Goed gesprek

Gisteren heb ik met een vriend lang gesproken over keuzes in het leven. Onder het genot van een lekker glas bier ging het over mooie en minder mooie dingen. De avond zelf, nu ik er vandaag, zaterdag 3 september, op terugkijk, hoort definitief bij de eerste categorie. Sommige onderwerpen waarover we spraken zou je onder de minder mooie dingen kunnen scharen. Maar ook dat is een keuze. Een lastige keuze vind ik zelf.

We spraken over onze kinderen, onze vakanties, ons gezamenlijk verleden en over de toekomst van de wereld. En naarmate het later werd hebben we dat rijtje nog aangevuld met politiek, de problematiek van godsdienst in wetgeving, de Koran, Erdogan, Wilders, Islam, vluchtelingen en de strijd tegen extremisme in het algemeen. Hoezo kiezen als je het over alles kunt hebben? En met een lekker biertje erbij praat dat steeds makkelijker.

Onze kijk op de wereld met zijn mooie en minder mooie kanten. Goed om te merken dat zo nu en dan ‘agree to disagree’ toch telkens weer nieuwe gespreksstof opleverde. Met elke keer opnieuw de behoefte om te overtuigen en gemaakte keuzes uit te leggen. Vreemd en interessant tegelijk.

We spraken over keuzes en misschien wel vooral over het niét maken van keuzes. Over blind en doof zijn voor duidelijk zichtbare en luide argumenten. Over polderen en extreme opvattingen. We spraken over de vrijheid om daarover te kúnnen spreken. En de angst om dat in de toekomst misschien niet meer te mogen. We hebben gesproken over de keus om daar nú iets van te zeggen. Zichtbaar en hardop.

En we hebben het gehad over de keus om over extremen juist niéts te willen zeggen. Geen stelling te willen nemen of de strijd aan te willen gaan. Maar in plaats daarvan te doen en te handelen naar wat redelijk lijkt. Omdat je aan reacties bij de ander ziet dat het redelijk ís. Soms zelfs dat wat je doet als heel goed ervaren wordt. Handelen naar eer en geweten. Ook een keuze. En net zo min een makkelijke.

Vier uur vanochtend stapten we het bruine café uit. We waren niet de laatsten, maar ik heb toch heel sterk het vermoeden dat er daarna binnen veel minder is gesproken. Misschien wel meer gerookt trouwens, hoewel dat, toen wij aan de bar zaten, toch ook heel stevig moet zijn gebeurd. Ik heb mijn kleren vanochtend in ieder geval zonder enige twijfel in de wasmand geknikkerd. Die keuze was makkelijk.

Ik verheug me op de volgende keer. Want we waren nog lang niet uitgepraat.

 

Het verhaal horen? Dat kan. Ingeleid met muziek van Bløf (Mens) en afgesloten met John Lee Hooker en Bonnie Rait (I’m in the mood). Klik hieronder.

Tijdelijke twijfel

Tijdelijk. Dat is het woord dat in me opkomt, terwijl ik de ovenklok hoor tikken. Ik lig al een tijdje, half zittend, op de bank en laat voor de zoveelste keer mijn gedachten de vrije loop. Dat wil zeggen, voor een deel gevoed door wat Facebook-berichten waar ik swipend doorheen ga. En vanmorgen door een WordPressblog die mijn aandacht trok en die ik ge-liked heb. Even een korte actie in verder passief vermaak. Dus wat is vrij. Gedachten worden al snel gekleurd.

Daar tussendoor de gewone zondagochtend-dingen. Iets later op. Mees nog net naar z’n werk horen gaan. Boterhammetje met kaas en ham. Een met wat water verdunde jus d’orange erbij. Hapje. iPhone. Swipen. Blogje lezen. Filmpje kijken. Slokje. Berichtje Winterzon. Filmpje Temptation Island. Nieuwsgierig voyeursgevoel, gemixt met een vreemde drang om niks te willen missen. En toch allemaal maar tijdelijk.

Wat woorden leggen bij verschillende Wordfeud-vrienden. ’Anusjes’ voor meer dan honderd punten. Leuk. Voor even. Zien dat de Berden Voorjaarsloop vandaag wordt gehouden en dat Kitty met haar theatergroep in Middelbeers optreedt. Als een toeschouwer op afstand neem ik in me op waar ik allemaal niet in levende lijve bij ben vandaag. Virtueel en in gedachten misschien heel even. Maar ook dat slechts tijdelijk.

Zo nu en dan heb ik dat. De twijfel over de tijd en wat daar allemaal in voorbij gaat. Zoveel dingen die gebeuren. En slechts fracties waar ik zelf onderdeel van uit maak. Van kan of van wil uitmaken. Het dilemma van beperkte invloed op de overvloed die er is. En ondertussen rommelen in de marge. Mezelf keer op keer vertellend dat in het kleine ook het grote ligt. Mijn eigen cirkeltje alsmaar rond maken.

Zo. Genoeg gedacht. Kopje koffie maken. Abrikozenpunt eten. Bewust proberen te genieten van het nu en al het andere even laten voor wat het is. Even. Omdat in het nú de ultieme tijdelijkheid ligt verscholen. Die tel tussen verleden en toekomst, waarin alles gebeurt en niets blijft. Slechts herinneringen en toekomstplannen, zolang als het mag duren. Telkens weer. En altijd tijdelijk.

Een toekomst lang

Het leven gaat voorbij terwijl je plannen maakt voor de toekomst. Een uitspraak van een dergelijke strekking kwam een tijd geleden voorbij via internet. Facebook, Twitter of LinkedIn, dat weet ik niet meer. Evenmin herinner ik me de context waarin, of de bedoeling waarmee mijn Facebookvriend, Twittervolger of zakelijke LinkedIn-contact deze wijsheid met mij heeft willen delen. Maakt ook niet zoveel uit. Wat me nu bezighoudt is de diepere betekenis van de uitspraak.

Er zit iets fatalistisch in. Het kan ook zijn dat ik er iets onontkoombaars in lees. Terwijl Martin Luther King 50 jaar geleden -ik was toen 3- blijkbaar heel bevlogen ‘I have a dream’ riep, leef ik nu in een tijd waarin mijn omgeving zich opmaakt voor een gas-oorlog (schalie- of gif-, u mag kiezen) en tegelijkertijd massaal een mening heeft over een schelddiscussie. U weet wel, die tussen Geer en Goor aan de ene kant en een intelligent Playboy-model aan de andere. Humberto Tan zat ertussen (of ernaast, u mag het zeggen) en het ging over privacy (huh?). Zomaar wat indrukken van gisteren en vandaag die aan mijn leven voorbij trokken. Terwijl ik plannen maakte.

Nou ja, plannen. Ik dacht wat na en werkte. Aan de toekomst van mijzelf en van onze gemeente. En dan met name aan de voorbereiding van veranderingen wanneer er in 2015 taken over gaan van de rijksoverheid naar de gemeente. Een complexe kanteling. Ondermeer omdat we heel anders tegen zorg en verantwoordelijkheid aan moeten gaan kijken. Ook hier worden mooie, gedreven visies afgewisseld -en soms kansloos afgeserveerd- door ongenuanceerde botheden en plattitudes. De arrogantie van ambtenaren die menen in zes dagen de rol van jeugdpsychiater te kunnen spelen en het schandelijke onrecht van het niet verwisselen van luiers op latere leeftijd. Misselijkmakend.

Als dat inderdaad de toekomst is, dan is eigenlijk het leven nu al voorbij. Laat staan dat je er uberhaubt nog plannen voor zou willen maken. En dat weiger ik nou juist te geloven. Ik wil me niet neerleggen bij de negativiteit, die er onmiskenbaar is. Ik wil niet meegezogen worden met het doemdenken dat steeds vaker de kop op steekt. In plaats van de beschuldigende vingers, priemend wijzend naar de ander, probeer ik tegenwicht te vinden door mijn eigen duim omhoog te steken. Telkens weer. Daar waar het maar kan. De rest van mijn leven. Een toekomst lang. Om in balans te blijven. Yin en Yang. Geer en Goor. Whatever.

Nieuwe herinneringen

Je toekomst begint op dat punt in je leven waarop je vooral herinneringen ophaalt. Deze mooie zin haalde ik uit de column van Hanna Bervoets in de Volkskrant van vanochtend. In vergelijking met het verleden, schrijft ze, valt het heden altijd tegen. We maken vroeger mooier om met onszelf te kunnen leven, is haar verklaring. Steeds maar nieuwe herinneringen blijven maken, besluit ze haar column, om de toekomst zodoende voor later te bewaren.

Hanna is een van mijn favoriete columnisten. En ook nu weer zet haar column aan tot mijmering. Het is weliswaar háár uitgestelde toekomst waarover ze schrijft, vanuit haar eigen meegemaakte of goed bedachte belevenissen. Maar is het misschien ook mijn toekomst, vraag ik me af, wannneer ze die in mooie volzinnen koppelt aan andere tijdsbegrippen als heden en verleden. Dát ik me dat afvraag is de kracht van haar column. Ik vind het vooral mooi hoe zij steeds vanuit haar eigen ervaringen bij mij dit soort vragen oproept. Haar beschrijvingen die telkens weer op herkenning stuiten. Herkenning met een glimlach over zoveel observatie- en relativeringsvermogen. Tot zover over een van mijn helden. Nu terug naar mezelf..

Wanneer begon mijn toekomst? Of moet die -zoals het woord eigenlijk bedoeld is- nog altijd gewoon beginnen? Ik weet dat ik heel veel moeite heb om ‘ad hoc’ details uit mijn verleden terug te halen naar het heden. Toch de essentie van herinnering, lijkt me. Misschien is het ook wel neurologisch te verklaren, maar wie weet, biedt het moeilijk ophalen van herinnering ook wel een gemakkelijke ingang naar de toekomst. Niet te lang stilstaan bij wat er was. Nieuwe herinneringen maken, zoals Hanna. Ik kan me er wel iets bij voorstellen.

Alleen sneu dat daarmee het heden wat wordt ondergesneeuwd. Nou ís dat ook een wat vaag moment, superkort, tussen verleden en toekomst, maar toch. Nu ik er zo over nadenk, is het zowél het einde van het verleden als het begin van de toekomst. En wat nog mooier is. Alleen vanuit het heden kun je naar believen terug en vooruit kijken. Daarmee krijgt het heden zoveel meer inhoud. Ik probeer het voor me zelf nog visueler te maken. Zou je kunnen zeggen dat zowel verleden alsook toekomst in het heden hun oorsprong vinden? Ik zie een soort zwart gat voor me, waaruit niets kan ontsnappen, omdat alles er in besloten ligt. Misschien moeten we het heden in analogie daarmee definieren als een ‘wit gat’. Dat klinkt vriendelijker en roept minder de negatieve associatie op van eindigheid. En dan zijn er ook weer nuanceringen mogelijk. Tussen een zwart en een wit gat liggen wel drie keer vijftig tinten grijs. Op plek 1, 2 en 3, zag ik vanmorgen ook in de Volkskrant.

In de Limburger las ik dat mijn dorpsgenoot Chrit Driessen gisteren in eerste instantie gedeeld nr. 1 was geworden. En op één puntje na, uit het nog verdere verleden, uiteindelijk tweede werd van Limburg. Ik heb hem vanmorgen een mailtje gestuurd met de welgemeende felicitaties. Over een half uur komt een monteur een nieuwe vaatwasser installeren, zodat we in de toekomst weer verlost zijn van het betere handwerk. Tot die tijd tik ik nog even verder aan deze column. Zou die trouwens ook iemand aanzetten tot mijmering, vraag ik me af?

Ach, de tijd zal het leren. We zullen het zien. Een moment van herkenning ligt maar héél even in het heden. De rest is geschiedenis, lees je dan vaak. Doctorandus P. vatte het perfect samen: De geschiedenis kan veel voldoening schenken als men van nature pessimistisch is. Dergelijke zinnen wakkeren het optimisme in mij aan. Zoals Hanna dat ook doet, met háár zinnen. Het zijn momentopnames, maar ze kleuren het verleden en de toekomst. Nieuwe herinneringen. Steeds weer. Gelukkig wel.

 

Draai kwijt…

Al een paar maanden bezig om mijn draai weer te vinden. Niet echt kwijt, dus het zoeken valt wel mee, maar toch. Wat me vooral bezighoudt is de gedachte om mijn draai kwijt te raken. Het laat me vraagtekens zetten bij momenten die normaalgesproken een uitroepteken krijgen. En als het al geen uitroepteken is, dan is het toch op z’n minst een punt. Woordspelingen! Gekunsteld en daarmee een voorbeeld van die draai die ik aan het verliezen ben…

Even kijken. De gedachte helpt dat als je iets echt kwijt bent, op den duur het zoeken ook wel ophoudt. Toch? Andere dingen komen er hopelijk voor in de plaats. Maar tot die tijd kijk ik nog even. Je weet maar nooit. Waar ik al gekeken heb? Op m’n werk bijvoorbeeld. Daar zoek ik nog even verder. Wanneer er tijd voor is. Dat wil namelijk nog wel eens een probleem zijn. Door het werken blijft er weinig tijd over om je draai daar te vinden. Hmm.

Ik heb ook gekeken naar mijn thuissituatie. Waar het allemaal om draait, zeg maar. Dáár je draai niet kunnen vinden, is minstens net zo erg als op je werk. En hoewel er meer tijd is om te zoeken, blijkt het lastig om me daar aan over te geven. Geen tijd op het werk om mijn draai te vinden en teveel tijd thuis, die ik niet aan het zoeken besteed. Tja. En nou?

Wat je niet vindt, ligt op een plek waar je nog niet gekeken hebt. Dus waar zou ik mijn draai nog meer kunnen terugvinden? Behalve thuis en op mijn werk bedoel ik. Heeft het überhaubt zin om ergens anders te zoeken, vraag ik me af, terwijl ik ‘werk’ en ‘thuis’ opschrijf. En wat gebeurt er als ik mijn draai ‘ergens anders’ vind? Wat zegt dan van mijn werk? Van thuis? Of is een andere draai juist de ommekeer? Woordspeling! Oeioei…

Want, woordspelingen lijken zo af te leiden van datgene waar het in de kern om gaat. Als je de draak steekt met je eigen zoektocht, wil je dan wel vinden wat je zoekt? Van de andere kant:  een beetje humor kan ook weer geen kwaad. Ik weet het niet. Helpt de gestructureerdheid van taal me op het pad naar wat ik zoek? Het is in ieder geval een poging waard. Dus daarom laat ik dit gewoon allemaal lekker staan. In verhullende zinnen, die als een hooiberg verstoppen wat steekt. Morgen zal hopelijk blijken dat het slechts een speldenprik is. Morgen. Maar hoe draai ik me door vandaag?