PostNL…

Beste Rick van team PostNL,

Met enige verbazing je mail ontvangen. Ik ga er voor het gemak van uit dat PostNL een serieus bedrijf is, dat staat voor hun core-business: post en pakketten bezorgen in Nederland. Als ik inlog op jullie website, dan lees ik ‘Wij zijn PostNL en we hebben iets voor u’. Daar wil ik het even met je over hebben. En over je mail die je vrijdag stuurde…

PostNL is een bedrijf dat door leveranciers in het buitenland wordt ingeschakeld, wanneer er in Nederland bij een klant iets bezorgd moet worden. Blijkbaar hebben die buitenlandse firma’s vertrouwen in jouw organisatie en leveren ze pakketten bij jullie af die bestemd zijn voor Nederlandse klanten. De buitenlandse firma, reMarkable, waar ik een bestelling deed, had eveneens dat vertrouwen. De verzendkosten om mijn bestelling op mijn thuisadres te krijgen was overigens bij die betaling inbegrepen. Al eerder is door deze firma -toen weliswaar via DHL- herhaaldelijk een pakket in goede orde bij mij bezorgd. Voor mijn laatste bestelling kon ik er voor kiezen om de bestelling via de ‘reguliere weg’ te laten bezorgen. Dat bleek dus via PostNL…

Via allerlei mails heb ik wekenlang het bezorgtraject van PostNL gevolgd. Ik heb een aantal malen met de klantenservice van PostNL gebeld. Via adviezen van ‘nog even afwachten’, ‘het pakketje ligt bij de douane’, ‘het pakketje zal binnen een paar dagen bezorgd worden’ kreeg ik uiteindelijk het advies om digitaal een soort van ‘vermissingsformulier’ in te vullen. Die actie mijnerzijds (?) zou leiden tot onderzoek door jullie, naar waar het pakketje gebleven was. Dat ik daar zélf een vermissingsformulier voor moest invullen, vond ik al vreemd, want ík was het pakketje niet kwijt. Júllie waren het kwijt! Maar goed, ik werk zelf in een grotere organisatie en ik snap dat sommige zaken geformaliseerd moeten worden voordat ze (al dan niet) gaan werken. Hoe dan ook, ik verwachtte dat het in ieder geval een oplossing zou opleveren, er van uitgaande dat PostNL nu, via terzakekundige specialisten, hun verantwoordelijkheid ging nemen.

Nou moet ik concluderen uit jouw mail dat die verantwoordelijkheid zonder enige moeite teruggeschoven wordt naar mij als klant? De énige in het hele proces die geen enkele invloed heeft op het verzendingstraject, van buitenland naar binnenland naar mijn huisadres? Een traject waar PostNL van aangeeft dat het hun vakgebied is? ‘Wij zijn PostNL en we hebben iets voor u…’. Nou, blijkbaar dus niet altijd…

Ik heb jouw mail voor de duidelijkheid onder mijn reactie bewaard, voor het geval er behalve jijzelf ook nog andere collega’s bij TeamNL werken. Even een metafoor om te zien of ik goed begrijp wat je eigenlijk zegt in je mail: Ik bestel een artikel bij een firma X, die tegen betaling aanbiedt dit artikel bij mij thuis te bezorgen. Deze firma schakelt daarvoor een tussenbezorger Y in. Die neemt het pakketje in ontvangst en schakelt vervolgens een bezorger Z in. Dat herhaalt zich mogelijk een paar keer, maar uiteindelijk is het pakketje bij eindbezorger P… Ergens in dat traject is het pakketje kwijt geraakt. Maar in plaats dat in volgorde deze bezorgers taakbewust en met verantwoordelijkheidsgevoel bij vorige bezorgers informeren waar het pakje zou kunnen zijn gebleven, concludeert nu eindbezorger P ‘na een onderzoek tot zijn spijt en met excuses’ dat de klant het maar moet uitzoeken bij de firma, waar hij het pakketje heeft aangeschaft.

Ik weet niet waar het ‘onderzoek’ van PostNL uit heeft bestaan, maar van ‘service’ is hier m.i. niet echt sprake. Zeker niet wanneer eerder in het traject het pakketje blijkbaar nog wel ‘op de digitale radar’ van PostNL was, getuige de antwoorden die ik via de klantenservice mocht ontvangen. Even voor jouw duidelijkheid: ik was niet betrokken bij de, zoals jij ze in je mail noemt, Internationale Postafspraken die er zijn gemaakt. Jij blijkbaar ook niet, want ik zie dat het de reden is dat je mij niet verder kunt helpen…

Ik schrijf regelmatig columns en ik moet je zeggen dat ik deze hele handelswijze van PostNL wel columnwaardig vindt. Misschien moet ik er op de valreep van 2019 nog maar een verhaal aan wijden om mijn gevoel over PostNL na jouw mail te kanaliseren. Mogelijk gaat de column viral en, wie weet, komt het terecht bij iemand die wél de Internationale Postafspraken kent en mij verder kan helpen. Want ik zie dat jij het lopende dossier al gesloten hebt in de veronderstelling dat je mij voldoende geïnformeerd hebt.

Met vriendelijke groet,
Geert van den Munckhof

PS Dank nog voor je excuses, maar ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt, dat ik liever het pakketje zou willen ontvangen.


Van: Navragen <navraag@postnl.nl>
Verzonden: vrijdag 27 december 2019 11:26
Aan: geertvandenmunckhof@planet.nl
Onderwerp: Navraag zending met Barcode: Xxxxxxxxxxx

Geachte heer van den Munckhof,

Naar aanleiding van het onderzoek naar onderstaande zending, informeer ik u het volgende.

Tot mijn spijt valt niet meer te achterhalen wat er precies is gebeurd met de zending, mijn excuses hiervoor.

Ik wil u adviseren contact op te nemen met de afzender voor een passende oplossing. De afzender kan conform de overeengekomen voorwaarden bij de eigen postorganisatie een onderzoek naar uw zending opstarten en u wellicht alvast een nieuwe zending toesturen. Deze afhandeling is vastgelegd in de Internationale Postafspraken tussen de postbedrijven wereldwijd. Om deze reden kan ik u niet verder helpen. 

Ik ga er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en sluit bij deze het lopende dossier.

Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met onze klantenservice op telefoonnummer 088-2255555. Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08:30 tot 20:00 uur en op zaterdag van 09:00 tot 16:00 uur. U kunt ook op deze e-mail reageren.

Met vriendelijke groet, 

Rick
Team PostNL

Wei…

‘Wei’ is de titel van de documentaire van Ruud Lenssen. Slechts drie letters, net zoals het woord ‘wij’ uit drie letters bestaat. Maar wat kun je met drie letters heel veel zeggen. Ik was, samen met Thea, aanwezig bij de Limburgse première, zondag 22 december jl., in de schouwburg van Venlo. Uitverkocht. Terecht. Maar de komende tijd nog heel vaak te zien. Een aanrader!

Ruud’s ‘wei’ is in z’n meest letterlijke betekenis de wei van zijn vader Jac. De wei is Jac’s plekje, mooi gelegen ergens in het buitengebied. Het is de plaats waar Jac jarenlang dagelijks liefdevol zijn pony’s verzorgt en z’n kippen voert. Het is de plek die in al die jaren een deel van hemzelf is geworden. Een plek waar hij thuis is. Waar hij bij wijze van spreken elke grasspriet kent en aan de eieren kan zien van welke kip ze afkomstig zijn. Dat was toen…

Vóór aanvang van de film, heet Ruud ons allemaal welkom. Een bonte mengeling van familie, vrienden en bekenden. Donateurs, sponsoren en mensen die namens verschillende organisaties komen. Samen hebben zij met name in financiële zin bijgedragen aan de totstandkoming van de film. Je zou al die mensen kunnen samenvatten onder de term ‘wij’ en in zekere zin spreekt Ruud ons ook zo toe. Hij vraagt ons of we na afloop van de film nog even willen blijven zitten. Hij wil dan namelijk nog wat mensen bedanken. De film laat een persoonlijk familieverhaal zien, vervolgt hij, waarvan de beelden bij hem, bij zijn zus Susanne en bij zijn moeder Ria nog steeds emoties oproepen. We mogen huilen bij de beelden, vertelt Ruud, en we mogen lachen, want ‘die twee emoties liggen soms heel dicht bij elkaar’… 

En hij heeft gelijk. Bij sommige scenes wordt er gelachen. Bij andere scenes prikken de tranen achter de ogen. De kracht van de film zit wat mij betreft in de rauwe waarheid die zo vaak niet verteld wordt, omdat die zich veelal binnenskamers afspeelt. Het is indrukwekkend hoe Ruud die muren geslecht heeft. Hoe hij ongetwijfeld bij het filmen van zijn vader elke keer opnieuw grenzen heeft moeten verleggen. Net als zijn moeder en zijn zus. En grensverleggend is heel zeker Jac, de hoofdpersoon van de film. Alleen was bij hem de vasculaire dementie de reden dat er elke keer ongewild opnieuw een grens werd verlegd…

Dat proces, dat langzaam begint met het vervagen van herinneringen, en uiteindelijk uitmondt in het verlies van alles wat je dierbaar is, dat proces heeft Ruud zichtbaar gemaakt. Vooral door de beelden te laten spreken, maar zeker ook door het zijn vader te laten vertellen. Letterlijk en pijnlijk trefzeker vastgelegd in woord en gebaar. Jac vertelt het aan hem op alle momenten achter en soms zelfs vóór de camera. Jac vertelt het aan zijn vrouw en aan zijn dochter, Ruud’s zus Susanne. En zij op hun beurt vertellen het aan elkaar en daarna weer aan Jac. Voor wie het steeds onbegrijpelijker wordt en die het steeds minder kan verwoorden aan hen die hij zo liefhad..

‘Ik heb de stek hier zelf in de grond gestoken. En nu staat er deze boom’. Trots staat Jac bij een forse boom in zijn wei en kijkt ons aan. Ruud vraagt hoe lang dat geleden is en Jac denkt na… ‘Ik heb de stek zelf in de grond gestoken’ is zijn antwoord en hij loopt verder.  Op de filmposters en -flyers is het gezicht van Jac verweven met een boom, waarvan langzaamaan de bladeren verwaaien in de wind. Treffender is het proces van geestelijke aftakeling niet weer te geven. Een emotioneel beeld dat recht doet aan de film.

Tranen dus. Bij mij vooral ook aan het eind van de film, waar ik Ruud samen met zijn vader de beelden zie bekijken, die wij met z’n allen net gezien hebben. Ruud en Jac kijken naar zichzelf. Op de cameramonitor, schat ik in, met het effect alsof ze met z’n beiden ook naar ons in de zaal kijken. Ik hoor Ruud tegen z’n vader zeggen: ‘Kijk, dat zijn wij! Zie je het, Pap? Lijken we ook op elkaar?’. Er verschijnt een glimlach op Jac z’n gezicht. ‘Zo kan ik altijd naar je kijken, ook als je er niet meer bent’. Misschien niet helemaal begrepen door Jac, op dat moment, maar de liefde in zijn ogen spreekt boekdelen. 

Op de kleine filmflyer die ik in de foyer vindt, zie ik dat Ria over de schouder van Jac mee wandelt door de wei, die zijn leven was. Ruud’s documentaire ‘Wei’ zorgt ervoor dat ‘wij’ mochten mee wandelen. Dank daarvoor aan Ruud en aan iedereen die hij op het eind van de film ook nog bedankte. Wij bleven er graag voor zitten, maar gingen uiteindelijk toch met z’n allen staan voor een minutenlang applaus. Verdiend. Wij voor ‘Wei’. En in zekere zin ook voor onszelf, omdat een ieder van ons mogelijk ooit een eigen ‘wei’ moet inleveren. Applaus voor hen die wij dan als mantelzorger mogen begroeten. Mensen zoals Ria. Zoals Ruud. Zoals Susanne. Zoals wij… ‘Kijk, dat zijn wij! Zie je het…’

foto Krzysztof Kubicki / Eastrada

December…

Van alle maanden in een jaar heb ik de meeste moeite met december. Dat is niet altijd zo geweest. Tenminste, niet dat ik me kan herinneren. Maar de laatste jaren merk ik dat vooral deze maand me regelmatig onderdompelt in een gedachtenpoel van lichte somberheid. Ietwat deprimerende gedachten over wat toch dé feestmaand van het jaar schijnt te zijn. Ik voel dat anders. Niet op élke decemberdag -gelukkig niet- maar toch zeker op een aantal ervan. Vandaag is zo’n dag.

Nou denk ik dat de decembermaand zich bij uitstek leent voor dat soort somberheid. En ik vermoed dat ik niet de enige ben die dat in deze donkere maand wel eens ervaart. Wat het extra wrang maakt voor ons somberaars, is de overstelpende hoeveelheid uitingen in de media, die in deze feestmaand, met ontelbare sterren, glitters en vuurwerk, die ultieme gezelligheid verkondigen. Ik kan daar normaal gesproken wel tegen, maar op dit moment maakt alleen al de gedachte daar aan me nog meer down. Dat dan van me af schrijven wil wel eens helpen. Vandaar. De lezer is bij deze gewaarschuwd. Er volgen nu een drietal alinea’s met een cynische en sombere ondertoon. Gevangen in geschreven woorden, met als doel om in mijn (uit)gesproken levende leven weer gewoon mijn blinkend positieve zelf te zijn.

Mijn oog valt op een willekeurige decemberfolder hier op de tafel. Tussen sterren en glitters wordt al die vermeende gezelligheid eigenlijk alleen maar vertaald in voedsel en drank. Overmatig, te veel en te dure gelukzaligheid die niet via het hart, maar vooral via de maag de honger naar samenzijn stilt. Een traditie, die dit jaar bijna niet door had kunnen gaan! Via een kort geding wordt op dinsdag mogelijk de boeren door de rechter verboden om de voedseldistributiecentra te blokkeren. Een dag eerder verklaart de advocaat van de Farmers Defence Force op voorhand al dat blokkeren van die centra ‘fake-nieuws’ was. De media heeft ons opnieuw allemaal voor de gek gehouden.

Dus iedereen die nog kerstboodschappen moet doen kan opgelucht ademhalen. Goed van de boeren dat ze rekening met onze kersttraditie houden. De algemene gedachte is dat het ook beter is voor de publieke opinie over de boeren. Dat ons kerstmaal door kan gaan, zet zelfs de vreemde vergelijking ‘boerenleed -Holocaustleed’ even op de achtergrond. Bovendien, joden vieren toch geen kerst? Die hebben Chanoeka, dus ook daar hoeven de leden van de Farmers Defence Force zich niet schuldig over te voelen. Laat staan excuses maken voor de vergelijking, die in hun ogen nog steeds ‘toch wel voor een deel opgaat’. Welk deel blijft de vraag, maar daar kunnen we straks gelukkig tussen de rollade en kalfsmedaillons verder over discussiëren. Hebben we behalve genoeg te eten, ook nog voldoende gespreksstof. Win – win…

Voor iedereen, behalve voor Raymond van Barneveld. Hij verloor een potje darts en dat ‘vergeeft hij zich nooit’. In zijn wanhoop ging hij volgens de media (dus of het waar is…) nog verder. ‘Het hele leven heeft geen zin meer, echt niet. Er overheerst walging’. Zou het echt van het darten komen of speelt hier de invloed van december hem vooral parten? Ik kan me het eerste niet voorstellen, dus het moet wel aan december liggen. Hoe dan ook. Ik hoop dat het goed komt met hem. Hij schijnt wel blij te zijn met de vrijheid, die hij vanaf nu gaat ervaren. Laat ik daarom positief afsluiten, met de wens dat alle walging van wie dan ook in de toekomst om gaat slaan in vergeving en zin in het leven. In alle vrijheid. Voor zolang als het duurt. Laat het eerst maar eens januari worden. Voor de klimaattop in Madrid was december nou ook niet bepaald een spetterend succes. Enfin. Nieuw decennium, nieuwe kansen…

unsplash-logoJon Tyson

Tijdlijnen…

Vanochtend een wandeling gemaakt. Even bij het kerkhof geweest en stil gestaan bij het graf van mijn ouders. Opnieuw hun namen en vooral de jaartallen op me in laten werken. Het stenen kruis is voor het eerst in 1978 van tekst voorzien. Dat was het jaar dat mijn moeder is begraven. In 1994 is er uit het stenen kruis zorgvuldig nog meer steen weg gebeiteld en kwam de naam van mijn vader tevoorschijn.

Bij mijn moeder staat er een sterretje voor het jaartal 1929. Bij mijn vader voor 1928. De kruisjes die er staan voor 1978  en 1994 zetten me altijd even aan het rekenen. Zij werd 49 en hij 66. Mijn leeftijd ligt daar nu zo’n beetje tussenin. 10 jaar ouder dan dat zij werd en volgend jaar 6 jaar jonger dan mijn vader, toen hij stierf. Allebei veel te jong. Jaartallen. Tijd in het algemeen. Voortdurend doortikkend. Nietsontziend en allesomvattend.

Vanochtend, verder wandelend door Horst, heb ik me afgevraagd hoe ik zelf om ga met de tijd waarin ik leef. En met de tijd die ik leef. Laat ik me vooral passief meevoeren op de golven ervan, of roei ik -misschien wel tegen beter weten in- zo nu en dan ook actief tegen de stroom in? Misschien doe ik wel allebei? En is het eerste eigenlijk wel zo passief? Of het tweede wel zo actief? Je denkt wat af als je loopt.

Het mooie is dat je kunt denken en wandelen tegelijk. Sterker nog, als je dat allebei maar lang genoeg doet, krijg je er ook nog honger van. Omdat de ochtend al middag was geworden heb ik tegenover de Lambertuskerk bij Greun een thee besteld en een broodplankje laten maken. Mijn gedachten over tijd kregen een hele concrete vertaling in de vorm van een ‘drie-in-een-zandloper’ die bij mijn thee werd gezet. Drie kleuren zand die respectievelijk in 3, 4 en 5 minuten de tijd wegtikten. Mijn Earl Grey thee hoorde in de oranje 3-minuten categorie.

Terwijl ik daar zat, filosofeerde ik verder. Hoe zat dat nu met de tijd. En met het verschil tussen de tijd die je leeft en waarín je leeft. Bij het stenen kruis van mijn vader en moeder rekende ik de tijd uit die ze hadden geleefd en vergeleek dat met de tijd die ik al had geleefd. Maar tegelijk dacht ik aan de tijd waarin zij hadden geleefd en vergeleek die met de tijd waarin ik nu leefde. Bij Greun zittend met thee en een broodplankje, tegenover de Lambertuskerk, meende ik zeker te weten dat in dat opzicht hun leven toen compleet anders was dan mijn leven nu.

Maar hoewel compleet verschillend, realiseerde ik me ineens dat hun en mijn tijd elkaar belangrijke tijdsperiodes hadden overlapt. Achttien jaar lang samen met mijn vader én moeder en nadat zij stierf, nog een tijdsperiode van 16 jaar met mijn vader. En toen pas, nu alweer 25 jaar geleden, stopten definitief hun tijdlijnen, terwijl mijn tijd gewoon door tikte. 

Bovendien, waar er twee tijdlijnen wegvielen, kwamen er twee nieuwe voor in de plaats. Twee tijdlijnen die in de afgelopen 25 jaar met die van mij zijn gaan oplopen. Die van Pip en Mees. In zekere zin vergelijkbaar met de tijdlijnen die ik met mijn ouders had. Sterker nog, de tijdlijn van Pip liep zelfs nog een half jaar synchroon met de tijdlijn van mijn vader.

Als ik al die gedachten van zaterdagmiddag op een rij zet, kom ik voorzichtig tot een soort van conclusie. De tijd die we leven is niet méér dan een rekensom, waarvan eigenlijk de uitkomst volkomen onbelangrijk is, zolang je de tijd waarin je leeft maar ten volle gebruikt óm te leven. Leven op de overgang tussen verleden en toekomst. Een overgang die je koestert in het nú. 

Je zou kunnen zeggen, léven, precies in het midden van een zandloper. Op die plek maakt het namelijk niet uit of het 3, 4 of 5 minuten is. Het gaat erom wat je op dat moment doet. Bijvoorbeeld Earl Grey thee drinken, een broodplankje bestellen en daar tijdloos van genieten…

Henk…

Zijn motor stond naast de kist. Op twee schermen in het crematorium in Venray prijkte zijn foto. Daarop stond hij, naast een volbeladen motor. Fier de camera inkijkend. Klaar voor zijn zoveelste reis, met zijn motorvrienden of helemaal alleen. Zo doorkruiste hij duizenden kilometers door Europa, voortdurend de vrijheid voelend van de wind en de zon. En nu een reis die, volgens ritueelbegeleidster Lucie Geurts, zijn laatste maar misschien wel mooiste reis zou worden, als hij bij aankomst zijn overleden zus en moeder weer zou zien.

Henk hield van harde muziek, vertelde zijn dochter Laura bij aanvang van de dienst, ‘maar dat zullen jullie zo meteen wel horen’. Het was muziek die Henk zelf had uitgezocht, in de laatste twee weken van zijn verblijf in Hospice Doevenbos. ‘Born to be wild’ klonk er stevig door de boxen en de foto’s op de schermen pasten daar perfect bij. De motor en Henk vormden duidelijk een twee-eenheid. De motor stond voor kracht, voor beschikbaarheid, voor altijd maar doorgaan en voor betrouwbaarheid. Allemaal eigenschappen die eveneens op Henk van toepassing waren.

Aan die eigenschappen kon ik er uit eigen ervaring een toevoegen: Henk zocht en vond steeds hele eigen oplossingen voor zaken die zich voor deden. Zijn enthousiasme en vindingrijkheid daarin waren kenmerkend. Vanzelfsprekend stelde hij telkens zijn huis gastvrij ter beschikking als uitvalsbasis en commandocentrum voor de buurtbarbecue-commissie, die daar jaarlijks dankbaar gebruik van maakte. Henk was tijdens die buurtbarbecue trouwens vaak zelf de grote animator, samen met buurtgenoot en goede vriend André. Henk zorgde meestal voor de muziek. Niet alleen harde muziek, want hij hield rekening met anderen. En nu, bij zijn afscheid, was het Laura die met een bijna verontschuldigende glimlach en met dezelfde vriendelijke voorzichtigheid die Henk ook bezat, de aanwezigen voorbereidde op Henk’s muziekkeuze.. ‘Dat zullen jullie zo meteen wel horen…’

De vindingrijkheid van Henk was duidelijk een eigenschap die minstens één van zijn kinderen Arno, Laura en Eric hadden overgeërfd. Er was namelijk vanuit de aula van het crematorium een live verbinding tot stand gebracht naar de andere kant van de wereld, waar André en Mariet op bezoek waren bij hun zoon. Een telefoon in een plastic houdertje, op een kartonnen doosje, geplaatst op een houten kruk, maakte het mogelijk dat de dienst live gevolgd kon worden in Auckland, New Zealand. André en Mariet waren voor hun vertrek daar naar toe, nog bij Henk op bezoek geweest in het Hospice. Toen meende hij nog zeker wel een half jaar te hebben, dus hij zou ze na hun reis wel weer zien… Dat bleek wat te optimistisch. Maar de live-verbinding was er en wie weet, misschien zag Henk hen in Nieuw Zeeland op datzelfde moment ook wel…

‘Geen bloemen, maar een bijdrage voor Hospice Doevenbos’ stond er in zijn overlijdensbericht. In de twee weken dat hij in het hospice verbleef had hij er blijkbaar veel warmte ontvangen. Henk kennende heeft hij daar zeker zelf ook warmte verspreid. Hij heeft er oplossingen gevonden voor wat nog voor en bij elkaar gebracht moest worden. Op zijn eigen manier. ‘Een Ummenthun-trekje’ noemde Laura dat aan het begin van de dienst. En alle aanwezigen herkenden dat beeld. ‘You can go your own way’ zong Fleetwood Mac.

Het grote aantal aanwezigen in het crematorium, waaronder veel collega-motorrijders, sprak boekdelen. Zij hadden Henk op zijn laatste reis begeleid naar het crematorium, zoals ze elkaar bij elke reis daarvóór ook hadden begeleid. Een indrukwekkende aanblik.

Een laatste reis met Henk, door een op dat moment wat somber en mistig landschap. En toch… Diezelfde omgeving gaat er straks weer heel anders uit zien. Zonder Henk maar tegelijk ook mét hem. Omdat hij in gedachten voortaan met iedereen mee op reis kan. Nóg dichter bij de vrijheid van zon en wind…

Voor Arno, Kayleigh, Laura, Eric en Daphne
en iedereen die Henk gekend heeft.

Te grijs voor woorden…

Met interesse een paar keer gekeken naar de CNN-uitzendingen van de hoorzittingen in America. Niet zozeer geïnteresseerd vanwege de diepere inhoud of de achtergronden ervan, want daarvoor ben ik te weinig thuis in de materie. Nee, vooral interesse vanwege de ondervragingen zelf. De vragenstellers, die ik verder niet kende, maar waarvan ik vermoed dat het afwisselend democraten en republikeinen waren. Het was interessant om te zien hoe ze zichzelf presenteerden. De voorzitter van de onderzoekscommissie, Adam Schiff, hield de tijd bij en om en nabij elke vijf minuten kreeg iemand anders van de commissie het woord. 

De ondervraagde moest soms letterlijk zoeken vanuit welke hoek de vraag aan hem werd gericht. En vervolgens werden er óf vragen gesteld, óf de betreffende afgevaardigde gebruikte zijn tijd vooral om een monoloog te houden, met hier en daar een hele korte vraag. Voor de vorm, leek het dan, want de antwoorden waren meestal kort en bevestigend. Bij toeval hoorde ik ook de twee slotpleidooien van de hoorzittingen.

Devin Nunes

De eerste  was van Devin Nunes. Hij bepleitte de onschuld van Trump en gebruikte zijn pleidooi vooral om alle momenten op te sommen waarop de Democraten, al sinds het aantreden van de president, volgens hem oneerlijke aanklachten hadden geuit of onterechte acties tegen de president hadden ondernomen. Slotconclusie: voortdurende heksenjacht met deze hoorzittingen als meest recente voorbeeld.

Adam Schiff

De voorzitter, Adam Schiff, schetste in zijn slotpleidooi een tegenovergesteld beeld. In mijn eigen woorden: Impeachment van de president is onvermijdelijk, omdat eigenbelang nooit mag prevaleren boven algemeen (nationaal) belang en de wet. Hij beëindigde zijn slotpleidooi met een krachtig uitgesproken slotzin: ‘We are better then that’ en hamerde tegelijk de hoorzittingen stevig af, mijns inziens zichtbaar aangedaan en verontwaardigd. De camera’s van CNN volgden de aanwezigen die de zaal verlieten en het eerstvolgende interview dat op CNN te zien was, was met een afgevaardigde die de theorie van de heksenjacht vol vuur ondersteunde. Misschien dat er daarna ook nog iemand geïnterviewt is, die het verhaal van de voorzitter kracht bij heeft gezet, maar dat heb ik niet meer gezien. Genoeg tv voor dat moment.

Wat me boeit, is het fenomeen zelf van voor- en tegenstanders en de manier waarop daarmee omgegaan wordt. De manier waarop partij gekozen wordt en op elkaar gereageerd wordt. De manier ook, waarop ik zelf reageer en waarop ik die reactie baseer. Neem het bovenstaande: Als ik een keuze moest maken tussen de geloofwaardigheid en kracht van de twee slotpleidooien, dan gaat mijn voorkeur uit naar die van de voorzitter Adam Schiff. Mijn voorkeur is voor een deel al wel gekleurd, omdat ik toch al niet veel met president Trump op heb. Ik vind hem in al zijn optredens waarvan ik via internet getuige ben geweest, een slecht voorbeeld van hoe je met je medemens moet omgaan. En dan zeg ik het volgens mij best diplomatiek.

Maar pro-Trumpers zullen die momenten heel anders uitleggen. Mogelijk zullen ze mij willen overtuigen van mijn ongelijk. Ja, Trump is misschien een ongeleid projectiel, maar hij boekt wel resultaten. En dan worden er argumenten opgesomd die die resultaten onderbouwen. Tevergeefs. Ik blijf het beeld houden van een man die vooral zichzelf op de voorgrond wil zetten. Die voortdurend zichzelf op de borst klopt (‘there is no one who knows it better..’) en tegelijk tegenstanders met woorden (o.a. via twitter) kleineert. Een man die de hem welgevallige media (Fox) bewierookt en alle andere van ‘fake news’ beschuldigt. Die in mijn ogen ‘waar’ en ‘niet waar’ te pas en te onpas in zijn eigen voordeel verwisselt.

Al die argumenten van mij, zijn voor pro-Trumpers weer aanleiding om met nog meer overtuiging hun gelijk te onderbouwen. Die beelden waarop ik mijn mening heb gebaseerd zijn mogelijk gemanipuleerd. Deepfake. Niets is meer waar en alles kan gelogen zijn. Vinden voor- en tegenstanders. Het is een wereld van voor en tegen, die zichzelf in stand houdt en -met social media als grote katalysator- alleen maar controversiëler wordt. Een strijd van voor en tegen die -naarmate de tijd vordert- alsmaar verhardt en escaleert. En niet alleen in de USA… 

Je bent voor of tegen. Het is zwart of het is wit. Grijs is geen optie. Er is geen plek voor nuance. In Den Haag wordt een bijeenkomst van de actiegroep Kick Out Zwarte Piet met geweld verstoord. Voor- en tegenstanders gebruiken zwart-witte argumenten. In Den Bosch stopt een scheidsrechter tijdelijk een voetbalduel vanwege racistische uitingen. Veel reacties van voor- en tegenstanders in zwart-witdenken. Ook van hen die er niet bij waren. Eigenlijk voorál van hen die er niet bij waren. Op alle mogelijke manieren.

Een paar dagen later houden twee voetballers van het Nederlands elftal hun onderarmen tegen elkaar. De ene wit, de andere zwart. In een kring, om en om staand, laat het hele Oranje-team op een ander moment hetzelfde zien. Een statement tegen racisme, heet het. Tegen zwart-wit denken. Maar als de wedstrijd bezig is, wordt er toch een van de voetballers consequent weer uitgefloten. Door tegenstanders. Of voorstanders. Hebben zij de beelden op tv van de twee in harmonie uitgestoken onderarmen niet gezien? Of toch wel? Maar is daardoor hun mening niet veranderd? Hebben zij dit verzoeningsgebaar niet begrepen? Blijkbaar niet.

En ik? Heb ik het begrepen? Wat is mijn mening? Laat ik helder zijn. Vóór impeachement. Tegen Trump. Vóór roetveegpieten. Tegen racisme. Vóór de mening van Adam Schiff. Tegen de  mening van Devin Nunes. Samengevat, tegen iedereen die vóór de dingen is waar ik tegen ben. De wrange paradox is dat mijn tegenstanders het wat dat laatste betreft volledig met mij eens zijn. Gek toch dat we er desondanks niet samen uitkomen. Eigenlijk te grijs voor woorden…

De aanleiding voor dit betoog waren de pleidooien van respectievelijk Devin Nunes en Adam Schiff. Zoals gezegd spreekt de laatste mij het meest aan. Als je ze niet gezien hebt, kun je ze hieronder nog een keer bekijken en beluisteren.
Wie heeft jouw voorkeur?
Devin Nunes
Adam Schiff


Zelfbehoud…

De eerste woorden van weer een nieuw verhaal. De regelmatige lezer zou er moedeloos van kunnen worden. Houdt het dan nooit op? Nee, ik denk het niet, bij leven en welzijn. Ik vraag me zelf ook wel eens af waar mijn schrijfdrang vandaan komt. Waarom vang ik op willekeurige tijdstippen mijn gedachten in lopende zinnen? Het eerste antwoord dat in me opkomt, is te vangen in één woord: zelfbehoud. Tegelijk twijfel ik over dat antwoord. Omdat het ook weer vragen oproept.

Ik heb het gevoel dat mijn innerlijke stem voortdurend aan het woord is. Soms spontaan, vanuit een eigenwijs eigen willetje, maar ook heel vaak omdat die aangesproken wordt door alle indrukken van buiten. Of, met andere woorden, ik zit nogal veel ‘in mijn hoofd’. Zoals gezegd, spontane gedachten, maar steeds vaker ook gedachten die aangewakkerd worden door indrukken van buiten. Gedachten die dan als een soort van lopend vuurtje door mijn hoofd gaan. Aangewakkerd door de wind van associaties. Een voorbeeld.

Bij het woord ‘aangewakkerd’ begint mijn innerlijke stem als uit het niets over de bosbranden aan de oostkust van Australië. Omdat mijn innerlijke stem daar vervolgens lang niet het fijne van weet, help ik haar en tik ‘bosbrand’ in op mijn iPhone. Een miljoen hectare bos is daar al in vlammen opgegaan. Ik lees het in het eerste recente artikel dat ik krijg voorgeschoteld. Uit de NRC, van Annemarie Kas. Insteek van haar verhaal: De Australische overheid doet de verkeerde dingen om de branden te voorkomen.

Zij gaat niet verder in op de vier doden die er al zijn gevallen of op de honderden huizen die al zijn uitgebrand. En dat is uiteraard haar goed recht. Haar insteek is ook een interessante. Ze heeft onderzoeker Paul Read geïnterviewd, die van mening is dat politici te weinig kijken naar de oorzaken van de branden. Annemarie laat Paul daar een hele serie verklaringen voor geven. Prima en informatief artikel, voor zover ik dat kan beoordelen, maar uit zelfbehoud (!) laat ik het daarbij en richt me weer op mijn eigen verhaal.

Mijn schrijfdrang dus. En het aanwakkeren van gedachten door indrukken van binnen en buiten. In feite mijn drang om telkens een klein deel van die gedachten vast te leggen in een verhaal of column. Het schrijven dwingt me om over die gedachten na te denken. Ze in een logische volgorde te zetten, zodat ikzelf en ook anderen door al die bomen het bos kunnen blijven zien. Maar wat maakt dan dat bos zo interessant, dat ik denk dat anderen daar überhaupt de bomen van willen zien? Mijn innerlijke stem blijft de aandacht opeisen…

Ik realiseer me dat ik jou als lezer niet te lang moet vermoeien. En zeker niet met vragen waar ik zelf het antwoord grotendeels op schuldig moet blijven. Hoe dan ook. Mijn vraag over ‘schrijfdrang’ heeft je al tot hier gebracht. Dan kunnen die laatste zinnen ook nog wel. Zelfbehoud dus, door gericht nadenken, structureren en vastleggen. Voor een deel verklaart dat mijn drang om te schrijven. Heb ik daar iets aan? Ja, dat denk ik wel. Heeft de lezer daar iets aan? Geen idee. Ik hoop van wel.

Eigenlijk zou ik dat best wel willen weten. Zeker op een regenachtige maandagmiddag, waar je de verveling uit zelfbehoud bij de kladden grijpt door het schrijven van een verhaal. Schrijven, simpelweg als aangenaam tijdverdrijf. Net zoals lezen dat kan zijn… Oftewel, zou een leesdrang een verklaring voor mijn schrijfdrang kunnen zijn? Wie het weet mag het zeggen!

Bedgedicht

Met dat idee ging ik de nacht in. In plaats van de laatste mailtjes checken en nog wat berichtjes lezen. Terwijl het dekbed bovenop me mij langzaam zou verwarmen, zou ik klinkende rijmende regels, letter voor letter, kunnen intikken, bedacht ik me. Een bedgedichtje maken dus. En zo geschiedde. In de nacht van vrijdag op zaterdag. Functioneel en creatief mobielgebruik.

Ach ja. Het idee blijkt te moeten rijpen. Slechts een drietal regels heb ik toen vastgelegd, voor latere perfectie en net voordat ik sliep. Maar nu, op zondagochtend, geef ik toe aan mijn lichtelijk autistische drang om af te maken waaraan ik begonnen was. Is het dan nog een bedgedichtje? Misschien niet. Van de andere kant vond het daar wel z’n oorsprong. Dus…

Ik lig naast me
En ik slaap
De vrij- wordt zaterdag

En het verbaast me
Dat ik gaap
Terwijl ik schaterlach

Als alle dagen
Na de nacht
De ochtend plechtig gloort

Stel ik me vragen
Weldoordacht
Heb ik me echt gehoord?

Zijn gapen en de schaterlach
Niet twee keer
Metafoor?

Van leven 
Vrij- of zaterdag
Er op of onderdoor?

Berusting van de gaap
De blijdschap van de lach
Dat is op alle dagen zo
Als vrij- en zaterdag

Fijne zondag nog!

unsplash-logolcs _vgt

Sporen van herinnering…

Ondertussen is het al meer dan drie jaar geleden. Mijn zus Trudy was een van de eerste gasten in Hospice Doevenbos. Ik herinner me dat we vanuit haar kamer samen naar buiten keken, naar de kastanjebomen in de tuin. Het was mei en het gras rondom de bomen was nog maar net ingezaaid. Een groene waas scheen over het donkere zand. Het regende licht die dag. Trudy zag het omdat de regen de rode stenen van het tuinpad wat feller deden opkleuren.

Haar gezondheid ging in een paar dagen snel achteruit. Haar verblijf in het Hospice duurde maar twee dagen. Twee dagen waarin ze zich liefdevol verzorgd wist en waar ze uiteindelijk, in het bijzijn van een broer en een zus, in alle rust is ingeslapen. We hebben haar afscheidsdienst verzorgd op de manier die ze zelf had aangegeven. Ongeveer een jaar later hebben we haar as uitgestrooid op een plek die ze ook nog zelf had uitgezocht. Tussen kastanjebomen en dichtbij een bospad. Vlakbij een houten picknicktafel  en een grote waterpartij. Ik kom daar sindsdien met zekere regelmaat. 

Vorige week nog was ik er, om inspiratie op te doen voor het verhaal dat ik u nu aan het vertellen ben. Het was de eerste plek waar ik aan dacht, toen ik van de themawoorden ‘bomen’, ‘bladeren’ en ‘loslaten’ hoorde. Zeker in deze tijd van het jaar, waarin de herfst prachtige kleuren geeft aan bomen en aan losgelaten bladeren. Het is de tijd van korter wordende dagen in een zo nu en dan mistige sfeer van verval en troosteloosheid. Maar het is zeker ook de tijd van een onmisbare voorbereiding op nieuw leven. In elk vallend blad schuilt een nieuwe belofte.

En ze liggen overal. De gevallen bladeren. In alle herfstkleuren die de natuur in petto heeft. Bruin, rood, geel. En vaak nog met een waas van zomergroen. Soms waait een blad wat verder weg om even verderop neer te komen in het donkere zand. Op de uitstrooiplek van Trudy hetzelfde beeld. Gevallen bladeren, waar je ook maar keek. Samen legden ze een deken over de donkere aarde, die in drie jaar tijd ongetwijfeld één was geworden met de as die we toen hadden uitgestrooid.

Mijn oog viel op een groepje van drie paddestoelen tussen de bladeren. Een teken van nieuw leven, bedacht ik me, gevoed door eerder gevallen bladeren in een symbiose met de aarde daaronder. Even verderop stonden er nog meer. Ze groeiden in groepjes en soms stond er een alleen. Grote, kleine, rechtop, schuin. Er was er één, die zo ver achterover gebogen stond, dat je de mooie regelmatige onderkant kon zien. De sporen waren te tellen. En op dat moment voelde ik de verbinding met waar ik voor naar deze plek gekomen was. De sporen van de paddestoel waren in één keer ook de sporen van een levende herinnering aan Trudy. Een mooi moment. 

Drie jaar geleden moesten we afscheid van haar nemen, maar in die ene tel leek het alsof ze even gedag zei… via de sporen van de paddestoel. Ik weet, het was misschien vooral mijn eigen interpretatie van dat moment, maar toch was daardoor de herinnering aan haar even heel levend. Het voelde fijn om in de sporen van de paddestoel ook sporen van haar terug te zien. Levende sporen van herinnering. Groeiend in de kleuren van de herfst.

Ik wens u allen toe dat u op uw eigen manier de kleurrijke sporen van de herinnering aan uw dierbaren vindt, in de tijd die gaat komen. In het begin zijn die herinneringen mogelijk door het droevige afscheid nog wat troosteloos grijs, maar hopelijk worden ze al snel mooier van kleur. En of het dan herfst, lente, zomer of winter is, in gedachten kan, op die manier bekeken, een afscheid op elk moment, een kleurrijk weerzien zijn.

Tot hier en (niet) verder…

Twee opvallende zaken van de week, die ik graag zou willen benoemen. Eén, is een scheidsrechter die zelf zijn conclusies trekt en een excuusbrief schrijft over zijn opmerking van 10 kleine negertjes. En twéé is de Lidl-folder die over de komende feestdagen gaat, maar waarin mensen het woord ‘Kerstmis’ hebben gemist. In beide gevallen is er iets soortgelijks aan de hand waar ik wat over kwijt wil. Wat me telkens weer verbaast in dit soort gevallen is de ophef die er over ontstaat.

Er is een doorgeslagen overgevoeligheid ten opzichte van de medemens en/of de mening van de medemens. Een allergie van onverdraagzaamheid lijkt steeds vaker de kop op te steken. En zoals dat gaat bij een allergie: de één heeft er last van en de ander niet. Alleen is het nu zo dat wanneer ik er geen last van heb, ik toch geconfronteerd wordt met de verschrikkelijke jeuk die anderen blijkbaar hebben. 

Neem geval één. Uit de excuusbrief van de scheidsrechter leid ik af, dat hij zonder bijbedoelingen de uitdrukking ‘het lijkt hier wel het verhaal van de tien kleine negertjes’ heeft gebruikt. Hij zei dat tegen één van de voetballers en zijn opmerking was ingegeven door het feit dat er tegen het eind van de wedstrijd steeds vaker spelers in duels  ten val kwamen. Die opmerking viel dus verkeerd. Het was niet zo bedoeld maar de voetballers voelden zich beledigd en lieten dat merken. Ik weet niet hoe, maar het siert de scheids dat hij vervolgens een uitgebreide en mijns inziens zeer correcte excuusbrief schrijft. Bovendien meldt hij zichzelf bij de KNVB voor twee weken af als scheidsrechter. Ik kan me zomaar voorstellen dat de spelers begrip tonen voor deze acties van de scheids en zich een stuk minder of misschien wel helemáál niet meer gediscrimineerd voelen. 

Maar in deze tijd is die normale oplossing van een kwestie niet meer van belang. Ik doe iets fout, bewust of onbewust, en een ander maakt me daar op attent. Ik begrijp die reactie, leg uit dat het niet zo bedoeld is en bied mijn excuses aan. Wat me stoort is dat er voor de scheids nog sancties in de lucht hangen. De tuchtcommissie van de voetbalbond moet nog een uitspraak doen. Want de kwestie wordt meteen naar een hoger level getild. Het gaat niet meer over mensen. Niet meer over de scheidsrechter of over de voetballers. Het gaat nu over meningen…

Lidl brengt een folder uit over de komende feestdagen. Niet vreemd, want Lidl brengt elke week, het hele jaar door, folders uit, dus ook in deze tijd die -dat heb je nu eenmaal in november en december- vergeven is van de feestdagen. Best te begrijpen dat Lidl al die feestdagen niet bij naam noemt, maar de overkoepelende term ‘feestdagen’ heeft gebruikt. Maar ho ho, dat lijkt op het vermijden van het woord ‘Sinterklaas’! Of nog erger: ‘Zwarte Piet’! En als we dan toch bezig zijn, waarom staat er nergens ‘Kerstmis’ in de folder? 

Verschrikkelijk dat mensen daarover vallen. Op de eerste plaats al bedroevend dat ze het ópmerken, maar erger is nog dat die bevindingen zichzelf via social media lijken te versterken. Het leidt al vrij snel tot oproepen om de Lidl te boycotten. Want het gaat niet meer om de compleet zelfstandige keuze van de Lidl om hun folders te maken op de manier hoe zij dat willen, nee, spreken van ‘feestdagen’ in plaats van ‘Kerstmis’ staat bij sommigen op dit moment gelijk aan landverraad. In Metro lees ik dat Geert Wilders de islamisering van Nederland hiervoor verantwoordelijk houdt en een Forum voor Democratie-fractie in Breda spreekt in een gefilmde reactie dus echt over ‘landverraad in reclamedrukwerk’.

Wat blijkt nu? Volgens hetzelfde artikel in Metro komt het woord ‘kerst’ op 27 van de 115 pagina’s tellende reclamegids voor en wordt het 461-maal als zodanig benoemd. Met andere woorden, als je alleen maar koppen snelt en je niet verder verdiept in de inhoud, dan zijn de reacties per definitie ook tamelijk hol en weinigzeggend. Alleen vervelend dat heel veel nietszeggende reacties toch op de een of andere manier steeds meer impact lijken te krijgen. En net als bij de scheidsrechter gaat het daarbij al lang niet meer om mensen. Het gaat alleen nog maar om meningen.

Inhoud en goede bedoelingen hebben plaats gemaakt voor oppervlakkigheid en venijn. Venijn dat soms zelfs uitmondt in haat, maar in alle gevallen overgevoeligheid tot gevolg heeft. Allergische reacties oproept. En waar de één allergisch is voor mening x, is de ander dat voor mening y. Het leuke is nu dat de oorzaak van de kwaal misschien ook wel de oplossing is. Social media biedt namelijk zalf voor beide allergieën. En die zalf komt uit één en hetzelfde potje! Die zalf bestaat uit een mengsel van begrip, ruimdenkendheid en respect voor de ander. Maar je moet wel de bijsluiter willen lezen. Voor dat argument is de één best wel gevoelig, de ander wat minder en weer een ander helemaal niet. Want als je geniet van de jeuk, dan wil je ook blijven krabben. Tot bloedens toe.

Scheids, zou ik de komende twee weken je spuitbus kunnen lenen, zodat ik hier en daar wat lijntjes kan trekken? Tot hier en niet verder…