We hebben allemaal gelijk…

Een flits. En boem! Op de dag dat het meer dan 30 graden zou worden regent het nu pijpenstelen en zweeft er het komende uur een onweersbui over ons heen. Waar is Lei Spreeuwenberg als je hem nodig hebt…
Maar ach, de achter- er voordeur tegen elkaar open zorgt er wel voor dat de temperatuur binnen tot prettige proportie terugdaalt. En zo heeft elk nadeel weer zijn voordeel.

Wat ik even kwijt wilde? Eigenlijk niks. Of eigenlijk wel iets, maar ik weet niet goed hoe ik dat op papier krijg. Want Manchester ligt al weer even achter ons. En dan bedoel ik niet de voetbalwedstrijd. Terwijl ik me terdege realiseer dat er mensen zijn die dit lezen en misschien wél meteen aan de voetbalwedstrijd dachten.

Vandaag kleurt Milaan misschien wel roze voor ons als Tom in zijn opzet slaagt. Afgelopen december kleurde het daar even rood, toen terreurverdachte Anis Amri werd doodgeschoten door de Milanese politie. Hij was ‘gewoon’ via Frankrijk naar Milaan gereisd, zoals dat gisteren waarschijnlijk veel Dumoulin-fans ook hebben gedaan.

Vaak als dat soort contrasten door mijn hoofd gaan, bekruipt me tegelijkertijd een gevoel van machteloosheid. Niet prettig. Terreur en sport. Niet te vergelijken, zegt mijn verstand. Zoals godsdienst en aanslagen eigenlijk ook niets met elkaar te maken zouden moeten hebben. Zegt mijn verstand. Maar mijn gevoel spreekt anders. Machteloos.

En hoe zet je dat dan op papier? Waarom? Of voor wie? Voor de fans van Dumoulin. Voor de Allah-adepten. Voor de harde kern van supportersverenigingen van noem maar een club. Voor de familie van de gesneuvelde kinderen in Manchester. Voor alle bezoekers van de ‘Dangerous Women Tour’ van Ariana Grande. Of schrijf ik het voor terrorisme-deskundigen, zoals Beatrice de Graaf, die de aanslag in Manchester vanuit het perspectief van de terrorist ‘heel succesvol’ noemde. En ze heeft gelijk. Net als alle fans van wie of wat dan ook. Familieleden van wie dan ook. Ze hebben allemaal gelijk. Vooral omdat er altijd zullen zijn die vinden dat ze ongelijk hebben.

Dus machteloos. Maar hoe zet ik het op papier.. en voor wie.. Laat ik het vooralsnog maar even voor mezelf doen. En voor hen die het lezen. Dat houdt het overzichtelijk. Ook omdat de regen is gestopt en die 30 graden misschien straks toch nog wel gehaald worden. Hoewel de boeren daar misschien niet zo enthousiast over worden. Maar goed, sommige dingen, daar kan zelfs Lei Spreeuwenberg niks aan doen.

Over ons tuinpad loopt een jonge folderbezorger naar de voordeur. Die staat nog open. Voorzichtig legt hij de stapel folders op de deurmat. ‘Dankjewel’, roep ik hem na. Ik hoop dat hij het gehoord heeft. Waarom? Daarom.

Een witte kist, een zwarte vleugel

Het was er druk. Zo druk dat we met een grote groep mensen buiten hebben gewacht, omdat de wachtruimte binnen al helemaal vol was. Om me heen hadden mensen losse, witte bloemen bij zich. René werkte in de bloemen, realiseerde ik me. En ik had donderdag de rouwadvertenties gezien. Veel vrienden en kennissen hadden via de Hallo hun eerste verdriet al verwoord. Bij het crematorium vonden de mensen met de bloemen elkaar. Het waren er veel.

Het was zó druk dat we niet in de aula zelf, maar in de wachtruimte de dienst konden volgen. Vanaf de allereerste woorden werd het indrukwekkend stil in de wachtruimte. Op het scherm verscheen het beeld van een witte kist. Veel bloemen er omheen. Zo nu en dan veranderde de camerhoek en zagen we Marion en de kinderen, Don, Chiel en Lucree. Bij een afscheidsdienst raakt me dat altijd het meest. Het verdriet van hen die er het dichtst bij staan.

Ik was er met mijn zoon, Mees. Hij en Chiel hadden een paar jaar eerder samen de reis naar India mogen meemaken. Afgevaardigd namens het Dendroncollege en de stichting Helpende Handen. Net als Milou. En dus was zij ook aanwezig bij de afscheidsdienst, samen met haar moeder. Mees en Milou hadden er over en weer contact over gehad en zo stonden we nu samen te wachten om René de laatste eer te kunnen bewijzen. Net als indrukwekkend veel anderen…

‘Maak dich neet druk euver dinge die se toch neet kens veranderen’. Met die instelling had René iedereen bijgestaan. Vanaf de eerste dag dat hij -twee jaar geleden- te horen had gekregen dat hij een ongeneeslijke vorm van kanker had, was hij de steun voor zijn gezin, zijn uitgebreide familie en z’n nog uitgebreidere vriendenkring. Uit de verhalen die door hen werden voorgelezen, bleek dat juist die kracht van René indruk had gemaakt op iedereen. Tot op het laatst de regie in eigen hand gehouden. 

Op de terugweg naar huis hebben Mees en ik nog wat nagepraat over de indrukken van die afgelopen anderhalf uur. De tijd was bijna ongemerkt voorbij gegaan, door de woorden en de muziek. En een belangrijk deel van de tijd ging op aan het persoonlijke afscheid van iedereen die -wandelend langs de witte kist- een laatste groet bracht aan René. Links en rechts van hem stapelden de witte bloemen zich op. 

Het waren deze beelden die diezelfde avond nog een keer met kracht terug kwamen in mijn herinnering. Ik mocht aanwezig zijn bij de cd-presentatie van ‘Wandern’, een muzikaal project van pianist Egbert Derix en bariton Sef Thissen. De gedichten van zijn in 2009 overleden vader Jan Derix had Egbert in het Duits vertaald en op muziek gezet. Sef Thissen vertolkte de teksten en gaf daarmee woorden aan de ‘wandeling’ van Egbert. Een wandeling die hem ‘dichter bij z’n vader’ bracht.

Toen de spotlights aan gingen, vlak voor het eerste lied, stond de zwarte vleugel in één keer glimmend in het volle licht. Bijna meteen viel mijn blik op de grote witte letters, die op de vleugel pontificaal een naam vormden: REIJNEN. Het was net alsof de spots vooral de R,E,N en E deden oplichten. Ik zag de zwarte vleugel en dacht aan de witte kist van die middag. Ik dacht aan de gevleugelde reis van René, en tegelijk aan de reis van hen die achterbleven. Die door moesten op hun eigen weg. In hun eigen tijd. Dat ‘Wandern’ begon met het lied ‘Die Zeit, der Weg’ leek geen toeval meer. Iemand leek de regie in handen te hebben genomen. 

Wat je niet kunt veranderen, daar moet je je niet druk om maken. Maar de reis zelf, maak die zo mooi mogelijk. Ik denk dat René die boodschap ook aan Marion en hun kinderen heeft meegegeven, vóór hij zelf moest gaan. Met de belofte dat hij op ze zou letten en hen met raad zou blijven bijstaan op hun reis. Gevleugelde woorden. Een fijne wandeling. Met veel witte bloemen. Voor hen, voor zijn familie en voor z’n vrienden. Ik wens het iedereen toe, voor nu en voor de toekomst.

Carpe diem & memento mori

Het is maar hoe je het bekijkt…

carpe diem beats memento mori

We maken ons meestal veel te druk
Over later en wat ons dan te wachten staat
Naar de toekomst kijkend is geluk
Vaak het enige dat door onze gedachten gaat
We maken ons bijna dagelijks ongerust
over het einde, en wanneer, of hoe laat
en zelfs zo nu en dan, misschien wel onbewust
lijkt ’t alsof ‘Carpe diëm’ op ‘Memento mori’ slaat

En het is dan, dat je terdege moet beseffen
Het is een keuze hoe dat je ’t ziet
Dat negatieve wil je niet!
Met dezelfde woorden het positieve treffen
En daarom nogmaals nu het lied…

Dus maak je vooral niet te druk
En pluk de dag die vandaag te wachten staat
Want op deze dag begint toekomstig geluk
Laat dat de gedachte zijn die door je hoofd heen gaat
leef in het heden, en stel jezelf gerust
begin ermee, want nu is nooit te laat
dan zul je zien, leef je je leven heel bewust
omdat ‘Carpe Diëm’ ‘Memento Mori’ dan verslaat!

Erfelijk…

Zijn sporen in jouw ogen
zijn niet te missen mooi
zijn toekomst en herinnering
zijn toegevoegde waarde
zijn voetstappen
op aarde
ben jij
mooi

Joep’s Kapel

Drie weken geleden, op 7 maart, kreeg ik een spontaan berichtje in Messenger waarin Joep me vroeg hem aan te kondigen. Ik was de eerste die in zijn gedachten voorbij kwam, schreef hij.

Nou denk ik Joep z’n gedachten een beetje te kennen, dus het feit dat ik daar als eerste in voorbij kom, is niet per definitie heel veelzeggend. Want terwijl ik die zin van zojuist uitspreek, zijn er in Joep z’n hoofd waarschijnlijk al veertien andere gedachten voorbij gekomen. Evengoed was ik blij verrast en vereerd met zijn bericht. Hij vroeg me, en ik citeer letterlijk: ‘Zou jij het tof vinden om  1 april voor mij de spits af te bijten’. ‘Big hug’, stond er onder. En ‘tot donderdag?’.  ‘Leuk man!’, schreef ik hem terug. ‘We hebben het er donderdag nog wel over.’

Die donderdag zag ik Joep inderdaad bij Café de Verbeelding. Heel even hebben we toen gesproken over de gewenste aankondiging. Snel werd duidelijk dat er tussen het berichtje van dinsdag en die donderdagavond opnieuw 84.354 gedachten door Joeps hoofd waren gegaan. We vonden elkaar in de afspraak dat wanneer Joep een wat duidelijker beeld had van de avond van de CD-release, hij zich dan weer zou melden.

Drie weken en weer een paar miljoen gedachten verder, afgelopen dinsdag, 28 maart om precies te zijn, besloot ik om Joep zelf een kort berichtje te sturen. ‘Heej Joep! Al vlinders voor 1 april? Ik hèb al twee kaartjes en ook je cd gereserveerd. Ik ben heel benieuwd. Heb je nog steeds behoefte aan iemand die je aankondigt? En heb je daar al ideeën bij? Mochten je plannen wat dat betreft gewijzigd zijn, is dat ook prima hoor. Ik verheug me net zo goed op de release! Maar ook als je je compleet wil laten verrassen door de aankondiging, dan hoef je alleen maar even door te geven hoe laat je wil dat ik start. Ik hoor het wel!’

De volgende dag kreeg ik een berichtje terug van Joep. ‘Wauw Geert! Dat vind ik erg mooi om te lezen, ik probeer in dit enthousiaste brein een beetje een plek te vinden waar ik de keuzes op een rijtje kan zetten. Hoewel ik het liefst gewoon op mijn impuls af ga’. Tekstballonnetje twee: ‘en dat ga ik nu ook doen!! (smiley)’. Derde tekstballonnetje: ík zou het eervol vinden om jou te vragen de introductie te doen’.  Tekstballonnetje vier: ‘Ideeën laat ik liever los aan de de ander, daar wordt het alleen maar beter van’. Tekstballonnetje vijf: ‘Ik maak nu een vreugdesprongetje terwijl ik op mijn bureaustoel zit….’. De serie berichtjes werd afgesloten met een smiley.

Prachtige Joep-antwoorden. Hij wilde zich wel laten verrassen, begreep ik er uit. Alleen had ik nog géén antwoord op mijn enige, niet al te moeilijke, maar toch een beetje organisatorich getinte vraag: Hoe laat wil je dat ik start?

Maar ik ken Joep een beetje. Denk ik. Gisteren, vrijdagochtend om 10.00 uur heb ik hem opnieuw een berichtje gestuurd. ‘Ha Joep! Tied vur enne cappucino beej Liesbeth um 11 oor?.  Een half uurtje later kreeg ik in vier tekstballonnetjes antwoord: Ha Geert! Ja zeker. Fiojn. Fijn.

Het was 31 maart, de eerste echte lentedag en prachtig weer. Nog maar één dag voor 1 april. Om 11.00 zaten we bij elkaar. Genietend van het zonnetje en van het nu van dat moment. We spraken over Joep’s Kapel en over wat er allemaal aan vooraf was gegaan. We kregen het over de spaghetti bolognese die Joep voor 28 personen aan het maken was. Allemaal mensen die op een of andere manier bij de release van de CD betrokken waren. We hadden het over de 3,5 kilo rundergehakt die hij daarvoor bij de verbaasde slager gehaald had. Over te weinig grote pannen om de bolognesesaus in te doen. Over het aantal van twee flessen rode wijn dat in de saus moest. Maar we spraken ook over creativiteit. Over Funpop en over de Muzikantine. Over verbindingen leggen en over Deken de Graaf Woutering. Over Joep’s misdienaarschap en over de klik met mensen om hem heen. Over die kleine dertig mensen die hem bij het project bijstonden en over Bram, die dat allemaal coördineerde. We hadden het over loslaten en non-dualiteit en het genieten van het moment. Over Winnie de Pooh en over de Tao. Geen enkele minuut van de bijna twee uur die we samen bij Liesbeth op het terras zaten, wekte Joep de indruk dat hij nog heel veel moest doen.
De CD’s moesten nog wel worden geleverd door DHL, zei hij, en dat was nog wel een beetje spannend. Maar van de andere kant…

Ik vertelde Joep dat ik zaterdag in het programma Wiekentproat van Omroep Reindonk live een column ging voorlezen. En dat ik speelde met de gedachte om die column over Joep en over Joep’s Kapel te laten gaan. We namen afscheid met de big hug, die hij me in zijn allereerste messengerberichtje al in het vooruitzicht had gesteld. En ik ging naar huis om een column te schrijven.  Op de fiets vormde zich al een zin in mijn hoofd. ’Joep van Wegberg, de mooie mix van Sjakie van de chocoladefabriek en Alice in Wonderland’. Het is de afrondende zin van deze column. En op 1 april zal het ook de afronding zijn van de aankondiging die Joep gevraagd heeft. En daarna begint het feest pas echt!

Joep. Niet alleen Sjakie en Alice, maar met nog wat meer fantasie ook nog Pluk van de Petteflet. Pluk, van pluk de dag. Joep van Wegberg, in de setting van de Lambertuskerk in alle nederigheid en vol eerbied onze eigen ‘leeven hiër’. Een liedje, trouwens, dat ik al weken niet meer uit mijn hoofd krijg. En dat zal na vanavond nog wel een aantal weken zo blijven.

 

Zeen

Een tekstuele en muzikale bijdrage aan de aftrapbijeenkomst van het nieuw op te richten kunst- en cultuurplatform ‘Zeen’.

‘Jan vaan den Edah…’

Er volgde een korte stilte. En iedereen had de twee woorden ‘klets boem’ na ‘Edah’ er al bij gedacht, voordat Lucie ze daadwerkelijk uitsprak. Lucie Geurts begon er zingend het ‘in memoriam’ van Jan Lucassen mee. Miek, zijn vrouw, hun kinderen en de kleinkinderen waren bijna geluidloos met Jan de kerk binnengekomen. Even geluidloos als het opstaan van alle aanwezigen, nog voordat de bel daartoe opriep. Het was alsof de stilte sprak.

Misschien was het wel dezelfde stilte die er de afgelopen tien jaar in Jan verscholen had gelegen. Iedereen kende hem en velen wisten wie Jan Lucassen was. Maar veel minder mensen kenden de stilte die de laatste jaren gepaard ging met zijn leven. En er was er maar één, die twee keer per dag die stilte doorbrak. In stilte. En in liefde. En nu waren ze allemaal hier. Om daar eer aan te bewijzen. Aan de herinnering. En aan liefde in stilte.

De mensen die afscheid kwamen nemen wisten het. Horst wist het ook. Jac Hanssen wist het. Hij tokkelde nog voor de dienst begon op zijn gitaar achteloos het prachtige nummer van Johnny Cash: ‘Hurt’. Herkenbaar zonder woorden. Pijn. Voor ál die tijd zonder woorden. Thuis moest ik denken aan die tijd. Maar ook aan de tijd mèt woorden. Aan de tijd dat Jan vriendelijk glimlachend zijn klanten te woord stond. Of van vele gebeurtenissen in zijn dorp filmopnames maakte. Alsof hij toen al wist dat wat was vastgelegd, niet meer vergeten kon worden.

In de dienst droeg Lucie het prachtige gedicht van Toon Hermans voor:

Ik kon niet zeggen wat ik voelde,
ik heb het ook niet uitgelegd
Maar toch wist jij wat ik bedoelde
De stilte had het al gezegd.
Als ik je kuste of je griefde
in blijheid of in droefenis
De liefde is pas echte liefde
Als stilte taal geworden is…

Het raakte me. Juist omdat de stilte die ochtend al gesproken had. En dat al dagen eerder, ja zelfs jaren daarvoor al had gedaan. De laatste jaren de stilte van Jan, als hij door Miek door Horst werd gereden. Maar ook daarvóór, de niet in woorden te vatten stilte van het verlies van twee kinderen, Carolien en Frankie. De stilte van Miek, als ze tussendoor bij Liesbeth haar koffie dronk en haar sigaret rookte. De stilte van het schilderij dat ze van Jan maakte. Het stond afgebeeld op het gedachtenisprentje dat werd uitgedeeld. Jan in pasteltonen, in de tijd dat hij waarschijnlijk bij de Edah de voorraden registreerde. Dezelfde tijd dat zijn kinderen en later zijn kleinkinderen hem daar aan het werk zagen.

Dezelfde plek waar hij zijn kinderen en kleinkinderen ook zag. Tijdens de dienst haalden z’n kleinkinderen herinneringen op aan die periode. Altijd wel een open zak chips of een ijsje had opa voor ze. Ze herkenden de verhalen van hun ouders die als kind blijkbaar al mochten rolschaatsen door de winkelpaden. De geschiedenis leek zich in al zijn vriendelijkheid te herhalen. Tot aan de eeuwwisseling. Vanaf die tijd nam meer en meer de stilte de plaats in van de herinnering.

Veel mensen hebben zich vanochtend de tijd genomen om hun herinneringen aan de stilte van de dienst toe te vertrouwen. Al die tijd van al die mensen bij elkaar opgeteld, bedacht ik vanmorgen, is slechts een fractie van de tijd die Miek met Jan heeft doorgebracht. In al die jaren dat er voor Jan allang geen tijd meer bestond. Geen woorden meer waren. En heel lang zelfs alleen een lappenpop een tastbaar gevoel van werkelijkheid voor hem was.

Als stilte taal is -en dat geloof ik- dan zou die stille pop wel eens de onuitgesproken liefdesverklaring kunnen zijn geweest naar Carolien en Frankie. Naar zijn andere kinderen en kleinkinderen en naar Miek. Als ‘ houden van’ geen woorden meer heeft, dan is ‘vasthouden van’ een stil maar krachtig alternatief. Zo krachtig dat zelfs het moeten loslaten daar niet tegenop kan. Jan vaan den Edah… Horst houdt hem vast. In stilte.

Circus Den Haag

‘Circus Den Haag komt naar Limburg’. Deze kop staat zaterdagmorgen in Dagblad de Limburger op de voorpagina. De kop verwijst naar een artikel op pagina zeven van het regiokatern. Voordat je daar aankomt, kom je op pagina vier van het binnenlandkatern eerst nog een met een pilsje proostende Geert Wilders tegen. ‘Heineken’ is duidelijk te lezen. ‘Eigen merk eerst’ zal Geert wel gedacht hebben. Aanleiding voor die foto is de uitgestelde flyeractie in Volendam. Uitgesteld vanwege problemen met zijn beveiliging. Al breed uitgemeten in heel veel eerdere artikelen, al weken dagelijks hiervoor, maar goed. Een proostende Wilders doet het altijd goed moet de fotoredactie van de krant gedacht hebben.

Eén pagina verder, een nog wat grotere foto van Sybrand Buma. Hij mag in een uitgebreid artikel zijn visie op de politieke werkelijkheid geven. Bij hem geen Heineken, maar de achtergrond van zijn geposeerde foto  geeft niet veel hoop op moderne en verrassende stellingnames. Zouden politici hun eigen werkkamer mogen inrichten, vraag ik me af. En zo ja, wat zegt dat dan over Sybrand Buma?

Voordat ik bij het op de voorpagina aangekondigde artikel over Circus Den Haag aankom, lees ik dat de kieslijsten fout zijn bezorgd. De lijsten uit Horst aan de Maas zijn blijkbaar in Helden, Maasbree en Goes beland. Én bij mij in de bus, denk ik meteen. Want ik heb die lijst wél gekregen. En bovendien, bedenk ik me, zal de inhoud van die kieslijsten toch wel in het hele land hetzelfde zijn? Het zijn tenslotte landelijke verkiezingen. Nou, dat blijkt dus een foute gedachte. Kiezers in Limburg kunnen bijvoorbeeld niet kiezen op de partij ‘Lokaal’. En grotere partijen hebben per regio verschillende lijstduwers. Alleen in Limburg kan men bijvoorbeeld stemmen op PvdA-lijstduwer Birgit op de Laak. Elders in het land kan dat niet. Nou ja, in Goes nu ook…

Na deze toch al aardige opwarmertjes die het Haagse circus illustreren, land ik een paar pagina’s verder toch op de aangekondigde pagina zeven. CDA-Tweede kamerlid Pieter Omtzigt is in Maasbracht geweest. Weer knalt de foto eruit en lijkt het alsof er een netjes geklede buutreedner een halfvol zaaltje niet verklede carnavalsvierders aan het lachen probeert te maken. De kop van het artikel wakkert die indruk nog aan: ‘De buutteton is nog maar koud weg’. Maar de foto is bedrieglijk. Er valt niks te lachen. Het gaat over pensioenen.

Én over Martijn van Helvert. ‘Limburgs hoop in bange CDA-dagen’ schrijft journalist Wim Doesborgh. Martijns ‘circus’ is hem volgens Doesborgh al vooruitgesneld. Blijkbaar staan er aan de toegangswegen grote posters van Martijn. Een verkiezingsauto is bekleed met zijn beeltenis. Er staat een levensgrote popup van Martijn in de zaal, er liggen honderden Martijnpamfletten op de tafels. Er is een aparte stand met Martijnwijn. Je kunt kiezen uit rode, witte en alcoholvrije, in een blijkbaar aflopende prijsstelling. Er zijn Martijnmokken en Martijnglazen. Voordat Pieter Omtzigt over de pensioenen begint benoemt hij Martijn nog even, blijkens het citaat dat ik in de krant lees: ‘Hij zet het CDA en zichzelf sterk in de markt. En dat doet hij uitstekend’.

Politici die zich uitstekend in de markt zetten. Ik denk nog even na over die zin en kom dan op het einde van het artikel de uitsmijter van Wim Doesborgh tegen. Hij vraagt aan de aanwezige Ria Oomen wat zij van de alom aanwezige Martijn van Helvert vindt. Doesborghs vraag wordt wat geframed door z’n inleiding dat eerst ‘Ria haar beeltenis tussen koeien in elk weiland en aan elke lantaarnpaal te zien was’. Hij kwalificeert het nadenkend uitgesproken antwoord van Ria als een ‘mooie geheimzinnige CDA-slogan. ‘Ach’ zegt ze, ‘ik zeg maar zo: je moet vóór, tijdens en ná de campagne zorgen, dat je je collega’s te vriend houdt’.

We zitten nu nog in de fase ervóór en tijdens. Hoe het circus straks na de campagne zal uitpakken, daarvoor is het nu nog te vroeg. Maar dat we de komende dagen tot 15 maart nog het een en ander voor de kiezen krijgen, dat staat wel vast. Het circus is onmiskenbaar weer in de stad. Er lopen clowns en messenwerpers door de straten. Sommigen proosten met Heineken. Ik ben trouwens benieuwd hoeveel mensen uit Goes voor Birgit gaan stemmen…

 

Hartje Pip

Onze Pip is vandaag jarig. Geboren in 1994, dus reken maar uit. Wel jarig, maar voor haar niet echt een feestdag. Daarvoor staat er iets te spannends op het programma. Vanochtend heb ik haar naar de trein gebracht omdat ze op de kunstacademie in Utrecht de opzet van haar afstudeerproject moet presenteren. ‘Relatieve waarde’ is de voorlopige werktitel, maar ze zoekt nog naar iets ludiekers. En dat gaat ze ook wel vinden.

Bijzonder trots ben ik op haar. Nou was gisteren geloof ik de nationale complimenten dag, maar een dag later is mijn compliment naar haar toe niet minder gemeend. Integendeel. En bovendien is ze jarig. Dus mag ze dit ook als een schriftelijk kadootje zien. Ik ben trots op hoe ze op een hele natuurlijke manier zich dingen eigen maakt. Hoe ze, vanuit de praktijk en het zelf ervaren, stap voor stap groeit als mens. Niet dat het allemaal vanzelf gaat. Daarvoor is het leer- en creatief proces te veelomvattend en te diep ingrijpend in alles wat ze doet.  Het lijkt haar soms te overspoelen. Bijvoorbeeld als ze letterlijk met haar handen met heel veel dingen tegelijk bezig is. Of door de stroom van gedachten en het voortdurend er over nadenken. Creatieve mensen laten moeilijk dingen los. Positiever geformuleerd: ze houden heel graag alles vast. Pip ook.

Het bezig zijn of voortdurend aan de gang gaan met ‘details’ lijkt soms af te leiden van het grotere geheel. Toch zijn al die ‘losse elementen’ van grote waarde voor ‘the bigger picture’. Haar intrinsieke motivatie om de wereld een stukje mooier te maken, spreekt mij als trotse vader enorm aan. En helemaal hoe ze dat op haar eigen manier aanpakt. Het niet van de daken schreeuwt, maar bescheiden zichzelf en anderen soms verrast met de scheppende kracht die ze in zich heeft. Dát en de jaren van kunstzinnige scholing ontwikkelen zich nu steeds meer toe naar een concrete eindopdracht. Vanmiddag dus de presentatie van de opzet ervan. Hoe die presentatie ook uitpakt, ik vind het vooral mooi hoe Pip naar de wereld om haar heen is gaan kijken.

En daar gaat het vanmiddag ook over. Haar fascinatie over hergebruik van ‘oud’. Met daar tegenover het – in naam van ‘mode’- ongebreideld produceren van steeds maar wéér en méér ‘nieuw’. Over haar zoektocht naar manieren om mensen daar bewust van te maken, zonder belerend te willen zijn. Ook om die reden vervullen haar werkstukken en objecten me met trots. Ik kijk er met bewondering naar en zie hoe ze met verrassing en vervreemding haar boodschap overbrengt. De boodschap dat ‘waardeloos’ en ‘waardevol’ juist door de relativiteit van het begrip ‘waarde’ eigenlijk heel veel op elkaar lijken.

‘Relatieve waarde’ dus. Mensen daarover laten nadenken, door ze op een ludieke manier met hun eigen vaste gedachtenpatronen te confronteren, dat is een. Twee, en minstens zo belangrijk, is dat op datzelfde moment diezelfde mensen iets krijgen dat mogelijk nog waardevoller is. Iets waarvan ze zich vóór dat moment misschien te weinig bewust waren. Dat is het besef dat dingen soms niet zijn zoals ze zijn. Anders zijn, dan ze zijn. Anders mógen zijn, dan ze zijn. Daardoor juist vaak mooier. Waardevoller, wat voorheen misschien waardeloos leek. Maar je moet het wel willen zien. En iemand moet het je láten zien. Dat is Pip vanmiddag -en eigenlijk al maanden daarvoor- aan het doen. En daar ben ik zo trots op. Bovendien is ze jarig. Hartje Pip!

pip_object_-30-van-38

Theo

theo19 februari. Op de kalender zie ik twee namen staan. Ben en Theo. In de ideale wereld zou ik bij hen allebei vandaag op de verjaardag kunnen gaan. Kunnen, want bij beiden gaat dat niet gebeuren. Bij Ben niet, want hij heeft er voor gekozen om zijn verjaardag niet te vieren met z’n broers en zussen. Een vrijwillige keus en die respecteer ik.

Bij Theo kan ik vandaag niet op de verjaardag, want Theo is dood. Geen vrijwillige keuze maar iets dat hem is overkomen, een aantal jaren geleden. In 2006 om precies te zijn. Elf jaar geleden. Theo’s vrouw, mijn zus, vond hem ‘ s morgens in bed. In zijn slaap overleden. In de volle bloei van zijn leven. Zo stond het ook op zijn bidprentje: ‘…in volle bloei’.

Een dubbele betekenis, in volle bloei. Want ook hun prachtige tuin in de bewuste mei-maand maakte in borders en bloemperken de eerste aanstalten om in volle bloei te geraken. Bij de vijver hadden ze een mooie vlonder aangelegd. Daar zag je de knoppen in de waterbloemen en sommige lelies toonden al hun mooie pracht. ’s Avonds brandde er een sfeervol licht aan die vijver. Daar had Theo voor gezorgd. Het was zijn plekje.

Elf jaar geleden. Hij zou vandaag 54 jaar zijn geworden. Toen was hij 43. Zijn moeder leefde toen nog. Bij al het verdriet dat je je kunt voorstellen moet dat van een moeder die haar kind verliest toch wel heel intens zijn. Zijn broer, zijn zussen, mijn zus en wij als haar broers en zussen, we leefden ieder op onze eigen manier mee bij deze onwerkelijke gebeurtenis.

Nog vaak hebben we met z’n allen bij de vlonder gezeten, als het weer in februari dat toeliet. Of we zaten binnen en spraken over wat ons op dat moment verbond. Vaak was dat Theo, maar naarmate de jaren vorderden ook vaak andere zaken. In elf jaar gaat bij iedereen het leven door. Het kiest nieuwe paden, waardoor eerdere wegen als vanzelf minder vaak bewandeld worden.

De wegen van toen die we samen liepen zijn niet afgesloten of onbegaanbaar geworden. Maar andere wegen lijken beter te passen bij de route die het leven voor ons uitstippelt. Op zo’n nieuwe weg kom je dan zo nu en dan wel een verkeersbord tegen dat je herkent van die route van vroeger: Een witte pijl op een blauwe rechthoek bijvoorbeeld, die een verplichte richting aangeeft.

Jaren geleden leek die richting inderdaad de enige mogelijke. De enige juiste ook. Maar nu zet het je aan het denken. Is het wel de enige richting? Er waren vroeger toch nog andere wegen? Minder voor de handliggend nu misschien, maar nog steeds begaanbaar, toch? Overdag en ’s avonds. In het donker en bij licht. En zelfs bij licht in het donker.

Eventueel via een paadje naar de vlonder. Want daar heeft Theo voor gezorgd. Elf jaar geleden. En zijn licht straalt nog steeds. Ook over nieuwe wegen.