Niet weten…

Photo by Jakub Kriz on Unsplash

Het niet weten is voortdurend als een onderdeel van mijn zijn in mij aanwezig. Zo nu en dan realiseer ik me dat en houdt me dat in stilte bezig. Over mijn weten lijkt bij vlagen een dichte mist te liggen. Het vreemde van die mist is, dat hij pas echt komt opzetten, als ik me realiseer dat die er hangt. Dan is er geen doorkomen meer aan. Het weten is volledig aan het zicht onttrokken.

Bij mistig weer is het vaak de dichtheid van de mist, die bepaald hoe goed of slecht het zicht is. En ook van belang is waar de mistbanken beginnen. Op het ene moment heb je nog nergens last van en ineens zit je in een mistbank van jewelste. Datzelfde fenomeen speelt zich bij mij ook van binnen af. Voor mijn gevoel begint de mist ergens in mijn hoofd maar niet meteen achter mijn ogen of aan het eind van mijn gehoorgang. Want wat ik zie of hoor ontmoet op weg naar waar ik het registreer geen wolken. Dat wil zeggen, voor zover ik me daar bewust van ben.

Maar meteen bij het ‘me bewust’ worden, daar kunnen al de eerste flarden mist komen binnendrijven. Niet altijd, maar hoe meer weten en zekerheid worden aangesproken, hoe meer de mist dan dicht lijkt te trekken. Ik verwacht dat ik niet uniek ben, wat dit menselijke, inwendige weerverschijnsel aangaat. Maar wat me wel vaak verbaast, is dat het bij andere mensen aan de buitenkant nauwelijks te zien of te horen is. En het gekke is dat hoe stelliger iemand anders zijn mening verkondigt, hoe mistiger het in mijn hoofd kan worden.

De manier waarop een ander aangeeft over een onderwerp precies te weten hoe het zit, kan bij mij van binnen automatisch een code geel, oranje, ja zelfs code rood doen ontstaan. Over dat betreffende onderwerp ontstaat in mijn hoofd vrij snel de bevestiging van die weerwaarschuwing, in de vorm van plaatselijke dichte mist. Gelukkig plaatselijk, want de uitwijkmogelijkheden zijn vaak van een helderheid die voldoende zicht waarborgt.

Er zijn legio onderwerpen waarbij dit inwendige weerverschijnsel optreedt. Laat ik proberen dat met wat voorbeelden te verduidelijken. Ik kan ontelbaar veel onderwerpen benoemen die niks met corona te maken hebben, maar omdat het zo actueel is, noem ik er vijf die dat wel hebben. De stelligheid van de mensen van Viruswaarheid. De richtlijnen van het RIVM. De alternatieve aanpak van Herstel.nl. De adviezen van het OMT. De perikelen rondom de vaccinatie. Over elk van deze vijf onderwerpen zie en hoor ik vanalles. Het komt allemaal bij me binnen, maar ik merk dat een aantal onderwerpen steeds vaker in een dichte mist belanden, waardoor ik al snel het zicht er op verlies. Het gekke is dat ik dat veel minder erg vind, dan dat anderen mij willen doen geloven dat ik dat zou moeten vinden.

Ik koers vooralsnog op de uitwijkmogelijkheden die gelukkig in die gevallen voor mij wel helder zijn gebleven. Want soms moet je ondanks de mist toch gewoon verder. Moet je keuzes maken welke weg je gaat bewandelen. En dan merk ik dat Viruswaarheid, Herstel.nl en vaccinatie-tegenstanders bij mij ontzettend veel dichte mist oproepen. En dat het RIVM, het OMT en het daarvan afgeleide regeringsbeleid vanaf het begin voor mij helder zicht heeft opgeleverd. Niet dat ik het zeker weet. Maar juist daarom.

En opnieuw verbaas ik me over al die mensen die het wel allemaal zeker weten. Die geen spoor van mist zien in hun eigen overtuiging. En vanuit die zekerheid alleen maar zien wat de ander in hun ogen mist.

Wat je mist…

als er geen spoor
van twijfel is
en alles
lijkt beslist

als wat een ander
zegt of denkt
bij voorbaat
wordt betwist

dan blijft wat
o zo helder lijkt
gehuld in
diepe mist

© Geert van den Munckhof, 26 februari 2021

Wat er is…

de zonnecyclus lijkt weer rond
zacht streelt de wind mijn ogen
ik kijk naar schaduw op de grond
gestuurd, vertakt, bewogen

verbonden met die aarde
door schaduw en gedachten
bewonder ik de waarde
van wat er steeds al wachtte

herkennen wat bijzonder is
verzacht al heel veel pijn
jezelf te zijn in wat er is
en wat er is te laten zijn

Ondergesneeuwd…

onschuldig wit
vooral heel stil
de zon die smelt
de aarde
weer naar boven

dat ik hier zit
en niets méér wil
dan opgeteld
de waarde
van geloven

maar ook vooral
vertrouwen
ja, al met al
hier bij de eik
weer prima
vol te houwen…

Voor Ton…

rondom de oude eik
is alles weer gewoon
geen mondkapjes, geen plastic fles
nee, alles is weer schoon

drie graden slechts, een gure wind
en toch voelt het vertrouwd
gewoon omdat van deze plek
nog iemand veel van houdt

Mondkapjes en vitaminewater…

Bij de hele oude eik
In de zon op nieuwjaarsdag…

Op zo’n tweehonderd meter van het bankje zie ik het afval al liggen. Ter plekke zie ik tot mijn verbazing dat het een aantal gebruikte mondkapjes zijn en lege flesjes bronwater. Vitaminewater zelfs. Gezond afval is mijn eerste gedachte op deze prachtige vrijdagochtend, 1 januari 2021. En de tweede gedachte: wie zijn deze coronaverantwoorde, gezondheidminnende mensen die hier vertoefd hebben..

Het zit lekker in de zon. Ik besluit het afval mijn goeie gevoel niet te laten bederven. Op de fiets hier naar toe veel mensen tegengekomen die allemaal vriendelijk groeten of de beste wensen wensten. Ook zij voelden waarschijnlijk de kracht van de zon en van het nieuwe begin.

Een goed gevoel. En dat terwijl mijn zoon en dochter nog steeds in isolatie herstellende zijn. Mét aanhang! Allevier, ongeveer een week na elkaar, ‘vorig jaar’ positief getest. Gelukkig niet zo ziek dat ze gisteren oud op nieuw helemaal aan zich voorbij moesten laten gaan, maar anders was het wel. Mees en Ili, Pip en Joris, de beste wensen in mererlei opzicht!

In vertrouwen op betere tijden dus en met een goed gevoel, hier in de zon. Een heel nieuw jaar om het beter te laten worden dan dat het was. Een jaar waarin mondkapjes en lege bronwaterflesjes slechts tijdelijk de omgeving vervuilen. Misschien komen ze het straks nog wel opruimen..

Volgende keer toch ook maar een afvalzakje in m’n jaszak stoppen?

Mijn oom van 85…

Een levensloop op rijm, uitgesproken op de muziek van mijn buikorgel. Zondagmiddag, 20 december, als een verrassing gepresenteerd aan de jongste broer van mijn moeder. Een paar dagen vóór zijn verjaardag, om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de corona-bezoekrichtlijnen. Hij is 23 december 1935 geboren. Twee dagen voor Kerst 2020 dus 85 jaar geworden.

Zijn oudste dochter Paulien had me benaderd en samen hebben we aan de verrassing voor haar vader verder inhoud gegeven. Die zondagmiddag was het zover. Als ik de reacties achteraf mag geloven, dan was het een succes. Zelf heb ik dat ook wel zo ervaren. Leuk hoe van het een het ander komt. In mererlei opzicht. Maar daar zo meer over.

Het was fijn om het te mogen doen. Behalve mijn oom en tante waren Paulien met haar man Leo en haar broers Twan en Geert met zijn vrouw Josina aanwezig. De jongste zus Annette kon via de mobiel vanuit Schipluiden meekijken en meeluisteren naar de voordracht. Haar man Carl, die blind is, luisterde mee. Kinderen en aanhang, een dankbaar publiek.

Op ereplaatsen, met de rest min of meer op corona-afstand, waren ze met z’n allen getuige van de aubade op rijm en muziek. Het was precies waar ‘Tekst op maat’ voor bedoeld is. ‘Tekst op maat’ is één van mijn tegenprestaties, beschreven op de culturele crowdfundpagina voordekunst.nl, bij mijn lopende boekproject ‘Waar het hart vol van is…’.

Paulien had die optie daar pakweg drie weken eerder gelezen en zag het toen meteen voor zich. Een perfect cadeau voor haar vader, vond ze. Haar vader -mijn oom- die altijd voor iedereen klaar stond en nog steeds klaar staat, maar daarvoor zijn hele leven lang al alle bedankjes wegwuift en fysieke cadeaus blijkbaar steevast becommentarieert met de woorden ‘had niet gehoeven’ en ‘wie heeft dat bedacht’. Juist een verrassing zoals deze zou hij zeker kunnen waarderen.

Vooral omdat hij zelf op allerlei gebied creatief was en is. Met tekenen bijvoorbeeld. Of keramiek en schilderen. En dichten is hem ook niet vreemd. Vandaar. Ik had de indruk dat hij genoot van de voordracht . ‘Had niet gehoeven’ heb ik in ieder geval niet gehoord en het ‘wie heeft dat bedacht’ was eigenlijk een overbodige vraag: zijn eigen kinderen, op basis van mooie herinneringen vanaf hun vroege kindertijd tot aan vrij recent.

Later, in de huiskamer, hebben we de achtergrond van de aubade toegelicht, want hij is wel iemand die graag weet hoe het zit. Mijn oom, zittend in zijn fauteuil, luisterde op gepaste corona-afstand naar de uitleg. Ik vertelde van het boekproject en de crowdfunding die zo voorspoedig verliep dat het boekproject op enig moment zelfs was uitgebreid met een grafische component. Dat ik daarvoor mensen had gevraagd om een visuele vertaling te maken bij een gedicht van mij.

‘Dat kun jij ook wel doen, Pap’, zei Paulien toen. Waarom eigenlijk niet, was mijn eerste gedachte. Dus dat zei ik ook. Mijn oom hoorde het aan, zei verder niets maar stond even later op en liep naar de kast. Daar rommelde hij heel even maar pakte er toch vrij doelgericht iets uit. Het was een ets die hij vroeger gemaakt had. Hij had er ook nog één van de eerste drukken bij. Met een soort van ingehouden trots doorbrak hij even de corona-barrière en legde het etsplaatje en het gedrukte exemplaar voor me neer op tafel. Gemaakt, vertelde hij, in 1985, als uitnodiging voor zijn familie, op zijn 50-ste verjaardagsfeest.

Toen wist ik. Dit moment wil ik vastleggen. Mijn oom, die op deze manier zonder woorden niet alleen zijn waardering uitsprak voor wat hem zojuist buiten was ‘aangedaan’, maar die daarmee in feite ook liet zien waar het in het leven om gaat. In metaforische zin was de etsplaat de bron en de afdruk een afgeleide daarvan. Gelijkend maar nét even anders. Zoals kinderen een afgeleide zijn van hun ouders. Op ze lijken, maar toch allemaal heel eigen zijn en vaak nét even anders.

In het laatste couplet van de levensloop op muziek stonden twee zinnen:

prachtig erfgoed uit een bron
die bij jou en Nelly ooit begon

Nelly is al 55 jaar zijn vrouw. Ze kregen vier kinderen, die op hun beurt ook weer kinderen kregen. Prachtig erfgoed. En ik kon het niet helpen om even aan mijn eigen moeder te denken. Zijn zes jaar oudere zus, als ze nog geleefd had. In zijn ogen vol trots zag ik heel even haar voortdurende aanwezigheid. Een mooie ‘reproductie’ van herinneringen en toekomst, gevangen in één blik.

Eveneens te zien in één ets uit 1985. Met wat extra fantasie staan de twee eksters symbool voor ons allemaal. We komen uit elkaar voort, zijn er voor elkaar en voeden elkaar. Met het leven. Altijd. Vanuit de bron.

de bron…
… en de afgeleide

Straks…

‘Dan maak ik ‘n wandeling, door de verwondering’. Eén regel tekst uit het nieuwe liedje van Jack Poels. In z’n geheel prachtig, en sinds kort te beluisteren via YouTube. Ik hoorde het zaterdagavond voor het eerst. Getriggerd door het bericht hierover op de site van Nieuws uit Horst aan de Maas. Het was mijn tijd voor een column en om die zo actueel mogelijk te houden, begin ik meestal met kijken op de site waar deze column gaat landen.

En daar las ik zaterdagavond het nieuws over Jack’s nieuwe single. Met een doorklikmogelijkheid. Dus beluistert. Mooie tekst weer. En speciaal de zin ‘Dan maak ik ‘n wandeling (kleine pauze) door de verwondering’. Die zin raakt me. Het zet aan tot denken. Dat begint met de herkenning van het wandelen zelf. Lopen en je dan, op plekken waar je voorbij loopt, verwonderen over wat je ziet of hoort. Maar ook de figuurlijke betekenis spreekt me aan. Want hoe vaak ‘wandel’ je niet door alle gedachten die in je hoofd opkomen. Ikzelf verwonder me daar wel eens over.

En dan heb je natuurlijk de combinatie van die twee: fysiek wandelen, terwijl je tegelijk in je hoofd met allerlei zaken bezig bent. Vanmiddag bijvoorbeeld heb ik 10 km ‘gewandeld’. En nu ik daar zo aan terugdenk, verwondert het me aan hoeveel dingen ik gedacht heb tijdens het lopen. Te veel om op te noemen, maar ik doe toch een greep. Gewoon, omdat ik denk dat mijn gedachten die ik hier nu deel, voor veel mensen misschien ook wel weer tot gedachten leiden. Wonderlijk eigenlijk, hoe dat gaat.

Gedacht aan verschillende mensen die de afgelopen weken zijn overleden, en waarvan de overlijdensberichten mij als een confronterende werkelijkheid overvielen. Gedacht aan de begrafenisauto die bij de kerk stond, waar ik twee mensen bij zag staan die ik kende en die ik toen even aangesproken en daarna gecondoleerd heb. Gedacht aan het bijbehorende overlijdensbericht dat ik een paar dagen daarna pas in de Hallo zag staan, domweg omdat die bij ons pas op zaterdag in de bus komt.

Lopend daarover doorgedacht. Aan het relatieve van tijd en plaats en het je daarvan meestal niet bewust zijn. Gedacht over hoe ik de laatste tijd onder het wandelen mezelf soms ‘dwing’ om even uit mijn hoofd te gaan en dan -ook al is het heel kort- de verwondering voel bij wat ik zie. Ook dat maakt onderdeel uit van de verwondering. Er verandert zoveel. En toch is er zóveel hetzelfde. Jack Poels vertelt in het nieuwsbericht dat het in zijn nieuwe liedje niet alleen gaat over de ‘wandeling door de verwondering’, maar ook over de ‘wandeling door de verandering’, de ‘wandeling door de schemering’ of de ‘wandeling door het eigen dorp’.

Er schuilt zoveel symboliek in die woorden. Het zijn metaforen voor het leven in al zijn aspecten. Van abstracte verwondering tot aan concrete ervaringen en de wisselwerking daartussen. Ik denk dat we te weinig stilstaan bij de verwondering over al die dingen die ons levenspad kruisen. En dat komt, denk ik, omdat we ons teveel concentreren op het wandelen zelf en te weinig op de verwondering van het wandelen. Straks toch wat meer op letten. ‘Straks’, de titel van zijn single. Met dank aan Jack.

Bruna…

Ze klonken alle drie goed gemutst, de medewerkers achter de balie bij de plaatselijke Bruna. Dat hoorde ik, terwijl ik op een afstandje wat cadeautjes in de winkel aan het zoeken was. Er werden vriendelijke woorden gewisseld bij de kassa met de klanten die al hadden gevonden wat ze zochten. Toen ik zelf wilde afrekenen, wenkte V. me. De andere twee Bruna-medewerkers waren met klanten bezig. Met alledrie had ik in het verleden wel eens gesproken bij een eerdere aankoop, maar met V. had ik een langere voorgeschiedenis. ‘Als cadeau inpakken?’, vroeg ze vriendelijk. ‘Ja, graag’, zei ik, een beetje in gedachten verzonken..

In 2016 runde V. samen met C. de plaatselijke Bruna. Met C. en later met V. heb ik destijds besproken hoe mijn eerste boekpresentatie bij Bruna er uit zou gaan zien. Uiteindelijk hebben Egbert Derix en ik die gehouden op 17 december 2016. Sinds dat moment heeft mijn boek (‘Tijd heelt alle woorden’) tussen alle andere boeken bij de Bruna gestaan. Ik vond dat heel speciaal. En sowieso, dat het überhaubt kon. Ik weet niet meer of het V. of C. was die met de term ‘overeenkomst van consignatie’ op de proppen kwam. Ik weet nog wel dat ik het woord thuis even heb opgezocht…

Overeenkomst van consignatie
‘Een consignatiecontract tussen de inbrenger en de consignatiehouder. Regelt verdeling van opbrengsten, rechten en risico. Te gebruiken als de ene partij voor de ander goederen gaat verkopen, waarbij de eigendom bij de maker blijft.’

Ik was de ‘inbrenger’. Dan bracht ik 10 boeken en dan was ik na verloop van tijd zeer aangenaam verrast als V. of C. (‘de consignatiehouders’, maar zó officieel heb ik het nooit ervaren…) me belde of ik niet nog een aantal boeken kon brengen, omdat de voorraad op dreigde te raken. Uiteraard deed ik dat met liefde. Uit een laatje kwam dan het papiertje (‘de overeenkomst van consignatie’) waarop was bijgehouden hoeveel er verkocht waren. En dat werd dan heel netjes afgerekend. Elke keer verliet ik blij en trots hun winkel.

Mijn dochter Pip heeft destijds nog een periode bij Bruna met V. en C. gewerkt en ik herinnerde me de prettige sfeer die er steeds heerste. Het personeel kon het goed met elkaar vinden. Toch trok er een donkere wolk over de winkel toen C. ziek werd. Haar gezondheid ging op en af. Soms leek er hoop en was ze weer even in ‘haar’ winkel. Pip vertelde me dat V. vaak bij C. op bezoek ging, als die weer een mindere periode had. Zo nu en dan sprak ik V. in de winkel. C. was al een poos helemaal niet meer in staat haar geliefde werk bij Bruna te doen. Die onwerkelijke situatie greep ook V. aan, maar ze bleef C. bezoeken. Voor zover ik weet tot aan het allerlaatste moment, toen alle hoop op genezing was opgegeven en het heel snel bergafwaarts ging met de gezondheid van C. Uiteindelijk was zaterdag 16 februari 2019 haar uitvaartdienst. Daar ben ik samen met Pip naar toe geweest. De indrukken daarvan heb ik destijds in een verhaal beschreven.

‘Ik ben met m’n laatste twee weken bezig’. V’s woorden resoneerden even met de gedachten die vlak daarvoor nog door mijn hoofd gingen. De andere klanten waren weg en haar twee collega’s mengden zich bescheiden in ons gesprek. ‘Twee weken?’ vroeg ik, toen de woorden van V. pas echt tot me doordrongen. ‘Hoezo?. ‘Eigen keuze’, zei ze. ‘Ik nog vier weken’, zei E. Er waren binnen Bruna nogal wat dingen veranderd, begreep ik uit V.’s uitleg. De manier waarop de overkoepelende organisatie met de lokale Bruna omging, had geleid tot haar besluit om de eer aan zichzelf te houden. Over twee weken eindigde haar periode bij Bruna. ‘Weet je dat ik er echt aan gedacht heb’, zei ze, ‘jou een berichtje te sturen, om er een verhaal over te schrijven? Zoals je toen ook zo mooi bij C. gedaan hebt’. Ze keek naar haar handen die met een laatste plakbandje klaar waren met inpakken.

Ik was er even stil van. Er lag een laag van niet uitgesproken teleurstelling en berusting onder de opgeruimdheid, waarmee V. en haar twee collega’s over de op handen zijnde kille verzakelijking van het moederbedrijf spraken. ‘Klanten zijn voortaan zelfstandig. Bruna’s landelijke beleid is dat er geen personeel meer nodig is in de lokale winkels. Dus vooral niks meer vragen, hé’? Het klonk cynisch, maar in de ondertoon lag ook iets verdrietigs. Over twee weken zou dus ook V. niet meer werken bij Bruna. Een minder ingrijpend afscheid dan met C. Maar toch..

Jaren geleden liep ik blij en trots de winkel uit. Nu was er een gevoel van onmacht en schaamte. Onmacht tegenover het kille, landelijk beleid, dat blijkbaar op geen enkele manier rekening hield met lokale winkelwarmte en met mensen zoals V. en C. die voor die warmte zorgden. En schaamte over hoe er klaarblijkelijk met dat personeel werd omgegaan, dat zo lang ziel en zaligheid in het werk had gelegd. Zodanig dat V. zélf, met opgeheven hoofd, de knoop had doorgehakt. Misschien wel een beetje uit eerbetoon naar C.

Ik heb de drie medewerkers succes gewenst en V. geluk met alles wat op haar pad zou komen, na de komende twee weken. Ik weet niet of V. een grapje maakte, toen ze zei dat ik er maar een verhaal over moest schrijven. Hoe dan ook. Bij deze. Voor V. én -met welgemeende en terugwerkende kracht- postuum nog voor C.

Mede dankzij V. en C. hebben Egbert Derix en ik vier jaar geleden onze boeken gepresenteerd bij Bruna Horst. Een mooie, muzikale en literaire happening.

Gedicht in beeld…

Onlangs het werk opgehaald dat Helmie van de Riet maakte bij een van mijn gedichten. Heel apart en een mooie ervaring om de verbinding die zo ontstaat, samen te delen. Spannend ook.

Het voelde een beetje als het uitpakken van een cadeautje. Voor Helmie bleek het spannende er in te zitten of haar werk wel zou voldoen. Zoals je van een cadeau dat je geeft, nooit weet wat de jarige er van zal vinden.

Ze had haar werk in een mooie doos bewaard, die ze in het midden van de tafel had neergezet. Pas na een tijdje -ze schonk eerst nog een bakje thee in- maakte ze me er op attent. ‘Maak nou eens open’, zei ze. Pas toen werd me duidelijk dat haar werk daarin al die tijd had liggen wachten om bewonderd te worden. En bewonderd werd het!

Het werk van Helmie bij het door haar gekozen gedicht. Mooi!

Zo gaan16 mensen ieder een ander gedicht uitzoeken. Ik ben heel benieuwd hoe dat gedicht hen inspireert tot het maken van een eigen werk, ter illustratie van dat gedicht. De combinaties gaan een prominente plaats krijgen in het boek dat ik aan het maken ben. Behalve de geïllustreerde gedichten komen daarin ook andere gedichten, columns en korte verhalen die ik de afgelopen 14 jaar geschreven heb. Het wordt een stevig boek…

Ook nieuwsgierig? Je kunt vóórintekenen om het boek te ontvangen als het klaar is. De totstandkoming wordt mogelijk gemaakt door crowdfunding. Klik naar mijn campagnepagina op voordekunst.nl voor meer informatie. Het boekproject heeft de werktitel ‘Waar het hart vol van is…’. Of dat ook de titel gaat worden? Zou kunnen, maar het kan na gisteren ook best iets worden met vlinders…

Warmte uit het zuiden…

Zondagmiddag voor het eerst in mijn leven de installatie van een pastoor-deken ‘live’ meegemaakt. Om 14.00 uur die middag begon de livestream vanuit de Lambertuskerk in Horst, vakkundig opgenomen door Delta Limburg, een videobedrijf uit Midden-Limburg. Waarschijnlijk uit Midden-Limburg omdat een groot aantal mensen uit Roermond graag mee wilde kijken hoe ‘hun’ pastoor Wilson Varela in de nieuwe gemeente ontvangen en officieel geïnstalleerd zou gaan worden. Die installatie verliep volgens een strak protocol en ging gepaard met een indrukwekkend ceremonieel dat met eerbied in beeld werd gebracht. Zo dichtbij heb ik nog nooit een dienst meegemaakt.

Dichterbij dan de dertig mensen in de kerkbanken en bijna net zoveel mensen rondom het altaar. Zij zaten dichtbij het gebeuren, maar thuis zag ik alles nog veel closer. Vicaris-generaal René Maessen vertegenwoordigde het bisdom Roermond en hij leidde de dienst, werd mij verteld door de vice-voorzitter van het kerkbestuur, de heer Joop de Hoon. Indrukwekkend, alle verschillende handelingen die elkaar vanaf dat moment opvolgden. Vooral indrukwekkend dat iedereen rond het altaar blijkbaar precies wist, wat hij of zij (er was een ‘misdienaarster’ bij) wanneer, waar moest doen. Nou verloopt zo’n ceremonie met grote waarschijnlijkheid volgens een draaiboek, dat voor de meeste betrokkenen rondom het altaar niet nieuw zal zijn. Maar toch, als ervaringsdeskundige op een podium weet ik hoe lastig het soms is om alles volgens van te voren gemaakte afspraken te laten verlopen.

Hoe dan ook. Alles was gericht op het ‘moment suprème’: de installatie zelf. Met veel symboliek werd dat moment gemarkeerd. De attributen die bij de pastorale taak van pastoor-deken hoorden werden hem één voor één overhandigd. Dat begon met een klein schaaltje, dat gebruikt wordt bij het doopsel. Vervolgens een klein olievaatje met chrisma, dat -leerde wikipedia mij- één van de drie heilige oliën is. Voor de liturgische vieringen kreeg hij het missaal, de kelk en het pateen. ‘Missaal’ en ‘pateen’ heb ik voor de zekerheid nog even opgezocht, maar mijn herinnering klopte bij de beschrijvingen.

De sleutel van het tabernakel en het evangelieboek waren de volgende attributen. Tenslotte een paarse en een witte stola. De paarse was de biechtstola en de witte had alles te maken met het voltrekken van huwelijken. Tenslotte nog de olie van de zieken, in eveneens een klein olievaatje. O ja, en dan vergeet ik bijna het herdersschopje. Vroeger gebruikt door herders om afgedwaalde schapen terug te leiden naar de veilige kudde. Het vergt niet al te veel fantasie om de symboliek die daar in schuilt te begrijpen. Veel voorwerpen, waarvan ik het bestaan niet kende, maar waarvan ik me heel goed de symbolische waarde en tegelijk ook de meerwaarde van kan voorstellen.

Wat ik zelf een verrassend moment in de dienst vond, was het optreden van de uit Spanje afkomstige kapelaan die, spelend op zijn gitaar, een lied ten gehore bracht. Ik kan me voorstellen dat de uit Colombia afkomstige pastoor-deken de warme zuidelijke klanken van gitaar en stem zeer heeft kunnen waarderen. Niets ten nadele overigens van de tenor die, tussen alle andere plechtigheden door, zichtbaar genietend zijn liederen zong. Maar méér nog, maakte de kapelaan indruk op mij. De warmte van het zuiden werd voelbaar. Ik heb zijn naam even opgezocht: Miguel Ángel Pascual Coello. Alleen die naam al. Zichtbaar, close in beeld, kon je zijn heel geconcentreerd geplaatste accoordgrepen perfect bewonderen. Er zat passie in zijn spel en zang.

Direct na de toepasselijke toespraak van burgemeester Ryan Palmen, kreeg Wilson Alberto Varela Gaviria het laatste woord in zijn installatiedienst. Een mooie, persoonlijke speech volgde. Dezelfde warmte die de kapelaan me al had laten voelen, hoorde ik in de stem van de kersverse pastoor-deken en begreep ik uit de woorden die hij sprak. Gepassioneerde woorden van dankbaarheid, maar ook woorden waarmee hij eigenlijk meteen verbondenheid creëerde. Door ook die middag tijdens de installatie te zijn zoals hij was. Te zijn zoals iedereen van ons. Met een voortdurende hoop op een mooi leven, maar met dezelfde twijfels. Ook (maar) een mens… Welkom!

NB De foto’s zijn stills uit de live-reportage. Die is terug te kijken door hier te klikken. Alleen al voor het gitaarspel (1:15:00) en de gehouden speeches op het eind de moeite van het bekijken waard.