De tweede van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’.
Auteur: Geert van den Munckhof
Laevemaekers 10 september 2015
De eerste van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’.
Door de zee gedragen

Café de Verbeelding. Samen met een aantal anderen voor de eerste keer inhoud mogen geven aan café de Verbeelding. Het werd een mooie avond. ‘Ter lering ende vermaeck’ was de ondertitel op de poster die Jan Duijf hiervoor had ontworpen. Café Cambrinus werd donderdagavond omgedoopt tot café de Verbeelding. De trefwoorden ‘ontmoetingen’, ‘kritisch’, ‘ludiek’ en ‘prikkelend’ kwamen allevier tot hun recht. Het voelde goed om daar onderdeel van te mogen uitmaken.
Mijn bijdrage als audiobestand hieronder
Aylan
Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van de NRC, zat bij ‘De wereld draait door’. Hij vertelde waarom zijn krant als een van de eersten de foto van de verdronken peuter wél had geplaatst. Van zijn verhaal bleef vooral het woord ‘iconisch’ hangen. En zijn uitleg dat deze keer de foto niet megagroot op de website en de krant was gekomen, maar in een serie van drie. Eerst het dode ventje en daarna twee foto’s waarop een hulpverlener op het strand van Bodrum het jongetje zorgvuldig oppakte en wegdroeg. Het dode ventje zou zomaar een icoon kunnen worden, vertelde Peter. Net als het napalmmeisje van Vietnam, vulde Mathijs aan..
Er is eigenlijk maar één reden, vertelde Peter Vanmeersch, om de beelden wél te publiceren. Niet vanwege de nieuwswaarde, want er waren al meer migrantenkinderen verdronken. De reden was ook niet om de lezers van de ernst van het drama op de hoogte te brengen. Want van die ernst waren de lezers wel doordrongen. Wat de reden wel was? Omdat je in de foto van het jongetje en de hulpeloze hulpverlener het hele verhaal van het vluchtelingendrama kon herkennen. Klaar. Beeld en duizend woorden. Zoiets.
Mathijs knikte ernstig en de foto’s van de driejarige Aylan Kurdi werden nog een keer op de achtergrond in beeld gebracht. Samen met de hulpeloze hulpverlener, die niets anders kon doen dan het lijkje oprapen en wegdragen. En daarvoor stond de fotograaf, die niets anders kon doen dan de foto’s maken. En achter de fotograaf stond waarschijnlijk publiek, dat ook niets anders kon doen dan toekijken. En achter dat publiek stonden de mensen van Bodrum, die al vaker mensen op hun strand hadden zien aanspoelen. Maar wat konden ze er aan doen?
En achter al die inwoners van Bodrum stonden de mensen in Turkije, die werkzaam waren in alle hotels aan de Middelandse zee. Ook zij konden niets doen. En achter al die mensen die daar werkten stonden alle hotelgasten, die één, twee of drie weken genoten van de nazomerse temperaturen in het buitenland. Zij konden niks doen want ze waren tenslotte op vakantie. En achter al die vakantiegangers stond het thuisfront. Ook in Nederland, waar men zo nu en dan beeldcontact maakte via Facetime. Zij konden niks doen want ze moesten op hun huizen letten.
En in die huizen keken ze naar de televisie of ze surften op internet. Ze zagen ‘De Wereld draait door’ of lazen de NRC-Next op de iPad. En ze verwonderden zich even waarom daar nu drie kleine foto’s te zien waren, waar er normaal toch altijd één stond die helemaal beeldvullend was. En ze lazen het commentaar van de hoofdredacteur die uitlegde dat de redactie vond dat ze dat zo móesten doen. Maar dat ze daar wel een paar uur over hadden gesproken, met tranen in de ogen, voordat ze tot publicatie overgingen.
En daarachter stond weer de redactie van ‘De wereld draait door’. Zij kon niets anders doen dan de hoofdredacteur diezelfde avond nog uitnodigen. Samen met Hanna Verboom, die haar zolder aan het verven was en nu een douche liet plaatsen, zodat zij straks een vluchteling onderdak kon bieden. En daar zaten nóg duizenden vluchtelingen op te wachten. Er er zouden er nog véél meer komen. Vluchtend voor onthoofdingen en moord.
En achter die onthoofdingen stonden ook mensen die vertelden dat ze niet anders konden. Omdat ze achter hun overtuiging stonden dat het ánders moest. Desnoods met onthoofdingen. En daar maakten ze foto’s van. En videobeelden. En die kwamen ook bij ‘De wereld draait door’. Of in de krant, nadat er lang over gepraat was, en ook toen waarschijnlijk met tranen in de ogen. Net als bij een verdronken ventje van drie. Aylan Kurdi. Tranen in de ogen. Allemaal omdat we niet anders kunnen. Of… misschien toch?
80 jaar jong…

Pas als ik inzoom, zie ik ze staan. Midden op de foto, een beetje verscholen, bijna achterin. Mijn vader en mijn moeder, bij het afscheid van haar zus, die met de boot naar Nieuw Zeeland vertrekt. Dat afscheid toen, vastgelegd op een klein zwart-wit fotootje met kartelrandjes, zorgt nu voor een korte ontmoeting met mijn ouders, jaren na hun dood. Het raakt me en ik probeer me voor te stellen wat zij toen dachten, bij dat afscheid aan de kade.
Misschien hoor ik daar binnenkort wat meer over. Zondag 20 september hebben we namelijk een reünie. De kinderen van mijn moeders broers en zussen komen dan bij elkaar. Mijn neven en nichten van de Poels-kant en hun nog levende vaders en moeders ontmoeten elkaar in Heide. Samen terugblikken op de tijd van toen in de tijd van nu. Die reünie is de reden dat ik de laatste weken een heleboel foto’s uit het verleden heb ingescand. Een mooie bezigheid, met verrassende resultaten.
De ‘ontmoeting’ met mijn ouders is er daar één van. Het is opvallend hoe scherp de details zijn vastgelegd. Zo klein vaak dat ze zich als het ware pas laten zien, nadat je hebt ingezoomd. Dan ineens is er de herkenning. Dáár staat mijn vader met vlak naast hem mijn moeder. Een direct lijntje naar het verleden. Analoge herinnering door digitaal uitvergroten. Big data, maar dan met gevoel. Weliswaar ‘fuzzy’, maar met logische emotie…
Ik dwaal af.
Terug naar de realiteit van de foto’s en de dag van vandaag. Of morgen. Want dan zijn we uitgenodigd voor een barbecue. Tante Riek, de zus van mijn vader, wordt 80 jaar. Dat wil ze vieren. Ook daar komen neven en nichten bij elkaar en ook daar zullen de herinneringen worden opgehaald. Behalve mijn vader had Tante Riek nog drie broers en twee zussen. In gedachten zullen ze er morgen alle zes bij zijn. En op de foto’s zullen we ze zien en het over ze hebben. Tot in detail.
Wat je zegt, ben je zelf…
Wie het weet mag het zeggen. Dit zinnetje komt spontaan in me op. Misschien omdat ik zojuist het boek ‘Filosofen van deze tijd’ aan de kant heb gelegd, om even wat indrukken van me af te schrijven. Het zinnetje stuitert door mijn hoofd en komt botsend tot stilstand bij een ander zinnetje: Wat je zegt ben je zelf. Twee korte zinnetjes als vertrekpunt.
Wie het weet mag het zeggen. Het boek -ik ben er voor twee derde doorheen- behandelt de dertig belangrijkste filosofen van de laatste halve eeuw. Spraakmakende stromingen en thema’s van de afgelopen decennia komen aan bod, gepresenteerd door een keur aan specialisten. Zij weten het en mogen het dus zeggen. Dat is weliswaar een aanname, maar wèl een waarmee ik kan leven. Ik ben tenslotte zelf begonnen aan het boek.
Bij het lezen valt het me op. Filosofen zeggen slimme dingen maar blinken ook uit in het bestrijden van elkaars mening. Vaak haalt de ene filosoof de andere aan om diens ongelijk aan te tonen. Wat is dat toch, vraag ik me af, dat mensen het blijkbaar nodig hebben om zich tegen elkaar af te zetten? Als zelfs filosofen -waarvan ik veronderstel dat ze goed nadenken- vaak al geen andere mening naast die van zichzelf dulden, wat zegt dat over ons, gewone stervelingen en minder geoefende denkers? Wat zegt dat over het oplossen van de onverdraagzaamheid en ellende die wij hedentendage over elkaar en de wereld uitstorten?
Wie het weet mag het zeggen. Bij één van de filosofen, Michel Foucault, kwam ik gisteren een indrukwekkende, ietwat cynische zin tegen. Ik heb er nog een paar keer aan moeten denken vannacht en zojuist maar besloten om die te delen: ‘Ongetwijfeld is het belangrijkste objectief momenteel niet om te ontdekken wat wij zijn, maar om te weigeren wat wij zijn.’ Foucault besluit met deze zin zijn analyse over individualisering en subjectivering en roept daarmee op tot anders denken. Ik vind dat mooi.
Anders denken. Niet ‘ikke, ikke, ikke’ met de nadruk op het ontdekken wat ík vind of wil. Belangrijker is misschien de constatering dát je zo bent en dan heel bewust te weigeren om zo te zijn. Weigeren en anders denken. Anders doen. Mét anderen die ook niet klakkeloos het eigenbelang voorop stellen. Hoe mooi zou dat zijn? En meteen ook hoe onwerkelijk. Want dat andere korte zinnetje vraagt om aandacht: Wat je zegt ben je zelf. Als dat voor mij geldt, waarom zou het dan ook niet voor iedereen gelden?
Geeft dat hoop of juist niet? Wat ik zeg, ben ik zelf. Maar misschien moet ik wel weigeren zo te zijn? Wie het weet mag het zeggen!
De laatste dag
‘Live’ luisteren kan ook. Onderstaande bijdrage ingebed in muziek (Ellen ten Damme en Arno Adams).
Vier weken geleden vond ik het een lekker lang vooruitzicht. Vandaag echter, kijk ik min of meer noodgedwongen terug op vier weken vakantie en besef ik eens te meer dat tijd heel erg relatief is. Morgen nog en dan zit het er echt op. Maandag 10 augustus is mijn eerste werkdag weer.
Dagen die je het hele jaar door al vrij hebt, tellen niet mee als vakantiedagen, toch? Gisteren was de laatste vrije vakantie vrijdag. Dat betekent dat ik vandaag, zaterdag, in feite al geen vakantie meer heb. Net zo min als morgen, zondag, maar ik doe net of ik gek ben. Ik tel ze er allebei nog bij als vakantie-vrij. Dat rijmt en is op dit moment ook beter voor mijn gemoedsrust.
Ik heb een lekkere vakantie gehad. Het bewijs daarvoor ervoer ik gisteren, toen ik mijn werklaptop wilde opstarten en het wachtwoord niet meer wist. Wel ongeveer, maar daar heb je in dit verzakelijkte digitale tijdperk helemaal niks aan. En dat ik dat uiteindelijk helemaal niet zo erg vond is nóg een bewijs dat mijn vakantie goed is geweest.
Vanochtendvroeg heb ik alsnog een poging ondernomen. Systematisch alle variaties via trial and error langsgelopen en ineens… binnen! Mijn werkgever kan opgelucht ademhalen. Ik ben weer online. Voor een vrije zaterdagochtend vond ik dat ook wel weer voldoende arbeidseinsatz dus ik heb het ding meteen weer uitgezet. Nog éven offline.
Helemaal waar is dat overigens niet. Via de smartphone van mijn werk heb ik zo nu en dan de afgelopen weken toch wat mailtjes gecheckt. Met in mijn achterhoofd de motivatie dat ik daardoor maandag wat minder op mijn mailbordje hoef te mikken. Afijn, we zullen zien. Andere jaren is de overgang van vrij naar werk ook prima verlopen, dus ik verwacht dat dat nu niet anders zal zijn.
Ook dát zie ik als een verdienste van deze vakantie. Een gelatenheid die goed voelt, in combinatie met de positieve geladenheid die nu ook in mij aanwezig is. Ik mijmer nog wat door over die woordspeling van geladen en gelaten: Voel ik me nu opgeladen, terwijl ik me voor de vakantie bij tijd en wijle wat opgelaten voelde? Als een ballon die maar één kant op kon, namelijk die waarheen de wind waaide? Een aardige metafoor.
En nu is het al vier weken later. De ventilator blaast een koel windje in mijn richting. Buiten begint het zonnetje te schijnen en is het nagenoeg windstil. Prachtig weer voor luchtballonnen, lijkt me. In de vroege avond eens op letten -wie weet- vanaf een terrasje in het centrum. Luisteren of de branders te horen zijn waarmee de mensen in de mandjes hun ballon besturen. Als het moet, tégen de wind in.
In de afgelopen vier weken heeft er zich een soort van labeltje in mijn hoofd gevormd. Dat ligt klaar om aan een denkbeeldig ballonnetje te binden, als dat straks weer met de wind mee moet. Op dat labeltje heb ik aan één kant een zonnetje getekend. Aan de andere kant mijn naam en een kort zinnetje: ‘Terugbrengen naar mij, graag. Alvast bedankt!’. Een ballonnetje met een zonnetje. Ik heb er wel zin in. Laat maandag maar komen. Maar eerst nog even zaterdag en zondag…
Geen zin
Allerlei gedachten gaan er door mijn hoofd, voordat het woord er staat. Ik schrijf het op en kijk er een tijd naar. Zingeving. Is het dat? Als je momenten hebt dat je nergens zin in hebt, dat je dan naar zingeving moet zoeken? Wat is dat dan? Waar vind je het? Wie of wat geeft je die ‘zin’?
Mijn vakantie heb ik voor een deel gevuld met het lezen van een boek waarin filosofen van de laatste halve eeuw hun visie geven op spraakmakende stromingen en thema’s van de afgelopen decennia. Zingeving zou zomaar zo’n thema kunnen zijn. Het is voor mij -in ieder geval vandaag op deze ‘zinloze’ regenachtige dinsdag- spraakmakend.
Ik merk dat ik, al lezende, vooral geboeid word door passages die mij ‘als persoon’ aanspreken. Ik word me er op zulke momenten van bewust dat ik het zelf ben die interpreteert. Waar theorie praktisch wordt vertaald, of waar ik meen zelf een vertaling te kunnen geven, daar ontstaat voor mij ‘zin’. Maar tegelijk ook weer massa’s nieuwe vragen. Gelukkig is het een dik boek.
Geen zin. Vanmiddag opgelost door te gaan hardlopen. De top 2000 op shuffle, oordopjes in en vort. De verrassing toelaten, van muziek en zo nu en dan spraakmakende teksten. Streaming music. Eveneens van de afgelopen decennia, die muziek. Spraakmakend en ‘stromend’… Zinnig? Of zinloos. Geen zin? Hoe dan ook. Vanavond opgelost met een poging om het te verwoorden en op te schrijven.
Misschien moet je zingeving niet zoeken, maar moet je je er door laten verrassen. Zou het dat kunnen zijn? Nieuwsgierig blijven ontdekken? Wie weet. Ik heb nog een paar filosofen te gaan. En mijn vakantie is ook nog niet helemaal op. Dat zint me wel. ‘Heej, little girl is your daddy home’, zingt Bruce Springsteen in mijn oor. Lekker. Ondanks -of misschien wel dankzij- z’n ‘bad desire’. Slechte zin? Geen zin? Wat nou!
Live…
Op het terras bij Jan en Henny, genietend van Eva Wijnen en haar band. Lekker witbiertje erbij. Had ook een Pauwel Kwak mogen zijn, maar ala…
De band wordt regelmatig versterkt met gastmuzikanten. Leuk. Enthousiast! Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen, zingen ze. ‘En ik hef het glas op jouw gezondheid’ is er een regel van. Het past bij het moment. Ik neem een slok.
Leuk detail is dat ik van deze afstand de band toch scherp kan zien. Brilletje doet wonderen. Genieten van de kleine dingen. Fleetwood Mac nu.
Het terras zit goed vol. Relaxed sfeertje. Ik zal er eens ‘live’ een foto tegenaan gooien…
Al die bloemen op de voorgrond? Tja, dat geluk heb ik weer. Die hadden waarschijnlijk verspreid moeten worden over de tafels. Het zij zo. Ze kunnen overigens zonder water. Eva zingt een nummer van Stevie Wonder. Doet ze goed. Supersticious, volgens mij.
Het laatste nummer van de eerste set komt er aan. De tweede set gaan ze improviseren, vertelt Eva. Voornamelijk omdat ze nog geen tweede set hebben. Ze zijn dan ook pas gisteren gevraagd om hier vanmiddag te spelen. Respect!
Ondertussen is mijn witbiertje leeg, heeft Thea thuis een woord gelegd met Wordfeud en is ook de eerste set zo goed als afgelopen. Luisteren, genieten, schrijven (op een iPhone) gaan prima samen. Live. That’s it.
Multifocaal, maar dan anders…
Schreef ik eergisteren in de letterlijke zin over multifocaal, vandaag wil ik even afdwalen naar wat het woord ‘multifocaal’ ook bij me oproept. Daarmee los ik een belofte in die ik op de valreep eergisteren deed: Terugkomen op ‘de symboliek’ die ik in het woord zie. ‘Analogie’ is misschien een betere term. Maar whatever.
Ik bedoel het kunnen ‘kijken’ op meerdere manieren. Niet slechts vanuit één gezichtspunt, maar de beschikking hebben over meerdere ‘standpunten’. Welk standpunt je inneemt, wordt door heel veel factoren bepaald, maar het ‘multifocale’ zorgt ervoor dat je de mogelijkheid voor andere standpunten open houdt. Die moet je bij voorkeur ‘niet uit het oog verliezen’. Die analogie is aardig. Vind ik.
Daarmee krijgt ‘multifocaal’ iets ruimdenkends. Je blik niet op een ding gericht, maar ook oog houden voor iets anders. Of dé ander. Je zou bij ‘multifocaal’ zelfs aan inlevingsvermogen kunnen denken. En aan nieuwsgierigheid. ‘Multifocaal’ zijn omdat je je ook in de ander kan en wil verplaatsen. Zijn of haar kijk op de zaak kunt ‘zien’ en niet enkel je eigen visie interessant vindt.
Zo bekeken is ‘multifocaal’ veel breder dan een scherpe blik op wat dichtbij en veraf is. Het zou een manier van kijken kunnen zijn naar het heden en de toekomst. Ja, zelfs met het oog op het verleden, nog zaken kunnen duiden. ‘Multifocaal’ heel veel oplossen dat door kortzichtigheid niet goed gezien wordt. Of eenzijdig geinterpreteerd is. Het is maar net hoe je het bekijkt. Leuk om er ook op die manier eens naar te kijken.
Volgende week krijg ik mijn brilletje. Multifocaal. Spreekt voor zich. En ik ben benieuwd. Je schijnt er de eerste dagen best zeeziek van te kunnen worden. Heb ik dat ook eens meegemaakt. We zullen zien!