Fantasie?

Vanmorgen een relaxte 10 km gelopen. In alle rust en met het voornemen om ook langs ‘Trudy’s plek’ te lopen. Elke kilometer trilt mijn horloge en dan kijk ik, al rennend, altijd even in hoeveel tijd ik die 1000 meter heb afgelegd. Op vier kilometer deed ik dat ook in datzelfde automatisme. Maar toen ik weer opkeek realiseerde ik me dat ik in die paar seconden de plek al voorbij was, nog voordat ik er bewust naar had gekeken en er een gedachte aan had gewijd.

Het was niet dat ik zo hard liep, maar toch. Onbewust aan voorbij gegaan, in de meest letterlijke betekenis. Al lopend nam ik me meteen voor om mijn route een tweede keer langs die bewuste plek te laten gaan. Dat zou over zo’n twee kilometer zijn, schatte ik in en ik liep in een relaxt tempo verder. Twee ganzen, die voor de miljoenste keer een hardloper op deze route voorbij zagen komen, waggelden net na de bewuste plek gelaten over mijn pad.

Al lopend dacht ik aan Trudy en hoe we haar in haar laatste dagen hadden begeleid. Ik dacht aan haar crematie en aan de woorden die we bij haar afscheid hadden gesproken. Bijna tegelijk, zag ik op een afstand iets wits en kleins zweven. Een vlinder, dacht ik in eerste instantie, en verbaasde me over het toeval, dat misschien geen toeval was. Ik had in wat verhalen wel eens de symboliek van vlinders gebruikt, als ik over Trudy schreef. Maar het was geen vlinder. Toen ik dichterbij kwam, bleek het een wit donsveertje te zijn.

Er gaan zo heel wat gedachtes door je heen, als je 10 km relaxt in je eentje door de bossen rent. In een kenmerkende golvende vlucht vloog er ineens een groene specht voor me uit. Die zie je ook niet zo vaak, bedacht ik, terwijl ik met mijn gedachten nog bij het witte veertje was, dat geen vlinder was. Vlinders en Trudy waren voor mij verbonden met elkaar. Zou het kunnen vroeg ik me af, dat als een ziel al vlinderend door het leven kan gaan, dat misschien ook wel golvend kan via een groene specht?

Ik weet het. Ietwat melancholieke fantasieën. Maar evengoed was ik met al die gedachten weer dicht bij de plek waar ik dit keer met extra aandacht aan voorbij liep. Misschien zat er ergens wel een groene specht in de bomen naar mij te kijken. Een specht die een kilometer geleden in een andere boom met zijn snavel een donsveertje uit zijn lijf had geplukt. Die even van te voren aan de ganzen had gevraagd om mij een beetje op te houden, om alles op tijd geregeld te krijgen…

Ik knikte naar Trudy en liep daarna de rest van mijn 10 kilometer. Heerlijk gelopen. En heerlijk herinnerd. Een ‘runners high’, maar dan anders. Dankzij een wit donsveertje -als uit een engelenvleugel- een groene specht en een koppeltje ganzen.

Kauw in de sneeuw…

Tja. 3 maart en alles is weer wit. Buiten hangt een koolmeesje aan het groene netje. In dat netje steeds minder zaadjes, vanwege steeds meer meesjes. Aan en af vliegen ze. Dan weer mezen, dan weer mussen, alsof ze die volgorde samen hebben afgesproken. Heel af en toe een kauw, die zwart en groot, het kleine grut nietsontziend verjaagd.

Zit daar een onderwerp in voor deze column, vraag ik me af. Vanmorgen al vroeg opgestaan, omdat deze zaterdag de eerste van de maand is. Vanavond mag ik weer. De maandelijkse radiocolumn bij omroep Reindonk. Opnieuw de uitdaging om een actueel onderwerp te vinden en in woorden te vangen. De witte wereld die ik zie als ik naar buiten kijk, zou een thema kunnen zijn. Samen met de zwarte kauw al een aardig contrast.

Maar ik zou ook over buurtzorghuis Hospice Doevenbos kunnen schrijven. Zij hebben 12 mei open dag en bestaan rond die tijd al twee jaar. Twee jaar al. Mijn zus was één van de eerste gasten. Met dankbaarheid en respect denk ik terug aan hoe de verpleegkundigen en de vrijwilligers haar en ons toen hebben begeleid. Slechts twee dagen waren dat, maar die hebben wel een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Die ervaring heeft er mede toe geleid dat ik nu in het bestuur van de stichting Vrienden van Hospice D’n Doevenbos de communicatie over hun goede werk mee vorm mag geven. Vanochtend, vóór deze column, bijvoorbeeld gewerkt aan een advertentie, waarin onder andere de open dag van het hospice op 12 mei aanstaande een prominente plek heeft gekregen. Zou zomaar ook een onderwerp van deze column kunnen zijn.

Of de mail die tijdens het schrijven spontaan op mijn beeldscherm verschijnt. Een klasgenote van 3-Atheneum -en dan hebben we het toch echt over een heel aantal jaartjes geleden- heeft een verhaal op mijn blogsite gelezen, waarin ik wat herinneringen ophaal over die middelbare schooltijd. Haar herinneringen komen daar deels mee overeen, schrijft ze. Leuk om zo’n onverwachte mail te krijgen die je terugbrengt in de tijd. Herinneringen losmaakt. Een prachtig onderwerp voor een column toch?

Terwijl ik haar een antwoord schrijf, merk ik dat herinneringen door de jaren heen aan vervaging onderhevig zijn. Of misschien wel aan selectiviteit, veroorzaakt door persoonlijke omstandigheden en eigen waarneming van toen en nu. Het blijft me boeien hoe die dingen in zijn werk gaan. Luikjes in je hoofd die gesloten blijven, totdat er onverwacht en onaangekondigd op wordt geklopt. Een foto, een geluid, een mailtje. Ineens opent zich dan zo’n luikje en biedt een doorkijk naar dingen die je daarvóór nog niet zag.

Ik google de naam van mijn klasgenote van pakweg 43 jaar geleden, zie een foto uit het nu en het luikje gaat maar heel summier op een kiertje. De namen die ze in haar mail noemt, triggeren mij wel om een foto uit die tijd op te zoeken. Daar zie ik mezelf weer zitten met rondom mij mijn klasgenoten van toen.  Ik lees in haar mail dat zij niet aanwezig was toen die groepsfoto werd gemaakt, dus het luikje van herkenning blijft nog even op een kier.

Werkweek 1974 of 1975

De gezichten op de foto zetten wel een heleboel andere luikjes open. Een moment ben ik terug in die tijd. Ik kijk iedereen op de foto even aan. Van sommigen weet ik een beetje van wat er van hen is geworden. Van anderen heb ik geen idee. Kijken zij op dit moment misschien ook door het raam? Zien zij ook dat de sneeuw alweer aan het smelten is? Hebben zij ook mezen en mussen aan groene netjes hangen? Zou allemaal zomaar kunnen.

En er is best een reële kans dat ieder van hen op zijn of haar eigen manier ervaringen heeft gehad, nog heeft of nog gaat krijgen met een hospice. Op zoek naar een onderwerp voor een column? Als sneeuw voor de zon is die behoefte verdwenen. Waarschijnlijk omdat alles wat zich aandient er eigenlijk al staat. Ik weet dat niet zeker, maar ik hoop van harte dat ik me daar in de verre toekomst nog steeds het fijne van herinner. Zwarte kauwen op witte sneeuw blijft een mooi gezicht.

Met dank aan Yvonne.

‘Live’ (terug)luisteren?
Op 1:03 start het nummer van Mary Gauthier (Lucky Stars). Op 4:25 de column, tot 9:05. Afgesloten met een nummer van Katie Melua (Piece by piece).

 

Nienke’s kracht

Hoogtepunt voor mij was het liedje dat ze zong met haar vriend Bas. ‘Fields of Gold’ heette het. Nienke zong het op indrukwekkende wijze, maar de begeleiding van Bas op keyboard voegde daar een wezenlijk element aan toe. Niet op de laatste plaats door de manier waarop ze elkaar zo nu en dan aankeken. ‘Een mooi samenspel en een mooi stel samen’ zo heb ik het zondagochtend samengevat.

Om pakweg tien voor elf die ochtend kwam ze binnen in het Gasthoês. Er was een ‘Meet & Greet’ georganiseerd voor Nienke en ik mocht die presenteren. Pas een paar dagen geleden was het idee spontaan ontstaan bij de Muzikantine en via, via was een en ander vlot in het garen gehangen. Een gelegenheidsband, waar Nienke twee jaar geleden de zangeres van was, zei zonder enige uitzondering ‘ja’ op de vraag of ze bereid waren om Nienke te verrassen. En een verrassing werd het. Mede dankzij Bas.

Marion Steeghs van de Muzikantine gaf een korte introductie op het eerste optreden van de band. Om een link te leggen naar het avontuur van Nienke tijdens de Voice of Holland, had de band gekozen voor het liedje ‘Girl’ van Anouk, de eigenzinnige maar goudeerlijke coach van Nienke tijdens The Voice. Maud van den Berg, een jonge Muzikantine-leerling, zong het. Met zoveel overtuiging, dat het leek alsof de in weken gegroeide zelfverzekerdheid van Nienke ook op haar afstraalde die ochtend.

Een mooi gezicht, hoe Nienke vriendelijk glimlachend aan één kant van de bühne stond, tegenover het zo goed als voltallige college van Horst aan de Maas aan de andere kant. Burgemeester Ina Leppink sprak welgemeende woorden en de cultuurwethouder Ger van Rensch deed daar nog een prachtig schepje bovenop. De waardering werd onderstreept met een fraai halssieraad voor Nienke. Het geschenk, speciaal in opdracht van de gemeente ontworpen door goudsmid Laura Koning-Gielen voor ‘mensen die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor de gemeenschap van Horst aan de Maas’, was meer dan terecht.

Want hoe bijzonder was haar inzet, tijdens al die weken voorafgaand aan deze ochtend! Hoe gewoon was ze gebleven en hoe goed tegelijk. Als ze zong, op het grote podium in de studio in Hilversum, straalde ze no-nonsense uit. Natuurlijk was ze zenuwachtig en natuurlijk was het spannend. Maar hoe mooi was het om te zien hoe ze groeide. Op welke grootse manier ze tegelijk zichzelf bleef. Liedje voor liedje eenvoudig stond voor wie ze was. Nienke. Niet méér, maar potverdriedubbelleveevanvoicenogentoe, ook zéker niet minder.

En daar stond ze zondagochtend. Bas speelde ‘Fields of Gold’ en zij zong het. En alle aanwezigen in het Gasthoês luisterden ademloos. Zagen zij ook hoe Bas en Nienke elkaar zo nu en dan aankeken? Bas, die wekenlang vanaf de tribune in Hilversum stil maar zo nadrukkelijk had genoten van hoe zijn vriendin op de bühne keer op keer de sterren van de hemel zong. Toen Bas de laatste noten van ‘Fields of Gold’ speelde, smolt Nienke’s prachtige glimlach met die van Bas samen. ‘Wat een mooi samenspel en wat een mooi stel’.

Nienke en Bas
Nienke en Bas

Jong en oud sloot vervolgens aan in de rij om Nienke persoonlijk te bedanken voor wat ze bij eenieder teweeg had gebracht. Ze had harten geraakt, op een muzikale manier, maar zeker ook op een menselijke manier. Hoe ze vanochtend iedereen te woord stond, haar fans het gevoel gaf er speciaal voor hen te zijn, al was het maar een momentje, het getuigde van haar speciale kracht. Een kracht die Anouk ook in haar had herkend: geen opsmuk, maar gewoon Nienke-zijn, in al haar pracht.

De Meet&Greet liep ongeveer een uur uit. Want nadat alle jonge fans tevreden waren gesteld, sloten ook de wat oudere fans aan. Daarna de nóg wat oudere bewonderaars en tenslotte ook de directe familie. Ooms en tantes, neven, nichten, iedereen nam plaats op de bank die Thijs Houwen, met oog voor detail, speciaal voor Nienke had neergezet. Die zondagochtend zijn heel veel mensen samen met haar op de foto gegaan. Ieder zijn of haar eigen herinnering, vastgelegd in een digitaal moment, dat dankzij Nienke tijdloos is geworden.

Haar avontuur, dat met ‘The power of Love’ begon, gaat vanaf nu gewoon door. In welke vorm of op welke manier dan ook. Of het met prachtig zingen verder gaat, of dat ze met haar warme uitstraling straks iets totaal anders gaat doen, het maakt niet uit. Want wat ze vooral heeft laten zien, is dat je met ‘zijn wie je bent’ toch enorm kunt groeien en tot grootse dingen in staat bent. Mensen in het hart raken, door zang, dat is al groots. Maar mensen raken, enkel door ‘zijn’, dat is pas echt apart. Een goed gevoel om dat die ochtend bij herhaling te mogen ervaren. Ik zag het bijvoorbeeld in de ogen van Gradje en Drea… ‘The power of Love’? The power of Nienke.

Sfeerbeeld

Gisteren kreeg ik een mail van C.E.M. v.d. Linden. ‘Eindelijk klaar…’ stond in de onderwerpregel. Ik had niet meteen door wie het was en waar het over ging, maar na het openen van de mail werd het me heel snel duidelijk. Het was Karin van der Linden, de kunstenares waarvan ik iets meer dan een jaar geleden de opening van haar expositie in de Kantfabriek mocht verzorgen. Bij die gelegenheid had ik een gedicht op orgelmuziek voorbereid over haar en haar werk. Een vrije interpretatie naar aanleiding van een bezoek aan de ingerichte expositieruimte, een paar dagen voor de officiële opening. Ik kende Karin toen nog niet, maar haar werk raakte me. In het gedicht heb ik dat gevoel proberen te vangen.

Wat me in haar werk zo aansprak, waren de verweven herinneringen die ze zeer gedetailleerd bij, in, met en door elkaar had verwerkt. Foto’s van vroeger, kleine attributen, dagelijkse dingen, stof en draad. Garen heet dat geloof ik, in borduurtermen. Want de borduurtechniek was, voorzover ik daar verstand van heb, tot in de perfectie doorgevoerd en dienstbaar aan de boodschap die eenieder in haar werkstukken mocht lezen en zien. Háár boodschap, maar door eigen interpretatie ook de onuitgesproken boodschap en de herinnering van iedereen die het werk bewonderde.

Na de opening vroeg Karin me of ze mijn gedicht mocht gebruiken voor een nog te maken kunstwerk. Niet alleen had haar werk míj geraakt, mijn gedicht had blijkbaar hetzelfde effect op haar gehad. Ik had een snaar geraakt die haar weer inspireerde tot het maken van een vervolg daarop, vertelde ze me toen. Dat was op zondag 15 januari 2017. Na die tijd kreeg ik af en toe wat foto’s van de vorderingen van het werk, maar gisteren dus de mail. ‘Eindelijk af…’, schreef ze, en behalve een korte uitleg in de bijlage ook een eerste serie foto’s van het nieuwe werk. Heel apart en eervol om mijn eigen gedicht letterlijk en prominent verweven te zien in een prachtig nieuw werkstuk. Vanochtend heb ik haar een bedankmail gestuurd en haar gevraagd of ik de foto’s mocht gebruiken voor mijn blog.

Verweven herinneringen. Onder het hardlopen vanochtend dacht ik na over de kracht van haar werk en waarom het toen al -en gisteren weer- zoveel indruk op me had gemaakt. Een uur later thuis, zag ik een nieuwe mail van haar, met haar antwoord dat ik ‘uiteraard de foto’s mocht gebruiken’. ‘Ben op mijn beurt weer vereerd’ schreef ze, ‘dat je het op de radio en je blog vermeldt’. Verweven herinneringen. Nog een paar foto’s stuurde ze, van details van het werkstuk. Meteen zat ik weer in het gevoel van een jaar geleden. Een soortgelijk gevoel dat ik gisteren ook al had. Niet alleen vanwege het nieuwe werkstuk, maar ook vanwege het afscheid van een goede vriend tijdens een crematiedienst ’s middags, waarin op een mooie manier luchtigheid met verdriet samenkwam.

De verhalen die er werden verteld, haalden herinneringen op aan hoe hij was. Elementen uit die verhalen overlapten elkaar en lieten duidelijk de karaktertrekken zien van de persoon die vanaf dat moment vooral in de herinnering verder zou leven. Het spontane verhaal van zijn zoon over zijn vader, de indrukwekkende ode van zijn zus aan haar broer, de herinneringen van zijn collega en vriend aan hem als collega en vriend, zijn jongste schoonzus over haar schoonbroer, die na het overlijden van haar eigen vader ook een soort van vaderfiguur voor haar werd. Al die verhalen waren een optelsom van verschillende levenslijnen, verweven om hem, als een soort van middelpunt.

Lijnen, als draden verweven. Elkaar versterkend, benadrukkend en samen een geheel vormend. Gisteren ging het om hem. Morgen om iemand anders en tot die tijd zien wij wat er zich daartussen voltrekt. Als je het wil zien tenminste. Karin ziet die dingen is mijn stellige indruk. Haar herinneringen vormen sfeerbeelden, waarin mijn herinneringen naadloos passen. Het hart in haar nieuwe werk klopt in mij, de lucht in de geborduurde longen is mijn adem. Omdat haar verhaal ook mijn verhaal is en tegelijk het verhaal van iedereen die het wil zien. Verhalen zoals ze gisteren zijn verteld, morgen worden verteld en altijd verteld zullen blijven worden. Verweven herinneringen. Met dank aan Karin. En aan Lou. En met dank aan de herinneringen aan iedereen die er niet meer is. Maar vooral bedoeld voor diegenen die er nog zijn.

Deze blog ‘live’ terughoren? Dat kan hieronder. Voorafgegaan door ‘Back it up’ van Caro Emerald (tot 5:02) en afgesloten door ‘Zomaar onverwacht’ (start op 10:09) van Gerard van Maasakkers (Tekst en zang) en Egbert Derix (muziek)

Het nieuwe werk, met dank aan Karin van der Linden

Lou

‘Hoe is het nog met jou?’ Ik zat al even bij zijn bed, samen met Marij en het was duidelijk dat hij veel van zijn kracht had ingeboet. ‘Z’n gangetje’ was mijn weinig zeggende antwoord. ‘Ik wist het wel’, vervolgde Lou. ‘Ik zou naar de kamer hiernaast toe gaan. Hier is niks te beleven’. In de kamer die hij bedoelde vierde zijn kleindochter haar verjaardag. Als het gekund had, had hij daar ook gezeten. Maar het kon niet. Hij was te ziek. Dat was drie weken geleden. Op de verjaardag van zijn kleindochter. En nu, drie weken later, nu is hij dood.

Ik was er drie weken geleden op goed geluk naar toe gewandeld. Van Horst naar Melderslo. Op de bonnefooi, zoals we ons hele leven lang op de bonnefooi naar Lou en Marij waren gegaan. En ook al zaten er soms jaren tussen, het welkom sleet nooit. Er waren tijden dat we er elk weekend kind aan huis waren. Nooit afgesproken, maar altijd welkom. Ik wist dat Lou ernstig ziek was. Toen ik binnenkwam, kwam zijn zojuist vierjarige kleindochter verwachtingsvol de keuken ingelopen. Ze had de buitendeur open horen gaan. En zij was tenslotte jarig.

‘Het moet allemaal gewoon doorgaan’. Woorden van die strekking sprak Marij, toen ik haar vragend aankeek. ‘Komt het uit?’ vroeg ik haar. ‘Kom binnen. Natuurlijk. We gaan nét de taart aansnijden. Koffie?’ Het was niet het moment om over Lou te beginnen. Grote kinderogen keken me aan en leken enigszins verbaasd omdat ik voor haar vooral groot en vreemd was. Wat verlegen nam ze mijn felicitatie in ontvangst, maar vertrok daarna snel weer naar de kamer. Daar lagen nog meer kadootjes, die ze mocht uitpakken. Want ze was tenslotte jarig.

Ik heb er in de woonkamer even bijgezeten. Er kwam steeds meer bezoek binnen met kadootjes om haar verjaardag te vieren. Tegelijk werd bij mij het gevoel steeds sterker dat ik daar plaats voor moest maken. Het vieren moest doorgaan, dat stond buiten kijf. Maar daar was ik niet voor gekomen. Terwijl steeds meer familie duidelijk wel met die bedoeling naar binnenkwam, ben ik opgestaan en weer de keuken ingelopen. Marij was daar bezig met de voorbereidingen om de gasten van drank en spijs te kunnen voorzien.

Terwijl ik de jas aantrok en haar vertelde dat ik een andere keer wel terug zou komen voor Lou, vroeg ze me of ik toch nog even naar hem toe wilde. Ik was blij dat ze dat vroeg, want daar was ik voor gekomen. Marij ging me voor naar wat voorheen de computerkamer was die -net als de woonkamer- grensde aan de keuken. Daar lag hij op bed. Een schim van wie hij ooit was en toch zo indringend gewoon zichzelf.

Heel veel hebben we niet gesproken. Hij leek daar ook niet echt meer de energie voor te hebben. ‘De accupunctuur kan daar de oorzaak van zijn’, vertelde Marij. ‘Het lichaam is volop bezig, met alles wat het in zich heeft, om de kwaadaardige cellen te bestrijden’. Lou knikte alleen maar. ‘Ik wist het wel’, zei hij weer. Hij knikte in de richting van de woonkamer. ‘Daar is het veel leuker’. Kort probeerde ik wat onbeholpen het woord ‘leuk’ van een definitie te voorzien, die in de buurt kwam van het contrast dat zich op dat moment in hun huis voltrok.

En nu, drie weken later, is hij dood. Lou, het toonbeeld van zelfredzaamheid. De man die ooit laptops tot op de nanochip uit elkaar haalde, om vervolgens elke volgende defecte laptop met een jaloersmakende logica te kunnen herstellen. De man die nooit een naaimachine had bediend, maar enkel met de wens voor een leren motorjas zich elk kunstje van een kleermaker eigen maakte om daarna een leren jas te maken die op alle fronten met kop en schouders uitstak boven wat in de reguliere markt te krijgen was. Slechts twee voorbeelden.

Lou. Een bijzondere vent. Hij maakte zich dingen eigen en maakte vervolgens zijn eigen dingen. En altijd beter dan het origineel. ‘Hoe is het nog met jou’ vroeg hij. Nu, drie weken later, vraag ik me af of hij toen al besefte hoe het met hem zelf ging. Want hoewel hij zichzelf wel beter wilde maken, liet ‘het origineel’ hem beetje bij beetje steeds meer in de steek. Alles geprobeerd. Met Marij. Met Lizzy en Jesse. Niet te repareren deze keer. Niet te maken.

Tenzij… tenzij hij ook dat gegeven tot op de cel heeft uitgezocht en uiteindelijk tot iets gekomen is, dat beter is dan het origineel. Het zou wel bij hem passen. In die zin troost ik me. En hoop ik dat Marij, Lizzy en Jesse zich ook getroost weten. Als hij gelijk heeft, dan komen we elkaar ooit weer tegen. Dan is het opnieuw een welkom zoals vanouds. En tot die tijd vieren we elke verjaardag. Met kadootjes. En als het moet in de andere kamer. Omdat die er ook bij hoort…

Alles wat ooit al was bedacht
daar dacht jij toch het jouwe van
en dat wat niemand had verwacht
kwam toch nog gauw, die ene nacht…

Je had het zelf zo niet gemaakt
je zou het anders bouwen dan
en was je tijd niet opgeraakt
dan had je dat ook waargemaakt…

Uit diep respect voor alle kracht
die toont wat met vertrouwen kan
als kiezelsteen naar diamant gebracht
maar toch… te gauw, die ene nacht…

Kort… Voor Pip en Mees

Dagvoorzitter, interviewer, presentator, schrijver, columnist, blogger, dichter, orgeldraaier, performer? Op mijn derde vrije maandag van dit jaar weeg ik elk woord zorgvuldig en probeer er achter te komen hoe al deze ‘kwalificaties’ zich tot elkaar verhouden. Afgelopen zaterdag was ik vooral een combinatie van de eerste drie. Op andere momenten zijn het ‘schrijver, dichter, orgeldraaier en performer’, die het beste omschrijven wat ik dan doe.

Zou je kunnen zeggen dat de eerste drie -dagvoorzitter, interviewer en presentator- vooral ‘functioneel’ zijn? En dat ‘schrijven, dichten en performen’, op mijn manier, met name ‘emotioneel’ is? Misschien wel, maar nu ik er wat langer over nadenk, dekt die tweedeling eigenlijk niet de lading. De kracht, zoals ik het zie en voel, schuilt vooral in de combinatie van dat alles. Tenminste, zó zou ik graag de invulling zien van de activiteiten, die voortvloeien uit datgene waaraan ik mijn ‘vrije maandagen’ wil besteden.

Enfin. Allereerst maar eens vooral genieten van het gegeven dát er nieuwe uitdagingen zijn. En dat ik daar nu ook structureel tijd voor heb vrijgemaakt. Dat is een energie-gevende situatie, terwijl het tegelijk ook veel (positieve) energie vraagt. Ik probeer daar nu zo goed mogelijk de juiste weg in te vinden. Goeie keuzes te maken vanuit het besef dat er altijd nog andere keuzes mogelijk zijn. Al heeft dat ‘besef’ bij tijd en wijle wel eens wat overtuiging en bevestiging nodig. Maar dat is niet erg. Eigenlijk ook gewoon een keuze.

En dan realiseer ik me dat Pip en Mees op dit moment eveneens in een fase zitten dat ze keuzes aan het maken zijn. Geen vanzelfsprekende keuzes. Pip gaat werk weer met studie combineren en Mees zoekt in zijn studie naar de richting die hem de meeste voldoening gaat geven. Uitdagingen. Welke wil je aangaan? Keuzes. Wat zijn de juiste? Hun overwegingen en keuzemomenten zijn zeer zeker energie-vragend. Dat zie ik bij hen allebei. Maar van ganser harte hoop ik, dat wàt het straks ook gaat worden, wàt ze straks ook gaan doen, het op den duur vooràl energie-gevend zal zijn.

Dat wilde ik kort even kwijt. Voor mezelf en -al schrijvend- zeer zeker ook voor hen. Misschien dat ik een afgeleide van het bovenstaande ooit nog een keer ga beschrijven in een column. Wie weet. Of ik draag het voor in een parlando-gedicht op orgelmuziek. Bijvoorbeeld tijdens het afstudeerfeest van beiden. Mhm… een mooie uitdaging voor mij, maar over die invulling kan ik hen tegen die tijd misschien toch maar beter zelf laten kiezen… X

Geert orgelend

Gethsemane en de beste wensen…

Driekoningen. Zes januari. Een associatie die er zó ingeramd zit, dat het waarschijnlijk de enige woorden zullen zijn die ik straks als honderdjarige nog zal kunnen zeggen. En als 6 januari nou mijn verjaardag was, dan zou dat best nog slim klinken op die leeftijd, maar helaas. Dat is 7 mei. Zes januari is elk nieuwjaar de dag dat je nog nèt mensen het allerbeste voor het nieuwe jaar mag wensen. Dus dat wil ik bij deze als eerste dan nog snel even doen: iedereen de beste wensen.

6 januari 2018. Driekoningen, zoals gezegd. Ik zie ze in gedachten nog bij de zelfgemaakte kerststal van vroeger staan, op een plat stuk van met rotspapier verpakte, gestapelde dozen. In mijn beleving kwamen ze altijd van links, als je voor het kribje stond. En nu ik er zo over nadenk, over de hoek waar de kerstboom stond en de richting van de kerststal, dan wees dat ook wel richting Duitsland, dus het oosten. Geografisch dus geen slechte keus van mijn moeder om de drie wijzen daar neer te zetten.

Ik heb me dat eigelijk nog nooit gerealiseerd, tot zojuist, toen ik deze regels opschreef en de beelden van destijds in mijn herinnering kwamen. Ik merk dat naarmate de jaren vorderen, ik dat wel vaker doe. Beelden van nu, in gedachten, over herinneringen van vroeger leggen. En me dan verbazen over zowel de overeenkomsten als ook de verschillen. In allerlei opzichten. Hoe anders mensen met elkaar omgaan, onder andere door de voortschrijding van de techniek. Maar ook hoe hetzèlfde mensen van toen en nu zijn, als het gaat om karaktereigenschappen en eigenaardigheden.

Vanochtend heb ik gezocht naar een opname uit 2001, van de Rabobankproms. Iemand had mij verteld dat die hele uitzending onlangs op tv was geweest. Men had mij gezien, als presentator van die prachtige show, toen, 17 jaar geleden. Ik heb mezelf nog niet ontdekt, maar wel een aantal losse opnames van de Proms. Onder andere van Roy Verbeek, die daarin op een fenomenale manier het nummer Gethsemane vertolkt. Twee dagen geleden zag ik Roy nog. Hij maakt deel uit van de band Dear Mrs. Miller, die op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Horst aan de Maas speelde. Ook daar mocht ik de presentatie doen.

Via YouTube, luisterend naar een 17 jaar jongere Roy, raakte zijn vertolking me weer. En toen YouTube me na Roy nog een andere opname van Gethsemane aanbood, luisterde ik die ook. Vervolgens werd ik geboeid door een indrukwekkende liveversie van Ted Neeley tijdens een ‘Farewell tour’ in 2006 in New York. En daarna was ik eigenlijk heel benieuwd naar de uitvoering uit de film Jesus Christ Superstar. Die heb ik ook nog beluisterd. Destijds eveneens gezongen door Ted Neeley, maar dan 33 jaar eerder. Verschillen, maar ook veel overeenkomsten.

Ik kan me de film nog heel goed herinneren. Het lied Gethsemane maakte toen al indruk op me. De versie van Roy vanochtend haalde dat gevoel van ontroering weer naar boven. De twee versies van Ted Neeley voegden daar nog iets aan toe. Het besef dat over de jaren misschien wel heel veel verandert, maar dat de meest elementaire dingen toch hetzelfde blijven. Van de performance van Ted Neeley uit 2006 werd destijds geschreven dat hij niet meer goed bij stem zou zijn. Maar de beelden laten ook zijn medespelers in de coulissen zien, die ontroerd, met tranen in de ogen en vol bewondering naar zijn vertolking luisteren en kijken.

Twee dagen geleden, tijdens de receptie, zong Dear Mrs. Miller onder andere het nummer ‘In the eye’. Indrukwekkend. Marion Steeghs, Roy Verbeek, Joep Vullings, John Minten en Huub Dijckmans, samen als Dear Mrs. Miller, brachten een muzikaal hoogstandje en zongen in een prachtige harmonie en samenklank.

Eén dag later kreeg de receptie kritiek op social media. ‘ Te weinig opkomst’ las ik en zelfs ‘Stop het oeverloos geklets’. Zó jammer dat ik nergens teruglas hoe mooi de muziek was, of hoe waardevol wellicht de ontmoetingen waren, vóór, tijdens en na afloop van het reguliere programma… ‘In the eye’. Donderdagavond voelde ik op die plek wat prikken, zo mooi was het.

En vanochtend, bij het zien en horen van de verschillende versies van Gethsemane, was ik weer ontroerd. Juist door de elementaire dingen die door de jaren heen niet veranderen. De passie van een zanger. De trots van de ouders van een zangeres. De ontroering van de mensen die in de coulissen 33 levensjaren terughoren in een stem en daar de tranen van in de ogen krijgen. De waardering, juist voor die zaken die het verdienen om benoemd te worden. Misschien wel als tegenhanger van alles dat er te bedenken valt dat niet goed is.

Ik heb afgelopen donderdag in ieder geval genoten. En nu ter afsluiting, op de dag van Driekoningen, 6 januari 2018, wens ik dat iedereen toe. Ik hoop dat er zo nu en dan een traan in uw oog verschijnt. Van ontroering bij het aanschouwen van iets moois of bij een herinnering die opgeroepen wordt door een juist dáárom al waardevolle gebeurtenis in het nu. Dat wens ik u. Op 6 januari kan het nog. Met dank aan Marion, Roy, Dear Mrs. Miller, Ted Neeley én mijn vader, die ook snel ontroerd was…

Als luisterbestand voor de liefhebber: Gethsemane (Ted Neeley, 1973) – (Op 5:35) Mijn voorgelezen column – (Op 11.10) Pretty Amazing Grace (Neil Diamond, 2008)

Nog 10 uur…

Op een kwartier na, nog tien uur. Het is kwart over twee ’s middags. De laatste uren van dit jaar. Ik overtuig me zelf, net als de voorgaande jaren rond deze tijd, dat het een dag is als alle andere. Echter als ik de columns teruglees, die ik op die momenten geschreven heb, dan merk ik dat de laatste dag van het jaar niet speciaal mijn dag is…

Ik heb hieronder een aantal van die columns op een rij gezet, voor de liefhebber.

2007 Stilstaan bij meelopen

2010 Tweede Kerstdag

2011 De oplossing voor onbehagen

2012 Wéér het beste?

2014 Goede voornemens

2015 Wish you were here

2017 Kracht van woorden

Ondanks het grijze weer van vandaag, de gure wind en de zweem van koude regendruppels (…) neem ik me toch voor om de dag deze keer gewoon te nemen voor wat die is: een koude, natte, gure en grijze dag, op het einde van december…

Maar…

Daar zal ongetwijfeld een warme, droge, misschien wel zwoele en kleurige dag in mei tegenover komen te staan, komend jaar. Tegen elkaar wegstrepen die handel en volop genieten van de 363 dagen die dan nog overblijven. Is dat geen positieve gedachte?

Zo ga ik het doen. En als je het wat vindt, mag je het idee zo van me overnemen. Ik noem het ‘Pluk de dag en twee balansdagen mag’. Ik wens het jullie!

Nog negen uur…

Kracht van woorden

Goeie voornemens maken past bij deze tijd van het jaar. Als het straks 1 januari wordt, kun je die voornemens meteen ten uitvoer brengen. Meteen van start aan het begin van het nieuwe jaar. Eigenlijk vreemd, want dat zou natuurlijk ook best op 12 mei kunnen. Of 28 oktober. Maar goed. Naarmate de top 2000 steeds dichter naar het moment suprême toekruipt, komt het accent toch echt te liggen op de komende jaarwisseling. Met alle tradities van dien. Goede voornemens dus voor het nieuwe jaar.

Ik heb me voorgenomen om een dag in de week te besteden aan iets nieuws. Om die reden heb ik een aantal uren van mijn reguliere werk ingeleverd. Daarmee komt er (in principe op maandagen) tijd beschikbaar om professioneler te gaan doen wat ik daarvoor tussen alle bedrijven door met heel veel plezier vaak al deed: Me bezighouden met woorden en teksten, voor allerhande gelegenheden. Presenteerwerk, teksten op maat, voordrachten al dan niet op (buik)orgelmuziek en alles wat daar tussen ligt.

Laat 1 januari 2018 nu meteen op een maandag vallen. Ik kan dus gelijk van start met mijn voornemen. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik al een beetje heb voorgesorteerd op de nieuwe situatie. Zo heb ik bijvoorbeeld al een eerste gesprek gevoerd over een presentatie die ik in januari mag doen. Het vervolggesprek staat gepland op 8 januari. Jawel, ook op een maandag. Daarnaast heb ik een paar weken geleden een tekstvoordracht mogen houden en een gedicht mogen maken en voordragen ter gelegenheid van een afscheidsdienst.

Het voelt goed om daar mee bezig te zijn. Ik merk dat in woorden heel veel kracht kan schuilen, als je daarmee gedachten en gevoelens beschrijft. Op verschillende manieren. Er kan bijvoorbeeld troost uitgaan van een aantal zorgvuldig geschreven zinnen. Het voelt goed als geschreven woorden de kern raken van een emotie die spontaan vaak moeilijk in gesproken woorden is uit te drukken. Maar ook andersom. Gesproken tekst, bijvoorbeeld tijdens een presentatie, die gebaseerd is op het goed aanvoelen en spontaan beschrijven wat er op dat moment bij de aanwezigen leeft, kan de juiste snaar raken. En dat wil ik met ingang van 1 januari dus professioneler gaan oppakken!

Ik besef dat ik met deze column in feite gewoon reclame aan het maken ben voor mezelf en mijn voornemen voor het volgende jaar en de jaren daarna. Maar heej, waarom niet? Ik gebruik slechts woorden. Zelf bedachte onderdelen van een taal, die ik in de toekomst niet alleen voor mezelf wil inzetten, maar ook voor anderen. Niks mis mee toch? En mocht je het daar mee eens zijn, dan zou het aardig zijn om deze tekst van een kort commentaar te voorzien. Of je deelt ‘m. Of allebei: delen met commentaar! Want ook in dat opzicht hebben woorden kracht!

Hoe dan ook. Voor iedereen alvast het allerbeste voor het komende jaar gewenst!

Leven op stille momenten…

Het vaste ritueel vanochtend. De verwarming opdraaien naar 20. De luxaflex een kwartslag open. Zien dat het buiten wat grijzig kijkt op eerste kerstdag. Twee broodjes met kaas klaargemaakt. Half jus d’orange, half water in een beker. Gisteren voorgenomen om vandaag een verhaal te gaan schrijven. En daar zit ik dan.

Eens in de zoveel tijd is de keukenprullenbak met plastic vol en dat is vanochtend ook het geval. Mag je dat bij het ritueel tellen, als iets niet dagelijks gebeurt, maar toch herhaaldelijk terugkomt? Ik doe het gewoon. Eigenlijk als een soort bruggetje naar de top 2000, die elk jaar terugkomt. ‘Hou van mij’ op plek 1991, van het Goede doel speelt nu.

Ik denk heel even na over dat getal en meteen associeer ik het met ons jaar van trouwen. 1991. Het jaartal staat in onze trouwring. Met een beetje fantasie twee keer zelfs: 1991991. 19 september 1991. In de verkorte notatiewijze is het getal van voor naar achter en van achter naar voor te lezen. Dat vonden we toen leuk. En 26 jaar later eigenlijk nog wel, merk ik.

Jaren die voorbij gaan. Rond deze tijd een gedachte die vaker door mijn hoofd gaat. ‘Onherroepelijk’ is het woord dat me als eerste te binnen schiet. De tijd die voorbij is. De dingen die voorbij gaan. Wat blijft zijn slechts herinneringen. Maar hopelijk tegelijk ook bouwstenen voor de toekomst. Ik merk dat ik in mijn hoofd voortdurend op zoek ben naar balans. Harmonie en zingeving zoek in de dingen die gebeuren.

Ik denk terug aan droevige gebeurtenissen uit het verleden. Het overlijden van mijn zus, anderhalf jaar geleden. Ik denk aan mijn vader, die in 1994 is overleden en aan mijn moeder waar we in 1978 afscheid van moesten nemen. Ik denk aan de ouders van Thea, aan vrienden en bekenden die er niet meer zijn. En bij elke droeve gedachte neig ik naar een positieve tegenhanger. Dat patroon komt steeds weer terug. Ook een soort van ritueel? Lijfsbehoud?

Bij twijfel zekerheid zien? Bij kou warmte zoeken? Bij haat liefde geven? Zou dat leven zijn? Ook op stille momenten, zoals de vroege ochtend van de eerste kerstdag in 2017? Leven op stille momenten. Ook een mooie…

Leven op stille momenten

Waar de aarde de lucht raakt
Daar ontmoet ik jou

telkens weer

Stilte waar leven was
Daar groet ik jou

keer op keer

Als zekerheid bij twijfel
Als liefde bij haat
Of warmte bij kou

over en weer

Als stilte bij leven
Als nooit geblust vuur
En of ik van je hou

elke keer meer