Weemoed…

Een uitverkocht Cambrinus. Vanuit ’n plek in de verre hoek heb ik nog net uitzicht op de pianokruk en op pakweg twee octaven pianotoetsen in het midden van het klavier. Ik schat in dat ik zo Egbert prima kan zien spelen zometeen. Egbert Derix geeft een soloconcert. Het op één na laatste concert dat er in muziekcafé Cambrinus gegeven gaat worden. In het laatste seizoen. Ik heb het Jan bij een aantal vorige concerten al vaker horen vertellen. En ook nu weer is zijn introductie er een, waar weemoed doorheen klinkt.

Als je een café gaat beginnen, vertelt hij, krijg je tientallen adviezen hoe dat moet. “De helft van die adviezen hebben we op onze manier opgevolgd en de andere helft soms misschien wat eigenwijs naast ons neergelegd”. In een sfeervol mengsel van trots en melancholie gaat Jan nog even door. Het traditionele viltje, waar hij op het laatste moment nog altijd wat opschrijft, voordat hij een artiest aankondigt, trilt een beetje tussen zijn vingers. Als je met een café gaat stoppen, vertelt hij, blijken de adviezen daarover achterwege te blijven. Dat is iets dat je na 25 jaar helemaal zelf moet doen. En dat valt niet mee. Zeker niet wanneer het aftellen op een punt is beland, dat je bij de één na laatste bent…

Egbert zit al die tijd aan de vleugel. Tot zijn verrassing krijgt hij van Jan een antiek bierreclamebord, met de opdruk JAZZ, waaraan het woord ‘stout’ is toegevoegd. Uit 1929, als ik het goed onthouden heb. Die twee woorden, toen bedoeld om de biersmaak te omschrijven, staan nu, volgens Jan synoniem voor de muziek en een deel van Egbert’s karakter. Bovendien blijkt er voor het concert van Egbert geen poster te zijn gemaakt, zoals dat in de historie van het muziekcafé meestal wel het geval is. Geen halszaak, want het concert was in no-time uitverkocht.

Maar toch, een tweede cadeau volgt. Alsnog een poster met de aankondiging van het concert van Egbert. Passend in het betoog van Jan, die uitgebreid uit de doeken doet -je bent muziek-missionaris of je bent het niet- dat vanmiddag een dame uit Canada (who cares…) op de bühne had kunnen staan, maar dat tot Jan’s vreugde haar noodgedwongen afzegging eigenlijk maar één logische vervanger kende: Egbert Derix. En die zat klaar. Wachtend tot hij ‘stout’ zijn ‘jazz’ ten gehore mocht brengen.

Vanaf de eerste toetsaanslagen voelde ik de weemoed in de lucht. Bij elk nummer heb ik me afgevraagd, muziekleek als ik ben, wat de klanken nu precies bij me teweeg brachten. Eigen herinneringen uit vervlogen tijden. Dan, rondkijkend, de constatering van een uitverkochte zaal, die voor de één na laatste keer allemaal dezelfde kant op keken. En dezelfde kant op luisterden, als je dat zo kunt zeggen. Jarenlang heb ik de spreuk op het bord zien staan, dat je een muzikant nooit je rug moet toekeren omdat je oren dan verkeerd zitten. Vanmiddag heb ik de spreuk niet gelezen, maar zag en voelde ik het live.

We luisterden naar de voorbodes van de herinnering. Bij sommige passages maakte een milde droefheid zich van mij meester. De muziek liet mijmeren. De uitleg van Egbert bij de gespeelde nummers wakkerden de melancholie soms nog verder aan. Bijvoorbeeld door een muziektekst over nevel in januari. Dat riep herinneringen op aan zijn vader Jan, die een aantal jaren geleden overleden was in die maand. De herkenning, ongetwijfeld, bij zijn moeder en zijn broer.  Weemoed. Gedragen door gevleugelde klanken. Muziekvrienden genoten en één stel werd zelfs beloond voor hun in Cambrinus opgedane levenslange liefde.

Niet vreemd dat op het eind van het concert het applaus voor Egbert -die op indrukwekkende wijze zijn 61e (!) concert van de afgelopen 25 jaar in Cambrinus had afgerond- naadloos overging in een staande ovatie voor Jan en Henny. De weemoed die voor mijn gevoel al de hele middag in de lucht hing, vond zijn weg in de tranen van Henny. Jan stond op dat moment iets verder van me weg, maar ik weet bijna zeker dat de melancholie van de muziek ook hem tot op het bot geraakt heeft.

Weemoed dus. Een woord dat uit twee delen bestaat. ‘Wee’ als in pijn voelen bij een afscheid. Maar ook ‘moed’ als een drijvende kracht om door te gaan. Een ‘trip down memory lane’ hoorde ik iemand uit het publiek na afloop van het concert als verklaring geven voor zijn gevoelde emotie. Dat herkende ik. Maar het bevestigde mij ook in het besef dat herinneringen alleen maar dán ontstaan als er in het nu geleefd wordt. ‘C’est la vie’ rijmt best mooi op ‘melancholie’.

Misschien dat ik daar een andere keer iets over op papier zet. Maar nu alvast even dit. Met dank aan de muze, aan Egbert en aan Jan en Henny, waarmee ik zometeen voor één van de laatste keren in café Cambrinus een biertje ga drinken. Het mooie is, realiseer ik me tot slot, dat op al die andere plekken waar ik Jan en Henny straks nog ga tegenkomen, overal toch een beetje Cambrinus zal zijn. Dat geeft de burger moed. Weemoed voor even. Maar vooral moed voor het leven.

Evy’s broertje…

Meestal klik ik ze weg. De oproepen via Facebook of mail om een goed doel te steunen. Ook al zijn de verhalen nog zo schrijnend en de foto’s nog zo confronterend. Het zijn er gewoon teveel. Bovendien heb ik mijn gemoedsrust structureel gesust met een automatische 3-maandelijkse incasso-donatie aan Artsen zonder Grenzen. Volgens MijnING doe ik dat al vanaf januari 2009. 37x vanaf toen tot vandaag, lees ik. Verder terugkijken dan 1 januari 2009 is niet mogelijk, volgens de bank die onlangs nog eieren voor haar geld koos en de hoogste chef, Ralph Hamers, niet anderhalf miljoen méér jaarsalaris gaf.

Ralph ligt daar zelf misschien niet eens wakker van. Hij houdt tenslotte nóg anderhalf miljoen per jaar over. Per kwartaal is dat € 375.000,-. En wie weet, heeft hij ook wel een automatische incasso lopen voor Artsen zonder Grenzen. Als het bedrag dat hij doneert in dezelfde verhouding tot zijn salaris staat, als het bedrag dat bij mij om de drie maanden wordt afgeschreven, dan denk ik dat ze bij Artsen zonder Grenzen toch enthousiaster worden van de bijdrage van Ralph. Alles is zo relatief, wat dat aangaat.

Vanmorgen, na het rennen, las ik een facebookbericht van Anita. Zij maakte mij en haar volgers er op attent dat er in haar buurt een jongetje woont, Ian, die de ziekte van Duchenne heeft. Vorig jaar zag ze hem, schrijft ze, fietsend op een driewieler, maar toch de grootste lol makend met de andere kinderen uit de buurt. Nu, bijna een jaar verder, krijgt Ian een nieuwe rolstoel. Dat is er een met elektrische ondersteuning op de wielen, zodat hij met zijn afnemende spierkracht toch nog zelfstandig naar buiten kan. Want daar zijn straks de andere kinderen ook weer.

Anita’s inleidende verhaal raakte me. En de link naar de site waar de ouders van Ian de situatie beschreven maakte nog meer indruk. Zijn zus, Evy, had een tekening gemaakt, waarop duidelijk te zien was waarover het ging. Er moest een bus komen om de nieuwe rolstoel -en dus Ian!- te kunnen blijven vervoeren. Al was het maar om zijn veelvuldige ziekenhuisbezoek mogelijk te blijven maken, zodat hij kon blijven meedoen aan een onderzoek voor een nieuw medicijn. Ze had de bus getekend, haar ouders, Ian en zichzelf. Het tekstballonnetje boven haar hoofd was duidelijk: ‘een rolstoelbus voor mijn broertje omdat hij een ziekte heeft’.

evy's tekening

Deze oproep heb ik vanochtend niet weggeklikt. Integendeel. Ik heb gebruik gemaakt van optie 1 van de kleine webwinkel die de ouders samen met familie en vrienden hebben opgezet. De CD van optie 2 en de kralenarmband van optie 3 beveel ik echter van harte aan! En hoe mooi zou het zijn als Ralph Hamers, los van zijn 3-maandelijkse automatische incasso voor Artsen zonder Grenzen, verhoudingsgewijs ook een bijdrage zou doen? Ik zal hem alvast taggen. Wie weet, zorgt Facebook ervoor (met hulp van ons allemaal) dat dit verhaal uiteindelijk ook bij Ralph gaat landen? Zou Mark Zuckerberg trouwens nederlands kunnen lezen? Pakt hij z’n kans om te laten zien dat Facebook niet alleen dingen laat lekken maar ook laat lukken? Je weet het nooit. Ik tag hem.

Ralph, je kunt hier klikken om bij de webwinkel te komen. Laat zien dat het je niet om de knikkers gaat en bestel een kralenarmband. Dat is optie drie. Maar zonder gekheid. Mocht je dit lezen, dan hoop ik dat je voor optie 1 gaat. Met een paar procent van mijn salaris, samen met een paar procent van jouw salaris kan Evy’s wens snel in vervulling gaan.

And Mark, in English because i’m not sure if you can read Dutch. When you’re done explaining the Facebookleaks to the American Congres, please take the opportunity to support Ian. I think it fits your goal to end, cure or manage all disease by the year 2100. When you do, i think Evy will make a nice drawing for you too.

 

De radiouitzending terugluisteren? Na de introductie eerst een nummer van  The Freelance Band van de CD ‘Out of the calaboose’: Good Work. Op 5:07 begint de column, tot 9:43. Ter afsluiting een nummer van Gerard van Maasakkers van de CD ‘Lijflied’: Ik kom wa later.

Voor het eerst… anders

Eerste paasdag. Twee woorden, waarvan het eerste (jawel..) me laat realiseren dat ik vandaag twee dingen voor het eerst in mijn hele leven heb gedaan. Het ene vanmorgen en een deel van de middag. Het andere nu, op het moment van schrijven van deze tekst.

Om met dat tweede te beginnen: ik heb via spotify de Mattheüs Passion op mijn koptelefoon gezet. Honderddrie nummers, lees ik. En het geheel duurt twee uur en vierendertig minuten. Die nummers variëren nogal in lengte. Van tientallen seconden tot enkele minuten. Ik laat het gebeuren. Geen dag zonder Bach, heb ik een paar dagen geleden nog ergens gelezen (dankjewel Harme). Dat moet ook ooit begonnen zijn met één dag mét Bach…

Het eerste dat ik vandaag voor het eerst in mijn leven heb gedaan, is van een heel andere orde. Ik mocht mee naar voetbalstadion De Koel in Venlo. Daar speelde VVV thuis tegen FC Twente. Het feit dat ik daar nog nooit geweest ben, geeft misschien al aan dat de reden van mijn bezoek niks met voetbal te maken had. Ook het niveau van het spel had daar weinig mee te maken trouwens, voor zover ik dat kan beoordelen.

Funny en Koelie

Funny in de Koel

Nee, mijn bezoek had te maken met een alleraardigste afspraak die er was gemaakt om Funny, de mascotte van het Funpop-festival, vóór de wedstrijd en in de pauze, te laten kennismaken met de mascotte van VVV: Koelie. Een stukje PR, waar van te voren nog nooit over nagedacht was, maar zo zie je maar. Creativiteit (én een goed netwerk) kent geen grens. Met dank aan Pieter, Thijs, Ron, Karen en vooral Bo. Zij zat in de zachtpaarse Funpop-mascotte. Leuk dat de FC Twente aanhang vanuit de supporterskooi bij aanvang die mooie Funpopkleur met een toepasselijke rookbom nog eens extra onder de aandacht bracht…

Afijn. Van FC Twente supporters terug naar Bach. Ook iets met passie…

Het schrijven van een column met de Mattheüs Passion tussen de oren is, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk een derde ding dat ik nog nooit in mijn hele leven heb gedaan Een paar minuten geleden, schrok ik zelfs even toen het stereo-effect mij van rechts het hele koor in één keer het oor induwde, terwijl links een sopraan en een alt heel rustig waren begonnen.

Voor de kenners: dat was bij de aria ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En dat koor is, als de informatie op de digitale CD-hoes juist is, het ‘Boys Choir of Sacraments-Church Breda’. Niet echt een brabants klinkende naam, lijkt me. Maar tegelijk is Ton Koopman ook niet echt een Brits aandoende naam. En wat BWV 244 voor elk van de 103 titels betekent is me ook een raadsel. Niet vreemd, al die vragen bij dingen die je voor het eerst in je leven doet. Gewoon nemen zoals het komt. Komt tijd, komt raad.

Dingen die je het eerst van je leven doet. Een gedachte opschrijven, terwijl je schrikt van wat Johann Sebastian Bach jaren geleden heeft bedacht. De aria ‘Geduld’ klinkt op dit moment. Laat ik die synchroniciteit maar aangrijpen om een slot te breien aan dit hersenspinsel op Eerste Paasdag. ‘Geduld’ is een eigenschap die het mogelijk maakt dat alles wat je voor het eerst doet, misschien ooit nóg wel een keer voorbij zal komen. En zo niet, er dan in ieder geval voor zorgt dat het hoe dan ook voorbij zal gaan. Zoals het komt zo gaat het ook. En dat brengt me toch weer bij de Mattheüs Passion…

‘Erbarme dich’ hoor ik. Had die aria ook niet Harme’s voorkeur? De cirkel is rond. Nu stoppen met schrijven…

Maandagen en inktvissen

octo-2
Ceramic artist Keiko Masumoto is intensely interested in the intersection of art and craft, whether a craft object can simply be decorative or if an artistic work can still remain functional. Her questions have resulted in a series of traditional ceramic plates, bowls, and vases embedded with unlikely objects from wriggling octopi to entire buildings. You can explore a bit more in her online portfolio and at Spoon & Tamago.

Maandag. Sinds het begin van dit jaar heb ik die dag beschikbaar om werk te doen, enkel en alleen omdat ik zelf bepaal dat ik dat werk doe. Je zou kunnen zeggen, alleen mezelf als ‘opdrachtgever’. Óf -en dat voelt ook prima- wel een ander als opdrachtgever, maar dan met een directe link naar hem of haar over de opdracht. Geen toeters. Geen bellen. Geen bureaucratie. Alleen al om de eenvoudige reden dat ik thuis geen bureau heb. ‘Just me’ dus, of ‘just us’. En in dat laatste geval een 1-op-1-relatie tussen degene die mij vraagt iets voor hem of haar te betekenen.

Ik heb even getwijfeld of ik ‘werkrelatie’ zou schrijven in plaats van ‘relatie’. Toch gekozen voor dat laatste, omdat ik denk dat op de eerste plaats de relatie essentieel is voor wat motiverend werkt. Heel snel daarna het werk zelf maar wel in die volgorde. Dan ‘werkt’ werk volgens mij het beste en is vooral om die reden naar twee kanten toe succesvol. Vind ik. De reacties en tevredenheid van mijn ‘maandag-opdrachtgevers’ bevestigen voor mij dat beeld. Tot nu toe. Laat ik bescheiden en voorzichtig blijven.

Verschillende maandagen die nu achter me liggen, heb ik zo al kunnen vullen. En, zoals gezegd, dat voelde prima. Toch waren er ook maandagen dat ik even niks om handen had. Net als vandaag. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dan toch soms de telefoon van mijn ‘dinsdag-tot-vrijdag-werk’ scan en zo nu en dan een mailtje, aan mij gericht, beantwoord. Maar ach, die flexibiliteit moet kunnen vind ik. Want ook op dat werk, waar ik overigens wél een -weliswaar flexibel- bureau heb, spelen relaties een wezenlijke rol.

Gisteren heb ik een boek besteld van René ten Bos. ‘Bureaucratie is een inktvis’ is de titel. Ik ben benieuwd naar de inzichten over bureaucratie van deze filosoof en ‘denker des vaderlands’. Wat me triggerde om dit boek te bestellen was de werktitel van een seminar dat hij hier over gaat geven: ‘Bureaucratie in organisaties. Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. De vraag die hij daarin stelt, is de vraag die mij bij tijd en wijle ook wel eens bezig houdt op mijn echt wel leuke werk op dinsdag tot en met vrijdag. En nu dus bezighoudt op maandag. Moet kunnen.

Ik merk dat ‘de maandagen’ me de ruimte bieden en de energie geven om op zoek te gaan naar het completere plaatje van mezelf. Dat ik ‘de maandagen’ tussen aanhalingstekens zet, is omdat het zoeken natuurlijk niet op een specifieke dag gepind is. Het is vooral de tijd in het algemeen die je jezelf gunt om dichter bij jezelf te komen.Want alleen dan, denk ik, kun je vervolgens ook dichter bij anderen komen. Anderen die zich, net als René ten Bos, misschien wel eens afvragen: ‘Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. Ik ben heel benieuwd naar het boek. Volgens Pip komt het misschien vandaag al. Op maandag. Volgens een op zondag (!) gekregen mailtje van de Bruna-organisatie wordt dat dinsdag. Aan huis bezorgt door de DHL-organisatie. Twee bedrijven met vertakkingen door het hele land. Als inktvissen?

Strafbaar

Het is weer zo’n zaterdag. Eén dag voordat we er zomaar een uur bij krijgen. Komende nacht om twee uur is het ineens drie uur. Daar merk je dus helemaal niks van, tenzij je dan nog volop in het uitgaansleven zit. Daar waar de sluitingstijd regulier op twee uur staat, ben je dan in één milliseconde ineens al een uur lang strafbaar.

Zou de politie daar vanavond op letten? Het zou een uur lang een goeie bron van inkomsten kunnen zijn. € 280,- per klant, als je als diender net na twee uur de kroeg binnenstapt en na het ‘wat zijn wij hier aan het doen’ registreert dat de klanten na sluitingstijd zijn binnengekomen. In het kader van omgekeerde bewijslast moeten zij nog maar eens aantonen dat ze er vóór twee uur al zaten. Volgens mij is dat kassa.

Maar zonder gekheid. Dat extra uur in de zomer. Levert dat eigenlijk nog wel wat op? Iets zinvols, bedoel ik. Had dat bij de invoering niet iets met energiebesparing te maken? Dat je in de winter met een uur minder overdag, ’s avonds eerder binnen de kachel en de lampen aanmaakt en dat je die teveel gebruikte energie dan in de zomer met een uur meer overdag dan weer terug verdient? Zoiets was het toch?

Maar ik ben het kwijt. Dat komt misschien ook omdat mijn digitale apparaten die tijdswisseling al jaren automatisch voor mij doorvoeren. Dat apparaat kan er ook niks aan doen. Iemand die destijds hopelijk wel wist waarom het handig was om een winter- en een zomertijd in te programmeren, heeft dat toen voor mij bepaald. En ik ben dat in de loop van de tijd vanzelfsprekend gaan vinden.

Alleen nu realiseer ik me, in een vlaag van zaterdagmelancholie, dat juist die vanzelfsprekendheid misschien wel de grootste ‘milieu-belasting’ met zich meebrengt. Zelfs Mark Zuckerberg lijkt zich daar langzaamaan van bewust te worden als ik de krant van vandaag mag geloven. Toch denk ik dat we hem niet de schuld kunnen geven van alle ‘vervuiling’ om ons heen.

Nee, bedacht ik me, tikkend op mijn ipadje, het is juist de vanzelfsprekendheid die ons de das omdoet. En voor nu vind ik die constatering wel even voldoende. Ik zit tenslotte nog in de wintertijd. Morgen, met een uur extra, kijk ik wel even verder. Zie ik dan wel wat ik met mijn facebookaccount doe. Misschien geef ik mijn ‘nee’ op het sleepwet-stembiljet wel een persoonlijk vervolg. Misschien…

Verzoening

Zijn optreden raakte me met kracht. En mij niet alleen. Toen ik de zaal in keek, zag ik verschillende mensen net iets vaker met de ogen knipperen dan je normaal zou verwachten. Ik had hem zojuist aangekondigd bij de voorronde van de Funfactor. Freek Felet. Hij kwam het podium opgereden in zijn rolstoel met een souplesse die in schril contrast stond met zijn lichamelijke gesteldheid. Freek was overduidelijk spastisch.

Ik had dat in de pauze al gezien, toen hij binnenkwam en ik hem welkom heette. Bij het voorstellen kostte het hem zichtbaar kracht en moeite om zijn hand te laten bewegen in de richting van mijn hand. Ook zijn spraak was duidelijk beïnvloed door zijn spasmes. Dat weerhield hem niet om recht op zijn doel af te gaan. Na het zeggen van zijn naam was zijn eerste vraag ‘Wie doet hier de muziek?

Toevallig dat Ron, van de begeleidingsband FEZZ, net voorbij kwam. De vraag van Freek kon snel worden beantwoord. In de laatste minuten van de pauze haalden hij en zijn begeleider nog een broodje bij de studenten van de Gildeopleidingen.

Hij stond tweede op het lijstje van optredens na de pauze. Toen ik zijn naam noemde, kwam hij handig het podium opgereden. Hij bediende een speciale rolstoel, die hij desgevraagd ook even demonstreerde op het podium. Dansend bijna draaide hij een paar rondjes en kwam toen weer soepel naast me staan. Het aangeven van de microfoon liet hetzelfde beeld zien als met het handen geven bij het welkom. Hij wilde wel, maar het leek alsof zijn hand daar een eigen mening over had. Dat duurde even maar Freek won..

Met de microfoon stevig in zijn knuist geknepen, werd de muziek gestart. ‘De verzoening’ van Liesbeth List. Meteen vanaf het eerste gezongen woord werd ik gegrepen door Freeks vertolking van dat lied. Spasme en passie verzoenden zich daarin. Hij zong met een intensiteit en een overtuiging die niets aan twijfel overliet. Hier zong een artiest die de luisteraar raakte. Elk woord van het lied waren de woorden van Freek. Elke emotie uit het lied waren ook zijn emoties.

‘Heb dit lichaam lief’ hoorde ik Freek zingen. Terwijl hij zijn hand dwong om de microfoon bij zijn mond te houden, bleef die zin even bij me hangen. ‘Het was een onbekende weg, die ik heb afgelegd’. Daar begon hij mee. Hij zong over ‘het harnas van spijt’. Elke zin was doordrenkt van een onuitgesproken waarheid die de mooie tekst over liefde en verzoening een hele waardevolle extra dimensie meegaf: die van een verzoening met een situatie die misschien mocht zijn zoals die was, maar die hem hoe dan ook niet kon weerhouden om te doen wat hij het liefste deed: zingen.

Wat zou ik zijn vertolking van die middag graag nog een keer terughoren, was mijn gedachte ’s avonds. Op goed geluk tikte ik zijn naam in, in de zoekbalk van Google. Zou het misschien… dacht ik, toen ik op ‘video’s’ drukte… en warempel. Freek had een groot aantal van zijn vertolkingen openbaar op YouTube gezet. Ik voelde me blij worden. Daar zag ik het staan: ‘De Verzoening’ van Freek Felet. Ik heb er nu al een vijftal keren naar geluisterd. En het blijft me raken. Daarom wil ik het heel graag hier delen. Bij deze.

In 2016 deed Freek een oproep in een filmpje waarin hij zijn grootste wens uitspreekt: ‘Geen kind meer’ zingen met Karin Bloemen bij het Knoopgala. Ik weet niet of die wens al in vervulling is gegaan. Mocht dat niet zo zijn, dan hoop ik van ganser harte dat op wat voor manier dan ook, deze wens ooit vervuld gaat worden. Hij verdient het. ‘De verzoening’ van vanmiddag is wat mij betreft zijn geloofsbrief en vrijbrief tegelijk. Ondanks, of misschien wel dankzij, zijn ‘harnas van spijt’. Ik ben nog steeds onder de indruk en wil dat graag hier delen. Dus nogmaals, bij deze…

Fantasie?

Vanmorgen een relaxte 10 km gelopen. In alle rust en met het voornemen om ook langs ‘Trudy’s plek’ te lopen. Elke kilometer trilt mijn horloge en dan kijk ik, al rennend, altijd even in hoeveel tijd ik die 1000 meter heb afgelegd. Op vier kilometer deed ik dat ook in datzelfde automatisme. Maar toen ik weer opkeek realiseerde ik me dat ik in die paar seconden de plek al voorbij was, nog voordat ik er bewust naar had gekeken en er een gedachte aan had gewijd.

Het was niet dat ik zo hard liep, maar toch. Onbewust aan voorbij gegaan, in de meest letterlijke betekenis. Al lopend nam ik me meteen voor om mijn route een tweede keer langs die bewuste plek te laten gaan. Dat zou over zo’n twee kilometer zijn, schatte ik in en ik liep in een relaxt tempo verder. Twee ganzen, die voor de miljoenste keer een hardloper op deze route voorbij zagen komen, waggelden net na de bewuste plek gelaten over mijn pad.

Al lopend dacht ik aan Trudy en hoe we haar in haar laatste dagen hadden begeleid. Ik dacht aan haar crematie en aan de woorden die we bij haar afscheid hadden gesproken. Bijna tegelijk, zag ik op een afstand iets wits en kleins zweven. Een vlinder, dacht ik in eerste instantie, en verbaasde me over het toeval, dat misschien geen toeval was. Ik had in wat verhalen wel eens de symboliek van vlinders gebruikt, als ik over Trudy schreef. Maar het was geen vlinder. Toen ik dichterbij kwam, bleek het een wit donsveertje te zijn.

Er gaan zo heel wat gedachtes door je heen, als je 10 km relaxt in je eentje door de bossen rent. In een kenmerkende golvende vlucht vloog er ineens een groene specht voor me uit. Die zie je ook niet zo vaak, bedacht ik, terwijl ik met mijn gedachten nog bij het witte veertje was, dat geen vlinder was. Vlinders en Trudy waren voor mij verbonden met elkaar. Zou het kunnen vroeg ik me af, dat als een ziel al vlinderend door het leven kan gaan, dat misschien ook wel golvend kan via een groene specht?

Ik weet het. Ietwat melancholieke fantasieën. Maar evengoed was ik met al die gedachten weer dicht bij de plek waar ik dit keer met extra aandacht aan voorbij liep. Misschien zat er ergens wel een groene specht in de bomen naar mij te kijken. Een specht die een kilometer geleden in een andere boom met zijn snavel een donsveertje uit zijn lijf had geplukt. Die even van te voren aan de ganzen had gevraagd om mij een beetje op te houden, om alles op tijd geregeld te krijgen…

Ik knikte naar Trudy en liep daarna de rest van mijn 10 kilometer. Heerlijk gelopen. En heerlijk herinnerd. Een ‘runners high’, maar dan anders. Dankzij een wit donsveertje -als uit een engelenvleugel- een groene specht en een koppeltje ganzen.

Kauw in de sneeuw…

Tja. 3 maart en alles is weer wit. Buiten hangt een koolmeesje aan het groene netje. In dat netje steeds minder zaadjes, vanwege steeds meer meesjes. Aan en af vliegen ze. Dan weer mezen, dan weer mussen, alsof ze die volgorde samen hebben afgesproken. Heel af en toe een kauw, die zwart en groot, het kleine grut nietsontziend verjaagd.

Zit daar een onderwerp in voor deze column, vraag ik me af. Vanmorgen al vroeg opgestaan, omdat deze zaterdag de eerste van de maand is. Vanavond mag ik weer. De maandelijkse radiocolumn bij omroep Reindonk. Opnieuw de uitdaging om een actueel onderwerp te vinden en in woorden te vangen. De witte wereld die ik zie als ik naar buiten kijk, zou een thema kunnen zijn. Samen met de zwarte kauw al een aardig contrast.

Maar ik zou ook over buurtzorghuis Hospice Doevenbos kunnen schrijven. Zij hebben 12 mei open dag en bestaan rond die tijd al twee jaar. Twee jaar al. Mijn zus was één van de eerste gasten. Met dankbaarheid en respect denk ik terug aan hoe de verpleegkundigen en de vrijwilligers haar en ons toen hebben begeleid. Slechts twee dagen waren dat, maar die hebben wel een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Die ervaring heeft er mede toe geleid dat ik nu in het bestuur van de stichting Vrienden van Hospice D’n Doevenbos de communicatie over hun goede werk mee vorm mag geven. Vanochtend, vóór deze column, bijvoorbeeld gewerkt aan een advertentie, waarin onder andere de open dag van het hospice op 12 mei aanstaande een prominente plek heeft gekregen. Zou zomaar ook een onderwerp van deze column kunnen zijn.

Of de mail die tijdens het schrijven spontaan op mijn beeldscherm verschijnt. Een klasgenote van 3-Atheneum -en dan hebben we het toch echt over een heel aantal jaartjes geleden- heeft een verhaal op mijn blogsite gelezen, waarin ik wat herinneringen ophaal over die middelbare schooltijd. Haar herinneringen komen daar deels mee overeen, schrijft ze. Leuk om zo’n onverwachte mail te krijgen die je terugbrengt in de tijd. Herinneringen losmaakt. Een prachtig onderwerp voor een column toch?

Terwijl ik haar een antwoord schrijf, merk ik dat herinneringen door de jaren heen aan vervaging onderhevig zijn. Of misschien wel aan selectiviteit, veroorzaakt door persoonlijke omstandigheden en eigen waarneming van toen en nu. Het blijft me boeien hoe die dingen in zijn werk gaan. Luikjes in je hoofd die gesloten blijven, totdat er onverwacht en onaangekondigd op wordt geklopt. Een foto, een geluid, een mailtje. Ineens opent zich dan zo’n luikje en biedt een doorkijk naar dingen die je daarvóór nog niet zag.

Ik google de naam van mijn klasgenote van pakweg 43 jaar geleden, zie een foto uit het nu en het luikje gaat maar heel summier op een kiertje. De namen die ze in haar mail noemt, triggeren mij wel om een foto uit die tijd op te zoeken. Daar zie ik mezelf weer zitten met rondom mij mijn klasgenoten van toen.  Ik lees in haar mail dat zij niet aanwezig was toen die groepsfoto werd gemaakt, dus het luikje van herkenning blijft nog even op een kier.

Werkweek 1974 of 1975

De gezichten op de foto zetten wel een heleboel andere luikjes open. Een moment ben ik terug in die tijd. Ik kijk iedereen op de foto even aan. Van sommigen weet ik een beetje van wat er van hen is geworden. Van anderen heb ik geen idee. Kijken zij op dit moment misschien ook door het raam? Zien zij ook dat de sneeuw alweer aan het smelten is? Hebben zij ook mezen en mussen aan groene netjes hangen? Zou allemaal zomaar kunnen.

En er is best een reële kans dat ieder van hen op zijn of haar eigen manier ervaringen heeft gehad, nog heeft of nog gaat krijgen met een hospice. Op zoek naar een onderwerp voor een column? Als sneeuw voor de zon is die behoefte verdwenen. Waarschijnlijk omdat alles wat zich aandient er eigenlijk al staat. Ik weet dat niet zeker, maar ik hoop van harte dat ik me daar in de verre toekomst nog steeds het fijne van herinner. Zwarte kauwen op witte sneeuw blijft een mooi gezicht.

Met dank aan Yvonne.

‘Live’ (terug)luisteren?
Op 1:03 start het nummer van Mary Gauthier (Lucky Stars). Op 4:25 de column, tot 9:05. Afgesloten met een nummer van Katie Melua (Piece by piece).

 

Nienke’s kracht

Hoogtepunt voor mij was het liedje dat ze zong met haar vriend Bas. ‘Fields of Gold’ heette het. Nienke zong het op indrukwekkende wijze, maar de begeleiding van Bas op keyboard voegde daar een wezenlijk element aan toe. Niet op de laatste plaats door de manier waarop ze elkaar zo nu en dan aankeken. ‘Een mooi samenspel en een mooi stel samen’ zo heb ik het zondagochtend samengevat.

Om pakweg tien voor elf die ochtend kwam ze binnen in het Gasthoês. Er was een ‘Meet & Greet’ georganiseerd voor Nienke en ik mocht die presenteren. Pas een paar dagen geleden was het idee spontaan ontstaan bij de Muzikantine en via, via was een en ander vlot in het garen gehangen. Een gelegenheidsband, waar Nienke twee jaar geleden de zangeres van was, zei zonder enige uitzondering ‘ja’ op de vraag of ze bereid waren om Nienke te verrassen. En een verrassing werd het. Mede dankzij Bas.

Marion Steeghs van de Muzikantine gaf een korte introductie op het eerste optreden van de band. Om een link te leggen naar het avontuur van Nienke tijdens de Voice of Holland, had de band gekozen voor het liedje ‘Girl’ van Anouk, de eigenzinnige maar goudeerlijke coach van Nienke tijdens The Voice. Maud van den Berg, een jonge Muzikantine-leerling, zong het. Met zoveel overtuiging, dat het leek alsof de in weken gegroeide zelfverzekerdheid van Nienke ook op haar afstraalde die ochtend.

Een mooi gezicht, hoe Nienke vriendelijk glimlachend aan één kant van de bühne stond, tegenover het zo goed als voltallige college van Horst aan de Maas aan de andere kant. Burgemeester Ina Leppink sprak welgemeende woorden en de cultuurwethouder Ger van Rensch deed daar nog een prachtig schepje bovenop. De waardering werd onderstreept met een fraai halssieraad voor Nienke. Het geschenk, speciaal in opdracht van de gemeente ontworpen door goudsmid Laura Koning-Gielen voor ‘mensen die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor de gemeenschap van Horst aan de Maas’, was meer dan terecht.

Want hoe bijzonder was haar inzet, tijdens al die weken voorafgaand aan deze ochtend! Hoe gewoon was ze gebleven en hoe goed tegelijk. Als ze zong, op het grote podium in de studio in Hilversum, straalde ze no-nonsense uit. Natuurlijk was ze zenuwachtig en natuurlijk was het spannend. Maar hoe mooi was het om te zien hoe ze groeide. Op welke grootse manier ze tegelijk zichzelf bleef. Liedje voor liedje eenvoudig stond voor wie ze was. Nienke. Niet méér, maar potverdriedubbelleveevanvoicenogentoe, ook zéker niet minder.

En daar stond ze zondagochtend. Bas speelde ‘Fields of Gold’ en zij zong het. En alle aanwezigen in het Gasthoês luisterden ademloos. Zagen zij ook hoe Bas en Nienke elkaar zo nu en dan aankeken? Bas, die wekenlang vanaf de tribune in Hilversum stil maar zo nadrukkelijk had genoten van hoe zijn vriendin op de bühne keer op keer de sterren van de hemel zong. Toen Bas de laatste noten van ‘Fields of Gold’ speelde, smolt Nienke’s prachtige glimlach met die van Bas samen. ‘Wat een mooi samenspel en wat een mooi stel’.

Nienke en Bas
Nienke en Bas

Jong en oud sloot vervolgens aan in de rij om Nienke persoonlijk te bedanken voor wat ze bij eenieder teweeg had gebracht. Ze had harten geraakt, op een muzikale manier, maar zeker ook op een menselijke manier. Hoe ze vanochtend iedereen te woord stond, haar fans het gevoel gaf er speciaal voor hen te zijn, al was het maar een momentje, het getuigde van haar speciale kracht. Een kracht die Anouk ook in haar had herkend: geen opsmuk, maar gewoon Nienke-zijn, in al haar pracht.

De Meet&Greet liep ongeveer een uur uit. Want nadat alle jonge fans tevreden waren gesteld, sloten ook de wat oudere fans aan. Daarna de nóg wat oudere bewonderaars en tenslotte ook de directe familie. Ooms en tantes, neven, nichten, iedereen nam plaats op de bank die Thijs Houwen, met oog voor detail, speciaal voor Nienke had neergezet. Die zondagochtend zijn heel veel mensen samen met haar op de foto gegaan. Ieder zijn of haar eigen herinnering, vastgelegd in een digitaal moment, dat dankzij Nienke tijdloos is geworden.

Haar avontuur, dat met ‘The power of Love’ begon, gaat vanaf nu gewoon door. In welke vorm of op welke manier dan ook. Of het met prachtig zingen verder gaat, of dat ze met haar warme uitstraling straks iets totaal anders gaat doen, het maakt niet uit. Want wat ze vooral heeft laten zien, is dat je met ‘zijn wie je bent’ toch enorm kunt groeien en tot grootse dingen in staat bent. Mensen in het hart raken, door zang, dat is al groots. Maar mensen raken, enkel door ‘zijn’, dat is pas echt apart. Een goed gevoel om dat die ochtend bij herhaling te mogen ervaren. Ik zag het bijvoorbeeld in de ogen van Gradje en Drea… ‘The power of Love’? The power of Nienke.

Sfeerbeeld

Gisteren kreeg ik een mail van C.E.M. v.d. Linden. ‘Eindelijk klaar…’ stond in de onderwerpregel. Ik had niet meteen door wie het was en waar het over ging, maar na het openen van de mail werd het me heel snel duidelijk. Het was Karin van der Linden, de kunstenares waarvan ik iets meer dan een jaar geleden de opening van haar expositie in de Kantfabriek mocht verzorgen. Bij die gelegenheid had ik een gedicht op orgelmuziek voorbereid over haar en haar werk. Een vrije interpretatie naar aanleiding van een bezoek aan de ingerichte expositieruimte, een paar dagen voor de officiële opening. Ik kende Karin toen nog niet, maar haar werk raakte me. In het gedicht heb ik dat gevoel proberen te vangen.

Wat me in haar werk zo aansprak, waren de verweven herinneringen die ze zeer gedetailleerd bij, in, met en door elkaar had verwerkt. Foto’s van vroeger, kleine attributen, dagelijkse dingen, stof en draad. Garen heet dat geloof ik, in borduurtermen. Want de borduurtechniek was, voorzover ik daar verstand van heb, tot in de perfectie doorgevoerd en dienstbaar aan de boodschap die eenieder in haar werkstukken mocht lezen en zien. Háár boodschap, maar door eigen interpretatie ook de onuitgesproken boodschap en de herinnering van iedereen die het werk bewonderde.

Na de opening vroeg Karin me of ze mijn gedicht mocht gebruiken voor een nog te maken kunstwerk. Niet alleen had haar werk míj geraakt, mijn gedicht had blijkbaar hetzelfde effect op haar gehad. Ik had een snaar geraakt die haar weer inspireerde tot het maken van een vervolg daarop, vertelde ze me toen. Dat was op zondag 15 januari 2017. Na die tijd kreeg ik af en toe wat foto’s van de vorderingen van het werk, maar gisteren dus de mail. ‘Eindelijk af…’, schreef ze, en behalve een korte uitleg in de bijlage ook een eerste serie foto’s van het nieuwe werk. Heel apart en eervol om mijn eigen gedicht letterlijk en prominent verweven te zien in een prachtig nieuw werkstuk. Vanochtend heb ik haar een bedankmail gestuurd en haar gevraagd of ik de foto’s mocht gebruiken voor mijn blog.

Verweven herinneringen. Onder het hardlopen vanochtend dacht ik na over de kracht van haar werk en waarom het toen al -en gisteren weer- zoveel indruk op me had gemaakt. Een uur later thuis, zag ik een nieuwe mail van haar, met haar antwoord dat ik ‘uiteraard de foto’s mocht gebruiken’. ‘Ben op mijn beurt weer vereerd’ schreef ze, ‘dat je het op de radio en je blog vermeldt’. Verweven herinneringen. Nog een paar foto’s stuurde ze, van details van het werkstuk. Meteen zat ik weer in het gevoel van een jaar geleden. Een soortgelijk gevoel dat ik gisteren ook al had. Niet alleen vanwege het nieuwe werkstuk, maar ook vanwege het afscheid van een goede vriend tijdens een crematiedienst ’s middags, waarin op een mooie manier luchtigheid met verdriet samenkwam.

De verhalen die er werden verteld, haalden herinneringen op aan hoe hij was. Elementen uit die verhalen overlapten elkaar en lieten duidelijk de karaktertrekken zien van de persoon die vanaf dat moment vooral in de herinnering verder zou leven. Het spontane verhaal van zijn zoon over zijn vader, de indrukwekkende ode van zijn zus aan haar broer, de herinneringen van zijn collega en vriend aan hem als collega en vriend, zijn jongste schoonzus over haar schoonbroer, die na het overlijden van haar eigen vader ook een soort van vaderfiguur voor haar werd. Al die verhalen waren een optelsom van verschillende levenslijnen, verweven om hem, als een soort van middelpunt.

Lijnen, als draden verweven. Elkaar versterkend, benadrukkend en samen een geheel vormend. Gisteren ging het om hem. Morgen om iemand anders en tot die tijd zien wij wat er zich daartussen voltrekt. Als je het wil zien tenminste. Karin ziet die dingen is mijn stellige indruk. Haar herinneringen vormen sfeerbeelden, waarin mijn herinneringen naadloos passen. Het hart in haar nieuwe werk klopt in mij, de lucht in de geborduurde longen is mijn adem. Omdat haar verhaal ook mijn verhaal is en tegelijk het verhaal van iedereen die het wil zien. Verhalen zoals ze gisteren zijn verteld, morgen worden verteld en altijd verteld zullen blijven worden. Verweven herinneringen. Met dank aan Karin. En aan Lou. En met dank aan de herinneringen aan iedereen die er niet meer is. Maar vooral bedoeld voor diegenen die er nog zijn.

Deze blog ‘live’ terughoren? Dat kan hieronder. Voorafgegaan door ‘Back it up’ van Caro Emerald (tot 5:02) en afgesloten door ‘Zomaar onverwacht’ (start op 10:09) van Gerard van Maasakkers (Tekst en zang) en Egbert Derix (muziek)

Het nieuwe werk, met dank aan Karin van der Linden