De laatste dag

‘Live’ luisteren kan ook. Onderstaande bijdrage ingebed in muziek (Ellen ten Damme en Arno Adams).

Vier weken geleden vond ik het een lekker lang vooruitzicht. Vandaag echter, kijk ik min of meer noodgedwongen terug op vier weken vakantie en besef ik eens te meer dat tijd heel erg relatief is. Morgen nog en dan zit het er echt op. Maandag 10 augustus is mijn eerste werkdag weer.

Dagen die je het hele jaar door al vrij hebt, tellen niet mee als vakantiedagen, toch? Gisteren was de laatste vrije vakantie vrijdag. Dat betekent dat ik vandaag, zaterdag, in feite al geen vakantie meer heb. Net zo min als morgen, zondag, maar ik doe net of ik gek ben. Ik tel ze er allebei nog bij als vakantie-vrij. Dat rijmt en is op dit moment ook beter voor mijn gemoedsrust.

Ik heb een lekkere vakantie gehad. Het bewijs daarvoor ervoer ik gisteren, toen ik mijn werklaptop wilde opstarten en het wachtwoord niet meer wist. Wel ongeveer, maar daar heb je in dit verzakelijkte digitale tijdperk helemaal niks aan. En dat ik dat uiteindelijk helemaal niet zo erg vond is nóg een bewijs dat mijn vakantie goed is geweest.

Vanochtendvroeg heb ik alsnog een poging ondernomen. Systematisch alle variaties via trial and error langsgelopen en ineens… binnen! Mijn werkgever kan opgelucht ademhalen. Ik ben weer online. Voor een vrije zaterdagochtend vond ik dat ook wel weer voldoende arbeidseinsatz dus ik heb het ding meteen weer uitgezet. Nog éven offline.

Helemaal waar is dat overigens niet. Via de smartphone van mijn werk heb ik zo nu en dan de afgelopen weken toch wat mailtjes gecheckt. Met in mijn achterhoofd de motivatie dat ik daardoor maandag wat minder op mijn mailbordje hoef te mikken. Afijn, we zullen zien. Andere jaren is de overgang van vrij naar werk ook prima verlopen, dus ik verwacht dat dat nu niet anders zal zijn.

Ook dát zie ik als een verdienste van deze vakantie. Een gelatenheid die goed voelt, in combinatie met de positieve geladenheid die nu ook in mij aanwezig is. Ik mijmer nog wat door over die woordspeling van geladen en gelaten: Voel ik me nu opgeladen, terwijl ik me voor de vakantie bij tijd en wijle wat opgelaten voelde? Als een ballon die maar één kant op kon, namelijk die waarheen de wind waaide? Een aardige metafoor.

En nu is het al vier weken later. De ventilator blaast een koel windje in mijn richting. Buiten begint het zonnetje te schijnen en is het nagenoeg windstil. Prachtig weer voor luchtballonnen, lijkt me. In de vroege avond eens op letten -wie weet- vanaf een terrasje in het centrum. Luisteren of de branders te horen zijn waarmee de mensen in de mandjes hun ballon besturen. Als het moet, tégen de wind in.

In de afgelopen vier weken heeft er zich een soort van labeltje in mijn hoofd gevormd. Dat ligt klaar om aan een denkbeeldig ballonnetje te binden, als dat straks weer met de wind mee moet. Op dat labeltje heb ik aan één kant een zonnetje getekend. Aan de andere kant mijn naam en een kort zinnetje: ‘Terugbrengen naar mij, graag. Alvast bedankt!’. Een ballonnetje met een zonnetje. Ik heb er wel zin in. Laat maandag maar komen. Maar eerst nog even zaterdag en zondag…

Geen zin

Allerlei gedachten gaan er door mijn hoofd, voordat het woord er staat. Ik schrijf het op en kijk er een tijd naar. Zingeving. Is het dat? Als je momenten hebt dat je nergens zin in hebt, dat je dan naar zingeving moet zoeken? Wat is dat dan? Waar vind je het? Wie of wat geeft je die ‘zin’?

Mijn vakantie heb ik voor een deel gevuld met het lezen van een boek waarin filosofen van de laatste halve eeuw hun visie geven op spraakmakende stromingen en thema’s van de afgelopen decennia. Zingeving zou zomaar zo’n thema kunnen zijn. Het is voor mij -in ieder geval vandaag op deze ‘zinloze’ regenachtige dinsdag- spraakmakend.

Ik merk dat ik, al lezende, vooral geboeid word door passages die mij ‘als persoon’ aanspreken. Ik word me er op zulke momenten van bewust dat ik het zelf ben die interpreteert. Waar theorie praktisch wordt vertaald, of waar ik meen zelf een vertaling te kunnen geven, daar ontstaat voor mij ‘zin’. Maar tegelijk ook weer massa’s nieuwe vragen. Gelukkig is het een dik boek.

Geen zin. Vanmiddag opgelost door te gaan hardlopen. De top 2000 op shuffle, oordopjes in en vort. De verrassing toelaten, van muziek en zo nu en dan spraakmakende teksten. Streaming music. Eveneens van de afgelopen decennia, die muziek. Spraakmakend en ‘stromend’… Zinnig? Of zinloos. Geen zin? Hoe dan ook. Vanavond opgelost met een poging om het te verwoorden en op te schrijven.

Misschien moet je zingeving niet zoeken, maar moet je je er door laten verrassen. Zou het dat kunnen zijn? Nieuwsgierig blijven ontdekken? Wie weet. Ik heb nog een paar filosofen te gaan. En mijn vakantie is ook nog niet helemaal op. Dat zint me wel. ‘Heej, little girl is your daddy home’, zingt Bruce Springsteen in mijn oor. Lekker. Ondanks -of misschien wel dankzij- z’n ‘bad desire’. Slechte zin? Geen zin? Wat nou!

Live…

Op het terras bij Jan en Henny, genietend van Eva Wijnen en haar band. Lekker witbiertje erbij. Had ook een Pauwel Kwak mogen zijn, maar ala…

De band wordt regelmatig versterkt met gastmuzikanten. Leuk. Enthousiast! Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen, zingen ze. ‘En ik hef het glas op jouw gezondheid’ is er een regel van. Het past bij het moment. Ik neem een slok.

Leuk detail is dat ik van deze afstand de band toch scherp kan zien. Brilletje doet wonderen. Genieten van de kleine dingen. Fleetwood Mac nu. 

Het terras zit goed vol. Relaxed sfeertje. Ik zal er eens ‘live’ een foto tegenaan gooien…

  
Al die bloemen op de voorgrond? Tja, dat geluk heb ik weer. Die hadden waarschijnlijk verspreid moeten worden over de tafels. Het zij zo. Ze kunnen overigens zonder water. Eva zingt een nummer van Stevie Wonder. Doet ze goed. Supersticious, volgens mij.

Het laatste nummer van de eerste set komt er aan. De tweede set gaan ze improviseren, vertelt Eva. Voornamelijk omdat ze nog geen tweede set hebben. Ze zijn dan ook pas gisteren gevraagd om hier vanmiddag te spelen. Respect!

Ondertussen is mijn witbiertje leeg, heeft Thea thuis een woord gelegd met Wordfeud en is ook de eerste set zo goed als afgelopen. Luisteren, genieten, schrijven (op een iPhone) gaan prima samen. Live. That’s it.

Multifocaal, maar dan anders…

Schreef ik eergisteren in de letterlijke zin over multifocaal, vandaag wil ik even afdwalen naar wat het woord ‘multifocaal’ ook bij me oproept. Daarmee los ik een belofte in die ik op de valreep eergisteren deed: Terugkomen op ‘de symboliek’ die ik in het woord zie. ‘Analogie’ is misschien een betere term. Maar whatever.

Ik bedoel het kunnen ‘kijken’ op meerdere manieren. Niet slechts vanuit één gezichtspunt, maar de beschikking hebben over meerdere ‘standpunten’. Welk standpunt je inneemt, wordt door heel veel factoren bepaald, maar het ‘multifocale’ zorgt ervoor dat je de mogelijkheid voor andere standpunten open houdt. Die moet je bij voorkeur ‘niet uit het oog verliezen’. Die analogie is aardig. Vind ik.

Daarmee krijgt ‘multifocaal’ iets ruimdenkends. Je blik niet op een ding gericht, maar ook oog houden voor iets anders. Of dé ander. Je zou bij ‘multifocaal’ zelfs aan inlevingsvermogen kunnen denken. En aan nieuwsgierigheid. ‘Multifocaal’ zijn omdat je je ook in de ander kan en wil verplaatsen. Zijn of haar kijk op de zaak kunt ‘zien’ en niet enkel je eigen visie interessant vindt.

Zo bekeken is ‘multifocaal’ veel breder dan een scherpe blik op wat dichtbij en veraf is. Het zou een manier van kijken kunnen zijn naar het heden en de toekomst. Ja, zelfs met het oog op het verleden, nog zaken kunnen duiden. ‘Multifocaal’ heel veel oplossen dat door kortzichtigheid niet goed gezien wordt. Of eenzijdig geinterpreteerd is. Het is maar net hoe je het bekijkt. Leuk om er ook op die manier eens naar te kijken.

Volgende week krijg ik mijn brilletje. Multifocaal. Spreekt voor zich. En ik ben benieuwd. Je schijnt er de eerste dagen best zeeziek van te kunnen worden. Heb ik dat ook eens meegemaakt. We zullen zien!

Multifocaal

Over een dikke week is ie klaar. Mijn eerste èchte bril. Multifocaal, zodat ik in de verte voortaan mensen makkelijker ga herkennen en bewùst terug ga groeten, en dichtbij alles drie-en-een-kwart keer groter zie. Met één bril, dus dat is niet gering. Net als de prijs trouwens, maar goed, als ik de komende jaren stevig door kijk, dan krijgen we dat wel op…

Mijn leesbril kan ik al een paar jaar niet meer missen. Voor het gemak heb ik op strategische plaatsen exemplaren klaar liggen. Een situatie die voor veel vijftig-plussers herkenbaar zal zijn. Begonnen met een vergroting van anderhalf, kon ik na verloop van tijd dezelfde bril krijgen met vergrotingsfactor twee. Daar heb ik er toen, via internet, een vijftal van besteld en daar teer ik nog steeds op.

Maar dat aantal blijkt geen garantie voor voortdurende scherpte. Gisteren zijn mijn ogen getest en heb ik geleerd dat mijn plus-afwijking, van gemiddeld een-en-een-kwart, van die factor twee van mijn leesbrilletje nog maar 0,75 over laat. Dat is mijn eigen vertaling van de uitleg die ik kreeg bij de factor 3,25 die in het leesdeel van mijn nieuwe bril wordt geslepen. 

  
Die uitleg past wel bij mijn eigen empirische waarneming, dat twee van mijn leesbrilletjes tegelijk op zo af en toe wel heel prettig kijkt. Een iPhone krijgt dan de allure van een iPad. Vooral in bed, bij het checken van de laatste berichtjes, geeft die forse vergroting ook forse kijkwinst. ‘Het oog wil ook wat’ heeft er voor mij een wezenlijke betekenis bijgekregen. In meerdere opzichten. Maar hoe een opticiën dat in financiele zin vertaald, was toch even nieuw voor me.

Afijn. Over een dikke week krijg ik een sms van mijn opticiën. Die zal ik nog lezen met één van mijn vijf factor twee brillen. Daarna ga ik het allemaal ’n factor drie-en-een-kwart ruimer zien. Als ik naar beneden kijk, tenminste. Als ik recht naar voren kijk -de toekomst tegemoet zeg maar- dan heb ik alles voor veel minder weer scherp op mijn netvlies. Om precies te zijn voor slechts een-en-een-kwart. Dat lijkt weinig, maar zo zie ik het niet…

Eigenlijk is dat in één zin wel de dubbelzinnige kern van de zaak. Ja, en als ik er goed over nadenk zit er nog veel meer symboliek in multifocaal. Misschien daarover later meer. Ik zie nog wel…

Leermomentje

Een zwarte merel landt een meter van me af. Twijfelend kijkt hij me even aan, hipt dan langs me heen, naar de karmozijnbesstruik rechts van me. Met zijn oranje snavel pikt hij de paarse besjes uit de struik. Een stuk of vijf, zes en daarna lijkt zijn honger het te verliezen van de dreiging van mijn nabijheid. Nog snel een besje en dan hipt hij weg. Honger voor het moment gestild maar waarschijnlijk met een wat sneller kloppend merelhartje. Denk ik.

‘Lefmus’, denk ik terwijl ik het zweet van mijn lijf veeg. Ik heb zojuist de 10 km weer volbracht en hijg nog wat na op de tuinstoel in onze voortuin. Zou die merel geweten hebben dat ik niet de puf had om iets aan zijn aanwezigheid te doen? Als ik dat al gewild zou hebben. Wat gaat er op zo’n moment door een mannetjesmerelbreintje? Bessen! Bij zwetend mannetjes mens! Moet kunnen! Hip, hip, pik, pik… Oeps. Mannetjes mens ziet mij pikken. Bessen gepakt. Nu de biezen!

Of zou het dezelfde merel zijn die ongeveer een maand geleden een nest had in onze fietsenstalling? Die ons elke morgen en avond heel dichtbij zag komen, maar elke keer merkte dat wij niks kwaads in de zin hadden. Het nestje waar op een mooie dag zelfs vier jonge mereltjes in lagen. Vader en moeder merel vlogen af en aan om hun kroost te voeden. Dagen konden we dat tafereel bekijken, tot op een ochtend bleek dat ook een kat waarschijnlijk zijn geduld niet langer had kunnen bedwingen. Restjes merelkuiken waren het trieste bewijs. Honger is een sterke drijfveer.

Zou die merel van zojuist geweten hebben dat ik het was die de lijkjes ontdekte? Zou die, ergens vanuit een boom in de buurt, mijn eerste geschrokken reactie hebben opgemerkt? Heeft die mijn momentje van medeleven voor een merelleven gevoeld? Bestaat dat? Dat zo’n beestje daar notie van heeft? En daarom redelijk onbevreest dicht bij mij nu lekkere karmozijnbessen durft te komen eten? Wie weet.

Ik lees dat een merel wel twintig jaar oud kan worden. En ik lees dat het de meest voorkomende broedvogel in Nederland is. Er bestaat dus een reële kans dat de merel van zojuist niet de merel was van vier weken geleden. Hij leek er echter zoveel op dat ik mijn gedachten hier toch even de vrije loop heb gelaten. Moet kunnen. 

Meer, merel, meest… 

Vier jongen is een feest. 

En al is er af en toe een kat, 

er blijven altijd bessen zat.

  
Misschien toch een leermomentje? More or less… min of merel. Moet kunnen.

Grenzen verleggen

Onze Mees hangt nu ergens in de lucht, tussen Dubai en Durban. Het is vandaag zondag, net middag. Via een weerapp zie ik dat het in Dubai 45 graden is. In Durban 27. Gisteren in de auto naar Düsseldorf vond Mees het wel apart om naar een land te reizen waar de temperatuur lager lag dan in Nederland. Dat valt dus wel mee, constateer ik, naar buiten kijkend.

Hij gaat opnieuw zijn grenzen verleggen. Het afgelopen jaar heeft hij hard gewerkt om twee weken Zuid-Afrika bij elkaar te sparen. Gisteren hebben Pip en hij samen z’n reistas ingepakt. Er bleef veel ruimte over. ‘Dan kun je veel souvenirs mee terug nemen’, stond er in de reisbeschrijving van de ’Worldmapping’- reisorganisatie. We zullen zien.

Gisteravond heb ik op zijn Facebook-pagina een foto gezet die ik heb gemaakt op het vliegveld. Als onderschrift hem ook digitaal nog een goede reis gewenst, en terloops nog even gevraagd of het inchecken verder goed verlopen was. Vannacht zag ik dat hij die foto ’geliked’ had. En er was zelfs een woordelijke reactie van hem: ’Joa.’.. In onvervalst Hôrster dialect. Waarschijnlijk vanuit Dubai, waar ze vier uur moesten wachten.

Een losse fotocamera wilde hij niet meenemen. ’Ik onthoud wel wat ik zie’, motiveerde hij die keuze. Bovendien had hij zijn smartphone. Dus dat kwam wel goed. En daar heb ik ook wel vertrouwen in. Zeker als er straks vanuit Durban opnieuw een uitgebreide reactie op zijn Facebook-pagina verschijnt. Het verbaast me hoeveel inhoud er in één Hôrster ’Joa.’ kan zitten…

In Lesotho kijken naar de sterrenhemel, daar verheugde Mees zich nog het meeste op. Zonder electriciteit, zonder lichtvervuiling. In volkomen duisternis verlicht worden door miljoenen sterren. Intens genieten van het moment dat je je één voelt met het heelal. Dat wens ik hem van harte toe. Dat moment. En álle andere momenten in de toekomst, waarop hij en Pip -figuurlijk of letterlijk- de koffers pakken om grenzen te verleggen.

Anthony

Twee dagen geleden hoorde ik het gerucht. Een dag later werd het bevestigd en vandaag is het realiteit. Onwerkelijk nog, maar onherroepelijk. Niemand heeft het aan zien komen. Hij zelf waarschijnlijk nog het minst. Ineens is het over. Het leven geleefd. Geveld in volle glorie. 

Wat moet je doen, als je niets meer kunt doen. Als de kille waarheid niet te geloven is en je eigenlijk niet wil weten wat je weet. Wat moet je dan doen? Wat moet je doen als je in het hier en nu staat, met enkel nog verleden? Wat moet je dan doen?

Vandaag stond zijn overlijdensadvertentie niet in de krant. Misschien is dat morgen het geval. Betraande zinnen die herinnering maken van zijn bruut weggeslagen toekomst. Het verdriet vertaald in woorden. Verdriet om in te verwijlen. Nu en in de dagen die nog gaan komen.

  Wat moet je doen, anders dan in gedachten bij hem blijven en bij hen die hij lief had. Verwijlen in verdriet. Alleen en met anderen. Zijn leven is gestopt. Hét leven gaat door. Mede dankzij hem. Die gedachte de toekomst laten kleuren. Over het droeve grijs van nu. Omdat het niet anders kan.

Sterre uur

Ergens op internet kom ik het tegen. Een definitie van ‘sterre uur’ die niet uit de wiskunde of astronomie afkomstig is. Je spreekt in figuurlijke zin van een ‘sterre uur’ wanneer alles op onherhaalbare wijze samenwerkt en er iets unieks ontstaat. Het themawoord voor het Kwartaalcafé is ‘sterre uur’ of ‘sternstunde’ en heeft alle potentie in zich om een mooi verhaal op te leveren.

Het ligt voor de hand om op zoek te gaan naar een moment in het leven waarop alles op onherhaalbare wijze heeft samengewerkt en tot iets unieks heeft geleid. Of, naar de toekomst kijkend, gáát samenwerken om tot iets unieks te leiden. Of… op dit moment, terwijl ik dit voorlees, aan de gang is om tot iets unieks te leiden…

Nee, dat is misschien wat te arrogant en zelfingenomen. Dit verhaal duurt sowieso geen uur, en als ik wil lees ik het twee keer achter elkaar voor, dus van ‘onherhaalbaar’ kun je niet echt spreken. Zo is ‘sterre uur’ niet bedoeld, denk ik. Maar hoe dan wel? En gaat het wel over een uur ‘as we know it’? Over de lengte van dat uur wordt in de figuurlijke definitie namelijk niet gesproken.

Gelukkig zijn daar de wiskunde en de astronomie weer heel expliciet in: Een sterre uur blijkt iets korter dan een zonne uur. Met een precisie van 7 cijfers achter de komma, is dat verschil iets minder dan drie duizendste. Hm…. Is het jullie ook opgevallen dat maandag, 30 juni, één seconde langer heeft geduurd dan normaal? Om 23:59:59 volgde op de atoomklok niet 0:00:00, maar 23:59:60 en toen pas 0:00:00. Een schrikkelseconde noemen ze dat.

Dat was dus, vergeef me de woordspeling, even schrikkelen. Je staat er niet dagelijks bij stil, en gelukkig hoeft dat ook niet, want het is sinds 1972 nog maar 25 keer gebeurd. Gemiddeld ongeveer eenmaal per 18 maanden. Vanaf 1998 is de aarde blijkbaar wat langzamer gaan draaien, waardoor schrikkelseconden sindsdien zeldzamer zijn geworden. Maandag was er echter toch weer in een keer zo’n seconde. En daar schrikkel je dan toch even van. Ik wel tenminste.

Of schrikkelen wel bestaat? Ja zeker! Op internet in ieder geval wel. ‘Nalaten’, ‘overslaan’ en ‘verzuimen’ geeft men mij als verklaringen. Of deze. ‘Hikken’ in het normale ritme. En als werkwoord betekent het zowel ‘iets overslaan’ als ook ‘iets toevoegen’.

Maar dit alles geheel terzijde. Het ging mij even over de lengte van een ‘sterre uur’, wanneer je dat woord in figuurlijke zin gebruikt. In dat geval heb je volgens mij niks met de reguliere tijd te maken. Dus de vraag blijft wat mijn ‘sterre uur’ is geweest, gaat worden of misschien wel is. Een keus uit drie. En ik moet er één kiezen, want anders is het resultaat niet uniek te noemen en dus per definitie al geen ‘sterre uur’.

Poeh, en dan wordt het filosofisch. Want als ik daar wat langer over nadenk, dan kan mijn ‘sterre uur’ eigenlijk alleen maar in de toekomst liggen. Sterker nog, eigenlijk alleen maar aan het einde van mijn toekomst. Alles wat dáárvoor ligt, op dit moment gebeurt of in het verleden heeft plaatsgevonden kan om twee reden geen ‘sterre uur’ zijn. Eén, omdat je het unieke ervan niet kunt aantonen. In de toekomst kan er namelijk altijd iets nog uniekers ontstaan. En twee, vergelijkbaar met één, kun je iets ‘onherhaalbaar’ noemen, als je nog alle tijd hebt om het eventueel opnieuw te doen of weer mee te maken? Nee toch?

Het is een beetje een sombere wending aan mijn verhaal, die constatering dat mijn ‘sterre uur’ het uur van mijn dood is. Dit verhaal had toch de potentie om heel mooi te worden? Dus wat nu? Terug naar de definitie en die onwaar verklaren is misschien een oplossing? Of moet ik terugvallen op het geloof en op de belofte van een eeuwig leven in het hiernamaals? In dat geval kan ik nog oneindig veel ‘sterre uren’ meemaken. Bij dat geloof hoorde ook een versje, waarvan het laatste deel van één regel voor mij nu ineens een hele andere lading krijgt: ‘Bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood…’.

Als een jong kind wees wordt, dan wordt vaak de beeldspraak gebruikt dat mama of papa een sterretje aan de hemel is geworden. Een troostrijke gedachte waar menig verdrietig uur mee gevuld is. Ook dat zou je een ‘sterre uur’ kunnen noemen. Alles heeft op onherhaalbare wijze samengewerkt en tot iets unieks geleid. Hoe droef ook. De definitie is nog steeds van toepassing. Als dat ook voor mijn redenering geldt, dan hoop ik desondanks toch dat mijn ‘sterre uur’ nog heel ver weg ligt.

Tot die tijd zal ik vaak naar de sterren blijven kijken. Steeds op zoek naar die ene, die het meeste licht geeft. Vaak zie ik dan ook nog een tweede die helder blinkt. ‘Wees gegroet’, denk ik dan. Wees gegroet. Ik knipoog naar de maan en geniet het eerste kwartier vol van ieder moment. Het laatste kwartier zakt dat gevoel mogelijk wat weg, maar niet getreurd. Met een beetje geluk duurt dat uur een schrikkelseconde langer. Je weet het nooit. In het hele korte zit ook oneindigheid. Op zulke mooie momenten draait de aarde gewoon even iets langzamer. Slaat even over en voegt meteen iets toe. Schrikkelen, dus eigenlijk. Mooi toch?

Beautiful freaks

De laatste twintig minuten van vandaag wil ik nog even iets aan het digitale papier toevertrouwen. Alleen, ik weet nog niet precies wat. Terwijl er voldoende onderwerpen te bedenken zijn. Mijn kennismaking met de band Eels bijvoorbeeld. Gezien de tijd begin ik daar maar gewoon mee. 

Theo Linssen heeft een film gemaakt van de India-reis, waar ook mijn zoon bij was. Mooie beelden van onze Mees en zijn schoolgenoten Milou en Chiel. Samen met Roel begeleidde Theo de leerlingen en zijn film liet het vijftal op heel veel verschillende lokaties in India zien. Passages van de film had Theo voorzien van indrukwekkende muziek. Jawel. Eels.

Je eigen zoon bezig zien, terwijl hij daar eten uitdeelt aan lichamelijk en geestelijk gehandicapten, maakt indruk. Maar als je daar tegelijkertijd de muziek en de tekst van bijvoorbeeld het lied ’Beautiful freak’ van Eels bij hoort, dan komt het dubbel binnen. Temeer als je een week eerder het Funpop-weekend hebt gehad.

Over heel de wereld komen ’Beautiful freaks’ voor. Ik zag ze op de film en ik zag ze een week daarvoor. Mensen zonder poespas, waar wij, mensen met poespas vaak niet goed raad mee weten. Ze laten je anders naar de wereld kijken, maar je moet het wel willen zien. Of horen. Er voor open staan en merken dat het dan binnen komt.

Bijna twaalf uur. Ik wilde dit vandaag nog even kwijt. Dus bij deze.

Hieronder de tekst. En een linkje naar de muziek. In respect genieten… Met dank aan Theo.

You’re such a beautiful freak. I wish there were more just like you. You’re not like all of the others. And that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. That is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. 
Some people think you have a problem. But that problem lies only with them. Just ‘cause you are not like the others. But that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. Yeah that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. 
Too good for this world. But i hope you will stay. And i’ll be here to see. That you don’t fade away. You’re such a beautiful freak. I bet you are flying inside. Dart down and then go for cover. And know that i. I love you. Beautiful freak, beautiful freak. You know that i. I love you. Beautiful freak, beautiful freak.