Geluk gehad…

op plaatsen
waar ik even stond
kwamen er
woorden uit de grond

het waren
woorden van gewicht
ze vormden samen
een gedicht

dat ging toen langs
mijn been, gericht
rijmend op weg
naar mijn gezicht

de inhoud
maakte me wel blij
was grotendeels
gericht aan mij

bijna was ik er
voor gezwicht
toch hield ik stijf
mijn lippen dicht

want ergens in
die woordenbrei
stond slinks ‘corona’
er nog bij…

Gewoon anders…

Zo. In de Schaak. Op een plek waar volgens mij veel wandelaars, hardlopers en mountainbikers voorbij gaan komen. Aan de Gussenweg. Na een ronde fietsen, met de bedoeling om ergens te gaan schrijven, hier neergestreken. Tien uur vanmorgen thuis vertrokken en nu, 50 minuten later, al schrijvende aan het afkoelen aan een picknicktafel in de schaduw van de Schaak. Tot nu toe nog niemand gesignaleerd. Enfin. Maakt ook niet uit. Wel zojuist wat beestjes van mijn hand af moeten blazen.

Toen ik een uur geleden thuis wegging, ben ik door het centrum gefietst. Op straat waren opzichtige witte pijlen aangebracht. En op twee plekken -bij de ingang en bij de uitgang van het centrum- waren levensgroot twee witte menssymbooltjes op het wegdek gespoten, met de mededeling dat we ‘rekening met elkaar moesten houden’. Alle terrassen waren afgezet met rood-wit lint. Alsof er ook rekening gehouden moest worden met een ingelaste landelijke jaarbijeenkomst van het Rode Kruis. Of een soortgelijke happening met een rampentintje. Vreemde gewaarwording. Maar wel begrijpelijk.

Overmorgen mogen de terrassen open. En ook in de cafés zijn dan weer gasten welkom. Allemaal op basis van het ‘nieuwe normaal’, wat per definitie inhoudt dat het dat nog lang niet is. Nieuw wel, maar normaal? Nee, lijkt me niet. En bovendien een contradictio in terminis, als je het mij vraagt. Want als iets nieuw is, dan kan het toch nooit al normaal zijn? Maar ik wil me daar niet al te druk over maken. Want voor je het weet heb je er een probleem bij.

Het ‘nieuwe normaal’ lijkt in deze fase namelijk steeds meer een beladen semantische woordstrijd te worden. Rutte, als verpersoonlijking van het landelijke beleid, zou het niet meer zo moeten noemen, vinden tegenstanders, omdat het suggereert dat het nooit meer anders kan worden dan dat het nu is. Wie er in deze discussie gelijk heeft, laat ik met liefde in het midden. Om dezelfde reden dat ik even alle andere complottheorieën buiten beschouwing laat.

Maar wat ik wel vind, is dat taal mag leven. Taal is veranderlijk. Kneedbaar. En dat we om die reden zaken niet zo letterlijk moeten nemen. Of principieel over moeten doen. Wat vandaag ‘gewoon’ taalgebruik is, is morgen passé. Het ‘nieuwe normaal’ is net zo abnormaal als dat het ‘nieuwe abnormaal’ normaal is. En andersom. Als je beiden maar lang genoeg herhaalt, is het nieuwe er zo van af en blijft er gewoon normaal of anders abnormaal over.

Alles is een hele poos anders geweest en straks wordt hopelijk alles weer gewoon. Daar zit wat tijd tussen, die we ieder op onze eigen manier moeten zien te overbruggen. Het zal best wat ongewoon zijn als straks alles weer normaal is. Net zo goed dat het misschien in de toekomst wel heel gewoon wordt dat er zich nieuwe abnormale omstandigheden gaan voordoen.

Ik blaas voorzichtig nog een beestje van mijn toetsenbordje, vouw het op en duw het in mijn tas. Mijn normale toetsenbord ligt thuis. Dit opvouwbare is nieuw. Daar kun je mee in de Schaak schrijven. Voor sommige hardlopers misschien wel een abnormaal beeld. En toch kan het. Gewoon anders.

Tevreden…

schrijverstasje
om gedaan

vroeg op de avond
weg gegaan

toetsenbord en
bluetooth aan

iphoneschermpje
blijft mooi staan

fijn, het werkt
ik ben voldaan…

iPhone was even nodig voor de foto. Daarna weer terug als fors 3-inch scherm…

Half uurtje…

kwart voor acht
in volle zon
een werk’lijk ware
warme bron

vóór wuivend koren
groene pracht
wel vier hectare
golvend zacht

om kunststof bank
ook korenaren
en stuk voor stuk
prachtexemplaren

verdwaalde groei
uit eigen kracht
wat is, dat is
kwart over acht…

De Paes

een forse bries
blaast in mijn nek

laat eiken
stevig zuchten

de kraag
rechtop

rust in
mijn kop

kijk, en geniet
van luchten

terwijl ik zit
te wachten

wordt wat ik vind
verwaaid door wind

blust bruisend
mijn gedachten

en als ik uitkijk
over land

waait alles weg
niks aan de hand

Avondzon…

van alle plekjes waar het kon
toch weer naar hier gekomen

waar ik aan dit gedicht begon
gevoed door rust en dromen

over stilte die van gekte won
en starheid weer liet stromen

een mooie woensdagavondzon
scheen net nog boven bomen…

Avond…

heel even niks

geen woorden
en geen zinnen

geen plussen
en geen minnen

heel even
niks beginnen

geen covid, nee
en geen 5g

er valt toch niks
te winnen

nee,
even niks

heel even
geen gezeik

niemand
heeft ongelijk

‘t wordt avond
bij de eik…

Waar…

op een plek
in frisse wind
valt er een rupsje
uit de eik

om me heen
is vooral stilte
groen en weiland
waar ik kijk

voor en achter
hoor ik vogels
geven van hun
zangkunst blijk

het bankje
waar ik nu op zit
een blaadje van 
mijn been afstrijk

of ik er ben
of ooit zal zijn
dat weet het rupsje
uit de eik

het groene gras
en alle bloemen
buigen mee
met elke zucht

en in die stilte
van het fluiten
los ik op
in blauwe lucht

Fietsen…

Om 12.00 uur vertrokken. Nu op een bankje, vlakbij de kerk in Kronenberg. Op weg er naar toe in Hegelsom één van de acht markeringspunten gezien. Roodbruin roestig staal waaruit woorden waren gelaserd of gesneden. Uit de nette typografie afgeleid dat Jeu van Helden hier de hand in heeft gehad. Op dat moment ‘note to zelf’: Jeu vragen waar dat laserwerk gedaan is.

De Kronenbergse kerkklok slaat één uur. Ik fiets weer een stuk. Tot zo.

Precies zo, namelijk, stel ik me voor hoe het gedicht bij het ‘infinity-beeld’ moet komen te staan. Op doorleefd metaal. Met tekst waar je doorheen kunt kijken. Om te kunnen blijven zien wat je moet zeggen over datgene waar eigenlijk geen woorden voor zijn…

Drie kwartier verder. Door het bos bij Kronenberg gefietst en gezien hoeveel bomen plaats hebben moeten maken voor het aan te leggen eventingterrein. Rechts zie ik volgens mij Grandorse liggen. Ik kan me voorstellen dat twee- en vierspannen hier straks prachtig kunnen rijden. Straks..

Uiteindelijk bij de Middenpeelweg aangekomen en doorgefietst naar de ‘verhalenberg’. Op het hoogste punt het bovenstaande geschreven. Tot hier.

En daarna in alle richtingen gekeken.

En nu weer thuis met een aardbeiencornetto…