schrijverstasje
om gedaan
vroeg op de avond
weg gegaan
toetsenbord en
bluetooth aan
iphoneschermpje
blijft mooi staan
fijn, het werkt
ik ben voldaan…

schrijverstasje
om gedaan
vroeg op de avond
weg gegaan
toetsenbord en
bluetooth aan
iphoneschermpje
blijft mooi staan
fijn, het werkt
ik ben voldaan…

kwart voor acht
in volle zon
een werk’lijk ware
warme bron

vóór wuivend koren
groene pracht
wel vier hectare
golvend zacht

om kunststof bank
ook korenaren
en stuk voor stuk
prachtexemplaren

verdwaalde groei
uit eigen kracht
wat is, dat is
kwart over acht…

Twijfel
Ik twijfel of ik er iets van moet zeggen. Maar iets in mij zet me aan om het wel te doen. Iets te zeggen, namelijk, over meningen die mensen kenbaar maken. Vooral sociale media, zoals Twitter en Facebook, staan er vol mee. In mijn geval is het vooral Facebook (Twitter gebruik ik alleen maar passief), waarin mij regelmatig meningen worden voorgeschoteld, die afkomstig zijn van mijn Facebookvrienden. Dat is niet zo vreemd. Het is inherent aan dat platform en ik maak er tenslotte vrijwillig deel van uit. Vrijheid van meningsuiting en zo. Daar kun je toch niet op tegen zijn…
Klopt. En toch. Ik vraag me steeds vaker af wat iemand er mee opschiet, met het delen van zijn of haar mening. Maar vooral, wat de diepere motivatie of onbedwingbare drang is van iemand om zijn expliciete mening over wat dan ook via Facebook kenbaar te maken. En wat me ook bezighoudt, gaat over de manier waarop de meningen vaak geformuleerd zijn. Wát is het dat mij raakt, in een uitgebreid verhaal over de visie van vriend x of de tegenovergestelde visie van vriend y, of wat stoot me daarin juist af? En misschien nog wel belangrijker: Wat zegt dat over mij? Want het dilemma van dit alles: Is wat ik hierover opschrijf eigenlijk ook niet slechts een mening? Dus vandaar mijn twijfel. En toch de stap om hier iets over te zeggen.
Associaties
Als ik er over nadenk, dan komen er een aantal woorden bovendrijven. ‘Twijfel’, ‘vooringenomenheid’, ‘invoelingsvermogen’, ‘acceptatie’, ‘verzet’, ‘zekerheid’ en ‘begrip’. En vóór al die woorden zou ik ‘te weinig’ of ‘te veel’ willen zetten, om aan te geven wat me raakt in veel meningen die ik langs zie komen. Te weinig twijfel bij te veel vooringenomenheid. Te weinig invoelingsvermogen voor andere meningen, of te weinig acceptatie dat die andere opvatting er ook mag zijn. Te veel verzet en te weinig begrip. Of teveel begrip bij te weinig zekerheid. Want ónder veel meningen staan weer meelevende reacties waarvan ik niet altijd de indruk heb dat ze gebaseerd zijn op gedegen zelfonderzoek of gefundeerde eensgezindheid met de vertolker van de mening.
Maar ja, wat moet ik er verder mee? Maakt het uit wat ik er van vind? Is tenslotte ook maar een mening. Nou wil het toeval (…) dat ik net twee boeken van Eckhart Tolle (*) gelezen heb, die daarin spreekt over de waarde van het Nu en het zijn in het moment. Hij heeft het over het ego, dat leven in het Nu juist wil voorkomen en het Nu daarom vooral gebruikt als springplank naar de toekomst, al dan niet gebruikmakend van het verleden. Sinds dat ik het tweede boek bijna uit heb, gaat er steeds vaker een zinnetje door mijn hoofd, waar ik nog een keer iets mee wil doen: ‘Eckhart Tolle, ik begrijp hem nog niet ten volle..’. Maar ik herken en constateer wel dat veel meningen hun oorsprong vinden in het verleden of gericht zijn op de toekomst.
Besef
Verstand, gevoel en argumenten vechten vervolgens om het gelijk. Het lijkt een zich alsmaar herhalende en verhardende strijd over oorzaken in het verleden en gevolgen voor de toekomst. Maar wat ik steeds meer besef, is dat hoe uitgesprokener meningen zijn, hoe minder ze bijdragen aan oplossingen. Omdat die het vooral moeten hebben van samenwerking en harmonie. En nog meer ligt die oplossing mogelijk vooral in jezelf. Kwalificaties als ‘complotgekkies’ of zinnen als ‘wie dat niet snapt, spoort niet’, werken polariserend en verharden de standpunten. Wat minder expliciet, maar juist daardoor misschien nog wel meer misleidend zijn de verfijnd in de tekst verweven kwalificaties van de ander of de andere mening en de verstopte retorische vragen, die geen ruimte laten voor alternatieve antwoorden.
Er is meer dan slechts één mening. Als je toch vasthoudt aan die éne mening en je voelt de drang om die vervolgens met mij te delen, weet dan dat ik er niet per definitie op reageer met eens of oneens. Ik kijk wel naar het moment. En waarschijnlijk twijfel ik dan of ik er iets van moet zeggen. Maar wacht even, misschien is het dat wel! Dat vrijheid van meningsuiting te weinig wordt gezien als het gewoon even niet uiten van je mening? Of -zonder dubbele ontkenning- en niet als een retorische vraag verhuld, geponeerd als slotstelling: Vrijheid van meningsuiting wordt teveel gezien als het móeten uiten van je mening… Het is een drang waar ik in ieder geval niet aan zou willen toegeven. Dat laatste is een doel, geen mening. We leren elke dag bij. Maar dat is wel weer een mening. Denk ik…

(*)
1.Eckhart Tolle: Een nieuwe aarde (de uitdaging van deze tijd)
2. Eckhart Tolle: De kracht van het Nu (Gids voor een bewust en gelukkig leven)
een forse bries
blaast in mijn nek
laat eiken
stevig zuchten
de kraag
rechtop
rust in
mijn kop
kijk, en geniet
van luchten
terwijl ik zit
te wachten
wordt wat ik vind
verwaaid door wind
blust bruisend
mijn gedachten
en als ik uitkijk
over land
waait alles weg
niks aan de hand


van alle plekjes waar het kon
toch weer naar hier gekomen
waar ik aan dit gedicht begon
gevoed door rust en dromen
over stilte die van gekte won
en starheid weer liet stromen
een mooie woensdagavondzon
scheen net nog boven bomen…

heel even niks
geen woorden
en geen zinnen
geen plussen
en geen minnen
heel even
niks beginnen
geen covid, nee
en geen 5g
er valt toch niks
te winnen
nee,
even niks
heel even
geen gezeik
niemand
heeft ongelijk
‘t wordt avond
bij de eik…

op een plek
in frisse wind
valt er een rupsje
uit de eik
om me heen
is vooral stilte
groen en weiland
waar ik kijk
voor en achter
hoor ik vogels
geven van hun
zangkunst blijk
het bankje
waar ik nu op zit
een blaadje van
mijn been afstrijk
of ik er ben
of ooit zal zijn
dat weet het rupsje
uit de eik
het groene gras
en alle bloemen
buigen mee
met elke zucht
en in die stilte
van het fluiten
los ik op
in blauwe lucht
Is het die vreemde coronatijd? Is het omdat ik morgen zestig wordt? Dat onbestemde gevoel dat me bezig houdt, terwijl alles gewoon doorgaat zoals het gaat. Al die gebeurtenissen waar ik onderdeel van uitmaak, maar die buiten mijn invloedssfeer vallen. En daarnaast, of eigenlijk tegelijk, al die activiteiten waar ik wél zelf voor gekozen heb. Het leven waar ik middenin sta. Nou ja, middenin… zestig morgen. Mhm. Maar toch…
Dat gevoel, ergens in mijn onderbuik. Dat onbestemde gevoel dat ik verstandelijk probeer te verklaren. Een gevoel dat je misschien wel herkent. Die knagende vraag of de dingen wel gaan zoals je zou willen. Voor zover je daar überhaupt iets aan te willen hebt. Vaak is het zoals het is. Maar dat gevoel gaat vooral over de momenten dat je jezelf afvraagt of je misschien niet méér kunt doen om dat onbestemde gevoel wat ‘bestemder’ te maken.
En dan doemt de vraag onherroepelijk op. Waar bén je dan voor bestemd? Welke ‘stem’ bepaalt of bepaalde je levensweg? En praktischer: hoe nu verder? Als ik daar nu zo over nadenk, dan lijkt het wel alsof deze vraag me eigenlijk mijn hele leven al bezig houdt. En al die tijd, tot op de dag van vandaag, heb ik er geen afdoende antwoord op. Ondertussen doe ik van alles. Maar doe ik genoeg?
Doe ik wel genoeg, als dat onbestemde gevoel toch zo nu en dan de kop opsteekt? Hou ik mezelf niet voor de gek door te blijven doen wat ik doe, terwijl er een behoefte lijkt te zijn, ergens diep in mijzelf, voor iets anders? Alles lijkt te drijven op onzekerheid. Op het niet zeker weten en het idee dat je dat wél zou willen.
Nu ik dat zo voor mezelf opschrijf, realiseer ik me dat het niet reëel is om zekerheid te willen. Oneigenlijk om niet te willen twijfelen.
Misschien moet twijfel juist wel de basis zijn om te doen wat je doet. Juist in het doen ligt de zekerheid. Het moment van doen is ontdaan van twijfel. Ik weet dat bij veel dingen die ik in het verleden deed, het mijn credo was. Doen. Zou dat misschien het antwoord zijn op de bestemmingsvraag? Of op z’n minst een deel van het antwoord? Heel zwart-wit gesteld: Doen in plaats van denken over doen?
Bestemd. Bestemming. ‘Stem’ is in beide woorden essentieel. Een stem die woorden maakt om vragen te stellen. Een stem die ook de antwoorden formuleert, zelfs al zijn het ‘maar’ deel-antwoorden op de grote ‘onbestemde’ vraag. Zo moet het waarschijnlijk zijn. Of, beter gezegd, zo kan het ook zijn. Minder twijfelen of de dingen die je doet wel de dingen zijn die je zou willen doen. Zou best eens kunnen. Maar het kan ook zijn omdat ik morgen zestig wordt. Of zou het toch die vreemde coronatijd zijn?
Weet je wat ik doe? Ik deel alvast deze gedachte, ben nu in de stemming. Misschien wil je erop reageren? Doen!


doorgroefd gezicht
waar de oorlog
uit spreekt
kijkt stil
voor zich uit
doorleefd…
totdat de zoon
de dochter
of het kleinkind
die groeven
laat spreken
en door heeft
dat heel even
over generaties heen
herinneringen blijvend
moeten
worden gedeeld
dus door geeft
hoe met
elke krans
van bloemen
telkens ook de cirkel
rond wordt gemaakt
overleeft…


het plein waar niemand zich bevindt
geen mens die nog zijn huis verlaat
slechts ochtendzon en koele wind
blaast licht en luchtig over straat
ik loop en kijk en zie een kind
dat speelt en in zichzelf praat
over knuffelberen die het vindt
maar niet weet waar dat over gaat
zo onbevangen, weerloos, blind
zoals het in de wereld staat
en binnen steeds weer beren vindt
bij wie niet meer naar buiten gaat…
