Voor het eerst… anders

Eerste paasdag. Twee woorden, waarvan het eerste (jawel..) me laat realiseren dat ik vandaag twee dingen voor het eerst in mijn hele leven heb gedaan. Het ene vanmorgen en een deel van de middag. Het andere nu, op het moment van schrijven van deze tekst.

Om met dat tweede te beginnen: ik heb via spotify de Mattheüs Passion op mijn koptelefoon gezet. Honderddrie nummers, lees ik. En het geheel duurt twee uur en vierendertig minuten. Die nummers variëren nogal in lengte. Van tientallen seconden tot enkele minuten. Ik laat het gebeuren. Geen dag zonder Bach, heb ik een paar dagen geleden nog ergens gelezen (dankjewel Harme). Dat moet ook ooit begonnen zijn met één dag mét Bach…

Het eerste dat ik vandaag voor het eerst in mijn leven heb gedaan, is van een heel andere orde. Ik mocht mee naar voetbalstadion De Koel in Venlo. Daar speelde VVV thuis tegen FC Twente. Het feit dat ik daar nog nooit geweest ben, geeft misschien al aan dat de reden van mijn bezoek niks met voetbal te maken had. Ook het niveau van het spel had daar weinig mee te maken trouwens, voor zover ik dat kan beoordelen.

Funny en Koelie

Funny in de Koel

Nee, mijn bezoek had te maken met een alleraardigste afspraak die er was gemaakt om Funny, de mascotte van het Funpop-festival, vóór de wedstrijd en in de pauze, te laten kennismaken met de mascotte van VVV: Koelie. Een stukje PR, waar van te voren nog nooit over nagedacht was, maar zo zie je maar. Creativiteit (én een goed netwerk) kent geen grens. Met dank aan Pieter, Thijs, Ron, Karen en vooral Bo. Zij zat in de zachtpaarse Funpop-mascotte. Leuk dat de FC Twente aanhang vanuit de supporterskooi bij aanvang die mooie Funpopkleur met een toepasselijke rookbom nog eens extra onder de aandacht bracht…

Afijn. Van FC Twente supporters terug naar Bach. Ook iets met passie…

Het schrijven van een column met de Mattheüs Passion tussen de oren is, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk een derde ding dat ik nog nooit in mijn hele leven heb gedaan Een paar minuten geleden, schrok ik zelfs even toen het stereo-effect mij van rechts het hele koor in één keer het oor induwde, terwijl links een sopraan en een alt heel rustig waren begonnen.

Voor de kenners: dat was bij de aria ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En dat koor is, als de informatie op de digitale CD-hoes juist is, het ‘Boys Choir of Sacraments-Church Breda’. Niet echt een brabants klinkende naam, lijkt me. Maar tegelijk is Ton Koopman ook niet echt een Brits aandoende naam. En wat BWV 244 voor elk van de 103 titels betekent is me ook een raadsel. Niet vreemd, al die vragen bij dingen die je voor het eerst in je leven doet. Gewoon nemen zoals het komt. Komt tijd, komt raad.

Dingen die je het eerst van je leven doet. Een gedachte opschrijven, terwijl je schrikt van wat Johann Sebastian Bach jaren geleden heeft bedacht. De aria ‘Geduld’ klinkt op dit moment. Laat ik die synchroniciteit maar aangrijpen om een slot te breien aan dit hersenspinsel op Eerste Paasdag. ‘Geduld’ is een eigenschap die het mogelijk maakt dat alles wat je voor het eerst doet, misschien ooit nóg wel een keer voorbij zal komen. En zo niet, er dan in ieder geval voor zorgt dat het hoe dan ook voorbij zal gaan. Zoals het komt zo gaat het ook. En dat brengt me toch weer bij de Mattheüs Passion…

‘Erbarme dich’ hoor ik. Had die aria ook niet Harme’s voorkeur? De cirkel is rond. Nu stoppen met schrijven…

Maandagen en inktvissen

octo-2
Ceramic artist Keiko Masumoto is intensely interested in the intersection of art and craft, whether a craft object can simply be decorative or if an artistic work can still remain functional. Her questions have resulted in a series of traditional ceramic plates, bowls, and vases embedded with unlikely objects from wriggling octopi to entire buildings. You can explore a bit more in her online portfolio and at Spoon & Tamago.

Maandag. Sinds het begin van dit jaar heb ik die dag beschikbaar om werk te doen, enkel en alleen omdat ik zelf bepaal dat ik dat werk doe. Je zou kunnen zeggen, alleen mezelf als ‘opdrachtgever’. Óf -en dat voelt ook prima- wel een ander als opdrachtgever, maar dan met een directe link naar hem of haar over de opdracht. Geen toeters. Geen bellen. Geen bureaucratie. Alleen al om de eenvoudige reden dat ik thuis geen bureau heb. ‘Just me’ dus, of ‘just us’. En in dat laatste geval een 1-op-1-relatie tussen degene die mij vraagt iets voor hem of haar te betekenen.

Ik heb even getwijfeld of ik ‘werkrelatie’ zou schrijven in plaats van ‘relatie’. Toch gekozen voor dat laatste, omdat ik denk dat op de eerste plaats de relatie essentieel is voor wat motiverend werkt. Heel snel daarna het werk zelf maar wel in die volgorde. Dan ‘werkt’ werk volgens mij het beste en is vooral om die reden naar twee kanten toe succesvol. Vind ik. De reacties en tevredenheid van mijn ‘maandag-opdrachtgevers’ bevestigen voor mij dat beeld. Tot nu toe. Laat ik bescheiden en voorzichtig blijven.

Verschillende maandagen die nu achter me liggen, heb ik zo al kunnen vullen. En, zoals gezegd, dat voelde prima. Toch waren er ook maandagen dat ik even niks om handen had. Net als vandaag. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dan toch soms de telefoon van mijn ‘dinsdag-tot-vrijdag-werk’ scan en zo nu en dan een mailtje, aan mij gericht, beantwoord. Maar ach, die flexibiliteit moet kunnen vind ik. Want ook op dat werk, waar ik overigens wél een -weliswaar flexibel- bureau heb, spelen relaties een wezenlijke rol.

Gisteren heb ik een boek besteld van René ten Bos. ‘Bureaucratie is een inktvis’ is de titel. Ik ben benieuwd naar de inzichten over bureaucratie van deze filosoof en ‘denker des vaderlands’. Wat me triggerde om dit boek te bestellen was de werktitel van een seminar dat hij hier over gaat geven: ‘Bureaucratie in organisaties. Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. De vraag die hij daarin stelt, is de vraag die mij bij tijd en wijle ook wel eens bezig houdt op mijn echt wel leuke werk op dinsdag tot en met vrijdag. En nu dus bezighoudt op maandag. Moet kunnen.

Ik merk dat ‘de maandagen’ me de ruimte bieden en de energie geven om op zoek te gaan naar het completere plaatje van mezelf. Dat ik ‘de maandagen’ tussen aanhalingstekens zet, is omdat het zoeken natuurlijk niet op een specifieke dag gepind is. Het is vooral de tijd in het algemeen die je jezelf gunt om dichter bij jezelf te komen.Want alleen dan, denk ik, kun je vervolgens ook dichter bij anderen komen. Anderen die zich, net als René ten Bos, misschien wel eens afvragen: ‘Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. Ik ben heel benieuwd naar het boek. Volgens Pip komt het misschien vandaag al. Op maandag. Volgens een op zondag (!) gekregen mailtje van de Bruna-organisatie wordt dat dinsdag. Aan huis bezorgt door de DHL-organisatie. Twee bedrijven met vertakkingen door het hele land. Als inktvissen?

Strafbaar

Het is weer zo’n zaterdag. Eén dag voordat we er zomaar een uur bij krijgen. Komende nacht om twee uur is het ineens drie uur. Daar merk je dus helemaal niks van, tenzij je dan nog volop in het uitgaansleven zit. Daar waar de sluitingstijd regulier op twee uur staat, ben je dan in één milliseconde ineens al een uur lang strafbaar.

Zou de politie daar vanavond op letten? Het zou een uur lang een goeie bron van inkomsten kunnen zijn. € 280,- per klant, als je als diender net na twee uur de kroeg binnenstapt en na het ‘wat zijn wij hier aan het doen’ registreert dat de klanten na sluitingstijd zijn binnengekomen. In het kader van omgekeerde bewijslast moeten zij nog maar eens aantonen dat ze er vóór twee uur al zaten. Volgens mij is dat kassa.

Maar zonder gekheid. Dat extra uur in de zomer. Levert dat eigenlijk nog wel wat op? Iets zinvols, bedoel ik. Had dat bij de invoering niet iets met energiebesparing te maken? Dat je in de winter met een uur minder overdag, ’s avonds eerder binnen de kachel en de lampen aanmaakt en dat je die teveel gebruikte energie dan in de zomer met een uur meer overdag dan weer terug verdient? Zoiets was het toch?

Maar ik ben het kwijt. Dat komt misschien ook omdat mijn digitale apparaten die tijdswisseling al jaren automatisch voor mij doorvoeren. Dat apparaat kan er ook niks aan doen. Iemand die destijds hopelijk wel wist waarom het handig was om een winter- en een zomertijd in te programmeren, heeft dat toen voor mij bepaald. En ik ben dat in de loop van de tijd vanzelfsprekend gaan vinden.

Alleen nu realiseer ik me, in een vlaag van zaterdagmelancholie, dat juist die vanzelfsprekendheid misschien wel de grootste ‘milieu-belasting’ met zich meebrengt. Zelfs Mark Zuckerberg lijkt zich daar langzaamaan van bewust te worden als ik de krant van vandaag mag geloven. Toch denk ik dat we hem niet de schuld kunnen geven van alle ‘vervuiling’ om ons heen.

Nee, bedacht ik me, tikkend op mijn ipadje, het is juist de vanzelfsprekendheid die ons de das omdoet. En voor nu vind ik die constatering wel even voldoende. Ik zit tenslotte nog in de wintertijd. Morgen, met een uur extra, kijk ik wel even verder. Zie ik dan wel wat ik met mijn facebookaccount doe. Misschien geef ik mijn ‘nee’ op het sleepwet-stembiljet wel een persoonlijk vervolg. Misschien…

Verzoening

Zijn optreden raakte me met kracht. En mij niet alleen. Toen ik de zaal in keek, zag ik verschillende mensen net iets vaker met de ogen knipperen dan je normaal zou verwachten. Ik had hem zojuist aangekondigd bij de voorronde van de Funfactor. Freek Felet. Hij kwam het podium opgereden in zijn rolstoel met een souplesse die in schril contrast stond met zijn lichamelijke gesteldheid. Freek was overduidelijk spastisch.

Ik had dat in de pauze al gezien, toen hij binnenkwam en ik hem welkom heette. Bij het voorstellen kostte het hem zichtbaar kracht en moeite om zijn hand te laten bewegen in de richting van mijn hand. Ook zijn spraak was duidelijk beïnvloed door zijn spasmes. Dat weerhield hem niet om recht op zijn doel af te gaan. Na het zeggen van zijn naam was zijn eerste vraag ‘Wie doet hier de muziek?

Toevallig dat Ron, van de begeleidingsband FEZZ, net voorbij kwam. De vraag van Freek kon snel worden beantwoord. In de laatste minuten van de pauze haalden hij en zijn begeleider nog een broodje bij de studenten van de Gildeopleidingen.

Hij stond tweede op het lijstje van optredens na de pauze. Toen ik zijn naam noemde, kwam hij handig het podium opgereden. Hij bediende een speciale rolstoel, die hij desgevraagd ook even demonstreerde op het podium. Dansend bijna draaide hij een paar rondjes en kwam toen weer soepel naast me staan. Het aangeven van de microfoon liet hetzelfde beeld zien als met het handen geven bij het welkom. Hij wilde wel, maar het leek alsof zijn hand daar een eigen mening over had. Dat duurde even maar Freek won..

Met de microfoon stevig in zijn knuist geknepen, werd de muziek gestart. ‘De verzoening’ van Liesbeth List. Meteen vanaf het eerste gezongen woord werd ik gegrepen door Freeks vertolking van dat lied. Spasme en passie verzoenden zich daarin. Hij zong met een intensiteit en een overtuiging die niets aan twijfel overliet. Hier zong een artiest die de luisteraar raakte. Elk woord van het lied waren de woorden van Freek. Elke emotie uit het lied waren ook zijn emoties.

‘Heb dit lichaam lief’ hoorde ik Freek zingen. Terwijl hij zijn hand dwong om de microfoon bij zijn mond te houden, bleef die zin even bij me hangen. ‘Het was een onbekende weg, die ik heb afgelegd’. Daar begon hij mee. Hij zong over ‘het harnas van spijt’. Elke zin was doordrenkt van een onuitgesproken waarheid die de mooie tekst over liefde en verzoening een hele waardevolle extra dimensie meegaf: die van een verzoening met een situatie die misschien mocht zijn zoals die was, maar die hem hoe dan ook niet kon weerhouden om te doen wat hij het liefste deed: zingen.

Wat zou ik zijn vertolking van die middag graag nog een keer terughoren, was mijn gedachte ’s avonds. Op goed geluk tikte ik zijn naam in, in de zoekbalk van Google. Zou het misschien… dacht ik, toen ik op ‘video’s’ drukte… en warempel. Freek had een groot aantal van zijn vertolkingen openbaar op YouTube gezet. Ik voelde me blij worden. Daar zag ik het staan: ‘De Verzoening’ van Freek Felet. Ik heb er nu al een vijftal keren naar geluisterd. En het blijft me raken. Daarom wil ik het heel graag hier delen. Bij deze.

In 2016 deed Freek een oproep in een filmpje waarin hij zijn grootste wens uitspreekt: ‘Geen kind meer’ zingen met Karin Bloemen bij het Knoopgala. Ik weet niet of die wens al in vervulling is gegaan. Mocht dat niet zo zijn, dan hoop ik van ganser harte dat op wat voor manier dan ook, deze wens ooit vervuld gaat worden. Hij verdient het. ‘De verzoening’ van vanmiddag is wat mij betreft zijn geloofsbrief en vrijbrief tegelijk. Ondanks, of misschien wel dankzij, zijn ‘harnas van spijt’. Ik ben nog steeds onder de indruk en wil dat graag hier delen. Dus nogmaals, bij deze…

Fantasie?

Vanmorgen een relaxte 10 km gelopen. In alle rust en met het voornemen om ook langs ‘Trudy’s plek’ te lopen. Elke kilometer trilt mijn horloge en dan kijk ik, al rennend, altijd even in hoeveel tijd ik die 1000 meter heb afgelegd. Op vier kilometer deed ik dat ook in datzelfde automatisme. Maar toen ik weer opkeek realiseerde ik me dat ik in die paar seconden de plek al voorbij was, nog voordat ik er bewust naar had gekeken en er een gedachte aan had gewijd.

Het was niet dat ik zo hard liep, maar toch. Onbewust aan voorbij gegaan, in de meest letterlijke betekenis. Al lopend nam ik me meteen voor om mijn route een tweede keer langs die bewuste plek te laten gaan. Dat zou over zo’n twee kilometer zijn, schatte ik in en ik liep in een relaxt tempo verder. Twee ganzen, die voor de miljoenste keer een hardloper op deze route voorbij zagen komen, waggelden net na de bewuste plek gelaten over mijn pad.

Al lopend dacht ik aan Trudy en hoe we haar in haar laatste dagen hadden begeleid. Ik dacht aan haar crematie en aan de woorden die we bij haar afscheid hadden gesproken. Bijna tegelijk, zag ik op een afstand iets wits en kleins zweven. Een vlinder, dacht ik in eerste instantie, en verbaasde me over het toeval, dat misschien geen toeval was. Ik had in wat verhalen wel eens de symboliek van vlinders gebruikt, als ik over Trudy schreef. Maar het was geen vlinder. Toen ik dichterbij kwam, bleek het een wit donsveertje te zijn.

Er gaan zo heel wat gedachtes door je heen, als je 10 km relaxt in je eentje door de bossen rent. In een kenmerkende golvende vlucht vloog er ineens een groene specht voor me uit. Die zie je ook niet zo vaak, bedacht ik, terwijl ik met mijn gedachten nog bij het witte veertje was, dat geen vlinder was. Vlinders en Trudy waren voor mij verbonden met elkaar. Zou het kunnen vroeg ik me af, dat als een ziel al vlinderend door het leven kan gaan, dat misschien ook wel golvend kan via een groene specht?

Ik weet het. Ietwat melancholieke fantasieën. Maar evengoed was ik met al die gedachten weer dicht bij de plek waar ik dit keer met extra aandacht aan voorbij liep. Misschien zat er ergens wel een groene specht in de bomen naar mij te kijken. Een specht die een kilometer geleden in een andere boom met zijn snavel een donsveertje uit zijn lijf had geplukt. Die even van te voren aan de ganzen had gevraagd om mij een beetje op te houden, om alles op tijd geregeld te krijgen…

Ik knikte naar Trudy en liep daarna de rest van mijn 10 kilometer. Heerlijk gelopen. En heerlijk herinnerd. Een ‘runners high’, maar dan anders. Dankzij een wit donsveertje -als uit een engelenvleugel- een groene specht en een koppeltje ganzen.

Kauw in de sneeuw…

Tja. 3 maart en alles is weer wit. Buiten hangt een koolmeesje aan het groene netje. In dat netje steeds minder zaadjes, vanwege steeds meer meesjes. Aan en af vliegen ze. Dan weer mezen, dan weer mussen, alsof ze die volgorde samen hebben afgesproken. Heel af en toe een kauw, die zwart en groot, het kleine grut nietsontziend verjaagd.

Zit daar een onderwerp in voor deze column, vraag ik me af. Vanmorgen al vroeg opgestaan, omdat deze zaterdag de eerste van de maand is. Vanavond mag ik weer. De maandelijkse radiocolumn bij omroep Reindonk. Opnieuw de uitdaging om een actueel onderwerp te vinden en in woorden te vangen. De witte wereld die ik zie als ik naar buiten kijk, zou een thema kunnen zijn. Samen met de zwarte kauw al een aardig contrast.

Maar ik zou ook over buurtzorghuis Hospice Doevenbos kunnen schrijven. Zij hebben 12 mei open dag en bestaan rond die tijd al twee jaar. Twee jaar al. Mijn zus was één van de eerste gasten. Met dankbaarheid en respect denk ik terug aan hoe de verpleegkundigen en de vrijwilligers haar en ons toen hebben begeleid. Slechts twee dagen waren dat, maar die hebben wel een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Die ervaring heeft er mede toe geleid dat ik nu in het bestuur van de stichting Vrienden van Hospice D’n Doevenbos de communicatie over hun goede werk mee vorm mag geven. Vanochtend, vóór deze column, bijvoorbeeld gewerkt aan een advertentie, waarin onder andere de open dag van het hospice op 12 mei aanstaande een prominente plek heeft gekregen. Zou zomaar ook een onderwerp van deze column kunnen zijn.

Of de mail die tijdens het schrijven spontaan op mijn beeldscherm verschijnt. Een klasgenote van 3-Atheneum -en dan hebben we het toch echt over een heel aantal jaartjes geleden- heeft een verhaal op mijn blogsite gelezen, waarin ik wat herinneringen ophaal over die middelbare schooltijd. Haar herinneringen komen daar deels mee overeen, schrijft ze. Leuk om zo’n onverwachte mail te krijgen die je terugbrengt in de tijd. Herinneringen losmaakt. Een prachtig onderwerp voor een column toch?

Terwijl ik haar een antwoord schrijf, merk ik dat herinneringen door de jaren heen aan vervaging onderhevig zijn. Of misschien wel aan selectiviteit, veroorzaakt door persoonlijke omstandigheden en eigen waarneming van toen en nu. Het blijft me boeien hoe die dingen in zijn werk gaan. Luikjes in je hoofd die gesloten blijven, totdat er onverwacht en onaangekondigd op wordt geklopt. Een foto, een geluid, een mailtje. Ineens opent zich dan zo’n luikje en biedt een doorkijk naar dingen die je daarvóór nog niet zag.

Ik google de naam van mijn klasgenote van pakweg 43 jaar geleden, zie een foto uit het nu en het luikje gaat maar heel summier op een kiertje. De namen die ze in haar mail noemt, triggeren mij wel om een foto uit die tijd op te zoeken. Daar zie ik mezelf weer zitten met rondom mij mijn klasgenoten van toen.  Ik lees in haar mail dat zij niet aanwezig was toen die groepsfoto werd gemaakt, dus het luikje van herkenning blijft nog even op een kier.

Werkweek 1974 of 1975

De gezichten op de foto zetten wel een heleboel andere luikjes open. Een moment ben ik terug in die tijd. Ik kijk iedereen op de foto even aan. Van sommigen weet ik een beetje van wat er van hen is geworden. Van anderen heb ik geen idee. Kijken zij op dit moment misschien ook door het raam? Zien zij ook dat de sneeuw alweer aan het smelten is? Hebben zij ook mezen en mussen aan groene netjes hangen? Zou allemaal zomaar kunnen.

En er is best een reële kans dat ieder van hen op zijn of haar eigen manier ervaringen heeft gehad, nog heeft of nog gaat krijgen met een hospice. Op zoek naar een onderwerp voor een column? Als sneeuw voor de zon is die behoefte verdwenen. Waarschijnlijk omdat alles wat zich aandient er eigenlijk al staat. Ik weet dat niet zeker, maar ik hoop van harte dat ik me daar in de verre toekomst nog steeds het fijne van herinner. Zwarte kauwen op witte sneeuw blijft een mooi gezicht.

Met dank aan Yvonne.

‘Live’ (terug)luisteren?
Op 1:03 start het nummer van Mary Gauthier (Lucky Stars). Op 4:25 de column, tot 9:05. Afgesloten met een nummer van Katie Melua (Piece by piece).

 

Nienke’s kracht

Hoogtepunt voor mij was het liedje dat ze zong met haar vriend Bas. ‘Fields of Gold’ heette het. Nienke zong het op indrukwekkende wijze, maar de begeleiding van Bas op keyboard voegde daar een wezenlijk element aan toe. Niet op de laatste plaats door de manier waarop ze elkaar zo nu en dan aankeken. ‘Een mooi samenspel en een mooi stel samen’ zo heb ik het zondagochtend samengevat.

Om pakweg tien voor elf die ochtend kwam ze binnen in het Gasthoês. Er was een ‘Meet & Greet’ georganiseerd voor Nienke en ik mocht die presenteren. Pas een paar dagen geleden was het idee spontaan ontstaan bij de Muzikantine en via, via was een en ander vlot in het garen gehangen. Een gelegenheidsband, waar Nienke twee jaar geleden de zangeres van was, zei zonder enige uitzondering ‘ja’ op de vraag of ze bereid waren om Nienke te verrassen. En een verrassing werd het. Mede dankzij Bas.

Marion Steeghs van de Muzikantine gaf een korte introductie op het eerste optreden van de band. Om een link te leggen naar het avontuur van Nienke tijdens de Voice of Holland, had de band gekozen voor het liedje ‘Girl’ van Anouk, de eigenzinnige maar goudeerlijke coach van Nienke tijdens The Voice. Maud van den Berg, een jonge Muzikantine-leerling, zong het. Met zoveel overtuiging, dat het leek alsof de in weken gegroeide zelfverzekerdheid van Nienke ook op haar afstraalde die ochtend.

Een mooi gezicht, hoe Nienke vriendelijk glimlachend aan één kant van de bühne stond, tegenover het zo goed als voltallige college van Horst aan de Maas aan de andere kant. Burgemeester Ina Leppink sprak welgemeende woorden en de cultuurwethouder Ger van Rensch deed daar nog een prachtig schepje bovenop. De waardering werd onderstreept met een fraai halssieraad voor Nienke. Het geschenk, speciaal in opdracht van de gemeente ontworpen door goudsmid Laura Koning-Gielen voor ‘mensen die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor de gemeenschap van Horst aan de Maas’, was meer dan terecht.

Want hoe bijzonder was haar inzet, tijdens al die weken voorafgaand aan deze ochtend! Hoe gewoon was ze gebleven en hoe goed tegelijk. Als ze zong, op het grote podium in de studio in Hilversum, straalde ze no-nonsense uit. Natuurlijk was ze zenuwachtig en natuurlijk was het spannend. Maar hoe mooi was het om te zien hoe ze groeide. Op welke grootse manier ze tegelijk zichzelf bleef. Liedje voor liedje eenvoudig stond voor wie ze was. Nienke. Niet méér, maar potverdriedubbelleveevanvoicenogentoe, ook zéker niet minder.

En daar stond ze zondagochtend. Bas speelde ‘Fields of Gold’ en zij zong het. En alle aanwezigen in het Gasthoês luisterden ademloos. Zagen zij ook hoe Bas en Nienke elkaar zo nu en dan aankeken? Bas, die wekenlang vanaf de tribune in Hilversum stil maar zo nadrukkelijk had genoten van hoe zijn vriendin op de bühne keer op keer de sterren van de hemel zong. Toen Bas de laatste noten van ‘Fields of Gold’ speelde, smolt Nienke’s prachtige glimlach met die van Bas samen. ‘Wat een mooi samenspel en wat een mooi stel’.

Nienke en Bas
Nienke en Bas

Jong en oud sloot vervolgens aan in de rij om Nienke persoonlijk te bedanken voor wat ze bij eenieder teweeg had gebracht. Ze had harten geraakt, op een muzikale manier, maar zeker ook op een menselijke manier. Hoe ze vanochtend iedereen te woord stond, haar fans het gevoel gaf er speciaal voor hen te zijn, al was het maar een momentje, het getuigde van haar speciale kracht. Een kracht die Anouk ook in haar had herkend: geen opsmuk, maar gewoon Nienke-zijn, in al haar pracht.

De Meet&Greet liep ongeveer een uur uit. Want nadat alle jonge fans tevreden waren gesteld, sloten ook de wat oudere fans aan. Daarna de nóg wat oudere bewonderaars en tenslotte ook de directe familie. Ooms en tantes, neven, nichten, iedereen nam plaats op de bank die Thijs Houwen, met oog voor detail, speciaal voor Nienke had neergezet. Die zondagochtend zijn heel veel mensen samen met haar op de foto gegaan. Ieder zijn of haar eigen herinnering, vastgelegd in een digitaal moment, dat dankzij Nienke tijdloos is geworden.

Haar avontuur, dat met ‘The power of Love’ begon, gaat vanaf nu gewoon door. In welke vorm of op welke manier dan ook. Of het met prachtig zingen verder gaat, of dat ze met haar warme uitstraling straks iets totaal anders gaat doen, het maakt niet uit. Want wat ze vooral heeft laten zien, is dat je met ‘zijn wie je bent’ toch enorm kunt groeien en tot grootse dingen in staat bent. Mensen in het hart raken, door zang, dat is al groots. Maar mensen raken, enkel door ‘zijn’, dat is pas echt apart. Een goed gevoel om dat die ochtend bij herhaling te mogen ervaren. Ik zag het bijvoorbeeld in de ogen van Gradje en Drea… ‘The power of Love’? The power of Nienke.

Sfeerbeeld

Gisteren kreeg ik een mail van C.E.M. v.d. Linden. ‘Eindelijk klaar…’ stond in de onderwerpregel. Ik had niet meteen door wie het was en waar het over ging, maar na het openen van de mail werd het me heel snel duidelijk. Het was Karin van der Linden, de kunstenares waarvan ik iets meer dan een jaar geleden de opening van haar expositie in de Kantfabriek mocht verzorgen. Bij die gelegenheid had ik een gedicht op orgelmuziek voorbereid over haar en haar werk. Een vrije interpretatie naar aanleiding van een bezoek aan de ingerichte expositieruimte, een paar dagen voor de officiële opening. Ik kende Karin toen nog niet, maar haar werk raakte me. In het gedicht heb ik dat gevoel proberen te vangen.

Wat me in haar werk zo aansprak, waren de verweven herinneringen die ze zeer gedetailleerd bij, in, met en door elkaar had verwerkt. Foto’s van vroeger, kleine attributen, dagelijkse dingen, stof en draad. Garen heet dat geloof ik, in borduurtermen. Want de borduurtechniek was, voorzover ik daar verstand van heb, tot in de perfectie doorgevoerd en dienstbaar aan de boodschap die eenieder in haar werkstukken mocht lezen en zien. Háár boodschap, maar door eigen interpretatie ook de onuitgesproken boodschap en de herinnering van iedereen die het werk bewonderde.

Na de opening vroeg Karin me of ze mijn gedicht mocht gebruiken voor een nog te maken kunstwerk. Niet alleen had haar werk míj geraakt, mijn gedicht had blijkbaar hetzelfde effect op haar gehad. Ik had een snaar geraakt die haar weer inspireerde tot het maken van een vervolg daarop, vertelde ze me toen. Dat was op zondag 15 januari 2017. Na die tijd kreeg ik af en toe wat foto’s van de vorderingen van het werk, maar gisteren dus de mail. ‘Eindelijk af…’, schreef ze, en behalve een korte uitleg in de bijlage ook een eerste serie foto’s van het nieuwe werk. Heel apart en eervol om mijn eigen gedicht letterlijk en prominent verweven te zien in een prachtig nieuw werkstuk. Vanochtend heb ik haar een bedankmail gestuurd en haar gevraagd of ik de foto’s mocht gebruiken voor mijn blog.

Verweven herinneringen. Onder het hardlopen vanochtend dacht ik na over de kracht van haar werk en waarom het toen al -en gisteren weer- zoveel indruk op me had gemaakt. Een uur later thuis, zag ik een nieuwe mail van haar, met haar antwoord dat ik ‘uiteraard de foto’s mocht gebruiken’. ‘Ben op mijn beurt weer vereerd’ schreef ze, ‘dat je het op de radio en je blog vermeldt’. Verweven herinneringen. Nog een paar foto’s stuurde ze, van details van het werkstuk. Meteen zat ik weer in het gevoel van een jaar geleden. Een soortgelijk gevoel dat ik gisteren ook al had. Niet alleen vanwege het nieuwe werkstuk, maar ook vanwege het afscheid van een goede vriend tijdens een crematiedienst ’s middags, waarin op een mooie manier luchtigheid met verdriet samenkwam.

De verhalen die er werden verteld, haalden herinneringen op aan hoe hij was. Elementen uit die verhalen overlapten elkaar en lieten duidelijk de karaktertrekken zien van de persoon die vanaf dat moment vooral in de herinnering verder zou leven. Het spontane verhaal van zijn zoon over zijn vader, de indrukwekkende ode van zijn zus aan haar broer, de herinneringen van zijn collega en vriend aan hem als collega en vriend, zijn jongste schoonzus over haar schoonbroer, die na het overlijden van haar eigen vader ook een soort van vaderfiguur voor haar werd. Al die verhalen waren een optelsom van verschillende levenslijnen, verweven om hem, als een soort van middelpunt.

Lijnen, als draden verweven. Elkaar versterkend, benadrukkend en samen een geheel vormend. Gisteren ging het om hem. Morgen om iemand anders en tot die tijd zien wij wat er zich daartussen voltrekt. Als je het wil zien tenminste. Karin ziet die dingen is mijn stellige indruk. Haar herinneringen vormen sfeerbeelden, waarin mijn herinneringen naadloos passen. Het hart in haar nieuwe werk klopt in mij, de lucht in de geborduurde longen is mijn adem. Omdat haar verhaal ook mijn verhaal is en tegelijk het verhaal van iedereen die het wil zien. Verhalen zoals ze gisteren zijn verteld, morgen worden verteld en altijd verteld zullen blijven worden. Verweven herinneringen. Met dank aan Karin. En aan Lou. En met dank aan de herinneringen aan iedereen die er niet meer is. Maar vooral bedoeld voor diegenen die er nog zijn.

Deze blog ‘live’ terughoren? Dat kan hieronder. Voorafgegaan door ‘Back it up’ van Caro Emerald (tot 5:02) en afgesloten door ‘Zomaar onverwacht’ (start op 10:09) van Gerard van Maasakkers (Tekst en zang) en Egbert Derix (muziek)

Het nieuwe werk, met dank aan Karin van der Linden

Lou

‘Hoe is het nog met jou?’ Ik zat al even bij zijn bed, samen met Marij en het was duidelijk dat hij veel van zijn kracht had ingeboet. ‘Z’n gangetje’ was mijn weinig zeggende antwoord. ‘Ik wist het wel’, vervolgde Lou. ‘Ik zou naar de kamer hiernaast toe gaan. Hier is niks te beleven’. In de kamer die hij bedoelde vierde zijn kleindochter haar verjaardag. Als het gekund had, had hij daar ook gezeten. Maar het kon niet. Hij was te ziek. Dat was drie weken geleden. Op de verjaardag van zijn kleindochter. En nu, drie weken later, nu is hij dood.

Ik was er drie weken geleden op goed geluk naar toe gewandeld. Van Horst naar Melderslo. Op de bonnefooi, zoals we ons hele leven lang op de bonnefooi naar Lou en Marij waren gegaan. En ook al zaten er soms jaren tussen, het welkom sleet nooit. Er waren tijden dat we er elk weekend kind aan huis waren. Nooit afgesproken, maar altijd welkom. Ik wist dat Lou ernstig ziek was. Toen ik binnenkwam, kwam zijn zojuist vierjarige kleindochter verwachtingsvol de keuken ingelopen. Ze had de buitendeur open horen gaan. En zij was tenslotte jarig.

‘Het moet allemaal gewoon doorgaan’. Woorden van die strekking sprak Marij, toen ik haar vragend aankeek. ‘Komt het uit?’ vroeg ik haar. ‘Kom binnen. Natuurlijk. We gaan nét de taart aansnijden. Koffie?’ Het was niet het moment om over Lou te beginnen. Grote kinderogen keken me aan en leken enigszins verbaasd omdat ik voor haar vooral groot en vreemd was. Wat verlegen nam ze mijn felicitatie in ontvangst, maar vertrok daarna snel weer naar de kamer. Daar lagen nog meer kadootjes, die ze mocht uitpakken. Want ze was tenslotte jarig.

Ik heb er in de woonkamer even bijgezeten. Er kwam steeds meer bezoek binnen met kadootjes om haar verjaardag te vieren. Tegelijk werd bij mij het gevoel steeds sterker dat ik daar plaats voor moest maken. Het vieren moest doorgaan, dat stond buiten kijf. Maar daar was ik niet voor gekomen. Terwijl steeds meer familie duidelijk wel met die bedoeling naar binnenkwam, ben ik opgestaan en weer de keuken ingelopen. Marij was daar bezig met de voorbereidingen om de gasten van drank en spijs te kunnen voorzien.

Terwijl ik de jas aantrok en haar vertelde dat ik een andere keer wel terug zou komen voor Lou, vroeg ze me of ik toch nog even naar hem toe wilde. Ik was blij dat ze dat vroeg, want daar was ik voor gekomen. Marij ging me voor naar wat voorheen de computerkamer was die -net als de woonkamer- grensde aan de keuken. Daar lag hij op bed. Een schim van wie hij ooit was en toch zo indringend gewoon zichzelf.

Heel veel hebben we niet gesproken. Hij leek daar ook niet echt meer de energie voor te hebben. ‘De accupunctuur kan daar de oorzaak van zijn’, vertelde Marij. ‘Het lichaam is volop bezig, met alles wat het in zich heeft, om de kwaadaardige cellen te bestrijden’. Lou knikte alleen maar. ‘Ik wist het wel’, zei hij weer. Hij knikte in de richting van de woonkamer. ‘Daar is het veel leuker’. Kort probeerde ik wat onbeholpen het woord ‘leuk’ van een definitie te voorzien, die in de buurt kwam van het contrast dat zich op dat moment in hun huis voltrok.

En nu, drie weken later, is hij dood. Lou, het toonbeeld van zelfredzaamheid. De man die ooit laptops tot op de nanochip uit elkaar haalde, om vervolgens elke volgende defecte laptop met een jaloersmakende logica te kunnen herstellen. De man die nooit een naaimachine had bediend, maar enkel met de wens voor een leren motorjas zich elk kunstje van een kleermaker eigen maakte om daarna een leren jas te maken die op alle fronten met kop en schouders uitstak boven wat in de reguliere markt te krijgen was. Slechts twee voorbeelden.

Lou. Een bijzondere vent. Hij maakte zich dingen eigen en maakte vervolgens zijn eigen dingen. En altijd beter dan het origineel. ‘Hoe is het nog met jou’ vroeg hij. Nu, drie weken later, vraag ik me af of hij toen al besefte hoe het met hem zelf ging. Want hoewel hij zichzelf wel beter wilde maken, liet ‘het origineel’ hem beetje bij beetje steeds meer in de steek. Alles geprobeerd. Met Marij. Met Lizzy en Jesse. Niet te repareren deze keer. Niet te maken.

Tenzij… tenzij hij ook dat gegeven tot op de cel heeft uitgezocht en uiteindelijk tot iets gekomen is, dat beter is dan het origineel. Het zou wel bij hem passen. In die zin troost ik me. En hoop ik dat Marij, Lizzy en Jesse zich ook getroost weten. Als hij gelijk heeft, dan komen we elkaar ooit weer tegen. Dan is het opnieuw een welkom zoals vanouds. En tot die tijd vieren we elke verjaardag. Met kadootjes. En als het moet in de andere kamer. Omdat die er ook bij hoort…

Alles wat ooit al was bedacht
daar dacht jij toch het jouwe van
en dat wat niemand had verwacht
kwam toch nog gauw, die ene nacht…

Je had het zelf zo niet gemaakt
je zou het anders bouwen dan
en was je tijd niet opgeraakt
dan had je dat ook waargemaakt…

Uit diep respect voor alle kracht
die toont wat met vertrouwen kan
als kiezelsteen naar diamant gebracht
maar toch… te gauw, die ene nacht…

Kort… Voor Pip en Mees

Dagvoorzitter, interviewer, presentator, schrijver, columnist, blogger, dichter, orgeldraaier, performer? Op mijn derde vrije maandag van dit jaar weeg ik elk woord zorgvuldig en probeer er achter te komen hoe al deze ‘kwalificaties’ zich tot elkaar verhouden. Afgelopen zaterdag was ik vooral een combinatie van de eerste drie. Op andere momenten zijn het ‘schrijver, dichter, orgeldraaier en performer’, die het beste omschrijven wat ik dan doe.

Zou je kunnen zeggen dat de eerste drie -dagvoorzitter, interviewer en presentator- vooral ‘functioneel’ zijn? En dat ‘schrijven, dichten en performen’, op mijn manier, met name ‘emotioneel’ is? Misschien wel, maar nu ik er wat langer over nadenk, dekt die tweedeling eigenlijk niet de lading. De kracht, zoals ik het zie en voel, schuilt vooral in de combinatie van dat alles. Tenminste, zó zou ik graag de invulling zien van de activiteiten, die voortvloeien uit datgene waaraan ik mijn ‘vrije maandagen’ wil besteden.

Enfin. Allereerst maar eens vooral genieten van het gegeven dát er nieuwe uitdagingen zijn. En dat ik daar nu ook structureel tijd voor heb vrijgemaakt. Dat is een energie-gevende situatie, terwijl het tegelijk ook veel (positieve) energie vraagt. Ik probeer daar nu zo goed mogelijk de juiste weg in te vinden. Goeie keuzes te maken vanuit het besef dat er altijd nog andere keuzes mogelijk zijn. Al heeft dat ‘besef’ bij tijd en wijle wel eens wat overtuiging en bevestiging nodig. Maar dat is niet erg. Eigenlijk ook gewoon een keuze.

En dan realiseer ik me dat Pip en Mees op dit moment eveneens in een fase zitten dat ze keuzes aan het maken zijn. Geen vanzelfsprekende keuzes. Pip gaat werk weer met studie combineren en Mees zoekt in zijn studie naar de richting die hem de meeste voldoening gaat geven. Uitdagingen. Welke wil je aangaan? Keuzes. Wat zijn de juiste? Hun overwegingen en keuzemomenten zijn zeer zeker energie-vragend. Dat zie ik bij hen allebei. Maar van ganser harte hoop ik, dat wàt het straks ook gaat worden, wàt ze straks ook gaan doen, het op den duur vooràl energie-gevend zal zijn.

Dat wilde ik kort even kwijt. Voor mezelf en -al schrijvend- zeer zeker ook voor hen. Misschien dat ik een afgeleide van het bovenstaande ooit nog een keer ga beschrijven in een column. Wie weet. Of ik draag het voor in een parlando-gedicht op orgelmuziek. Bijvoorbeeld tijdens het afstudeerfeest van beiden. Mhm… een mooie uitdaging voor mij, maar over die invulling kan ik hen tegen die tijd misschien toch maar beter zelf laten kiezen… X

Geert orgelend