Multifocaal, maar dan anders…

Schreef ik eergisteren in de letterlijke zin over multifocaal, vandaag wil ik even afdwalen naar wat het woord ‘multifocaal’ ook bij me oproept. Daarmee los ik een belofte in die ik op de valreep eergisteren deed: Terugkomen op ‘de symboliek’ die ik in het woord zie. ‘Analogie’ is misschien een betere term. Maar whatever.

Ik bedoel het kunnen ‘kijken’ op meerdere manieren. Niet slechts vanuit één gezichtspunt, maar de beschikking hebben over meerdere ‘standpunten’. Welk standpunt je inneemt, wordt door heel veel factoren bepaald, maar het ‘multifocale’ zorgt ervoor dat je de mogelijkheid voor andere standpunten open houdt. Die moet je bij voorkeur ‘niet uit het oog verliezen’. Die analogie is aardig. Vind ik.

Daarmee krijgt ‘multifocaal’ iets ruimdenkends. Je blik niet op een ding gericht, maar ook oog houden voor iets anders. Of dé ander. Je zou bij ‘multifocaal’ zelfs aan inlevingsvermogen kunnen denken. En aan nieuwsgierigheid. ‘Multifocaal’ zijn omdat je je ook in de ander kan en wil verplaatsen. Zijn of haar kijk op de zaak kunt ‘zien’ en niet enkel je eigen visie interessant vindt.

Zo bekeken is ‘multifocaal’ veel breder dan een scherpe blik op wat dichtbij en veraf is. Het zou een manier van kijken kunnen zijn naar het heden en de toekomst. Ja, zelfs met het oog op het verleden, nog zaken kunnen duiden. ‘Multifocaal’ heel veel oplossen dat door kortzichtigheid niet goed gezien wordt. Of eenzijdig geinterpreteerd is. Het is maar net hoe je het bekijkt. Leuk om er ook op die manier eens naar te kijken.

Volgende week krijg ik mijn brilletje. Multifocaal. Spreekt voor zich. En ik ben benieuwd. Je schijnt er de eerste dagen best zeeziek van te kunnen worden. Heb ik dat ook eens meegemaakt. We zullen zien!

Multifocaal

Over een dikke week is ie klaar. Mijn eerste èchte bril. Multifocaal, zodat ik in de verte voortaan mensen makkelijker ga herkennen en bewùst terug ga groeten, en dichtbij alles drie-en-een-kwart keer groter zie. Met één bril, dus dat is niet gering. Net als de prijs trouwens, maar goed, als ik de komende jaren stevig door kijk, dan krijgen we dat wel op…

Mijn leesbril kan ik al een paar jaar niet meer missen. Voor het gemak heb ik op strategische plaatsen exemplaren klaar liggen. Een situatie die voor veel vijftig-plussers herkenbaar zal zijn. Begonnen met een vergroting van anderhalf, kon ik na verloop van tijd dezelfde bril krijgen met vergrotingsfactor twee. Daar heb ik er toen, via internet, een vijftal van besteld en daar teer ik nog steeds op.

Maar dat aantal blijkt geen garantie voor voortdurende scherpte. Gisteren zijn mijn ogen getest en heb ik geleerd dat mijn plus-afwijking, van gemiddeld een-en-een-kwart, van die factor twee van mijn leesbrilletje nog maar 0,75 over laat. Dat is mijn eigen vertaling van de uitleg die ik kreeg bij de factor 3,25 die in het leesdeel van mijn nieuwe bril wordt geslepen. 

  
Die uitleg past wel bij mijn eigen empirische waarneming, dat twee van mijn leesbrilletjes tegelijk op zo af en toe wel heel prettig kijkt. Een iPhone krijgt dan de allure van een iPad. Vooral in bed, bij het checken van de laatste berichtjes, geeft die forse vergroting ook forse kijkwinst. ‘Het oog wil ook wat’ heeft er voor mij een wezenlijke betekenis bijgekregen. In meerdere opzichten. Maar hoe een opticiën dat in financiele zin vertaald, was toch even nieuw voor me.

Afijn. Over een dikke week krijg ik een sms van mijn opticiën. Die zal ik nog lezen met één van mijn vijf factor twee brillen. Daarna ga ik het allemaal ’n factor drie-en-een-kwart ruimer zien. Als ik naar beneden kijk, tenminste. Als ik recht naar voren kijk -de toekomst tegemoet zeg maar- dan heb ik alles voor veel minder weer scherp op mijn netvlies. Om precies te zijn voor slechts een-en-een-kwart. Dat lijkt weinig, maar zo zie ik het niet…

Eigenlijk is dat in één zin wel de dubbelzinnige kern van de zaak. Ja, en als ik er goed over nadenk zit er nog veel meer symboliek in multifocaal. Misschien daarover later meer. Ik zie nog wel…

Leermomentje

Een zwarte merel landt een meter van me af. Twijfelend kijkt hij me even aan, hipt dan langs me heen, naar de karmozijnbesstruik rechts van me. Met zijn oranje snavel pikt hij de paarse besjes uit de struik. Een stuk of vijf, zes en daarna lijkt zijn honger het te verliezen van de dreiging van mijn nabijheid. Nog snel een besje en dan hipt hij weg. Honger voor het moment gestild maar waarschijnlijk met een wat sneller kloppend merelhartje. Denk ik.

‘Lefmus’, denk ik terwijl ik het zweet van mijn lijf veeg. Ik heb zojuist de 10 km weer volbracht en hijg nog wat na op de tuinstoel in onze voortuin. Zou die merel geweten hebben dat ik niet de puf had om iets aan zijn aanwezigheid te doen? Als ik dat al gewild zou hebben. Wat gaat er op zo’n moment door een mannetjesmerelbreintje? Bessen! Bij zwetend mannetjes mens! Moet kunnen! Hip, hip, pik, pik… Oeps. Mannetjes mens ziet mij pikken. Bessen gepakt. Nu de biezen!

Of zou het dezelfde merel zijn die ongeveer een maand geleden een nest had in onze fietsenstalling? Die ons elke morgen en avond heel dichtbij zag komen, maar elke keer merkte dat wij niks kwaads in de zin hadden. Het nestje waar op een mooie dag zelfs vier jonge mereltjes in lagen. Vader en moeder merel vlogen af en aan om hun kroost te voeden. Dagen konden we dat tafereel bekijken, tot op een ochtend bleek dat ook een kat waarschijnlijk zijn geduld niet langer had kunnen bedwingen. Restjes merelkuiken waren het trieste bewijs. Honger is een sterke drijfveer.

Zou die merel van zojuist geweten hebben dat ik het was die de lijkjes ontdekte? Zou die, ergens vanuit een boom in de buurt, mijn eerste geschrokken reactie hebben opgemerkt? Heeft die mijn momentje van medeleven voor een merelleven gevoeld? Bestaat dat? Dat zo’n beestje daar notie van heeft? En daarom redelijk onbevreest dicht bij mij nu lekkere karmozijnbessen durft te komen eten? Wie weet.

Ik lees dat een merel wel twintig jaar oud kan worden. En ik lees dat het de meest voorkomende broedvogel in Nederland is. Er bestaat dus een reële kans dat de merel van zojuist niet de merel was van vier weken geleden. Hij leek er echter zoveel op dat ik mijn gedachten hier toch even de vrije loop heb gelaten. Moet kunnen. 

Meer, merel, meest… 

Vier jongen is een feest. 

En al is er af en toe een kat, 

er blijven altijd bessen zat.

  
Misschien toch een leermomentje? More or less… min of merel. Moet kunnen.

Grenzen verleggen

Onze Mees hangt nu ergens in de lucht, tussen Dubai en Durban. Het is vandaag zondag, net middag. Via een weerapp zie ik dat het in Dubai 45 graden is. In Durban 27. Gisteren in de auto naar Düsseldorf vond Mees het wel apart om naar een land te reizen waar de temperatuur lager lag dan in Nederland. Dat valt dus wel mee, constateer ik, naar buiten kijkend.

Hij gaat opnieuw zijn grenzen verleggen. Het afgelopen jaar heeft hij hard gewerkt om twee weken Zuid-Afrika bij elkaar te sparen. Gisteren hebben Pip en hij samen z’n reistas ingepakt. Er bleef veel ruimte over. ‘Dan kun je veel souvenirs mee terug nemen’, stond er in de reisbeschrijving van de ’Worldmapping’- reisorganisatie. We zullen zien.

Gisteravond heb ik op zijn Facebook-pagina een foto gezet die ik heb gemaakt op het vliegveld. Als onderschrift hem ook digitaal nog een goede reis gewenst, en terloops nog even gevraagd of het inchecken verder goed verlopen was. Vannacht zag ik dat hij die foto ’geliked’ had. En er was zelfs een woordelijke reactie van hem: ’Joa.’.. In onvervalst Hôrster dialect. Waarschijnlijk vanuit Dubai, waar ze vier uur moesten wachten.

Een losse fotocamera wilde hij niet meenemen. ’Ik onthoud wel wat ik zie’, motiveerde hij die keuze. Bovendien had hij zijn smartphone. Dus dat kwam wel goed. En daar heb ik ook wel vertrouwen in. Zeker als er straks vanuit Durban opnieuw een uitgebreide reactie op zijn Facebook-pagina verschijnt. Het verbaast me hoeveel inhoud er in één Hôrster ’Joa.’ kan zitten…

In Lesotho kijken naar de sterrenhemel, daar verheugde Mees zich nog het meeste op. Zonder electriciteit, zonder lichtvervuiling. In volkomen duisternis verlicht worden door miljoenen sterren. Intens genieten van het moment dat je je één voelt met het heelal. Dat wens ik hem van harte toe. Dat moment. En álle andere momenten in de toekomst, waarop hij en Pip -figuurlijk of letterlijk- de koffers pakken om grenzen te verleggen.

Anthony

Twee dagen geleden hoorde ik het gerucht. Een dag later werd het bevestigd en vandaag is het realiteit. Onwerkelijk nog, maar onherroepelijk. Niemand heeft het aan zien komen. Hij zelf waarschijnlijk nog het minst. Ineens is het over. Het leven geleefd. Geveld in volle glorie. 

Wat moet je doen, als je niets meer kunt doen. Als de kille waarheid niet te geloven is en je eigenlijk niet wil weten wat je weet. Wat moet je dan doen? Wat moet je doen als je in het hier en nu staat, met enkel nog verleden? Wat moet je dan doen?

Vandaag stond zijn overlijdensadvertentie niet in de krant. Misschien is dat morgen het geval. Betraande zinnen die herinnering maken van zijn bruut weggeslagen toekomst. Het verdriet vertaald in woorden. Verdriet om in te verwijlen. Nu en in de dagen die nog gaan komen.

  Wat moet je doen, anders dan in gedachten bij hem blijven en bij hen die hij lief had. Verwijlen in verdriet. Alleen en met anderen. Zijn leven is gestopt. Hét leven gaat door. Mede dankzij hem. Die gedachte de toekomst laten kleuren. Over het droeve grijs van nu. Omdat het niet anders kan.

Sterre uur

Ergens op internet kom ik het tegen. Een definitie van ‘sterre uur’ die niet uit de wiskunde of astronomie afkomstig is. Je spreekt in figuurlijke zin van een ‘sterre uur’ wanneer alles op onherhaalbare wijze samenwerkt en er iets unieks ontstaat. Het themawoord voor het Kwartaalcafé is ‘sterre uur’ of ‘sternstunde’ en heeft alle potentie in zich om een mooi verhaal op te leveren.

Het ligt voor de hand om op zoek te gaan naar een moment in het leven waarop alles op onherhaalbare wijze heeft samengewerkt en tot iets unieks heeft geleid. Of, naar de toekomst kijkend, gáát samenwerken om tot iets unieks te leiden. Of… op dit moment, terwijl ik dit voorlees, aan de gang is om tot iets unieks te leiden…

Nee, dat is misschien wat te arrogant en zelfingenomen. Dit verhaal duurt sowieso geen uur, en als ik wil lees ik het twee keer achter elkaar voor, dus van ‘onherhaalbaar’ kun je niet echt spreken. Zo is ‘sterre uur’ niet bedoeld, denk ik. Maar hoe dan wel? En gaat het wel over een uur ‘as we know it’? Over de lengte van dat uur wordt in de figuurlijke definitie namelijk niet gesproken.

Gelukkig zijn daar de wiskunde en de astronomie weer heel expliciet in: Een sterre uur blijkt iets korter dan een zonne uur. Met een precisie van 7 cijfers achter de komma, is dat verschil iets minder dan drie duizendste. Hm…. Is het jullie ook opgevallen dat maandag, 30 juni, één seconde langer heeft geduurd dan normaal? Om 23:59:59 volgde op de atoomklok niet 0:00:00, maar 23:59:60 en toen pas 0:00:00. Een schrikkelseconde noemen ze dat.

Dat was dus, vergeef me de woordspeling, even schrikkelen. Je staat er niet dagelijks bij stil, en gelukkig hoeft dat ook niet, want het is sinds 1972 nog maar 25 keer gebeurd. Gemiddeld ongeveer eenmaal per 18 maanden. Vanaf 1998 is de aarde blijkbaar wat langzamer gaan draaien, waardoor schrikkelseconden sindsdien zeldzamer zijn geworden. Maandag was er echter toch weer in een keer zo’n seconde. En daar schrikkel je dan toch even van. Ik wel tenminste.

Of schrikkelen wel bestaat? Ja zeker! Op internet in ieder geval wel. ‘Nalaten’, ‘overslaan’ en ‘verzuimen’ geeft men mij als verklaringen. Of deze. ‘Hikken’ in het normale ritme. En als werkwoord betekent het zowel ‘iets overslaan’ als ook ‘iets toevoegen’.

Maar dit alles geheel terzijde. Het ging mij even over de lengte van een ‘sterre uur’, wanneer je dat woord in figuurlijke zin gebruikt. In dat geval heb je volgens mij niks met de reguliere tijd te maken. Dus de vraag blijft wat mijn ‘sterre uur’ is geweest, gaat worden of misschien wel is. Een keus uit drie. En ik moet er één kiezen, want anders is het resultaat niet uniek te noemen en dus per definitie al geen ‘sterre uur’.

Poeh, en dan wordt het filosofisch. Want als ik daar wat langer over nadenk, dan kan mijn ‘sterre uur’ eigenlijk alleen maar in de toekomst liggen. Sterker nog, eigenlijk alleen maar aan het einde van mijn toekomst. Alles wat dáárvoor ligt, op dit moment gebeurt of in het verleden heeft plaatsgevonden kan om twee reden geen ‘sterre uur’ zijn. Eén, omdat je het unieke ervan niet kunt aantonen. In de toekomst kan er namelijk altijd iets nog uniekers ontstaan. En twee, vergelijkbaar met één, kun je iets ‘onherhaalbaar’ noemen, als je nog alle tijd hebt om het eventueel opnieuw te doen of weer mee te maken? Nee toch?

Het is een beetje een sombere wending aan mijn verhaal, die constatering dat mijn ‘sterre uur’ het uur van mijn dood is. Dit verhaal had toch de potentie om heel mooi te worden? Dus wat nu? Terug naar de definitie en die onwaar verklaren is misschien een oplossing? Of moet ik terugvallen op het geloof en op de belofte van een eeuwig leven in het hiernamaals? In dat geval kan ik nog oneindig veel ‘sterre uren’ meemaken. Bij dat geloof hoorde ook een versje, waarvan het laatste deel van één regel voor mij nu ineens een hele andere lading krijgt: ‘Bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood…’.

Als een jong kind wees wordt, dan wordt vaak de beeldspraak gebruikt dat mama of papa een sterretje aan de hemel is geworden. Een troostrijke gedachte waar menig verdrietig uur mee gevuld is. Ook dat zou je een ‘sterre uur’ kunnen noemen. Alles heeft op onherhaalbare wijze samengewerkt en tot iets unieks geleid. Hoe droef ook. De definitie is nog steeds van toepassing. Als dat ook voor mijn redenering geldt, dan hoop ik desondanks toch dat mijn ‘sterre uur’ nog heel ver weg ligt.

Tot die tijd zal ik vaak naar de sterren blijven kijken. Steeds op zoek naar die ene, die het meeste licht geeft. Vaak zie ik dan ook nog een tweede die helder blinkt. ‘Wees gegroet’, denk ik dan. Wees gegroet. Ik knipoog naar de maan en geniet het eerste kwartier vol van ieder moment. Het laatste kwartier zakt dat gevoel mogelijk wat weg, maar niet getreurd. Met een beetje geluk duurt dat uur een schrikkelseconde langer. Je weet het nooit. In het hele korte zit ook oneindigheid. Op zulke mooie momenten draait de aarde gewoon even iets langzamer. Slaat even over en voegt meteen iets toe. Schrikkelen, dus eigenlijk. Mooi toch?

Beautiful freaks

De laatste twintig minuten van vandaag wil ik nog even iets aan het digitale papier toevertrouwen. Alleen, ik weet nog niet precies wat. Terwijl er voldoende onderwerpen te bedenken zijn. Mijn kennismaking met de band Eels bijvoorbeeld. Gezien de tijd begin ik daar maar gewoon mee. 

Theo Linssen heeft een film gemaakt van de India-reis, waar ook mijn zoon bij was. Mooie beelden van onze Mees en zijn schoolgenoten Milou en Chiel. Samen met Roel begeleidde Theo de leerlingen en zijn film liet het vijftal op heel veel verschillende lokaties in India zien. Passages van de film had Theo voorzien van indrukwekkende muziek. Jawel. Eels.

Je eigen zoon bezig zien, terwijl hij daar eten uitdeelt aan lichamelijk en geestelijk gehandicapten, maakt indruk. Maar als je daar tegelijkertijd de muziek en de tekst van bijvoorbeeld het lied ’Beautiful freak’ van Eels bij hoort, dan komt het dubbel binnen. Temeer als je een week eerder het Funpop-weekend hebt gehad.

Over heel de wereld komen ’Beautiful freaks’ voor. Ik zag ze op de film en ik zag ze een week daarvoor. Mensen zonder poespas, waar wij, mensen met poespas vaak niet goed raad mee weten. Ze laten je anders naar de wereld kijken, maar je moet het wel willen zien. Of horen. Er voor open staan en merken dat het dan binnen komt.

Bijna twaalf uur. Ik wilde dit vandaag nog even kwijt. Dus bij deze.

Hieronder de tekst. En een linkje naar de muziek. In respect genieten… Met dank aan Theo.

You’re such a beautiful freak. I wish there were more just like you. You’re not like all of the others. And that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. That is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. 
Some people think you have a problem. But that problem lies only with them. Just ‘cause you are not like the others. But that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. Yeah that is why i love you. Beautiful freak, beautiful freak. 
Too good for this world. But i hope you will stay. And i’ll be here to see. That you don’t fade away. You’re such a beautiful freak. I bet you are flying inside. Dart down and then go for cover. And know that i. I love you. Beautiful freak, beautiful freak. You know that i. I love you. Beautiful freak, beautiful freak.

Geen uitgesproken mening…

‘Live’ luisteren kan ook. Onderstaand verhaal ingebed in muziek (Mark Lotterman en Gé Reinders) Klik hier.

Ik heb er al vaker over geschreven. Over meningen en hoe snel mensen die klaar hebben. Over mijn twijfels over die snelheid en over wat die rappe zelfverzekerdheid waard is. Ook heb ik vaak bedenkingen bij meningen die volgens de vertolker ervan een veel langere incubatietijd kennen. Meningen die dus goed onderbouwd zijn en -volgens dezelfde vertolker- eigenlijk alleen nog maar door mij of door anderen overgenomen hoeven te worden.

In mijn hoofd werkt dat echter niet zo. Als er al ergens op een voorzichtig plekje in mijn brein een mening wordt gevoed, die zich daardoor begint te vormen, dan komt er meestal tegelijkertijd op een ander plaatsje in mijn hersenen al een tegenbeweging op gang. Soms liggen beide heel dicht bij elkaar, maar per saldo levert dat vaak geen uitgesproken mening op. Want er zijn zóveel alternatieven denkbaar. Zelfs nu, terwijl ik dit alles opschrijf, dringen zich meteen al twee gedachten op: besluiteloosheid en evenwichtigheid. Een confronterende combinatie, als ik ze zo achter elkaar zie staan.

Kunnen die begrippen überhaupt wel samen gaan? Ja, is mijn resolute antwoord. Al was het maar uit zelfrespect of zelfbehoud, want de associatie komt tenslotte uit mijn eigen hoofdje. Ja, dat kan samen, besluiteloos en evenwichtig. Maar hoé dan, heb ik me de afgelopen dagen afgevraagd. Aanleiding voor die vraag was een interessant gesprek, onlangs op een van de eerste voorzomeravonden. In het vuur van de discussie werd ik me er van bewust dat het mij helemaal niet ging om de argumenten. Hoe helder en goed doordacht ook, en met hoeveel overtuiging ook gebracht, in mijn hoofd leidde het vooral tot een zoektocht naar balans. Want over de argumenten zelf kon ik weinig zeggen.

Was dat nu besluiteloosheid of evenwichtigheid, vroeg ik me de dag na de discussie af. Was het besluiteloos van me, om de mening op dat moment niet gewoon te delen? Of was het evenwichtig om de argumenten bij voorkeur te willen blijven wegen. Waar ik nu op uitkom, is dat ook dát er eigenlijk niet toe doet. Noch het een, noch het ander lijkt wezenlijk. Want die keuze is eigenlijk ook slechts maar weer een mening. Niet het hebben of uitspreken van een mening is essentieel. ‘Ik vind er iets van’ is wat mij betreft vooral gebaat bij ‘ik doe er iets mee’. Mede omdat ik me er in veel gevallen van bewust ben dat ik door een gebrek aan kennis er ook niets zinnigs over kán zeggen.

Zou Wittgenstein ook iets in die zin bedoeld hebben, toen hij zei: ‘Wovon mann nicht sprechen kann, daruber muss man schweigen’? Hij zei dat over taal in relatie tot kennis, ethiek, esthetiek en religie. Niet als mening, maar als constatering. Met elkaar daarover wél in gesprek zijn, op een warme donderdagavond, heeft echter ook zijn charme. Ik hou er van en heb er van genoten. In het besef dat besluiteloos stil en evenwichtig actief heel goed samen kunnen gaan. Vrij naar Wittgenstein zou ik dan ook willen besluiten met: Waaróver men ook met elkaar spreekt, men kan het beste zwijgen als men een slok neemt van een Pauwel Kwak.

Funpop,  kusje erop!


De herinneringen zijn nog vers. Woensdagavond, drie dagen na het Funpopweekend, klik ik door een kleine duizend foto’s. Gemaakt door Chris Tobben op Funpopzaterdag. Via zijn Facebookpagina lees ik dat hij ook Funpopzondag in zo’n duizend kleine stillevens gaat wegzetten. Mooi om daarvan opnieuw te kunnen genieten.

Ik heb Chris gesproken op Funpop. Hij was nog op elke Funpop geweest, vertelde hij. En hij wist dat volgend jaar, de twintigste keer, een jubileum-editie was. Hij wilde daar wel iets speciaals voor doen. Ik ben benieuwd. Foto na foto realiseer ik me hoe speciaal het festival is. In de blikken van de gefotografeerden zie je het ongekunstelde genieten.

Ik zie bezoekers, dansend voor de grote bühne. Of genietend onder hun partytentje. Artiesten lijken de warmte te voelen, die het publiek naar hen uitstraalt. Daar kan een regenbuitje op zondag niet tegenop. Zelfs donder, hagel en bliksem op zaterdag vallen compleet in het niet. De foto’s spreken voor zich. Regen wordt confetti.

De artiesten zijn in allerlei posities op de foto gezet. Zou je die snel achter elkaar projecteren, dan kun je ze bij wijze van spreken bijna weer horen zingen. Je ziet de knuffel die hen net is toegeworpen. En als bij toverslag verandert die in een zelfgemaakte papieren bloem. Ook hier af en toe confetti. En nat? Dan is Funpop gewoon even Föhnpop. De warmte komt van binnenuit.

Backstage ontmoet Frans Bauer Linda Balan. Zij is één van de kandidaten van Funfactor. Zijn woorden maken een onvergetelijke indruk op haar. En niet alleen op haar. ’Ik heb jou 10 jaar geleden op Werkenrode gezien! Je bent nu nog mooier dan toen’. Hij laat er drie kussen op volgen. Een op iedere wang en één op haar voorhoofd. Linda’s dag is geslaagd. Mijn dag ook en de high-five met Frans, na zijn optreden, is 300 % gemeend.

Funpop is mooi. Ontwapenend eerlijk en een bijna onuitputtelijke bron van goeie energie. Vastgelegd in duizenden foto’s van duizenden mensen. Zien, de ogen sluiten en opnieuw genieten. Als Funpop een gezichtje was, zou ik er nu drie zoenen op geven. Een op iedere wang en eentje op het voorhoofd. Gewoon een klein jaartje wachten en dan de ogen weer open doen. Tot 28 en 29 mei 2016!

Net geen negentig

 Over vijf dagen zou tante Nel negentig zijn geworden. Ze heeft dat net niet gehaald. Vrijdag 15 mei is ze in alle rust, tijdens een middagdutje, overleden. Misschien wel in de geruststellende wetenschap dat er familie uit haar geboortedorp Heide naar haar toe kwam.

Die dag namelijk waren haar jongste broer met zijn vrouw en hun dochter naar haar op weg. Een paar uur eerder had tante Nel via haar 24-uurs hulp nog laten weten dat ze welkom waren. Daar maakte ze graag tijd voor. Die bewuste dag was er echter net wat tijd te weinig. Een half uurtje voor hun komst was ze rustig ingeslapen. Net geen negentig is ze geworden.  

Hoewel. Haar verjaardag had ze, naar eigen zeggen, een aantal weken eerder al gevierd. Het waren toen haar eigen woorden, op de terugweg met de wensambulance, van Heide naar Utrecht. Een groot deel van de dag was ze bij haar jongste broer in Heide geweest. Nog één keer terug naar haar geboortedorp. Het was haar wens. De meeste van haar andere broers en zussen waren er ook. 

Hoe broos haar gezondheid ook was, die dag was speciaal voor haar. Voor sommigen, en misschien ook wel voor tante Nel, waren het onuitgesproken momenten van afscheid. ‘Mijn mooiste verjaardag’ vertrouwde ze haar nichtje toe, die haar die dag op de terugweg naar Utrecht in de ambulance begeleidde. En ze was er heel duidelijk in. ‘Die reünie in september, daar wil ik ook bij zijn’.

Vandaag werd haar crematie ingeleid met het ‘Ave Verum’. Indrukwekkend. Het was een sfeervolle en waardige ontmoeting, die iedereen op zijn of haar manier heeft beleeft. Die reünie in september heeft tante Nel niet gehaald. Maar wie weet, is er wel een andere reünie voor in de plaats gekomen. Die met haar man Theo. En met haar broer Piet en haar zus Bets. Wie zal het zeggen.

Bets is mijn moeder. Zij is op 28 mei 1978 gestorven. Op haar bidprentje hebben wij destijds een gedicht gezet. Vandaag mocht ik dat gedicht bij tante Nel voorlezen. Woorden van 37 jaar geleden werden weer even levend. Het toeval zorgde daarvoor en het toeval -als daar al sprake van is- voelde goed. Behalve dat, ook emotioneel. 37 jaren blijken dan heel even in twee minuten te passen.

Evengoed. Een mooie ervaring. Door het afscheid nu, van tante Nel, herinneringen aan het afscheid van toen. Terug bij de roos die was gevallen en die ik opraapte, terwijl we achter de kist aan de kerk uitliepen. Vandaag zie ik rozen liggen bij de kist van tante Nel. ‘Je bent niet dood’. Zo begon het gedicht. Toen. En nu ook. Die reünie van september? We weten nog niet wie er allemaal komt. Dus wie weet…