Kalm, kalm…

Afgelopen weekend door een aantal gebeurtenissen getriggerd. Stevige klanken zaterdagmiddag op het Wilhelminaplein deden me onwillekeurig terugdenken aan een reactie van wijlen commissaris van de koningin van Groningen, Henk Vonhoff. Die vertelde ooit een verhaal van een dominee die in de kantlijn op een bepaalde plek van zijn preek had geschreven: ‘zwakke argumentatie, luid uitspreken’.

Waarom ik juist daar aan terugdacht heb ik me nog afgevraagd toen ik bijna thuis was en ik de klanken vanaf het Wilhelminaplein nog nauwelijks hoorde. Maar de associatie met Vonhoff zette de gedachtedeur open naar nog meer associaties. Hoe groot is Nederland eigenlijk als je het afzet tegen de rest van de wereld, vroeg ik me af. Het antwoord werd door Google snel gegeven.

De oppervlakte van ons land blijkt 41.543 km2. Die van de hele wereld bedraagt 510.100.000 km2. Als je die twee getallen op elkaar deelt, dan komt daar 0,00008 uit. Nederland is het 800.000ste deel van de wereld, in oppervlakte. 

Voor de aardigheid heb ik dat decimale getal zelf ook nog even gegoogled. En wat blijkt: de munteenheid van Oezbekistan -de sum- blijkt 0,00008 euro waard. Of, andersom, voor 1 euro krijg je (op dit moment) 12.276 Oezbeekse sum. Wat je daarvoor kunt kopen in Oezbekistan, een land dat ongeveer 11x zo groot is als Nederland, dat weet ik niet. En heb je hier verder iets aan, aan deze kennis? Ach, wie weet… je kunt er gewoon op vakantie dus doe er je voordeel mee.

Waar ik éigenlijk naar op zoek was, dat was het relatieve van de grootte van Nederland, als je dat vergelijkt met de rest van de wereld. Mogelijk een vreemde gedachte, die meer zegt over mezelf dan over iets anders, maar toch.  Heb je, globaal gezien, recht van spreken, als je maar een flinterklein deel bent van een veel groter geheel, vroeg ik me af? En heeft het wel zin om je dan te laten horen? Misschien wel. Maar voegt een fors aantal decibellen daar dan iets aan toe? Die vragen bleven maar door mijn hoofd spoken. En er kwamen nog vragen bij… 

Hebben die decibellen misschien te maken met een zijeffect van onze huidige tijd? Zegt het opgeschroefde volume iets over het groeiend gevoel van ontevredenheid dat er bij steeds meer mensen lijkt in te sluipen? Zou best kunnen.

Het liet mijn gedachten weer een bocht nemen. Moet je toegeven aan die ontevredenheid, vroeg ik me af? En moet je van daaruit ook hándelen?  Dat heeft me het afgelopen weekend vooral beziggehouden. Ik denk namelijk dat ontevredenheid, net als angst, een slechte raadgever is.

Ik concludeer vandaag, bij het schrijven van deze column, dat ik niet op alle vragen van het afgelopen weekend een sluitend antwoord weet. De enige conclusie mijnerzijds is dat ontevredenheid of boosheid een gemoedstoestand is, die ik bij mezelf niet prettig vind. En waarvan ik denk dat het ook niet echt constructief is. Maar ja, is het opzoeken van de koers van de Oezbeekse sum wel constructief?

Weer een vraag zonder een antwoord… 

Binnenkort zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Op lokaal niveau kiezen we de mensen die ons weer vier jaar lang gaan vertegenwoordigen in Horst aan de Maas. Die mensen laten de komende weken allemaal van zich horen.  En iedereen moet voor zichzelf uitmaken naar wie hij of zij wil luisteren. Wat voor de een ruis is, of herrie, is voor de ander mooie muziek. Wat je kiest is aan jou.

Waardevol is dat we kúnnen kiezen. Dat kan trouwens in de republiek Oezbekistan ook, vertelt Google me. Om de vijf jaar kiezen ze daar hun president. Net als in Oekraïne. In de krant van vandaag lees ik dat de diplomatie tussen Biden en Poetin helaas nog weinig oplevert. Wel groeit het lawaai aan de grens van Oekraïne. Na Rusland het grootste land van Europa. Hoe groot? Bijna 15x Nederland. Maar dat doet er eigenlijk niet zo veel toe. Ik hoop vooral dat het stiller wordt aan Russisch-Oekraïense grens.

De munteenheid van Oekraïne is trouwens de grivna. Eén euro is 32 grivna waard. Hopelijk wordt het geen roebel. Die is namelijk op dit moment nog minder waard. Voor één euro krijg je 86 roebel. Of zou juist dat verschíl de reden zijn dat het nu zo druk is daar aan de grens?

Hm, ik hoop echt dat het er rustig blijft…

Foto: Max Kukurudziak (Unsplash)

Gestolde gedachte

Nog niet zo heel lang geleden schreef ik een gedachte in mijn telefoon. Om te bewaren.

Het waren de eerste uurtjes van een nieuwe dag. Op de fiets naar huis, na opnieuw een enerverende discussie, speelde ik er al mee. Hoe zou ik dat gevoel willen omschrijven, vroeg ik me af. Flarden van vanalles gingen er door mijn hoofd, bijna op het ritme van de vierde versnelling.

Ik schakelde over naar de acht. Minder trappen, harder fietsen en er tegelijkertijd nog een flard van een nietszeggende gedachte bij. Met geen enkele bijdrage aan mijn poging om al fietsend mijn gevoel van zojuist te beschrijven. Er zit net zo weining vanzelfsprekendheid in van vier naar acht, als van voelen naar willen opschrijven. En toch wilde ik het.

Want op een later moment wilde ik die bewaarde gedachte gebruiken. Daarom moest die in woorden worden gevangen. Ik wist dat mijn gevoel me niet bedroog. Wat ik voelde over de zojuist opgedane ervaring, was waarheid. Voor mij in ieder geval en dat wilde ik vastleggen. De gedachte zou me zeker nog een keer van pas komen.

Van waar ik was tot thuis is maar tien minuten fietsen, dus veel tijd was er niet. En mijn versnelling werkte niet in mijn voordeel. Dus terugschakelen. Letterlijk en figuurlijk. Ik haalde flarden terug en pakte ze bij elkaar. En vlak voordat ik thuis was, had ik ‘m. Een dag later las ik mijn, in woorden gestolde, gedachte weer terug:

“Ik voel me in discussies soms als de inboorling die niet wénst te veranderen, terwijl de missionaris alle argumenten blíjft aandragen om dat wél te doen.”

De accenten van deze gedachte lagen bewust op ‘wenst’, ‘blijft’ en ‘wel’. Dat was voordat ik ging slapen. ’s Ochtends was ik niet meer zo zeker van die accenten. En een dag later, toen ik in een opwelling de gestolde gedachte wilde delen, heb ik hem toch voor mezelf gehouden. Nog even over nadenken.

Wat is het tegenovergestelde van ‘stollen’? Als ik de vloeibare fase oversla, is dat sublimeren, herinner ik me van de natuurkundelessen van vroeger. Zou dat op den duur ook zo kunnen werken voor mijn gedachten? Stollen op een sublieme manier? Tot die tijd nog maar even zo.

Gesprekken met inhoud

Argumenten uitwisselen met de intentie om de ander te overtuigen van je gelijk. En daarmee tegelijk van zijn of haar ongelijk. En dat visa versa. Boeiend. Zeker als het onderwerp tegengestelde meningen kent, dan levert dat mooie en leerzame momenten op. ’Agree to disagree’ kan na een enerverend gesprek een mooie conclusie zijn. Zo ook gisteravond.

Ik weet nog dat ik me op enig moment mengde in de discussie. De vragen van een van de gesprekspartners waren terecht. Helder, via een goed onderbouwde inleiding, nieuwsgierig dwingend gesteld. Ik had er geen antwoord op. Wel een mening, die zich al even in mijn hoofd aan het vormen was: ’Niet over antwoorden discussiëren op vragen die niet de mijne zijn’. 

Maar wat in je hoofd als zo’n elementaire waarheid voelt, komt dan ongeveer als volgt naar buiten: ’Je vraagt me dit maar ik wil en kan niet over het antwoord discussiëren, als het over een onderwerp gaat waarover ik mezelf geen vragen wil of kan stellen’. Het klonk ineens veel minder stellig dan het een moment eerder in mijn hoofd had geklonken. Maar het was gezegd. Ik had mijn punt gemaakt. Vond ik.

Het werd even stil. En het zijn altijd die stilte-momenten dat ik me in een split-second afvraag of ik misschien zojuist iets heel vreemds heb gezegd. Een dooddoener heb gebruikt misschien, waarvan alleen ik me op dat moment niet bewust ben. Van de andere kant voelde mijn argument toch heel reëel. Een interessant contrast, zeker een dag later als ik er weer aan terugdenk.

Hoe dan ook. Het mooie van zo’n discussie is, dat je er door aan het denken wordt gezet. Ook een dag later nog. Ik hoefde slechts zijn argumenten te beamen. Maar ik kon het niet. Omdat ik het niet wist. Het was kennis, die niet de mijne was. Of de mijne werd. En bovendien had ik zojuist verkondigd dat het om antwoorden ging op vragen die ik mezelf niet stelde. 

Of zoiets. 

Volgende keer weer eens een boompje over opzetten. Over het gelijk van het ongelijk. Over de waarde van waarheid of de levenskracht van een dooddoener. Over inhoud en wat dáár nog onder ligt. Als dat laatste de vraag is, dan is ’een lekker biertje en een viltje’ één goed antwoord…

Ik vind het leuk.


Hellend vlak

Op een maandagavond, het kan ook vrijdagavond zijn geweest, met Egbert het onderwerp ‘Hellend vlak’ eens nader onder de loep genomen. Ik meende de betekenis wel te kennen. Mezelf op een hellend vlak begeven, betekende in mijn beleving zoiets als ‘in een mogelijk gevaarlijke situatie terecht komen’. Niet fysiek gevaarlijk, maar in de figuurlijke betekenis, in de zin van potentieel nadeelbrengend.

Voor de duidelijkheid toch maar even gegoogled. Drie betekenissen kwam ik tegen. Uit de retoriek, uit de scheepvaart en uit de mechanica. Omdat ik niks met scheepvaart en mechanica heb, komt mijn invulling van hellend vlak dus uit de retorica. Interessant. Ik wist dat niet. Een hellend vlak, of glijdende schaal, blijkt een argument te zijn waarmee je beweert dat een bepaalde actie een reeks opeenvolgende gebeurtenissen zal veroorzaken die uiteindelijk tot een (meestal ongewenst) einde zullen leiden. Soms is een hellend vlak een terecht argument, maar vaak gaat het ook om een drogreden. Of, zoals de retorica uitlegt, als B niet onherroepelijk uit A volgt is er geen redengevend verband, en dan is het argument een drogreden. Waar het in de kern dus om gaat is het causale verband tussen A en B. Dat bepaalt of een hellend vlak een drogreden is of niet.

Interessant toch? Ik wist dat echt niet. Die maandagavond, het kan ook vrijdagavond zijn geweest, begaven Egbert en ik ons op het hellende vlak van de logica. Want wat de encyclopedie me ook leerde was dat er nog een heleboel andere argumenten te benoemen zijn. 44 om precies te zijn. Uit die lange, veelal latijnse, opsomming een paar aardige voorbeelden. Het argument van de onwetendheid bijvoorbeeld: Argumentum ad ignorantiam. Of het argument van het stilzwijgen, het argumentum ex silentio. Of neem de overhaaste generalisatie, ook wel het secundum quid genoemd.

Drogredenen op basis van onjuiste vooronderstellingen zijn er ook. De Ad Hominem (op de man spelen) en de Ad Populum (met het oog op het volk). Ad Verecundiam staat voor het autoriteitsargument en de Ad Chartam is een drogreden die een beroep denkt te moeten doen op documenten of papier. Leuk hè? Een opvallende die een beetje op zichzelf staat was de Reductio ad Hitlerum. Daar kom ik zo nog even op terug. Weer andere argumenten liggen in de sfeer van de emoties. Meerdere Ad Passiones zogezegd. De Ad Metum in Terrorem bijvoorbeeld of de Ad Baculum, die beiden een beroep op de angst doen. Of neem de Ad Odium, die een beroep doet op wrokgevoelens. De Ad Misericordiam heeft betrekking op medelijden dat kan worden opgewekt. Terecht of onterecht.

Nog een andere categorie van argumenten heeft een semantische achtergrond. De Ad Nauseam staat voor de nodeloze en misleidende herhaling. De Ignoratio Elenchi is een manier om argumenten niet inhoudelijk te weerleggen maar de argumenten zelf weer als reden op te voeren van de weerlegging. Volgen jullie het nog? Dan snappen jullie deze ook nog wel. De Petitio Principii oftewel de cirkelredenering. Die valt in dezelfde categorie als de Ad Consequentiam, wat zoveel betekent als een beroep doen op de gevolgen. In consequentiam zit consequentie. Dat vind ik dan weer interessant.

En nog één om het af te leren. Wel een toepasselijke: De Reductio ad Absurdum. Het bewijs halen uit het ongerijmde, het absurde. Daarmee weerleg je een stelling door een absurdisme. Logisch toch? Waar een maandag- of een vrijdagavond toch niet allemaal toe kan leiden hè? En dat brengt me ook bij het argument waar ik nog even op zou terugkomen: Een woordspeling op de Reductio ad Absurdum: de Reductio ad Hitlerum. Deze drogreden is een specifieke Ad Hominem. Dat is op de man spelen, weet je nog? Als iemands argument of mening overeenkomt met iets dat Adolf Hitler en/of de nazi’s ook vonden, is het automatisch verwerpelijk en/of fout. Een paar voorbeelden:

  • “Hitler was ook vegetariër.”
  • “Meer snelwegen? Dat vond Hitler ook.”

Waarom deze hele opsomming uit de retoriek? Omdat ik bij elk argument steeds opnieuw een associatie meen te kunnen leggen met de uitlatingen van Geert Wilders. Opmerkingen en vragen, veelal in niet meer dan140 tekens. Een selectie van de maand maart.

1 maart: ‘In wat voor land leven we? Miljarden voor het buitenland en hier ouderen op straat schoppen? Schaam je kabinet en CDA!
2 maart: ‘Ellende in Oekraïne is resultaat van EU buitenlands beleid!’
4 maart: PVV: Nu belastingverlaging, stop afbraak zorg!’
5 maart: ‘Totaal gestoord: EU geeft 11 miljard aan de Oekraïne. Ook ons geld. En in NL is geen geld voor belastingverlaging?
12 maart: ‘PVV-kiezers stemmen voor een stad met minder lasten en als het even kan wat minder Marokkanen’
14 maart: ‘Sidali teruggefloten door Spekman, neemt woorden terug. Verstandig. Vertrek naar Marokko zou nog verstandiger zijn.
19 maart: ’Willen jullie meer of minder Marokkanen?
27 maart: ‘Walgelijk dat Rutte politiek bedrijft over de rug van kinderen’
29 maart: ’Mark, ga je vandaag de kinderen van juweliers troosten?’

Wat was ook alweer een drogreden? Als B niet onherroepelijk uit A volgt, en er geen redengevend verband is tussen A en B. De uitlatingen van Wilders zijn retorisch sterk, maar in mijn beleving stuk voor stuk voorbeelden van hellende vlakken.  Argumenten die gebaseerd zijn op onwetendheid, stilzwijgen en overhaaste generalisatie. Vaak op de man gespeeld, ja zelfs volksmennend. Hij maakt daarbij verkeerd gebruik van autoriteit en van documenten. Speelt in op emoties zoals angst, wrokgevoelens en opgewekt medelijden. Hij maakt gebruik van nodeloze en misleidende herhaling. Van cirkelredenaties, oorzaak-gevolg omkeringen en maakt inhoud ondergeschikt aan effect. Hij doet een oneigenlijk beroep op gevolgen en hij ridiculiseert andermans argumenten. Die laatste was in het latijn Reductio ad Absurdum. En een speciale vorm daarvan was de Reductio ad Hitlerum. Dat is retorica. Dat is logica. Van een maandagavond. Het kan ook een vrijdagavond zijn geweest. I rest my case.