Straks…

‘Dan maak ik ‘n wandeling, door de verwondering’. Eén regel tekst uit het nieuwe liedje van Jack Poels. In z’n geheel prachtig, en sinds kort te beluisteren via YouTube. Ik hoorde het zaterdagavond voor het eerst. Getriggerd door het bericht hierover op de site van Nieuws uit Horst aan de Maas. Het was mijn tijd voor een column en om die zo actueel mogelijk te houden, begin ik meestal met kijken op de site waar deze column gaat landen.

En daar las ik zaterdagavond het nieuws over Jack’s nieuwe single. Met een doorklikmogelijkheid. Dus beluistert. Mooie tekst weer. En speciaal de zin ‘Dan maak ik ‘n wandeling (kleine pauze) door de verwondering’. Die zin raakt me. Het zet aan tot denken. Dat begint met de herkenning van het wandelen zelf. Lopen en je dan, op plekken waar je voorbij loopt, verwonderen over wat je ziet of hoort. Maar ook de figuurlijke betekenis spreekt me aan. Want hoe vaak ‘wandel’ je niet door alle gedachten die in je hoofd opkomen. Ikzelf verwonder me daar wel eens over.

En dan heb je natuurlijk de combinatie van die twee: fysiek wandelen, terwijl je tegelijk in je hoofd met allerlei zaken bezig bent. Vanmiddag bijvoorbeeld heb ik 10 km ‘gewandeld’. En nu ik daar zo aan terugdenk, verwondert het me aan hoeveel dingen ik gedacht heb tijdens het lopen. Te veel om op te noemen, maar ik doe toch een greep. Gewoon, omdat ik denk dat mijn gedachten die ik hier nu deel, voor veel mensen misschien ook wel weer tot gedachten leiden. Wonderlijk eigenlijk, hoe dat gaat.

Gedacht aan verschillende mensen die de afgelopen weken zijn overleden, en waarvan de overlijdensberichten mij als een confronterende werkelijkheid overvielen. Gedacht aan de begrafenisauto die bij de kerk stond, waar ik twee mensen bij zag staan die ik kende en die ik toen even aangesproken en daarna gecondoleerd heb. Gedacht aan het bijbehorende overlijdensbericht dat ik een paar dagen daarna pas in de Hallo zag staan, domweg omdat die bij ons pas op zaterdag in de bus komt.

Lopend daarover doorgedacht. Aan het relatieve van tijd en plaats en het je daarvan meestal niet bewust zijn. Gedacht over hoe ik de laatste tijd onder het wandelen mezelf soms ‘dwing’ om even uit mijn hoofd te gaan en dan -ook al is het heel kort- de verwondering voel bij wat ik zie. Ook dat maakt onderdeel uit van de verwondering. Er verandert zoveel. En toch is er zóveel hetzelfde. Jack Poels vertelt in het nieuwsbericht dat het in zijn nieuwe liedje niet alleen gaat over de ‘wandeling door de verwondering’, maar ook over de ‘wandeling door de verandering’, de ‘wandeling door de schemering’ of de ‘wandeling door het eigen dorp’.

Er schuilt zoveel symboliek in die woorden. Het zijn metaforen voor het leven in al zijn aspecten. Van abstracte verwondering tot aan concrete ervaringen en de wisselwerking daartussen. Ik denk dat we te weinig stilstaan bij de verwondering over al die dingen die ons levenspad kruisen. En dat komt, denk ik, omdat we ons teveel concentreren op het wandelen zelf en te weinig op de verwondering van het wandelen. Straks toch wat meer op letten. ‘Straks’, de titel van zijn single. Met dank aan Jack.

Bruna…

Ze klonken alle drie goed gemutst, de medewerkers achter de balie bij de plaatselijke Bruna. Dat hoorde ik, terwijl ik op een afstandje wat cadeautjes in de winkel aan het zoeken was. Er werden vriendelijke woorden gewisseld bij de kassa met de klanten die al hadden gevonden wat ze zochten. Toen ik zelf wilde afrekenen, wenkte V. me. De andere twee Bruna-medewerkers waren met klanten bezig. Met alledrie had ik in het verleden wel eens gesproken bij een eerdere aankoop, maar met V. had ik een langere voorgeschiedenis. ‘Als cadeau inpakken?’, vroeg ze vriendelijk. ‘Ja, graag’, zei ik, een beetje in gedachten verzonken..

In 2016 runde V. samen met C. de plaatselijke Bruna. Met C. en later met V. heb ik destijds besproken hoe mijn eerste boekpresentatie bij Bruna er uit zou gaan zien. Uiteindelijk hebben Egbert Derix en ik die gehouden op 17 december 2016. Sinds dat moment heeft mijn boek (‘Tijd heelt alle woorden’) tussen alle andere boeken bij de Bruna gestaan. Ik vond dat heel speciaal. En sowieso, dat het überhaubt kon. Ik weet niet meer of het V. of C. was die met de term ‘overeenkomst van consignatie’ op de proppen kwam. Ik weet nog wel dat ik het woord thuis even heb opgezocht…

Overeenkomst van consignatie
‘Een consignatiecontract tussen de inbrenger en de consignatiehouder. Regelt verdeling van opbrengsten, rechten en risico. Te gebruiken als de ene partij voor de ander goederen gaat verkopen, waarbij de eigendom bij de maker blijft.’

Ik was de ‘inbrenger’. Dan bracht ik 10 boeken en dan was ik na verloop van tijd zeer aangenaam verrast als V. of C. (‘de consignatiehouders’, maar zó officieel heb ik het nooit ervaren…) me belde of ik niet nog een aantal boeken kon brengen, omdat de voorraad op dreigde te raken. Uiteraard deed ik dat met liefde. Uit een laatje kwam dan het papiertje (‘de overeenkomst van consignatie’) waarop was bijgehouden hoeveel er verkocht waren. En dat werd dan heel netjes afgerekend. Elke keer verliet ik blij en trots hun winkel.

Mijn dochter Pip heeft destijds nog een periode bij Bruna met V. en C. gewerkt en ik herinnerde me de prettige sfeer die er steeds heerste. Het personeel kon het goed met elkaar vinden. Toch trok er een donkere wolk over de winkel toen C. ziek werd. Haar gezondheid ging op en af. Soms leek er hoop en was ze weer even in ‘haar’ winkel. Pip vertelde me dat V. vaak bij C. op bezoek ging, als die weer een mindere periode had. Zo nu en dan sprak ik V. in de winkel. C. was al een poos helemaal niet meer in staat haar geliefde werk bij Bruna te doen. Die onwerkelijke situatie greep ook V. aan, maar ze bleef C. bezoeken. Voor zover ik weet tot aan het allerlaatste moment, toen alle hoop op genezing was opgegeven en het heel snel bergafwaarts ging met de gezondheid van C. Uiteindelijk was zaterdag 16 februari 2019 haar uitvaartdienst. Daar ben ik samen met Pip naar toe geweest. De indrukken daarvan heb ik destijds in een verhaal beschreven.

‘Ik ben met m’n laatste twee weken bezig’. V’s woorden resoneerden even met de gedachten die vlak daarvoor nog door mijn hoofd gingen. De andere klanten waren weg en haar twee collega’s mengden zich bescheiden in ons gesprek. ‘Twee weken?’ vroeg ik, toen de woorden van V. pas echt tot me doordrongen. ‘Hoezo?. ‘Eigen keuze’, zei ze. ‘Ik nog vier weken’, zei E. Er waren binnen Bruna nogal wat dingen veranderd, begreep ik uit V.’s uitleg. De manier waarop de overkoepelende organisatie met de lokale Bruna omging, had geleid tot haar besluit om de eer aan zichzelf te houden. Over twee weken eindigde haar periode bij Bruna. ‘Weet je dat ik er echt aan gedacht heb’, zei ze, ‘jou een berichtje te sturen, om er een verhaal over te schrijven? Zoals je toen ook zo mooi bij C. gedaan hebt’. Ze keek naar haar handen die met een laatste plakbandje klaar waren met inpakken.

Ik was er even stil van. Er lag een laag van niet uitgesproken teleurstelling en berusting onder de opgeruimdheid, waarmee V. en haar twee collega’s over de op handen zijnde kille verzakelijking van het moederbedrijf spraken. ‘Klanten zijn voortaan zelfstandig. Bruna’s landelijke beleid is dat er geen personeel meer nodig is in de lokale winkels. Dus vooral niks meer vragen, hé’? Het klonk cynisch, maar in de ondertoon lag ook iets verdrietigs. Over twee weken zou dus ook V. niet meer werken bij Bruna. Een minder ingrijpend afscheid dan met C. Maar toch..

Jaren geleden liep ik blij en trots de winkel uit. Nu was er een gevoel van onmacht en schaamte. Onmacht tegenover het kille, landelijk beleid, dat blijkbaar op geen enkele manier rekening hield met lokale winkelwarmte en met mensen zoals V. en C. die voor die warmte zorgden. En schaamte over hoe er klaarblijkelijk met dat personeel werd omgegaan, dat zo lang ziel en zaligheid in het werk had gelegd. Zodanig dat V. zélf, met opgeheven hoofd, de knoop had doorgehakt. Misschien wel een beetje uit eerbetoon naar C.

Ik heb de drie medewerkers succes gewenst en V. geluk met alles wat op haar pad zou komen, na de komende twee weken. Ik weet niet of V. een grapje maakte, toen ze zei dat ik er maar een verhaal over moest schrijven. Hoe dan ook. Bij deze. Voor V. én -met welgemeende en terugwerkende kracht- postuum nog voor C.

Mede dankzij V. en C. hebben Egbert Derix en ik vier jaar geleden onze boeken gepresenteerd bij Bruna Horst. Een mooie, muzikale en literaire happening.

Gedicht in beeld…

Onlangs het werk opgehaald dat Helmie van de Riet maakte bij een van mijn gedichten. Heel apart en een mooie ervaring om de verbinding die zo ontstaat, samen te delen. Spannend ook.

Het voelde een beetje als het uitpakken van een cadeautje. Voor Helmie bleek het spannende er in te zitten of haar werk wel zou voldoen. Zoals je van een cadeau dat je geeft, nooit weet wat de jarige er van zal vinden.

Ze had haar werk in een mooie doos bewaard, die ze in het midden van de tafel had neergezet. Pas na een tijdje -ze schonk eerst nog een bakje thee in- maakte ze me er op attent. ‘Maak nou eens open’, zei ze. Pas toen werd me duidelijk dat haar werk daarin al die tijd had liggen wachten om bewonderd te worden. En bewonderd werd het!

Het werk van Helmie bij het door haar gekozen gedicht. Mooi!

Zo gaan16 mensen ieder een ander gedicht uitzoeken. Ik ben heel benieuwd hoe dat gedicht hen inspireert tot het maken van een eigen werk, ter illustratie van dat gedicht. De combinaties gaan een prominente plaats krijgen in het boek dat ik aan het maken ben. Behalve de geïllustreerde gedichten komen daarin ook andere gedichten, columns en korte verhalen die ik de afgelopen 14 jaar geschreven heb. Het wordt een stevig boek…

Ook nieuwsgierig? Je kunt vóórintekenen om het boek te ontvangen als het klaar is. De totstandkoming wordt mogelijk gemaakt door crowdfunding. Klik naar mijn campagnepagina op voordekunst.nl voor meer informatie. Het boekproject heeft de werktitel ‘Waar het hart vol van is…’. Of dat ook de titel gaat worden? Zou kunnen, maar het kan na gisteren ook best iets worden met vlinders…

Warmte uit het zuiden…

Zondagmiddag voor het eerst in mijn leven de installatie van een pastoor-deken ‘live’ meegemaakt. Om 14.00 uur die middag begon de livestream vanuit de Lambertuskerk in Horst, vakkundig opgenomen door Delta Limburg, een videobedrijf uit Midden-Limburg. Waarschijnlijk uit Midden-Limburg omdat een groot aantal mensen uit Roermond graag mee wilde kijken hoe ‘hun’ pastoor Wilson Varela in de nieuwe gemeente ontvangen en officieel geïnstalleerd zou gaan worden. Die installatie verliep volgens een strak protocol en ging gepaard met een indrukwekkend ceremonieel dat met eerbied in beeld werd gebracht. Zo dichtbij heb ik nog nooit een dienst meegemaakt.

Dichterbij dan de dertig mensen in de kerkbanken en bijna net zoveel mensen rondom het altaar. Zij zaten dichtbij het gebeuren, maar thuis zag ik alles nog veel closer. Vicaris-generaal René Maessen vertegenwoordigde het bisdom Roermond en hij leidde de dienst, werd mij verteld door de vice-voorzitter van het kerkbestuur, de heer Joop de Hoon. Indrukwekkend, alle verschillende handelingen die elkaar vanaf dat moment opvolgden. Vooral indrukwekkend dat iedereen rond het altaar blijkbaar precies wist, wat hij of zij (er was een ‘misdienaarster’ bij) wanneer, waar moest doen. Nou verloopt zo’n ceremonie met grote waarschijnlijkheid volgens een draaiboek, dat voor de meeste betrokkenen rondom het altaar niet nieuw zal zijn. Maar toch, als ervaringsdeskundige op een podium weet ik hoe lastig het soms is om alles volgens van te voren gemaakte afspraken te laten verlopen.

Hoe dan ook. Alles was gericht op het ‘moment suprème’: de installatie zelf. Met veel symboliek werd dat moment gemarkeerd. De attributen die bij de pastorale taak van pastoor-deken hoorden werden hem één voor één overhandigd. Dat begon met een klein schaaltje, dat gebruikt wordt bij het doopsel. Vervolgens een klein olievaatje met chrisma, dat -leerde wikipedia mij- één van de drie heilige oliën is. Voor de liturgische vieringen kreeg hij het missaal, de kelk en het pateen. ‘Missaal’ en ‘pateen’ heb ik voor de zekerheid nog even opgezocht, maar mijn herinnering klopte bij de beschrijvingen.

De sleutel van het tabernakel en het evangelieboek waren de volgende attributen. Tenslotte een paarse en een witte stola. De paarse was de biechtstola en de witte had alles te maken met het voltrekken van huwelijken. Tenslotte nog de olie van de zieken, in eveneens een klein olievaatje. O ja, en dan vergeet ik bijna het herdersschopje. Vroeger gebruikt door herders om afgedwaalde schapen terug te leiden naar de veilige kudde. Het vergt niet al te veel fantasie om de symboliek die daar in schuilt te begrijpen. Veel voorwerpen, waarvan ik het bestaan niet kende, maar waarvan ik me heel goed de symbolische waarde en tegelijk ook de meerwaarde van kan voorstellen.

Wat ik zelf een verrassend moment in de dienst vond, was het optreden van de uit Spanje afkomstige kapelaan die, spelend op zijn gitaar, een lied ten gehore bracht. Ik kan me voorstellen dat de uit Colombia afkomstige pastoor-deken de warme zuidelijke klanken van gitaar en stem zeer heeft kunnen waarderen. Niets ten nadele overigens van de tenor die, tussen alle andere plechtigheden door, zichtbaar genietend zijn liederen zong. Maar méér nog, maakte de kapelaan indruk op mij. De warmte van het zuiden werd voelbaar. Ik heb zijn naam even opgezocht: Miguel Ángel Pascual Coello. Alleen die naam al. Zichtbaar, close in beeld, kon je zijn heel geconcentreerd geplaatste accoordgrepen perfect bewonderen. Er zat passie in zijn spel en zang.

Direct na de toepasselijke toespraak van burgemeester Ryan Palmen, kreeg Wilson Alberto Varela Gaviria het laatste woord in zijn installatiedienst. Een mooie, persoonlijke speech volgde. Dezelfde warmte die de kapelaan me al had laten voelen, hoorde ik in de stem van de kersverse pastoor-deken en begreep ik uit de woorden die hij sprak. Gepassioneerde woorden van dankbaarheid, maar ook woorden waarmee hij eigenlijk meteen verbondenheid creëerde. Door ook die middag tijdens de installatie te zijn zoals hij was. Te zijn zoals iedereen van ons. Met een voortdurende hoop op een mooi leven, maar met dezelfde twijfels. Ook (maar) een mens… Welkom!

NB De foto’s zijn stills uit de live-reportage. Die is terug te kijken door hier te klikken. Alleen al voor het gitaarspel (1:15:00) en de gehouden speeches op het eind de moeite van het bekijken waard.

Gevonden…

de waarde van ellende
daar zoeken waar het ligt
het grote onbekende
streelt zacht het vergezicht
hoe triestig ook de bende
geheeld, je lacht, je dicht
omdat het steeds meer wende
gevonden en gezwicht…

Hoe mooi…

de stilte filtert puur geluid
ver weg verliest van vallend blad
een reiger zit zijn uren uit
waar eerder al een reiger zat

friswarm aait de novemberwind
over de wereld die al was
als voeten, lopend over grind
hoor ik elk hapje raspend gras

stille acties, geen groot denken
enkel maar bezig zijn of staan
het paard, de reiger, ja, ze wenken
naar alles wat ik wil verstaan

Gewoon Doen…

Hebben jullie het laatste filmpje van Gewoon Doen gezien? Het begon gewoon, voor zover je in deze tijden van ‘gewoon’ kunt spreken. Maar het filmpje begon, zoals elke doordeweekse dag eigenlijk begint bij Gewoon Doen, de dagopvang voor mensen met mogelijkheden, met ‘gewoon doen’. Alleen nu waren er ook filmopnames, waarschijnlijk gescript en vervolgens geregisseerd door Bart, een van de vaste medewerkers. Samen met Kitty, die de theatergroep (Theater Kleinkunst) steevast voor haar rekening neemt, hebben ze met z’n allen de Jerusalema-challenge ingestudeerd. Prachtig om te zien!

Die inzet, dat plezier, het doorzettingsvermogen. Schitterend. De eigenheid van iedere deelnemer aan de dans en tegelijk de samenhang die er gezamenlijk ontstond. Waarschijnlijk al die tijd geoefend binnen vakken van anderhalf bij anderhalve meter, die met schilderstape op de oefenvloer waren aangebracht. Ten overvloede misschien, maar voor wie nog niet weet wat de Jerusalema-challenge is: het is een dans op muziek die is overgewaaid uit Zuid Afrika. Ondertussen gaat die dans als een inktvlek over de hele wereld om de liefde te verspreiden voor de saamhorigheid in deze moeilijke tijd. Vooral mensen uit de zorg laten zo dansend zien hoe eensgezind ze zijn in hun strijd tegen Covid19.

En nu dus ook een Jerusalema-filmpje van Gewoon Doen. Ik heb het meteen gedeeld. Het maakte een goed gevoel in me los en aan de reacties te zien was ik niet de enige die er blij van werd. Ik heb daar eens over nagedacht, over het effect dat het filmpje op mij had, in het licht van de tijd waarin we nu leven. Het feit dat zij ieder vanuit hun eigenheid samen een eenheid vormen, dat is eigenlijk heel speciaal, bedacht ik me. Waar de een blij met twee thermoskannen zwaait, jongleert de ander vrolijk met een hoedje en een soort van wc-borstel. En tóch vormen ze één geheel. In een verbindende dans kunnen ze prima sámen zichzelf zijn.

Het filmpje is gemaakt vanuit het principe van Gewoon doen. De nadruk ligt op ‘mogen’. Iedereen mág er zijn. Alleen zó kun je echt samen zijn. Dat staat nogal in schril contrast met het merendeel van de rest van de wereld waarin de meesten van ons vertoeven. Dat is namelijk een wereld waar hard tegen hard gestreden wordt voor het eigen gelijk. Een wereld waar principes haaks op elkaar staan en alleen dát -het verschil- vervolgens eenzijdig gekoesterd wordt. Anders zijn is geen optie meer. De ander mag niet zijn zoals die is, puur en alleen omdat die dan anders is dan ik ben. Anders dénkt dan ik denk. Maar ik heb gelijk, dus…

Wel- of geen mondkapjedragers? Het lijken tegenstanders, waar het in essentie een vergelijking is tussen thermoskannen en wc-borstels: sommigen hebben ze nodig, anderen gebruiken ze niet of nauwelijks. Maar allebei mogen ze er zijn. Toch lijkt dat in de wereld van ieders gelijk een onmogelijkheid. Argumenten vóór en tegen gaan zo strijdend voorbij aan de hogere waarden van de maatregelen van deze tijd. Die niet kunnen zien als tekenen van gezamenlijkheid, met respect voor ieders eigenheid, is een gemiste kans. Ja, er is een virus. Maar de dansende verbondenheid in het filmpje werkt aanstekelijker. Daar kan geen virus tegenop. Als je het mij vraagt: Gewoon Doen!

De zin…

zinnen
als slingers
van woorden
schrijven
mijn vingers
waterkoud
op wat nog
onbeschreven
is

later oud
blijven
woorden
en zinnen
een dunne laag
klatergoud
over wat de
zin van leven
is

Verstild ritme…

Gisteravond ook naar ‘De beste zangers’ gekeken? Mijn favoriet was Stef Bos. Op dit moment heb ik Stef Bos via Spotify opstaan, terwijl ik dit schrijf. Het nummer heet ‘Verstild in steen’. Mooie tekst, maar dat is hem wel toevertrouwd. Ik vang er flarden van op. Nu ook. Mooie zinnen: ‘Mijn hart stond op, de angst verdween. Ik zag jouw naam, verstild in steen’. Ik moet denken aan de foto’s die ik pas maakte van het stenen kruis op het graf van mijn ouders. Ik heb er de afgelopen weken een paar keer bij stilgestaan.

Die zin uit het lied van Stef Bos komt op het eind nog een keer terug. Alleen eindigt hij dan, in plaats van ‘ik zag jouw naam, verstild in steen’, met ‘ik zag jou in alles, in alles om me heen’. Zijn woorden resoneren na. Prachtig hoe ritmisch raak de woorden klinken. En hoe ze binnenkomen. Ze raken aan het gevoel dat je soms kunt hebben, wanneer iemand waarvan je definitief afscheid hebt moeten nemen, evengoed nog ‘in alles om je heen te zien is’.

Nu alweer bijna twee weken geleden werd het ritme van mijn hart opnieuw met een schok tot de orde geroepen. De vierde keer. Al die keren wil je dat liever niet, maar nu ik de zin van Stef Bos opnieuw lees -‘Mijn hart stond op, de angst verdween’- dan is die zin eigenlijk ook wel wat van toepassing op die vierde keer. De angst die ik de eerste keer ervaarde, toen mijn hart ‘opstond’, leek twee weken geleden zo goed als verdwenen. Je kunt er honderd mee worden, zei de cardioloog na de eerste keer, en dat is ook mijn bedoeling.

Wat wel blijft, na elke keer dat ik van dysritmie naar ritme ben geschokt, is dat ik weer moet wennen aan het vanzelfsprekende van leven. Ik merk, ook nu weer door het luisteren naar Stef Bos en de associaties die de tekst oproept, dat ik verstild kan raken ‘door alles om me heen’. Het zijn die momenten van verstilling, waarin ook soms de angst even helemaal verdwenen is. Het is helaas nog geen continue staat van afwezigheid van de onzekerheid, maar toch. Het is een mooi begin, denk ik. Een begin om uiteindelijk het eind gelaten onder ogen te kunnen zien.

Maar wel pas als ik honderd ben! En dat ik dan met een schok van vreugde, het ritme van het leven als eindeloos ervaar. De verstilling zie in alles om me heen. Tijdloos.

stilleven…

aan het begin
de woorden
wijden
om
op het eind
de zin
te zien van
verstilde
tijdloosheid

aan het eind
de woorden
mijden
om
van het begin
de zin
te zien van
gewilde
sprakeloosheid

💙Provincie Limburg…

‘Project gesteund door’ staat er sinds gisteren onderaan mijn campagnepagina op voordekunst.nl. En daaronder staat het logo van de provincie Limburg. Mijn boekproject met de werktitel ‘Waar het hart vol van is…’ heeft provinciale steun verworven! En dat is gebeurd dankzij de bemiddeling van de mensen achter voordekunst. Laura om precies te zijn. Dus dank! Een enorme impuls in de goede richting om mijn boekproject door middel van crowdfunding te laten slagen. Ik sta nu op 70% van het streefbedrag. Nog 30% te gaan!

Op de homepage van voordekunst.nl staan vijf zinnen, die precies vertellen waar het op deze creatieve crowdfundsite om draait:

  1. Voordekunst is hét platform voor crowdfunding in de creatieve sector.
  2. Doneer.
  3. Start een campagne.
  4. Maak het samen.
  5. Doe het voordekunst.

Zin 1 is duidelijk. Mijn boekproject staat nu op dat platform, dat dit jaar haar 10-jarig bestaan viert. Need i say more. Zin 2 is extreem kort en krachtig: Doneer. Zelf heb ik dat bij verschillende projecten gedaan. Vanwege de projecten, maar ook omdat ik het principe van crowdfunding en tegenprestaties ondersteun. Zin 3 roept iedere ‘creatief’ op om zelf een campagne te starten. Ik kan dat alleen maar aanraden. Zin 4 slaat een brug tussen de initiatiefnemer(s) van een campagne en de donateur(s) aan die campagne. En zin 5 is de pay-off, die als onderliggende motivatie voor beiden geldt.

In deze vijf zinnen zit ook het doel verborgen van de samenwerking tussen voordekunst en de provincie Limburg. Dat doel is namelijk ‘om de crowdfunding voor kunst en cultuur in de provincie Limburg te stimuleren, zowel bij kunstenaars en kunstinstellingen (projectmakers) als bij potentiële donateurs.’ En dat lijkt heel aardig te lukken. Mij hoor je in ieder geval niet klagen. De provincie wil niet alleen makers, maar ook potentiële donateurs stimuleren. En ook dat gaat ze niet verkeerd af.

Uit een rekensommetje met gegevens die ik vind op voordekunst.nl blijkt dat de verhouding tussen het bedrag dat de provincie sponsort en het bedrag dat door de campagnes vervolgens zelf nog wordt opgehaald, 1 staat tot 3 is. Elke euro van de provincie blijkt uiteindelijk nog 3 euro sponsorgeld te hebben opgeleverd. Mooi toch?

Let wel, het gaat hier over gemiddelden. Het is uiteraard geen garantie dat die verhouding standaard bij elke campagne opgaat. Die 30% voor mijn boekproject moet dus nog wel gewoon worden waargemaakt. Ik wil daarom ter afsluiting vooral even de aandacht vestigen op zin 4: Maak het samen. Het boek maken, samen met jou. Omdat ik hoop dat jij er zó nieuwsgierig naar wordt, dat je het bij voorbaat al wil hebben.

Als dat zo is, dan kun je dat meteen regelen door hier te klikken!

En mocht je al gedoneerd hebben, dan wil ik jou, en bij deze nogmaals de provincie, daarvoor hartelijk danken. 💙