Compliment. Groot compliment aan de mensen van Openbare Werken van de gemeente Horst aan de Maas die de ‘zooi’ van de vorige keer hebben opgeruimd. In mijn herinnering (en ik heb de foto’s nog)


zie ik nog de stapel ellende die mensen hadden achtergelaten. Nu zit ik weer op hetzelfde plekje en is duidelijk dat er opgeruimd is. Bewonderenswaardig. En daarom bij deze de welgemeende complimenten voor de mensen die dat doen!
Dat het beroepsmatig is, dat ze dat doen, zegt veel over over hoe wij met z’n allen in elkaar steken. Mijn vorige verhaal over ‘zooi’ werd opgepikt door de afvalcoach van de gemeente Horst aan de Maas. In een reactie gaf ze aan dat ik het zwerfvuil ook kon melden. Dat heb ik toen gedaan via de gemeentelijke meldapp en jawel, op dezelfde dag ontving ik een mail dat er werk van was gemaakt.
Om precies te zijn: afgelopen donderdag om 12:01 kreeg ik een mailtje dat mijn melding geregistreerd was. Het bleek melding 3830 te zijn, maar daarover zometeen meer. Precies een uur later weer een mailtje. Ik citeer: ‘Deze melding is door onze collega’s van Openbare Werken afgehandeld’. Binnen een uur! Dus complimenten en respect.
Het is nu zaterdag, twee dagen later. Ik was benieuwd hoe ‘afgehandeld’ er in de praktijk uit zou zien en ben dus weer op dezelfde plek aan het schrijven als de vorige keer. De rotzooi van toen is weg. In de tussentijd heeft iemand, of meerdere iemanden, toch weer kans gezien om een beginnetje te maken aan een nieuw vuilnisbeltje, maar dat doet aan de prestatie van Openbare Werken niks af.

Het was melding 3830… Ik weet niet wat melding nr. 1 was en wanneer die gedaan is, maar bijna vierduizend meldingen zegt iets over ons. Als al die meldingen op een net zo snelle manier zijn afgehandeld als mijn melding, dan zegt dat vooral ook iets over de mensen van Openbare Werken. Dus nogmaals, niets dan lof voor deze club.
Op mijn verhaal van de vorige keer reageerde iemand die schreef dat ik een groter statement zou hebben gemaakt, als ik de rommel toen zelf had opgeruimd. Over die opmerking heb ik wel een paar dagen nagedacht. Was dat zo? Maar ik ben er uit. Nee, dat is niet zo. Want daar ging het niet om. Het ging om rotzooi die andere mensen zomaar achterlaten. En niet om rotzooi die wordt opgeruimd. Daar gaat dìt verhaal over.
Nog een kleine plus op het eind. Mocht er op deze pauzeplek in de toekomst een afvalbak worden geplaatst, dan beloof ik bij deze, als ik hier dan weer ga schrijven, dat ik een paar blikken, een weggegooide aansteker en een paar flessen -nu het begin van mogelijk weer groter afvalleed straks- wèl op zal ruimen.
Het blijft een fijne plek. Vooral door de mensen van Openbare Werken. En ik laat het aan hun deskundigheid en inzicht om af te wegen of een afvalbak een oplossing is. Mogelijk wel sneller opgeruimd, maar dan vergeet ik misschien die 3829 andere meldingen…
PS Ik heb niet gecontroleerd of de aansteker het nog doet, maar ik vermoed dat die leeg is.
Een buitenverhaal. Op een plek die elke keer als ik er weer zit, méér vervuild is dan de keer daarvoor. Hoe langer ik er naar kijk, hoe meer mij het gevoel bekruipt dat we met z’n allen niet meer te redden zijn. Als er op een rustige zitplek, net buiten Meterik, al zo gemakkelijk zoveel rotzooi wordt achtergelaten, hoe moeilijk wordt het dan om het afvalprobleem van de wereld op te lossen.
Terwijl ik me afvraag waar het aan ligt dat mensen zo gemakkelijk hun troep achterlaten, valt mijn oog op een achtergelaten folder. ‘Meer kopen, meer korting’ staat er prominent links boven in de hoek. Misschien is het dat wel, bedenk ik me. We hebben gewoon te veel en dan nog worden we voortdurend aangezet tot meer. Zeker als er korting wordt gegeven.
Wrang dat die folder nu gewoon tussen de andere troep ligt. Maar misschien ook wel heel goed en tekenend voor de situatie. Voor elke rustzoekende toerist, fietser of wandelaar die hier plaats neemt tussen de rommel is het mogelijk een bewustwordingsmoment. Na de eerste ergernis over de rotzooi is het in tweede instantie misschien wel een stimulans om eens na te gaan hoe het eigen koop- en opruimgedrag is.
Ik zag dat het kermis was in Meterik, toen ik hier naar toe fietste. Vertier rondom de kerk. Veel fietsers die hier voorbij komen om te genieten van de feestelijkheden. De meesten weten waarschijnlijk niet aan welke rommel ze voorbij komen. Hoewel ze langs hun route met grote waarschijnlijkheid ook al het een en ander in de berm hebben zien liggen. Wie weet, misschien zelf wel iets hebben weggegooid.
We doen het zelf. Het wel of niet weggooien en -gelukkig- zo nu en dan ook het opruimen. Of er over schrijven. Ik laat het voor nu bij het laatste. Maak nog wat foto’s ter illustratie en besluit het verhaal te delen. Ik troost me met de gedachte dat er op deze plek toch nog steeds méér groen is dan zwerfvuil. Met een opgeruimd gemoed (zucht) fiets ik weer naar Horst. Richting terras. Iets te drinken kopen…

Een fris briesje waait over het grindpad, waar ik met mijn rug naar toe zit. Ik kijk uit over een weiland met wat pony’s. Twee veulentjes heeft de lente gebracht. Het is zondagochtend en ik zit op een bankje in de buitenlucht. Zojuist de tweehonderjarige eik gecheckt, maar de eikeprocessierupsen zitten er nog steeds.

Ik zit aan de schaduwkant van ons huis en kijk om me heen. De beukenhaag moet binnenkort worden gesnoeid. Tussen de stenen groeit hier en daar wat onkruid. Aan de overkant van de straat start de buurman zijn motor. Het stationaire geronk laat vogelgeluid verstommen. Dan rijdt hij weg. Ik hoor de kerkklok weer.
Vlakbij me een pot waarvan de inhoud de scherven zouden kunnen zijn van zichzelf. Ze waren met z’n tweeen. Sinds er een kapot viel, ‘vult’ die de ander. Ze staan voor twee afgezaagde boomstammetjes, waarvan de één zijn schors al verloren heeft, terwijl de ander daarmee bezig is.
De pot en de stammen lijken bij elkaar te worden gehouden door een stronk, die begroeid is met lichtgroen mos.


