De vader, de zoon en het heilige feest

Ik werd er mee wakker, ben opgestaan en heb het als titel genoteerd. Vanavond tijdens de nachtmis -ik ga er van uit dat die gehouden wordt- klinkt ongetwijfeld de originele tegenhanger er van: In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest. Vergezeld van een kruisteken, waarvan ik net in Wikipedia lees, dat er groepen gelovigen zijn die niet hoofd-borst-links-rechts aanhouden, maar hoofd-borst-rechts-links. Daar zal best een reden voor zijn, maar zover wil ik niet doorgooglen.

Ik lees daar wel dat er ook nog een verschil is hoe je de vingers houdt. Ons is vroeger geleerd dat je het kruisteken met de vlakke hand maakt, met de duim naar binnen gevouwen. Er zijn groepen gelovigen die het kruisteken maken met duim, wijs- en middelvinger tegen elkaar, waarmee de drie-eenheid wordt gesymboliseerd. Daarbij wordt de ringvinger en pink naar beneden gevouwen, als – ik citeer- ‘ een symbool voor de goddelijke en menselijke natuur van Christus’. En weer een andere groep strekt om dezelfde reden de ringvinger en pink. Interessant toch?

Dat wist ik allemaal nog niet toen ik vanmorgen wakker werd. Ik had alleen heel sterk het zinnetje ‘de vader, de zoon en het heilige feest’ door mijn hoofd spoken. Misschien wel omdat ik met mijn zoon gisteren de film ‘Bohemian Rhapsody’ heb gezien. Of -leuke bijkomstigheid- misschien wel omdat het idee voor het bioscoopbezoek samen met de zoon van een andere vader tot stand was gekomen. Maar het kan natuurlijk ook gewoon met de komende kerst te maken hebben en het dubbele gevoel dat ik daar altijd bij heb.

Morgen, eerste kerstdag, start ook de top-2000. Totaal losgezongen van de oorspronkelijke kerstgedachte, maar het lijkt voor veel mensen net zo’n traditie als kerst zelf. En wie zal het zeggen, misschien is het verbindende element van het van 2000 naar 1 tellen en daar samen getuige van zijn, in essentie wel vergelijkbaar met het verbindende element van het geloof? De top-2000 als een door ons zelf bedacht ‘heilig feest’ waarvan we op 31 december, op de overgang van oud naar nieuw, samen de ‘verlossing’ vieren.

Nog een overeenkomst met het geloof: niet iedereen is overtuigd van de ‘nr. 1’ en van de ‘waarheid’ die tot die keus geleid heeft. Sommigen zijn daar zelfs heel extreem in. Ik denk dat daar de kern ligt van het dubbele gevoel dat ik heb met kerst. Maar goed, de zon schijnt vandaag. Om 14.00 uur ga ik 5 km. rennen en hoe je het kruisteken ook maakt, uiteindelijk staat ‘Bohemian Rhapsody’ toch gewoon op één.

…anders zijn mag…
diogo-palhais-472890-unsplash
Diogo Palhais

…of waar het écht om gaat…nathan-anderson-384356-unsplashNathan Anderson

 

Toverbeer…

Vier uur in de middag. En nog niks op papier. Al de hele dag bezig om een begin te maken aan een nieuwe column. Thema’s liggen voor het oprapen, maar worden overspoeld door hoge golven van vrije tijd. Het zijn de dagen voor kerst. Morgenavond kerstavond, als opmaat voor eerste en tweede kerstdag. Dan al weer snel richting oud op nieuw, met als apotheose Bohemian Rhapsody om pakweg vijf voor twaalf. Daarna is het 2019.

Een nieuw begin, om maar in cliché-taal aan te sluiten op de ‘fijne feestdagen’-wensen die via alle kanalen tot mij komen. Toch weer wat kaarten via PostNL, maar nog meer wensen via Facebook en Whatsapp. Goedbedoelde filmpjes van toverende beren en van het dak glijdende kerstmannen. Zelfgemaakte fotocollages met kerstbomen en ballen en winterlandschappen. En ondertussen is het buiten grijs en miezert het.

Ik heb dat altijd voor kerst. Een wat onbestemd gevoel, omdat het ‘feestdagen’ zijn. Zalig, fijn, gezond of gelukkig moeten ze zijn, die feestdagen. Maar als iets ‘moet’, dan is mijn eerste gedachte altijd: waarom? Waarom moet dat? Van wie? Of misschien belangrijker nog: voor wie? Als we het ‘elkaar’ wensen, bedoelen we dan wel echt iedereen? Of alleen die mensen die vandaag nog kerstboodschappen doen en in de luxe positie zitten dat ze straks goede voornemens kunnen maken?

Ik dwing mezelf tot wat positievere gedachten. De uitnodiging voor de film vanavond. Het gourmetten morgenavond. Een ‘kerst-tea’ op tweede kerstdag ‘beej Mooren’. Niks menselijks is ons vreemd. Maar als we elkaar in deze tijd dan toch wat willen wensen, dan zou mijn wens zijn dat niemand meer iets te wensen zou hebben. Dat iedereen tevreden zou zijn en dat dan ‘oud’ tot in lengte van jaren hetzelfde zou blijven als ‘nieuw’.

Waar zijn de toverberen als je ze echt nodig hebt…

jules-dubost-magic-bear

Kerst lang geleden

Alleen ik wist aan welk lampje je moest draaien om alle ander lampjes in de kerstboom weer aan te krijgen. Soms draaide ik er zelfs twee los. Dan was het al bijna helemaal niet meer mogelijk voor mijn broers of zussen om mijn slim bedachte kerstcode te kraken. Zelf onthield ik de plek of de kleur van het bewuste lampje.

Dat laatste was echter niet altijd even eenduidig, omdat de blauwe en de rode lampjes, als ze niet brandden, een zelfde donkere kleur hadden. Dat viel niet op als ze brandden.Vaak bleek dat ik het een dag later gewoon niet meer precies wist.

Daar kwam bij dat mijn broers en zussen zo nu en dan de door mij bedachte ‘code’ helemaal niet wilden oplossen. Sterker nog, zij leken vooral gebrand om die toch al niet gemakkelijke code nog een graadje moeilijker maakten. Ze draaiden, mijns inziens volkomen willekeurig en zonder enige logica, nog een paar lampjes extra los…

Ik had zes broers en zussen. In de tijd dat de kerstboom stond was het hierboven beschreven ritueel een nogal eens terugkerend verschijnsel. ‘IK mag de lampjes aanmaken!’ hoorde je dan, of je zei het zelf als eerste. Degene die het eerst was, mocht de lampjes aanmaken.

Ik heb me later wel eens afgevraagd waar dat spontaan verworven recht vandaan kwam, want bij mijn weten was het nooit officieel zo afgesproken. Hoe dan ook, de uitdaging was om in één of twee gerichte draaibewegingen voor elkaar te krijgen dat alle lampjes aan gingen. Dat lukte lang niet altijd om de hierboven beschreven redenen en dan stond er in no-time een broer of zus bij je bij de kerstboom.

Als jij desondanks toch nog het laatste losse lampje vastdraaide, dan smaakte je alsnog het zoet van de overwinning. Jij was de ware code-kraker, die macht had over al het licht. De anderen waren slechts gokkers. Krabbelaars, die geen enkel verstand hadden van kerstlampjeslogica.

Niet zelden was ik die winnaar, hoewel ik denk dat ik gezien het aantal broers en zussen veel vaker de verliezer moet zijn geweest. Enfin, je moet ook niet alles willen onthouden…

Wat ik nog wel weet? In de kartonnen doos, ingepakt in rotspapier, brandde één lampje boven de kribbe. In de boom zag je gekleurde cirkels in het engelenhaar. Blauw, rood, geel, groen. Als disco-webben weerkaatsten de kleuren in de zilveren kerstballen. Van boven naar beneden was de boom ermee vol gehangen.

Maar niet alleen met kerstballen. Nog voel ik de vogelstaartjes, die zacht en koud over mijn hand gleden. Voorzichtig, want als het klemmetje losschoot, dan bleek het zachte staartje vaak niet in staat om het vogeltje op zijn pootjes te doen belanden.

Die ene keer viel het beestje, tot mijn grote schrik, op de hardgipsen kameel in vier of vijf stukken uitelkaar. In de flinterdunne scherven van zilverdun doublé zag ik opnieuw alle kleuren lampjes…

Lampjes. Draaide je er daar één van los, was niet alleen de weerspiegeling weg, maar leken ook de scherven meteen verdwenen. Zeker als je die wat verspreid achter de drie wijzen had geschoven. Het lampje bij Jezus was toch uit. Een dag later had niemand het gedaan en kon iedereen weer winnen.

24 december 2012

met dank aan Carolien, voor het opnieuw delen van mijn herinnering