Henk…

Zijn motor stond naast de kist. Op twee schermen in het crematorium in Venray prijkte zijn foto. Daarop stond hij, naast een volbeladen motor. Fier de camera inkijkend. Klaar voor zijn zoveelste reis, met zijn motorvrienden of helemaal alleen. Zo doorkruiste hij duizenden kilometers door Europa, voortdurend de vrijheid voelend van de wind en de zon. En nu een reis die, volgens ritueelbegeleidster Lucie Geurts, zijn laatste maar misschien wel mooiste reis zou worden, als hij bij aankomst zijn overleden zus en moeder weer zou zien.

Henk hield van harde muziek, vertelde zijn dochter Laura bij aanvang van de dienst, ‘maar dat zullen jullie zo meteen wel horen’. Het was muziek die Henk zelf had uitgezocht, in de laatste twee weken van zijn verblijf in Hospice Doevenbos. ‘Born to be wild’ klonk er stevig door de boxen en de foto’s op de schermen pasten daar perfect bij. De motor en Henk vormden duidelijk een twee-eenheid. De motor stond voor kracht, voor beschikbaarheid, voor altijd maar doorgaan en voor betrouwbaarheid. Allemaal eigenschappen die eveneens op Henk van toepassing waren.

Aan die eigenschappen kon ik er uit eigen ervaring een toevoegen: Henk zocht en vond steeds hele eigen oplossingen voor zaken die zich voor deden. Zijn enthousiasme en vindingrijkheid daarin waren kenmerkend. Vanzelfsprekend stelde hij telkens zijn huis gastvrij ter beschikking als uitvalsbasis en commandocentrum voor de buurtbarbecue-commissie, die daar jaarlijks dankbaar gebruik van maakte. Henk was tijdens die buurtbarbecue trouwens vaak zelf de grote animator, samen met buurtgenoot en goede vriend André. Henk zorgde meestal voor de muziek. Niet alleen harde muziek, want hij hield rekening met anderen. En nu, bij zijn afscheid, was het Laura die met een bijna verontschuldigende glimlach en met dezelfde vriendelijke voorzichtigheid die Henk ook bezat, de aanwezigen voorbereidde op Henk’s muziekkeuze.. ‘Dat zullen jullie zo meteen wel horen…’

De vindingrijkheid van Henk was duidelijk een eigenschap die minstens één van zijn kinderen Arno, Laura en Eric hadden overgeërfd. Er was namelijk vanuit de aula van het crematorium een live verbinding tot stand gebracht naar de andere kant van de wereld, waar André en Mariet op bezoek waren bij hun zoon. Een telefoon in een plastic houdertje, op een kartonnen doosje, geplaatst op een houten kruk, maakte het mogelijk dat de dienst live gevolgd kon worden in Auckland, New Zealand. André en Mariet waren voor hun vertrek daar naar toe, nog bij Henk op bezoek geweest in het Hospice. Toen meende hij nog zeker wel een half jaar te hebben, dus hij zou ze na hun reis wel weer zien… Dat bleek wat te optimistisch. Maar de live-verbinding was er en wie weet, misschien zag Henk hen in Nieuw Zeeland op datzelfde moment ook wel…

‘Geen bloemen, maar een bijdrage voor Hospice Doevenbos’ stond er in zijn overlijdensbericht. In de twee weken dat hij in het hospice verbleef had hij er blijkbaar veel warmte ontvangen. Henk kennende heeft hij daar zeker zelf ook warmte verspreid. Hij heeft er oplossingen gevonden voor wat nog voor en bij elkaar gebracht moest worden. Op zijn eigen manier. ‘Een Ummenthun-trekje’ noemde Laura dat aan het begin van de dienst. En alle aanwezigen herkenden dat beeld. ‘You can go your own way’ zong Fleetwood Mac.

Het grote aantal aanwezigen in het crematorium, waaronder veel collega-motorrijders, sprak boekdelen. Zij hadden Henk op zijn laatste reis begeleid naar het crematorium, zoals ze elkaar bij elke reis daarvóór ook hadden begeleid. Een indrukwekkende aanblik.

Een laatste reis met Henk, door een op dat moment wat somber en mistig landschap. En toch… Diezelfde omgeving gaat er straks weer heel anders uit zien. Zonder Henk maar tegelijk ook mét hem. Omdat hij in gedachten voortaan met iedereen mee op reis kan. Nóg dichter bij de vrijheid van zon en wind…

Voor Arno, Kayleigh, Laura, Eric en Daphne
en iedereen die Henk gekend heeft.

Onverschilligheid…

Over iets meer dan een uur zijn de meesten van ons twee minuten stil. Dodenherdenking, samengebald in twee minuten zwijgzaamheid. Stil zijn en er bij stil staan dat vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend zijn. Dit jaar en volgend jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland in zijn geheel bevrijd werd. 2019 is ook het jaar dat het algemeen kiesrecht 100 jaar bestaat. Ook daar is strijd voor gevoerd, met name door arbeiders en vrouwen.

Ik haal die informatie uit de jaarthematekst van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dit jaar geschreven door tweede kamer voorzitter Khadija Arib. De titel van haar tekst: ‘Democratie komt met een verantwoordelijkheid’. Haar verhaal begint heel indringend met de beschrijving van een foto die gemaakt is op een warme zomerdag, om precies te zijn op 20 juni 1943.

Op de foto zie je honderden joden op het Olympiaplein in Amsterdam. Ze waren verplicht om zich daar te melden, zonder echt te weten waarom. Gekleed in dikke jassen, droegen ze zoveel mogelijk van hun eigendommen met zich mee. Hun gezichten stonden bezorgd, onwetend wat de toekomst hen zou brengen. Tegelijkertijd, beschrijft Arib, wordt er op een sportveld dichtbij gewoon doorgespeeld. De wachtende Joden konden dat zien en horen. Of de spelers op dat veld de wachtende Joden ook gezien hebben?

Arib haalt Elie Wiesel aan. Als overlever van Auschwitz heeft hij veel geschreven over het gevaar dat schuilt in zwijgen en wegkijken. Hij schrijft: ‘Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid jegens zowel vrede als oorlog.’
Twee minuten stilte is eigenlijk veel te weinig om de impact van die wijsheid te doorgronden.

Want het mag dan wel 75 jaar geleden zijn dat we bevrijd zijn, maar zwijgen en wegkijken doen we nog steeds. De onverschilligheid die hoogtij viert, biedt juist aan extremen alle ruimte. Daarom raakte het schrijven van Arib me zo. Met name het indrukwekkende begin van haar verhaal met de beschrijving van een situatie, 76 jaar geleden. Een voorbeeld in de geschiedenis waarvan we de herinneirng levend willen houden. Onder andere door elk jaar op 4 mei twee minuten stil te zijn met elkaar. Maar is dat genoeg?

Arib sluit haar verhaal krachtig af. Ze spreekt een wens uit voor onze democratie en onze vrije, open samenleving. Ik citeer: ‘Dat we er heel bewust onderdeel van zijn. Dat we niet wegkijken, niet onverschillig zijn, nooit meer wennen aan een beeld van een groep mensen -ondanks de felle zomerzon in dikke truien en jassen- met de angst op hun gezicht, wachtend op deportatie’.

4 en 5 mei. Ik lees haar verhaal. Ik ben straks twee minuten stil en weet dat het morgen bevrijdingsdag is. Een dag, waarop er helemaal niet zo ver van ons af, nog steeds groepen mensen staan, in dikke truien en jassen. En wij zien ze wel, maar blijven daar over het algemeen vrij onverschillig onder. Juist daardoor bieden we de extremen opnieuw een podium.

Twee minuten stil. Straks ook op het Moulin Blues Festival, waar ik op dit moment aanwezig ben. Niet live in de studio aanwezig dus, maar ik wilde dit verhaal wel hardop naar u uitspreken en heb het daarom afgelopen donderdagmiddag al opgenomen. Omdat stilte niet ten alle tijde vanzelfsprekend is. Net zo min als onverschilligheid.

Column uitgesproken op 4 mei 2019. Voorafgegaan door ‘Walk Away’ van Tom Waits en afgesloten met ‘Ze zijn terug’ van de Jazzpolitie. Column start op 2:44 (tot 7:10)

Vier mei stilte en vijf mei feest?

De afgelopen dagen heb ik deze onderwerpen nogal eens voorbij zien en horen komen. Het lijkt er ook weer de tijd voor, 4 en 5 mei. Onlangs, de dappere burgemeester tegen de rest, bij Pauw en Witteman. Zaterdag, artikelen in de Volkskrant over herdenken,verzoenen en vrijheid. Verschillend van toon. Bijvoorbeeld de Voetnoot ’Ongewenst’ van Arnon Grunberg. Of de column ’Vredenhof’ van Bert Wagendorp. Allebei op eigen wijze kritisch en indrukwekkend. En zo waren er meer.

Een semantische discussie vond de een. Een emotionele vond de ander. Peter van Uhm, op de Dam, met een toespraak over ons, zichzelf en vooral zijn zoon. Wij, inplaats van zij of ik. Niet één dag, maar ook 364 dagen daarna. En op de dag nauwkeurig wist de generaal buiten dienst wanneer zijn zoon was gesneuveld. Dienend voor de vrijheid gestorven, 5 jaar en zestien dagen geleden.

Emotioneel. Semantisch zou iemand anders kunnen opwerpen. We hebben de vrijheid om te vinden wat we vinden. Daarom mogen we herdenken belangrijker vinden dan verzoening, maar mag het ook andersom. En wat is er dus mis met verzoenen en herdenken tegelijk? In vrijheid, met z’n allen? Alles is daar mis mee, want het lijkt een utopie. We -wij- doen het niet. Zij willen het niet en ik kan het niet. Nu even niet…

De burgemeester van Vorden is gezwicht voor hokjesdenkers die zelfs vliegtuigen over kerkhoven laten vliegen, om hun gelijk af te dwingen. ’Vorden is fout’ trok het vliegtuig achter zich aan. Wrang, maar erger nog; zij vinden zichzelf ook wij. En beneden, op het brede pad naar de oorlogsgraven van de gevallenen voor de vrijheid, bedenken we -zij of ik- de oplossing om met hekken een tweesplitsing aan te brengen: linksaf voor de verzoeners en rechtsaf voor de herdenkers.

Had dat vliegtuigje vannacht niet opnieuw kunnen opstijgen met de tekst ’Damascus is fout’? Dat was voor de mensen daar beter te hebben geweest dan de bommen die er nu gevallen zijn. Iemand heeft die gegooid. Een ander heeft daar deze keer een vliegtuig voor doen opstijgen. Niet ik, maar zij. Of toch wij? O ja, en er is onlangs weer een voetbalscheidsrechter doodgeslagen. Nu in Amerika. Door een 17 jarige. Hoe oud waren die voetballers bij Richard Nieuwenhuizen?

Zijn het incidenten? Uitzonderingen die júist het belang onderstrepen van de gedachten van 4 en 5 mei? Ik hoop het vurig en geloof het zelfs, maar toch. Dan hebben we er blijkbaar wel erg veel moeite mee met z’n allen. We -ik- kom er in ieder geval even niet uit. En ik twijfel sterk of zij er wel uitkomen.

Niettemin. Op deze zonnige dag van de vrijheid neem ik die vrijheid. Om al diegenen die dit lezen te wijzen op de gekte en tegelijk de wijsheid in deze wereld. Tegelijk. Niet in twee verschillende hokjes. Zoals haat en liefde niet los van elkaar te zien zijn. En leven en dood met elkaar verweven zijn. Zo kunnen de gedachten over 4 en 5 mei wat mij betreft niet los van elkaar worden gezien.

Herdenk, verzoen, ben vrij. Dien eventueel. Maar doe dat tegelijk! En vooral niet in hokjes. Want zodra je het één met klem prefereert boven het ander, is het nog maar een kleine stap naar een vliegtuigje. Met tekst of met bommen. Op 4 mei. Op 5 mei. Of vijf jaar en zestien dagen erna. Tegelijk. Alleen tegelijk zijn ik en zij wij. Alleen tegelijk zijn wij vrij.