Geen uitgesproken mening…

‘Live’ luisteren kan ook. Onderstaand verhaal ingebed in muziek (Mark Lotterman en Gé Reinders) Klik hier.

Ik heb er al vaker over geschreven. Over meningen en hoe snel mensen die klaar hebben. Over mijn twijfels over die snelheid en over wat die rappe zelfverzekerdheid waard is. Ook heb ik vaak bedenkingen bij meningen die volgens de vertolker ervan een veel langere incubatietijd kennen. Meningen die dus goed onderbouwd zijn en -volgens dezelfde vertolker- eigenlijk alleen nog maar door mij of door anderen overgenomen hoeven te worden.

In mijn hoofd werkt dat echter niet zo. Als er al ergens op een voorzichtig plekje in mijn brein een mening wordt gevoed, die zich daardoor begint te vormen, dan komt er meestal tegelijkertijd op een ander plaatsje in mijn hersenen al een tegenbeweging op gang. Soms liggen beide heel dicht bij elkaar, maar per saldo levert dat vaak geen uitgesproken mening op. Want er zijn zóveel alternatieven denkbaar. Zelfs nu, terwijl ik dit alles opschrijf, dringen zich meteen al twee gedachten op: besluiteloosheid en evenwichtigheid. Een confronterende combinatie, als ik ze zo achter elkaar zie staan.

Kunnen die begrippen überhaupt wel samen gaan? Ja, is mijn resolute antwoord. Al was het maar uit zelfrespect of zelfbehoud, want de associatie komt tenslotte uit mijn eigen hoofdje. Ja, dat kan samen, besluiteloos en evenwichtig. Maar hoé dan, heb ik me de afgelopen dagen afgevraagd. Aanleiding voor die vraag was een interessant gesprek, onlangs op een van de eerste voorzomeravonden. In het vuur van de discussie werd ik me er van bewust dat het mij helemaal niet ging om de argumenten. Hoe helder en goed doordacht ook, en met hoeveel overtuiging ook gebracht, in mijn hoofd leidde het vooral tot een zoektocht naar balans. Want over de argumenten zelf kon ik weinig zeggen.

Was dat nu besluiteloosheid of evenwichtigheid, vroeg ik me de dag na de discussie af. Was het besluiteloos van me, om de mening op dat moment niet gewoon te delen? Of was het evenwichtig om de argumenten bij voorkeur te willen blijven wegen. Waar ik nu op uitkom, is dat ook dát er eigenlijk niet toe doet. Noch het een, noch het ander lijkt wezenlijk. Want die keuze is eigenlijk ook slechts maar weer een mening. Niet het hebben of uitspreken van een mening is essentieel. ‘Ik vind er iets van’ is wat mij betreft vooral gebaat bij ‘ik doe er iets mee’. Mede omdat ik me er in veel gevallen van bewust ben dat ik door een gebrek aan kennis er ook niets zinnigs over kán zeggen.

Zou Wittgenstein ook iets in die zin bedoeld hebben, toen hij zei: ‘Wovon mann nicht sprechen kann, daruber muss man schweigen’? Hij zei dat over taal in relatie tot kennis, ethiek, esthetiek en religie. Niet als mening, maar als constatering. Met elkaar daarover wél in gesprek zijn, op een warme donderdagavond, heeft echter ook zijn charme. Ik hou er van en heb er van genoten. In het besef dat besluiteloos stil en evenwichtig actief heel goed samen kunnen gaan. Vrij naar Wittgenstein zou ik dan ook willen besluiten met: Waaróver men ook met elkaar spreekt, men kan het beste zwijgen als men een slok neemt van een Pauwel Kwak.

Funpop,  kusje erop!


De herinneringen zijn nog vers. Woensdagavond, drie dagen na het Funpopweekend, klik ik door een kleine duizend foto’s. Gemaakt door Chris Tobben op Funpopzaterdag. Via zijn Facebookpagina lees ik dat hij ook Funpopzondag in zo’n duizend kleine stillevens gaat wegzetten. Mooi om daarvan opnieuw te kunnen genieten.

Ik heb Chris gesproken op Funpop. Hij was nog op elke Funpop geweest, vertelde hij. En hij wist dat volgend jaar, de twintigste keer, een jubileum-editie was. Hij wilde daar wel iets speciaals voor doen. Ik ben benieuwd. Foto na foto realiseer ik me hoe speciaal het festival is. In de blikken van de gefotografeerden zie je het ongekunstelde genieten.

Ik zie bezoekers, dansend voor de grote bühne. Of genietend onder hun partytentje. Artiesten lijken de warmte te voelen, die het publiek naar hen uitstraalt. Daar kan een regenbuitje op zondag niet tegenop. Zelfs donder, hagel en bliksem op zaterdag vallen compleet in het niet. De foto’s spreken voor zich. Regen wordt confetti.

De artiesten zijn in allerlei posities op de foto gezet. Zou je die snel achter elkaar projecteren, dan kun je ze bij wijze van spreken bijna weer horen zingen. Je ziet de knuffel die hen net is toegeworpen. En als bij toverslag verandert die in een zelfgemaakte papieren bloem. Ook hier af en toe confetti. En nat? Dan is Funpop gewoon even Föhnpop. De warmte komt van binnenuit.

Backstage ontmoet Frans Bauer Linda Balan. Zij is één van de kandidaten van Funfactor. Zijn woorden maken een onvergetelijke indruk op haar. En niet alleen op haar. ’Ik heb jou 10 jaar geleden op Werkenrode gezien! Je bent nu nog mooier dan toen’. Hij laat er drie kussen op volgen. Een op iedere wang en één op haar voorhoofd. Linda’s dag is geslaagd. Mijn dag ook en de high-five met Frans, na zijn optreden, is 300 % gemeend.

Funpop is mooi. Ontwapenend eerlijk en een bijna onuitputtelijke bron van goeie energie. Vastgelegd in duizenden foto’s van duizenden mensen. Zien, de ogen sluiten en opnieuw genieten. Als Funpop een gezichtje was, zou ik er nu drie zoenen op geven. Een op iedere wang en eentje op het voorhoofd. Gewoon een klein jaartje wachten en dan de ogen weer open doen. Tot 28 en 29 mei 2016!

Net geen negentig

 Over vijf dagen zou tante Nel negentig zijn geworden. Ze heeft dat net niet gehaald. Vrijdag 15 mei is ze in alle rust, tijdens een middagdutje, overleden. Misschien wel in de geruststellende wetenschap dat er familie uit haar geboortedorp Heide naar haar toe kwam.

Die dag namelijk waren haar jongste broer met zijn vrouw en hun dochter naar haar op weg. Een paar uur eerder had tante Nel via haar 24-uurs hulp nog laten weten dat ze welkom waren. Daar maakte ze graag tijd voor. Die bewuste dag was er echter net wat tijd te weinig. Een half uurtje voor hun komst was ze rustig ingeslapen. Net geen negentig is ze geworden.  

Hoewel. Haar verjaardag had ze, naar eigen zeggen, een aantal weken eerder al gevierd. Het waren toen haar eigen woorden, op de terugweg met de wensambulance, van Heide naar Utrecht. Een groot deel van de dag was ze bij haar jongste broer in Heide geweest. Nog één keer terug naar haar geboortedorp. Het was haar wens. De meeste van haar andere broers en zussen waren er ook. 

Hoe broos haar gezondheid ook was, die dag was speciaal voor haar. Voor sommigen, en misschien ook wel voor tante Nel, waren het onuitgesproken momenten van afscheid. ‘Mijn mooiste verjaardag’ vertrouwde ze haar nichtje toe, die haar die dag op de terugweg naar Utrecht in de ambulance begeleidde. En ze was er heel duidelijk in. ‘Die reünie in september, daar wil ik ook bij zijn’.

Vandaag werd haar crematie ingeleid met het ‘Ave Verum’. Indrukwekkend. Het was een sfeervolle en waardige ontmoeting, die iedereen op zijn of haar manier heeft beleeft. Die reünie in september heeft tante Nel niet gehaald. Maar wie weet, is er wel een andere reünie voor in de plaats gekomen. Die met haar man Theo. En met haar broer Piet en haar zus Bets. Wie zal het zeggen.

Bets is mijn moeder. Zij is op 28 mei 1978 gestorven. Op haar bidprentje hebben wij destijds een gedicht gezet. Vandaag mocht ik dat gedicht bij tante Nel voorlezen. Woorden van 37 jaar geleden werden weer even levend. Het toeval zorgde daarvoor en het toeval -als daar al sprake van is- voelde goed. Behalve dat, ook emotioneel. 37 jaren blijken dan heel even in twee minuten te passen.

Evengoed. Een mooie ervaring. Door het afscheid nu, van tante Nel, herinneringen aan het afscheid van toen. Terug bij de roos die was gevallen en die ik opraapte, terwijl we achter de kist aan de kerk uitliepen. Vandaag zie ik rozen liggen bij de kist van tante Nel. ‘Je bent niet dood’. Zo begon het gedicht. Toen. En nu ook. Die reünie van september? We weten nog niet wie er allemaal komt. Dus wie weet…

Het laatje

Bij ons in huis hebben we er een aantal. Laatjes waarvan je weet wat er in zit, maar waar je na verloop van tijd vooral niét meer weet wat er in zit. Zo nu en dan moet zo’n laatje letterlijk tot op de bodem worden onderzocht. Dat geldt trouwens ook voor de stevige metalen schaal die op het kastje staat waar dat laatje inzit. Ook die vult zich door de tijd met steeds meer dingen. Toen je die er in legde, leek dat logisch. Maar ook hier haalt de tijd de logica op onderdelen in, is mijn ervaring.

Vanmorgen is het laatje doorgelicht. Oude paspoorten met gaten, waar je toch moeilijk afstand van doet. Pasfotomapjes van drie, acht en twaalf jaar geleden. Een roze, in drieën gevouwen, rijbewijs. Een cadeaubon van platen- en CD-winkel Sounds, oh wacht even, hier nóg een en… heej hier nóg vijf! In no-time voor 120 euro cd-bonnen! Nog even doorzoeken en we kopen de hele winkel.

Op tafel ontstaan drie stapeltjes. Eén stapeltje dat straks weer terug mag in het laatje. Eén stapeltje waar nog wat twijfel over bestaat en een derde stapeltje dat zijn langste tijd gehad heeft in het laatje. Over het eerste stapeltje is weinig discussie. Daarvan wisten we al dat het in het laatje lag en dat willen we graag zo houden.

Het twijfelstapeltje is een ander verhaal. Dat zet bij elk onderdeel even aan tot denken. Er moeten keuzes worden gemaakt. Soms kritisch, soms emotioneel. Spreekt het gevoel en wordt het weer stapel één? Of overheerst het verstand en is het definitief stapel drie? Wetende dat die derde stapel essentieel is omdat het de stapel is, die uiteindelijk ruimte maakt voor nieuwe dingen.

Je staat er niet altijd bij stil, en eerlijk gezegd heb ik daar vanmorgen ook niet meteen aan gedacht. Maar nu ik het zo in woorden vang, wordt het gewone toch bijzonder. Zo’n opruimactie is in méér dan een opzicht namelijk een metafoor voor het leven. Sommige dingen uit het verleden neem je mee en bewaar je. Van andere dingen doe je afstand, met je verstand of met weemoed. Het zijn keuzes, bewust of onbewust, om weer plek te krijgen voor iets nieuws. Wat wil je nog doen in je leven en wat -vergeef me de woordspeling- wat laat je?

Dat brengt me terug bij de stapeltjes. Neem de pasfoto’s. Onze zoon, toen die een jaar of vijf was, nu twaalf jaar geleden. Een gevoelig ’welkom thuis’-gedicht, jaren geleden gemaakt door onze dochter. Mooie herinneringen die intuïtief en dus zondermeer terug in het laatje gaan. Maar een verlopen tegoedbon van sportwinkel Meulendijks? Helaas, stapel drie. Eigen schuld. Ingehaald door de tijd en een selectief geheugen. Te lang blijven liggen en vergeten, in een tè volle la.

Verstandelijk zou je over die vergeetachtigheid kunnen zeggen dat het zonde is van het geld. Maar gevoelsmatig kun je je ook gelukkig prijzen dat het laatje blijkbaar vooral plaats biedt aan herinneringen die er werkelijk toe doen. Opnieuw is het laatje als het leven zelf. De inhoud bepaal jij. Het mysterie van het leven is misschien wel het maken van je eigen stapeltjes. Je vult de schaal met de dingen die je zelf belangrijk vindt. Soms wordt je dan na verloop van tijd verrast door wat je hebt bewaard. En dat is leuk!

Onlangs heb ik een uitspraak van Ricardo Semler opgeschreven. “Intuïtie is wezenlijk voor onze ervaring van mysterie en verrassing”. Een mooie zin die ik om die reden heb bewaard. Elementaire begrippen, in één zin, harmonisch met elkaar in verband gebracht. Ik houd er van. Van zulke zinnen, die klinken als muziek. Met woorden als muzieknoten, die onbedoeld resoneren met een verhaal over een laatje. Waar trouwens nog voor 120 euro cd bonnen in liggen. Op naar Sounds!

Vier mei stilte en vijf mei feest?

Ook in aanloop naar 4 en 5 mei. Uit 2013…

Geert van den Munckhof's avatarGeert van den Munckhof

De afgelopen dagen heb ik deze onderwerpen nogal eens voorbij zien en horen komen. Het lijkt er ook weer de tijd voor, 4 en 5 mei. Onlangs, de dappere burgemeester tegen de rest, bij Pauw en Witteman. Zaterdag, artikelen in de Volkskrant over herdenken,verzoenen en vrijheid. Verschillend van toon. Bijvoorbeeld de Voetnoot ’Ongewenst’ van Arnon Grunberg. Of de column ’Vredenhof’ van Bert Wagendorp. Allebei op eigen wijze kritisch en indrukwekkend. En zo waren er meer.

Een semantische discussie vond de een. Een emotionele vond de ander. Peter van Uhm, op de Dam, met een toespraak over ons, zichzelf en vooral zijn zoon. Wij, inplaats van zij of ik. Niet één dag, maar ook 364 dagen daarna. En op de dag nauwkeurig wist de generaal buiten dienst wanneer zijn zoon was gesneuveld. Dienend voor de vrijheid gestorven, 5 jaar en zestien dagen geleden.

Emotioneel. Semantisch zou iemand anders kunnen opwerpen. We…

View original post 421 woorden meer

Dodenherdenking…

In de aanloop naar 4 en 5 mei…

Geert van den Munckhof's avatarGeert van den Munckhof

De vierde mei. De dag van dodenherdenking. Vandaag een paar minuten stilte om te herdenken dat ‘we’ in ’45 zijn bevrijd. Zelf ben ik van ’60, dus van die bevrijding weet ik heel weinig. Maar ik besef dat het terugdenken aan mensen die je dierbaar zijn sowieso een goede zaak is. Daarom loop ik zo nu en dan over het kerkhof om vervolgens altijd even stil te staan bij het graf van mijn vader en moeder. Gisteren ook weer. In gedachten verzonken werd ik daar ineens getroffen door het beeld van dat moment. Ik heb dat vastgelegd in deze foto.

Bij het graf van mijn ouders Bij het graf van mijn ouders

De schaduw, die over het graf valt, is van mij. Wat me intrigeerde was de zon die mij ‘projecteerde’ op de aarde. Dat ‘voelde’ goed… Het is waarschijnlijk totaal niet vergelijkbaar met het gevoel van ’45. Niettemin, heel even had ik daar mijn eigen…

View original post 61 woorden meer

Leuke lange lijnen

Aan de ene kant het kleurrijke, nieuwe onbekende en aan de andere kant het saaie, oude bekende. Daar sta je zo nu en dan gevoelsmatig precies midden tussen in. De uitdaging lonkt om het nieuwe te kiezen en op ontdekkingstocht te gaan. En als het nodig is, daarvoor het oude bekende los te laten. Nieuwe dingen doen. Of oude dingen anders. Creatieve inspiratie zoeken en heerlijk genieten van wát je dan ook tegenkomt. Hoe mooi is dat. 

Afwijken van gebaande paden. Grenzeloos kunnen zijn. Daar is lef voor nodig. En tijd. Want is het al niet te laat voor het maken van die keus? Kán het uberhaubt wel? Want als je de uitdaging aangaat, zul je dan meteen succes ervaren? Of helemaal niet? Is het wel de juiste keus? Is die onherroepelijk? Is creatief wel productief? Het zijn vragen die doen twijfelen. Erger nog, ze zorgen voor het gevoel van ingeperkt zijn. Juist dat wat je niet wil. Of hoort dat gevoel er gewoon bij? 

Is ‘onbeperkt vrij zijn’, alleen mogelijk voor zover de omkaderde werkelijkheid dat toestaat? Hoe vastomlijnd is die werkelijkheid dan? Blijft creativiteit per definitie binnen de bekende lijntjes? Of zijn het juist die lijntjes die je kunt gebruiken om verbindingen te knopen naar het onbekende? Als je voor het nieuwe kiest, móet je dan wel tegelijkertijd de touwtjes die je al in handen hebt, laten vieren? Moet je perse, als je op zoek bent naar het nieuwe, het oude loslaten? Of is dat loslaten slechts tijdelijk, in de geruststellende wetenschap dat je de touwtjes ook weer op kunt pakken?

Dat laatste kietelt mijn verbeelding wel. Wat zou er gebeuren als je een lijntje naar het onbekende vast zou knopen aan een touwtje waarvan je dacht dat je het los moest laten? Zo’n los eindje, dat je even naast je hebt neergelegd, vastmaken aan een nieuw lijntje. Dan wordt het oude zo verbonden met het nieuwe. Het saaie daardoor weer uitdagend. Om het in die staat vervolgens ook weer naast je neer te kunnen leggen. En op te pakken, wanneer je maar wil. Creativiteit binnen de lijntjes. Maar steeds anders. En steeds langer. Leuk. Straks eens wat voorbeelden bij bedenken. Iemand een voorstel?

Ver reizen en verrijzen

Tweede Paasdag, the ‘day after’. Opnieuw een kort verhaal over Tante Nel. Over haar verre reis op de dag van de verrijzenis. Ik blijf het een intrigerende combinatie vinden: verre reis en verrijzenis. Ach, Utrecht-Heide is een relatief kleine afstand, voor een wensambulance. Maar des te groter is de waarde en vooral de symboliek van de ontmoeting gisteren met Tante Nel. En wat er rondom die ontmoeting allemaal nog meer een belangrijke rol speelt.

Ze zag er broos uit. Liggend op een bed-brancard, maakte ze de cirkel compleet van familieleden die links en rechts waren aangeschoven. Haar broers en één zus zaten in die cirkel. Ze haalden herinneringen op bij de foto’s die ik had meegenomen. En in de herinnering werd ook de aanwezigheid gevoeld van de broer en de zus, die niet meer onder hen was. Zou je dat ook een soort van verrijzenis kunnen noemen, vroeg ik me af, terwijl ik tante Nel de foto liet zien waarop zij stond, toen ze jaren eerder mijn moeder bezocht?

‘Hoe is het in Horst?’ vroeg ze mij, toen ik me voorstelde als de zoon van haar zus. We spraken kort met elkaar. De foto’s herinnerden haar aan het verleden, maar de toekomst verloor ze niet uit het oog. ‘Je moet snel maar eens naar Utrecht komen’, zei ze. ‘Dan kunnen we een hele middag praten’. De drukte in de kamer en de indrukken die ze opdeed vermoeiden haar zichtbaar. En weer nam ze zelf de regie door te regelen dat ze even wilde rusten in een stillere kamer.

Een half uurtje later was ze terug. Voorzichtig lopend met een rollator en geholpen door mijn nicht mengde ze zich opnieuw in het gezelschap. Broos, zich even heroriënterend, maar al snel weer nadrukkelijk aanwezig. Twee broers en haar zus namen afscheid. Met hartelijke woorden waarmee lang niet alles kon worden gezegd. Omdat wat vanzelfsprekend is, niet altijd woorden nodig heeft. De kracht schuilt in de ontmoeting en in het moment.

Ome Gerrit, tante Nel, Paulien en tante Mieke
Ome Gerrit, tante Nel, Paulien en tante Mieke

Daarom ook op Tweede Paasdag dit verhaal over Tante Nel. Haar broosheid van leven en tegelijk de ontwapenende energie ervan laten haar ver reizen. Daarmee overstijgt haar bezoek de fysieke beperking die leven op den duur nu eenmaal met zich mee brengt. Dat op Eerste Paasdag mogen beseffen, dankzij tante Nel en hen die haar met liefde omringen, ervaar ik als van een grote waarde. Zó groot, dat ik dat op Tweede Paasdag nog even met iedereen wil delen. Bij deze.

Tante Nel

Het is vandaag Stille Zaterdag. Dat deze zaterdag in ons land ‘stil’ wordt genoemd, komt omdat er op deze dag geen klokken luiden. Dat wil zeggen, tot aan de schemering, want dan begint de Paaswake. Volgens Wikipedia is dat zo. En daar lees ik ook dat volgens de katholieke kerk Jezus op die dag ‘neergedaald is ter helle’. Wikipedia vertelt me verder dat ik dat kan terugvinden in de paragrafen 632-635 van de catechismus. Ik heb die niet bij de hand, maar als iemand het wil controleren, dan mag dat. Ik denk dat het wel klopt. Een dag later is hij verrezen.

Morgen dus Eerste Paasdag. Gisteren Goede Vrijdag. Op die dag kreeg ik een mail van een nicht van mij. Een nicht van mijn moeders kant. Ze was bij de oudste zus van mijn moeder op bezoek geweest. Tante Nel woont al jaren in Utrecht, is al aardig op leeftijd, en heeft de laatste jaren lichamelijk heel veel ingeleverd. Morgen wordt een wens van haar vervuld. Ze wilde nog één keer naar haar geboortedorp Heide bij Venray. Daar wil ze graag familieleden, vrienden en bekenden ontmoeten. Vandaag toch even stil aan haar moeten denken. En aan haar verre reis van morgen.

Jaren geleden hebben we haar in Utrecht bezocht. Toen sukkelde ze al met haar gezondheid, maar geestelijk was ze ijzersterk. Dat laatste lijkt nog steeds het geval, maar lichamelijk is het toch wel langzaamaan aan het opraken. Ze heeft nu 24-uurs zorg en weegt minder dan 40 kilo, meen ik onthouden te hebben van wat mijn nicht me daarover een tijd geleden verteld heeft. Mijn tantes wens om nog één keer naar Heide te komen voelt als een afscheid. Een afscheid van wie en wat er ooit was.

Tante Nel was de oudste van een gezin van negen kinderen. Ze zag het levenslicht op 26 mei 1925. Mijn moeder was vierde in die kinderrij. Zij is geboren op 9 juli 1929. Mijn moeder stierf op 9 mei 1978. Zij werd slechts 49 jaar oud. Tante Nel is nu, op een paar jaar na, al bijna twee keer zo oud. Met de wens-ambulance wordt ze morgen van Utrecht naar Heide gebracht. Voor een bezoek aan hen die haar dierbaar zijn. Op een plek die haar dierbaar is. Ik ga er morgen ook naar toe. Onder andere met mijn jongste zus, ga ik haar bezoeken.

foto bezoek tante Nel bij os moekeDaar aan denkend, herinner ik me dat Tante Nel vroeger mijn moeder heeft bezocht, toen die opgenomen was in St. Anna in Venray. In mijn schoenendoos met beelden uit het verleden kom ik de foto tegen. Mijn vader staat er op, mijn moeder ook en tussen hen in zit mijn jongste zusje. Daarachter staat tante Nel en tante Mini. Behalve deze foto vind ik nog verschillende andere foto’s. Ik besluit ze mee te nemen, morgen, naar tante Nel. Gestolde beelden uit haar verleden. Waar ook mijn moeder een plek had. En Petra. En tante Mini. En nog veel meer mensen. Morgen, op de dag van de verrijzenis, zien we ze terug. En zij ons. Nog één keer. Het is nu zaterdag. Nog eventjes. En het is stil. Morgen. Dan luiden de klokken weer.

De ‘Fun’ van Funpop en Funfactor

  

De spanning bij de een. De blijdschap bij de ander. Het enthousiasme. Van zowel kandidaten aan Funfactor  als studenten van de Gildeopleidingen. De muzikanten van FEZZ, die ook dit jaar weer hun prominente rol vervullen. Yvonne, van het Funfactor kernteam. Alex en zijn Gilde-collega, die de groepjes studenten helpen om aan hun praktische studieopdracht te voldoen, voor zover dat nodig is. Iedereen is bezig. Het gonst die zaterdagochtend van zachtmoedige vriendelijkheid en vrolijke zenuwachtigheid.

Om half tien ’s ochtends loop ik het mooie rode schoolgebouw binnen en meteen is er de herkenning. Dezelfde mix als een jaar eerder, van mooie mensen met een gezamenlijk doel voor ogen. Ook dat is de Funfactor. Twee studenten zijn in een aftastend gesprek verwikkeld met twee kandidaten voor Funfactor. Die zijn mooi op tijd, want de voorronde van Funfactor -de zangwedstrijd voor mensen met een verstandelijke beperking- begint pas over een uur.

Een van de kandidaten herkent me. Een hartelijke begroeting wordt mijn deel. Vanuit het hart. Het pakt me elke keer weer. Beperkingen zijn er op heel veel verschillende vlakken, realiseer ik me. Eens te meer besef ik dat een ieder van ons er mee is behept. Het is maar net hoe je het bekijkt. Elke keer probeer ik te leren van hun spontaniteit en hun ongecompliceerde ’ik-ben-zoals-ik-ben-mentaliteit. Ze geven een geweldig voorbeeld. Het voelt goed.

De audities zijn spannend. Vóór ze het podium opkomen worden de artiesten in de Green-room kort geïnterviewd door een tweetal studenten. Het publiek kijkt mee via een groot scherm op het podium. Prachtig om te zien hoe kandidaten in de rust van de Green-room hun eerste zenuwen kwijt raken. De Green-room blijkt een gouden zet. Als de kandidaten de bühne opkomen en, dankzij Ron, de muziek horen klinken, dan gaat hun auditie bijna vanzelf. 

De jury heeft het niet makkelijk. Maar ook zij geniet zichtbaar. Na elk optreden worden er tips en tops uitgewisseld. Positief en opbouwend. Alle twintig kandidaten voelen zich vandaag kampioen. De Green-room, de glamourfoto’s die er van hen worden gemaakt, het applaus, de culinaire verwennerij in de pauze: het draagt allemaal bij aan het Funfactor-gevoel.

Uiteindelijk krijgen er negen een ’ticket’ voor de Funfactor-wedstrijd op zondag 31 mei. De dag dat ook Jan Smit en Wolter Kroes optreden. Onder andere. Met een beetje fantasie kun je zeggen dat die in het voorprogramma van de Funfactor-finalisten staan. Één voor een maakt de jury de negen finalisten bekend. De ontlading is groot. De extatische blijdschap van Linda staat even in een schril contrast met de teleurstelling van Nick.

De reservekandidaat moet nog worden uitgeroepen maar Nick hoopte klaarblijkelijk op een plek bij de negen finalisten. Hij stapt gedesillusioneerd van het podium. Ik zie de interviewster van de Green-room in een lieve opwelling meteen achter Nick aan lopen om hem te troosten. Ik weet zeker dat die actie niet in haar praktische opdrachtuitwerking stond. Des te indrukwekkender dat ze dat wel doet. Ook dat is Funfactor.

Op 16 mei is de generale repetitie. FEZZ studeert de komende tijd de liedjes in. Arrangementen worden geschreven. Op verzoek wordt een nummer zó gearrangeerd, dat het niet meer ‘in A’ staat. Er is een versie in C én een versie in D gemaakt. ’Dan kunnen we op de generale zien wat het beste bij Linda past’, lees ik in de wederzijdse mails. Bewonderenswaardig hoe de muzikanten van FEZZ hun bijdrage leveren om het Funfactor-plaatje compleet te maken.

Funfactor. Tijdens Funpop-zondag. Saskia Lina, de winnares van 2014, opent. Daarna is het aan de jury van die dag om te bepalen wie Funfactor-kampioen 2015 wordt. Die jury bestaat in ieder geval al uit musicalster Renée van Wegberg, burgemeester Kees van Rooij en componist/saxofonist Nard Reijnders. Zij zijn er klaar voor en hebben er veel zin in. De Fun van Funpop is een factor van veelzeggende betekenis en ook zij voelen die tot diep in hun vezels. Net als ik. En heel veel anderen. Gelukkig. Funfactor!