Vraagtekens…

We zijn hoofdrolspelers in onze eigen film die we ‘Leven’ genoemd hebben. Elke dag zijn er live-opnames. Afhankelijk van het script is soms de totale cast aanwezig of alleen de regisseur. In dat geval geeft hij aanwijzingen aan de cameraman, die dan alvast sfeerbeelden maakt om in te voegen tussen de live-scenes.

Jij en de hele cast zijn ik-figuren in de film. Ik ook, net als de regisseur, die zichzelf speelt. De hele cast heeft van te voren het script gekregen, maar naarmate de draaidagen vorderen, blijkt steeds meer dat die scripts op onderdelen van elkaar afwijken. Iemand heeft daar heel goed over nagedacht, maar niemand weet wie dat is.

Dat al die verschillende scripts op onderdelen elkaar raken, en dat daardoor acteurs elkaar op de set herhaaldelijk tegenkomen is op zich al opmerkelijk. Maar nog indrukwekkender is het wanneer er medespelers opduiken die je nog nooit eerder gezien hebt. Soms lijkt het wel alsof de scripts herschreven worden terwijl de camera’s draaien.

Mooi om te zien hoe enthousiast jonge acteurs hun rollen inhoud geven. Soms nog wat onzeker, maar ach, niet al te lang geleden stond je er zelf ook nog onbeholpen bij. Fijn ook om te merken dat de meesten vanuit de grond van hun hart ‘Leven’ echt inhoud willen geven, ook al gebeurt dat soms vooral zoekend en intuïtief.

En toch…

Toch zet ik vraagtekens bij mijn rol. Minder vaak dan vroeger misschien, maar toch. Ik probeer me zelf te overtuigen dat daar niks mis mee is, maar ondertussen gaat de film wel verder. Eerder opgenomen scenes worden niet overgespeeld. Hooguit kun je de ervaring van gisteren gebruiken voor de draaidagen van morgen.

‘Leven’ is de titel die op de voorkant van mijn script staat. Achterin nog lege pagina’s. Dezelfde titel staat op de scripts van anderen. Maar er zijn duidelijke verschillen in omvang en gewicht. Nog een bewijs dat ieders script uniek is? Of zou juist het aantal lége pagina’s het verschil maken? Straks… als er geen vraagtekens meer zijn.

Rollen verweven
in een film over leven

Je over geven
zonder willen of streven

Tot het vraagteken
uitroepteken blijkt

als door licht
het donker wijkt

emily-morter-188019-unsplash

foto:Emily Morter

De sleutels van ‘Crazytown’…

Peter Middendorp is columnist van de Volkskrant. Zaterdag had zijn column de titel ‘Crazytown’. Hij verbaasde zich er over hoe mensen dingen kunnen zeggen die ze, met wat logisch verstand, toch ook zelf niet zouden moeten geloven. Voorbeelden die hij noemde waren onder andere schrijver Harry Mulisch en Telegraaf-journalist Wierd Duk. Via schrijver Leon de Winter en journalist Bob Woodward kwam hij uiteindelijk ook terecht bij Trump. De bronnen uit Woodward’s boek waren eensgezind in hun conclusie over de president: ‘Gek, hartstikke gek. Gestoord. Met het verstand van een 10-jarige’. John Kelly, stafchef van Trump, zou gezegd hebben: ‘We’re in crazytown now’. Maar wie bedoelde nou eigenlijk wat? Wat was ‘news’ en wat was ‘fake’.

Ik lees de columns van Peter graag. Hij schrijft vooral in de ‘ik-vorm’. Wat hij schrijft is gebaseerd op eigen observaties, waarbij hij vooral lijkt te putten uit eigen gedachten en ervaringen. Meestal stelt hij zichzelf daarbij vragen. En die leiden soms tot eigen conclusies, die je als lezer kunt overnemen. Of niet. Ook goed. Zaterdag stond bijna op het eind van zijn column een mooie volzin, die me wel aansprak: ‘Het is mijn diepste overtuiging dat ieder mens uiteindelijk op zijn eigen niveau in het duister tast.’ Hij relativeerde zijn diepste overtuiging echter meteen met de korte toevoeging daarna: ‘Maar dit is overdreven’.

Prachtig hoe hij daarmee aan het denken zet, zonder belerend te zijn of stelling te nemen. Ik hou daar wel van. Want eigenlijk doet hij daarmee hetzelfde als de mensen die hij in zijn column als voorbeelden gebruikt: Stelligheid combineren met een -al dan niet bewuste- vluchtroute. Het is ietwat overdreven. Het is uit zijn verband gehaald. Het is uitgesproken in een informele setting (Blok). Het was niet bedoeld voor publicatie (Anne Lok). En meer van dit soort escapes, waar we de laatste dagen via de media mee geconfronteerd zijn.

Peter Middendorp maakt in zijn column nog een statement dat ik wel herkende. ‘Lang heb ik gedacht dat ik alles moest lezen, ook wat de spreekwoordelijke gek ervan vond. Ik probeer ermee op te houden’. Nog afgezien van het feit dat het in de mediacratie van vandaag de dag onmogelijk is om alles tot je te nemen, snap ik zijn voorzichtige voornemen wel om te proberen daar mee op te houden. Het is niet meer te doen. En de vraag is of je wel móet kiezen of van alles iets móet vinden, als je weet dat het bijna als een oorlogsverklaring wordt opgevat door diegenen die iets anders kiezen of iets anders vinden? Nepnieuws, zegt de een. Gestoord, zegt de ander.

‘Crazytown’ zegt Peter Middendorp. Een andere columnist, Bert Wagendorp, heeft zijn column van zaterdag dezelfde titel meegegeven. Ook ‘Crazytown’. Het zou zomaar de stad kunnen zijn waar het Witte Huis staat. Maar met niet al te veel fantasie ook het dorp waar ons eigen huis staat. Of, metaforisch, onze hersenpan, als een denkbeeldig huis met vastzittende ‘crazy thoughts’. Gekke gedachten, in een imaginair huis waarvan alle deuren angstvallig gesloten blijven. Een huis waar je, veilig binnen de eigen muren, niet uit wil en waar een buitenstaander niet naar binnen kan.

Via de media roepen we vervolgens veelvuldig en hard naar elkaar dat onze sleutels de enig juiste zijn. Het is alleen zo jammer dat we die alleen maar gebruiken om af te sluiten en niet om te openen. Ik stel me voor hoe het is als we die sleutels niet voor ons zelf houden, maar laten bijmaken en aan elkaar geven? Zijn we welkom bij elkaar? Of is die gedachte ‘van de gekke’ in ‘Crazytown’? Zou het kunnen dat Peter misschien bedoelt dat we allemaal op zoek zijn naar sleutels als hij zegt ‘dat ieder mens op zijn eigen niveau in het duister tast’? Of is dat ook overdreven?

keysGedicht…

Gesloten. Nietszeggend.
Open. Veelzeggend.

Gesloten. Dicht.
Open. Licht!

Alles wat je hebt…

‘Give it everything you got’ zingt Beth Hart, op de gitaarklanken van Joe Bonamassa. Het is twaalf uur ‘s middags. Ik ben net thuis, heb zojuist verse broodjes gekocht, wacht tot Thea onder de douche uit is om samen te eten, en schrijf alvast deze eerste regels.

De cd van Beth Hart heb ik eergisteren gekocht bij Sounds in Venlo. Al jaren lagen er in totaal voor 125 euro CD bonnen in een laatje en die heb ik in een keer verzilverd. Voor de muziekliefhebbers: Behalve die CD van Beth Hart en Joe Bonamassa heb je daar een Blues CD-box voor met 52 blues-cd’s en een kleine mondharmonica erin, een live registratie van een Ramstein concert in Parijs, bewaard op twee cd’s en een dvd, een cd van Arno Adams en een cd van Herberg de Troost. En bij dat alles hoef je dan maar vijf euro bij te betalen.

‘Give it everything you got’. De titel inspireert me tot het schrijven. Vanochtend was ik al begonnen aan een column, waarin ik in een ietwat bedrukte, filosofische bui begon over de waarom-vraag des levens. Waarom die levensvragen steeds opduiken, en waarom we steeds op zoek zijn naar antwoorden die zo moeilijk te vinden zijn. Terwijl, al zoekend en vragend, de klok ondertussen doortikt en elke minuut, elk uur genadeloos af gaat van de tijd die er rest om de antwoorden te vinden. Waarom…

Maar omdat het wat koud werd in de schaduw van de oude eik, spitsten die levensvragen zich langzaam toe tot één hele concrete: waarom zit ik hier eigenlijk in de kou te schrijven? Het antwoord was al net zo concreet als voor de hand liggend: Laat je zelf opwarmen, op het terras bij Liesbeth, zittend in het zonnetje en met een lekkere cappuccino. Dus inpakken, de fiets op en weg.

‘Give it eveything you got’. Onderweg kwam ik voorbij aan het huis van een vriend. Die zit op dit moment in een medische molen, waarvan de wieken stormachtig draaien omdat de wind ook nog eens van alle kanten komt. Daar aan denkend, in eerste instantie aan zijn huis voorbijgefietst, maar in gedachten me toen afgevraagd, waarom ik er eigenlijk niet even aan zou bellen voor een kopje thee en om te vragen hoe het ging. Dus omgedraaid en de daad bij het woord gevoegd. Niet thuis. Oke, dan toch maar die cappuccino.

Bij Liesbeth op het terras hem een appje gestuurd. Gevraagd hoe het ging. En vervolgens een appje naar Thea dat ik verse broodjes zou meenemen. Mèt broodjes, thuis de cd van Beth Hart en Joe Bonamassa opgezet omdat Thea nog onder de douche stond. En meteen geraakt door de krachtige stem van Beth Hart die me voor dit moment misschien wel het enig juiste alternatief gaf voor de antwoorden op vragen die me vanochtend bezig hielden.

‘Give it everything you got’. Alles geven wat er in je zit. Als een aansporing om de tijd tussen de waarom-vragen zo zinvol mogelijk in te vullen. In te vullen met de warmte van de zon. Met verse broodjes. Met muziek. Met familie en vrienden. In donkere dagen in te vullen met het licht van de maan. In te vullen met hoop voor de toekomst en vertrouwen in wat er nog komen gaat, ondanks alle nog onbeantwoorde vragen. En ondertussen zoveel mogelijk genieten van wat er is, hoe verborgen dat ook soms lijkt. Die kracht wens ik je toe. ‘Give it everything you got’!

Wankel
niet weten
waar naar toe
maar
wandel
over wat
gemaakt is
met alles
wat je hebt
naar alles
wat gaat komen

Met alles wat je hebt

Hoach Le Dinh

Column voorgelezen tijdens Wört (programma Radio Reindonk), voorafgegaan door ‘Give it everything you got’ (CD ‘Black Coffee’ van Beth Hart en Joe Bonamassa) en afgesloten met ‘Better days’ (CD ‘Cornfeds’ van de gelijknamige band).

Toch weer daar…

Terwijl ik mijn fiets op de standaard zet, zie ik het al liggen. Een leeg sigarettendoosje. Op mijn zaterdagschrijfplek, onder de 200-jarige eik, ongeveer een meter van de houten bank. Als ik beter kijk, zie ik dat het om een buitenlands doosje gaat. In witte letters op een zwart vlak staat ‘Pusenje zacepljuje vase arterije’. De foto laat een onderbeen zien waar behoorlijk in gesneden is.

IMG_0094Ik rook niet maar ik weet dat er behalve ‘Roken is dodelijk’ ook andere korte waarschuwingsteksten op pakjes sigaretten staan. Waarschijnlijk één daarvan iets in de strekking van dat roken de aderen laat dichtslibben. En dan maakt het niet uit of het Poolse aderen zijn of Nederlandse. Als het waar is wat de waarschuwingstekst doet vermoeden, dan staat de roker op enig moment nog een vervelende operatie te wachten. Misschien wel in Nederland en anders mogelijk in zijn thuisland. Wie weet..

Het kan natuurlijk ook zijn dat het pakje sigaretten ooit door een niet-Pools-sprekende roker is aangeschaft. Iemand die het lezen van de angstaanjagende spreuken in zijn of haar eigen taal beu was en daarom maar een pakje kocht met een voor hem of haar onleesbare waarschuwing. Dubbel voordeel zou kunnen zijn dat je dan denkt dat de kwaal op de foto niet jou zal treffen, maar alleen buitenlanders. Als je verslaafd bent, is het makkelijk om jezelf voor de gek te houden.

Toen ik hier naar toe fietste, was mijn voornemen niet om over roken te schrijven. Maar het pakje en daarna de buitenlandse tekst intrigeerde me. Al die tijd werd er in het veld, honderd meter verderop, hard gewerkt. Het was net na de middag toen ik een aantal van die werkers bij elkaar zag gaan zitten, klaarblijkelijk om te pauzeren. Even later reden er drie witte busjes voor, die vervolgens weer heel snel vertrokken. Mét een aantal werknemers, voor zover ik kon zien. Of brachten ze juist een nieuwe lichting werkers?

Op het veld hoorde ik weer stemmen, vermengd met het geluid van een tractor. Ik zag een aantal mensen, naast elkaar zittend, stukje voor stukje vooruit getrokken worden, terwijl ze voortdurend voorover bukten om iets in de grond te stoppen. Overduidelijk iets aan het poten. Het witte busje deed me vermoeden dat de poters geen lokale jeugd was die vakantiewerk deed, maar dat het ging om via een uitzendbureau ingezette buitenlandse arbeidskrachten. In feite zorgden zij er voor dat wij in dit land gezond konden blijven eten, realiseerde ik me, terwijl ik ze hard zag werken.

harde werkersIk mijmerde nog wat door over werken, afval, gezondheid en over de mensen die dat aanging. En alsof het zo moest zijn, kwam Ton toen naar me toe gewandeld. Eigenaar van ‘Landgoed de Gortmeule’, de kampeerboerderij hier vlakbij. Na een vriendelijke begroeting bleek al snel dat hij alles wist over deze plek en het gebied er omheen. Gedreven vertelde hij over zijn passie, de natuur en hoe waardevol die was voor mensen. Over hoe trots hij was wanneer zijn campinggasten hem lieten weten dat men hier op het bankje, onder de 200-jarige eik, tot diepe gesprekken was gekomen over het leven.

Het gaf hem de energie om te doen wat hij deed, vertelde hij. Hij ruimde daarom regelmatig rommel op die op deze mooie plek terecht was gekomen. Ook vanmiddag, omdat hij wist dat er later op de dag nog bekenden langs zouden komen, die eveneens een speciale binding hadden met deze plek. Ton wist ook dat op het veld in razendsnel tempo aardbeienplanten werden gepoot. Nu aardbeien en straks weer andere planten. En inderdaad, dat werk werd meestal gedaan door Polen.

Met het lege Poolse sigarettenpakje in zijn hand, verwonderde Ton zich even over de gedachteloosheid waarmee iemand zijn afval zomaar kon weggooien. Maar hij prees zich voorál gelukkig met de constatering dat steeds meer mensen bewust werden van het belang van de natuur en er ook daadwerkelijk iets aan deden. Ton vertelde over de 200-jarige eik en hoe hij daar als kind al bij speelde. En hij vertelde me dat mijn vader vroeger bij zijn ouders ‘op de Gortmeule’ over de vloer kwam. Meer herinneringen kwamen boven. Fijn dat we die hier samen op deze mooie plek konden delen. En terwijl Ton hier en daar nog wat rommel opraapte en tot slot de kiezel bij het kruis netjes aanharkte, dacht ik na over wat mooie slotzinnen…

Op een plek waar een oude eik
in serene stilte de geschiedenis
verbindt met het nu,
valt zelfs afval in het niet
bij de zo belangrijke inzet
maar tegelijk belangeloze volharding
van hen die begrijpen
waar het echt om gaat.

Om het grote te begrijpen
moet je het kleine kunnen zien
en er vooral naar handelen.

Vlak voordat ik vertrok,
raapte ik het rode
plastic ijslepeltje op
dat tussen het
groene gras
bij mijn voet lag.

 

Tip voor de rest van de wereld…

Gisteravond op uitnodiging van Jan weer een hele kleine stap gezet om zijn achtergebleven biervoorraad te doen slinken. Vanaf 22.30 uur in het voormalige cafe, als vanouds, met z’n drieën aan een tafeltje over dingen gesproken, waar je in een andere setting eigenlijk nooit over spreekt. Via concrete zaken van alledag kwam het al snel op meer abstracte onderwerpen zoals: Is het de mens eigen om altijd iets te vinden ten koste van anderen? En zo ja, waar komt dat dan vandaan?

We spraken over normen en waarden die daar mogelijk aan ten grondslag lagen. En over het ontstaan daarvan. Over de invloed van de sociale context van cultuur en opvoeding daarop. En zoals al die keren daarvóór dat we hierover spraken, kwamen we er ook nu weer niet goed uit. Dat wil zeggen, wij waren het in veel opzichten wel eens met elkaar en er was over het algemeen wel consensus over onze antwoorden en meningen, maar het heikele punt van al die adhoc-theorie was met name gelegen in een klein, maar niet te verwaarlozen detail: de rest van de wereld.

Laat ik het concreet proberen te maken. We vonden bijvoorbeeld dat we iemand die afval zo op straat gooit, daarop zouden mogen aanspreken. Dat we dat in sommige gevallen wél, maar in veel gevallen ook niet deden, gaf nieuwe stof tot nadenken. Is aanspreken dan wel de juiste reactie, of legden we daarmee in die specifieke situatie de ander een norm op, waar die niet van gediend was. Onze norm namelijk, die klaarblijkelijk niet de norm was van de ‘vervuiler’. Met welk recht zou onze norm dan moeten gelden en niet de norm van de vervuiler? Logisch verstand of het ontbreken daarvan? Kennis tegenover het gebrek eraan? Verschil tussen denken en doen?

Eigen keuzes kunnen leiden tot verschillende acties. Weggooien is voor de een ook opgeruimd. De keus om aan te spreken is dan één optie. De keus om simpelweg op te ruimen wat zojuist de wereld van de vervuiler verlaten heeft en onze wereld letterlijk is binnengevallen, is een andere optie. Dat laatste lijkt een knieval, misschien zelfs wel in de letterlijke betekenis van het woord als we ons moeten bukken om het afval op te rapen, maar de vraag is of die knieval op den duur misschien niet effectiever is dan de confrontatie? Ondertussen gooi ik mijn eigen afval niet zomaar op straat, maar dat terzijde…

Dit afvalvoorbeeld is wat mij betreft een metafoor van andere situaties in de wereld waarin we leven. In plaats van de confrontatie met de ander, kiezen voor de eigen actie om ‘afval’ zelf op te ruimen. Als ‘zij’ niet doen of denken wat ‘jij’ vindt, niet automatisch het voor de hand liggende ‘wij-kamp’ opzoeken en de confrontatie aangaan. Inplaats daarvan zelf blijven nadenken en doen. Wie weet, leidt dat mogelijk wel tot nadoen en anders denken?

Mogelijk komt het daar wel op neer: anders doen na nadenken zodat nadoen anders laat denken. Maar zoals gezegd. We kwamen er met z’n drieën niet helemaal uit. Eigenlijk vooral omdat je ook nog de rest van de wereld hebt… Dat is lastig. Want wat is het goede om te doen? Maar nu ik er zo over nadenk, eigenlijk is het ook heel gemakkelijk. Want zonder wereld hoef je niets meer te doen, laat staan opruimen. Raar hè? Dáár over nadenken leidt bij mij in ieder geval tot doen. En dát nadoen ligt zo voor de hand, zou je denken…

Elk kwartier…

Wie in Horst woont, min of meer in de buurt van de Lambertuskerk, is het waarschijnlijk al opgevallen. Vanuit de klokkentoren wordt elk kwartier nu aangegeven met drie klokslagen in plaats van vier. Ik weet het niet zeker maar ik denk dat in meer gemeenten en steden die ‘kwartierriedel’ van vier tonen wel bekend is. Op het hele uur vier keer net even anders. Het viel me vanochtend om kwart over negen op toen ik buiten in de schaduw zat. Ding, niks, ding, dong… Gek, dat dingen die jarenlang gewoon zijn, je pas opvallen als ze er niet meer zijn.

Ik meende onthouden te hebben dat het de tweede klok was die ik miste. Ik wilde een kwartier later luisteren of dat zo was, maar zoals dat dan gaat, voor je het weet is het zéstien minuten later en heb je, door wat voor reden dan ook, helemaal niks gehoord. Daar wordt de twijfel niet kleiner door kan ik sinds vanochtend uit ervaring vertellen.

Bovendien ga je fantaseren hoe het kan dat een van de vier tonen steeds wegvalt. Is die ene klok er uitgehaald? Is er een hamertje stuk? Zit er een breuk in een van de vier stroomkabeltjes? Speelt stroom uberhaubt een rol? Of houdt een recalcitrant maar muzikaal misdienaartje misschien elk kwartier precies op het goede moment zijn hand tussen de klepel en de klok? Het kan van alles zijn.

Wat later hoor ik nog net de laatste twee tonen van een nieuwe riedel. Shit. Weer gemist hoe het precies zit. Ik probeer te beredeneren wat logisch is, maar merk dat mijn muzikale gehoor me parten speelt. Ik neurie de riedel voor me uit en luister naar mezelf op welke plek de tonen in elke riedel nu precies staan. Als het steeds de tweede klok is, die uitvalt, dan zou op die plek steeds dezelfde noot moeten klinken. Ik luister naar mezelf, maar hoor het niet. Waar is een Egbert, als je hem nodig hebt…

Om half twaalf luisteren Thea en ik samen naar wat er komt. Met zekerheid horen we nu dat in de eerste riedel van vier de tweede noot ontbreekt en in de tweede riedel de derde noot. Dat onderbouwt mijn theorie dat het om één klok gaat en dat in elke riedel de vier tonen steeds op een andere plek te horen zouden moeten zijn. Nu dus op die éne toon na… Maar de oorzaak daarvan kan nog steeds het hangend hamertje, de niet kloppende klepel of het misselijke, muzikale misdienaartje zijn.

Twaalf uur. Bij de derde riedel mist de eerste noot, hoor ik tussen het verkeerslawaai door. Het net sluit zich… Ik hoor de klokken en meen steeds beter te weten waar de klepels nog wel hangen Afijn, ik neem aan dat deken De Graaf Woutering het ook wel hoort. Hij woont zo goed als tegen de kerk aan en hoort het dus nog veel beter dan ik. Bovendien kent hij zijn misdienaartjes en zal dus zeker één mogelijke oorzaak kunnen uitsluiten.

Het komt wel weer goed, denk ik. Gewoon proberen me niet al te veel te laten leiden door wat ik vanzelfsprekend vind. Misschien is dat wel de les van vandaag. Als de tijd verandert, verander dan met de tijd mee.

Eiken en eikels…

 

De sigarettenpeuken liggen er nog. Iemand heeft hier op dezelfde plek gezeten en niet alleen genoten van de rust die hier heerst. Het waren filtersigaretten. Ik weet niet of er een merkje op filters van sigaretten staat, anders zou het misschien nog interessant zijn om te zien of het om één merk gaat en dus met een grotere kans van waarschijnlijkheid om één persoon.

Al verschillende keren heb ik me op deze plek laten inspireren tot een verhaal. Nog nooit kwam ik op die momenten iemand anders tegen op dit bankje. Maar de peuken bewijzen dat er ooit toch minimaal één gezeten moet hebben. Misschien wel een ‘geo-cacher’. Éen keer maakte ik namelijk mee dat er een tweetal fietsende ‘schatzoekers’ stopten bij het bankje. Eronder bleek een plastic buisje te zijn bevestigd.

Nieuwsgierig heb ik even gecontroleerd of het buisje er nog hangt. Dat blijkt het geval en dat maakt me vervolgens nieuwsgierig of er onlangs nog mensen voor dat doel hier zijn geweest. Ja hoor, regelmatig. Ik heb er een foto van gemaakt. Misschien doorbreek ik daarmee een of andere heilige geo-cache code, maar mocht dat zo zijn, dan bij deze mijn excuses.

image
Zou een van hen filtersigaretten hebben gerookt? En de peuken oneerbiedig hebben uitgetrapt op de plek waar lang vóór het geo-cachen al mensen hun gedachten kwamen delen bij het kruisbeeld? Ik lees dat het kruis al in 1915 geplaatst is, door Gortmolens Hannes. En vijftien jaar later is het terracotta corpus, dat blijkbaar in Italië gekocht is, aan het kruis bevestigd.
image

Een drietal jonge kinderen en twee mannen komen over het pad aangewandeld. De kids zijn het eerst bij ‘mijn’ bankje.Een van hen merkt op dat hij nu toch wel ‘de dikste boom van heel Limburg’ heeft ontdekt. Aan hun taal hoor ik dat ze niet uit Horst komen en als even later de twee mannen zich bij hen voegen, wordt die indruk bevestigd. Ze verblijven op natuurcamping ‘De Gortmeule’, denk ik. ‘Dat is een grote boom hè?’, bevestigt een van de mannen wat de kinderen allang hadden gezien en gezamenlijk wandelen ze weer terug naar de camping.

De Gortmeule. Een plek waar in 1915 Hannes leefde. Méér dan honderd jaar geleden. In een tijd dat er nog geen filtersigaretten waren en ‘geo-caching’ nog moest worden uitgevonden. Als ik zo om me heen kijk, zie ik kleine beetjes van die tijd terug. Ik denk aan het tuinpad van Wim Sonneveld. En ik voel de verkoelende wind die hier honderd jaar geleden ongetwijfeld ook al waaide.

‘De hele dikke boom’ gooit een eikel precies op mijn been. Pats. Alsof hij wil aangeven dat wat hem betreft er wel weer voldoende verteld is over deze prachtige plek. De eikel stuitert en blijft uiteindelijk liggen tussen een aantal peuken. Ook wel mooi. Op deze mooie zondagmiddag wordt me subtiel iets verteld door een wijze eik: Peuken of niet, eikels houd je toch.
image

Optimistisch cynisme..

Het gaf me een opgeruimd gevoel toen ik zag hoe schoon het was op de plekken waar geen straatafval lag.

De twee mannen wisten waar het misging in de wereld en deden er alles aan om elkaar dat te vertellen.

Ze hadden voor de vakantie betaald en dachten dat de lokale bevolking bij de prijs inbegrepen was.

Het kind bleek gelukkig niet doof toen het na de vierde keer niet luisteren wel hoorde dat het een ijsje mocht.

De supporters hadden niets meer te verliezen toen hun ploeg op de wereldkampioenschappen eerste werd.

Als het niet waar is wat ik heb gezegd, dan is dát toch waar, dacht hij en gaf hem vol overtuiging een hand.

Toen hij het water zag komen, dacht hij aan die actiefoto waarop hij strijdbaar centimeters schraapte van de dijk.

Geen greintje twijfel dat de schuld bij de anderen lag omdat hij zelf zeker wist dat hij anders was.

Aubade…

Rabobank Nederland had iets aardigs bedacht voor haar personeel. Onder de noemer ‘Boost your Summer’ kon elke medewerker een collega nomineren die inspirerend voor hem of haar was op de werkvloer of daarbuiten. In Venlo, in het Rabobank-callcenter, besloot een medewerker een collega aan te melden voor deze landelijke waarderingsactie. De nominatie ging gepaard met een uitgebreide motivatiebrief. Uit de allermooiste, inspirerendste, liefste, aardigste en origineelste voordrachten werden een aantal landelijke winnaars gekozen. Viel de prijs in Venlo? Helaas, de plaatselijk genomineerde viel net buiten de landelijke boot.

Maar toch was de Venlose motivatiebrief opgevallen op het hoofdkantoor. Aan winnen of verliezen kon men niks meer veranderen, maar men gaf wel toestemming om op lokaal niveau iets speciaals te organiseren. En zo stond ik donderdag 12 juli om 9.00 uur ’s ochtends ineens tussen een twaalftal nietsvermoedende Rabobank-collega’s. Ze hadden die ochtend hun dagelijkse korte werkbespreking, maar vandaag liep die totaal anders. Tenminste, ik ga er van uit dat men op die plek, op dat tijdstip, in dit gezelschap nog nooit was geconfronteerd met live buikorgelmuziek.

‘Wie haet dèn bestélt?’ en ‘Wat is dít?’ waren de eerste nerveuze opmerkingen, gevolgd door een zenuwachtig giebellachje hier en daar. Maar na mijn uitleg werd duidelijk dat deze aubade speciaal gericht was aan één persoon. Een speld kon je vervolgens horen vallen, gedurende het gedicht op muziek. Een gedicht dat speciaal gemaakt was voor deze gelegenheid, gebaseerd op de inspirerende motivatiebrief. Geschreven door de ene collega voor de andere collega. Mooi om daar vervolgens mee aan de slag te mogen, dat te verwerken tot een voordracht op muziek en ter plekke te kunnen voordragen.

Met toestemming van betrokkenen mag ik de originele tekst delen, en het gedicht dat ik er van heb afgeleid. Als klap op de vuurpijl, het filmpje waarin in een live voordracht van anderhalve minuut alles samen komt. Een korte tijdsspanne die uitmondt in een prachtige, tijdloze en alles zeggende omhelzing. Ik vind het mooi. En ik ben daarom ook blij dat ik het mag delen. Zowel de nominatietekst als het daarvan afgeleide gedicht. Plus de beelden. Bij deze.

Originele (geanonimiseerde) nominatietekst:

Heel erg graag wil ik mijn lieve collega nomineren!
Hij is rond januari 2018 vanuit de opleiding bij ons RKS Horst Venray gekomen. Wat me meteen opviel was zijn tomeloze enthousiasme en zijn honger om te leren. Hoe netjes en vriendelijk hij altijd was naar onze klanten. De ‘oude rotten’ aan de telefoon kunnen hier nog wel eens een voorbeeld aan nemen!
Altijd een extra stap zetten voor de klant én voor collega’s. Langer op het werk blijven of ruilen met werktijden omdat dat iemand beter uitkomt… geen probleem, hij staat voor je klaar. Het gaat zelfs verder. Niet alleen onder werktijd, maar ook buiten werktijd. Heb je een vraag, of zit je er even doorheen, stuur maar een appje en hulp is onderweg. Hij gaat zelfs zo ver door, dat hij een collega helpt die haar visie buiten de bank aan het onderzoeken is. Er wordt misschien een eigen bedrijfje opgericht en hij gaat een avond én zaterdag aan de slag om een prachtig logo te maken. Geduld is ook een eigenschap die op zijn lijf geschreven is. Daar waar ik dan zelf zeg: ‘ik ben wel heel lastig’.. zegt hij: ‘nee joh, je wilt het gewoon perfect hebben!’
En dan nu, nu het allemaal wat onrustig begint te worden, juist voor de collega’s met contracten voor bepaalde tijd, elke dag toch die geweldige humor kunnen behouden. Ik vind het lang niet zo leuk op het werk als hij ADV heeft. En ik weet zeker dat hier veel collega’s hetzelfde over denken. Mocht hij ons gaan verlaten in december dan heb ik dit tenminste nog kunnen zeggen tegen hem! Als laatste zou ik onderstaande gedachte op een officiële manier (dus op deze wijze) aan hem willen opdragen:

Gedachte

Mensen komen in je leven om een bepaalde reden, een seizoen of een heel leven. Als je weet om welke reden het is, weet je wat je voor die persoon kunt doen. Als iemand in je leven is om een reden, is het gewoonlijk omdat je een behoefte hebt geuit. Ze zijn gekomen om je te helpen door een moeilijkheid heen, je te begeleiden met ondersteuning en je fysiek, emotioneel of spiritueel te helpen. Ze lijken te zijn gestuurd…Ze zijn er om een reden waarvan jij het nodig vindt dat ze er zijn.

Dan, zonder dat jij iets verkeerd doet, of op zomaar een moment, zegt of doet deze persoon iets om de relatie te beëindigen. Soms gaan ze dood, lopen ze weg. Soms keren ze zich tegen jou en dwingen je tot een standpunt. Wat we ons dan moeten realiseren, is dat aan onze behoefte is voldaan, onze wens is vervuld, hun werk is gedaan. Het ‘gebed’ dat je opzond is beantwoord en nu is het tijd om verder te gaan.

Sommige mensen komen in je leven voor een seizoen, omdat het jouw beurt is om te delen, te groeien of te leren. Zij brengen je een ervaring van vreugde of ze brengen je aan het lachen. Ze kunnen je iets leren dat je nog nooit gedaan hebt. Ze geven je gewoonlijk een ongelooflijke hoeveelheid vreugde. Geloof het, het is echt, maar slechts voor een seizoen.

Relaties voor de duur van je leven, leren je levenslessen, dingen waar je op kunt bouwen om zo een solide emotionele fundering te hebben. Het is jouw taak de lessen te accepteren. Hou van die persoon en stop wat je hebt geleerd in alle relaties en situaties van je leven. Men zegt: “Liefde is blind maar vriendschap helderziend”.

Dank je, dat je een deel van mijn leven bent, of het nu is om een reden, voor een seizoen of voor het hele leven.

Een nominatie ‘uit het hart’, die ik vervolgens heb omgezet naar een gedicht op orgelmuziek. Op 12 juli live voorgedragen aan een daardoor zeer verrast Rabobankgezelschap in Venlo. De genomineerde maakte uiteraard deel uit van die groep. De aubade was speciaal voor hem. Hieronder de beelden.

Aubade

Soms komen mensen speciaal in je leven
Soms is dat voor jaren en soms voor heel even
Ja, soms zijn die levens maar even verweven
Maar heb je elkaar toch iets heel moois gegeven

Net als een cadeau dat je bij is gebleven
Of als een gedicht dat voor jou is geschreven
Of als dank voor jouw rol in je Rabobank-leven
Of voor wat je een ander als persoon hebt gegeven.

Onbewust, zonder doelen omgeven
zo speciaal, ja, misschien wel verheven..

Want soms heeft het leven verrassingen staan
En kan ieders leven ineens anders gaan
En toch, wat gedeeld is, dat blijft dan bestaan
Dat maakt dat je kunt, wat je nog nooit hebt gedaan

Dus juist voor datgene, dat er zó is gedeeld
En in levens zo’n rol van betekenis speelt
Als liefde blind is, is vriendschap helderziend
Daarom is deze aubade voor jou welverdiend

Dit is wat iemand aan jou wilde geven
Met dank dat je een deel bent,
een deel van haar leven..

Mart

Van een afstand zag ik hem al zitten. Op het stenen trapje voor zijn café. Het was zondagavond, zo omstreeks acht uur. Ik weet niet of hij zijn café al open had. Normaalgesproken wel, op zondagavond. Dan stond hij met Marij achter de bar. Normaalgesproken. Maar alles was niet meer normaal. Alles was anders geworden. Zijn dochter was onlangs op haar vakantieadres overleden.

Ik zag dat hij in gedachten verzonken was. Hij keek in het niets en tegelijk in de richting van waar ik vandaan kwam fietsen. Ik denk dat hij vanaf zijn plek de toren van de Lambertuskerk kon zien. Pas in het voorbijgaan merkte hij me op en reageerde op mijn ingetogen opgestoken hand en mijn ‘hallo’. ‘Ha’.. Een korte reactie en een knikje kwam er terug van zijn kant en toen waren we elkaar ook al weer voorbij.

Fietsend probeerde ik me een voorstelling te maken van de pijn en het verdriet dat hem was overkomen. Opgeteld bij het verdriet van de man van zijn dochter. Misschien dacht hij op dat trapje wel aan zijn kleinkind, dat vanaf dat verschrikkelijke moment zonder moeder verder moest, maar daar waarschijnlijk op die jonge leeftijd nog geen enkel besef van had.

Het lukte niet. Het beeld van Mart, die buiten op het trapje voor zich uit staarde, terwijl binnen in zijn café het leven straks weer gewoon door ging. Het was een contrast dat me weliswaar diep raakte, maar van de pijn die er achter schuilging, daar kon ik me geen voorstelling van maken. Dat kon waarschijnlijk alleen hij op dat moment.

Misschien wel door het leven in zijn café even achter zich te laten.  Te gaan zitten op het trapje voor de ingang. Omhoog te kijken, nog óver de kerktoren heen. Lang genoeg om daarna weer naar binnen te gaan. Om het leven te leven. Voor zijn dochter. Zijn kleindochter. En voor zijn vaste klanten, die begrepen waarom hij even buiten zat, maar daar die avond mogelijk geen woorden voor hadden.

Deze woorden zijn voor hem. En voor hen die ze herkennen.