Witte bloesem…

drie kwartier
gewandeld
inplaats van
met de fiets
maar toch weer
hier geland en
denk ik vooral
aan niets

steeds weer
op deze plek
die iets wakker
in me kust
waar de oude eik
vast op z’n stek
bovenal
in stilte rust

wat was en
wat nog wacht
verbonden
in het heden
in witte bloesem
zit de kracht
van toekomst
en verleden

Molenbeek…

vasthouden aan de blauwe lucht
vertrouwen op wat is
meestromen met de Molenbeek
zonder benauwde zucht

want elke bang benauwde zucht
vervreemdt je van vertrouwen
vergrijst zelfs helderblauwe lucht
neemt, waar je op kunt bouwen

niet in de ik van eigenwijs
niet in, kijk mij, ik weet het wel
in samenhang ligt het bewijs
geeft grijs wat meer dat blauwe

Niet voorbij…

familieberichtje in de krant
een naam die je goed kent
op slag een beeld voor ogen
nu jij er niet meer bent

je lach, je stem
de dingen die je zei
dat alles zie en hoor ik nu
en is dus niet voorbij

wat blijft is de herinnering
je lach, je stem, je zijn
ik blijf het horen en het zien
en dat verzacht de pijn

Iets anders…

Ik werd vanochtend wakker met een herinnering in mijn hoofd. Een helder beeld uit 1994. We woonden toen op de eerste verdieping, boven Zeeman en onze dochter Pip was net geboren. Daarom weet ik het jaartal nog. Ze had een eigen kamertje, want er waren veel kamers op die bovenverdieping. Vroeger woonde er de familie Slots, die beneden een kledingzaak hadden, als ik me niet vergis. Ik zag in mijn herinnering de woonkamer weer voor me. Die keek uit op de Kerkstraat en als je heel dicht bij het raam ging staan dan kon je ook sportzaak Meulendijks zien liggen.

Ik probeerde me de andere ruimtes voor de geest te halen. Dat lukte vrij aardig. In gedachten liep ik door de lange gang en opende links en rechts de deuren van vroeger. Elke kamer zag ik weer voor me. En elk beeld leidde naar een andere visuele herinnering. Zo ben ik in gedachten kamer voor kamer ingewandeld en het verbaasde me een beetje dat ik, liggend in bed met mijn ogen dicht, nog zoveel details voor me zag.

Nou weet ik dat er een gigantisch grote zolderverdieping boven al die kamers lag. Het vreemde was, dat ik mij niet meer kon herinneren hoe we daar vanuit de eerste verdieping konden komen. Dat intrigeerde me. Het zal ook een deur zijn geweest die naar een trap leidde, maar dat beeld in mijn geheugen bleef zwart. Ik heb daar verder niet al te veel aandacht aan besteed, maar ik nam we wel voor om dat hiaat in mijn geheugen, door mijn vrouw te laten completeren.

Het feit dat ik zo gedetailleerd beelden in mijn hoofd kan produceren die 27 jaar geleden in een jaar tijd zijn ontstaan, vind ik opmerkelijk. Maar de missende link naar een van die beelden, de zolder, verbaast me nog meer. Tegelijk realiseer ik me, dat juist het ontbreken van een herinnering veel meer past bij de kwaliteit van mijn geheugen. Waar vrienden moeiteloos details uit hun hele leven, met jaar en dag, namen en rugnummers kunnen reproduceren, blijft mijn geheugen in dat soort situaties altijd oorverdovend stil.

Wel losse beelden. Fragmenten uit mijn leven die zich soms als in een film in mijn hoofd afspelen. Af en toe met, maar heel vaak ook zonder geluid. Registraties van toen. Het camerastandpunt van al die beelden ben ik altijd zelf, realiseerde ik me vanochtend. Het zijn shots, vanuit mezelf gemaakt. Via de lenzen van mijn ogen. Maar zonder duidelijk script, blijkbaar.

Hoe zou dat bij anderen werken, vraag ik me af. Zouden mijn vrienden bij het maken van hun levensfilm bij elke scène ergens in hun hoofd ook een soort van storyboard hebben? Waarop tijdstip en gebeurtenis staan vermeld, zodat beelden allemaal geïndexeerd bewaard blijven? Een eigenschap die in mijn genen niet ingebakken is?

Ach ja, alleen beelden is ook heel mooi. En gevoelens trouwens. Ook die herinner ik me vaak heel goed. Maar die deur naar de zolder…

Zojuist mijn vrouw gevraagd. Wat denk je? Zij kon zich alles herinneren. Alles, behalve… die deur naar de zolder!
Nu is er nog maar één hoop. Dat nazaten van de familie Slots mij laten weten waar die deur zit. Of wacht, we bellen er een keer aan en vragen het de huidige bewoners. Vinden ze misschien wel leuk en ontstaat er een leuk gesprek. ‘n Keer wat anders dan corona…

Niet weten…

Photo by Jakub Kriz on Unsplash

Het niet weten is voortdurend als een onderdeel van mijn zijn in mij aanwezig. Zo nu en dan realiseer ik me dat en houdt me dat in stilte bezig. Over mijn weten lijkt bij vlagen een dichte mist te liggen. Het vreemde van die mist is, dat hij pas echt komt opzetten, als ik me realiseer dat die er hangt. Dan is er geen doorkomen meer aan. Het weten is volledig aan het zicht onttrokken.

Bij mistig weer is het vaak de dichtheid van de mist, die bepaald hoe goed of slecht het zicht is. En ook van belang is waar de mistbanken beginnen. Op het ene moment heb je nog nergens last van en ineens zit je in een mistbank van jewelste. Datzelfde fenomeen speelt zich bij mij ook van binnen af. Voor mijn gevoel begint de mist ergens in mijn hoofd maar niet meteen achter mijn ogen of aan het eind van mijn gehoorgang. Want wat ik zie of hoor ontmoet op weg naar waar ik het registreer geen wolken. Dat wil zeggen, voor zover ik me daar bewust van ben.

Maar meteen bij het ‘me bewust’ worden, daar kunnen al de eerste flarden mist komen binnendrijven. Niet altijd, maar hoe meer weten en zekerheid worden aangesproken, hoe meer de mist dan dicht lijkt te trekken. Ik verwacht dat ik niet uniek ben, wat dit menselijke, inwendige weerverschijnsel aangaat. Maar wat me wel vaak verbaast, is dat het bij andere mensen aan de buitenkant nauwelijks te zien of te horen is. En het gekke is dat hoe stelliger iemand anders zijn mening verkondigt, hoe mistiger het in mijn hoofd kan worden.

De manier waarop een ander aangeeft over een onderwerp precies te weten hoe het zit, kan bij mij van binnen automatisch een code geel, oranje, ja zelfs code rood doen ontstaan. Over dat betreffende onderwerp ontstaat in mijn hoofd vrij snel de bevestiging van die weerwaarschuwing, in de vorm van plaatselijke dichte mist. Gelukkig plaatselijk, want de uitwijkmogelijkheden zijn vaak van een helderheid die voldoende zicht waarborgt.

Er zijn legio onderwerpen waarbij dit inwendige weerverschijnsel optreedt. Laat ik proberen dat met wat voorbeelden te verduidelijken. Ik kan ontelbaar veel onderwerpen benoemen die niks met corona te maken hebben, maar omdat het zo actueel is, noem ik er vijf die dat wel hebben. De stelligheid van de mensen van Viruswaarheid. De richtlijnen van het RIVM. De alternatieve aanpak van Herstel.nl. De adviezen van het OMT. De perikelen rondom de vaccinatie. Over elk van deze vijf onderwerpen zie en hoor ik vanalles. Het komt allemaal bij me binnen, maar ik merk dat een aantal onderwerpen steeds vaker in een dichte mist belanden, waardoor ik al snel het zicht er op verlies. Het gekke is dat ik dat veel minder erg vind, dan dat anderen mij willen doen geloven dat ik dat zou moeten vinden.

Ik koers vooralsnog op de uitwijkmogelijkheden die gelukkig in die gevallen voor mij wel helder zijn gebleven. Want soms moet je ondanks de mist toch gewoon verder. Moet je keuzes maken welke weg je gaat bewandelen. En dan merk ik dat Viruswaarheid, Herstel.nl en vaccinatie-tegenstanders bij mij ontzettend veel dichte mist oproepen. En dat het RIVM, het OMT en het daarvan afgeleide regeringsbeleid vanaf het begin voor mij helder zicht heeft opgeleverd. Niet dat ik het zeker weet. Maar juist daarom.

En opnieuw verbaas ik me over al die mensen die het wel allemaal zeker weten. Die geen spoor van mist zien in hun eigen overtuiging. En vanuit die zekerheid alleen maar zien wat de ander in hun ogen mist.

Wat je mist…

als er geen spoor
van twijfel is
en alles
lijkt beslist

als wat een ander
zegt of denkt
bij voorbaat
wordt betwist

dan blijft wat
o zo helder lijkt
gehuld in
diepe mist

© Geert van den Munckhof, 26 februari 2021

Wat er is…

de zonnecyclus lijkt weer rond
zacht streelt de wind mijn ogen
ik kijk naar schaduw op de grond
gestuurd, vertakt, bewogen

verbonden met die aarde
door schaduw en gedachten
bewonder ik de waarde
van wat er steeds al wachtte

herkennen wat bijzonder is
verzacht al heel veel pijn
jezelf te zijn in wat er is
en wat er is te laten zijn

Ondergesneeuwd…

onschuldig wit
vooral heel stil
de zon die smelt
de aarde
weer naar boven

dat ik hier zit
en niets méér wil
dan opgeteld
de waarde
van geloven

maar ook vooral
vertrouwen
ja, al met al
hier bij de eik
weer prima
vol te houwen…

Voor Ton…

rondom de oude eik
is alles weer gewoon
geen mondkapjes, geen plastic fles
nee, alles is weer schoon

drie graden slechts, een gure wind
en toch voelt het vertrouwd
gewoon omdat van deze plek
nog iemand veel van houdt

Mondkapjes en vitaminewater…

Bij de hele oude eik
In de zon op nieuwjaarsdag…

Op zo’n tweehonderd meter van het bankje zie ik het afval al liggen. Ter plekke zie ik tot mijn verbazing dat het een aantal gebruikte mondkapjes zijn en lege flesjes bronwater. Vitaminewater zelfs. Gezond afval is mijn eerste gedachte op deze prachtige vrijdagochtend, 1 januari 2021. En de tweede gedachte: wie zijn deze coronaverantwoorde, gezondheidminnende mensen die hier vertoefd hebben..

Het zit lekker in de zon. Ik besluit het afval mijn goeie gevoel niet te laten bederven. Op de fiets hier naar toe veel mensen tegengekomen die allemaal vriendelijk groeten of de beste wensen wensten. Ook zij voelden waarschijnlijk de kracht van de zon en van het nieuwe begin.

Een goed gevoel. En dat terwijl mijn zoon en dochter nog steeds in isolatie herstellende zijn. Mét aanhang! Allevier, ongeveer een week na elkaar, ‘vorig jaar’ positief getest. Gelukkig niet zo ziek dat ze gisteren oud op nieuw helemaal aan zich voorbij moesten laten gaan, maar anders was het wel. Mees en Ili, Pip en Joris, de beste wensen in mererlei opzicht!

In vertrouwen op betere tijden dus en met een goed gevoel, hier in de zon. Een heel nieuw jaar om het beter te laten worden dan dat het was. Een jaar waarin mondkapjes en lege bronwaterflesjes slechts tijdelijk de omgeving vervuilen. Misschien komen ze het straks nog wel opruimen..

Volgende keer toch ook maar een afvalzakje in m’n jaszak stoppen?

Mijn oom van 85…

Een levensloop op rijm, uitgesproken op de muziek van mijn buikorgel. Zondagmiddag, 20 december, als een verrassing gepresenteerd aan de jongste broer van mijn moeder. Een paar dagen vóór zijn verjaardag, om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de corona-bezoekrichtlijnen. Hij is 23 december 1935 geboren. Twee dagen voor Kerst 2020 dus 85 jaar geworden.

Zijn oudste dochter Paulien had me benaderd en samen hebben we aan de verrassing voor haar vader verder inhoud gegeven. Die zondagmiddag was het zover. Als ik de reacties achteraf mag geloven, dan was het een succes. Zelf heb ik dat ook wel zo ervaren. Leuk hoe van het een het ander komt. In mererlei opzicht. Maar daar zo meer over.

Het was fijn om het te mogen doen. Behalve mijn oom en tante waren Paulien met haar man Leo en haar broers Twan en Geert met zijn vrouw Josina aanwezig. De jongste zus Annette kon via de mobiel vanuit Schipluiden meekijken en meeluisteren naar de voordracht. Haar man Carl, die blind is, luisterde mee. Kinderen en aanhang, een dankbaar publiek.

Op ereplaatsen, met de rest min of meer op corona-afstand, waren ze met z’n allen getuige van de aubade op rijm en muziek. Het was precies waar ‘Tekst op maat’ voor bedoeld is. ‘Tekst op maat’ is één van mijn tegenprestaties, beschreven op de culturele crowdfundpagina voordekunst.nl, bij mijn lopende boekproject ‘Waar het hart vol van is…’.

Paulien had die optie daar pakweg drie weken eerder gelezen en zag het toen meteen voor zich. Een perfect cadeau voor haar vader, vond ze. Haar vader -mijn oom- die altijd voor iedereen klaar stond en nog steeds klaar staat, maar daarvoor zijn hele leven lang al alle bedankjes wegwuift en fysieke cadeaus blijkbaar steevast becommentarieert met de woorden ‘had niet gehoeven’ en ‘wie heeft dat bedacht’. Juist een verrassing zoals deze zou hij zeker kunnen waarderen.

Vooral omdat hij zelf op allerlei gebied creatief was en is. Met tekenen bijvoorbeeld. Of keramiek en schilderen. En dichten is hem ook niet vreemd. Vandaar. Ik had de indruk dat hij genoot van de voordracht . ‘Had niet gehoeven’ heb ik in ieder geval niet gehoord en het ‘wie heeft dat bedacht’ was eigenlijk een overbodige vraag: zijn eigen kinderen, op basis van mooie herinneringen vanaf hun vroege kindertijd tot aan vrij recent.

Later, in de huiskamer, hebben we de achtergrond van de aubade toegelicht, want hij is wel iemand die graag weet hoe het zit. Mijn oom, zittend in zijn fauteuil, luisterde op gepaste corona-afstand naar de uitleg. Ik vertelde van het boekproject en de crowdfunding die zo voorspoedig verliep dat het boekproject op enig moment zelfs was uitgebreid met een grafische component. Dat ik daarvoor mensen had gevraagd om een visuele vertaling te maken bij een gedicht van mij.

‘Dat kun jij ook wel doen, Pap’, zei Paulien toen. Waarom eigenlijk niet, was mijn eerste gedachte. Dus dat zei ik ook. Mijn oom hoorde het aan, zei verder niets maar stond even later op en liep naar de kast. Daar rommelde hij heel even maar pakte er toch vrij doelgericht iets uit. Het was een ets die hij vroeger gemaakt had. Hij had er ook nog één van de eerste drukken bij. Met een soort van ingehouden trots doorbrak hij even de corona-barrière en legde het etsplaatje en het gedrukte exemplaar voor me neer op tafel. Gemaakt, vertelde hij, in 1985, als uitnodiging voor zijn familie, op zijn 50-ste verjaardagsfeest.

Toen wist ik. Dit moment wil ik vastleggen. Mijn oom, die op deze manier zonder woorden niet alleen zijn waardering uitsprak voor wat hem zojuist buiten was ‘aangedaan’, maar die daarmee in feite ook liet zien waar het in het leven om gaat. In metaforische zin was de etsplaat de bron en de afdruk een afgeleide daarvan. Gelijkend maar nét even anders. Zoals kinderen een afgeleide zijn van hun ouders. Op ze lijken, maar toch allemaal heel eigen zijn en vaak nét even anders.

In het laatste couplet van de levensloop op muziek stonden twee zinnen:

prachtig erfgoed uit een bron
die bij jou en Nelly ooit begon

Nelly is al 55 jaar zijn vrouw. Ze kregen vier kinderen, die op hun beurt ook weer kinderen kregen. Prachtig erfgoed. En ik kon het niet helpen om even aan mijn eigen moeder te denken. Zijn zes jaar oudere zus, als ze nog geleefd had. In zijn ogen vol trots zag ik heel even haar voortdurende aanwezigheid. Een mooie ‘reproductie’ van herinneringen en toekomst, gevangen in één blik.

Eveneens te zien in één ets uit 1985. Met wat extra fantasie staan de twee eksters symbool voor ons allemaal. We komen uit elkaar voort, zijn er voor elkaar en voeden elkaar. Met het leven. Altijd. Vanuit de bron.

de bron…
… en de afgeleide