Een aantal van jullie heeft het misschien via Facebook al voorbij zien komen. Mijn voornemen om een boek 💙 te gaan maken waarin mijn columns en gedichten gebundeld gaan worden. Via de creatieve crowdfundsite voordekunst.nl heb ik daarvoor een projectpagina mogen opstarten. Net als vier jaar geleden. Toen ontstond op die manier mijn eerste boek ‘Tijd heelt alle woorden’.
Vier jaar en een heleboel columns en gedichten verder, begint het opnieuw te kriebelen. Hoe mooi zou het zijn om wat jarenlang met eentjes en nullen digitaal is vastgelegd nu met letters en inkt tastbaar te maken. Vanaf 2006 staat wat ik denk en dicht op mijn blogsite. Maar daarvóór schreef ik al. Het voelt goed om ook daar weer eens heel zorgvuldig doorheen te gaan. Verrassend wat ik allemaal tegenkom.
In mijn nieuwe boek wil ik dat een plaats gaan geven. Chronologisch of via een andere indeling, waarover ik mijn gedachten nog mag laten gaan. Daar is alle tijd voor want mijn nieuwe boekproject op voordekunst is nog maar net opgestart. Ik herinner me van vier jaar geleden dat hoe dichter het totale donatiebedrag in de buurt kwam van het streefbedrag om het boek te kunnen realiseren, hoe meer energie en ideeën er ontstonden om dat letterlijk verder vorm en inhoud te geven.
Of dat nu ook weer zo gaat lopen? De tijd zal het leren. Als je nieuwsgierig bent naar mijn verhalen en gedichten en het lijkt je wel wat om die verzameld te hebben in een mooi vormgegeven boek, dan wil ik je bij deze verwijzen naar mijn projectpagina op voordekunst.nl. Werktitel van mijn nieuwe boek: ‘Waar het hart vol van is’.
Er zijn columns en gedichten die ik sowieso een plek wil geven in mijn boek. Dat zijn de verhalen over mensen die niet meer onder ons zijn, maar heel vaak nog wel in onze gedachten. Een universele kracht zit er in die herinneringen. De indrukken die afscheidsmomenten teweeg brengen, die voelen op de een of andere manier speciaal. Als er iets is ‘waar het hart vol van is…’.
Maar misschien heb jij ook nog wel een idee voor een verhaal of gedicht dat in mijn nieuwe boek een plek mag krijgen? Ik kan me voorstellen -en dat bedenk ik nu spontaan- dat jouw persoonlijke motivatie waarom je dat vindt, een aardige toevoeging zou kunnen zijn bij het betreffende verhaal of gedicht. Afijn, je ziet dat het nog plezierig borrelt in mijn hoofd. En als je dat hoofd wil zien en horen vertellen over het nieuwe boekproject, dan kun je hier klikken om op mijn projectpagina van voordekunst te komen.
(Prettig voordeel is dat je daar ook kunt doneren om vóór in te tekenen voor het boek…📖 💙)
Niet alleen voor schrijvers is voordekunst.nl een prima startplatform!
Afgelopen zaterdag regende en waaide het voor het eerst na een lange periode van zon en warmte. Ja, het was al wel een paar dagen officieel herfst, maar het duurde even voordat het zichtbaar en voelbaar werd. De regen zaterdag maakte duidelijk dat het weer gaat veranderen. We gaan richting winter en de herfst leek meteen te beginnen om ons dat nat, winderig en koud duidelijk te maken. Afgelopen zaterdag kregen we daar alvast een voorproefje van.
Nu is het woensdag. Vandaag was het wat minder kil en grijs. Toen ik begon aan dit verhaal, was het zondagmiddag en het was droog buiten. Ik keek door het raam en zag dat het platte dak van onze aanbouw al op plekken begon op te drogen. Voor een deel kwam dat door de wind, maar ook de zon hielp zondagmiddag bij vlagen ijverig mee aan het opdrogen van het dak.
Een samenspel van de natuur. In gedachten zag ik het voor me: Het water op het dak verdampt, wordt meegevoerd door de wind om op een andere plek bij elkaar te komen in wolken. Wolken, die door dezelfde wind vooruit worden geblazen, naar plekken waar ze worden opgewacht door de zon. Daar stapelen ze zich op, verkleuren vóór de zon van wit naar grijs, en langzaamaan herhaalt zich wat eerder op een andere plek gebeurde. Steeds opnieuw. De cyclus van de regen.
Zou daar een onderwerp in zitten voor de herdenkingsbijeenkomst, mijmerde ik wat voor me uit.
Een kroon van gele blaadjes bracht mijn gedachten terug bij het drogende dak.
Zondag deed z’n naam eer aan. De zon scheen nog steeds. In het restant van het regenwater op het platte dak had zich bij de afvoer een krans van kleine gele blaadjes verzameld. Ze waren meegenomen door de regen van een dag eerder. Het stromende regenwater had de blaadjes achtergelaten toen het zijn eigen weg vervolgde naar een ander deel van het dak. Lager gelegen op een al langer bestaande aanbouw.
Die aanbouw is dicht begroeid met levend groen. Klimop die zich in de loop van de tijd rondom ontfermd heeft over de randen van het oude dak. In de weg omhoog heeft de klimop de afvoerpijp bedekt die het regenwater afvoert, naar wéér een andere plek, richting een druivenstruik.
De klimop en de druivenstruik zijn in elkaar verweven en samen geworteld in de aarde.
Gezamenlijk met al het andere groen vormt het een derde bron, naast wind en zon, die het regenwater opneemt. Zo wordt niet alleen voor regen maar ook voor nieuw leven gezorgd.
Ik zag het jonge groen naast de al wat verkleurende bladeren. De herfst laat onmiskenbaar zijn sporen na en vertelt in kleuren zijn verhaal. Veranderende kleuren in de herfst zijn een teken van verval en sterfte, maar het zijn tegelijkertijd ook kleuren die het moois aankondigen dat nog gaat komen. In die zin is de herfst ook de opmaat naar nieuw leven.
Wat leek de herfst nog ver weg, toen de zon nog volop scheen, in de lente en in de zomer. Toen ik zondagmiddag naar de gele blaadjes bij de afvoer keek moest ik er aan denken. Aan de herfst en aan de regen van een dag eerder. Aan hoe ook regen de kleur van dingen bepaald. En hoe mooi eigenlijk de samenloop van de dingen is. Een gele kroon van blaadjes, verzameld en netjes bij elkaar uitgekomen. Eensgezind geel in de herfst, nadat ze samen groen waren in de lente. Kleuren die veranderen. Herfst wordt, na de winter, onherroepelijk weer lente.
Het was ook lente toen mijn zus op 11 mei 2016 in het hospice werd opgenomen. Die middag regende het licht. Vanuit haar kamer zag zij het rode pad in de pas aangelegde tuin donkerder kleuren door de regen die op de stenen viel. Regen die ook viel op de bruine aarde, waar een groene waas overheen lag van opkomend gras. Zij was een van de eerste gasten van Hospice Doevenbos. Twee dagen verbleef ze er in haar laatste levende lente. De herfst van dat jaar kleurde anders dan de jaren daarvoor. De winter die volgde was kouder. Maar het werd ook weer lente en de kleurige vlinders in de zomer vertelden toch weer haar verhaal. De cyclus van de seizoenen.
De herfst vertelt in kleuren over leven en dood. Groen wordt rood, bruin en geel. Ik kijk opnieuw naar de gele blaadjes, die bij elkaar een kroon vormen. Ze maken zich op om straks door de wind te worden meegedragen naar nieuwe plekken. Dat blijft zo gaan, tot de aarde ze daar verwelkomd, zodat ze samen voor nieuw leven kunnen zorgen. Een kroon op hun werk.
Ook dáárvoor is de herfst. Opmaat voor nieuw leven. En daarom een terecht thema van deze herdenkingsbijeenkomst. U heeft in de lente of in de zomer afscheid moeten nemen van iemand die u lief was. Toen dacht u misschien nog niet aan de herfst. Toch is dit voor u de eerste herfst die anders wordt. Straks een winter die misschien kouder aanvoelt. Maar ook nu geldt dat het opnieuw lente wordt. En wéér zomer. De kleuren gaan weer spreken. Zelfs als alles grijs en koud is, krijgt het leven straks toch weer kleur en warmte. Het is de cyclus van het leven. Een kroon van gele blaadjes is er de stille getuige van.
Rond deze tijd, drie jaar geleden, startte ik mijn eerste creatieve project via de crowdfundsite ‘voordekunst.nl’. Geselecteerde columns en gedichten bundelen in een boekwerk, dat wilde ik. En hoe blij was ik dat via voordekunst zoveel donateurs destijds bij voorinschrijving al aangaven het boek te willen ontvangen! Het benodigde streefbedrag werd zelfs ruim overschreden! Ik kon toen extra pagina’s toevoegen en het boek zelfs van een luxere harde kaft laten voorzien. ‘Tijd heelt alle woorden’ werd werkelijkheid.
We zijn nu drie jaar verder en ik merk dat het weer begint te kriebelen. Ik wil graag opnieuw iets tastbaars maken. Het aantal columns en gedichten is in drie jaar tijd enorm gegroeid. Onlangs heb ik de totale inhoud van mijn website geertvandenmunckhof.com in één document op een rij gezet. Vanaf 2006 bewaar ik namelijk alles wat ik schrijf op die site en dat is best al een hele tijd, realiseer ik me. Maar toch was ik een beetje verbaasd over het grote aantal pagina’s dat ik via copy en paste zag ontstaan.
Mijn eerste spontane gedachte om in het nieuwe boek chronologisch 14 jaar weer te geven, heb ik vanwege dat massieve aantal pagina’s meteen losgelaten. Ik ben nu bezig om alles te herlezen om zo inspiratie op te doen over de vorm waarin ik het deze keer wil gieten. Ik laat me in deze fase vooral leiden door wat ik lees, zie en hoor. Want op mijn site heb ik ook vaak audio- en filmopnames gedeeld. Het is best prettig dat ik zelf soms aangenaam verrast word door wat ik jaren eerder heb gedacht, gedicht en geknutseld. Mijn tweede boek moet een combi van dat alles gaan worden!
Ik hoop dat er straks opnieuw zoveel animo voor is als voor mijn eerste boekproject. Wat zal deze keer de kapstok zijn, waar ik de inhoud van mijn nieuwe boek aan ga ophangen? Toen was de rode draad ‘Troost en herkenning’. Ik zie dat veel van mijn nieuwe columns en gedichten daar ook nu weer prima onder zouden passen. Op de een of andere manier is dat toch een thema waar ik me vaak mee bezighoud. Maar er is zoveel meer om uit te kiezen. Het zou misschien wel een heel verrassende combi zijn, als ik in mijn tweede boek, bijvoorbeeld via QR-codes, linkjes zou leggen naar geluids- en beeldbestanden van mijn voordrachten op orgelmuziek…
Afijn. Eerst nog maar eens verder inventariseren in mijn gigantische verzameldocument. Ik heb nog lang niet alles opnieuw gelezen. Het voelt goed om daar in een soort van voorbereidende fase al mee bezig te zijn. Op een lekkere manier een positieve keuzestress die gepaard gaat met een vage onzekerheid of er behalve ikzelf straks nog anderen enthousiast worden van het resultaat…
In de loop der jaren hebben best veel mensen mijn blogsite bezocht. Zouden er onder die bezoekers opnieuw mensen zijn, die straks een selectie van mijn columns en gedichten in boekvorm willen hebben? De tijd zal het leren. Ik heb er in ieder geval veel zin in, om me daar de komende tijd mee bezig te gaan houden. Misschien heeft deze of gene onder jullie wel een concreet idee hoe ik mijn kriebelende voornemen verder in zou kunnen vullen? Dan hoor ik het heel graag!
Wanneer mijn nieuwe boekproject op voordekunst.nl gaat verschijnen, laat ik jullie weten. Ondertussen houd ik me nu alvast aanbevolen voor elke reactie die mijn motivatie nog verder zal aanwakkeren. Voor de kunst, voor mezelf en, wie zal het zeggen, straks ook voor jullie?
Rijm op muziek over de titel van mijn eerste boek (Café de Verbeelding, okt. 2016). Opmaat voor boek twee?
Af en toe komen er beginnende artiesten voorbij op YouTube die indruk op me maken. Deze keer iemand die in de kwartfinale van America’s Got Talent zijn optreden doet. Een monoloog die op een indrukwekkende manier gebracht wordt. Van mij mag die winnen…
Geïntrigeerd door deze performance heb ik verder gezocht. De artiest heet Brandon Leake. Zijn auditie voor America’s Got Talent (AGT) was in juli van dit jaar. Ik heb het fragment opgezocht en die performance hieronder bewaard, ontdaan van alle tierelantijnen vóór en na zijn auditie. Ik wil wel verklappen dat hij er de ‘Golden buzzer’ mee verdiende…
Ik werd geraakt door zijn optredens. Zojuist zie ik op YouTube dat hij ook in de halve finale heeft opgetreden. Onderschrift bij dat Youtube-filmpje: Brandon Leake proves that there is power in words. Brandon might bring a tear to your eye with his passionate poetry to his father Tyrone.
Nu ik toch bezig ben, heb ik dat optreden hieronder ook alvast bewaard. Geniet ervan. Er zit ‘power in words’…
Neergestreken in Meterik, aan de picknicktafel vlak bij de Kabroekse beek. Als er even geen auto’s op de Crommentuynstraat voorbij rijden, dan hoor ik op een afstand aan de andere kant de voetballers op het sportpark van Meterik. Moesten die eigenlijk niet hun mond houden in deze coronatijd of gold dat alleen voor de toeschouwers? Afijn, ze mogen weer, sinds dit weekend geloof ik. Opnieuw een stapje naar het gewone normaal.
Op de fiets hier naartoe zag ik op verschillende plaatsen 1,5-meter stickers opgeplakt of opgehangen bij ingangen van bedrijven. Zes maanden geleden was dat nog niet, realiseer ik me, en ik vraag me af wanneer die stickers definitief kunnen worden weggehaald. Of kunnen we misschien nu al afspreken dat ze mogen blijven hangen na corona, maar dat ze dan betekenen dat we voortaan met iedereen binnen 1,5 meter een kort gesprekje aanknopen.
‘Dat is toch niet normaal’ hoor ik een aantal mensen al roepen, en misschien hebben ze wel gelijk. Maar net zo min als er in deze coronatijd aan de 1,5-meter regel consequent gehoor wordt gegeven, hoeft het dan ook niet zo strikt. Gewoon, net als nu, als je het nut van de maatregel inziet, dan houd je je eraan. En zo niet, dan loop je de ander gewoon stilzwijgend voorbij. Dat is nu, tijdens corona, eigenlijk niet anders, toch?
Als je nu als 1,5-meter aanhanger meemaakt dat iemand je binnen die radius stil voorbijloopt, dan heb je de neiging om die persoon eens goed te wijzen op het onverantwoordelijke gedrag. Je wil dus eigenlijk al meteen het gesprek aanknopen. Straks, na corona, blijft dat zo. Alleen mag je het dan over gezellige dingen hebben. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je ook in die situatie altijd het risico loopt dat je gezellige gesprekspartner een griepje onder de leden heeft.
Het blijft dus een persoonlijke afweging, altijd weer. Normaal of niet-normaal. Nu of later. Let wel, het laatste dat ik hier wil beweren, is dat corona een onschuldig griepje is. Ik ben geen viroloog. Net als Maurice de Hondt. Wat ik maar wil zeggen, op deze prachtige zonnige septembermorgen, is dat het allemaal van een zekere relativiteit is, waar we met elkaar misschien iets vaker bij zouden moeten stilstaan. Met een goed gesprek. Over zaken die niet over wederzijdse verwijten gaan, want met die insteek verkleinen we die 1,5-meter niet. Integendeel.
Niet normaal, wat je met de zon in de rug op een picknickbank in korte tijd bij elkaar kunt bedenken. Ik stap zometeen maar weer eens op de fiets en ga in Horst-centrum op het terras een theetje drinken. Ontsmet ik daar gelijk mijn handen even, want je weet maar nooit wie er voor jou in Meterik aan de Kabroeksebeek aan een picknicktafel heeft zitten schrijven. Ik schat wel in dat die tafel langer is dan 1,5-meter. Dus…
Met mij keken en vooral luisterden nog zo’n 500 mensen naar de livestream van het laatste concert van Rudy Noya. Ter plekke, in de tuin van Graaf ter Horst waren minstens net zoveel stoelen klaargezet. Rudy stond op de plek waar hij het liefste was, in het midden van de bühne. Zijn band Jeopardy speelde en zong, waar hij eigenlijk gewoon nog mee had moeten zingen. Dat kon niet meer, maar er bij zijn wel…
‘Saying goodbye is the opposite of saying hello… saying goodbye came earlier then why..’. Twee regels tekst uit één van de liedjes die er voor Rudy en de aanwezigen werden gezongen. Lucie Geurts, die de herdenkingsdienst begeleidde, had bij haar welkom al uitgesproken dat bij dit laatste concert van Rudy we in feite zijn stem nog konden horen, in de verhalen en in de liedjes. En dat was ook zo. Nienke Wijnhoven en Stef Classens, samen met de bands Jeopardy en Plain gaven de dienst een prachtige muzikale touch. Tussendoor mooie herinneringen van zijn zus Eveline, gesteund door Samantha. Ook zijn broertje Jeffrey sprak, samen met Heléne. Cindy, de zus van Daniëlle, haalde herinneringen op, evenals een goede vriendin. En Rudy was erbij.
Ik kende hem vooral van vriendelijk ‘hallo zeggen’ als we elkaar waar dan ook tegenkwamen. En van zijn spetterende aanwezigheid bij Jeopardy, de keren dat ik daar optredens van had gezien. In zijn overlijdensbericht stond dat een persoonlijke boodschap bij zijn afscheid gewaardeerd werd. Dat die persoonlijke boodschap nu vooral ‘saying goodbye’ is, is heel onwerkelijk maar tegelijk ook het enige wat er op deze zaterdagmorgen mogelijk is. Je afvragen ‘waarom’ ligt zo voor de hand, maar ‘saying goodbye came earlier than why…’. Helaas…
Vanochtend om pakweg 9.00 uur zag ik alle lege stoelen al klaar staan in de tuin van Graaf ter Horst. Op de bühne waren ze aan het soundchecken. Mijn hardlooprondje om de vijvers bracht me ook een tweede keer langs de plek waar Rudy’s laatste concert zou worden gehouden. Ik zag Nienke op de bühne, om haar muzikale eerbetoon naar collegazanger Rudy, samen met de band, te oefenen. Het laatste concert van Rudy moest speciaal worden. En dat werd het ook.
Wat werd er mooi gezongen. In elk liedje klonk inderdaad Rudy’s stem door, zoals Lucie al voorspeld had. Ook thuis voor het beeldscherm was de emotie te voelen. Zeker toen Daniëlle vertelde dat Rudy een dag vóór zijn plotselinge overlijden nog ‘Dankjewel’ tegen haar had gezegd. ‘Umdaat ge zò lief ziet vur meej’, had Rudy op haar waaromvraag geantwoord. Tranen in mijn ogen toen ze vanochtend haar toespraak emotioneel afsloot met het zo begrijpelijke ‘koomde terug? Ik wil lief zien vur oow…’.
Waar Rudy’s stem ook zeker in doorklonk was het lied over zijn dochter Star, die met een sterretje achter haar naam als oudste zus van haar broers Jez en Liv genoemd stond in het overlijdensbericht. Rudy’s broer Richard, had de tekst die Rudy voor Star had gemaakt verder verwerkt tot een prachtig lied dat hij samen met Stef Classens ten gehore bracht. Zo was Star er ook bij. En vanochtend misschien nog wel veel dichter bij Rudy dan ze ál die jaren daarvoor al bij hem was geweest…
Herinneringen werden opgehaald, muziek werd gedeeld. Jez en Liv hadden hun laatste groet vertaald in een fotocollage, ondersteund met het prachtige nummer ‘Father and friend’ van Alain Clark. Die muziekkeuze zei veel over Rudy als vader, die ook als ‘bonuspapa’ van Tjeerd en Jens zo’n belangrijke rol had in hun levens. Eveline verwoordde het mooi in haar verhaal over Tjeerd en Jens dat die band met Rudy hen mede gemaakt had tot ‘de mannen die ze nu waren’. En Alain Clark hoorde ik zingen: ‘You know that one day too, i’ll be walking in your shoes. Yeah and I know that you’ll do fine, ‘cause you’re a son of mine…’’. Alain Clark’s stem was ook hier even die van Rudy…
Op de lifestream was te zien hoe tijdens de optredens verschillende keren de familie op de eerste rij getroost werd of elkaar troostte. En dat zal na vandaag ook wel zo blijven. Namens Daniëlle bedankte Lucie iedereen voor de aanwezigheid bij het laatste concert van Rudy. De bandleden van Jeopardy gingen na hun laatste nummer gearmd bij de kist staan. Samen bogen ze naar het publiek, maar vooral naar Rudy. Samen met Nienke hadden ze een lied gezongen waar ik twee bijna identieke regels van onthouden heb: ‘Tell me something, girl..’, en ‘Tell me something, boy..’.
Girl, boy, wie dan ook, nu en later, vertel me iets over Rudy, zodat hij voortleeft in dat verhaal. ‘Rudy leefde de muziek’, vertelde een van de bandleden van Plain, voordat het nummer ‘Last Dance’ werd gezongen, zittend rond Rudy’s witte kist. En in de muziek zál Rudy ook voortleven. In de muziek en in de herinnering.
‘Saying goodbye came earlier than why’. Waar het mee begon, werd Rudy’s laatste concert ook besloten. Vaarwel zeggen kwam te vroeg voor een waarom. Mischien wel juist dáárom riepen alle aanwezigen bij aanvang drie keer hardop zijn naam. En juist dáárom zal diezelfde naam nog ontelbare keren klinken, vanaf vandaag, en nog heel lang na zijn laatste concert: Rudy Noya!
Voor Daniëlle, Jez, Liv, Tjeerd, Jens en iedereen die Rudy kende… Gespiegeld in herinneringen, altijd aanwezig. Daarom…
Na drie weken vakantie heb ik een klein beetje een ‘oud op nieuw’-gevoel. Alsof morgen het nieuwe jaar begint waarin weer gewerkt moet worden. Vanavond mogelijk nog wat symbolisch vuurwerk als we daadwerkelijk ter afsluiting van de vakantie uit eten gaan, maar dan is het morgen toch echt zover. Het ritme van dagelijks werk. De eerste werkafspraken staan al in de agenda, zag ik. Morgenvroeg digitaal vergaderen, nog steeds vanwege corona.
Ik moet er altijd even aan wennen. Dat geldt voor de eerste vakantiedagen net zo als voor de eerste werkdagen. Mijn wachtwoord om in te loggen in de werkomgeving heb ik de afgelopen drie weken een paar keer geoefend. Want het vergeten ervan, als maat of de vakantie wel of niet goed was, daar wil ik niet op betrapt worden. Sowieso zie ik wat op tegen de begrijpelijke, maar standaard vragen ‘of ik een goeie vakantie heb gehad’.
Gisteren nog met Egbert over gesproken, over hoe sociaal wenselijk en daardoor bijna automatisch de onderlinge communicatie tussen mensen verloopt. Vaste patronen in het taalgebruik die vooral situationeel bepaald zijn. Of zouden collega’s echt geïnteresseerd zijn in hoe een ander zijn of haar vakantie heeft doorgebracht? Hoe zou het vallen, als ik morgen zelf tijdens de digitale vergadering zou aangeven dat ik het liever niet over mijn vakantie wil hebben. Dat het afscheid ervan nog te pril is..
Ach, laat ik er niet te veel op vooruit lopen. Ik heb tenslotte nog een hele middag waarin ik in alle vrijheid mijn ding kan doen. Zittend onder de oude eik. Er fladdert een koolwitje voorbij. Zwaluwen vliegen relatief laag over het weiland voor me en in de verte rijdt een groot landbouwvoertuig met oranje zwaailicht voorbij. Zo’n bakbeest doet me altijd aan ‘Transformers’ denken. Toevallig in de vakantie nog een film van gezien…
En nu ik het dan toch over mijn vakantie heb. Fijn gehad, dankjewel. De gesprekken tijdens de midweek in het Dominicanenklooster in Huissen heb ik tijdens de rest van mijn vakantie nog eens goed laten bezinken. Wat me er, na een aantal soortgelijke gesprekken met vrienden op terrasjes en bij vrienden thuis, vooral van is bijgebleven, is dat in ieder mens veel meer moois verborgen zit, dan aan de buitenkant vaak te zien of te horen is. Eigenlijk zouden we elkaar juist daar veel meer vragen over moeten stellen. Over de ‘binnenkant’ in plaats van over dingen die ‘buiten’ ons liggen, zoals vakantie. Of corona…
Maar daar gaan de contacten vaak niet diep genoeg voor. Het gaat al snel over voordehandliggende zaken. Het weer, de vakantie, corona. En al heel rap ook over de verschillende inzichten die er bestaan en dat je eigenlijk geacht wordt daar openlijk partij in te kiezen. Je moet ergens voor of tegen zijn. Want zoveel anderen zijn ook voor. Of tegen. Ieder voor zich bezig met uiterlijkheden en eigen inzichten en daardoor minder ontvankelijk voor elkaar en elkaars mening.
Ontvankelijkheid. Juist daarin schuilt mijns inziens iets heel waardevols. Daar hoort namelijk ook vertrouwen bij. Op en in jezelf maar ook vertrouwen in en op de ander. In de ontvankelijkheid zit het zoeken naar raakvlakken in plaats van naar verschillen. En er ligt in besloten dat je vanuit je diepere zelf de grondhouding hebt om de buitenwereld toe te laten, in plaats van die mogelijk al bij voorbaat af te wijzen. Ontvankelijkheid vraagt om openheid. En om eerlijkheid. Naar jezelf en naar anderen.
Dus heb ik een fijne vakantie gehad? Nou en of. Op momenten heb ik zelfs even de wereld in mij gevoeld, omdat daar alle ruimte voor was. Dat besef van ontvankelijk zijn en blijven, is zeker geen afgerond proces. Verre van dat. Dat besef, min of meer toevallig ervaren tijdens deze vakantie, vraagt om verdere verdieping. Daar wil ik heel graag aan toegeven. Er aan werken kan op allerlei momenten die nog gaan komen. Te beginnen bij morgen. Mijn eerste werkdag na de vakantie. Een oud-op-nieuw gevoel. Dat is het. Werken dus, maar wel in de meest brede zin van het woord. Ik kijk er naar uit.
Ineens is het dan zover. Wat eigenlijk al heel lang vanzelfsprekend is, krijgt door een paar handtekeningen iets officieels. Mijn dochter Pip en haar vriend Joris zijn zojuist, woensdag 26 augustus om 8.30 uur, een geregistreerd partnerschap aangegaan. Toch een moderne variant van trouwen, niet dan? Ze beschouwden het zelf vooral als een administratieve formaliteit, onder andere bedoeld om de hypotheek voor hun huis rond te krijgen. Dat is ondertussen gelukt. Sinds een paar dagen hebben ze een eigen huis.
Misschien vinden ze nóg wel dat het zojuist, met een paar handtekeningen bekrachtigde, geregistreerde partnerschap een formaliteit is. Maar de afgelopen dagen laten hun intensieve voorbereidingen voor een ‘klein feestje’ duidelijk zien dat ze het moment zelf ook wel willen markeren. Niks groots, maar toch even aandacht. En dat herken ik wel. Want zo voel ik het ook. Plus nog een beetje meer. Daar kan zelfs corona niet tegenop…
Ik merkte namelijk dat, hoe dichter het moment dichterbij kwam, ik het eigenlijk steeds specialer vond worden. Het is een gebeurtenis in mijn leven, waar ik verstandelijk misschien wel heel gelaten over kan doen, maar waar ik gevoelsmatig wel degelijk een diepere betekenis bij ervaar.
En daar wil ik toch heel even bij stil staan. Bij deze. Voor Pip en Joris. Een paar woorden, in de vorm van een klein gedichtje. Want héél groot wil ik het óók weer niet maken. Wél heel speciaal. Oneindig veel specialer dan corona…
Lieve Pip en Joris, voor jullie…
NB Het zou wel heel leuk zijn, als iedereen die dit leest een korte felicitatie achterlaat voor Pip en Joris. Elke reactie hieronder zal ik doorsluizen naar het ‘prille paar’. Hetzelfde doe ik met de felicitaties die via de LinkedIn-, Facebook- of Twitter-link bij mij terecht komen. Helemaal coronaproof…Alvast bedankt!