Lou

‘Hoe is het nog met jou?’ Ik zat al even bij zijn bed, samen met Marij en het was duidelijk dat hij veel van zijn kracht had ingeboet. ‘Z’n gangetje’ was mijn weinig zeggende antwoord. ‘Ik wist het wel’, vervolgde Lou. ‘Ik zou naar de kamer hiernaast toe gaan. Hier is niks te beleven’. In de kamer die hij bedoelde vierde zijn kleindochter haar verjaardag. Als het gekund had, had hij daar ook gezeten. Maar het kon niet. Hij was te ziek. Dat was drie weken geleden. Op de verjaardag van zijn kleindochter. En nu, drie weken later, nu is hij dood.

Ik was er drie weken geleden op goed geluk naar toe gewandeld. Van Horst naar Melderslo. Op de bonnefooi, zoals we ons hele leven lang op de bonnefooi naar Lou en Marij waren gegaan. En ook al zaten er soms jaren tussen, het welkom sleet nooit. Er waren tijden dat we er elk weekend kind aan huis waren. Nooit afgesproken, maar altijd welkom. Ik wist dat Lou ernstig ziek was. Toen ik binnenkwam, kwam zijn zojuist vierjarige kleindochter verwachtingsvol de keuken ingelopen. Ze had de buitendeur open horen gaan. En zij was tenslotte jarig.

‘Het moet allemaal gewoon doorgaan’. Woorden van die strekking sprak Marij, toen ik haar vragend aankeek. ‘Komt het uit?’ vroeg ik haar. ‘Kom binnen. Natuurlijk. We gaan nét de taart aansnijden. Koffie?’ Het was niet het moment om over Lou te beginnen. Grote kinderogen keken me aan en leken enigszins verbaasd omdat ik voor haar vooral groot en vreemd was. Wat verlegen nam ze mijn felicitatie in ontvangst, maar vertrok daarna snel weer naar de kamer. Daar lagen nog meer kadootjes, die ze mocht uitpakken. Want ze was tenslotte jarig.

Ik heb er in de woonkamer even bijgezeten. Er kwam steeds meer bezoek binnen met kadootjes om haar verjaardag te vieren. Tegelijk werd bij mij het gevoel steeds sterker dat ik daar plaats voor moest maken. Het vieren moest doorgaan, dat stond buiten kijf. Maar daar was ik niet voor gekomen. Terwijl steeds meer familie duidelijk wel met die bedoeling naar binnenkwam, ben ik opgestaan en weer de keuken ingelopen. Marij was daar bezig met de voorbereidingen om de gasten van drank en spijs te kunnen voorzien.

Terwijl ik de jas aantrok en haar vertelde dat ik een andere keer wel terug zou komen voor Lou, vroeg ze me of ik toch nog even naar hem toe wilde. Ik was blij dat ze dat vroeg, want daar was ik voor gekomen. Marij ging me voor naar wat voorheen de computerkamer was die -net als de woonkamer- grensde aan de keuken. Daar lag hij op bed. Een schim van wie hij ooit was en toch zo indringend gewoon zichzelf.

Heel veel hebben we niet gesproken. Hij leek daar ook niet echt meer de energie voor te hebben. ‘De accupunctuur kan daar de oorzaak van zijn’, vertelde Marij. ‘Het lichaam is volop bezig, met alles wat het in zich heeft, om de kwaadaardige cellen te bestrijden’. Lou knikte alleen maar. ‘Ik wist het wel’, zei hij weer. Hij knikte in de richting van de woonkamer. ‘Daar is het veel leuker’. Kort probeerde ik wat onbeholpen het woord ‘leuk’ van een definitie te voorzien, die in de buurt kwam van het contrast dat zich op dat moment in hun huis voltrok.

En nu, drie weken later, is hij dood. Lou, het toonbeeld van zelfredzaamheid. De man die ooit laptops tot op de nanochip uit elkaar haalde, om vervolgens elke volgende defecte laptop met een jaloersmakende logica te kunnen herstellen. De man die nooit een naaimachine had bediend, maar enkel met de wens voor een leren motorjas zich elk kunstje van een kleermaker eigen maakte om daarna een leren jas te maken die op alle fronten met kop en schouders uitstak boven wat in de reguliere markt te krijgen was. Slechts twee voorbeelden.

Lou. Een bijzondere vent. Hij maakte zich dingen eigen en maakte vervolgens zijn eigen dingen. En altijd beter dan het origineel. ‘Hoe is het nog met jou’ vroeg hij. Nu, drie weken later, vraag ik me af of hij toen al besefte hoe het met hem zelf ging. Want hoewel hij zichzelf wel beter wilde maken, liet ‘het origineel’ hem beetje bij beetje steeds meer in de steek. Alles geprobeerd. Met Marij. Met Lizzy en Jesse. Niet te repareren deze keer. Niet te maken.

Tenzij… tenzij hij ook dat gegeven tot op de cel heeft uitgezocht en uiteindelijk tot iets gekomen is, dat beter is dan het origineel. Het zou wel bij hem passen. In die zin troost ik me. En hoop ik dat Marij, Lizzy en Jesse zich ook getroost weten. Als hij gelijk heeft, dan komen we elkaar ooit weer tegen. Dan is het opnieuw een welkom zoals vanouds. En tot die tijd vieren we elke verjaardag. Met kadootjes. En als het moet in de andere kamer. Omdat die er ook bij hoort…

Alles wat ooit al was bedacht
daar dacht jij toch het jouwe van
en dat wat niemand had verwacht
kwam toch nog gauw, die ene nacht…

Je had het zelf zo niet gemaakt
je zou het anders bouwen dan
en was je tijd niet opgeraakt
dan had je dat ook waargemaakt…

Uit diep respect voor alle kracht
die toont wat met vertrouwen kan
als kiezelsteen naar diamant gebracht
maar toch… te gauw, die ene nacht…

Kort… Voor Pip en Mees

Dagvoorzitter, interviewer, presentator, schrijver, columnist, blogger, dichter, orgeldraaier, performer? Op mijn derde vrije maandag van dit jaar weeg ik elk woord zorgvuldig en probeer er achter te komen hoe al deze ‘kwalificaties’ zich tot elkaar verhouden. Afgelopen zaterdag was ik vooral een combinatie van de eerste drie. Op andere momenten zijn het ‘schrijver, dichter, orgeldraaier en performer’, die het beste omschrijven wat ik dan doe.

Zou je kunnen zeggen dat de eerste drie -dagvoorzitter, interviewer en presentator- vooral ‘functioneel’ zijn? En dat ‘schrijven, dichten en performen’, op mijn manier, met name ‘emotioneel’ is? Misschien wel, maar nu ik er wat langer over nadenk, dekt die tweedeling eigenlijk niet de lading. De kracht, zoals ik het zie en voel, schuilt vooral in de combinatie van dat alles. Tenminste, zó zou ik graag de invulling zien van de activiteiten, die voortvloeien uit datgene waaraan ik mijn ‘vrije maandagen’ wil besteden.

Enfin. Allereerst maar eens vooral genieten van het gegeven dát er nieuwe uitdagingen zijn. En dat ik daar nu ook structureel tijd voor heb vrijgemaakt. Dat is een energie-gevende situatie, terwijl het tegelijk ook veel (positieve) energie vraagt. Ik probeer daar nu zo goed mogelijk de juiste weg in te vinden. Goeie keuzes te maken vanuit het besef dat er altijd nog andere keuzes mogelijk zijn. Al heeft dat ‘besef’ bij tijd en wijle wel eens wat overtuiging en bevestiging nodig. Maar dat is niet erg. Eigenlijk ook gewoon een keuze.

En dan realiseer ik me dat Pip en Mees op dit moment eveneens in een fase zitten dat ze keuzes aan het maken zijn. Geen vanzelfsprekende keuzes. Pip gaat werk weer met studie combineren en Mees zoekt in zijn studie naar de richting die hem de meeste voldoening gaat geven. Uitdagingen. Welke wil je aangaan? Keuzes. Wat zijn de juiste? Hun overwegingen en keuzemomenten zijn zeer zeker energie-vragend. Dat zie ik bij hen allebei. Maar van ganser harte hoop ik, dat wàt het straks ook gaat worden, wàt ze straks ook gaan doen, het op den duur vooràl energie-gevend zal zijn.

Dat wilde ik kort even kwijt. Voor mezelf en -al schrijvend- zeer zeker ook voor hen. Misschien dat ik een afgeleide van het bovenstaande ooit nog een keer ga beschrijven in een column. Wie weet. Of ik draag het voor in een parlando-gedicht op orgelmuziek. Bijvoorbeeld tijdens het afstudeerfeest van beiden. Mhm… een mooie uitdaging voor mij, maar over die invulling kan ik hen tegen die tijd misschien toch maar beter zelf laten kiezen… X

Geert orgelend

Gethsemane en de beste wensen…

Driekoningen. Zes januari. Een associatie die er zó ingeramd zit, dat het waarschijnlijk de enige woorden zullen zijn die ik straks als honderdjarige nog zal kunnen zeggen. En als 6 januari nou mijn verjaardag was, dan zou dat best nog slim klinken op die leeftijd, maar helaas. Dat is 7 mei. Zes januari is elk nieuwjaar de dag dat je nog nèt mensen het allerbeste voor het nieuwe jaar mag wensen. Dus dat wil ik bij deze als eerste dan nog snel even doen: iedereen de beste wensen.

6 januari 2018. Driekoningen, zoals gezegd. Ik zie ze in gedachten nog bij de zelfgemaakte kerststal van vroeger staan, op een plat stuk van met rotspapier verpakte, gestapelde dozen. In mijn beleving kwamen ze altijd van links, als je voor het kribje stond. En nu ik er zo over nadenk, over de hoek waar de kerstboom stond en de richting van de kerststal, dan wees dat ook wel richting Duitsland, dus het oosten. Geografisch dus geen slechte keus van mijn moeder om de drie wijzen daar neer te zetten.

Ik heb me dat eigelijk nog nooit gerealiseerd, tot zojuist, toen ik deze regels opschreef en de beelden van destijds in mijn herinnering kwamen. Ik merk dat naarmate de jaren vorderen, ik dat wel vaker doe. Beelden van nu, in gedachten, over herinneringen van vroeger leggen. En me dan verbazen over zowel de overeenkomsten als ook de verschillen. In allerlei opzichten. Hoe anders mensen met elkaar omgaan, onder andere door de voortschrijding van de techniek. Maar ook hoe hetzèlfde mensen van toen en nu zijn, als het gaat om karaktereigenschappen en eigenaardigheden.

Vanochtend heb ik gezocht naar een opname uit 2001, van de Rabobankproms. Iemand had mij verteld dat die hele uitzending onlangs op tv was geweest. Men had mij gezien, als presentator van die prachtige show, toen, 17 jaar geleden. Ik heb mezelf nog niet ontdekt, maar wel een aantal losse opnames van de Proms. Onder andere van Roy Verbeek, die daarin op een fenomenale manier het nummer Gethsemane vertolkt. Twee dagen geleden zag ik Roy nog. Hij maakt deel uit van de band Dear Mrs. Miller, die op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Horst aan de Maas speelde. Ook daar mocht ik de presentatie doen.

Via YouTube, luisterend naar een 17 jaar jongere Roy, raakte zijn vertolking me weer. En toen YouTube me na Roy nog een andere opname van Gethsemane aanbood, luisterde ik die ook. Vervolgens werd ik geboeid door een indrukwekkende liveversie van Ted Neeley tijdens een ‘Farewell tour’ in 2006 in New York. En daarna was ik eigenlijk heel benieuwd naar de uitvoering uit de film Jesus Christ Superstar. Die heb ik ook nog beluisterd. Destijds eveneens gezongen door Ted Neeley, maar dan 33 jaar eerder. Verschillen, maar ook veel overeenkomsten.

Ik kan me de film nog heel goed herinneren. Het lied Gethsemane maakte toen al indruk op me. De versie van Roy vanochtend haalde dat gevoel van ontroering weer naar boven. De twee versies van Ted Neeley voegden daar nog iets aan toe. Het besef dat over de jaren misschien wel heel veel verandert, maar dat de meest elementaire dingen toch hetzelfde blijven. Van de performance van Ted Neeley uit 2006 werd destijds geschreven dat hij niet meer goed bij stem zou zijn. Maar de beelden laten ook zijn medespelers in de coulissen zien, die ontroerd, met tranen in de ogen en vol bewondering naar zijn vertolking luisteren en kijken.

Twee dagen geleden, tijdens de receptie, zong Dear Mrs. Miller onder andere het nummer ‘In the eye’. Indrukwekkend. Marion Steeghs, Roy Verbeek, Joep Vullings, John Minten en Huub Dijckmans, samen als Dear Mrs. Miller, brachten een muzikaal hoogstandje en zongen in een prachtige harmonie en samenklank.

Eén dag later kreeg de receptie kritiek op social media. ‘ Te weinig opkomst’ las ik en zelfs ‘Stop het oeverloos geklets’. Zó jammer dat ik nergens teruglas hoe mooi de muziek was, of hoe waardevol wellicht de ontmoetingen waren, vóór, tijdens en na afloop van het reguliere programma… ‘In the eye’. Donderdagavond voelde ik op die plek wat prikken, zo mooi was het.

En vanochtend, bij het zien en horen van de verschillende versies van Gethsemane, was ik weer ontroerd. Juist door de elementaire dingen die door de jaren heen niet veranderen. De passie van een zanger. De trots van de ouders van een zangeres. De ontroering van de mensen die in de coulissen 33 levensjaren terughoren in een stem en daar de tranen van in de ogen krijgen. De waardering, juist voor die zaken die het verdienen om benoemd te worden. Misschien wel als tegenhanger van alles dat er te bedenken valt dat niet goed is.

Ik heb afgelopen donderdag in ieder geval genoten. En nu ter afsluiting, op de dag van Driekoningen, 6 januari 2018, wens ik dat iedereen toe. Ik hoop dat er zo nu en dan een traan in uw oog verschijnt. Van ontroering bij het aanschouwen van iets moois of bij een herinnering die opgeroepen wordt door een juist dáárom al waardevolle gebeurtenis in het nu. Dat wens ik u. Op 6 januari kan het nog. Met dank aan Marion, Roy, Dear Mrs. Miller, Ted Neeley én mijn vader, die ook snel ontroerd was…

Als luisterbestand voor de liefhebber: Gethsemane (Ted Neeley, 1973) – (Op 5:35) Mijn voorgelezen column – (Op 11.10) Pretty Amazing Grace (Neil Diamond, 2008)

Nog 10 uur…

Op een kwartier na, nog tien uur. Het is kwart over twee ’s middags. De laatste uren van dit jaar. Ik overtuig me zelf, net als de voorgaande jaren rond deze tijd, dat het een dag is als alle andere. Echter als ik de columns teruglees, die ik op die momenten geschreven heb, dan merk ik dat de laatste dag van het jaar niet speciaal mijn dag is…

Ik heb hieronder een aantal van die columns op een rij gezet, voor de liefhebber.

2007 Stilstaan bij meelopen

2010 Tweede Kerstdag

2011 De oplossing voor onbehagen

2012 Wéér het beste?

2014 Goede voornemens

2015 Wish you were here

2017 Kracht van woorden

Ondanks het grijze weer van vandaag, de gure wind en de zweem van koude regendruppels (…) neem ik me toch voor om de dag deze keer gewoon te nemen voor wat die is: een koude, natte, gure en grijze dag, op het einde van december…

Maar…

Daar zal ongetwijfeld een warme, droge, misschien wel zwoele en kleurige dag in mei tegenover komen te staan, komend jaar. Tegen elkaar wegstrepen die handel en volop genieten van de 363 dagen die dan nog overblijven. Is dat geen positieve gedachte?

Zo ga ik het doen. En als je het wat vindt, mag je het idee zo van me overnemen. Ik noem het ‘Pluk de dag en twee balansdagen mag’. Ik wens het jullie!

Nog negen uur…

Kracht van woorden

Goeie voornemens maken past bij deze tijd van het jaar. Als het straks 1 januari wordt, kun je die voornemens meteen ten uitvoer brengen. Meteen van start aan het begin van het nieuwe jaar. Eigenlijk vreemd, want dat zou natuurlijk ook best op 12 mei kunnen. Of 28 oktober. Maar goed. Naarmate de top 2000 steeds dichter naar het moment suprême toekruipt, komt het accent toch echt te liggen op de komende jaarwisseling. Met alle tradities van dien. Goede voornemens dus voor het nieuwe jaar.

Ik heb me voorgenomen om een dag in de week te besteden aan iets nieuws. Om die reden heb ik een aantal uren van mijn reguliere werk ingeleverd. Daarmee komt er (in principe op maandagen) tijd beschikbaar om professioneler te gaan doen wat ik daarvoor tussen alle bedrijven door met heel veel plezier vaak al deed: Me bezighouden met woorden en teksten, voor allerhande gelegenheden. Presenteerwerk, teksten op maat, voordrachten al dan niet op (buik)orgelmuziek en alles wat daar tussen ligt.

Laat 1 januari 2018 nu meteen op een maandag vallen. Ik kan dus gelijk van start met mijn voornemen. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik al een beetje heb voorgesorteerd op de nieuwe situatie. Zo heb ik bijvoorbeeld al een eerste gesprek gevoerd over een presentatie die ik in januari mag doen. Het vervolggesprek staat gepland op 8 januari. Jawel, ook op een maandag. Daarnaast heb ik een paar weken geleden een tekstvoordracht mogen houden en een gedicht mogen maken en voordragen ter gelegenheid van een afscheidsdienst.

Het voelt goed om daar mee bezig te zijn. Ik merk dat in woorden heel veel kracht kan schuilen, als je daarmee gedachten en gevoelens beschrijft. Op verschillende manieren. Er kan bijvoorbeeld troost uitgaan van een aantal zorgvuldig geschreven zinnen. Het voelt goed als geschreven woorden de kern raken van een emotie die spontaan vaak moeilijk in gesproken woorden is uit te drukken. Maar ook andersom. Gesproken tekst, bijvoorbeeld tijdens een presentatie, die gebaseerd is op het goed aanvoelen en spontaan beschrijven wat er op dat moment bij de aanwezigen leeft, kan de juiste snaar raken. En dat wil ik met ingang van 1 januari dus professioneler gaan oppakken!

Ik besef dat ik met deze column in feite gewoon reclame aan het maken ben voor mezelf en mijn voornemen voor het volgende jaar en de jaren daarna. Maar heej, waarom niet? Ik gebruik slechts woorden. Zelf bedachte onderdelen van een taal, die ik in de toekomst niet alleen voor mezelf wil inzetten, maar ook voor anderen. Niks mis mee toch? En mocht je het daar mee eens zijn, dan zou het aardig zijn om deze tekst van een kort commentaar te voorzien. Of je deelt ‘m. Of allebei: delen met commentaar! Want ook in dat opzicht hebben woorden kracht!

Hoe dan ook. Voor iedereen alvast het allerbeste voor het komende jaar gewenst!

Leven op stille momenten…

Het vaste ritueel vanochtend. De verwarming opdraaien naar 20. De luxaflex een kwartslag open. Zien dat het buiten wat grijzig kijkt op eerste kerstdag. Twee broodjes met kaas klaargemaakt. Half jus d’orange, half water in een beker. Gisteren voorgenomen om vandaag een verhaal te gaan schrijven. En daar zit ik dan.

Eens in de zoveel tijd is de keukenprullenbak met plastic vol en dat is vanochtend ook het geval. Mag je dat bij het ritueel tellen, als iets niet dagelijks gebeurt, maar toch herhaaldelijk terugkomt? Ik doe het gewoon. Eigenlijk als een soort bruggetje naar de top 2000, die elk jaar terugkomt. ‘Hou van mij’ op plek 1991, van het Goede doel speelt nu.

Ik denk heel even na over dat getal en meteen associeer ik het met ons jaar van trouwen. 1991. Het jaartal staat in onze trouwring. Met een beetje fantasie twee keer zelfs: 1991991. 19 september 1991. In de verkorte notatiewijze is het getal van voor naar achter en van achter naar voor te lezen. Dat vonden we toen leuk. En 26 jaar later eigenlijk nog wel, merk ik.

Jaren die voorbij gaan. Rond deze tijd een gedachte die vaker door mijn hoofd gaat. ‘Onherroepelijk’ is het woord dat me als eerste te binnen schiet. De tijd die voorbij is. De dingen die voorbij gaan. Wat blijft zijn slechts herinneringen. Maar hopelijk tegelijk ook bouwstenen voor de toekomst. Ik merk dat ik in mijn hoofd voortdurend op zoek ben naar balans. Harmonie en zingeving zoek in de dingen die gebeuren.

Ik denk terug aan droevige gebeurtenissen uit het verleden. Het overlijden van mijn zus, anderhalf jaar geleden. Ik denk aan mijn vader, die in 1994 is overleden en aan mijn moeder waar we in 1978 afscheid van moesten nemen. Ik denk aan de ouders van Thea, aan vrienden en bekenden die er niet meer zijn. En bij elke droeve gedachte neig ik naar een positieve tegenhanger. Dat patroon komt steeds weer terug. Ook een soort van ritueel? Lijfsbehoud?

Bij twijfel zekerheid zien? Bij kou warmte zoeken? Bij haat liefde geven? Zou dat leven zijn? Ook op stille momenten, zoals de vroege ochtend van de eerste kerstdag in 2017? Leven op stille momenten. Ook een mooie…

Leven op stille momenten

Waar de aarde de lucht raakt
Daar ontmoet ik jou

telkens weer

Stilte waar leven was
Daar groet ik jou

keer op keer

Als zekerheid bij twijfel
Als liefde bij haat
Of warmte bij kou

over en weer

Als stilte bij leven
Als nooit geblust vuur
En of ik van je hou

elke keer meer

Renée

Al maanden geleden had ik de kaartjes besteld. De beelden van een repeterende Renée, in het bijzijn van Liesbeth, hadden grote indruk op me gemaakt. Liesbeth List, in de nadagen van haar carrière, met een niet aflatende waardigheid, maar wel met een afnemende helderheid van geest. Haar ogen straalden bij het aanhoren van de stem van Renée en waarschijnlijk de herkenning van de teksten die zij zelf ooit had gezongen. Ooit, maar wanneer precies, dat leek in een steeds grijzer wordend verleden te liggen.

Hoe mooi, dacht ik toen, dat het leven en het werk van een mens op een dergelijke wijze vereeuwigd kan worden. Nog net op de valreep van een leven dat door het leven zelf steeds meer naar het onbewuste wordt geleid. Door Alzheimer, of andere geestdodende aandoeningen enkel nog tot herinneringen bij anderen leidt. Hoe mooi, dat juist die anderen die herinneringen levend willen houden, omdat ze toen al, nu nog en straks ook zo de moeite waard zijn.

Ik had kaartjes voor de eerste rij. Van dichtbij zag ik de opkomst van Renée, met een rode pruik in haar handen. In het bijzijn van het publiek zette ze die pruik op en vanaf dat moment was ze Liesbeth. Liesbeth List, die vervolgens haar leven aan een eettafel met gasten aan zichzelf voorbij zag trekken. Gebeurtenissen uit haar leven. Verhoudingen die ze had. Twijfels die haar verscheurden en successen die die tweestrijd weer tijdelijk deed verstommen. Maar het ging om meer dan Liesbeth List. Het ging om Renée. En het ging om ons.

Het lied ‘Laat me niet alleen’ (ne me quitte pas) zong Renée met zoveel overtuiging, dat ik vanaf rij 1 een traan over haar wang zag rollen. Niet alleen Liesbeth List’ angst om alleen gelaten te worden, lag in die traan. Het afscheid van mensen in het algemeen en vooral van hen die je lief zijn, dat zat in haar -en daarom ook in mijn- traan. Over haar en mijn wang rolde even dezelfde traan. Ik heb niet achter me gekeken, maar ik weet bijna zeker dat meer mensen uit het publiek die ervaring hadden. Zo mooi, om dat van dichtbij te mogen delen.

En dan de twijfel. Renée’s vertolking van het nummer van Edith Piaf, ‘Je ne regrette rien’, was daar een exceptioneel prachtig voorbeeld van. Op het moment van zingen was Renée Liesbeth en Edith tegelijk en je kon eigenlijk niet meer zien wie nu wie was. Was de verkrampte houding en de sjofele kleding nu van Piaf of van Liesbeth? Na het nummer was het Liesbeth die haar twijfels uitsprak over haar Piaf-vertolking. ‘Iedereen kon zien dat het niet goed was’, hoorde je Liesbeth zeggen. Haar twijfel werd ook onze twijfel. Het was Renée, die uiteindelijk alle twijfel weer wegnam.

‘Ik heb nergens spijt van’. De kracht van dat nummer, gerelateerd aan de twijfel die ieder mens van tijd tot tijd wel voelt. Zo indrukwekkend vertolkt door Renée, ondersteunt door het verhaal rondom Liesbeth. De performance raakte veel meer dan het leven van Liesbeth. Renée raakte ook haar eigen leven en dat van iedereen die herkende waar ze over zong. Een ovationeel applaus viel haar en haar crew terecht ten deel. Want in de kern klapten we eveneens voor onszelf en voor onze eigen levens. Dat we elkaar niet alleen wilden laten en dat we nergens spijt van zouden willen hebben. We klapten voor levensmoed. Voor het leven liefhebben en doorgaan.

En dat blijven we doen, zolang onze herinneringen het toelaten. Of zolang anderen onze herinneringen blijven delen. Mijn herinnering aan het optreden van Renée wil ik bij deze delen. Na afloop in de foyer nog even met haar gesproken. Het woord ‘ge-wel-dig’ in drie kussen in haar oor gefluisterd. Een dag later zag ik de prachtige reactie op Facebook van haar broer Peter: ‘Who are you, and what did you do with my sister 😉 #HeelTrots #ZoDeMoeiteWaard’. Wie ze was? Ze was Liesbeth en ze was Edith. Ze was ons allemaal en ze is Renée.

Rood

Twee minuten voor negen. Rob Hoeke via Spotify in de oortjes. Op de tv zie ik met een schuin oog een nepdirigent commentaar krijgen van een drietal kenners. Een uur geleden heb ik Ajax-PSV op tv gezien. Ook niet iets om vrolijk van te worden. Bij de zoveelste rotschop en elleboog in het gezicht zelfs een beetje walging voelen opkomen. Waar kijk ik eigenlijk naar…

De camera zoomt in op fans in blote bast. Ze gaan door het lint wanneer de ene (te) goed betaalde rotschop de andere (nog beter betaalde) elleboog een agressief duwtje geeft. Een klein relletje op het veld en de trieste heroïek op de tribune neemt nog droevigere vormen aan. De scheidsrechter doet zijn uiterste best om met gespeeld overwicht deze of gene te vertellen dat ellebogen en rotschoppen niet mogen. Oh? De kleur van zijn rode kaart verbleekt bij de rode waas die sommige spelers voor de ogen lijken te hebben bij de zoveelste aanslag op de enkels. Waar gaat het eigenlijk over…

Na afloop van de wedstrijd laat de camera zien hoe voetballers elkaar een hand geven. Ik ken de verschillende spelers niet goed genoeg om te zien of rotschop en elleboog nu weer vriendelijke voetbalcollega’s zijn, maar wat doet het er ook eigenlijk toe. Eerder vanmiddag bij een schaatssprintwedstrijd -toch een redelijk vriendelijke sport- spreekt de inleidende commentator van een ‘duel op leven en dood’.

Beide schaatsers bleven trouwens leven, maar wat zegt zo’n formulering over onze aandacht en soms doorgeslagen liefde voor de sport. Maakt clubliefde dat we onze eigen beperkingen mogen wegjoelen? Als wij winnen, sterft de tegenstander dan een beetje? Wat betekent ‘overleven’ in een competitie? Waar doen we het allemaal voor…

Veel nep en onterecht opgeklopte heroïek. Vermaak. Niet teveel bij stilstaan. Alleen nog even dit. Te pas en te onpas wordt verkondigd dat de wereld verandert. Ik vraag me af: zit een deel van die verandering ook in het ongevoelig worden voor het in oorlogstermen beschrijven van wat er zich in vredestijd allemaal afspeelt. Kruitdampen in de arena? Strijden op leven en dood? Misschien beginnen aanslagen elders ongemerkt wel bij de enkels van elleboog en rotschop… en menen we ons leven harmonisch te dirigeren, maar hebben we er eigenlijk de ballen verstand van.

 

Kees, Kevin en Pieter…

’n Moment tijdens de afscheidsreceptie van burgemeester Kees van Rooij, gisteravond in de Merthal. De koninklijke harmonie van Horst had zich opgesteld op de bühne. De drumband stond er voor. Tijdens mijn aankondiging zag ik de burgemeester al naar voren komen. Prima, want anders had ik hem sowieso naar voren gevraagd om de serenade in ontvangst te nemen. Daar waar hij plaats wilde nemen, liep ook Pieter enthousiast kleine rondjes.

Pieter, weliswaar klein van stuk, maar een grotere fan van welke muzikale happening dan ook bestaat er niet in Horst aan de Maas. Tegelijk kwam ook Kevin naar voren. Voor zover ik het kon zien wilde hij de burgemeester een hand komen geven. In Kevin’s kenmerkende ‘Gewoon doen-stijl’: enthousiast vlinderend van zijn ene been op zijn andere been, druk gebarend en een brede glimlach op zijn gezicht. De burgemeester bedacht zich geen moment, schoof twee stoelen bij en nodigde zowel Pieter als Kevin uit om bij hem te komen zitten. Ereplaatsen, om zo samen de serenade te beluisteren.

En ze genoten. Pieter. Kevin. Maar ook de burgemeester. Die momenten blijven me bij. Vooral dat spontaan aanschuiven van stoelen om samen te kunnen zitten en zo elkaar een gevoel van welkom te geven. Daarom wil ik dat moment hier ook even delen. Vergelijkbaar met wat zich ongeveer een uur eerder op ongeveer dezelfde plek afspeelde. Ik had ‘speciale gasten’ aangekondigd, om de verrassing voor de receptiegasten zo groot mogelijk te laten zijn, als ze vervolgens Jack Poels, Tren van Enckevort en Karlijn van Dinther zouden zien binnenkomen.

En dat werkte. Ook voor Pieter. Ik stond ernaast toen ik Jack Poels hoorde zeggen: ‘Ha Pieter, koomde ok luustere?’. Ja, beaamde Pieter, en tegelijk drukte Jack Poels de uitgestoken hand van Pieter. Een hand die Pieter al op vijf meter afstand een beetje weifelend maar tegelijk zeer enthousiast had uitgestoken richting Jack. Opnieuw een mooi moment van gezien worden. Mensen die elkaar herkennen, ónder de laag van het oppervlakkige. Dat gebeurt meestal in stilte en in fracties van een tel. Je moet het zien en dan in je hart voelen, want hoorbaar is het niet in het gonsende geluid van een netwerkende massa.

Evengoed is dat gonsende geluid een mooie basistoon voor een breed gedragen applaus of massaal meegezongen ‘Lang zal hij leven’. De afscheidsreceptie van burgemeester Kees van Rooij was in al zijn facetten een geslaagde happening. Het was een goeie keus om de gasten bij binnenkomst van rode harten te voorzien. Lampjes die pas gingen knipperen als de burgemeester de bezitter ervan persoonlijk de hand had gedrukt. In de rij staan was zo niet nodig. Naarmate de tijd vorderde, knipperden er steeds meer rode hartjes in de Merthal. Een mooi gezicht en eveneens een mooie symboliek.

Ook Pieter en Kevin liepen trots rond met hun opgespelde knipperende hartjes. Zij hadden de burgemeester al de hand geschud. Sterker nog, zij hadden zelfs bij de burgemeester aan tafel gezeten en hun muzikale passie met hem mogen delen. Het zijn zulke momenten waar ik blij van wordt. Zoals gezegd, ónder de laag van het oppervlakkige. Iets dieper dan wat er vaak aan de buitenkant te zien is. Net als het lampje van het rode hartje. Dat zit aan de binnenkant. Maar als het eenmaal áán is, schijnt het dwars door de buitenkant heen. Knipperend verbindt het dan alles en iedereen. Als je het ziet, tenminste. Net als Pieter. Of Kevin. Of de burgemeester. Zeg maar Kees.

Bladeren

Groen, rood, geel en bruin. In alle variaties, tinten en gradaties. Herfst in volle glorie. Ik ben vroeg opgestaan op mijn vrije vrijdag. In de krant zie ik dat er vandaag 50 procent kans op regen is. Thea herinnert mij er fijntjes aan dat het platte dak weer een keer van afgevallen bladeren moet worden ontdaan. Omdat ik op dat moment nog net aan de goeie kant van die 50 procent zit, besluit ik er meteen werk van te maken.

En uiteindelijk blijkt het een werkje van niks. Ladder uitklappen. Gewapend met een bladhark naar boven en in een veeg of tien ligt alles binnen handbereik. Rechtermouw opstropen en grijpen maar. Regenwater en natte bladeren voelen koud aan, zo vroeg op de vrijdagochtend, maar ook dat is overkomelijk. Als alles van het dak is en op de grond ligt, gebruik ik de bladhark opnieuw om ook de droge bladeren bij de natte te harken. En daar zie ik alle kleuren van de herfst zich langzaam vermengen.

Een mooi jaargetijde vind ik het. Zeker vanwege de aardse kleuren, maar vooral ook vanwege de potentie die er in verscholen ligt. Je zou dat misschien meer aan de lente toedichten, maar voor mij heeft de herfst een soortgelijke kracht in zich. De kracht van een belofte. Verval en aftakeling die nodig is om te vernieuwen. De belofte dat alles pas nieuw kan worden wordt als het oude is afgeschud. Afscheid van oud, welkom aan nieuw.

Nu ik dit zo opschrijf, gaan er andere gedachten door mijn hoofd. Associaties die ik krijg bij de kleuren, de bladeren, maar vooral bij die gedachte van vernieuwing van het oude. Volgend jaar, heb ik besloten, ga ik zelf voor iets nieuws. Ik ga een dag van mijn ‘oude’ werk inleveren om tijd te krijgen voor ‘nieuwe’ dingen. Eén dag in de week kleur geven aan andere zaken, die de belofte in zich dragen om uit te groeien tot iets moois.

Ik heb daar zin in. Melodietjes van mijn buikorgel voorzien van woorden die raken. Troostende teksten schrijven. Op verzoek gedachten en emoties verwoorden. In een verhaal, gedicht of column. Dat dan eventueel voordragen bij gelegenheden waar dat gewenst is. Woorden laten landen, als bladeren in de herfst. Kleurrijk. Met een belofte. Zinnen laten geuren, als bloemen in de lente. Verhalen van warme zomeravonden en koude winterochtenden.

Dat belooft wat. Vertel het door!

Een groengeelbruin blad
dwarrelt nat
naar beneden
raakt heel zachtjes
de aarde
en bedekt
het verleden

Kleurrijk samen
met anderen
naar onder gegleden
belooft elk blad
zijn waarde
die vertrekt
van het heden