Medestanders

Waar beginnen? Bij het gedeelde filmpje vanochtend? Van een groep mannen, waarvan er een aantal nogal rigoureus een boekwinkel vernielen? Volgens het onderschrift zijn het Erdogan-aanhangers. De boekwinkelbezitter zal dat dan hoogstwaarschijnlijk niet zijn. Geen prettig gezicht, dat geweld van het ‘eigen’ gelijk.

Of begin ik bij de reacties op het filmpje? Men is het om verschillende redenen snel met elkaar eens dat dit Turkije van Erdogan geen Europees land moet worden. Ik heb daarop ook een reactie gepost. Deze: ‘Ik ben bang dat we er niet zijn met de constatering dat het geen Europees land is. Of met de constatering dat we het eens (of oneens) zijn. Misschien ligt daar zelfs wel de kern van het probleem…’.

Bij de laatste zin heb ik desgevraagd nog een toelichting gegeven: ‘Er zijn zoveel mensen die het eens zijn en zoveel mensen die het oneens zijn dat er misschien wel te weinig zijn die gewoon mens zijn. Dat maakt me bang’. Bang in de zin dat het lijkt alsof er geen oplossing is voor het geweld van het gelijk. Geen alternatief voor het gelijk van het geweld. Vandaag heb ik daar op verschillende momenten aan teruggedacht.

Mensen die eens en oneens letterlijk uitvechten op het scherpst van de snede. Met sloophamers, bijlen of bommen. En mensen, die daar via social media bijna live getuige van zijn. Vervolgens op die beelden schriftelijk reageren met nóg meer eens en oneens. Vaak wel, maar lang niet altijd even fris. Wat al brandt wordt dan nog eens aangewakkerd. Het gelijk van het verbale geweld. Met het gevaar dat die woorden ook weer daden worden.

Iets in mij zegt dat de oplossing -en ik hoop dat die er ooit komt- niet gevonden wordt bij dat ‘eens’ of ‘oneens’. Het impliceert namelijk altijd de ander, als voor- of tegenstander. Helaas zijn er van beide al zoveel. Veel en ook nog eens heel verschillend. En altijd tegenover elkaar.

Wat we volgens mij nodig hebben zijn mensen die de voor- en tegenstander vooral eerst in zichzelf zoeken en daar vervolgens naar handelen. Met andere mensen die dat ook doen en zo gemerkt hebben dat ze dan medestanders zijn in plaats van voor- of tegenstanders. Maar het is vooral nog een gevoel. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik het daar volledig mee eens kan zijn. Ondertussen geeft het me, vreemd genoeg, wel houvast.

Open deur…

Zondagochtend. De afwasmachine gevuld op de muziek van ‘Falco’ en daarna de zaterdagbijlage van de Limburger gelezen. De voordeur en de achterdeur staan open, om de frisse zondaglucht door het huis te laten waaien. Het ritmische geluid van de afwasmachine vermengt zich met het fluiten van een vogel in ons achtertuintje en het krassen van een kraai aan de voorkant.

Door die geluiden realiseer ik me dat de pianomuziek van Egbert is gestopt. Dat moet gebeurd zijn terwijl ik in de bijlage het artikel over Thomas Erdbrink heb gelezen. Hij gaat Zomergasten presenteren. Een ander artikel ging over honderdplussers. Eén ervan woont in Horst. Ook bij het lezen daarvan zou het kunnen zijn gebeurd dat de pianoklanken naadloos zijn overgegaan in vogel- en afwasgeluiden. Geen alledaagse overgang, bedenk ik.

Zojuist Falco 1 vervangen door Falco 2 en het cd-boekje er eens bijgepakt. ‘The space between my thoughts’ heet het nummer dat ik hoor. Die ruimte wordt in deze setting en op dit moment mede gevuld door het geluid van druppelend water, krassende kraaien en fluitende vogels. Tussen elke pianoaanslag en de volgende is een geluid, een prikkel of een gedachte. Daar is ook ruimte voor, maar ik word me daar nu pas echt van bewust. Niet echt mindful, of misschien juist wel?

Ik check even of ik inderdaad nr. 4 hoor. Ik herkende de melodie en zie bevestigd dat de titel ‘Maktub’ is. Voor de gein eens even googelen… Leuk. Het blijkt Arabisch te zijn en letterlijk vertaald ‘het staat geschreven’ te betekenen. In de boeken van Coelho vooral ook figuurlijk gebruikt, lees ik, als een ‘uitwisseling van ervaringen’ en ‘een gelegenheid bij uitstek om stil te staan bij het leven en jezelf weer te vinden’ (citaten uit boekbeschrijving ‘Maktub’ van Paulo Coelho op de site van Bol.com). Een andere verklaring die ik tegenkom is ‘follow your heart and write your own story’.

Ondertussen hoor ik de laatste noten van nr. 6 (Journey for two), gevolgd door de eerste klanken van 7 (Eine tolle sache). De synchroniciteit van titels, muziek en het hier en nu vervult m’n gedachten. Als een journalist (nr.8!) noteer ik wat ik denk, maak er mijn eigen verhaal van, en wissel zo mijn ervaringen uit. In mijn blog, waarin ik met regelmaat mijn hart volg bij het schrijven van andere verhalen, doe ik dat regelmatig. Het is een beetje een open deur, maar soit. Twee open deuren en een lekkere frisse zondagochtendwind… Lekker toch? Je zult zien dat Egbert vanavond bij ‘Cambrini’ is (nr. 8 cd 1). En anders ‘Domani’ (nr. 1 cd 1). Laat de vogels maar fluiten…

You only get wet once…

Gisteren teruggekomen van Ierland. In de week dat we daar waren was het nieuws uit Nice nog pijnlijk vers, terwijl de staatsgreep in Turkije al om aandacht schreeuwde. In de tussentijd hakte een 17-jarige eenling in op Duitse treinreizigers en bleek Melanie Trump -o schande- woorden van Michele Obama te hebben geleend voor haar eigen speech. Dichter bij huis zorgen ‘ongeruste’ inwoners ervoor dat de politiek opnieuw lijkt te zwichten en twee potentiële locaties voor statushouders en arbeidsmigranten daarmee bij voorbaat kansloos worden.

De stapel kranten die ik vandaag heb doorgewerkt, laten nog meer macabere dingen zien. Erdogan die de democratie ‘redt’ door duizenden tegenstanders het zwijgen op te leggen. Wrange paradox en deja vu’s met 1933 toen een andere grote leider ‘in naam van het volk’ zuiveringen mocht gaan uitvoeren. Ook toen waren ‘de anderen’ de schuldigen en de oorzaak van ‘onze’ problemen. Een wethouder pleegt volgens de een ’n ‘politieke doodzonde’ die door de ander als ‘een leugentje om bestwil’ wordt ervaren. Op Facebook swipe ik door de historie en verbaas me over wat daar de afgelopen week de mensheid heeft beziggehouden.

In Ierland was dat er even allemaal niet. Daar beukten de golven van de Atlantische oceaan met oerkracht tegen de rotsen van de kust. Daar stonden we schuin tegen de wind en klonken onze schreeuwen van respect als fluisterzuchtjes. Daar groeide groen gras gewoon tussen door wind en water verweerde blokken steen. Afgeplatte rotsblokken maakten een machtig mozaïek, zover het oog reikte. Gestapelde stenen vormden kilometerslange muurtjes die het glooiend groene landschap vriendelijk doorsneden. Het was zoals het tien jaar, misschien wel honderd jaar, geleden al goed was, en zoals het over tien jaar, misschien wel honderd jaar, nog goed zal zijn. Zo voelde dat. En verder was er even niets. Want het was alles.

Het was er warm de laatste twee dagen, maar regen hadden we ook. Het voordeel van de overvloedige regenval, die in dat land meer regel is dan uitzondering, werd op een treffende manier verwoord door een Ierse pub-eigenaar: you only get wet once… Prachtige relativering waar ik even aan terugdenk terwijl ik alle berichten uit de krant en van Facebook tot me door probeer te laten dringen. You only get wet once…

Helaas. In Ierland lijkt dat te kunnen. Je neerleggen bij wat er is en gewoon accepteren van wat er komt. Want hoewel het heel kort door de bocht is, en hoewel ik weet dat ook de Ieren jaren geleden hun strijd van onverdraagzaamheid hebben gehad, wil ik toch nog even dat gevoel aan de klif op Inish Mor vasthouden en er intens van genieten. De troost voelen van de constatering dat al het geschreeuw, hoe hard en gemeen ook, slechts fluisterzuchten zijn in het grotere geheel van aarde, wind en water. Als je je verzet tegen de regen, word je telkens weer nat. Als je beseft dat regen  ergens anders opgedroogd water is, dan heb je al een stapje gezet. You only get wet once…

Heel even dit nog…

Het is net drie minuten donderdag. Toen het acht minuten geleden vijf voor twaalf was, dacht ik even aan de figuurlijke betekenis daarvan. Vijf voor twaalf. Hoe vaak niet al gebruikt om naderend onheil aan te duiden. Vaak gepaard met argumenten om die figuurlijke betekenis verder letterlijk inhoud te geven. Niks mis mee. Goed dat er mensen zijn die anderen bewust maken van wat ze belangrijk zouden moeten vinden.

In veel opzichten is het waarschijnlijk ook vijf voor twaalf. Alleen, als je dan heel even wacht… acht minuten bijvoorbeeld, dan is het drie over twaalf. Zijn we potdomme zo een dag verder. Nog een dikke elf uur voordat het opnieuw vijf voor twaalf wordt. We hebben dus nog even. Een nieuwe dag om het tij te keren, mocht je daar behoefte toe voelen.

Dat wilde ik even kwijt. De komende zes uur eerst maar eens gebruiken om er een nachtje over te slapen. Hebben we dan nog altijd vijf uur voordat het weer vijf voor twaalf is.

Zo, en nu mijn afvalemmertje nog even aan de straat zetten. Voor wie dit nu leest, voor zometeen welterusten. En voor de vroege lezers onder ons: goeiemorgen. Maak er wat van, vandaag. Je hebt nog tijd.

Even doorbijten…

Als een pitbull houdt de tijd mijn gedachten vast en slingert ze wild van rechts naar links. Ik kan los roepen zoveel ik wil, het blijft zonder succes. Het zou heel anders moeten zijn: Mijn gedachten en dus ikzelf zouden de tijd moeten loslaten om vervolgens rustig en weloverwogen te kiezen. Voor links, voor rechts of voor vasthoudend vooruit.

Maar ja. De tijd en ik. Als twee jonge pitbull-pups. Bijtend buitelend over elkaar. Speels en onbezonnen. Twijfel over wat lijkt te kunnen. Gedreven door wat lijkt te mogen. Kijken naar anderen om jezelf te kunnen zien. En ondertussen gebeurt er niks. Schudt de pitbull nog eens zijn kop en houdt de kaken op elkaar.

Loskomen. Luisteren naar de blues. De tijd uitlaten als een jonge hond. Kopje cappuccino in het dorp. Zo, uitgelaten, even genieten van de wind door het haar. Van regendruppels die alle tranen zoeter maken. De tijd gebruiken om het leven te smaken, niet om wonden te helen. De pitbull niet door laten bijten. Los! Succes.

Beetje boos…

Twee kranten gelezen vandaag. Veel meuk voorbij zien komen. In allebei. Zowel in de Limburger als in de Volkskrant berichten over de winnende goal van Frankrijk, de uitvaart van Mohammad Ali in een blauwe uitvaartauto met het kenteken A.D. Porter en de zilveren Nipkow-schijf voor Arjan Lubach. Vervolgens schrijft de Volkskrant vooral nationaal en internationaal en blijft de Limburger zijn naam eer aan doen, door vooral regionaal en lokaal nieuws aan te bieden. En ook daar, veel meuk.

Het ligt natuurlijk aan mezelf. Wie heeft dan de goúden Nipkow-schijf, vraag ik me meteen af. En wie is A.D. Porter? Dat laatste had ik gelukkig snel gevonden. A.D. Porter & Sons is een begrafenisondernemer uit Louisville, Kentucky. Dat wist ik vanmorgen nog niet maar twee lijkenautos in twee verschillende kranten zorgden ervoor dat ik het ben gaan googlen. De A. staat voor Arthur.

Waar de D. voor staat heb ik nog niet kunnen vinden. Wat me wel opviel was dat A.D. Porter & Sons vooral zwarte mensen begraaft of cremeert. De ’orbituaries’ op hun homepage zijn daar het respectvolle bewijs van. Alleen maar necrologiën van zwarte mensen. Uit de krant lees ik dat Ali gisteren nog een keer langs zijn ouderlijk huis is gereden. Jawel, in Louisville, Kentucky. Dan is een en een toch al gauw A.D. Porter & Sons.

Het schijnt dat president Erdogan ook bij de uitvaart was, maar daar boos is weggelopen. Omdat hij volgens de Volkskrant geen speech mocht houden en omdat hij, volgens de Limburger, geen stuk doek van de Kaäba op de kist mocht leggen. Dat laatste heb ik ook weer even op moeten zoeken.

De Kaäba is een kubusvormig gebouw, 12 bij 10 meter grondoppervlak en circa. 15m hoog. Het staat in de Grote Moskee in het bedevaartsoord Mekka en is het centrale heiligdom van de islam. Als onderdeel van de ‘Hadj’ -de bedevaart naar Mekka- lopen de bedevaartsgangers zeven keer rond de Kaäba. De Kaäba wordt bekleed door de ‘Kiswah’, een zwartfluwelen doek met teksten uit de Koran. Ieder jaar na de ‘Hadj’ wordt de ‘Kiswah’ vernieuwt.

Daar had Erdogan dus een stukje van. En dat had hij willen leggen op de kist waar Muhammad Ali in lag. Misschien wel toen die al in de auto van Arthur D. Porter lag. Maar dat mocht niet. Of kon niet, vanwege de 15.000 andere aanwezigen, die wél een kaartje hadden. Ik lees verder dat Ali wordt begraven op een heuvel bij een andere grootheid van de stad Louisville. De oprichter van Kentucky Fried Chicken, Harland Sanders, alias Colonel Sanders.

Nogmaals. Het ligt aan mij. Ik zie verbanden die er helemaal niet zijn. En ik begrijp vaak niet wat anderen blijkbaar heel belangrijk vinden. De ombudsvrouw Annieke Kranenberg uit de Volkskrant heeft vandaag de lezers proberen uit te leggen waarom er de afgelopen week bijna dagelijks zoveel pagina’s van de krant aan Ali waren gewijd. Dat, terwijl het er voor David Bowie bij elkaar eenmalig maar een tiental waren. Datzelfde aantal was aan Joost Zwagerman besteed. Voor Prince waren er zelfs slechts vier, maar die stonden dan wel in de speciale rubriek ‘Ten Eerste’. Dat dan weer wel…

Het ligt aan mij. Ik heb de pagina’s niet geteld. Er zijn mensen die dat blijkbaar wel doen. Er zijn ook mensen die nu de voetbalpagina’s minder aandacht geven, omdat er de komende weken weinig oranje in te zien zal zijn. En er zijn mensen die gisteren wél gezien hebben dat Frankrijk de winnende goal scoorde tegen Roemenië. Dimitri Payet werd de nationale held. In het geval hij ooit komt te overlijden terwijl hij bij toeval in Louisville is, kan A.D. Porter & Sons hem óók de laatste eer bewijzen. Misschien dat Erdogan zijn lapje stof dan opnieuw komt aanbieden. Zeker als Payet tijdens de finale Turkije-Frankrijk in eigen doel schiet en daarmee Turkije Europees kampioen maakt.

Een mooie dag in juni

Het is de eerste zonnige dag deze week die niet eindigt met onweer. Zondag doet deze keer zijn naam eer aan. Het is net 20.00 uur geweest. Ik denk met plezier terug aan twee orgeloptredens van afgelopen vrijdag.

Het eerste was ’s middags in Hof te Berkel. Het was fijn om te merken dat de bewoners van de groepswoning genoten van de muziek en de liedjes. Er werd zelfs een walsje gedanst. Het was warm, maar ik had een strategisch plekje bij de deur naar de gezamenlijke tuin. Af en toe waaide er een verkoelend briesje naar binnen. In de tuinstoelen buiten schoof spontaan nog wat luisterpubliek aan. Al met al een plezierige set van ongeveer een uur. De toegift (het lied ’Heimweh’ van Freddy Quinn – wie kent hem niet..) viel in goede aarde bij een mevrouw die vanwege haar Duitse roots, maar vooral door haar dementie, voornamelijk nog Duitstalig sprak.

Dergelijke optredens geven me altijd een dubbel gevoel. Wat overheerst is de tevredenheid dat ik op die momenten voor deze mensen even een muzikaal verschil mag maken. Maar zo nu en dan bekruipt me ook een gevoel van vervangende eenzaamheid en uitzichtloosheid. Een man vraagt me of ik zometeen weer terug naar Horst ga. Op mijn bevestigende antwoord vraagt hij of ik hem dan niet mee wil nemen, want hij moet daar ook zijn..

Ik probeer hem te overtuigen dat hij al in Horst is en dat hij dus niet weg hoeft. Maar de dementie is sterker. Hij voelt dat hij niet is waar hij zou willen zijn. Het wrange is dat hij waarschijnlijk ook niet meer weet waar dat wèl was. De ontheemde blik in zijn ogen, de rusteloosheid, grenzend aan hulpeloosheid. ’Nou, tot ziens’, zegt hij, en hij vertrekt door de tuindeur. Vijf minuten later is hij weer terug. Ook de tuin is een plek die alleen maar uitkomt waar je al was. Evengoed heerlijk dat de tuin er is, en dat deze mensen op een mooie plek kunnen wonen en begeleid worden op een warme en huiselijke manier. Maar toch..

Op het eind van deze vrijdagmiddag mijn tweede optreden. Op muziek van mijn orgeltje een tekst voorgedragen op een gouden bruiloftsfeest. De dochter van het jubileumpaar had me een paar dagen eerder hun levensloop in min of meer chronologische volgorde toegezonden. Een leuke uitdaging om dat verhaal op te knippen en op rijm te zetten. Uiteindelijk werden het negentien vier-regelige coupletjes. De muziek van ’Macky Messer’ voegde op de juiste momenten nog net wat extra accenten toe. Ik had het idee dat de muzikale boodschap goed binnenkwam bij de gasten van de gouden bruiloft. Het gouden paar leek zelfs wat ontroerd. En zonder twijfel was dat het geval bij een van de kleindochters, die vervolgens op een aandoenlijke manier getroost werd door oma.

Kortom, ook hier overheerste het goede gevoel. De emoties van zo’n vrijdagmiddag zijn voelbaar en zichtbaar. Het komt binnen en maakt wat los. Bij een zoekende man in Hof te Berkel. Bij een kleindochter van een jubilerend paar. Bij hun twee dochters. Bij een spontaan aanschuivend publiek in een gezamenlijke tuin of op een idyllische plek in de Kasteelse bossen. Bij een Duitssprekende mevrouw die voorheen blijkbaar enkel Nederlands sprak. En bij mij komen die emoties binnen. Omdat ik midden tussen al deze mooie mensen in mag staan. Met woorden en met muziek. Op speciale plekken. Genieten van het moment. En (daarom) nu nog even naar Cambrinus. Het is 21.09 uur.

In de rust van Weverslo…

Tekst voordragen op orgelmuziek, in de serene rust van natuurbegraafplaats Weverslo. Een mooie ervaring om dat te mogen doen. En ook een mooie ervaring om ter plekke de sfeer te kunnen opsnuiven. Rusten in vrede krijgt daar een hele letterlijke betekenis. Wat een prachtige plek en wat een mooi initiatief van de familie Peterink.

Met dank aan Math, die de opnames hieronder heeft gemaakt en Ron voor de uitnodiging om er te mogen optreden.

Voor wie nieuwsgierig is, hieronder de beelden van vier verschillende voordrachten.

Trudy

Het is al meer dan tien jaar geleden. Trudy had een, wat wij broers en zussen, ‘mindere periode’ noemden. Ze zag dan de dingen anders dan dat wij die zagen. En daar was ze op die momenten bijna niet van af te brengen.

drie kaartjesDrie kaartjes had ze stevig in haar hand, toen ik haar thuis bezocht. ‘Daar draait het allemaal om’, zei ze en ze gaf me één van de kaartjes. Ze had er zelf iets op geschreven. Een citaat van Maria Montessori. Ik las het en herinner me, dat terwijl ik het las, ik in mijn hoofd bezig was hoe ik haar zelfbedachte ‘drie-eenheid’ weer naar ‘onze wereld’ terug kon redeneren.

Maar toen ik opkeek van het kaartje, zag ik de tranen in haar ogen. Tranen die ik al jaren niet meer had gezien. Haar wereld raakte ineens met enorme kracht mijn wereld. Haar moeder was ook mijn moeder. Trudy en ik waren kinderen met dezelfde geschiedenis. Tegelijk deelde zij verleden en  toekomst met haar eigen kind. Haar pijn werd even ook mijn pijn. Diep en snijdend. Moeilijk onder woorden te brengen.

Op dat moment pastte alleen maar huilen. Onze tranen weerspiegelden hetzelfde leed. Niet lang, want al snel was het weer alleen haar pijn. En bleef ik zitten met een diep gevoel van herkenning.

Ik was er door van slag. Zonder woorden had ik slechts een fractie van haar pijn ervaren. En dat raakte me zó diep. Hoe krachtig moet een mens zijn om de volle omvang van die pijn te verdragen, vroeg ik me af. Trudy bezat die kracht. Telkens weer. Haar moeder -onze moeder- ook. Ik wil geloven dat ook zij die kracht had. Zo sterk zelfs dat haar lichaamskracht er uiteindelijk niet tegenop kon, toen ze een longbloeding kreeg, terwijl ze geestelijk aan het opknappen was.

 

Jaren later, 2015, lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Het beeld van enorme kracht wordt opnieuw bevestigd. In dat jaar wordt Trudy namelijk ook lichamelijk op de proef gesteld. Ze doorstaat het met verve. Met driekwart long neemt ze de fatale diagnose in 2016 met een stoicijnse berusting: ‘Mensen gaan dood aan kanker. Ik waarschijnlijk ook, maar daar ben ik niet bang voor. Dan zie ik mijn vader en moeder weer’, zegt ze op de terugweg van het ziekenhuis naar Horst.

Op haar ziekbed, ongeveer een maand geleden, vraagt ze me om het fotolijstje van haar dochter open te maken, om te controleren of het kaartje er nog inzit.

drie kaartjes2Hetzelfde kaartje van tien jaar geleden komt inderdaad tevoorschijn. ‘Oké’, zegt ze, alsof die wetenschap haar gerust stelt. Een paar weken verder gaat haar toestand in een paar dagen snel achteruit. Mijn zus Mariet en ik zitten wakend aan haar bed in het pas geopende hospice ‘D’n Doevenbos’.

Terwijl Trudy slaapt, vertel ik Mariet over het kaartje achter de foto. Ik pak het er uit en reik over Trudy heen om het Mariet te geven. Terwijl die naar het kaartje kijkt, gebeurt dat wat onvermijdelijk is. Trudy stopt met ademen terwijl Mariet het kaartje in haar hand houdt.

Het is alsof op datzelfde moment het kind in Trudy zich verheft. Het begrijpt ineens de waarheid, die voor ons allemaal nog duister is. Wie groot wil zijn in het koninkrijk der hemelen, die worde gelijk aan de kinderen. Trudy heeft die tekst van Maria Montessori jarenlang bewaard. Ik vanaf nu ook.

drie kaartjes3

Loslaten…

‘Loslaten’ staat opvallend groot op de cover van het maandblad ‘Filosofie’. Niet alleen qua lettertype groot en opvallend. Ook omdat het meteen de kern raakt van de situatie waarin ik me bevind. Waarin we ons met een aantal mensen bevinden. Waarin we ons, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk allemaal bevinden. Het maakt dat ik het woord met meer dan toevallige interesse in me op neem.

De mei-uitgave zit nog in de plastic. Een paar uur geleden op de deurmat gevallen. ‘Loslaten’ zie ik staan. En in kleinere letters daarboven de toevoeging ‘de kunst van het’. Iets daarboven in een ander lettertype en kleur het zinnetje ‘weg met to-do-lijstjes en zelfhulpboeken’. Ik weet niet of het een met het ander te maken heeft -dat zal ik straks wel lezen- maar de toon is gezet.

‘Loslaten’ dus. Iets dat ik de laatste tijd heel bewust doe, in de letterlijke zin. Als ik merk dat gespannenheid in mijn lichaam ontspannenheid in de weg zit, is het vooral op momenten loslaten van spierspanning en meteen daarna bewust genieten van de ontspanning die dat tot gevolg heeft. Kortstondig, want juist in het dicht op elkaar zittende contrast schuilt de voldoening, is mijn ervaring.

Dat lichamelijke ‘loslaten’ is overzichtelijk. Complexer wordt het wanneer het over gevoelens gaat. Verdriet over een op handen zijnd afscheid. De confrontatie met de groeiende onmacht. De moeilijk benoembare angst voor de pijn. Vage vrees voor het onbekende. Het onvermijdelijke ervan. De onzekere pogingen dat tegen beter weten in zo goed mogelijk te willen begrijpen om er naar eer en geweten naar te handelen.

Dat laat me niet los. Maar kan dat eigenlijk wel? Hoe kun je iets loslaten, als het je zo tot op het bot raakt en je tot in je vezels bezig houdt? En dan ben ik nog maar een relatieve ‘buitenstaander’. Die er probeert te zijn, samen met anderen, voor iemand waarvoor het woord ‘loslaten’ binnen niet al te lange tijd haar meest extreme betekenis gaat krijgen. Het loslaten van het leven.

Hoe eenvoudig is het om een ongemakkelijk liggende hand onder mijn hoofd vandaan te halen, om die vervolgens ontspannen naast mijn hoofdkussen neer te leggen, en te genieten van dat korte moment. De eenvoud van ‘loslaten’? Nu ik daar zo over nadenk: er zit een vreemd soort van troost in de gedachte dat op het moment dat je het leven los moet laten, je ook de dood kunt laten varen. Dat gevoel van troost langer vast houden is misschien wel het devies. En er ondertussen -gelukkig, of zo gelukkig mogelijk- voor haar (en voor elkaar) te zijn.

Zou dat ‘de kunst van het’ zijn? Ik zal de plastic er eens vanaf halen.