Renée

Al maanden geleden had ik de kaartjes besteld. De beelden van een repeterende Renée, in het bijzijn van Liesbeth, hadden grote indruk op me gemaakt. Liesbeth List, in de nadagen van haar carrière, met een niet aflatende waardigheid, maar wel met een afnemende helderheid van geest. Haar ogen straalden bij het aanhoren van de stem van Renée en waarschijnlijk de herkenning van de teksten die zij zelf ooit had gezongen. Ooit, maar wanneer precies, dat leek in een steeds grijzer wordend verleden te liggen.

Hoe mooi, dacht ik toen, dat het leven en het werk van een mens op een dergelijke wijze vereeuwigd kan worden. Nog net op de valreep van een leven dat door het leven zelf steeds meer naar het onbewuste wordt geleid. Door Alzheimer, of andere geestdodende aandoeningen enkel nog tot herinneringen bij anderen leidt. Hoe mooi, dat juist die anderen die herinneringen levend willen houden, omdat ze toen al, nu nog en straks ook zo de moeite waard zijn.

Ik had kaartjes voor de eerste rij. Van dichtbij zag ik de opkomst van Renée, met een rode pruik in haar handen. In het bijzijn van het publiek zette ze die pruik op en vanaf dat moment was ze Liesbeth. Liesbeth List, die vervolgens haar leven aan een eettafel met gasten aan zichzelf voorbij zag trekken. Gebeurtenissen uit haar leven. Verhoudingen die ze had. Twijfels die haar verscheurden en successen die die tweestrijd weer tijdelijk deed verstommen. Maar het ging om meer dan Liesbeth List. Het ging om Renée. En het ging om ons.

Het lied ‘Laat me niet alleen’ (ne me quitte pas) zong Renée met zoveel overtuiging, dat ik vanaf rij 1 een traan over haar wang zag rollen. Niet alleen Liesbeth List’ angst om alleen gelaten te worden, lag in die traan. Het afscheid van mensen in het algemeen en vooral van hen die je lief zijn, dat zat in haar -en daarom ook in mijn- traan. Over haar en mijn wang rolde even dezelfde traan. Ik heb niet achter me gekeken, maar ik weet bijna zeker dat meer mensen uit het publiek die ervaring hadden. Zo mooi, om dat van dichtbij te mogen delen.

En dan de twijfel. Renée’s vertolking van het nummer van Edith Piaf, ‘Je ne regrette rien’, was daar een exceptioneel prachtig voorbeeld van. Op het moment van zingen was Renée Liesbeth en Edith tegelijk en je kon eigenlijk niet meer zien wie nu wie was. Was de verkrampte houding en de sjofele kleding nu van Piaf of van Liesbeth? Na het nummer was het Liesbeth die haar twijfels uitsprak over haar Piaf-vertolking. ‘Iedereen kon zien dat het niet goed was’, hoorde je Liesbeth zeggen. Haar twijfel werd ook onze twijfel. Het was Renée, die uiteindelijk alle twijfel weer wegnam.

‘Ik heb nergens spijt van’. De kracht van dat nummer, gerelateerd aan de twijfel die ieder mens van tijd tot tijd wel voelt. Zo indrukwekkend vertolkt door Renée, ondersteunt door het verhaal rondom Liesbeth. De performance raakte veel meer dan het leven van Liesbeth. Renée raakte ook haar eigen leven en dat van iedereen die herkende waar ze over zong. Een ovationeel applaus viel haar en haar crew terecht ten deel. Want in de kern klapten we eveneens voor onszelf en voor onze eigen levens. Dat we elkaar niet alleen wilden laten en dat we nergens spijt van zouden willen hebben. We klapten voor levensmoed. Voor het leven liefhebben en doorgaan.

En dat blijven we doen, zolang onze herinneringen het toelaten. Of zolang anderen onze herinneringen blijven delen. Mijn herinnering aan het optreden van Renée wil ik bij deze delen. Na afloop in de foyer nog even met haar gesproken. Het woord ‘ge-wel-dig’ in drie kussen in haar oor gefluisterd. Een dag later zag ik de prachtige reactie op Facebook van haar broer Peter: ‘Who are you, and what did you do with my sister 😉 #HeelTrots #ZoDeMoeiteWaard’. Wie ze was? Ze was Liesbeth en ze was Edith. Ze was ons allemaal en ze is Renée.

Rood

Twee minuten voor negen. Rob Hoeke via Spotify in de oortjes. Op de tv zie ik met een schuin oog een nepdirigent commentaar krijgen van een drietal kenners. Een uur geleden heb ik Ajax-PSV op tv gezien. Ook niet iets om vrolijk van te worden. Bij de zoveelste rotschop en elleboog in het gezicht zelfs een beetje walging voelen opkomen. Waar kijk ik eigenlijk naar…

De camera zoomt in op fans in blote bast. Ze gaan door het lint wanneer de ene (te) goed betaalde rotschop de andere (nog beter betaalde) elleboog een agressief duwtje geeft. Een klein relletje op het veld en de trieste heroïek op de tribune neemt nog droevigere vormen aan. De scheidsrechter doet zijn uiterste best om met gespeeld overwicht deze of gene te vertellen dat ellebogen en rotschoppen niet mogen. Oh? De kleur van zijn rode kaart verbleekt bij de rode waas die sommige spelers voor de ogen lijken te hebben bij de zoveelste aanslag op de enkels. Waar gaat het eigenlijk over…

Na afloop van de wedstrijd laat de camera zien hoe voetballers elkaar een hand geven. Ik ken de verschillende spelers niet goed genoeg om te zien of rotschop en elleboog nu weer vriendelijke voetbalcollega’s zijn, maar wat doet het er ook eigenlijk toe. Eerder vanmiddag bij een schaatssprintwedstrijd -toch een redelijk vriendelijke sport- spreekt de inleidende commentator van een ‘duel op leven en dood’.

Beide schaatsers bleven trouwens leven, maar wat zegt zo’n formulering over onze aandacht en soms doorgeslagen liefde voor de sport. Maakt clubliefde dat we onze eigen beperkingen mogen wegjoelen? Als wij winnen, sterft de tegenstander dan een beetje? Wat betekent ‘overleven’ in een competitie? Waar doen we het allemaal voor…

Veel nep en onterecht opgeklopte heroïek. Vermaak. Niet teveel bij stilstaan. Alleen nog even dit. Te pas en te onpas wordt verkondigd dat de wereld verandert. Ik vraag me af: zit een deel van die verandering ook in het ongevoelig worden voor het in oorlogstermen beschrijven van wat er zich in vredestijd allemaal afspeelt. Kruitdampen in de arena? Strijden op leven en dood? Misschien beginnen aanslagen elders ongemerkt wel bij de enkels van elleboog en rotschop… en menen we ons leven harmonisch te dirigeren, maar hebben we er eigenlijk de ballen verstand van.

 

Kees, Kevin en Pieter…

’n Moment tijdens de afscheidsreceptie van burgemeester Kees van Rooij, gisteravond in de Merthal. De koninklijke harmonie van Horst had zich opgesteld op de bühne. De drumband stond er voor. Tijdens mijn aankondiging zag ik de burgemeester al naar voren komen. Prima, want anders had ik hem sowieso naar voren gevraagd om de serenade in ontvangst te nemen. Daar waar hij plaats wilde nemen, liep ook Pieter enthousiast kleine rondjes.

Pieter, weliswaar klein van stuk, maar een grotere fan van welke muzikale happening dan ook bestaat er niet in Horst aan de Maas. Tegelijk kwam ook Kevin naar voren. Voor zover ik het kon zien wilde hij de burgemeester een hand komen geven. In Kevin’s kenmerkende ‘Gewoon doen-stijl’: enthousiast vlinderend van zijn ene been op zijn andere been, druk gebarend en een brede glimlach op zijn gezicht. De burgemeester bedacht zich geen moment, schoof twee stoelen bij en nodigde zowel Pieter als Kevin uit om bij hem te komen zitten. Ereplaatsen, om zo samen de serenade te beluisteren.

En ze genoten. Pieter. Kevin. Maar ook de burgemeester. Die momenten blijven me bij. Vooral dat spontaan aanschuiven van stoelen om samen te kunnen zitten en zo elkaar een gevoel van welkom te geven. Daarom wil ik dat moment hier ook even delen. Vergelijkbaar met wat zich ongeveer een uur eerder op ongeveer dezelfde plek afspeelde. Ik had ‘speciale gasten’ aangekondigd, om de verrassing voor de receptiegasten zo groot mogelijk te laten zijn, als ze vervolgens Jack Poels, Tren van Enckevort en Karlijn van Dinther zouden zien binnenkomen.

En dat werkte. Ook voor Pieter. Ik stond ernaast toen ik Jack Poels hoorde zeggen: ‘Ha Pieter, koomde ok luustere?’. Ja, beaamde Pieter, en tegelijk drukte Jack Poels de uitgestoken hand van Pieter. Een hand die Pieter al op vijf meter afstand een beetje weifelend maar tegelijk zeer enthousiast had uitgestoken richting Jack. Opnieuw een mooi moment van gezien worden. Mensen die elkaar herkennen, ónder de laag van het oppervlakkige. Dat gebeurt meestal in stilte en in fracties van een tel. Je moet het zien en dan in je hart voelen, want hoorbaar is het niet in het gonsende geluid van een netwerkende massa.

Evengoed is dat gonsende geluid een mooie basistoon voor een breed gedragen applaus of massaal meegezongen ‘Lang zal hij leven’. De afscheidsreceptie van burgemeester Kees van Rooij was in al zijn facetten een geslaagde happening. Het was een goeie keus om de gasten bij binnenkomst van rode harten te voorzien. Lampjes die pas gingen knipperen als de burgemeester de bezitter ervan persoonlijk de hand had gedrukt. In de rij staan was zo niet nodig. Naarmate de tijd vorderde, knipperden er steeds meer rode hartjes in de Merthal. Een mooi gezicht en eveneens een mooie symboliek.

Ook Pieter en Kevin liepen trots rond met hun opgespelde knipperende hartjes. Zij hadden de burgemeester al de hand geschud. Sterker nog, zij hadden zelfs bij de burgemeester aan tafel gezeten en hun muzikale passie met hem mogen delen. Het zijn zulke momenten waar ik blij van wordt. Zoals gezegd, ónder de laag van het oppervlakkige. Iets dieper dan wat er vaak aan de buitenkant te zien is. Net als het lampje van het rode hartje. Dat zit aan de binnenkant. Maar als het eenmaal áán is, schijnt het dwars door de buitenkant heen. Knipperend verbindt het dan alles en iedereen. Als je het ziet, tenminste. Net als Pieter. Of Kevin. Of de burgemeester. Zeg maar Kees.

Bladeren

Groen, rood, geel en bruin. In alle variaties, tinten en gradaties. Herfst in volle glorie. Ik ben vroeg opgestaan op mijn vrije vrijdag. In de krant zie ik dat er vandaag 50 procent kans op regen is. Thea herinnert mij er fijntjes aan dat het platte dak weer een keer van afgevallen bladeren moet worden ontdaan. Omdat ik op dat moment nog net aan de goeie kant van die 50 procent zit, besluit ik er meteen werk van te maken.

En uiteindelijk blijkt het een werkje van niks. Ladder uitklappen. Gewapend met een bladhark naar boven en in een veeg of tien ligt alles binnen handbereik. Rechtermouw opstropen en grijpen maar. Regenwater en natte bladeren voelen koud aan, zo vroeg op de vrijdagochtend, maar ook dat is overkomelijk. Als alles van het dak is en op de grond ligt, gebruik ik de bladhark opnieuw om ook de droge bladeren bij de natte te harken. En daar zie ik alle kleuren van de herfst zich langzaam vermengen.

Een mooi jaargetijde vind ik het. Zeker vanwege de aardse kleuren, maar vooral ook vanwege de potentie die er in verscholen ligt. Je zou dat misschien meer aan de lente toedichten, maar voor mij heeft de herfst een soortgelijke kracht in zich. De kracht van een belofte. Verval en aftakeling die nodig is om te vernieuwen. De belofte dat alles pas nieuw kan worden wordt als het oude is afgeschud. Afscheid van oud, welkom aan nieuw.

Nu ik dit zo opschrijf, gaan er andere gedachten door mijn hoofd. Associaties die ik krijg bij de kleuren, de bladeren, maar vooral bij die gedachte van vernieuwing van het oude. Volgend jaar, heb ik besloten, ga ik zelf voor iets nieuws. Ik ga een dag van mijn ‘oude’ werk inleveren om tijd te krijgen voor ‘nieuwe’ dingen. Eén dag in de week kleur geven aan andere zaken, die de belofte in zich dragen om uit te groeien tot iets moois.

Ik heb daar zin in. Melodietjes van mijn buikorgel voorzien van woorden die raken. Troostende teksten schrijven. Op verzoek gedachten en emoties verwoorden. In een verhaal, gedicht of column. Dat dan eventueel voordragen bij gelegenheden waar dat gewenst is. Woorden laten landen, als bladeren in de herfst. Kleurrijk. Met een belofte. Zinnen laten geuren, als bloemen in de lente. Verhalen van warme zomeravonden en koude winterochtenden.

Dat belooft wat. Vertel het door!

Een groengeelbruin blad
dwarrelt nat
naar beneden
raakt heel zachtjes
de aarde
en bedekt
het verleden

Kleurrijk samen
met anderen
naar onder gegleden
belooft elk blad
zijn waarde
die vertrekt
van het heden

Helden 1.0

eenEen… Twee… Drie… Prachtig getimed stonden ze uiteindelijk alledrie op de bühne van de Weijer in Boxmeer. Er waren al een aantal indrukwekkende scenes aan vooraf gegaan, maar dit was er óók een hoor! Nummer één die via de prachtig geïmproviseerde circustent de bühne opliep, had in zijn eentje de show al kunnen stelen. In z’n ene hand een kopje. In z’n andere hand het schoteltje. Het plaatje was perfect. Zoveel tragiek en kracht tegelijk in één stillevend beeld. Wauw…!

tweeEven later kwam nummer twee erbij. Net als nummer één, met een kopje en schotel in zijn handen. Het totaalbeeld dat dit tweetal creëerde ademde spanning en dynamiek. Ze namen de tijd. Of eigenlijk nam nummer drie de tijd, getuige de veelzeggende blikken van de eerste twee, richting de ingang van de circustent. En jawel. Daar kwam nummer drie. In zijn eigen tempo. Perfect getimed. Langzaam. Zoals dat soms in het leven gaat.

drieHet drietal vormde één van de circusacts, die onderdeel uitmaakten van de voorstelling Helden 1.0. Wat een prachtige vondst om deze drie acteurs onderling hun kopjes te laten uitwisselen! En dat pas deden nadat ze het publiek onmiskenbaar duidelijk hadden gemaakt wat nou het kopje was en wat het schoteltje. Geniaal. Ik vermoed dat dit -tot ontroering leidende- tafereel uit het brein ontschoten is van de regisseuse Kitty Korebrits.

Kitty regisseert theater Kleinkunst. Het theater dat onderdeel is van Gewoon Doen Zorg, waar Sandy Uytterhoeven haar passie voor zorg vertaald heeft in een goed doordacht en vernieuwend concept. Gelijkheid van mensen staat hoog in haar vaandel. Mensen die, ieder met hun eigen kracht en mogelijkheden, op een indrukwekkende manier in staat zijn om te ontroeren en warmte te brengen in de samenleving. Ik lees het op de site van Gewoon Doen.

En zo was het. Dat is wat ze deden. Me ontroeren. Me vervullen met warmte. De voorstelling Helden 1.0 heeft indruk gemaakt. Mieke, Harold, Natali, Judith, Hannie, René, Jacky, Kevin, Loes, Puck, John, John, Mike, Martien en Leroy. Met z’n vijftienen verkenden ze onze wereld. Lieten ze zien waar we heel vaak blind voor zijn. Reisden ze de reis die veel van ons veel te weinig maken. Er zijn voor elkaar. Niemand vergeten en uitdagingen niet uit de weg gaan. Koorddansend of schaatsend, dat maakt niet uit. Vèrder komen, daar gaat het om.

En daar zorgen, behalve de vijftien helden hierboven al genoemd, een hele serie andere helden voor. Iedereen gelijk, dus hier komen ze: Bart, Sandy, Kitty, Suzanne, Loukie, Marga en Bart (prachtige muziek!). Mocht ik iemand vergeten zijn, bij deze mijn excuus. Maar ik heb vanmiddag geleerd dan er dan altijd wel weer helden zijn die wèl aan deze vergeten persoon denken. Dat ontroert, geeft hoop en warm vertrouwen. Daarom heel veel dank en nogmaals een applaus. Ik sluit af met… één, twee drie… een hele diepe buiging!

drieeenheid2

Stip

Vandaag een aantal interessante gesprekken gevoerd. En of het toeval is of niet, heel vaak sluiten artikelen die ik daarna in de krant lees daar dan op aan. ‘Synchroniciteit’ heet dat volgens mij, maar ik weet niet of dat helemaal de lading dekt. Maakt ook niet uit. Het begon vanmorgen tijdens het hardlopen. Of eigenlijk tijdens het ‘iets-minder-hardlopen’, omdat we een 10 km lang gesprek hadden. Over van alles. En bovendien nog een witte reiger zagen. Zeldzaam. Die reiger. Niet die gesprekken. En dat is fijn.

We hebben het over pseudo-diepgang gehad. Maar ook over rigiditeit van organisaties en hoe lastig dat te veranderen is. Over logisch verstand versus systemen en structuren. Op 6 km ging het even over de waarde van enquêtes. Kunnen waardeloze vragen wel tot waardevolle antwoorden leiden, vroegen we ons af? Al (minder) hardlopend leg je dan verbanden die je in stilstand vaak niet ziet. Mooi is dat. Op die manier zijn grote dilemma’s ook terug te voeren naar de verwarrende eenvoud van een overbodig gestelde enquete-vraag: Uitkomsten roepen dan enkel nieuwe vragen op.

Thuis dacht ik daar over na. Over wat we hadden gezegd over systemen en structuren. En ik fantaseerde door over theorieën en strategieën. Over stippen die op de horizon worden gezet. Los van de praktijk gezongen vergezichten, die ons naar de toekomst zouden moeten leiden. ‘Zouden moeten’, omdat de weg naar de horizon weliswaar met piketpaaltjes is uitgezet maar die worden in de loop van de tijd noodzakelijkerwijs wel verzet. Niets mis mee, zo op het eerste gezicht. Wandelend of hardlopend naar die stip heeft men dat -nu ik zo naar het woord kijk eigenlijk heel voor de hand liggend- ‘voortschrijdend inzicht’ genoemd.

Wat mij echter wel een beetje verontrust, is dat de horizon -en dus ook die stip- al naargelang je dichterbij komt, met je meeschuift om vervolgens weer net zo ver van je af te liggen als toen je begon te wandelen. Daar sta je dan even bij stil. Je kijkt naar die stip. Denkt na en vervolgens denk je dat dat misschien juist daarom wel ‘visie’ wordt genoemd… die je in de de nieuwe werkelijkheid van waar je dan staat waarschijnlijk wel wat moet bijstellen.

Maar ik draaf wat door. Synchroniciteit, daar ging het om. Interessante gesprekken en navenante artikelen. In een gesprek werd een metafoor gebruikt. ‘Een olifant kopen is het probleem niet, maar het voer voor die olifant kan wel een probleem worden’. Het schijnt een uitspraak van een plaatselijke politicus te zijn. Afijn. Waar valt mijn oog op terwijl ik de Volkskrant lees? Een andere metafoor, weer met een olifant. ‘Door de olifant op te delen krijg je geen kleine olifantjes’. En even later in hetzelfde artikel deze: ‘Alleen de staart van de olifant zien en tegelijk weten dat hij er helemaal is, geeft vreselijke onzekerheid’. Het opinie-artikel in de Volkskrant gaat overigens over de ‘integrale’ aanpak tegen jihadisme. Annebregt Dijkman zegt daar interessante dingen over.

En dan deze. In dezelfde Volkskrant het artikel over het gevaar van de sociale media. De kop: De schepping van het nieuwe monster. Facebook en Twitter, zo schrijft Huib Modderkolk, beloofden ons ‘dat ze ons blikveld zouden verruimen. Kennis zou toenemen en de feiten zouden winnen.’ Oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg, schreef destijds (2012) in een brief aan investeerders ‘dat Facebook nooit opgericht is om een bedrijf te zijn. Het is gebouwd als sociale missie: om de wereld meer open en verbonden te maken.’ Je zou dat een stip op de horizon kunnen noemen. Modderkolk betoogt in zijn artikel dat het streven van toen anno nu toch niet helemaal zo uit de verf gekomen is.

Nepvolgers, spambots en trollen zijn nu aan de orde van de dag. Ze infiltreren Facebook en Twitter en beïnvloeden de publieke opinie, door structureel nepnieuws en misleidende informatie te verspreiden. En Facebook en Twitter trekken zelf hun piketpaaltje van openheid uit de grond, door via strikt geheim gehouden algoritmes hun klanten slechts die boodschappen te laten zien, die voor hun eigen investeerders interessant zijn. Hoezo nooit opgericht om een bedrijf te zijn? De stip aan de horizon van toen is met hen meegeschoven. En wij schoven met miljoenen mee.

Een paar interessante passages nog uit het artikel: ‘Mensen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk zijn het zichtbaarst aanwezig op Facebook en Twitter’ (Fidan Ekiz, schreef essay over het verdwijnen van de gematigde stem). ‘Door onze data te verzamelen hebben ze een portret van onze ziel gemaakt, dat ze gebruiken om massagedrag (en steeds meer ook individueel gedrag) ongezien te sturen en zo hun financiële belangen te dienen’ (Franklin Foer, Amerikaans journalist, schreef ‘Ontzielde wereld’).

Allemaal naar aanleiding van 10 km hardlopen op een zaterdagmorgen. Er liepen ons vanochtend verschillende hardlopers tegemoet. Zouden zij er vandaan komen? Een stip hebben achtergelaten? Hoe ver zou die horizon eigenlijk van ons af liggen? Volgende week toch eens ter sprake brengen als we weer gaan hardlopen. En tot die tijd maar gewoon blijven doorlopen. Misschien zie ik nog wel een witte reiger. Of iets anders dat zeldzaam is.

101 jaar…

Op een vrijdagavond werd ik gebeld. ‘Op verzoek van de dochter van de overleden mevrouw Nelly Mooren-Benders’, zei de uitvaartbegeleidster die ik aan de telefoon had. Nelly Mooren-Benders was een dag daarvoor overleden. Op 101-jarige leeftijd! Na die introductie vroeg ze of ik tijdens de afscheidsdienst van Nelly een verhaal en een gedicht wilde voorlezen. Als ik dat wilde doen, dan moest ik maar een appje sturen. De uitvaartbegeleidster zou me dan het telefoonnummer van de dochter terug-appen zodat ik met de dochter verder zou kunnen overleggen. Een beetje beduusd was ik van het verzoek. Beduusd, maar tegelijk vereerd en eigenlijk vooral nieuwsgierig.

101 jaar. Mijn hemel. Ik besloot meteen te googelen op de naam van Nelly en haar leeftijd. Vrij snel kwam ik een bericht tegen van een honderdjarige mevrouw Mooren die vorig jaar aan het dorp Grubbenvorst een zeldzame driekleurige beuk had geschonken. Even verder zoekend kwam ik uit bij het filmpje dat Reindonk er van had gemaakt. Mooie beelden waar Nelly, heerlijk ingepakt in dekens en met een constante serene glimlach op haar gezicht, getuige was van het officiële moment dat de boom aan de gemeenschap van Grubbenvorst werd overgedragen. Nelly markeerde dat moment en de burgemeester hielp haar daarbij.

Dezelfde burgemeester had de eeuweling eerder al gefeliciteerd. Ook daar kwam ik foto’s van tegen op internet. Weer met een vriendelijk glimlachende Nelly. Opmerkelijk vond ik een ander bericht dat er jaren eerder postzegels aan Nelly waren overhandigd. In voormalig kamp Amersfoort werden op die manier jaarlijks mensen geëerd, die in de oorlog voor de gevangenen van grote betekenis waren geweest. Nelly onderging die huldiging met een voorzichtige glimlach, zag ik op de foto. In het artikel las ik tussen de regels over haar onverzettelijkheid maar tegelijk ook over haar bescheidenheid. Eerbetoon voor haar verzetsdaden wuifde ze meestal weg, met de reden dat anderen die loftuitingen nog meer verdienden.

Diezelfde avond al besloot ik aan het telefonische verzoek tegemoet te komen. Alleen al het lezen over deze bescheiden vrouw en het zien van haar foto’s werkte inspirerend. Ik kon het niet verklaren en ik wist ook nog niet goed wat haar dochter zich voorstelde van mijn bijdrage. Maar toen ik een dag later haar telefoonnummer kreeg en met haar over haar moeder sprak was er voor mij geen enkele twijfel meer. Een verhaal en een bijbehorend gedicht van mijn hand had de dochter aangezet om mij te vragen. Het was nagenoeg van A tot Z van toepassing op Nelly, vertelde ze me. En terloops vroeg ze of ik daarnaast ook een tweede moment in de dienst wilde invullen. Hoe, mocht ik zelf weten.

Ik heb over die tweede bijdrage een paar dagen nagedacht en in de tussentijd over en weer verschillende mails gedeeld met de dochter. Ze stuurde me de grafrede toe die ze voor haar moeder had geschreven. Zo indrukwekkend om die te lezen en te zien hoeveel liefde erin beschreven was. Tegelijk ook ervaren hoevéél mensen voor elkaar kunnen betekenen. Een universeel gevoel bijna. Haar broer zou het In Memoriam schrijven, vertelde de dochter. Dat zou ik ook toegestuurd krijgen, zodat ik uit zijn herinneringen eveneens zou kunnen putten voor mijn tweede bijdrage. Het voelde bijna natuurlijk om dit alles te delen met elkaar. Ik heb dat gevoel omgezet in een tweede gedicht en dat heb ik hen diezelfde avond gemaild.

dienst
Bij het binnenkomen van de kapel

Op twee momenten in de afscheidsdienst heb ik vandaag mijn woorden mogen delen met allen die haar nabij waren. Bij het afscheid van een vrouw die méér dan een eeuw haar stempel had gedrukt op de levens van heel veel anderen. Ik ‘kende’ haar nog maar een week en toch voelde het alsof ze met haar bescheidenheid en kracht ook mij had geraakt. Het was heel speciaal om even een onderdeel te mogen zijn van datgene dat zij in méér dan een eeuw had bewerkstelligd. Ze deed dat, omdat ze niet anders kon. En ze kon het, omdat ze niet anders deed dan dat ze was. Glimlachend. Met de wijsheid van een eeuw. Dat, en nog een beetje meer…

Voor Elke en Geert, familie en bekenden.

Een eeuw was jij op aarde
En nog een beetje meer
Dat heeft zo’n grote waarde
En nog een beetje meer
Je gaf de mensen hoop en
nog een beetje meer
Je leerde kinderen lopen
en nog een beetje meer…

Het lot dat jij aanvaardde
en dat ook telkens weer
Respect dat jij vergaarde
en nog een beetje meer
Je liep er nooit zo mee te koop en
toch aan jou de eer
Je hart stond steeds wijd open
en nog een beetje meer…

Jouw boom heeft nu drie kleuren
en nog een beetje meer
Niets kan jou nog gebeuren
Je bent in hoger sfeer
Jouw beuk die zal ons wenken
Elk jaar weer  keer op keer
We blijven aan je denken
en nog een beetje meer…

Anne

Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren…

Herman van Veen

Een zomerdag in oktober. Genieten van het weer met de kop vol gedachten. Op het ene moment over de betrekkelijkheid en op het andere moment over de zin van alles. 24 graden op 14 oktober. Hoe betrekkelijk en hoe zinvol wil je het hebben. In de krant vanmorgen gelezen dat de ‘volkswoede samenkomt in de petitie over Anne Faber’. Opnieuw, hoe zinvol en hoe betrekkelijk. Hoezo, via een petitie ‘eisen’ dat een ‘falend rechtssysteem wordt doorgelicht’ om zo te zien waar ‘de lekken zaten en waar het misging’. Of deze: ‘Wij roepen hen die verantwoordelijk zijn, onder andere het ministerie van Veiligheid en Justitie, ter verantwoording en eisen een verklaring’. En ‘wij’, dat zijn (zojuist even gekeken) al meer dan 350.000 Nederlanders die sinds gisteren hun digitale handtekening hebben gezet, zodat ‘dit nooit meer kan gebeuren’.

Nooit meer? Altijd minder? Vanmorgen een Ted-talk op YouTube gezien van Yuval Noah Harari. Hij heeft het over de objectieve wereld, zoals we die kunnen zien, voelen en ruiken. Daarnaast bestaat er volgens hem een subjectieve, fictieve, wereld, en het is die combinatie van twee werelden die ons mensen in staat heeft gesteld om de machtigste diersoort op aarde te worden. Met positieve gevolgen maar ook negatieve. Wat ons onderscheidt van dieren is dat wij massale, concrete en objectieve samenwerking combineren met het maken van afspraken over de fictieve wereld, zo stelt hij. Als voorbeeld noemt hij geld. Een chimpansee zal nooit een op zich waardeloos stukje papier inruilen voor een tros bananen. ‘Ik ben toch geen mens’, zou de chimpansee spottend kunnen denken.

Het is in die fictieve wereld, waar we menen dat verantwoordelijken verantwoording en verklaringen moeten afleggen. We hebben tenslotte met elkaar afgesproken dat iedereen recht heeft op veiligheid. En als die afspraak geschonden wordt door een onverlaat, dan is het behalve op de onverlaat waarop onze woede zich richt, vooral ook het systeem daarachter. Het systeem dat gefaald zou hebben om Anne te beschermen, maar -erger nog- lijkt te falen om ons als groep te beschermen. Dat we ook met z’n allen hebben afgesproken dat iedereen recht heeft op vrijheid, is in dit verband een lastig detail. In de petitie wordt namelijk ook geëist dat er een onderzoek moet komen naar de forensisch psychiatrische kliniek, die de verdachte de vrijheid gaf. Misschien is in de objectieve wereld zo’n onderzoek een verdedigbaar en best begrijpelijk initiatief. Maar in de fictieve wereld van internet, petities en social media is zo’n onderzoek een overbodige stap, omdat daar zowel het ministerie als ook de kliniek eigenlijk bij voorbaat al schuldig zijn verklaard.

Het artikel in de krant strooit met woorden als ‘stortvloed aan reacties’, ‘losgebarsten volkswoede’, ‘alarm slaan’, ‘platgebombardeerd’, ‘mokerslag’, ‘ontploffen op social media’ en ‘wantoestanden’. En dan moet het onderzoek dat wordt geëist nog beginnen. De initiatiefneemster van de petitie voelde ‘dat ze namens het Nederlandse volk moest spreken’. En uiteraard voor zichzelf en haar drie dochters, die volgens de krant 8, 15 en 17 jaar oud zijn. Dat objectieve en tegelijk totaal overbodige gegeven, geassocieerd met de constatering dat ‘verschillende inwoners uit Den Dolder zich niet meer veilig voelen’, kleurt het plaatje verder in. Iemand heeft het gedaan. We ‘weten’ waar de schuldigen zitten en het mag ‘nooit meer gebeuren’. In de subjectieve wereld heeft de massa die afspraken met elkaar maakt de waarheid in pacht. In de objectieve wereld is dat fictie.

Ik denk aan Anne Faber. Op deze zomerdag in oktober. Twee weken geleden was het volop herfst. Ook in Zeewolde. En over een week is het dat waarschijnlijk weer. Nu genieten met de kop vol gedachten en het tegelijk ook allemaal niet weten. Betrekkelijkheid en de zin van alles. In een wereld waar ‘nooit meer’ hetzelfde kan zijn als ‘altijd minder’ en dan toch nog teveel is. Of te weinig. De teller van de petitie staat nu op 350.853. Allemaal potentiële slachtoffers. Maar helaas ook mogelijke daders…

Eberhard en wij

Vrijdag, laat op de avond, zapte ik nog naar de uitzending van Pauw. Aan zijn tafel zaten mensen die op de een of andere manier van doen hadden met Eberhard van der Laan. De burgemeester van Amsterdam was donderdag gestorven, dus als een soort eerbetoon was dit waarschijnlijk een speciale editie van Pauw. De burgemeester van Rotterdam, Aboutaleb, zat er. En Wouter Bos, voormalig PvdA minister. Gerdie Verbeet, ex-Kamervoorzitter. Henk Dijkstra van het leger des Heils van Amsterdam was ook aangeschoven. En verder nog een journalist waar ik de naam van vergeten ben maar die blijkbaar veel met Van der Laan was opgetrokken. Jeroen Pauw liet ieder om beurten aan het woord om zijn of haar ervaringen met Van der Laan te delen.

De woorden gingen vergezeld van beelden. Fragmenten uit het leven van Van der Laan. Interessant om te zien en te horen hoe de ene loftuiting de andere nog versterkte. Het waren mooie beelden. Uit Zomergasten bijvoorbeeld, waar Van der Laan nog niet zo lang geleden in zijn ziel had laten kijken. Hij was toen al ernstig ziek maar liet dat tijdens die uitzending vooral tussen de regels blijken. De liefde voor zijn stad Amsterdam en zijn drang om daar tot aan het eind toe voor te blijven werken, waren tekenend, aldus de gasten van Pauw. Het fragment werd getoond waar Amsterdammers, Ajax-fans en Marokkanen eensgezind voor het huis van de voetballer Abdelhak Nouri hun steun betuigden. Van der Laan kreeg in Zomergasten tranen in de ogen bij die beelden.

Ik ken Eberhard van der Laan verder niet. Uit de beelden die ik zie en de verhalen die ik lees, zou ik kunnen afleiden dat het een aimabel man moet zijn geweest. Welbespraakt, het hart op de tong en met een enorme dadendrang. Na Zomergasten bleek Nederland en vooral Amsterdam geraakt. Er ontstond spontaan een soort van ‘wake bij leven’ voor de ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam. Mensen toonden hun medeleven en hun verdriet. Gisteren in de uitzending van Pauw zag ik een fragment waarin de vrouw van Eberhard een menigte toespreekt en hen bedankt voor hun steun en medeleven. Ik denk dat het tijdens die, via social media, massaal geworden wake was, maar zeker weet ik dat niet.

Vanmorgen las ik de column van Bas Heijne op nrc.nl. ‘Verdriet’ was de titel en hij ging in op de aandacht die er rondom Van der Laan en zijn ziekte was ontstaan. Bas Heijne zei daarin een aantal rake dingen. Hij haalde de reactie aan van Van der Laan bij de beelden van Nouri. Heine citeerde Van der Laan: ‘Het is een onwaarschijnlijk verdriet dat iemand met zoveel perspectief zoveel pech heeft en afgesneden wordt van dat perspectief’. Wie zich Zomergasten kan herinneren weet dat op dat moment de emotie Eberhard even overmande. Bas Heijne constateert mijns inziens terecht dat de woorden over Nouri ook over Van der Laan zelf gingen.

Heijne typeert Van der Laan als iemand die nuchterheid met gedrevenheid combineerde. Betrokkenheid zonder sentimentaliteit. De uitzinnige bewondering die Van der Laan in de laatste maanden van zijn leven ten deel viel, staat daar haaks op, schrijft Heine, maar hij heeft daar vervolgens wel begrip voor. Ik citeer Bas Heijne: ‘Het ‘onwaarschijnlijke verdriet’ over Nouri waar hij tijdens Zomergasten over sprak, ging over het naakte besef dat het leven niet te besturen valt. De mens is een kwetsbaar wezen, en juist met die kwetsbaarheid weten we ons publiekelijk steeds minder raad’. Einde citaat.

Heijne gaat verder in zijn analyse: Het zieke jongetje Tijn met zijn nagellak, Nouri en nu de burgemeester van Amsterdam. Het waren mensen die werkelijk in iets geloofden, schrijft Heijne. Mensen die daarbij ‘hun ego ondergeschikt maakten aan iets dat groter was dan henzelf. Nederland raakt ontroerd bij de onrechtvaardigheid van hun lot, maar ook door de goedheid en de bevlogenheid van deze mensen, die iets wilden betekenen voor anderen. Die een vanzelfsprekende betrokkenheid hadden, aldus Heine, bij een groep, een omgeving of een gemeenschap.

Heijne sluit zijn column af door Van der Laan een witte raaf te noemen in een land waar de politiek ‘het zoekt in doorzichtig effectbejag en theatrale vlerkerigheid’. Dat laatste kan ik niet beoordelen, omdat ik in principe met de landspolitiek net zo onbekend ben als met Van der Laan zelf. Maar ik kan me bij de woorden van Heijne wel iets voorstellen. Heijne lijkt mijn twijfel aan te voelen. Hij schrijft: ‘Zijn dood is ook een verlies voor wie hem niét kende’. En zijn slotzinnen raken opnieuw mijn onbestemde gevoel dat ik gisteravond had bij het zien van de uitzending van Pauw. Heijne schrijft: ‘..je zou hopen dat ons verdriet niet blijft steken in het eren van zijn uitzonderlijkheid. Waar hij voor stond, zou gewóón moeten zijn, voor iedereen. Dát is zijn erfenis’. Einde citaat.

Gisteravond Pauw, vanmorgen de column van Bas Heijne. Tijdens het hardlopen vanochtend bedacht ik me dat intense droefheid of -zoals Bas Heine schrijft- ‘onwaarschijnlijk verdriet’ niet afhankelijk is en eigenlijk ook totaal los staat van media of massale aandacht. Toen ik vrijdagavond van de Hiltho naar huis reed, passeerde ik een café aan de Venrayseweg. Ik zag een wit A4 aangeplakt aan de binnenkant van de ingangsdeur van het café, dat verder helemaal donker was. Ik wist waarom.

Ik heb de tekst vanuit de auto niet kunnen lezen, maar ik weet bijna zeker dat er iets gestaan heeft in de strekking van ‘gesloten wegens familieomstandigheden’. Zo dichtbij. Ook een ‘onwaarschijnlijk verdriet’. Terechte tijd voor bezinning. Tijd om te aanvaarden wat eigenlijk onaanvaardbaar is en niet in tijd te vangen. ‘De mens is een kwetsbaar wezen, en juist met die kwetsbaarheid weten we ons publiekelijk steeds minder raad’, las ik vanochtend. Dat herken ik. En ik wens juíst daarom, ietwat radeloos, bij deze toch veel kracht toe aan hen die zich in deze woorden herkennen.

collage


Column voorgelezen tijdens Wört, de rubriek van Weekendpraot op radio Reindonk. Voorafgegaan door ‘Adios Lounge’ (Bob Forrest & Tom Waits) en afgesloten door ‘Kus mich dan’ (Arno Adams). Column start op 4:24 en loopt door tot 10:50.

 

Atrium

‘Ik ruik wierook’, zei Thea, terwijl we naar de plaatselijke modellen keken, die de schoenen en kleding van lokale ondernemers showden. Het was vorige week zondag. Koopzondag en het weer was fantastisch. Op de posters had het al gestaan. ‘Atrium’, in grote letters. Modeshow op koopzondag, zoals dat al wel vaker was georganiseerd. Nieuw was dat deze keer onze Mees ook meeliep in de show. En nieuw was ook dat de show in het atrium werd gehouden. Het voorportaal van de Sint Lambertuskerk, die voor de gelegenheid ook haar deuren wagenwijd had opengezet. Dat verklaarde de wierookgeur die we in het atrium roken.

Het atrium is een ommuurde, open ruimte die je betreedt, vóórdat je de kerk zelf binnengaat. Ik heb eens ergens gelezen of misschien heb ik het me wel laten vertellen dat die ruimte bewust door de architect is gebouwd, om een overgangsplek te creëren tussen de drukke wereld buiten de kerk, en de sacrale sfeer die je toch meestal in een kerkgebouw aantreft. Even het wereldse achter je laten om je een kort moment ‘voor te bereiden’ op de ontmoeting die je met jezelf aangaat wanneer je het kerkgebouw zelf binnentreedt.

We stonden nog buiten het atrium, toen geluidsflarden muziek en deskundig modecommentaar onmiskenbaar duidelijk maakten, dat de modeshow al bezig was. Pas toen kregen we in de gaten dat het zich vooral in het atrium afspeelde. Dus naar binnen. Daar bleek dat een groot aantal toeschouwers ons al was voorgegaan. De modellen liepen over een catwalk die vakkundig was ingeklemd tussen een vijf- zestal stenen bogen. Onder elke boog was een podiumelement geplaatst, aangeschoven naar achteren, tot aan de stenen kruisen die daar al decennia in alle rust stonden en nu als decorstuk leken dienst te doen.

Met dank aan Wim Moorman

 

 

 

Hieronder een korte film-impressie van de show

Het was al met al een mooie entourage en de modellen kwamen goed tot hun recht. In leeftijd variërend van heel jong tot al wat ouder, met als gezamenlijk kenmerk dat het waarschijnlijk allemaal mensen waren die hun roots op de een of andere manier in Horst aan de Maas hadden liggen. Net als het publiek, logischerwijs. Zo waren Thea en ik hier ook gekomen. Onze Mees showde zijn slaapoutfit en z’n badjas als een pro. Onder elke boog een iets ander standje. Bij de laatste boog aangekomen trok hij de badjas uit en dat ontlokte aan de speakerlady nog een ontdeugend commentaar. Verder was haar taak vooral benoemen bij welke ondernemer de geshowde kleding te verkrijgen was.

Ik kreeg bij dit alles een dubbel gevoel. Mooi om te zien dat dit alles met eigen mensen, eigen ondernemers en in ons eigen dorp opnieuw zoveel mensen op de been bracht. Levendigheid en ondernemerslust ten top. Maar tegelijk voelde het ook misplaatst. De plek -hoe mooi ook- was daar mijn inziens niet voor bedoeld. Ik betrapte mezelf op een degelijkheid die me een beetje verraste. Terwijl ik helemaal niet kerkelijk ben, had ik blijkbaar toch een bepaald respect voor het gebouw en mijn idee daarover. Na de show met Thea, op een van de vele terrassen in het centrum, nog over doorgepraat. We zaten duidelijk niet op een lijn. Zij vond juist de combinatie een verademing. Een doorbraak in het starre beeld dat kerk en religie meestal oproepen. En eigenlijk kon ik haar daar ook geen ongelijk in geven.

Maar toch.. het gevoel blijft hangen dat het niet de juiste plek is voor een modeshow, of welke andere commerciële activiteit dan ook. Ik krijg het beeld niet uit mijn hoofd van de filmscene uit Jezus Christ Superstar, jaren geleden, waar hij de tempel hardhandig ontdoet van gokkers en handelaren. Ik weet het, die vergelijking slaat misschien wat door, maar die associatie kreeg ik wel die zondagochtend. En dat wilde ik even delen met iedereen die dit leest. Misschien ben ik wat eenkennig als het om de reuk van wierook gaat. En misschien ben ik ook gewoon een ouwe zeur. Maar dan wel een eerlijke ouwe zeur… ik hoor graag wat jullie er van vinden.

Voor de wat jongere generatie: hieronder een link naar de scene uit Jezus Christ Superstar. En voor degene die niet bij de modeshow waren: daar ging het er wel rustiger aan toe dan in deze scene ;-)… En toch, het gevoel blijft…