De clown en het engeltje…

Zondagochtend bij de eik. Tien minuten geleden de clown en het engeltje opgeraapt en teruggezet op het kruis. Ze lagen beide met hun neus in het zand. Weggeblazen door de wind, maar nog steeds links en rechts van de grafsteen hun wakende rol vervullend. Als het vandaag nog een keer wat regent, dan spoelen ze allebei wel schoon.

Hoewel het ook vanochtend weer behoorlijk waait. Zwaluwen scheren zo nu en dan over het pad. Kraaien zwoegen tegen de wind in en laten zich vervolgens meewaaien naar de plek waar ze vandaan kwamen. Ik heb onlangs ergens gelezen dat vogels niet twijfelen over waar ze naar toe vliegen. Je ziet nooit een vogel zich omdraaien in de lucht, stond er geschreven. Ik vond dat een mooie metafoor. Zou het spel zijn van de kraaien?

De wind laat de eik bij vlagen zwaar ademen. Opnieuw scheert er een zwaluw over het veld. Zijn snelle, hoekige vlucht doet toch wel vermoeden dat hij zich bij herhaling realiseert dat hij een andere kant op moet. Dus zo leerzaam als de stelling over de vogels ook leek, helemaal waterdicht lijkt me die niet. Afijn, ik denk dat de meeste vogels toch wel redelijk in het nu leven. En in die zin een mooi voorbeeld voor heel veel mensen kunnen zijn.

Voor me wordt het veld beregend. De vollegrondstuinder heeft zojuist zijn witte bus geparkeerd en inspecteert het zo te zien nog maar kort geleden geplante groen. De wind blaast voortdurend natte wolken water in zijn richting. Toch blijft hij even staan. Voelt vervolgens hier en daar aan de grond en loopt terug naar zijn auto. Nog een keer loopt hij het veld in en even later is hij uit mijn zicht verdwenen. Als ik hem weer zie, zie ik ook dat het beregenen is gestopt. Hij stapt in zijn bus en rijdt weer weg.

Een heleboel handelingen, realiseer ik me. Waarbij elke deelhandeling de andere opvolgt. In de auto naar het veld, aankomen ter plekke, parkeren in de berm, beregening controleren, vochtigheidsgraad van de grond controleren, zichzelf nat laten waaien, installatie uitzetten, in de auto stappen en weer vertrekken. Toch een veel complexer plan dan dat van een vogel. Maar wie weet, ziet de tuinder al die activiteiten ook als een soort spel op de zondagochtend. Ik hoop het voor hem.

Het beregenen is trouwens weer begonnen. Daar hoeft dus helemaal niemand bij te zijn, merk ik. Zoals de wind ook blaast als er geen kraaien zijn. En de eik ook zucht als ik niet op het bankje zit te schrijven. Alles gaat zoals het gaat. En gaat door zoals het gaat. Ik zal zometeen nog eens gaan kijken of het engeltje en de clown nog steeds op hun plek staan. Dat kan in no-time helemaal anders zijn. Veranderlijk als de wind. En niemand die er iets aan kan doen. Omdat er in essentie eigenlijk niets verandert. Want wie ben ik om die plek te bepalen? Moet je er wel iets aan willen doen? Dat is op een vreemde manier zowel een ietwat confronterende alsook een geruststellende vraag.

Het antwoord vinden blijft een mooie uitdaging… Hup, wind in, naar het engeltje en de clown!

Toevallige ontmoeting?

Mijn boek met de titel ‘Waar het hart vol van is…’ is via de crowdfundsite voordekunst.nl financieel mogelijk gemaakt. Op 10 juli jongstleden was de boekpresentatie en sindsdien is het boek al verschillende keren bij Bruna Horst over de toonbank gegaan. Er ligt nog steeds een aantal vooraan bij de ingang en telkens als ik voorbij loop, kijk ik snel even naar binnen en zie ik in één oogopslag of de stapel weer wat lager is geworden. De verkoop loopt prima en uiteraard ben ik daar blij mee. Ook omdat een deel van de opbrengst bedoeld is voor Hospice Doevenbos.

Een paar dagen geleden wandelde ik weer voorbij en zag ik in eenzelfde oogopslag dat er géén boek meer lag. Ik ben toen naar binnen gelopen om te vragen of ik de voorraad weer mocht aanvullen. Er werd een klant aan de kassa geholpen, dus wachtte ik op gepaste afstand. De Bruna-medewerkster zag me staan. ‘Ik wilde je net bellen’, zei ze, terwijl de klant zijn zojuist gekochte waar met aandacht opborg. Die afspraak hadden we gemaakt. Als de voorraad zou slinken zou ik een telefoontje krijgen. Maar het was snel gegaan deze keer.

De klant voor me draaide zich beheerst om. Een statige gestalte die ik ook van achter al herkend had als de man van Hanni ten Brink. Hij zag me staan en keek me even aan. Op datzelfde moment zag de filiaalleider van de Bruna dat een van de schoenveters van deze ‘éminence grise’ los was geraakt. ‘Zal ik uw schoenveter even strikken, meneer?’ Hulpvaardig liep hij al naar meneer Ten Brink toe. ‘Ik wil niet dat u zometeen struikelt’. Maar het werd snel duidelijk dat dat niet zou gebeuren.

‘Ik had het ook al gezien’ zei meneer Ten Brink. Elegant bukte hij zich om vervolgens in alle rust zijn eigen schoenveter te strikken. Even gracieus kwam hij weer langzaam rechtop. Opnieuw keek hij me aan. ‘Jij bent toch Geert’, zei hij toen. Het leek alsof hij tijdens het strikken van zijn schoen het toevallige moment van onze ontmoeting even had verwerkt. Toen ik bevestigend antwoordde, zei hij: ‘Ik heb zojuist je boek gekocht’. De verkoopster had me dat met lichaamstaal al duidelijk gemaakt, maar dat meneer Ten Brink me herkende en me vertelde dat hij het boek had gekocht, dat gaf iets heel bijzonders aan de situatie.

‘Zit je nog vaak op het bankje bij die boom bij Ton’? Zijn vraag verraste me. ‘Ja, daar zit ik nog regelmatig. Het is ook de plek waar het verhaal over Hanni ontstaan is’, antwoordde ik. Dat verhaal schreef ik in de tijd dat Hanni nog leefde, maar al wel terminaal ziek was. Ze overleed vorig jaar juni. Ook toen heb ik daar woorden en een gedicht aan gewijd. ‘Dat weet ik’, zei hij. ‘Ik ga je boek thuis heel rustig lezen’. Ik zei nog wat in de trant van ‘doe dat’, ‘bedankt’ en ‘veel leesplezier’ en toen groetten we elkaar en wandelde hij in alle rust de winkel uit.

En terwijl meneer Ten Brink huiswaarts wandelde -misschien nog wel even bij de Albert Heijn zijn dagelijkse boodschappen haalde- ben ik naar huis gefietst en heb een nieuwe voorraad boeken opgehaald die ik weer bij Bruna mocht afleveren. ‘Gedichten – gedachten – gedenken’. Met deze drie woorden typeerde ik de afgelopen weken herhaaldelijk mijn boek. Met name ‘gedenken’ voerde die middag onuitgesproken de boventoon. Tijdens een mooie, bijna wonderlijke ontmoeting, gearrangeerd door het toeval.

Of zou toeval niet bestaan en heeft toch Hanni…

Hoe dan ook. Het voelde goed, deze voor mij speciale ontmoeting. Op het terras heb ik daar nog over nagedacht. Over dat gevoel van verbondenheid, dwars door de tijd heen. Een verbinding, ontstaan door een boek dat door Hanni en haar verhaal van toen, ineens in het nu weer speciale aandacht kreeg. Gedachten, gedichten en gedenken. Om vervolgens in eerbied te genieten…

Voor wie de eerdere verhalen over Hanni nog (of weer) wil lezen, hieronder de links er naar toe.

1e verhaal over Hanni

2e verhaal over Hanni

Op de kermis…

Een gedicht op muziek van mijn buikorgel. Speciaal gemaakt ter gelegenheid van ‘Achterum is kermis’. Ik mocht daar in de tuin van Ineke Eijckmans en Kees Beurskens spelen. Zeven sets van 20 minuten. Vandaag het gedicht met muziek onder wat toepasselijke beelden gezet. Een sfeerimpressie…