Eiken en eikels…

 

De sigarettenpeuken liggen er nog. Iemand heeft hier op dezelfde plek gezeten en niet alleen genoten van de rust die hier heerst. Het waren filtersigaretten. Ik weet niet of er een merkje op filters van sigaretten staat, anders zou het misschien nog interessant zijn om te zien of het om één merk gaat en dus met een grotere kans van waarschijnlijkheid om één persoon.

Al verschillende keren heb ik me op deze plek laten inspireren tot een verhaal. Nog nooit kwam ik op die momenten iemand anders tegen op dit bankje. Maar de peuken bewijzen dat er ooit toch minimaal één gezeten moet hebben. Misschien wel een ‘geo-cacher’. Éen keer maakte ik namelijk mee dat er een tweetal fietsende ‘schatzoekers’ stopten bij het bankje. Eronder bleek een plastic buisje te zijn bevestigd.

Nieuwsgierig heb ik even gecontroleerd of het buisje er nog hangt. Dat blijkt het geval en dat maakt me vervolgens nieuwsgierig of er onlangs nog mensen voor dat doel hier zijn geweest. Ja hoor, regelmatig. Ik heb er een foto van gemaakt. Misschien doorbreek ik daarmee een of andere heilige geo-cache code, maar mocht dat zo zijn, dan bij deze mijn excuses.

image
Zou een van hen filtersigaretten hebben gerookt? En de peuken oneerbiedig hebben uitgetrapt op de plek waar lang vóór het geo-cachen al mensen hun gedachten kwamen delen bij het kruisbeeld? Ik lees dat het kruis al in 1915 geplaatst is, door Gortmolens Hannes. En vijftien jaar later is het terracotta corpus, dat blijkbaar in Italië gekocht is, aan het kruis bevestigd.
image

Een drietal jonge kinderen en twee mannen komen over het pad aangewandeld. De kids zijn het eerst bij ‘mijn’ bankje.Een van hen merkt op dat hij nu toch wel ‘de dikste boom van heel Limburg’ heeft ontdekt. Aan hun taal hoor ik dat ze niet uit Horst komen en als even later de twee mannen zich bij hen voegen, wordt die indruk bevestigd. Ze verblijven op natuurcamping ‘De Gortmeule’, denk ik. ‘Dat is een grote boom hè?’, bevestigt een van de mannen wat de kinderen allang hadden gezien en gezamenlijk wandelen ze weer terug naar de camping.

De Gortmeule. Een plek waar in 1915 Hannes leefde. Méér dan honderd jaar geleden. In een tijd dat er nog geen filtersigaretten waren en ‘geo-caching’ nog moest worden uitgevonden. Als ik zo om me heen kijk, zie ik kleine beetjes van die tijd terug. Ik denk aan het tuinpad van Wim Sonneveld. En ik voel de verkoelende wind die hier honderd jaar geleden ongetwijfeld ook al waaide.

‘De hele dikke boom’ gooit een eikel precies op mijn been. Pats. Alsof hij wil aangeven dat wat hem betreft er wel weer voldoende verteld is over deze prachtige plek. De eikel stuitert en blijft uiteindelijk liggen tussen een aantal peuken. Ook wel mooi. Op deze mooie zondagmiddag wordt me subtiel iets verteld door een wijze eik: Peuken of niet, eikels houd je toch.
image

Optimistisch cynisme..

Het gaf me een opgeruimd gevoel toen ik zag hoe schoon het was op de plekken waar geen straatafval lag.

De twee mannen wisten waar het misging in de wereld en deden er alles aan om elkaar dat te vertellen.

Ze hadden voor de vakantie betaald en dachten dat de lokale bevolking bij de prijs inbegrepen was.

Het kind bleek gelukkig niet doof toen het na de vierde keer niet luisteren wel hoorde dat het een ijsje mocht.

De supporters hadden niets meer te verliezen toen hun ploeg op de wereldkampioenschappen eerste werd.

Als het niet waar is wat ik heb gezegd, dan is dát toch waar, dacht hij en gaf hem vol overtuiging een hand.

Toen hij het water zag komen, dacht hij aan die actiefoto waarop hij strijdbaar centimeters schraapte van de dijk.

Geen greintje twijfel dat de schuld bij de anderen lag omdat hij zelf zeker wist dat hij anders was.

Aubade…

Rabobank Nederland had iets aardigs bedacht voor haar personeel. Onder de noemer ‘Boost your Summer’ kon elke medewerker een collega nomineren die inspirerend voor hem of haar was op de werkvloer of daarbuiten. In Venlo, in het Rabobank-callcenter, besloot een medewerker een collega aan te melden voor deze landelijke waarderingsactie. De nominatie ging gepaard met een uitgebreide motivatiebrief. Uit de allermooiste, inspirerendste, liefste, aardigste en origineelste voordrachten werden een aantal landelijke winnaars gekozen. Viel de prijs in Venlo? Helaas, de plaatselijk genomineerde viel net buiten de landelijke boot.

Maar toch was de Venlose motivatiebrief opgevallen op het hoofdkantoor. Aan winnen of verliezen kon men niks meer veranderen, maar men gaf wel toestemming om op lokaal niveau iets speciaals te organiseren. En zo stond ik donderdag 12 juli om 9.00 uur ’s ochtends ineens tussen een twaalftal nietsvermoedende Rabobank-collega’s. Ze hadden die ochtend hun dagelijkse korte werkbespreking, maar vandaag liep die totaal anders. Tenminste, ik ga er van uit dat men op die plek, op dat tijdstip, in dit gezelschap nog nooit was geconfronteerd met live buikorgelmuziek.

‘Wie haet dèn bestélt?’ en ‘Wat is dít?’ waren de eerste nerveuze opmerkingen, gevolgd door een zenuwachtig giebellachje hier en daar. Maar na mijn uitleg werd duidelijk dat deze aubade speciaal gericht was aan één persoon. Een speld kon je vervolgens horen vallen, gedurende het gedicht op muziek. Een gedicht dat speciaal gemaakt was voor deze gelegenheid, gebaseerd op de inspirerende motivatiebrief. Geschreven door de ene collega voor de andere collega. Mooi om daar vervolgens mee aan de slag te mogen, dat te verwerken tot een voordracht op muziek en ter plekke te kunnen voordragen.

Met toestemming van betrokkenen mag ik de originele tekst delen, en het gedicht dat ik er van heb afgeleid. Als klap op de vuurpijl, het filmpje waarin in een live voordracht van anderhalve minuut alles samen komt. Een korte tijdsspanne die uitmondt in een prachtige, tijdloze en alles zeggende omhelzing. Ik vind het mooi. En ik ben daarom ook blij dat ik het mag delen. Zowel de nominatietekst als het daarvan afgeleide gedicht. Plus de beelden. Bij deze.

Originele (geanonimiseerde) nominatietekst:

Heel erg graag wil ik mijn lieve collega nomineren!
Hij is rond januari 2018 vanuit de opleiding bij ons RKS Horst Venray gekomen. Wat me meteen opviel was zijn tomeloze enthousiasme en zijn honger om te leren. Hoe netjes en vriendelijk hij altijd was naar onze klanten. De ‘oude rotten’ aan de telefoon kunnen hier nog wel eens een voorbeeld aan nemen!
Altijd een extra stap zetten voor de klant én voor collega’s. Langer op het werk blijven of ruilen met werktijden omdat dat iemand beter uitkomt… geen probleem, hij staat voor je klaar. Het gaat zelfs verder. Niet alleen onder werktijd, maar ook buiten werktijd. Heb je een vraag, of zit je er even doorheen, stuur maar een appje en hulp is onderweg. Hij gaat zelfs zo ver door, dat hij een collega helpt die haar visie buiten de bank aan het onderzoeken is. Er wordt misschien een eigen bedrijfje opgericht en hij gaat een avond én zaterdag aan de slag om een prachtig logo te maken. Geduld is ook een eigenschap die op zijn lijf geschreven is. Daar waar ik dan zelf zeg: ‘ik ben wel heel lastig’.. zegt hij: ‘nee joh, je wilt het gewoon perfect hebben!’
En dan nu, nu het allemaal wat onrustig begint te worden, juist voor de collega’s met contracten voor bepaalde tijd, elke dag toch die geweldige humor kunnen behouden. Ik vind het lang niet zo leuk op het werk als hij ADV heeft. En ik weet zeker dat hier veel collega’s hetzelfde over denken. Mocht hij ons gaan verlaten in december dan heb ik dit tenminste nog kunnen zeggen tegen hem! Als laatste zou ik onderstaande gedachte op een officiële manier (dus op deze wijze) aan hem willen opdragen:

Gedachte

Mensen komen in je leven om een bepaalde reden, een seizoen of een heel leven. Als je weet om welke reden het is, weet je wat je voor die persoon kunt doen. Als iemand in je leven is om een reden, is het gewoonlijk omdat je een behoefte hebt geuit. Ze zijn gekomen om je te helpen door een moeilijkheid heen, je te begeleiden met ondersteuning en je fysiek, emotioneel of spiritueel te helpen. Ze lijken te zijn gestuurd…Ze zijn er om een reden waarvan jij het nodig vindt dat ze er zijn.

Dan, zonder dat jij iets verkeerd doet, of op zomaar een moment, zegt of doet deze persoon iets om de relatie te beëindigen. Soms gaan ze dood, lopen ze weg. Soms keren ze zich tegen jou en dwingen je tot een standpunt. Wat we ons dan moeten realiseren, is dat aan onze behoefte is voldaan, onze wens is vervuld, hun werk is gedaan. Het ‘gebed’ dat je opzond is beantwoord en nu is het tijd om verder te gaan.

Sommige mensen komen in je leven voor een seizoen, omdat het jouw beurt is om te delen, te groeien of te leren. Zij brengen je een ervaring van vreugde of ze brengen je aan het lachen. Ze kunnen je iets leren dat je nog nooit gedaan hebt. Ze geven je gewoonlijk een ongelooflijke hoeveelheid vreugde. Geloof het, het is echt, maar slechts voor een seizoen.

Relaties voor de duur van je leven, leren je levenslessen, dingen waar je op kunt bouwen om zo een solide emotionele fundering te hebben. Het is jouw taak de lessen te accepteren. Hou van die persoon en stop wat je hebt geleerd in alle relaties en situaties van je leven. Men zegt: “Liefde is blind maar vriendschap helderziend”.

Dank je, dat je een deel van mijn leven bent, of het nu is om een reden, voor een seizoen of voor het hele leven.

Een nominatie ‘uit het hart’, die ik vervolgens heb omgezet naar een gedicht op orgelmuziek. Op 12 juli live voorgedragen aan een daardoor zeer verrast Rabobankgezelschap in Venlo. De genomineerde maakte uiteraard deel uit van die groep. De aubade was speciaal voor hem. Hieronder de beelden.

Aubade

Soms komen mensen speciaal in je leven
Soms is dat voor jaren en soms voor heel even
Ja, soms zijn die levens maar even verweven
Maar heb je elkaar toch iets heel moois gegeven

Net als een cadeau dat je bij is gebleven
Of als een gedicht dat voor jou is geschreven
Of als dank voor jouw rol in je Rabobank-leven
Of voor wat je een ander als persoon hebt gegeven.

Onbewust, zonder doelen omgeven
zo speciaal, ja, misschien wel verheven..

Want soms heeft het leven verrassingen staan
En kan ieders leven ineens anders gaan
En toch, wat gedeeld is, dat blijft dan bestaan
Dat maakt dat je kunt, wat je nog nooit hebt gedaan

Dus juist voor datgene, dat er zó is gedeeld
En in levens zo’n rol van betekenis speelt
Als liefde blind is, is vriendschap helderziend
Daarom is deze aubade voor jou welverdiend

Dit is wat iemand aan jou wilde geven
Met dank dat je een deel bent,
een deel van haar leven..

Mart

Van een afstand zag ik hem al zitten. Op het stenen trapje voor zijn café. Het was zondagavond, zo omstreeks acht uur. Ik weet niet of hij zijn café al open had. Normaalgesproken wel, op zondagavond. Dan stond hij met Marij achter de bar. Normaalgesproken. Maar alles was niet meer normaal. Alles was anders geworden. Zijn dochter was onlangs op haar vakantieadres overleden.

Ik zag dat hij in gedachten verzonken was. Hij keek in het niets en tegelijk in de richting van waar ik vandaan kwam fietsen. Ik denk dat hij vanaf zijn plek de toren van de Lambertuskerk kon zien. Pas in het voorbijgaan merkte hij me op en reageerde op mijn ingetogen opgestoken hand en mijn ‘hallo’. ‘Ha’.. Een korte reactie en een knikje kwam er terug van zijn kant en toen waren we elkaar ook al weer voorbij.

Fietsend probeerde ik me een voorstelling te maken van de pijn en het verdriet dat hem was overkomen. Opgeteld bij het verdriet van de man van zijn dochter. Misschien dacht hij op dat trapje wel aan zijn kleinkind, dat vanaf dat verschrikkelijke moment zonder moeder verder moest, maar daar waarschijnlijk op die jonge leeftijd nog geen enkel besef van had.

Het lukte niet. Het beeld van Mart, die buiten op het trapje voor zich uit staarde, terwijl binnen in zijn café het leven straks weer gewoon door ging. Het was een contrast dat me weliswaar diep raakte, maar van de pijn die er achter schuilging, daar kon ik me geen voorstelling van maken. Dat kon waarschijnlijk alleen hij op dat moment.

Misschien wel door het leven in zijn café even achter zich te laten.  Te gaan zitten op het trapje voor de ingang. Omhoog te kijken, nog óver de kerktoren heen. Lang genoeg om daarna weer naar binnen te gaan. Om het leven te leven. Voor zijn dochter. Zijn kleindochter. En voor zijn vaste klanten, die begrepen waarom hij even buiten zat, maar daar die avond mogelijk geen woorden voor hadden.

Deze woorden zijn voor hem. En voor hen die ze herkennen.

 

Ritme…

Voordat de propofol zijn werk zou doen wilde ik nog net zien in welke minuut van de voetbalwedstrijd we zaten. 77e minuut las ik zonder bril op het tv-scherm aan de wand. Toen ik wakker werd zag ik op het scherm dat de 89ste minuut gaande was. België stond nog steeds met 2-1 voor.

Het bleek de 72ste minuut te zijn geweest. De verpleger van de hartpoli in Venlo had het op z’n hand geschreven, vertelde hij me toen hij even later de kamer in kwam. Ik denk dat hij me nog ’77e minuut’ had horen zeggen, terwijl hij duidelijk zag dat ik me 5 minuten verkeken had. Maar het zat er weer op. Hij ontdeed me van de plakkers en de kabeltjes. Ik ‘tikte’ weer goed. Net als een jaar geleden. Alleen ging het deze keer allemaal in één dag.

‘S Morgens had ik me gemeld bij de huisarts. Wat ik twee dagen eerder vermoedde werd op een hartfilmpje bevestigd. Mijn hart tikte weer z’n eigen onregelmatige ritme. Net na de middag belde de huisarts dat ik me kon melden op de hartpoli. ‘Je zit nog net in de tijdspanne van 48 uur dat een hartritmestoornis meteen kan worden ‘gereset’. Anders moet je eerst een maand bloedverdunners slikken’, vertelde hij.

Dus… Even stond ik daar, met de telefoon in mijn handen. Wat ik eigenlijk niet wilde, was ineens een feit. Een uur later lag ik op een ziekenhuisbed en had ik een infuusnaald in mijn arm. Omdat ik om half een ’s middags nog gewoon gegeten had, bleek de cardioversie niet eerder dan 18.00 uur te kunnen worden uitgevoerd. Je moest daar ‘nuchter’ voor zijn. Maar ook dan zou ik nog binnen die 48 uur vallen.

Dus hebben we -Thea was mee- Serena Williams zien winnen op Wimbledon en zagen we dat Kiki Bertens in de tussentijd Venus in drie sets uit het toernooi had geslagen. We zagen een stuk van de partij van Federer en we zagen de spannende eerste helft van België- Brazilië. ‘Je zult zien dat ze in de rust komen’ zei ik nog tegen Thea. Nee dus. Het werd de 72e minuut.

En nu, zondagochtend, voel ik nog maar eens mijn pols, tel regelmatig mee en denk terug aan de opmerking van de cardioloog in april van dit jaar, dat ik gewoon weer vertrouwen moest krijgen in mijn eigen lichaam. Oké, laat ik daar vandaag dan maar opnieuw een begin mee maken. Het is niet anders.

Vóór de 72e en ná de 89e minuut ligt veel meer tijd van leven dan er tussen in, bedenk ik in een poging om een metafoor te vinden die het voor mezelf geruststellend samenvat. Die mij vertrouwen gaat geven. Straks. Nu voel ik nog heel even aan mijn pols. Ritmisch klopt het onder mijn duim terwijl ik tegelijk buiten de vogels lak hoor hebben aan regelmaat. Even denk ik dat misschien juist dáár wel het vertrouwen te vinden is. Of een nog veel mooiere metafoor. Ik ga een eindje fietsen. Tussen de vogels. Misschien zie ik dat roodborstje wel weer.

Tienduizend meningen…

Op deze zonnige zomerse zondag blaast binnen de ventilator een koel briesje mijn kant op. Net na de middag op deze eerste juli begin ik aan een korte column. Vanochtend heb ik al vroeg mijn 10-km gelopen. Toen blies de wind stevig maar koel, terwijl de zon al indrukwekkend fel scheen. Een combinatie die niet zo vaak voorkomt, bedacht ik me. En tegelijk een constatering die verder geen enkele inhoudelijke waarde leek te hebben. Ook dat realiseerde ik me tijdens het lopen. Koele bries. Warme zon. Soit… En toch..

Gisteren de juli-augustus editie van het Filosofiemagazine in de bus gekregen. Hoofdthema deze keer: We zijn te braaf geworden. In een zevental essays valt te lezen dat we wel wat ijdeler, hebzuchtiger, wellustiger, jaloerser, onmatiger, bozer en trager mogen zijn. Waar deze zeven zonden normaalgesproken worden veroordeeld als ongewenst, draaien een zevental jonge filosofen het om en leggen uit wat voor hen de meerwaarde ervan is. Of deze combinatie van ‘ongewenst – gewenst’ voor mij inhoudelijke waarde gaat hebben, moet ik nog uitvinden. Ik heb gisteren nog maar twee essays gelezen.

Nog even afgezien van de verdere inhoud, vind ik het wel een prettige gedachte dat je jezelf toestaat om 180 graden anders tegen zaken aan te kijken. Wat voor de hand liggend lijkt even loslaten om vervolgens ook de andere kant op eventuele waarheden te onderzoeken. Dat schept nieuwe mogelijkheden en kansen voor wederzijds begrip. De achterkant van het gelijk meenemen in je mening. Niet altijd even makkelijk en meestal ook niet gebruikelijk als het over controversiële onderwerpen gaat.

Europa bijvoorbeeld en hoe om te gaan met de vluchtelingen. De grenzen dichtgooien, als een kille bries, tegenover het delen van wat er is, als een warme zon. Als je enkel de ene kant ziet, blijft het koud. Sta je vast aan de andere kant, verbrand je in de zon. In beweging blijven dus en op zoek gaan naar ‘the best of both worlds’?

Zo maar wat gedachten die in me opkomen, terwijl ik vroeg op een zonnige zomerse zondag, de meters onder mijn voeten voorbij voel trekken. Tienduizend meters. Vijfduizend links en vijfduizend rechts. Naast elkaar. Niks zondigs aan. Of misschien wel te braaf?

Huub

‘The sun goes down’. Het nummer van Thin Lizzy stond prominent genoemd rechtsboven in de hoek van de overlijdensadvertentie, afgelopen woensdag in de Limburger. Ik las zijn naam en meteen zag ik hem voor me. Zijn lach en z’n pretogen als markante herkenningspunten in de herinnering die ik van hem heb. Huub. Achter zijn naam stond tussen haakjes nog: ‘vaan ’t Träpke’. Daaraan terugdenkend zag ik hem staan achter het buffet. In het beeld van die herinnering waren het precies diezelfde lach en dezelfde pretogen die opvielen. Zaterdagochtend hoorde ik dat hij er 10 jaar lang de zaak gerund had. Tijdens zijn afscheidsbijeenkomst in de Mèrthal, bleek dat zijn glimlach en z’n pretogen niet alleen in mijn herinnering onlosmakelijk met hem verbonden zijn. Integendeel.

‘The sun goes down’ was zaterdagochtend als welkomstlied voor Huub en alle aanwezigen te horen. Via spotify heb ik het opgezocht en ik luister er nu opnieuw naar. ‘But when all is said and done, the sun goes down’ hoor ik. De afscheidsbijeenkomst was in de Mèrthal, omdat elke andere locatie waarschijnlijk niet het aantal mensen had kunnen herbergen dat afscheid van hem kwam nemen. Huub vond het belangrijk dat iedereen na het afscheid ook nog een kop koffie of thee bleef drinken. De bijeenkomst was namelijk niet alleen bedoeld om verdriet te delen, maar vooral om het leven te vieren. Een mooie gedachte die Huub ons posthuum mee wilde geven. ‘He comes and goes… the sun goes down’.

Alle foto’s die op het grote scherm verschenen, lieten afwisselende maar ook confronterende beelden zien. Aan de ene kant zijn positieve kijk op het leven in allerlei facetten en aan de andere kant de steeds negatievere werkelijkheid die het leven hem de laatste jaren te bieden had. De behandelingen die hij zes jaar lang onderging vergden veel van hem. Lichamelijk teerde hij in. Op de ene foto nog rond en stralend in Gambia, gevolgd door een foto waar het verval en de aftakeling onmiskenbaar zichtbaar waren. Ik zag hoe de ziekte hem ouder had gemaakt dan hij was. Zijn glimlach werd wat vager. Maar in de verhalen hoorde ik dat tot aan z’n laatste dagen zijn ogen de twinkeling hadden behouden.

Een ontmoeting met Huub staat me nog goed bij. Het was in het ziekenhuis in Venlo. Ik was daar met m’n zus en hij was daar, gewoon omdat hij daar heel vaak was. Hij bleek toen al vier jaar ernstig ziek. Die ontmoeting is alweer twee jaar geleden. Ik herinner me zijn positieve levensinstelling. Misschien toen al wel onuitgesproken tegen beter weten in. Maar hij deed er alles voor om gezond te worden. Want hij was nog met zoveel dingen bezig. En hij wilde nog zoveel doen. Voor de achttiende keer naar Gambia gaan bijvoorbeeld. Medisch gezien een enorme uitdaging. Maar hij wilde daar wel voor gaan. Het leek hem energie te geven. En weer zie ik zijn pretogen en die glimlach voor me.

Zijn nichtje Kim sprak namens de andere neven en nichten. Met ontroering in haar stem vertelde zij over haar ervaring met Huub tijdens zijn laatste dagen in het hospice. Zijn glimlach en zijn pretogen zou ze nooit meer vergeten, vertelde ze. Voordat ze weer plaatsnam tussen de andere neven en nichten, knuffelde ze Marian stevig. Vanaf de plek waar ik zat, zag ik vervolgens aan de lichaamstaal van Kim dat elke andere herinnering die daarna over Huub werd gedeeld, bij haar steeds momenten van herkenning opriep. Bijvoorbeeld bij de emotionele toespraak van een bestuurslid van de stichting CASA-Gambia. Een stichting waar Huub, aan het begin van zijn ziekte, spontaan zijn medewerking aan had toegezegd.

Na afloop, bij de koffie, kwam de afgevaardigde van CASA-Gambia een moment aan de tafel staan. Ze vertelde hoe Huub haar destijds spontaan had aangeboden iets voor Gambia te willen betekenen. Hij was zelf al 17 keer in het land geweest en deelde de passie van de stichting om de inwoners van dat land te helpen. Vanaf dat moment was een indrukwekkende samenwerking ontstaan. Niet vreemd dat Huub nog graag een keer naar Gambia had willen gaan. Een wens die door zijn ziekte helaas niet te vervullen bleek. Maar zijn drive om iets voor het land en haar inwoners te betekenen, bleef tot het allerlaatst en oversteeg zelfs zijn afscheid.

HuubIn gedachten was hij er bij toen ik bij de koffie voor het eerst kennis maakte met de mensen achter de Gambia-stichting. Ter nagedachtenis aan Huub wil ik daarom dit ‘in memoriam’ besluiten met het noemen van de website van de stichting die Gambia in woord en daad blijft ondersteunen: www.casa-gambia.org. Op de foto’s die daarover zaterdagochtend en -middag op de muziek van Thin Lizzy werden getoond waren het opnieuw zijn glimlach en pretogen die de constante factor vormden. Ik hoop dat alle achterblijvers troost putten uit die herinnering. Een herinnering die niet alleen glimt en lacht, maar ook zorgt voor een vervolg van al datgene waar Huub voor stond. Tijd gaat snel voorbij. De kracht van ogen die twinkelen is echter tijdloos. The sun goes down, maar dankzij mensen zoals Huub, gaat die ook altijd weer op.

Nog meer info over de stichting? Klik hier

Terrassen op maandag

Onder een parasol, die zelf onder een grote eik staat. Met de rug naar het water van de Kasteelse bossen. Een zojuist spontaan ontstane situatie, omdat het tafeltje waar ik net zat niet beschermd was tegen een regenbuitje. Hier onder de parasol gaat dat prima. Een roodborstje landt vlakbij op de leuning van een stoel rechts van mij. Voorzichtig wil ik er een foto van maken, maar dan vliegt het vogeltje naar een plek links van mij. Als ik daar een foto van wil maken lijkt het net alsof ik de twee jonge dames, die links van me onder de parasol zijn gaan zitten, wil fotograferen. Dat is niet zo, maar ik weet zeker dat zij het roodborstje niet hebben gezien. En ik voorzie dat zij zich behoorlijk ongemakkelijk zouden gaan voelen bij mijn goed bedoelde fotopoging. Niet doen dus en ondertussen is het vogeltje trouwens ook al gevlogen…

Een wat langere intro dan bedoeld. Een fietstochtje op maandag – mijn ‘schrijversdag’- kent een stopplaats op het terras van Boscafe het Maasdal. De ‘locals’ hadden dat misschien al afgeleid van de foto’s. De dames links van mij hebben het over hun ervaringen in de zorg. Ouderenzorg en misschien zelfs nog wel in opleiding, leid ik af uit de ongewild in mijn linkeroor binnenkomende gespreksstof. Ik schat in dat ze beiden werkzaam zijn op een geriatrische afdeling. Van een zorginstelling of ziekenhuis. Ze hebben misschien hier afgesproken om in een prettige ambiance een ‘ bilateraal’ te houden. Er zijn vervelendere plekken. Het roodborstje trippelt weer eigenwijs voorbij. Misschien heb ik straks nog een mogelijkheid om het beestje te fotograferen. Of nu..

Op de stoel in het midden…

Het regent al even niet meer. Een paar wandelaars vinden een rustplek op het terras. Een groepje van vier kiest ook een buitenplek om te eten. Een vader haalt streng zijn twee zoontjes naar binnen. Een daarvan heeft nog een fopspeen in de mond en loopfietst op een plastic vierwielertje. Zijn broertje is iets ouder maar niet veel. Terecht dat ze naar binnen worden gehaald. Er is wel heel veel water in de buurt om deze koters onbewaakt buiten te laten spelen. Toch zie ik even later de fopspeen weer naar buiten wandelen. Hij staat stil, kijkt rond en loopt via een tweede ingang weer naar binnen. Uit de eerste ingang verschijnt zijn vader. Een kat-en-muis-spel dat toch wel wat herinneringen oproept.

De bediening heeft het nog rustig. Straks zal dat wel anders zijn, want de tapas van het restaurant trekt volgens mij normaalgesproken best veel klandizie. Ik ga daar niet op wachten. Als ik even naar rechts kijk, zie ik het roodborstje weer heel dichtbij zitten. Een nieuwe poging voor een close-foto, maar weer zonder succes. En dat terwijl ik heel slim de iPhone of ‘reverse-fotograferen’ heb gezet om het beestje niet de indruk te geven dat ik het wil vereeuwigen. Maar het roodborstje is slimmer en opnieuw vertrokken. Ga ik ook doen. Even binnen mijn drankje betalen en mijn fietstocht vervolgen. Genoeg letters voor een maandag.

En dan ineens…

Daar is ie toch!

Mensen kijken…

Het duurt meestal niet lang voor er een tafeltje vrij komt. Je moet wel blijven opletten, want de animo om buiten te zitten, onder de parasols, is groot. Ik zit in afwachting van zo’n ideaal plekje op de overgang van binnen naar buiten. Ook niet verkeerd, maar helemaal buiten geniet je toch net iets meer van een fris windje. Afwisselend wordfeud ik wat op mijn telefoon, nip van mijn cappuccino, en houd het verloop aan de tafeltjes in de gaten. Zoals gezegd, meestal duurt het niet lang. Al snel verkas ik met mijn cappuccino naar een heerlijk plekje op het buitenterras. Laat de rest van de middag maar komen.

57DBEB2F-1426-4A89-AD13-FF1513211106Een halve liter alcoholvrije Franciscaner is een prima begin van een aantal uurtjes mensen kijken. Het hele terras zit vol. Allemaal verschillende mensen. Jongere stellen, oudere echtparen, vriendengroepen, dameskransen, van alles door elkaar. Een enkele eenling die, net als ik, geniet van het opgaan in een mengelmoes van gezellig rumoer en prettige bedrijvigheid. Tenminste, dat neem ik aan. Want ik realiseer me dat het genieten van eenieder uiteraard niet vanzelfsprekend is. Wat zou er omgaan in al die hoofden? Praten ze over onderwerpen die hen echt bezig houden, of is het vooral oppervlakkige terraspraat? Het mooie van terrassen in je eentje is dat je van alles wel wat mee krijgt.

Een tafel verderop strijken twee Duitse stellen neer. Al wat ouder, zo rond de zestig, schat ik. De mannen bestellen halve liters witbier van het merk Prael. Hun dames beginnen wat bescheidener. Een kleurig drankje met een rietje voor de een en een flesje alcoholvrij voor de ander wordt niet veel later neergezet. Een ‘spielerisch’ viertal blijkt, want al snel komt er een beker met zes dobbelstenen te voorschijn en heeft ieder van hen een pen en een velletje papier voor zich. Om beurten gooien, opschrijven en elkaar ‘high fives’ gevend als er blijkbaar iets bereikt is. Een ‘freundlich’ tafereeltje. Er hoeft niet heel erg diep bij te worden nagedacht is mijn inschatting. ‘Würfeln, Weissbier und wer macht uns was’. Herzlich wilkommen in der Niederlände! Hebben de Duitsers trouwens al gevoetbald, of doen die net als wij ook niet mee?

Aan een andere tafel zitten een jonge vader en moeder. Uit eten met hun twee jonge kinderen. Opnieuw een schatting: vier en zes jaar. Goed gebekt, die kids. Mam en pap doen het niet verkeerd, voor zover ik daar een mening over mag hebben. In goed overleg wordt spelenderwijs zelfstandigheid geoefend. Het enthousiasme van de kids komt herhaaldelijk tot uiting in hun stemvolume. En hoewel ik dat totaal niet als hinderlijk ervaar -terwijl mijn tafeltje grenst aan het hunne- denken mam en pap daar anders over. Ze lijken er vooral op gebrand om het aantal decibellen bij hun eigen tafeltje te houden. Herhaaldelijk wordt in fluistertoon uitgelegd dat het niet zo hard hoeft. Dat werkt. Eventjes. Het enthousiasme laat zich gelukkig niet temperen. Straks misschien, met de tosti’s en de frietjes.

Hoe zal het al deze mensen de komende tijd vergaan, mijmer ik. Ik weet van sommigen dat ze een ziekte onder de leden hebben. Anderen zijn al behoorlijk op leeftijd. Er staan rolstoelen aangeschoven bij sommige tafels. De bediening loopt af en aan met drankjes en hapjes. Zelf bestel ik nog een champignonsoepje en een tweede ‘Franziskaner’. Een duits merk, valt me nu op, terwijl ik de dobbelstenen hoor rollen. Opnieuw een ‘hohe fünf’. ‘Orgasmus spontanus’ hoor ik een van de mannen zeggen. Het is blijkbaar een heel leuk spel. Glück muss man haben…

IMG_2804

Ik had de iPad meegenomen om op het terras een column te gaan schrijven. Dat is er niet van gekomen. Ter plekke in ieder geval niet. Wel heb ik een foto gemaakt. Panorama, om alle mensen van dat moment even te vangen in één beeld. Hoe zal het hen allen vergaan? Een aantal van hen zal ik met grote zekerheid nooit meer tegenkomen. Anderen met grote waarschijnlijk nog veel vaker en weer anderen wat minder vaak. Ook dan is het een momentopname in de tijd. Net als vandaag op het terras. Met champignonsoep, een alcoholvrij Duits Weissbier en een hoofd vol gedachten over wat nog komen gaat.

pip en JorisIn de familieapp verschijnt een mooie foto van Pip en Joris met het onderschrift ‘cheeeese’ gevolgd door een rood hartje. Hun moment is nu op Pinkpop. Zo te zien genieten ze. Zouden daar ook dobbelende Duitsers zijn? En mensen in rolstoelen of met rollators? Van een tafeltje verderop hoor ik dat het gisteren op Pinkpop met 70.000 bezoekers zó druk was, dat het halen van een pilsje een uur duurde. En dat men voor een eenvoudige pleister om een blaar af te plakken een consumptiebon vroeg… Achteraf nog in een urenlange file gestaan. Maar wél Pearl Jam gezien en dat was gelukkig heel mooi geweest. Hoe zou het Eddie Vedder zijn vergaan? Deze keer geen stagedive, zoals in 1992, lees ik. Maar blijkbaar wel in hetzelfde groene t-shirt. Dat ook weer nat van het zweet was. De geschiedenis herhaalt zich in onderdelen. Net zo lang tot de toekomst op is. En dat voelt best lekker op dit moment, hoe het ons ook zal vergaan. Proost.

Vluchtig en luchtig…

Even de tijd nemen om op te schrijven wat ik kwijt wil. Maar wat wil ik kwijt? Misschien dat ik me zaterdag opnieuw van een karaktertrek bewust ben geworden, die ik als kind vaker bij mijn vader heb gezien. Wanneer er een finale gespeeld was en de emoties van winnaar of verliezer werden in beeld gebracht, dan pinkte mijn vader steevast een traantje weg. Zaterdag won Simone Halep haar eerste grandslamfinale van de Amerikaanse Sloan Stephens. Blijdschap en teleurstelling waren te zien en te horen tijdens het interview meteen na de wedstrijd. Ik voelde hun emotie, mijn eigen ontroering en herinnerde me die van hem jaren geleden.

Of wil ik wat kwijt over de jongste zus van mijn vader die onlangs in een verzorgingstehuis is komen te wonen. Jarenlange zelfstandigheid verliest het uiteindelijk van lichaam en tijd. Zaterdagochtend fietste ik langs haar nieuwe verblijf aan de Gebroeders van Doornelaan. Ik nam me voor om daar binnenkort eens op bezoek te gaan. Misschien dat ik er op gezette tijden een uurtje muziek kan gaan maken, voor haar en haar medebewoners. Onlangs nog een uurtje gespeeld en gezongen op een van de gesloten verzorgingsappartementen van Hof te Berkel. Een van de bewoners aldaar kende ik nog van zijn tijd in het Melderslose vrijwilligersleven. ‘Het gaat goed met me, maar ik heb geen idee hoe ik hier gekomen ben..’.

Hij zat op een gemakkelijk ogende drie-zitsbank. Naast hem zat een medebewoonster, ietwat onderuitgezakt, te slapen. Het antwoord op mijn vraag hoe het met hem ging, klonk allervriendelijkst. We praatten nog wat. Hij bleef vriendelijk en toch meende ik iets van wanhoop in zijn ogen te zien. Een blik die ik vaker zie wanneer ik bij bewoners in soortgelijke omstandigheden ben. Een uurtje muziek leidt hen hopelijk even af van het kille gegeven dat je je voortdurend moet afvragen waar je eigenlijk bent. Ik kan die gedachte maar moeilijk van me afzetten. En tegelijk wil ik er ook niet te lang bij stilstaan. Respect en bewondering voor de verpleging en vrijwilligers die deze mensen begeleiden in hun dagelijkse verloren zijn.

Misschien is het juist dat wat ik kwijt wil. Dat het deze emoties, deze gedachten zijn, die me zo nu en dan wat somber stemmen. In die stemming is een etentje met je medebestuursleden van de stichting ‘Vrienden van hospice Doevenbos’ maar een hele kleine pleister op de wonde. Zeker wanneer je daar te horen krijgt met welke ellende anderen weer geconfronteerd worden. Ziekte, aftakeling, pijnlijke herinneringen en daarmee gepaard gaande emoties. ‘Het gaat goed met me, maar ik heb geen idee hoe het allemaal gekomen is’… Zoiets.

Soms weegt het allemaal net even te zwaar en moet je zoeken naar positieve tegenhangers om de balans te herstellen. Bijvoorbeeld door die zaken even van je af te schrijven. Op ‘papier’ zetten, ook al is dat slechts digitaal. En dus vluchtig, net als het leven zelf. Maar evengoed ook luchtig, omdat je weer even kunt doorademen. Toch wel een essentiële bezigheid. Dat wil ik vooral even kwijt, denk ik. Adem in. Adem uit. Yoga met toetsenbord en vingers. En opgedragen aan iedereen die zich hierdoor ook maar enigszins aangesproken of gesteund voelt.