Elke keer als ik er zit, ziet het er weer iets anders uit. Ook het geluid om me heen klinkt weliswaar vertrouwd maar heeft toch een uniek karakter. Eigenlijk is het in samenhang steeds anders. De bank onder de eik. Het kruisbeeld. Drie vaste elementen waarvan je zou kunnen zeggen dat die in samenhang toch een constant trio vormen.
Maar nader beschouwd is ook daar de samenhang steeds anders. Er ligt een klein takje van de eik voor mijn voeten. De eik heeft het los gelaten waardoor het volle bladerdak net even iets minder vol is geworden. Op de bank kroop zojuist een mier. In samenhang is ook de bank elke keer anders.
Alleen de Jezusfiguur aan het houten kruis lijkt een constante factor in het geheel. Ik zie tenminste niet iets dat recent veranderd lijkt. Ik kijk naar de geschilderde bloeddruppeltjes die als gestolde rode regen zijn aangebracht. Op zijn borstkas bloed uit een sneetje. En bij zijn handen en voeten, daar waar spijkers hem hebben vastgenageld. Rond het jaar 0 (of 33 jaar later?) moet dat echt gebeurd zijn. Of alle details die ik nu zie conform de werkelijkheid van toen zijn, dat durf ik niet te zeggen.
Diep gravend in mijn geheugen denk ik terug aan mijn communie en aan de kerkdiensten die ik daarna steeds minder vaak ben gaan bijwonen. Ik zie in gedachten de pastoor de kelk optillen. Wat zei hij dan ook alweer altijd? ‘Drinkt hier allen uit want dit is het bloed dat voor u en alle mensen vergoten wordt, ter vergeving van uw zonden’. Zoiets was het. Ik zoek het op want nu wil ik het zeker weten.
Jezus’ woorden tijdens het Laatste Avondmaal: “Neem, eet, dit is mijn lichaam” van het brood; en van de beker: “Drink hieruit, allen, want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” (Matteüs 14:15).
Heel veel zat mijn geheugen er dus niet naast. Wel zie ik dat ik het bloed voor ‘alle mensen’ heb laten vergieten, terwijl Mattheüs wat kieskeuriger lijkt, als hij het over ‘velen’ heeft. Afijn, interpretatie is sinds toen tot op de dag van vandaag nog vaak voer voor discussie. Of erger, voor strijd.
Van strijd is hier op het bankje niets te merken. Vanaf camping de Gortmeule hoor ik kinderen spelen. Stond daar ook niet iets over in de bijbel? Laat de kinderen tot mij komen? Weer even opzoeken. Volgens Google Marcus 10:14. Letterlijk onthouden.
Ik hoor nu een haan kraaien. Twee keer. En een derde keer. Vier… gelukkig. Ik denk dat ik maar weer eens verder fiets. De haan kraait voor de vijfde keer. Er waait een fris briesje. Zes en zeven. Is die net wakker? Acht. Ook dat zou ik even op kunnen zoeken. In de verte hoor ik klokgelui. Het is kwart voor tien. De mis van elf uur? De haan kraait weer. Een kraai krast en probeert een buizerd in de lucht te verjagen. Vogels fluiten om me heen. Alles gaat door. Ik ook. Misschien zometeen ergens anders nog een fietsgedicht…