Bij deze dus…

Ik ben bijna op de helft van het aantal dagen dat mijn boekproject ‘Tijd heelt alle woorden’ online mag staan op http://www.voordekunst.nl. Tegelijk ben ik al een eind(je) over de helft van mijn streefbedrag. Zonder op het succes vooruit te willen lopen, wil ik toch iets uitgebreider in gaan op de inhoud van mijn boek en het waarom ervan.

Voor een deel heb ik dat uiteraard al toegelicht in mijn filmpje en mijn inleiding op de projectpagina, maar een beetje verdieping kan geen kwaad. Zeker wanneer er een dag voorbij gaat en er geen donatie is bijgekomen… Dan is het goed om een latent opkomende ongerustheid even te dempen met een motiverende introspectie en die vervolgens te delen. Dus, bij deze. Waar deed ik het ook alweer voor?

Ieder mens maakt dingen mee, die impact hebben op zijn of haar leven. Vaak vrolijke gebeurtenissen, gelukkig. Maar net zo vaak zijn het gebeurtenissen met een droevige of serieuze ondertoon. Ziekte, sterfgeval in familie of vriendenkring, scheiding, noem maar op. In mijn directe omgeving gebeuren zulke dingen. In uw omgeving zal dat niet anders zijn.

Het zet mij altijd aan tot denken. Wat is er precies gebeurd, waarom nu en vooral met welke impact? Vaak zijn het zaken die tijd nodig hebben om verwerkt te worden. En dat geldt evenzo voor gebeurtenissen die minder dicht bij huis (lijken te) liggen. Oorlog, vluchtelingen, vreemdelingenhaat. Ook dat grijpt in op de manier waarop ik naar de wereld kijk.

Om dat te beschrijven maak ik vaak mijn gedichten en verhalen. Soms hebben die verhalen een relatie met een gedicht. Dan leidt het een tot het ander. Daar waar een verhaal op zichzelf staat, merk ik vaak dat de teneur ervan toch veelal iets in zich heeft van troost. Voor mijzelf werkt dat in ieder geval zo. Maar ik denk ook wel eens dat, omdát ik me er zelf mee troost, er tevens iets in verscholen ligt waar anderen zich in herkennen.

Daar waar woorden helend kunnen zijn, en de tijd ons steeds vaker voor voldongen feiten lijkt te stellen, wil ik in mijn boek die tijd heel even stil zetten. Misschien wel tegen beter weten in, toch iets blijvends maken. Woorden geven aan eerdere ervaringen om zo de vergankelijkheid wat in te kleuren met tijdloosheid. Daar zou zo maar een gedicht uit kunnen voortvloeien. Ik zal mijn orgeltje er eens bijpakken…

Misschien een nieuwe bladzijde in mijn boek ‘Tijd heelt alle woorden’? Wie zal het zeggen. Opschrijven kan ik het in ieder geval alvast. Dat is het minste dat ik (al) kan doen. Bij deze dus.

Tijd heelt alle woorden

Het gedicht dat ik gisteravond tijdens café de Verbeelding heb voorgedragen op muziek van mijn buikorgel. Over het verschil tussen ‘Tijd heelt alle wonden’ en ‘Tijd heelt alle woorden’. Met plezier gemaakt voor de gelegenheid, én ook om mijn project op de site http://www.voordekunst.nl onder de aandacht te brengen. Ik wil namelijk eerder gemaakte gedichten, verhalen en columns bundelen in een ‘tijdloos’ boek.

Voor meer informatie over het boekprojekt: klik hier

Muziek, tekst én prijsvraag

Voor speciale gelegenheden moet je speciale dingen doen. Ook als die gelegenheden maar kort duren, of miniscuul lijken. Wanneer  je er speciale aandacht mee wil krijgen, dan moet je er ook wat speciaals voor doen. Dat was het uitgangspunt, toen ik het verzoek kreeg om bij de lokale TV Reindonk iets over café de Verbeelding te vertellen. Er is een link met mijn lopende boekproject, dus ook daar zou het in het voorgesprek over mogen gaan. Maar hoofdmoot was één minuut, die je mocht vullen ter promotie van een evenement. Nou, en dan is de keus snel gemaakt. Eén deuntje uitkiezen uit 216 mogelijkheden en daar een tekst op maken, die voor te dragen is, terwijl je de muziek laat klinken. Of dat gelukt is, mag u als lezer zelf beoordelen. De tekst is alvast hieronder te lezen.

Weet je wat heel erg leuk is
Dat is nou donderdag
Een café vol verbeelding
Wie komen wil die mag

Je kunt er gewoon wat drinken
Je kunt er praten, alleen of met elkaar,
Maar als de bel klinkt is er aandacht
Want op de buun staat iemand klaar

En die vertelt, of leest of zingt een liedje
Ontroert of lacht of speelt muziek
Dat is best spannend want iedereen die ziet je
Maar gelukkig is er een heel erg gaaf publiek

En je moet niks doen, er is voor elk wat wils
Alleen kijken mag, als dat is wat je liever doet
Naar iets uitbundigs of juist iets stils
Tot donderdag, in Cambrinus. Goed?

Nou, en hieronder in de laatste minuut van het filmpje wat het is geworden. Benieuwd of dat donderdag tot een overvol café gaat leiden. En ook benieuwd of dit filmpje -dat ik uiteraard ook op de crowdfund-site http://www.voordekunst.nl heb gedeeld- tot opnieuw een aantal donateurs leidt. Want tussen de regels gaat het wat mij betreft natuurlijk ook daar om. Mijn boek komt er als jullie het willen!

Een kleine quiz-vraag tot besluit: Wie kent de titel van het deuntje dat ik heb gebruikt? Onder de goede inzenders verloot ik mijn boek (als het er komt 😉

Investeer in ‘Tijd heelt alle woorden’

tijd-heelt-alle-woordenEen boek maken vraagt creatieve energie, tijd en geld. In die eerste twee onderdelen investeer ik heel graag zelf. Sterker nog, daar ben ik al enthousiast mee bezig. Dat derde onderdeel, geld, wil ik via ‘crowdfunding’ gaan aanpakken. Sinds een week staat mijn boekproject ‘live’ op de site http://www.voordekunst.nl. Om precies te zijn hier. ‘Tijd heelt alle woorden’ is de werktitel.

Dat het project op voordekunst mocht landen, vond ik al een opsteker. Maar nu komt de belangrijkste fase: zijn er voldoende mensen geinteresseerd in het boek? En nog belangrijker, vertalen ze dat in een donatie, om straks verzekerd te zijn van een exemplaar? Ik hoop het van ganser harte.

Aan mijn tegenprestaties heb ik zorg besteed. Die zijn zeer divers wat betreft waarde en inhoud. Voor zowel particulieren als voor bedrijven heb ik variaties bedacht. Met een klein buikorgel en een grote woordenschat kun je echt heel veel kanten op, is mijn ervaring.

De eerste donaties zijn veelbelovend. De reacties in de eerste week zelfs van dien aard dat ik er soms verlegen van word. Maar ik ben er nog niet. Het bedrag dat nodig is voor het drukken van het boek is nog niet bij elkaar. Promotie is het toverwoord. Spread the word!

En dat doe ik bij deze. Mocht je nieuwsgierig zijn naar het boek, klik dan op deze link. Misschien wil je weten of er een tegenprestatie bij is, die jou of jouw bedrijf goed past? Ik nodig je dan ook van harte uit om op mijn projectpagina een kijkje te komen nemen. Misschien word je daar wel net zo enthousiast als ik! Het boek gaat er komen, als jij het ook wil…
voordekunst_logo_regular_yellow

De fun van crowdfunding

In 2007 kocht in mijn buikorgel in Uberlingen. Een voorname reden voor de aankoop waren de filmpjes van Edwin Rutten, waarin hij in het programma Klokhuis met een wit geschminkt gezicht mooie teksten van Willem Wilmink voordroeg. Dat maakte elke keer grote indruk op me. Die combinatie van orgelmuziek en mooie teksten wilde ik ook maken. En daar kon ik vanaf 2007 mee aan de slag. Niet dat ik daar de godganselijke dag en dat negen jaar lang mee bezig ben geweest, maar toch met enige regelmaat en bij  verschillende gelegenheden.

Sommige tekst-muziek-bijdragen aan een feest of een jubileum waren momenten in de tijd, die verstreken, tegelijk met het voorbijgaan van het feest. De teksten heb ik vaak nog wel. Een orgel-aubade tijdens het afscheid van Door van Steppin-in. Een 50 jarig huwelijksfeest in Sevenum opluisteren met muziek en het gouden paar dan verrassen met een spontaan gemaakte tekst op muziek. Twintig jaar Cambrinus in twaalf coupletjes samengevat, en voorgedragen op de muziek van Macky Messer uit de Dreigroschenoper. Een kerstuitzending van Wiekendproat opgeluisterd met een dialekt-tekst over Kerstmis. En niet te vergeten, recent, tijdens café de Verbeelding. Tijdens de eerste jaargang 10 keer rondom tien verschillende thema’s een gedicht gemaakt en dat op passende orgelmuziek gedeclameerd. Volgende week is trouwens voor de tweede keer café Verbeelding van de tweede jaargang. Een aanrader. Gratis entree!

Zo nu en dan zijn deze momenten van voordracht op muziek ook in beeld vastgelegd. Tijdens de eindejaarsviering op het werk, een jaar geleden, heb ik zo een tweetal optredens van elk drie nummers verzorgd voor mijn collega’s. Wim Wijnhoven heeft dat prachtig in beeld gebracht. Tijdens een open dag van natuurbegraafplaats Weverslo in Venray een zestal gedichten voorgedragen op muziek. De beelden daarvan, dankzij Math Craenmehr,  zijn me dierbaar. Ook omdat op deze manier steeds meer materiaal ontstaat, dat promotioneel werkt en in ieder geval stimuleert om door te gaan met wat nog steeds heel goed voelt.

Bij dat groeiende aantal optredens, groeit ook het aantal keren dat ik de vraag krijg of ik mijn teksten niet in boekvorm heb. Hoe vaker je een dergelijke vraag krijgt, hoe meer je er zelf ook aan gaat wennen dat dat misschien nog helemaal niet zo’n gek idee is. Van het een komt dan automatisch het ander en ik kan bij deze verklaren, dat ik sinds gisteren een crowdfunding project gestart ben op http://www.voordekunst.nl.

Dat is hét platform voor crowdfunding in de creatieve sector. Het is een site waar je kunstprojecten kunt indienen op het brede creatieve vlak van beeldende kunst, muziek, film, fotografie, media, vormgeving, publicaties, theater etc..

In mijn beleving hoort het  boek dat ik wil maken daar ook bij. Want zeg nou zelf. Een door mijzelf vormgegeven boek, waarin gedichten die ik voordraag op muziek een plek krijgen. En een digitale versie van dat boek, met de mogelijkheid om door te klikken naar  filmpjes  van die  optredens. Optredens waar  muziek  en  gedicht  samensmelten tot een ‘theaterachtig’  geheel. Kortom, ik zie wel wat aanknopingspunten om mijn boekproject daar te starten.

Maar goed. Ik vond het net zo goed nog wel spannend toen ik mijn idee voor een boek inbracht om beoordeeld te worden door de medewerkers van voordekunst. Maar hoera, hoera. Zij waren er snel uit. Mijn boek paste bij hun filosofie! De site biedt me nu het podium om mijn project onder een breed publiek onder de aandacht te brengen. Gisteren en vandaag ben ik bezig geweest om alvast die aandacht te vragen aan mijn eigen netwerk van familie, vrienden en bekenden. En op dit moment, terwijl ik dit voorlees en u er hopelijk aandachtig naar luistert, wordt de groep ingewijden nog weer wat groter.

Zo werkt dat met crowdfunding. Er zit het woordje ‘fun’ in. Zo is dat misschien niet letterlijk bedoeld, maar ik vind dat wel een aardige insteek. Fun voor mij, omdat ik een boek mag maken, als de crowd er ook fun aan denkt te gaan beleven. We zullen het zien. Wordt vervolgd.

Voorgelezen bij Wiekentproat (Radio Reindonk), ingeleid met het nummer ‘Yesterday’ door Ray Charles en afgesloten met ‘Money in our pockets’ van Jodymoon. (Verhaal begint op 2:45)

 

Het verhaal achter het verhaal

Een tijd geleden schreef ik een verhaal met de titel ‘Don’t take your heart to heaven‘ (2 augustus). De inspiratie daarvoor kwam van een muzikant (Doug Morter) die ik sprak bij muziekcafé Cambrinus. De engelse vertaling (Dank Mees!) is via Doug terechtgekomen bij de man die destijds de gelijknamige song schreef, Jim Gordon. Hij bedacht de prachtige volzin ‘Don’t take your heart to heaven. God knows we need it here’. Nog steeds vind ik die geniaal.

Mijn verhaal was er op gebaseerd. Op die zin en op wat ik destijds hoorde van Doug. Doug putte weer uit zijn herinnering. Herinneringen aan wat Jim hem waarschijnlijk ooit verteld had en voor een deel putte hij ook uit wat hij zelf van de gebeurtenissen had onthouden. Jim en Doug zijn goede vrienden. Nog steeds. Wanneer je een verhaal via, via terugverteld, dan weet iedereen wat er mee kan gebeuren. Details worden anders, tijdlijnen vervagen enzovoorts. Daarom ben ik heel blij dat Jim me heeft willen bijpraten. Hieronder het verhaal, maar dan verteld vanuit de bron. Nog steeds ben ik onder de indruk van de boodschap die nog torenhoog overeind staat: Don’t take your heart to heaven. God knows we need it here.

Hieronder Jim’s verhaal

The Story behind the song

This part of my story starts on January 4th, 1988. At the time I was living in a small town on the east coast of Norway called Larvik, the home town of explorer Thor Heyerdahl. Originally from Ireland I had moved to Norway in 1982 after working there off and on as a musician for several years. My wife, Marianne, (now divorced) was from Larvik and we had two children, Naomi (3) and David (10 months). At about three in the morning we were awakened by the sound of a fire in the house that, by the time we realized what was happening, was completely ablaze. Unable to reach Naomi’s room because of heat and smoke, I jumped, naked as I was, from the second floor balcony. In the moment I had thought I would die. Marianne dropped baby David down to me. I caught him in spite of having lost my glasses, broken my arm and that it was minus 5 degrees and the ground was hard frozen.

A policeman came round the corner offering help and I gave him the baby. Marianne jumped but in falling broke her back. The fire service arrived and we were hustled to an ambulance. The firemen did not manage to rescue Naomi and she died. Marianne was in hospital for several months, undergoing operations etc., her back was saved. After her release we lived in a cottage in the woods whilst we rebuilt the house and she became pregnant.

Maria was born on Feb 12th 1989, just after we had moved back in to our home. She was diagnosed with a congenital heart problem after only a few weeks and we were advised by well meaning Doctors to give up and simply go home, as transplantation was the only way to save her. At the time transplantation was not available to children under 16 years of age in Norway. The only recourse was to go to England where such an operation was available. I contacted some friends in London who worked in the media and they put me in touch with the Daily Express whose medical correspondent told me whom to contact. At this point the Norwegian system was not being helpful and time was short.

We travelled over to England after a few weeks to the now defunct Harefield hospital outside London where the famous pioneering surgeon, Magdi Yacoub, was the senior surgeon. Maria was accepted onto the transplant list as a private patient because she was not covered by the British health system. I signed a contract for about 50,000 British pounds and we travelled back to Norway wondering where the money would come from- The Daily and Sunday Express had written articles about our situation but no financial help was to come from there.

In Norway however the National Newspaper, Dagbladet, took up the story, many articles were written on the theme and they raised almost 500, 000 Norwegian Kroner ( ca 50,000 pounds) over a period of weeks and that was enough to cover the expenses. Eventually the many details were sorted out over the summer and in the event there was an election in Norway (August) that resulted in the government agreeing to pay for the operation. The main problem after that was to find a donor, because for Maria to live, somewhere else in Europe a child had to die.

Weeks went by and nothing much happened so I contacted my friend who worked for the BBC at the time, as a journalist on the Breakfast news programme. I wanted to come to London and make an appeal on breakfast TV. She approached her bosses but they decided to send a film team and a reporter to Norway. A short report about Maria and the plight of some other patients was broadcast in November of that year, one week after the fall of the Berlin wall. The reason was that there was an international conference on the broad subject of transplants taking place in London. The story was very much in its time.

The reports were broadcast on the Wednesday, Thursday and Friday of that week in November, on the morning news. It also coincided with the annual Children In Need TV appeal and was seen by an estimated 23 million viewers on the Friday. On the Saturday evening we were contacted by the hospital and were flown by Norwegian air ambulance to London. A car in the London area had knocked down a child and his parents were offering his organs for transplantation.

Marias operation took place on the Sunday and on the Monday morning Maria was a TV-news sensation being, at 9 months, the third youngest in the world and the first ever Norwegian heart transplanted child. We lived outside London for about 4 months or so whilst in the follow up phase of her operation.  After she was eventually sent back to Norway I decided to try to give something back as a way of saying thanks for the help we had received. I took the slogan “ Don’t Take your Organs to Heaven, Heaven knows we need them here” and wrote the song “Don’t Take your heart To Heaven”

I recorded the song, sponsored by Dagbladet,  and offered it to the heart support organization in Norway as a possible way of raising awareness.  The process was very slow and they eventually did not use the song, not realizing the power of a story and music…They did, however, start a committee with other interest groups to explore the possibilities of raising donor awareness in Norway.

In 1999 Maria died suddenly at the age of 10. …

After this I recorded an album of songs with Doug Morter, a well-known English musician and good friend, along with some other good friends, also good musicians, from the UK. One of the songs was “Marias Song” that can be listened to on my web site at http://www.Jim-Gordon.com.

In 2004 I re-recorded “ Don’t Take your Heart to Heaven “ as part of a new album I recorded with some Norwegian musicians in Bergen where I had moved in 2001, having re-married. There was no intention to use it except as part of the cd. I realized that the committee I had previously been in contact with when I wrote the song had evolved into a national donor organization so I sent the two cds to the leader offering my services should an opportunity arise.

I was contacted a couple of years by Ulleval ( national-hospital in Oslo) donor section that was going to organize an event, partly to raise awareness and partly to say thanks to the families of donors. I went along and told my story and sang my two songs. The event was very successful and has taken place every year since then with the families of people who have been donors during each past year being invited. Up until recently it was unique in the world but now other countries are starting to have similar events.

I have been invited each year for the last 7 or 8 years and will be there again in October this year. I find that it is an event that helps to give these families closure and also the knowledge that they are not alone. Others taking part include personal from the hospital, representatives of the government and at least one person who has had a transplant.

This year I recorded a new project with Doug Morter and the same musicians as in 2000. We decided to record “Don’t take your heart to heaven again” as the version I now perform is so very different from the one I recorded in 2004. It was Doug´s suggestion that I offer the track to the donor organization to see if they can use it in some way to help raise donor awareness. Exactly what form that might take is yet to be decided and the cd is now at mastering stage in England as I write.

 

Finally: The post script is that David is now a thirty year old successful engineer, Samuel who was born during the events of the story is studying film at the American film institute in Los Angeles and i have three other fantastic girls with both my ex wife and my current wife here in Bergen. So life goes on.

Jim

 

Alex, 6 jaar…

Een jongetje van zes schrijft een brief aan de president van America. Het jongetje wordt professioneel gefilmd en de brief met het kinderlijke handschrift wordt regel voor regel in beeld gebracht. Daarna het ventje zelf, Alex, dat niet alleen al kan schrijven, maar ook nog kan lezen. De inhoud van de brief is van een kinderlijke schoonheid en eenvoud.

Hij vraagt de president om het stoffige ventje, Omran, uit Aleppo op te gaan halen en bij hem thuis af te komen leveren. Hij en zijn zusje zullen zich dan over hem ontfermen. Ze zullen hem ontvangen met vlaggen, bloemen en ballonnen. Ze zullen hun speelgoed met hem delen. Hij zal Omran op school voorstellen aan zijn Syrische vriendje Omar. Dan kunnen ze samen spelen en dan kunnen ze elkaars taal leren.

In één keer en naadloos gemonteert leest Barack Obama zelf de rest van de brief voor tijdens een congres van wereldleiders over vluchtelingen. ‘We kunnen allemaal van Alex leren’, besluit hij, en in het applaus van de leiders komt Alex weer in beeld. Hij schudt zijn zojuist geschreven A4-tjes nog even op, alsof hij ze nog in de enveloppe moet doen, lacht in de camera en noemt nog even zijn naam en leeftijd.

Het filmpje van anderhalve minuut is in een paar dagen de wereld al rond gegaan. Of Omran al gehaald is door Obama? Ik denk het niet. Het patriottisme druipt daarvoor teveel uit het verhaal en het mooie muziekje op de achtergrond en de perfecte montages van de beelden doen mij vermoeden dat het ophalen van Omran ook niet de eerste prioriteit is van het filmpje.

Maar hopelijk vergis ik me en krijgt Alex straks de Nobelprijs van de vrede. Een prijs die hij samen met Omran gaat ophalen. Vooruit, Omar mag ook mee. Wie weet, hebben ze elkaar dan al wel Syrisch geleerd. Tegen die tijd zal president Trump hen ook nog wel willen ontvangen. Of vice-president Clinton. Tenzij Alex tegen die tijd niet zelf met een hoofdwond en onder het stof de wereldpers haalt. Nogmaals, ik hoop dat ik ongelijk heb..

PS
Vanavond eens kijken of Hilary en Donald net zo genuanceerd tegen de wereldpolitiek aankijken als Alex. En of ze net zo vriendelijk voor elkaar willen zijn als Alex voor Omran. Ik denk het wel.

Voor de kunst…

Zaterdagmiddag, half zes. Met een potje pinda’s en een Franciscaner op het terras bij Liesbeth. Nadenken over hoe ik mijn project op ‘Voor de kunst’ verder inhoud ga geven. Vanmiddag ook de promo gemaakt. Leuk en spannend. Wordt vervolgd.

Jacqueline

 

Ze bedankte me ooit voor een ‘in memoriam’-gedicht dat ik voor haar vader had geschreven in de plaatselijke carnavalskrant. Sindsdien groeten we elkaar en komen we elkaar vooral tegen in de cafetaria waar ze werkt. Een aantal jaar na haar vader is ook haar moeder overleden. Ook dat is nu alweer enige tijd geleden.

Of het komt doordat ik zelf relatief jong mijn ouders heb verloren, ik weet het niet, maar op de een of andere manier houdt het afscheid dat mensen moeten doormaken me altijd wel bezig. Het verdriet, de verwerking, het zijn zaken die mijzelf ook zo nu en dan door het hoofd gaan.

Zoals onlangs weer, toen ik Jacqueline achter de balie bezig zag om de verschillende bestellingen vakkundig en routinematig te verwerken. Mijn bestelling zat daar ook ergens tussen. Wachtend dacht ik aan haar Facebook-reactie onlangs, op het gedicht over haar vader dat ik spontaan, in een serie van soortgelijke gedichten, opnieuw online had gezet. ‘Zoë aas heej’, heette het.

Toën te Baerts

Een reactie op het gedicht, en kort daarna via een persoonlijk berichtje een foto van haar vader, in een lijstje. De woorden van het gedicht waren over hem heen geprojecteerd. ‘Kiek s Geert, zoë stiet ie beej meej in de kast…’ stond erbij geschreven. Mijn reactie, ‘Wauw, doa krieg ik da wer kiepevel va… Moëi!’ beloonde Jacqueline met een smiley.

‘Bestelling 92’, riep ze. Een grote witte zak met lekkere inhoud stond op de balie. Heel kort wisselden we onze online-ervaringen ter plekke nog even live uit. We hadden het ook over haar moeder en het gemis. Een ‘Zoë aas zeej’ zou niet misstaan in haar kast, naast de foto van haar vader. Ze zei het lachend, bijna achteloos. Maar het inspireerde wel. Thuis bij de fricandel speciaal en de friet wist ik het zeker.

Ondertussen zijn we een week of wat verder. Jacqueline en ik hebben over en weer nog wat herinneringen gedeeld. Daaruit is een tweede gedicht ontstaan. ‘Zoë aas zeej’. Jacqueline gaat het weer over een foto projecteren en binnenkort stuurt ze me daar een voorbeeld van. Toën en An staan dan weer naast elkaar en spreken ons toe met woorden van herinnering.

 

Zoë aas zeej
hiël gastvreej
aalt de deur
vur oow aop deej…

Zoë aas zeej
mit en bleumke
hiël veul kleur
beej waat haop deej…

Zoë aas zeej
aalt woj winne
fanatiek
vur de priës

Zoë aas zeej
aalt geliëk haaj
ma nevver noeïts
eigewiës

Zoë aas zeej
na ’t laeve lachte
en ellekes kiër
aan de zwier ging…

en zoë aas zeej
zoonder klaage
ellekes kiër
toch ma wier ging…

Zoë aas zeej
na oow luusterde
mit engele
geduld…

hedde geej toen ok
eur wermte
vaan doënbeej
gevuld?

vur ôs aal
Zoa speciaal
Manno-man…
Danke An

GvdM

Op een dag als vandaag…

Onderstaande gedicht op muziek voorgedragen tijdens café de Verbeelding. Hieronder de tekst, maar als je het horen wil kan dat ook.

Op een dag als vandaag
Stel ik hier aan mezelf de vraag
Is alles  wat er gebeurt
ook door mij ingekleurd
of houd  ik me afzijdig

ben ik ook, net als velen van ons teveel van zwijg en stem toe
denk ik te vaak, ach wat doe ik in ‘t geheel er ook toe
dus, laat maar gaan,  komt wel goed en blijf ik doen wat ik doe

tot op de dag van vandaag
heel vaak toch steeds die knagende vraag
hoe maak ik het verschil
is alleen omdat ik het wil
eigenlijk niet veel te weinig

Ja maar…

Wat moet je doen vandaag de dag
Waar wie ook maar wil alles maar mag
Iedereen alles vindt
niemand vergevingsgezind
en zovelen rechtlijnig

Op een dag als vandaag
Zijn mijn antwoorden meestal wat vaag
‘k Zeg enkel dat is niet goed
En soms hoe het wel moet
maar dat voelt tegenstrijdig

Kan ik, net als velen van ons, veel meer doen dan wat ik doe
En als dat zo is, en dat hoop ik, weet iemand dan hoe
Ik neem het graag aan, hoe het moet of wijs me de weg er naar toe

Op een dag als vandaag
Stel ik aan mezelf (en aan jullie) de vraag
Is alles  wat er gebeurt
ook door mij (en door ons) ingekleurd
of houden we ons teveel afzijdig