‘Mooie oude mensen, blijven altijd jong’. Op z’n Horsters vertaald in ‘Moeie alde meense, blieve aaltied joong’. Gespeeld en voorgedragen tijdens café de Verbeelding, op 10 december 2015. En nu hier bewaard voor iedereen die er naar wil luisteren. Enige dialektkennis is wel handig…
Auteur: Geert van den Munckhof
Tien seconden hemel
Een interessante gedachte tegengekomen in het Filosofie-magazine van december. In de terugkerende rubriek ‘Vier vragen’ worden vragen voorgelegd aan mensen die in het nieuws zijn. De vragen zijn afgeleid van de vier basisvragen die de duitse denker Immanuel Kant zichzelf stelde in zijn filosofie: ‘Wat kan ik weten’, ‘wat moet ik doen’, ‘wat mag ik hopen’ en ‘wat is de mens’.
Deze keer komt de schrijfster Vonne van der Meer aan het woord. Bij de vraag ‘wat mag ik hopen’ schetst zij een interessant beeld van het hiernamaals. Ze zegt het volgende: ‘Misschien duurt het hiernamaals maar 10 seconden. Een ogenblik waarin je alles begrijpt en een ervaring van eeuwigheid hebt’.
Meer hoeft er mischien ook niet te zijn. Heel even alles begrijpen en de eeuwigheid ervaren. Blijft wel de vraag hoe dat dan weer zou zijn. Maar ach, niettemin interessante gedachte. Zou Dick Swaab het als een soort van compromis kunnen zien? In hetzelfde magazine komt Patricia Churchland aan het woord. Ook zij hangt het standpunt aan dat wij ons brein zijn. In haar woorden: ‘De mens is een zak met chemicalien, maar wel een buitengewone zak’.
Nog even doorzoeken lijkt me, tot we de chemische formule hebben gevonden voor totaal begrip. En wie weet, vinden we op weg daar naar toe per ongeluk ook nog wel een stofje voor wederzijds begrip. Tot die tijd nog maar even vertrouwen op woorden. Het inspireerde me tot het volgende.
Een hemel
tien seconden
een tel
totaal begrip
een diep besef
van eeuwigheid
de wereld
in een stipeen moment
oneindig lang
hangt liefde
in de lucht
en al die tijd
ben ik bij jou
terwijl mijn lijf
al is gevlucht
Himmelhoch jauchzend…
Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Een zin die me te binnen schiet, nu ik mijn gedachten laat gaan over de tegenstrijdigheid in het leven. Momenten van geluk, die alleen maar lijken te bestaan, bij de gratie van momenten van ellende. Of, omgedraaid, ellende en wanhoop die je alleen maar kunt verdragen, wanneer je ook oog houdt voor de mooie en waardevolle dingen die je overkomen. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Zeker wanneer de optelsom van negatieve gebeurtenissen steeds verder van het positieve lijkt af te drijven.
De laatste weken beleef ik zo’n periode. Niet zozeer met mezelf als middelpunt, maar de aanleiding is iemand uit mijn directe omgeving. Hoop en vrees hebben elkaar herhaaldelijk afgewisseld. Om uiteindelijk te belanden in het nu, met bange vermoedens voor de toekomst. Die vrees zorgt bij direct betrokkenen om heel verschillende en meestal onbenoemde redenen voor een scala aan emoties. Boosheid, zorgzaamheid, verdriet, gelatenheid enzovoorts. Soms zo vanzelfsprekend, die gevoelens, maar niet altijd voor de hand liggend. Ja, zelfs soms onbedoeld, ongemakkelijk of onbegrepen confronterend.
Vervangende emoties heb ik ze pasgeleden genoemd, toen we het er over hadden in kleine kring. Vervangend, omdat de echte emoties zo dicht tegen de kern van het bestaan aan liggen, dat ze bijna niet bespreekbaar zijn. Je staat er niet bij stil dat elke dag een beetje sterven is. Die ene zekerheid in het leven benoem je alleen als je er direct of indirect mee in aanraking komt. Of denkt te komen. En dan nog maar met de grootste terughoudendheid. En dus vaak grenzend aan stilte. Ook omdat we liever ‘jauchzend’ zijn dan ‘betrübt’.
Zondagmorgen heb ik vijf tabletjes gehaald bij de dienstapotheek in Venlo. Vijf tabletjes, waarvoor gisteren, op zaterdag, veel mensen zijn benaderd, die er ieder op hun eigen manier bij betrokken raakten. Vijf tabletjes waarmee de komende vijf dagen het midden gewaarborgd lijkt tussen ‘himmelhoch jauchzend’ en ‘zum Tode betrübt’. Zodat op de zesde dag alles volgens de eerder afgesproken schijnzekerheid kan gaan verlopen en de zevende dag weer rust brengt. Hopelijk.
‘Is dit nou later?’ hoor ik Stef Bos indringend zingen door mijn koptelefoon. ‘Is dit nou later? Een diploma vol met leugens, waarop staat dat je de waarheid kent? Ik snap geen donder van het leven, ik weet nog steeds niet wie ik ben. Is dit nou later?’. Muziek. Die direct toegang heeft tot welke emotie dan ook. Ik laat het liedje binnenkomen. Krijg een beeld bij de zin ‘Mama, mag het licht aan op de gang’ en ben daarna even stil.
Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Daar begon het mee. En daar wil ik ook mee afsluiten. Verrast lees ik de context van deze regels, die in 1787 al door Johan Wolfgang von Goethe zijn opgeschreven. Tweehonderdachtentwintig jaar geleden al! Daar vallen vijf tabletjes en één vrije zaterdag compleet bij in het niet. Zeker als ik ‘in gedachten verzonken’ en ‘liefhebbend’ er in teruglees. Fijne zondag nog.
Freudvoll
Und leidvoll,
Gedankenvoll sein,
Hangen
Und bangen
in schwebender Pein,
Himmelhoch jauchzend,
zum Tode betrübt –
Glücklich allein
Ist die Seele, die liebt.Johann Wolfgang von Goethe
Laevemaekers 12 november 2015
De tiende en laatste van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’. Op papier in de editie van 19 november.
En een link om alle verhalen op een andere manier nog eens naast elkaar te kunnen zien en lezen.
https://indd.adobe.com/embed/2a38b7b5-ce1b-42d3-a41c-3c089515f5d9?startpage=1
Laevemaekers 5 november 2015
De negende van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’
Laevemaekers 29 oktober 2015
De achtste van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’.
Koekjes van eigen deeg
Jij zit, samen met duizenden anderen, er straks middenin. Haat en vijandigheid lieten je geen andere keus dan te vluchten uit een land waar je zelf of je kinderen fysiek bedreigd werden. En dan kom je terecht in een land waar opnieuw bedreigingen klinken. Vooralsnog verbaal. Hoe luider de uitspraken, hoe zwakker de argumenten. Maar gepaard met dezelfde haat en vijandigheid die je ook in je eigen land moet hebben gevoeld. Fysiek geweld ligt opnieuw op de loer. Uit zich al zo nu en dan. Beangstigend.
Rechtse en linkse vlaggen dekken ongenuanceerd alleen de eigen lading. Niet alleen eigen volk, maar vooral ook eigenbelang eerst. Egoïstische kortzichtigheid mondt uit in blinde woede. Hier en daar sabelen er wat voetbalvlaggen mee. Haat als hobby. We kijken er naar en laten het elkaar zien. Vooral dat. Telkens weer. Op tv. In de krant. De een geniet er van en de ander walgt. Steeds harder schreeuwend, steeds nadrukkelijker zwijgend, worden we het bij elk bericht steeds minder met elkaar eens. Machteloos.
De berichten in de krant. Al die foto’s. De beelden op tv. Van lange rijen vluchtelingen die op zoek zijn. Mensonterend. Eenrichtingsverkeer naar veiligheid over doodlopende wegen. Op zoek naar veiligheid vinden ze agressie. Van holle landgenoten met grimmige gezichten. Die op het ene moment roepen dat het allemaal verkrachters zijn en twee tellen later net zo makkelijk scanderen dat er een piemel in moet. Onmacht ten top. Van hen die schreeuwen en van hen die zwijgen. Deprimerend. Machteloze koekjes van eigen deeg. Heel Holland bakt… er niets van.
Of… toch?
Laevemaekers 22 oktober 2015
De zevende van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’
Schaduw en zon
De schaduw, die over het graf valt, is van mij. De zon projecteert mijn grijze reflectie precies over het kruis waar de namen van mijn vader en moeder in staan gegraveerd. Ik kom hier wel vaker, maar vandaag trakteert de zon mij op dit speciale herdenkingsmomentje. De verbondenheid met hen wordt even letterlijk voelbaar en zichtbaar. Voelbaar, door de warmte van achteren en zichtbaar, door m’n schaduw, die hetzelfde plekje grond raakt, als waarin zij rusten.
Terwijl ik daar sta, besef ik dat rouw niet alleen verdriet is, maar ook verbondenheid. Zelfs 21 jaar na de dood van mijn vader en 37 jaar na het overlijden van mijn moeder, sta ik hier en voel hun aanwezigheid in mij. Herinnering overstijgt, zeker na jaren, de pijn van het definitieve afscheid van toen. Herinnering brengt je op den duur aan de andere kant van de pijn, de kant van het geluk.
Het is de kant waar de zon schijnt. Met warmte die tranen laat verdampen. Het is de kant ook waar het eens wel weer zal gaan regenen. Ongetwijfeld. Maar in het besef dat er altijd minder zoute tranen zijn dan zoete regendruppels, geniet ik van de herinnering van dit moment. Ik koester de rouw, die onvermijdelijk is, als een geschenk van hen aan mij. Met de zon in de rug, een traan in mijn oog, draai ik me om en knipoog naar de wind.
Vanmiddag ook voorgelezen bij Wört (Omroep Reindonk)
Laevemaekers 15 oktober 2015
De zesde van een serie van 10 korte columns in het weekblad ‘Hallo Horst aan de Maas’ column