Jarig…

Ik ben pas jarig geweest. Weer een jaar ouder. En als je al 65 keer jarig bent geweest, dan kan dat zomaar een dingetje worden…

het valt niet te verhinderen
het sluipt heel langzaam binnen
er is helaas niet van te winnen
het zal alleen maar minderen

Dat is de éne kant van de medaille. Die andere kant, daar gaat het eigenlijk om. Tenminste, dat houd ik mezelf voor als ik te veel gefocust ben op die ene kant…

genieten, net als kinderen
alsmaar iets nieuws verzinnen
en steeds opnieuw met iets beginnen
dat laat het leven zinderen!

Dat overdenkend, op een vroege dinsdagmiddag, met een chai masala op de bank. Soms is het zoeken naar de woorden of naar een zin die ik eerder hoorde…

de markt wordt langzaam opgeruimd
het wordt wat stiller in de straat
jong en oud lijken goed geluimd
en alles gaat zoals het gaat

bij Gember op de bank, bedaard
regen voorspeld, toch schijnt de zon
dat is wat telt, show must go on
het maakt niet uit als je verjaart
de gulden blijft een daalder waard

Zestig…

Is het die vreemde coronatijd? Is het omdat ik morgen zestig wordt? Dat onbestemde gevoel dat me bezig houdt, terwijl alles gewoon doorgaat zoals het gaat. Al die gebeurtenissen waar ik onderdeel van uitmaak, maar die buiten mijn invloedssfeer vallen. En daarnaast, of eigenlijk tegelijk, al die activiteiten waar ik wél zelf voor gekozen heb. Het leven waar ik middenin sta. Nou ja, middenin… zestig morgen. Mhm. Maar toch… 

Dat gevoel, ergens in mijn onderbuik. Dat onbestemde gevoel dat ik verstandelijk probeer te verklaren. Een gevoel dat je misschien wel herkent. Die knagende vraag of de dingen wel gaan zoals je zou willen. Voor zover je daar überhaupt iets aan te willen hebt. Vaak is het zoals het is. Maar dat gevoel gaat vooral over de momenten dat je jezelf afvraagt of je misschien niet méér kunt doen om dat onbestemde gevoel wat ‘bestemder’ te maken. 

En dan doemt de vraag onherroepelijk op. Waar bén je dan voor bestemd?  Welke ‘stem’ bepaalt of bepaalde je levensweg? En praktischer: hoe nu verder? Als ik daar nu zo over nadenk, dan lijkt het wel alsof deze vraag me eigenlijk mijn hele leven al bezig houdt. En al die tijd, tot op de dag van vandaag, heb ik er geen afdoende antwoord op. Ondertussen doe ik van alles. Maar doe ik genoeg?

Doe ik wel genoeg, als dat onbestemde gevoel toch zo nu en dan de kop opsteekt? Hou ik mezelf niet voor de gek door te blijven doen wat ik doe, terwijl er een behoefte lijkt te zijn, ergens diep in mijzelf, voor iets anders? Alles lijkt te drijven op onzekerheid. Op het niet zeker weten en het idee dat je dat wél zou willen.

Nu ik dat zo voor mezelf opschrijf, realiseer ik me dat het niet reëel is om zekerheid te willen. Oneigenlijk om niet te willen twijfelen.

Misschien moet twijfel juist wel de basis zijn om te doen wat je doet. Juist in het doen ligt de zekerheid. Het moment van doen is ontdaan van twijfel. Ik weet dat bij veel dingen die ik in het verleden deed, het mijn credo was. Doen. Zou dat misschien het antwoord zijn op de bestemmingsvraag? Of op z’n minst een deel van het antwoord? Heel zwart-wit gesteld: Doen in plaats van denken over doen?

Bestemd. Bestemming. ‘Stem’ is in beide woorden essentieel. Een stem die woorden maakt om vragen te stellen. Een stem die ook de antwoorden formuleert, zelfs al zijn het ‘maar’ deel-antwoorden op de grote ‘onbestemde’ vraag. Zo moet het waarschijnlijk zijn. Of, beter gezegd, zo kan het ook zijn. Minder twijfelen of de dingen die je doet wel de dingen zijn die je zou willen doen. Zou best eens kunnen. Maar het kan ook zijn omdat ik morgen zestig wordt. Of zou het toch die vreemde coronatijd zijn?

Weet je wat ik doe? Ik deel alvast deze gedachte, ben nu in de stemming. Misschien wil je erop reageren? Doen!