hoopvol: ‘Maar ik denk dat ze in dat geval toch wel de dingen die ik haar steeds stuur terug zou sturen…?’

Het was haar steeds te doen om er achter te komen hoe het met je ging, zei ze. En die wens was het sterkst op de momenten dat er speciale gebeurtenissen waren. Kerst, oud op nieuw, haar verjaardag, jouw verjaardag etc. 

Tot zover het ‘verslag’. Mijn inschatting is, na dinsdag, dat ze haar actie voor zichzelf overwegend als positief ervaart. Ze had gehoopt jou te zien, maar dat was helaas niet het geval geweest. Ik kan me voorstellen dat de situatie er voor jou anders uitziet. Datgene waar je juist afstand van aan het nemen bent, komt nu ’uit zichzelf’ weer dichterbij. Als relatieve buitenstaander kijk ik naar Mieke en ’kijk’ ik naar jou. Wat een complexe situatie, schiet er dan door mijn hoofd. Wat een ontzettend complexe situatie…

Ja, als je om te beginnen de geschiedenis eens buiten beschouwing zou kunnen laten. En als je vervolgens de ziektebeelden zou kunnen laten voor wat ze waren of ze zou kunnen nemen zoals ze zijn. De psychoses, de wanen en de emoties. En als je dan ook nog de angsten, de oordelen, het verdriet, de eenzaamheid aan allebei de kanten zou kunnen wegnemen, ja dan… misschien… ooit…

Ik probeer het me voor te stellen. Hoe dat zou zijn als dat allemaal werkelijkheid zou kunnen worden. Het lukt me niet. Het blijft een onzalige werkelijkheid. Historisch verkleefd en met weerhaken ingeklemd in de tijd. Is daar al ooit een boek over geschreven, vraag ik me af? Of moeten wij dat maar gaan doen, Judith? Eerst in het Nederlands, en dan vertaal jij het daarna in het Engels…

Ik vind dat wel een mooie gedachte om mee af te sluiten. Samen iets laten ontstaan uit wat er nog niet is. Iets maken van wat eigenlijk nooit had moeten zijn. Een boek. Wat vind je daarvan? Ik hoor graag van je.

Groeten,

Geert

Waar als de wil weg is?

Levendige contrasten worden doods en flets. Stil van alles wat te horen is. Verdoofd en blind voor wat pijnlijk zichtbaar is. Omdat niemand werkelijk weet en iedereen zomaar zegt.

Telkens weer. Steeds net niet. Missen wat raakt. Soms kant noch wal. Het voordeel van de twijfel vaak met zekerheid nadelig. Midden in de roos er toch volledig naast zitten.

Door een vastgelegd verleden een ongrijpbare toekomst. Alles moet nog komen maar veel is al voorbij. Machteloze pogingen tot grootse plannen. Verbleekt succes van sprankelende mislukkingen.

Moe van energie in krachteloos protest. Futloos van sterke eensgezindheid. De schreeuwers van het ongelijk horen het gelijk niet van de zwijgers. Die toestemmen. Opeens oneens vergeten.

Alles is voor hen die de halve wereld al hebben. Bescheiden tekenen we nooit voor de andere helft. Daarmee weggevend wat we voor altijd hadden willen houden. Pech. Wij. Niet zij. Geluk.

Zij, die onmerkbaar overduidelijk eigen ongeschreven wetten handhaven. Rechtspreken over wat krom is. En wij? We buigen weifelend waar we fier rechtop willen staan.

Op toppen van kunnen vrij hopeloos opzien tegen bergen. In dalen gedwongen genieten van de regen. Achter de wolken, maar aan de verkeerde kant, in de schaduw van de zon staan.

Het zit er in maar komt er niet uit. Als het er uit komt dan zit er niet meer in. Eeuwigdurende momentopname. Elke seconde van alle tijd. Steeds maar door. Voortschrijdend achteruit.

Voort schreiend vooruit. Maar blijven lachen. Je moet wel. Omdat het kan. Je kunt het. Omdat het moet. Waar een wil is, is een weg. Waar, als je weg wil. Niet waar, als je wil weg is.