Blue monday…

IJskoude vrieslucht en geen wolkje aan de hemel. In de krant lees ik dat het vandaag ‘Blue monday’ is. De meest deprimerende dag van het jaar, citeer ik de krant, die verder vermeld dat het ‘een verzinsel is van de Britse psycholoog Cliff Amall’. Die bedacht een formule, waarin hij gegevens stopte over het weer, schulden en salaris, en waaruit hij vervolgens concludeerde dat de meeste mensen zich op de derde maandag in januari neerslachtig voelen.

Blauwe maandag dus vandaag. Ik kijk naar buiten, voel hoe ik me voel en schat in of ik bij ‘de meeste mensen’ hoor, of dat ik buiten die statistiek val. Meteen schiet me een zin te binnen die ik eerder las op Facebook: ‘Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet’. Dat ik daar meteen aan moet denken, terwijl ik probeer in te voelen hoe het zit met mijn ‘neerslachtigheid’, zegt dat iets? Is humor of sarcasme het rookgordijn voor neerslachtigheid?

Wel een intrigerend woord, trouwens. Neerslachtig. Het is afgeleid van het verouderde woord ‘neerslacht’, wat ‘het neerslaan’ betekent. Met de toevoeging ‘-ig’ wordt het omschreven als ‘erg somber zijnde’. Eén synoniem wordt er van gevonden: Moedeloos. Maar neerslachtigheid komt wel als synoniem terug bij een groot aantal andere trefwoorden. Droevig, lusteloos, bedrukt, droefgeestig, gedrukt, depressief, droef, mistroostig, down, somber. Elk trefwoord heeft vervolgens weer z’n eigen synoniemen. Daar gaan we.

Ja, het is nogal wat, dat je kunt zijn op deze maandag in januari. Zet je schrap: Bedroefd, beroerd, malheureus, melancholiek, naar, naargeestig, ongelukkig, smartelijk, teneergeslagen, treurig, triest, verdrietig, zwaarmoedig, lusteloos, apatisch, energieloos, futloos, hangerig, indolent, lamlendig, mat, melig, ongeanimeerd, onverschillig, passief, slap, traag, bekommerd, bezwaard, sip, stilletjes, morose, ontmoedigd, versaagd, nors, pessimistisch, stuurs, tobberig, vreugdeloos, zwartgallig, melancholisch, gedeprimeerd.

Je zou zo de neerwaartse spiraal ingezogen kunnen worden door al die triestigheid… Dus dan toch maar snel weer even naar buiten gekeken. De lucht is gelukkig nog steeds stralend blauw. Gisteren werd me de laatste kans geboden om een annuleringsverzekering af te sluiten voor ons bezoek aan Noorwegen, maart aanstaande. ‘Laatste kans’. Het stond er werkelijk bij. Alleen daarom al stootte het aanbod me af en heb ik er niet op gereageerd. Vanochtend dacht ik daar even aan terug en wist niet zeker of ik er goed aan had gedaan. Je weet tenslotte maar nooit…

Twijfel. Ik zie het niet terug bij alle synoniemen. Of angst. Terwijl heel veel misschien juist wel daarop is terug te voeren. En als dat inderdaad zo is, is het dan denkbaar dat je die angst zou kunnen loslaten? Zodat je minder hoeft te twijfelen of je je neerslachtig voelt, omdat het toevallig de derde maandag in januari is. Loslaten ook, omdat het gegeven dat je ‘het toch niet overleeft’, juist alle tijd die daaraan voorafgaat, serieus belangrijk maakt. Geen twijfel mogelijk. Ook op andere dagen in de week kan het vriezen, terwijl toch de zon schijnt.

Ik moet alleen nog even ‘indolent’ en ‘morose’ opzoeken, voordat ik vanmiddag ga hardlopen…

Portret van een morose man
Portret van een morose man (Schilder: Guercino (Giovanni Francesco Barbieri))

Wat moeten we ermee…

Maandagmorgen, anderhalf uur voordat ik weer 5 km ga hardlopen. Vanochtend op tijd opgestaan. Bakje voer gemaakt. Opgeslobberd met het krantje erbij. Daarna mailtjes gecheckt op de telefoon en wat dingetjes in huis gedaan. Ondertussen mijn gedachten laten gaan over iets dat ik in de krant gelezen had. En nu klaar om die indruk te delen. Aanleiding is een ingezonden brief uit de krant vanochtend. Ondertekend door Jan Duijf uit Horst.

Ingezonden brief Jan Duijf
Uit de Limburger van maandag 14 januari 2019

Wat me van het hart moet, gaat niet zozeer over de inhoud van die brief. Maar waar ik me telkens weer over verbaas is de blijkbaar menselijke eigenschap om datgene wat niet bevalt te willen delen. Dat, naast -en vaak gecombineerd met- de vanzelfsprekendheid waarmee zaken die welgevallig zijn geen aandacht krijgen. De kunstmanifestatie ‘Altaarnatief’, onlangs gehouden in de Lambertuskerk in Horst, en waarschijnlijk een artikel in de krant daarover, hebben Jan aangezet om in de pen te klimmen.

Zijn aandacht gaat vooral uit naar wat er niet in de kerk mocht worden getoond. Conclusie van de brief: homosexualiteit en de katholieke kerk in Horst kunnen nog steeds niet door één deur. Oké, denk ik dan. Eens, misschien. Hoewel ik denk dat het tegendeel heel vaak bewezen wordt omdat er ook homosexuele priesters zijn, die dagelijks door deuren van kerken gaan en hun werk verder prima doen, maar dat terzijde.

Wat me veel meer bezig houdt is het ontbreken van de aandacht voor wat er tijdens Altaarnatief wél door de deur van de Lambertuskerk kon. Dat waren prachtige kunstobjecten die ieder voor zich boekdelen spraken over heel veel aspekten van het leven in het algemeen en de kerk of het geloof in het bijzonder. De tuinkabouter die continu eigenwijs ‘Ík ben het licht’ door de kerk liet schallen. Of de kringen van bootjes, gemaakt van kaarsenwas, die zoveel symboliek in zich droegen, dat zelfs een pastoor uit Meerlo er een kocht. Wij trouwens ook.

Ook werk van Teun Seuren stond opgesteld in de kerk. Ik weet verder niet hoe de discussie rond de show precies gegaan is, maar ik zie het als een compromis tussen wat wel en niet kon. Niet verkeerd toch? Teun zelf is bij het opstellen van zijn kunstobjecten in de kerk in ieder geval niet bij de pakken neer gaan zitten. Integendeel, hij had zijn pakken een prominente plek gegeven, tussen de kerkbanken. Mooi om te zien en te lezen waarom ze daar stonden.

En dan de prachtige kalligrafie van Jeu van Helden. Speciaal voor die plek in de kerk bedacht en op duizenden manieren beschreven. Gemaakt in een stellage die zo mobiel was, dat al van te voren rekening was gehouden met de momenten dat de kerk weer gewoon kerk zou moeten zijn, voor een dienst of voor een uitvaart. Van te voren nagedacht over de mogelijkheden. Niet achteraf over de onmogelijkheden.

En dat is nu juist de kern van waar het volgens mij over gaat. Achteraf het negatieve benadrukken, of vooraf samen zoeken naar het positieve? Ik hoop dat ik mijn menselijke aard kan onderdrukken en dit jaar meer aandacht heb voor de tweede optie.

kyle-glenn-350542-unsplash
Foto: Kyle Glenn

Aftrap…

dsc04640Vijfhonderd aanwezigen. Misschien wel meer. Volop aandacht voor de nieuwjaarsreceptie van Horst aan de Maas, die dit jaar gecombineerd was met de aftrap van het jubileumjaar van ‘800 jaar menskracht’ in dezelfde gemeente. De ontvangst door gemeentebestuur en stichtingsbestuur van HadM800 was al hartelijk. Maar vanaf het moment dat de toegang naar de ‘theaterzaal’ in de Mèrthal was geopend, werd het welkom historisch, door de daar in twee rijen opgestelde schutterij St. Lucia. Hun vaandel getuigde trots van het oprichtingsjaar 1479. Weliswaar nog geen 800 jaar geleden, maar toch.

360 stoelen bleken veel te weinig, maar aan de staantafels achterin en langs de zijkanten van de zaal was het ook goed toeven. De geheel in sfeer ingerichte ‘theaterzaal’ beloofde veel goeds. Op het podium stond de Koninklijke Harmonie van Horst al klaar. Ik mocht hen aankondigen en toen ik het publiek vertelde dat de harmonie het Limburgs Volkslied zou gaan spelen, zag ik gouverneur Theo Bovens een beweging maken die ik interpreteerde als een non-verbale bevestiging dat hij daar staande getuige van wilde zijn. Die constatering bleek terecht en tegelijk met de gouverneur stonden alle aanwezigen op. De muziek van de harmonie werd op plekken spontaan -weliswaar niet helemaal 500-stemmig- maar toch uitgebreid van ‘bronsgroen eikenhout’ en ‘nachtegaaltjes’ voorzien.

dsc04639Na de nieuwjaarsrede van burgemeester Ina Leppink-Schuitema werden de filmbeelden van Tim Flentge vertoond. Hij had 16 kerken met een drone gefilmd en het specifieke klokgelui vanuit de torens in beeld en geluid gevangen. Indrukwekkend, hoe meteen de verschillende klanken van elk dorp, aan elkaar verbonden, een prachtig geheel vormden. Haarscherpe beelden en een eigen geluid van elk dorp, dat samengebracht in een compilatie, een prachtig harmonieus samenspel opleverde. Klik hier voor de drone-beelden

dsc04647Voorzitter van de stichting HadM800, Arie Stas, gaf woorden aan dat gevoel van eenheid en eigenheid en de relatie met verbinding en gezamenlijkheid. ‘8 eeuwen menskracht’ heeft ons gevormd tot een gemeente waarin eigenheid en eenheid juist gezamenlijkheid en verbinding versterken. Het komende jubileumjaar 2019 gaat daar vele voorbeelden van laten zien, die ieder op hun beurt weer de potentie in zich hebben om versterkend door te werken op de jaren daarna. Dromen kunnen waar worden. In de clip van Hub en Hay werd die kerngedachte op fenomenale wijze verwoord, verbeeld en muzikaal vertolkt.

dsc04648Allereerst over de verbeelding. De jonge acteurs Tijmen Geurts en Rens Gommans, die Hub van Doorne en Hay Peeters in hun jeugdjaren speelden, heb ik vóór de clip begon, op het podium gevraagd. Onvoorbereid op wat hen te wachten stond, gaven ze enthousiast gehoor aan mijn verzoek. Hun antwoorden op mijn vragen over hun bijdrage aan de clip waren ontwapenend. Het was juist hun korte uitleg van de dromen van Hub en Hay die boekdelen sprak. Want het was hetzelfde jeugdige enthousiasme dat doorklonk in hun antwoorden. Dezelfde twijfel soms, maar ook dezelfde drive waarmee zij de uitdaging aangingen om te gaan acteren. Dezelfde voortvarendheid en lef om nu ook weer op het podium te verschijnen. Al die eigenschappen moeten Hub en Hay ook hebben gehad, elk op hun eigen manier. Het publiek gisteren voelde dat ook. Het grote applaus, nog vóór de clip begon, was een pleidooi voor het nu en voor de toekomst.

Dan de clip zelf. Filmmaker Ruud Geuijen is er in geslaagd om beelden te vinden die perfect aansluiten bij de tekst van Jack Poels en de muziek van Egbert Derix. In drie minuten wordt het verhaal van Hub en Hay verweven met de tijd. De tijd van toen, maar ook de tijd van nu. Op een manier die één keer kijken en luisteren veel te weinig maakt. Daarvoor zijn de nuances in de muziek en de symboliek in de tekst te veelomvattend. Luisteren, keer op keer, en je zult merken dat wat je ziet en hoort zich één maakt met wat je bent en voelt. Klik hier voor de clip

dsc04650Gouverneur Theo Bovens was de derde spreker van de avond. Zijn bijdrage over de klok van Hay Peeters heb ik ervaren als van een uitzonderlijke klasse. Een mooiere inleiding had er niet kunnen worden gegeven aan het pronkstuk van de Lottumse klokkenmaker, die nooit klokkenmaker mocht worden, maar zijn droom na zijn pensionering toch nog gestalte had gegeven. Erik Elbers, de kleinzoon van Hay Peeters, en José Vercoulen, de dochter van Hay Peeters, moeten in de woorden van de gouverneur hun opa en vader hebben herkend. De onthulling van de klok was de kers op de taart. Het feit dat de klok een jaar lang in het gemeentehuis van Horst aan de Maas een prominente plek krijgt, is een postuum eerbetoon aan Hay Peeters. Maar tegelijk ook een oproep aan iedereen om dromen te blijven verwezenlijken. Elke minuut van de dag en alle maanden van het jaar. De klok van Hay Peeters geeft dat aan.

dsc04668De traditionele nieuwjaarsconference van Sacha van de Ven en Marc Joosten, op tekst van Ger Gubbels, vormde het afsluitende programma-ondereel. Het jaar 2018 werd op een cabareteske manier terug in de herinnering geroepen. Herhaaldelijk applaus gedurende de conference, ten teken dat ook nu weer juiste tonen werden geraakt. Het was een mooie opmaat naar de afsluitende toost, waarin alle aanwezigen elkaar het allerbeste zouden wensen voor het jubeljaar 2019. De prosecco werd uitgedeeld, maar niet nadat ik de ‘niet-prosecco-drinkers’ had geattendeerd op het speciale HadM800-bier en de speciale HadM-800 wijn, die er na afloop van het officiële deel kon worden geproefd. In de tijd die het uitdelen van prosecco aan 500 aanwezigen in beslag nam, volgde nog een allerlaatste verrassing.

dsc04677Het waren 111 kleine kunstwerkjes die net voor de toost werden onthuld, door de organisatie van de Horster Kwis. Een bonte verzameling gedetailleerde stillevens over Horstaandemaas800, maar tegelijk ook over de veelzijdigheid van Horst aan de Maas zelf. De toost, die werd uitgesproken door burgemeester Ina Leppink-Schuitema, was het startschot voor een spontane bezichtiging van zowel die kunstwerkjes, als ook van de klok van Hay Peeters. Fotografen dromden samen op die plek. Tijmen en Rens, verkleed als Hub en Hay, stonden als een soort trotse bewakers bij de klok. Flitslichten gingen af. Beelden werden vastgelegd. De klok tikte onverstoorbaar door terwijl ik Hub en Hay weer zag terugkeren als Tijmen en Rens. Klaar om hun dromen over de toekomst na te jagen, maar vooral ook genietend van het moment. Net zoals 8 eeuwen geleden zoveel mensen vóór hen dat ook hadden gedaan. Gedroomd en genoten. Het voelt goed om van zoveel menskracht gisteren en nu sprekende getuige te zijn.dsc04657

Foto’s: Hub Vermeeren

Zachte aai…

Eerste kerstdag. Het jaar 2018. Het is mijn 58e kerst. Best al een aanzienlijk aantal kerstdagen meegemaakt, realiseer ik me. Het overvalt me een beetje, hoe weinig ik me eigenlijk zo op het eerste oog nog herinner van al die verschillende momenten. Gravend in mijn geheugen verschijnen er wel beelden uit mijn kindertijd. Ik zie de hoek van de woonkamer voor me, waar bij ons altijd de kerstboom stond. Een stevige boom, waaronder heel natuurgetrouw met rotspapier een grot was nagebootst.

De grot leek uitgehakt uit een stenen berg, van waaruit de kerstboom bijna natuurlijk opsteeg, tot aan het plafond, nog net plaats overlatend voor een blinkende piek. In de boom gekleurde lampjes, bedekt met engelenhaar, waardoor er wat mystieks van uitging. Geheimzinnige spiegelingen in glanzende kerstballen en zilverkleurige druppels. Hier en daar een teer, zilveren vogeltje, dat elk moment leek weg te kunnen vliegen, ware het niet dat het was vastgeklemd aan een dennetak. Nog voel ik hoe koud en zacht hun staarten over mijn hand gleden.

Achter in de grot was een gaatje gemaakt, waar doorheen één lampje het tafereel in de grot bescheen. De beelden die elk jaar hun eigen plaats kregen, voelden zwaar en stevig in mijn kinderhanden. In de loop van de jaren meen ik mij te herinneren dat sommige beelden extra voorzichtig uit de doos moesten worden gehaald, omdat ze een jaar eerder waren gelijmd. Vooral de gipsen schaapjes bleken kwetsbaar. De drie wijzen verplaatsten zich naarmate de kerst dichterbij kwam. Iemand bij ons thuis -ik vermoed mijn moeder- volgde daarmee de logica van het kerstverhaal. Op 1e kerstdag stonden ze alledrie vlakbij de kribbe. Misschien heeft juist die trektocht menig schaapje geschaad…

Dit tafereel heeft in mijn herinnering een hele vaste plek verworven. Waarschijnlijk omdat het jaar na jaar volgens datzelfde protocol verlopen is. Heel vaag kan ik me herinneren dat we ‘s avonds thuis kwamen en dat er een kersttafellaken over de tafel lag die feestelijk gedekt was. Maar vanwege de vaagheid van die herinnering is dat zeker niet iets dat elk jaar onderdeel uitmaakte van de ceremonie. Daarvoor was onze familiesituatie in mijn kinderjaren te instabiel. Misschien wel een verklaring voor mijn selectieve geheugen.

De herinneringen aan kerst van de laatste jaren zijn echter ook vluchtig. Eten bij en met de broers en zussen, waarbij later ieders kinderen ook aansloten. Het aantal deelnemers aan die gezamenlijke maaltijd nam in de loop van de tijd door verschillende redenen af. Je zou het een natuurlijk verloop kunnen noemen. Vragen stellen daarover kan, maar antwoorden blijken lastig te vinden. Het zij zo. De kerstboom, die in mijn kindertijd altijd echt en groen was, heeft bij ons in huis nu plaatsgemaakt voor een andere indrukwekkende en creatieve variant. Mogelijk nog echter, maar totaal anders wat betreft kleur en vorm. De kerstballen en zilveren druppels zijn nog steeds wel de stilzwijgend blinkende getuigen van vroegere tijden. Mooi en verstild.

Nog steeds hangt er op twee plekken een zilveren vogeltje. Ik heb net even uitgeprobeerd of het gevoel van de staart over de rug van mijn hand nog hetzelfde is. Want hoeveel er door de jaren heen ook verandert in de beleving rondom kerst, het gevoel van die zachte aai over mijn hand blijft heel sterk. En ja, hoewel niet helemaal hetzelfde, voelt het nog steeds heel apart. Mijn huid lijkt nu wat ruwer dan toen, maar toch ontroert het gevoel me. Mijn 58e kerst verbindt zich even met allerlei momenten uit het verleden. Ik slik een traan weg, hoewel die waarschijnlijk net zo zou glanzen als de zilveren druppels in de boom. Ik zie dat de vogel naar de pieken kijkt. Ongevraagd een goede raad.

De vader, de zoon en het heilige feest

Ik werd er mee wakker, ben opgestaan en heb het als titel genoteerd. Vanavond tijdens de nachtmis -ik ga er van uit dat die gehouden wordt- klinkt ongetwijfeld de originele tegenhanger er van: In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest. Vergezeld van een kruisteken, waarvan ik net in Wikipedia lees, dat er groepen gelovigen zijn die niet hoofd-borst-links-rechts aanhouden, maar hoofd-borst-rechts-links. Daar zal best een reden voor zijn, maar zover wil ik niet doorgooglen.

Ik lees daar wel dat er ook nog een verschil is hoe je de vingers houdt. Ons is vroeger geleerd dat je het kruisteken met de vlakke hand maakt, met de duim naar binnen gevouwen. Er zijn groepen gelovigen die het kruisteken maken met duim, wijs- en middelvinger tegen elkaar, waarmee de drie-eenheid wordt gesymboliseerd. Daarbij wordt de ringvinger en pink naar beneden gevouwen, als – ik citeer- ‘ een symbool voor de goddelijke en menselijke natuur van Christus’. En weer een andere groep strekt om dezelfde reden de ringvinger en pink. Interessant toch?

Dat wist ik allemaal nog niet toen ik vanmorgen wakker werd. Ik had alleen heel sterk het zinnetje ‘de vader, de zoon en het heilige feest’ door mijn hoofd spoken. Misschien wel omdat ik met mijn zoon gisteren de film ‘Bohemian Rhapsody’ heb gezien. Of -leuke bijkomstigheid- misschien wel omdat het idee voor het bioscoopbezoek samen met de zoon van een andere vader tot stand was gekomen. Maar het kan natuurlijk ook gewoon met de komende kerst te maken hebben en het dubbele gevoel dat ik daar altijd bij heb.

Morgen, eerste kerstdag, start ook de top-2000. Totaal losgezongen van de oorspronkelijke kerstgedachte, maar het lijkt voor veel mensen net zo’n traditie als kerst zelf. En wie zal het zeggen, misschien is het verbindende element van het van 2000 naar 1 tellen en daar samen getuige van zijn, in essentie wel vergelijkbaar met het verbindende element van het geloof? De top-2000 als een door ons zelf bedacht ‘heilig feest’ waarvan we op 31 december, op de overgang van oud naar nieuw, samen de ‘verlossing’ vieren.

Nog een overeenkomst met het geloof: niet iedereen is overtuigd van de ‘nr. 1’ en van de ‘waarheid’ die tot die keus geleid heeft. Sommigen zijn daar zelfs heel extreem in. Ik denk dat daar de kern ligt van het dubbele gevoel dat ik heb met kerst. Maar goed, de zon schijnt vandaag. Om 14.00 uur ga ik 5 km. rennen en hoe je het kruisteken ook maakt, uiteindelijk staat ‘Bohemian Rhapsody’ toch gewoon op één.

…anders zijn mag…
diogo-palhais-472890-unsplash
Diogo Palhais

…of waar het écht om gaat…nathan-anderson-384356-unsplashNathan Anderson

 

Toverbeer…

Vier uur in de middag. En nog niks op papier. Al de hele dag bezig om een begin te maken aan een nieuwe column. Thema’s liggen voor het oprapen, maar worden overspoeld door hoge golven van vrije tijd. Het zijn de dagen voor kerst. Morgenavond kerstavond, als opmaat voor eerste en tweede kerstdag. Dan al weer snel richting oud op nieuw, met als apotheose Bohemian Rhapsody om pakweg vijf voor twaalf. Daarna is het 2019.

Een nieuw begin, om maar in cliché-taal aan te sluiten op de ‘fijne feestdagen’-wensen die via alle kanalen tot mij komen. Toch weer wat kaarten via PostNL, maar nog meer wensen via Facebook en Whatsapp. Goedbedoelde filmpjes van toverende beren en van het dak glijdende kerstmannen. Zelfgemaakte fotocollages met kerstbomen en ballen en winterlandschappen. En ondertussen is het buiten grijs en miezert het.

Ik heb dat altijd voor kerst. Een wat onbestemd gevoel, omdat het ‘feestdagen’ zijn. Zalig, fijn, gezond of gelukkig moeten ze zijn, die feestdagen. Maar als iets ‘moet’, dan is mijn eerste gedachte altijd: waarom? Waarom moet dat? Van wie? Of misschien belangrijker nog: voor wie? Als we het ‘elkaar’ wensen, bedoelen we dan wel echt iedereen? Of alleen die mensen die vandaag nog kerstboodschappen doen en in de luxe positie zitten dat ze straks goede voornemens kunnen maken?

Ik dwing mezelf tot wat positievere gedachten. De uitnodiging voor de film vanavond. Het gourmetten morgenavond. Een ‘kerst-tea’ op tweede kerstdag ‘beej Mooren’. Niks menselijks is ons vreemd. Maar als we elkaar in deze tijd dan toch wat willen wensen, dan zou mijn wens zijn dat niemand meer iets te wensen zou hebben. Dat iedereen tevreden zou zijn en dat dan ‘oud’ tot in lengte van jaren hetzelfde zou blijven als ‘nieuw’.

Waar zijn de toverberen als je ze echt nodig hebt…

jules-dubost-magic-bear

Er langzaam aan wennen…

Vandaag de CD van Anouk gekocht. ‘Wen d’r maar aan’ is de titel. Iets in haar stem en in haar teksten raakt me. Het is een combinatie van krachtige eerlijkheid en ontwapenende kwetsbaarheid. Met de CD in mijn jaszak ben ik weer richting huis gelopen. Lopend door de winkelstraat dacht ik terug aan een fragment, gisteren uit De Wereld Draait Door. André van Duin las een passage voor uit het nieuwe boek van Martine Bijl. Ik meende ontroering in zijn stem te horen toen hij voorlas. 

Een indrukwekkende passage was het, waarin Martine beschrijft hoe het voelt om opnieuw te leren leven na een hersenbloeding. In 2015 overkwam het haar. Het revalidatieproces was -en is waarschijnlijk nog- een lange weg. Haar drive om opnieuw te worden wie ze was heeft volgens mij geleid tot dit boek. Ik heb het vanmiddag ook gekocht. Mijn voorlopige  interpretatie van de titel ‘Rinkeldekink’: het leven ligt ineens in scherven die, áls het al zo ver komt, maar heel langzaam weer geluk brengen.

Ik ben vanmiddag begonnen aan het boek. En ik heb een paar keer naar de CD van Anouk geluisterd. ‘Wen d’r maar aan’. Een advies waar Martine Bijl mogelijk noodgedwongen de afgelopen jaren vaker aan heeft moeten toegeven. Haar taalvermogen bleef onaangetast, lees ik op de achterflap. Net als haar gevoel voor humor. Het zinnetje ‘Heel Holland zakt’, dat ze meteen na haar aneurysma tegen de ambulance broeder uitsprak, is van beide eigenschappen een bewijs.

‘Ik heb heel veel moeite mezelf te zijn’, zingt Anouk. Ze heeft het over haar gevoel en hoe anderen over haar denken. ‘Ik blijf wel staan, ja wen d’r maar aan’. Martine beschrijft hoe ze na haar hersenbloeding niet meer zichzelf is en daar heel veel moeite mee heeft. Een vreemd wezen is in haar lijf gekropen. Ik lees het in de passage die ik André van Duin gisteren heb horen voorlezen. Door wat ik lees, begrijp ik wat Martine voelt. Begrijp ik een beetje wat er omgaat in het lijf van ‘hersengeletselden’, zoals Martine zichzelf en lotgenoten noemt. Opnieuw een prachtig voorbeeld van haar taalvermogen.

‘Ik smeek u op mijn knieën’, hoor ik Anouk zingen. Het nummer heet ‘Red mij’. De muziek en haar teksten verweven zich met de woorden die ik lees in ‘Rinkeldekink’. ‘Want jij weet niet half wat ik heb doorstaan’. Anouk heeft deze zin in een totaal andere context gebruikt in haar lied met de titel ‘Het is klaar’. En toch. Twee verschillende producten van twee mensen. Een CD van Anouk. Een boek van Martine. En ik voel me daar met groeiende bewondering midden tussen in staan. Tussen de krachtige eerlijkheid en ontwapenende kwetsbaarheid. Van Anouk en van Martine. En daardoor van de hele wereld om me heen. Maar vooral van mezelf. En ik wen er maar heel langzaam aan…

Martine en Anouk

Jerry of Jenny?

1 december. Het begin van de feestmaand. Een kleine aanzet naar de feestelijkheden hebben we al gehad, toen Sinterklaas twee weken geleden in Zaanstad arriveerde. Met Pieten. Wat een feest was dat. Tegenstanders hadden hun spandoeken uit de kast gehaald om ze weer te vertonen in een aantal grote steden in het land. Terecht. Ze staan voor hun zaak en vormen samen een dappere minderheid die de stille meerderheid wil laten inzien dat het argument ‘het is altijd zo geweest’ gewoon niet vol te houden is.

Een andere minderheid -de voorstanders onder aanvoering van Jenny Douwes- zorgden een jaar eerder voor een file op een plek waar op een zaterdag nog nooit een file had gestaan. Zij werden daar onlangs door de rechter voor veroordeeld. Terecht. Hij stond ook voor zijn zaak, maar wel op basis van andere argumenten dan de beschuldigden hadden voorzien. Verkeersveiligheid was in het geding geweest. En het recht van demonstratie. Maar vooral maakte de rechter zich ongerust. Ook terecht. Daarom gaf hij het advies om toch vooral met elkaar in gesprek te blijven. Met elkaar te blijven praten. Dat gebeurde helaas niet. Jenny ging in hoger beroep om bij een andere rechter haar gelijk te halen. Praten met tegenstanders, daar moest je bij de voorstanders niet mee aankomen.

Voetbalonbenullen mengden zich in het gesprek met rotte eieren en tomaten. Zij vonden dat heel terecht. Want het maakte niet uit of hun club gewonnen had of verloren, de bal was rond en tomaten en eieren waren dat ook. Dus. Meer argumenten hadden zij niet nodig. Of ja, deze misschien. Omdat hun voetballende idolen niks hadden geraakt, zouden zij wel eens laten zien hoe je wel iets kon raken. Zoiets. En zo’n spandoek tussen twee palen, tja, dat lijkt toch op een goal. Hoe dan ook, zoals altijd, was de tegenstander de boosdoener, en was het terecht dat je ze dan mocht uitschelden en bekogelen. Want dat gebeurde andersom toch ook? Altijd zo geweest. Dus.

Vanmorgen zie ik op de voorpagina van de Volkskrant de foto van Jerry Afriyie, de man achter ‘Kick out zwarte piet’. Zijn strategie wordt verwoord in de bijlage onder de kop: Praten, praten, praten. En als dat niet werkt, nog meer praten, lees ik in het artikel. Ik ben het daar mee eens. Praten. Gesprekken voeren. Steeds opnieuw. Over de essentie. Over waar het in de kern om gaat. Over elementaire zaken. Waar ik me ongerust over maak zijn de woorden die nodig zijn om zo’n gesprek te voeren. En dan vooral over de woorden die zo’n gesprek bij voorbaat eigenlijk onmogelijk maken.

Woorden. We vormen ze uit 26 letters van het alfabet. Meer elementen hebben we niet. Hoeft ook niet want we kunnen er ontelbaar veel woorden mee maken. Méér woorden dan ieder van ons ooit zal gebruiken. Dat is niet erg. Wel erg wordt het als we bewust alleen maar kiezen voor de woorden die ons het beste uitkomen. Of als we alleen maar de woorden gebruiken, om de simpele reden dat die altijd al gebruikt zijn en daar verder niet over willen nadenken. Met die woorden dan zinnen maken maar vervolgens geen enkel begrip kunnen opbrengen voor de uitdrukking ‘zoveel mensen, zoveel zinnen’.

Op die manier koppelen zowel voor- als tegenstanders woorden aan elkaar zoals ‘voetbalhooligan’, ‘blokkeerfries’, ‘roetveegpiet’, ‘leunstoeldemonstrant’, ‘zwartepietterrorist’ of ‘nepnieuwsmedia’. En allemaal zowel in positieve als ook in negatieve zin. Voor of tegen maakt eigenlijk geen verschil. We komen er samen niet meer uit, verliezen ons in de verkeerde woorden, vermijden het gesprek erover en proberen dan maar ons gelijk te halen via rechtbank of rotte eieren. Ik blijf me verbazen hoe groot de verschillen zijn geworden, terwijl er in de kern slechts één letter verschil is tussen de namen Jerry en Jenny…

jerry en jenny

 

Van harte!

Morgen is het 28 november. 21 jaar geleden de geboortedag van Mees. Morgen dus zijn verjaardag. Hiep piep piep… hoera! Bij voorbaat, een kleine vier uur voordat het daadwerkelijk zover is, en schriftelijk, omdat ik hem morgen niet ‘fysiek’ kan feliciteren.

Hij studeert Biologie in Wageningen en ik werk morgen ‘gebiologeerd’ in Horst. Allebei hebben we afspraken die ook doorlopen in de avonduren. Naargelang iemand meer verjaardagen meemaakt, lijkt de aandacht ervoor steeds meer te moeten wijken voor de toenemende drukte in agenda’s.

Toch, aan de vooravond van zijn verjaardag, wil ik hem toch alvast op deze manier feliciteren. Gewoon, omdat het een fijne vent is. Dat wil ik bij deze zwart op wit neerzetten. Bevooroordeeld misschien, als zijn vader, maar niet minder gemeend. ‘Awkward…’ denkt hij misschien straks als hij dit leest.

Dat is dan maar zo. Ik heb het grootste vertrouwen in zijn gevoel voor humor en zijn nuchtere relativeringsvermogen. Dus ook om die reden is er wat mij betreft geen beperking om bij deze te noteren dat ik heel erg trots op hem ben. Om allerlei redenen, die ik hier nu niet allemaal zal noemen.

Maar toch. 21 jaar. En elk jaar gegroeid in zijn eigenheid en zijn vermogen om zijn leven naar eigen inzicht vorm te geven. Bewust en doelgericht, met aandacht voor zijn omgeving. Een omgeving die de laatste jaren steeds vaker horeca-kenmerken vertoont, maar dat terzijde… Ook dat is een biotoop.

Evenwichtig. Gefocust. Slim. Avontuurlijk. Reislustig. Maar nu ben ik toch aan het opsommen. En doe ik mogelijk een te groot beroep op zijn gevoel voor humor en relativeringsvermogen. Dus laat ik het maar hierbij. In gedachten zet ik een laatste kaarsje op deze woordentaart en steek ze alle 21 aan. Blaas…, doe een wens, en hoop van harte dat die voor je uitkomt!

birthday-cake-candles-cake-birthday-cake-with-candles-and-flickr-birthday-cake-candles

Herfstdip?

Vroeg donker. Grijs weer. Kou en regen. Niet bepaald de juiste ingrediënten voor een opgewekt gemoed. Het valt ook niet mee, om altijd maar blij en gelukkig te zijn. Daar zijn duizend-en-één redenen voor te bedenken. Tegelijk valt het eigenlijk ook lang niet altijd tegen. Alleen, dat valt in het donker vaak niet zo op. Bovendien, als we op de een of andere manier het idee hebben dat het leven niet ‘zonnig’ is, dan wijten we dat niet aan het weer of aan het seizoen, maar aan onszelf…

Eigenlijk is dat vreemd. Maar ik herken het wel. Eén van die duizend-en-één redenen overvalt me de laatste tijd wel eens. De soms wat deprimerende vraag: Doe ik wel, wat ik wil doen? Een simpele vraag lijkt het. En toch kan ik het antwoord, als ik in zo’n bui zit,  maar niet vinden. En dan helpt het niet als je ‘s morgens in het koude schemerdonker naar het werk fietst om vervolgens laat op de middag in het miezerige avonddonker weer naar huis te peddelen.

Vroege ochtend. Late middag. Allebei in het donker. Het zijn momenten die in deze tijd van het jaar ‘licht-technisch’ wat zwaar kunnen doorwegen op je stemming. Kunnen leiden tot donkere gedachten. Is er überhaupt nog wel wat te juichen, vraag je je af. Alle media lijken al net zo donker binnen te komen als het weer. De ene donkere gedachte kleurt de andere gedachte nog wat grijzer in… Wat te doen?

Van Pip, mijn dochter, kreeg ik onlangs een mooi klein boekje. Titel: ‘Soms denk ik wel eens bij mezelf…’. Daarin staan 100 gedachten van Wim Kan en anderen. Het is een uitgave ter gelegenheid van de Boekenweek in 1983. Ik was toen 23.  Eén jaar jonger dan Pip nu. Met drie van die honderd gedachten wil ik deze bijdrage ‘Herfsdip’ bij deze omdopen tot ‘Herfsttip’. Want grijs omzetten naar wat kleur zit vaak in hele kleine en onverwachte dingen. Dus, dankjewel Pip! Door jou werd en wordt de ‘dip’ een ‘tip’. Dat rijmt. Ook op Pip. Xx.

  • ‘Ik zie nog maar één mogelijkheid om aan onze autoverkeersmanieren een eind te maken: uitstappen, elkaar omhelzen en gaan wandelen.’
  • ‘Ik heb mijn hele leven last gehad van gemengde gevoelens.’
  • ‘Tot ziens allemaal en leef ze!’ 

    (Uit ‘Soms denk ik wel eens bij mezelf…’’, Wim Kan, 1983)

Pip en boekje