Mis geen worst. Zie erwten!

Een zaterdagochtend wandelingetje. Even een frisse neus halen, na een avondje stappen met de leden van het Zwabberpluumke. Voor de niet sportieven onder ons, dat is een vrijetijds badmintongroepje, dat behalve één keer in de week badmintonnen, ook veel waarde hecht aan de seizoensborrel. Gisteravond zaten we in Cambrinus, van onze winterborrel te genieten. Gezellig, veel gelachen en veel minuten over twee vanochtend pas thuis. Dus die frisse neus was niet waarom maar daarom.

Lopend langs de Mérthal zag ik dat daar weer een feestje in voorbereiding was. De ceremoniemeester en de vorst van carnavalsvereniging d’n Dreumel zaten voor de ingang op de fiets en stonden op het punt van vertrekken. Ontdaan van veren en onderscheidingen waren het weer gewoon twee gezellige Horster vrienden die nog even aan het napraten waren. Misschien over wat ze zojuist in de Mérthal hadden gedaan of misschien nog wel moesten gaan doen, als ze straks terug kwamen. ‘Niet te lang hè’, riep een collega-carnavalist -ook in burger- hen na, toen ze wegfietsten.

Zelf ben ik doorgelopen, de winkelstraat in. Het was er gezellig druk. Een paar meter van de viskraam bij de kerk stond een groepje van vijf Irakezen of Syriërs druk met elkaar te praten en te gebaren. Het zouden ook zomaar mensen uit een ander land kunnen zijn geweest. Ik zie nooit aan mensen waar ze vandaan komen, maar het waren in ieder geval geen van origine horster dialect sprekende inwoners. Dat hoor ik dan weer wel. In deze tijd van vluchtelingen vraag ik me bij ontmoetingen zoals deze altijd af wat hun achtergrond is. En of ze zich een beetje op hun gemak en veilig voelen in ons koude kikkerlandje. Hopelijk is dat zo.

Ietsje verderop stond Janine met haar soepcaravan. In de stemming om even een lekker momentje te pakken besloot ik om bij haar een soepje te nuttigen. Erwtensoep werd het. Terwijl ze een bakje volschepte, besefte ik dat mijn portemonnee nog op de plek lag waar ik die vannacht, lang na twee uur, had neergelegd: thuis. Janine vond het geen probleem maar ik beloofde haar dat ik zometeen even op en neer zou lopen.

De soep was heerlijk. Vol met erwten en lekker vlees. Toen ik dat na de laatste lepel aan Janine vertelde, vroeg ze me of ik niks had gemist. Dat had ik niet. Integendeel. Voor het eerst had ik in erwtensoep hele erwten gezien én geproefd. Heerlijk. ‘Ik mis de worst’! Met die opmerking hadden blijkbaar vorige klanten haar kookkunst in twijfel getrokken. ‘Weet je’, verklapte ze me, ‘met worst er in vind ik dat in no-time alles in de soep naar worst smaakt’. Nogmaals bevestigde ik haar dat wat mij betreft de soep voortreffelijk was en dat ik daarom nog een éxtra reden had om dan ook meteen mijn portemonnee te gaan halen.

Bij de viskraam zag ik dat het groepje van vijf een soort van lopend buffet had gebouwd. Op het bankje bij de kerk, links van de viskraam, stond een viertal witte plastic bakjes uitgestald, vol met kibbeling en andere gebakken vis. Een gezellig tafereel en ik kreeg de indruk dat het groepje zich in ieder geval op dit moment wel op hun plaats voelde. Teruglopend naar huis dacht ik nog even na over Janine’s lekkere soep en over de opmerkingen van sommige klanten daarover. Waarom toch die hang naar het bekende, vroeg ik me af. Waarom iets dat een beetje afwijkt van de norm meteen afdoen als niet goed. ‘Ik mis de worst’ had toch ook ‘Ik zie de erwten’ kunnen zijn?

Daarover nog wat doorfilosoferend was ik snel thuis en liep ik opnieuw -nu financieel gezond- weer richting centrum. Nog steeds fietsen bij de Mérthal zag ik en nog steeds wist ik niet wat daar werd voorbereid. Straks even op de Dreumelsite kijken, nam ik me voor. Het groepje bij de viskraam was vertrokken. Op het bankje was niets te zien van het spontane buffet dat zich er een kwartiertje geleden had afgespeeld.

Brandschoon achtergelaten, schoot het door mijn hoofd, en ik vergeleek het met al die keren dat ik het in Horst-centrum zo vaak anders had gezien. Halfleeggegeten bakjes frietsatésaus, ondersteboven op vensterbanken of tegen etalages, of zeven van de twaalf slices pizza op variabele afstand van elkaar, nat en koud geworden op straat. Alles na een overschat hongergevoel en een ontbrekend normbesef.

Soms kun je in één wandeling een heleboel dingen tegelijk denken. Bij Janine heb ik nog wat warms besteld en lekker aan de staantafel opgegeten. Ik kreeg er voor niks een beker heerlijke hete ‘campingkoffie’ bij. Etend mensen kijken, zo nu en dankjewel zeggen voor een ‘smakelijk eten’-wens van voorbij lopende bekenden: er is niks leukers dan dat.  In gedachten over normbesef, vooroordelen en wat je daar zelf aan kunt doen, heb ik mijn afval netjes in de prullenbak gegooid.

Op de terugweg naar huis ben ik Tom nog tegen het lijf gelopen. Fijn hem te zien en te horen dat het goed leek te gaan. Na een kort praatje, hem nog alle geluk en succes gewenst met het verdere herstel. Gewoon een beetje blij van geworden. Van een zaterdagochtendwandeling. En van het besef dat ‘wel erwten zien’ zoveel waardevoller is dan ‘worst missen’. Ik neem me voor om dat op te schrijven. Voor Tom en Janine. En voor Wört vanavond. Bij deze.

O ja, vanavond is de Pronkzitting in de Mérthal. ‘Uitverkocht’ lees ik op de site. Maar voor morgen tijdens het carnavalsmatinee zijn er nog wél kaartjes. Dus, voor de liefhebbers… en bedenk: mis geen worst, zie erwten!

 

Het verhaal horen? Klik hieronder. Ingeleid met ‘Don’t worry. Be happy’ en afgesloten met ‘Maerge wer’. Het verhaal begint op 4.20 en loopt tot 10.18. Veel luisterplezier.

TRUMP-RESISTENT

Verwarring zaaien. Chaos creëren. Bewust ‘alternatieve feiten’ benoemen, als antwoord op vragen naar feiten. Bij elk bericht hierover een tegenbericht lanceren. Kritische media afdoen als ‘liegende pers’ en welgevallige media onder andere dat weer als ‘nieuws’ laten brengen. Nieuwsitem na nieuwsitem, voor en tegen, eens en oneens. Mensen zo mediamoe maken dat het er op den duur niet meer toe doet of en wat het nieuws is. En het er ook niet meer toe doet of het als waar of als niet waar wordt beoordeeld. Waarheid is niet meer het criterium. Gevoelde waarheid zet de trend. Waar vroeger het buikgevoel nog wel eens een goed raadgever kon zijn in het dilemma tussen hoofd en hart, lijken keuzes nu vaak enkel en alleen nog maar gebaseerd op onderbuikgevoel. Het hoofd is moe. Van alles wat het ziet en wat het hoort. Moe en murw ‘gemediaat’ en dus laat het de buik spreken. In de tijd dat het hoofd vroeger nog ‘even tot tien telde’, heeft de onderbuik nu al negen berichten gepost. One-liners en emoticons passen makkelijk in 140 tekens. Waarom wáár en doordacht als het ook kort en snel kan. Hoe zat het ook al weer met die leugen? ‘Al was die nog zo snel, de waarheid ‘achterhaalt haar wel’? Dat kan korter: ‘ Leugen is snel, waarheid is achterhaald’. Scheelt toch weer zo’n 15 tekens. Daar kun je nog mooi een laatste woord mee maken in je twitterbericht. Bijvoorbeeld om gericht iemand aan te spreken die een beroep heeft van 15 letters. Om hem of haar te vragen of ze de leugen wel willen blijven doorzien. Waarvoor de waarheid nog niet is achterhaald. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een AANKOOPMAKELAAR ADMINISTRATRICE AGENTVANPOLITIE AMBACHTSWERKMAN AMBULANCEDOKTER ANTIEKHANDELAAR ASSURANTIEAGENT BAKKERSBEDIENDE BALIEMEDEWERKER BANDENHANDELAAR BEDDENFABRIKANT BEDDENWINKELIER BEDRIJFSLEIDSTER BEHANGERSKNECHT BEJAARDENHELPER BELEIDSADVISEUR BERGBOUWKUNDIGE BIOLOGIELERARES BIOSCOOPPORTIER BLOEMENBINDSTER BLOEMENVERKOPER BOEKVERKOOPSTER BOLLENHANDELAAR BOTENVERHUURDER BOUWVAKARBEIDER BRILLENVERKOPER BUREAUREDACTEUR CIRCUSDIRECTEUR CONCERTZANGERES DAGBLADUITGEVER DETAILHANDELAAR DIAMANTBEWERKER DIERENHANDELAAR DIERENVERZORGER DISTRICTMANAGER DOUANEAMBTENAAR EXPEDITIEKNECHT FIETSHERSTELLER FILIAALHOUDSTER GERECHTSDIENAAR GESCHIEDKUNDIGE GROENTEVERKOPER GRONDSTEWARDESS HANDELSREIZIGER HANDWERKLERARES HOOFDCONDUCTEUR HOOFDINSPECTEUR HOOFDONDERWIJZER HUISHOUDKUNDIGE INSTRUMENTMAKER KAARSENMAAKSTER KAARSENVERKOPER KAASLEVERANCIER KAASVERKOOPSTER KANTOORBEDIENDE KANTOORJUFFROUW KAPPERSBEDIENDE KAPPERSLEERLING KARTONFABRIKANT KLEINKUNSTENAAR KLEUTERLEIDSTER KLOOSTERBROEDER KNOPENFABRIKANT KOFFIEHANDELAAR KOSTUUMNAAISTER KRAANBESTUURDER KRANTENBEZORGER KRANTENVERKOPER KRUIDENVERKOPER KUNSTHISTORICUS KUNSTLOODGIETER KWARTIERMEESTER LANDBOUWKUNDIGE LANDMEETKUNDIGE LEGERCOMMANDANT LOMPENHANDELAAR MACHINETEKENAAR MAGAZIJNBEDIENDE MESSENFABRIKANT MESSENHANDELAAR MEUBELFABRIKANT MEUBELHANDELAAR MEUBELONTWERPER MISDAADADVOCAAT MODEONTWERPSTER MOLENAARSKNECHT MONDHYGIëNISTE MUSEUMDIRECTEUR MUZIEKHANDELAAR MUZIEKPAEDAGOOG MUZIEKRECENCENT MUZIEKREDACTEUR PAARDENGELEIDER PAARDENVERKOPER PALINGHANDELAAR PAPIERFABRIKANT PENSIONHOUDSTER PIANOREPERATEUR PIANOVERHUURDER PRIVESECRETARIS PROVIANDMEESTER PSYCHOTHERAPEUT PUZZELREDACTEUR RADIOJOURNALIST RADIOMEDEWERKER RADIOOMROEPSTER RADIOTELEFONIST RECLAMEADVISEUR RECLAMESCHILDER RECLAMETEKENAAR REISORGANISATOR RIETMATTENMAKER RIJWIELHANDELAAR RUNDVEESLACHTER SCHAAPSHERDERIN SCHAPENSLACHTER SCHEEPSKAPITEIN SCHEEPSOFFICIER SCHEEPSTEKENAAR SCHILDERSKNECHT SCHOENHANDELAAR SEINHUISWACHTER SLAGERSBEDIENDE SPOORWEGBEAMBTE SPORTJOURNALIST STATIONSBEAMBTE STRAATHANDELAAR TABAKSHANDELAAR TABAKSIMPORTEUR TANDHEELKUNDIGE TEKENONDERWIJZER TELEFOONMONTEUR TONEELRECENSENT TONEELREGISSEUR TONEELSPEELSTER TRAPEZEACROBAAT TREINBESTUURDER TREINCONDUCTEUR TUINBOUWKUNDIGE TULPENHANDELAAR VALUTAHANDELAAR VARKENSSLACHTER VEEKEURINGSARTS VEILINGBEDIENDE VERKEERSVLIEGER VERPLEEGKUNDIGE VERSLAGGEEFSTER VLIEGTUIGBOUWER VODDENHANDELAAR VOETBALMAKELAAR VOETREFLEXOLOOG WAGENBESTUURDER WERKTUIGKUNDIGE WIJKVERPLEEGSTER WISKUNDELERARES WONINGINRICHTER ZEILINSTRUCTEUR ZUIVELHANDELAAR ZWEMINSTRUCTEUR ZWEMVESTENMAKER.

Om chaos en verwarring te voorkomen heb ik het bovenstaande maar even alfabetisch gezet. En mocht iemand zichzelf missen omdat zijn of haar beroep van 15 letters er niet tussen staat: gewoon even tot tien tellen en een korte reactie achterlaten. Komt goed. Trump-resistent zijn ook vijftien tekens.

Groet,
COLUMNSCHRIJVER

Gedichtje van Ellen

Blij werd ik van de mail van Herman. Ik had ‘het hart van Ellen gestolen’ schreef hij. Met mijn ‘versierorgel’. Herman is ook dichter. En schrijver, net als Ellen. De mooie volzin uit zijn persbericht had me al aangenaam getroffen: ‘Tevens is er een optreden van Geert van den Munckhof die met zijn buikorgeltje woorden op muziek laat dansen’.

Afgelopen woensdagavond heb ik mijn bijdrage mogen geven tijdens de opening van de Poëzieweek in Venlo. Hoofdgast was Ellen Deckwitz. Mijn ‘smeekbede’ op de muziek van Tante Leen’s ‘O Johnny’ kwam binnen bij de gasten. En bij Ellen. Ter plekke maakte ze een gedichtje ‘voor mij alleen’. En droeg ze het voor toen haar gesprekspartner Monica Boschman daar om vroeg. Mijn ‘missie’ was geslaagd!

‘Hieronder het gedicht dat Ellen me nog dezelfde avond vanuit de trein toestuurde’ vervolgde Herman in zijn mail. Ik las het gedicht en herkende de woorden uit mijn herinnering van woensdag. Prachtig. Hoe mooi ‘draaiorgellier’ rijmt op ‘gaten in papier’. Ik herinner me hoe ik woensdagavond in gedachten tijdens haar voordracht meteen de associatie maakte tussen ‘gaten in papier’ en ‘woorden op papier’. Of Ellen deze bijgedachte ook had, weet ik niet, maar het zou me niet verbazen.

Woorden op papier. Of uitgesproken in het openbaar. Toen ik in plaats van die woorden aan gaten dacht, zag ik meteen beelden in mijn hoofd van Trump. En van Wilders. Maar misschien kwam dat ook wel omdat het in Venlo was. Ik dacht vervolgens aan hun veelal holle retoriek. Nietszeggend. Klinkend als lege vaten, met daarna meteen de associatie dat die helaas wel meer lawaai maken dan volle. Stille echo’s uit gaten, die helaas door zovelen wel worden gehoord. Gaten in papier, op plekken waar vaak beter woorden hadden kunnen staan.

Tijdens de poëzieavond in Venlo, afgelopen woensdag, stonden die woorden er gelukkig. En er werd nog veel meer gedacht, gedicht, verwoord en verward. Het doet goed om te lezen dat mijn woorden -volgens Herman ‘dansend op muziek’ en volgens Ellen ‘wonderlijk’ ontstaan uit ‘gaten in papier’- indruk hebben gemaakt. Volgens mij heeft dat geleid tot een gedichtje ‘voor mij alleen’, maar waar iedereen bij deze van mag meegenieten. Zo speciaal dat de gaten, geslagen door Trump en Wilders, voor even zijn opgevuld. Met woorden. Welluidend en veelzeggend. Voor mij tenminste. En misschien wel voor Herman. Of voor jou. Met dank aan Ellen.

‘Lieve Geert

Wat een eer
zo’n ode
met behulp
van een
draaiorgellier,

Je bent
een wonder.
Je maakt
muziek
bij gedichten
met behulp
van gaten
in papier.’

Ellen Deckwitz

Op de valreep

Op oudjaarsdag bekruipt me de laatste jaren meestal een gevoel van melancholie. Alan Parson zong zojuist ‘Old and wise’ bij de top 2000. Op plek 37 meen ik. Misschien heeft het daar mee te maken. Met de titel bedoel ik. De DJ van dienst stelt na afloop aan de bezoekers van het top-2000 café een niet al te moeilijke vraag. Met een in geluidsvolume oplopende ‘Veronica-intonatie’ hoor ik: ‘Hoe lang duuuurt het nog?’. De vraag wordt met een ondefinieerbaar oergeluid beantwoord. Ook het opnieuw stellen van de vraag helpt niet. Hetzelfde nietszeggende oergeluid.

Het is precies hetzelfde antwoord dat meer dan 30.000 eerdere bezoekers aan het café in de afgelopen dagen op welke vraag dan ook de ether in gejoeld hebben. Het schijnt dat elke bezoeker zo’n half uur tot drie kwartier in het café mag verblijven en dat hij of zij dan via een achteruitgang moet vertrekken om plaats te maken voor een nieuwe lichting bezoekers. Mensen die vijf tot acht uur in de rij hebben staan wachten.

Elk uur oreren de dienstdoende DJ’s over hoe geweldig de top 2000 ervaring toch is. Uit het land reageren luisteraars thuis via de top 2000 app ‘live’ mee en suggereren de meest vreemde motivaties en onbegrijpelijke combinaties om het eens te zijn met de betaalde messiassen van de muziek. Niét eens zijn kan eigenlijk ook niet want we hebben met zijn allen tenslotte de top 2000 samengesteld, niet waar? En daar wil de echte muziekfan best acht uur voor in de rij staan. Toch?

De muziek is mooi. Daar ligt het niet aan. Mijn melancholie wordt voor een deel veroorzaakt door mijn twijfel aan de geloofwaardigheid van de mensen die ter plekke geacht worden de muziek mooi te vinden. De massa die elke vraag slechts met een gezamenlijk gereutel beantwoordt. Het doet me vermoeden dat deze mensen helemaal niet voor de muziek komen. Lazer op met je vragen, dj ‘whoever you are’, en laat ons hier rustig drie kwartier zuipen met elkaar. En op tv komen. Our ten seconds of fame. Wat was de vraag? Maakt niet uit. JEUJ!!

Ik geloof het niet en dat knaagt een beetje aan me. Want wie ben ik om die mensen en het hele randgebeuren rond de top 2000 in twijfel te trekken? Het opgeblazen te vinden tot onwerkelijke proportie door veel te veel gebakken lucht. Het nieuws op elk heel uur -normaalgesproken toch een baken van bezinning- rept zelfs van het record aantal bezoekers aan het top 2000 café! Landelijk nieuws.

Het bericht van het record is ingebed tussen nieuws over een wapenstilstand in Syrië en een huis in het Limburgse Wijnandsrade waarin 200 kilo vuurwerk is gevonden. Alleen bij het bericht over het record hoor je het nietszeggende JEUJ!! Of is dat juist wél heel veelzeggend? Er wordt zelfs even voor ‘ingebroken’ bij het nieuws. Door de bezoekers van het café. JEUJ!! Dat kan (blijkbaar) omdat ook het nieuws live in het café wordt voorgelezen. ‘De top 2000 is áán, áán, áán…’. Ik ben het ook. En een beetje bang wat dit alles voor 2017 betekent…

Ik hoop dat we het met z’n allen kunnen gaan opbrengen om ook acht uur in de rij te gaan staan voor, ik noem maar wat, het ‘Syrie-café’ of het ‘vluchtelingen-café’. Of welke andere aanleiding dan ook, waar we blijkbaar niet eensgezind JEUJ voor kunnen roepen. Dat zijn er volgens mij zóveel dat er makkelijk een top 2000 van te maken zou zijn. Ondanks alles, voor iedereen toch de beste wensen voor het nieuwe jaar. Ook melancholie is gelukkig maar tijdelijk. Proost!

Alles ademde een belofte

Rode wandelpad DoevenbosEen half jaar geleden liep ik over het pad van duizend rode stenen en bewonderde het beginnend gazon. Het pad leidde me langs de kastanjebomen, die er stonden als groene bakens van rust. Het pad liep verder door de tuin in wording, en bracht me bij de vijver. De wind blies blaadjes in de richting van het mooie nieuwe gebouw. Het voorzichtig opkomende gras, de beginnende blaadjes in de bomen en het rimpelende regenwater in de vijver. Alles ademde een bijzondere belofte.

Het was het openingsweekend van Hospice d’n Doevenbos. Duizenden mensen liepen die dagen over datzelfde rode pad. Wandelden door de tuindeuren naar binnen en waren daar getuige van eenzelfde belofte. Hoorbaar in de verhalen van de vrijwilligers en de verpleegkundigen. Je zag het in de aankleding, aan de schilderijen en je rook het in de bloemen. Alles ademde passie en respect. Je voelde je welkom in het huis van afscheid. Wuivende kastanjeboomDe kastanjebomen wuifden naar je, of je nu binnenkwam of ging.

Een paar weken later was mijn zus één van de eerste gasten. Veel heeft ze helaas niet meer gesproken, maar wat haar meteen opviel, waren de regendruppels, die net achter de tuindeur, kleine kringetjes maakten op het rode, stenen pad. Zelf had ik nog niet gezien dat het regende. Mijn blik was vooral naar binnen gericht, op haar. Maar zij, zij keek naar buiten. Naar de wuivende boom en het lichtgroene gras. En naar de regendruppels, die via het stenen pad, onzichtbaar hun weg zochten, naar de vijver. Een houtduif vloog van de ene naar de andere boom.

houtduif voor boomIn de dagen dat mijn zus in het hospice verbleef, werd de belofte van een paar weken eerder, ruimschoots ingelost. Toen zij haar laatste adem uitblies, vermengde haar zucht zich met het zonlicht dat door de tuindeur naar binnen scheen. Haar ziel werd even meegedragen naar de wuivende bomen. Ruiste zachtjes over het rimpelende regenwater van de vijver. Terug, over het pad van duizend rode stenen, tikte ze nog even iedere groene grasspriet aan in de tuin. Zo vond ze haar weg naar een permanente plek in ons hart. Tegelijk bezielde ze alle dingen die het verdriet langzaam ombuigen naar een blijvend mooie herinnering.

En opnieuw vloog er een duif voorbij.

Weer vloog er een duif voorbij

Koffie met suiker

Over herkenning en vervreemding. Een zoon bezoekt zijn vader in het verpleeghuis en kan er niets doen. Een vader kan er niets aan doen en zoekt zijn zoon. In koffie met suiker vinden ze elkaar. Al is het maar een moment.

Nog vier dagen

Nog vier dagen en dan zijn de Amerikaanse verkiezingen. Daarover zometeen meer. Nu eerst iets heel anders.

Ook nog vier dagen te gaan en dan zijn de veertig dagen om. Veertig dagen van crowdfunding voor mijn eerste boek via het platform ‘Voor de kunst.nl’. Het boek gaat er komen, dankzij al zo’n 80 donaties. Oprecht onder de indruk van zoveel support. Niet alleen in financiele zin, maar ook in woorden heeft menigeen te kennen gegeven mijn gedichten en verhalen te waarderen.

Met trots zal ik dan ook op 10 december mijn eerste boek ‘Tijd heelt alle woorden’ gaan presenteren. Nu ben ik nog bezig met de ‘finishing touch’ van de opmaak ervan en over ongeveer een week gaat het digitale bestand naar de drukker. Het boek is een verzameling van mijn korte verhalen en gedichten. Veelal zijn die gebaseerd op momenten in mijn of andermans leven.

Juist omdat de inhoud soms heel persoonlijk is, heb ik de afgelopen week een aantal mensen benaderd, om hen te betrekken bij de keus van de ondersteunende beelden die ik wil gaan gebruiken. Want hoewel het mijn teksten zijn, zijn de onderwerpen voor mijn gevoel van iedereen. En daar waar de foto bij het verhaal of gedicht heel persoonlijk is, maakt dat die ander ook ‘mede-eigenaar’. Zijn of haar keus wordt dan ook mijn keus.

Zo hoop ik bij drie gedichten nog foto’s te krijgen, die ik met gepaste trots ga combineren met mijn tekst. Ik kijk er naar uit om de opmaak af te ronden. Behalve het plaatsen van de foto’s is ook het vermelden van de donateurs nog een wezenlijke toevoeging, die pas over vier dagen kan worden afgerond. Want, zoals gezegd, pas dan zit de periode van crowdfunding er op.

Of het toeval is, of niet, maar terwijl ik dit opschrijf, krijg ik een app-berichtje binnen dat meldt dat er een mail voor me is. Het is van één van de mensen waar ik foto’s van zou krijgen. Ik open mijn mail en jawel. Twee foto’s die samen een visuele bijdrage gaan geven aan twee gedichten waarvan de tekst wel van mij is, maar het onderwerp niet. Dat wordt nu nog meer van ons allebei. En indirect voor al die mensen die zich er in gaan herkennen.

Ondertussen hoor ik op de radio dat Barack Obama op een verkiezingsbijeenkomst voor Hillary Clinton het openlijk heeft opgenomen voor een fanatiek aanwezige Trump-aanhanger. Die werd uitgejouwd door de aanwezige Hillary-fans. Barack maande de aanwezigen kordaat tot kalmte en redelijkheid. Of dat helemaal gelukt is, weet ik niet. Blijkbaar heeft de man wel in relatieve rust de zaal kunnen verlaten, al dan niet onder lichte morele of fysieke druk van de aanwezigen. Ik vraag me wel af hoe een dergelijke situatie bij een pro-Trump-bijeenkomst was geëindigd, en hou m’n hart vast voor aanstaande dinsdag.

Dinsdag 8 november is niet alleen de laatste dag dat er middels een donatie voorinschrijving mogelijk is voor mijn boek ‘Tijd heelt alle woorden’. Het is dezelfde dag dat de nieuwe Amerikaanse president wordt gekozen. Dat is waarschijnlijk wèl toeval, maar mocht het Trump worden, dan hoop ik voor Amerika en voor de rest van de wereld dat de tijd ook zijn woorden zal helen.

Een ba(a)s van tachtig

Toen ik nog een klein ventje was, vierde ik met mijn neefjes en nichtjes de 80-ste verjaardag van mijn oma. Daar is nog een mooie foto van. Ik schat dat ik toen een jaar of 10 was. Als mijn schatting juist is, dan is dat nu 46 jaar geleden. Ik weet eigenlijk niet of één van de dochters van mijn oma, Gert, toen al getrouwd was met Jan. Ik denk het eigenlijk wel. De dochter van Gert en Jan, Liesbeth, vierde onlangs haar vijftigste verjaardag. En nu ik er nog beter over nadenk, op die mooie foto staat zij volgens mij ook op, als kleine peuter. Ik denk daarom dat mijn schatting heel aardig klopt. Jan en Gert waren toen al getrouwd. Gert was de zus van mijn vader.

Ik moest er afgelopen vrijdag aan denken, toen Jan zijn 80-ste verjaardag vierde. Zo goed als alle neefjes en nichtjes van toen waren er nu weer bij, op uitnodiging van Jan. Allemaal een kleine vijftig jaar ouder, maar toch. Het was een heel gezellig feest. Jan had zijn eigen blaaskapel gevraagd om aan het begin van de avond muziek te maken.  En dat deden ze goed,  die Reulsberger Muzikanten. Jan stond vanaf de eerste muzikale klanken vooraan. Hij had de nummers zelf uitgezocht, hoorde ik de spreekstalmeester van de band zeggen. ‘Dus als je het niet mooi vindt, moet je bij Jan zijn’. Dat bleek niet nodig. De stemming zat er meteen goed in. En Jan zag dat het goed was.

Van zijn zoon Herbert hoorde ik dat Jan een hele tijd lang niet mee had kunnen repeteren met de kapel. Het blazen op de bas was door het wat losser raken van zijn gebit steeds lastiger geworden. Daar kon wel wat aan worden gedaan, maar die ingreep koste meer tijd dan Jan lief was. In de tijd die hij noodgedwongen moest wachten vijlde en bewerkte hij z’n oude gebit zodanig, dat het weer paste. Voordat de definitieve oplossing er was, zorgde hij er zelf alvast voor, dat blazen op de bas weer mogelijk werd. Evengoed keek hij nog verder vooruit. Een toonbeeld van praktische realiteitszin.

‘Muziek houdt jong’ vertelde hij me op zijn feest. ‘Maar ik leid mijn opvolger op de bas toch alvast op. En kijk, hij doet het al prima’. Trots keek hij naar zijn kapel. Hij genoot van het samenspel en waarschijnlijk ook van het geluid van zijn eigen bas. Als een baas, zo stond hij daar. Zonder er op uit te zijn was hij, boven alle twijfel verheven, het stralende middelpunt van zijn eigen 80-jarige feestje. Een prachtig gezicht. Een krachtig gezicht.

Het was druk op zijn feest. En gezellig. De gasten genoten en Jan genoot mee. Er hing een fijne sfeer. Dat kwam door hen die er waren, maar ik weet bijna zeker ook dankzij degenen die er niet meer waren. Niet meer onder ons, zoals dat heet. Maar toch. Oma was even in mijn gedachten. En mijn zus Trudy, met mijn vader en moeder. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Jan -misschien wel toen hij naar zijn bas luisterde- ook even aan Gert moet hebben gedacht. Zijn glimlach sprak boekdelen. Gezelligheid kent geen tijd. Daarom. Ook zij waren er bij.

Jan, bedankt en nogmaals proficiat! Dat jij die bas van jou nog maar heel lang mag laten klinken. Als een baas!

 

Bij deze dus…

Ik ben bijna op de helft van het aantal dagen dat mijn boekproject ‘Tijd heelt alle woorden’ online mag staan op http://www.voordekunst.nl. Tegelijk ben ik al een eind(je) over de helft van mijn streefbedrag. Zonder op het succes vooruit te willen lopen, wil ik toch iets uitgebreider in gaan op de inhoud van mijn boek en het waarom ervan.

Voor een deel heb ik dat uiteraard al toegelicht in mijn filmpje en mijn inleiding op de projectpagina, maar een beetje verdieping kan geen kwaad. Zeker wanneer er een dag voorbij gaat en er geen donatie is bijgekomen… Dan is het goed om een latent opkomende ongerustheid even te dempen met een motiverende introspectie en die vervolgens te delen. Dus, bij deze. Waar deed ik het ook alweer voor?

Ieder mens maakt dingen mee, die impact hebben op zijn of haar leven. Vaak vrolijke gebeurtenissen, gelukkig. Maar net zo vaak zijn het gebeurtenissen met een droevige of serieuze ondertoon. Ziekte, sterfgeval in familie of vriendenkring, scheiding, noem maar op. In mijn directe omgeving gebeuren zulke dingen. In uw omgeving zal dat niet anders zijn.

Het zet mij altijd aan tot denken. Wat is er precies gebeurd, waarom nu en vooral met welke impact? Vaak zijn het zaken die tijd nodig hebben om verwerkt te worden. En dat geldt evenzo voor gebeurtenissen die minder dicht bij huis (lijken te) liggen. Oorlog, vluchtelingen, vreemdelingenhaat. Ook dat grijpt in op de manier waarop ik naar de wereld kijk.

Om dat te beschrijven maak ik vaak mijn gedichten en verhalen. Soms hebben die verhalen een relatie met een gedicht. Dan leidt het een tot het ander. Daar waar een verhaal op zichzelf staat, merk ik vaak dat de teneur ervan toch veelal iets in zich heeft van troost. Voor mijzelf werkt dat in ieder geval zo. Maar ik denk ook wel eens dat, omdát ik me er zelf mee troost, er tevens iets in verscholen ligt waar anderen zich in herkennen.

Daar waar woorden helend kunnen zijn, en de tijd ons steeds vaker voor voldongen feiten lijkt te stellen, wil ik in mijn boek die tijd heel even stil zetten. Misschien wel tegen beter weten in, toch iets blijvends maken. Woorden geven aan eerdere ervaringen om zo de vergankelijkheid wat in te kleuren met tijdloosheid. Daar zou zo maar een gedicht uit kunnen voortvloeien. Ik zal mijn orgeltje er eens bijpakken…

Misschien een nieuwe bladzijde in mijn boek ‘Tijd heelt alle woorden’? Wie zal het zeggen. Opschrijven kan ik het in ieder geval alvast. Dat is het minste dat ik (al) kan doen. Bij deze dus.