Het afscheid van Frans..

Toen ik zijn foto zag, kwamen de herinneringen boven. Ik weet bijna zeker dat hij er ook bij was. Ik was een jaar of 16, 17 en zou met vrienden voor het eerst naar Bar de Saloon op het Wilhelminaplein gaan. Spannend, maar wij vonden onszelf stoer genoeg om dat te wagen. Er bleek een stevig feest gaande. Ik herinner me een rock & roll-sfeer. Stoere kerels stonden buiten al te vieren. We dachten ze te kunnen passeren, maar ze maakten ons onmiskenbaar duidelijk, dat we alleen met een vetkuif naar binnen mochten. 

Daar hadden ze een emmer water voor klaar staan, waar we ons hoofd in moesten dompelen. De grootste lol, kan ik me herinneren, toen ik dat weigerde. Want dat vonden ze ook prima. Maar ik kwam er vervolgens niet in. Ik meen me sommige van hen nog voor de geest te kunnen halen. En het zou me niet verbazen als ik daar Frans voor het eerst heb gezien.

Frans Houben. Hij was waarschijnlijk toen al vaste klant bij de Saloon. En toen die overging in ‘D’n Toepert’ zal hij daar mogelijk ook vaste klant geweest zijn. ‘D’n Toepert’ werd later ook ons stamcafé. Prachtige middagen en avonden hebben we daar doorgebracht, samen met eigenaar Jack Beerens. Volgens mij heeft Frans in die Toepert-periode daar wel eens achter de tap gestaan. En mogelijk heeft hij van Jack Beerens in die tijd wel Taekwondo-training gehad.

Jack Beerens kwam vanmiddag, vrijdag 23 januari, als laatste binnen in de grote zaal van ‘t Gasthoês. Hij had waarschijnlijk op Nu Horst aan de Maas de overlijdensadvertentie gelezen van Frans. Zijn vroegere klant, vriend en medewerker. Net als heel veel anderen wilde hij Frans de laatste eer komen bewijzen. Het was enorm druk. 

Op 14 januari was Frans in het ziekenhuis overleden. Een dag later belde Bob Noten of ik de afscheidsdienst wilde begeleiden. Van Frans Houben, las ik die avond, ongehuwd en geen kinderen. Zijn neef Guido regelde zijn afscheid en hem zou ik een dag later spreken. Hem alleen dacht ik, eventueel met zijn partner Viviënne..

Maar tot mijn verbazing trof ik een zeer uitgebreide familie delegatie aan. Frans z’n oudere broer, zijn twee zussen, een ervan met aanhang, dochters van een van de zussen, de weduwe van zijn overleden broer, twee kinderen van Els met hun partners. Els was de jaren eerder al overleden partner van Frans. En tussendoor liep er een kleine peuter rond, die zo nu en dan beziggehouden kon worden door de zoon van Guido, maar die ook duidelijk een eigen willetje had en zich zo nu en dan meldde aan de grote tafel, waaraan wij allemaal zaten.

Een zeer gemêleerd gezelschap dus, waarbij ik vanaf het eerste moment aangenaam getroffen werd door hun sterke onderlinge verbondenheid. Misschien wel door een gezamenlijk gevoelde verslagenheid. Want wat was er nou precies gebeurd? Frans, die twee weken eerder na wat aandringen toch maar zijn huisarts had bezocht. De diagnose was snel gesteld. Longontsteking én een nierbekkenontsteking. Een antibioticakuur moest meteen worden gestart.

Guido haalde de medicijnen op. Frans gaf hem nog zijn bankpasje mee én zijn pincode. Een dag later kreeg Guido geen gehoor bij Frans en gingen hij en Vivienne poolshoogte nemen. Ze vonden Frans thuis, verward en met gebaren wijzend naar zijn hoofd. Maar echt contact leek al niet meer mogelijk. Via 112 en de huisartsenpost zorgde een ambulance voor vervoer naar het ziekenhuis. Nog zwaardere medicijnen, omdat er na verder onderzoek ook sprake bleek van een hersenvliesontsteking. Dagen gingen voorbij, en in plaats van beter ging het steeds slechter met Frans. Op het eind bleef er medisch gezien maar één optie over: stoppen met de behandeling. Er was geen enkele levensverwachting meer.

Zou Frans het bij de huisarts al hebben aangevoeld, toen hij daar met klem had aangegeven niet naar een verpleegtehuis te willen? En niet gereanimeerd wilde worden, mocht het ooit zover komen. 

14 januari dus. En 23 januari namen we afscheid van hem. Op de bühne van het Gasthoes stond een prachtig gereviseerde Ford Mustang. Zijn eerste Ford Mustang, die hij in 1972 al had opgeknapt en tot in de puntjes steeds in tiptop conditie had gehouden. Buiten, vóór het Gasthoes stonden nog vier Ford Mustangs te wachten om Frans na het afscheid naar het crematorium te vergezellen. 

Alles viel op z’n plek. De liefde van Frans voor Frankrijk werd bij binnenkomst al benadrukt door franse orgeldeuntjes op de achtergrond. Meteen al anders dan anders en dat paste wel bij Frans, had ik uit de gesprekken begrepen. Bij het welkom heten van alle gasten was er ineens duidelijk het gekakel van kippen te horen. Een verrassende mobiele ringtone waarvan de eigenaar zelf meende dat ze haar mobiel toch echt uit had gezet. Zou Frans misschien…

Na het welkom heb ik de levensloop voorgelezen, die samen met de grote familiedelegatie tot stand was gekomen. Daarna hield zijn oudste broer Jan een emotionele toespraak. Hij noemde onder andere de partner van Frans, Els, die jaren eerder overleden was. Op de rouwkaart van Frans stond het duidelijk: Frans is nou wèr na zien Elske. De jaren met Els waren Frans zijn mooiste jaren. Zijn zus liet dat nog extra optekenen in de levensloop en Jan bevestigde dat nog een keer in zijn verhaal.

Na Jan sprak Vivienne, namens Guido en zichzelf. Toen Rick, die herinneringen van hem en zijn zus Loes beschreef. En de laatste spreker was de buurvrouw van Frans, Mischa, die namens de Loevestraatbuurt sprak. Na elke spreker waren er foto’s te zien, op muziek van Frans. Foto’s die zonder woorden precies dat lieten zien wat de sprekers over Frans verteld hadden. Ik mocht het afscheid besluiten met een gedicht, waarna iedereen persoonlijk afscheid kon nemen van Frans. De eerste 6.22 minuten met het prachtige nummer van Pink Floyd, Comfortably numb. 

Buiten vormde men een erehaag, vóór het Gasthoês en vóór de vier indrukwekkende Ford Mustangs. Toen Frans voor zijn laatste rit langzaam in een oldtimer rouwauto de erehaag naderde, startte één voor een de Ford Mustangs. Sommige met een indrukwekkend gebrul van de motor, anderen met een meer ingetogen zoemen. Ze volgden de rouwauto op zijn tocht naar het crematorium. Het leek alsof Ford Mustang zelf afscheid van Frans kwam nemen.

Het huilen van de Mustangmotoren overstemde even het stille verdriet van velen. Het applaus waaide Frans nog achterna. Sommigen gingen naar café de Beurs om nog meer herinneringen met elkaar te delen. Anderen gingen naar huis, waar ze misschien de gedachteniskaart nog een keer bekeken hebben, met daarop aan de ene kant foto’s van Frans en aan de andere kant steekwoorden die hem beschreven. 

Elke keer opnieuw ben ik onder de indruk hoe nabestaanden elkaar vinden en omgaan met hun verdriet. Ieder op zijn of haar manier, ook in de manier van voorbereiding naar het definitieve afscheid. De eerstvolgende zomerbrunch van de familie Houben zal Frans opnieuw gemist worden, net als bij de Kerstbrunch die in december al gepland staat. Met de hele familie Houben en iedereen die daar op een natuurlijke manier bij is aangesloten. Frans zal er in gedachten steeds bij zijn. Misschien dat hij de komende tijd nog wel ergens een aardige ringtone kan laten afgaan…

Hieronder nog het gedicht, waarmee ik de afscheidsdienst mocht besluiten.

Frans,

geej waart en bitje aas oow Mustangs
en sort vaan ruwe bolster, blanke pit
vá boete degelijk, sterk, en bitje kranks
má wao vaan binne hiel veul liefde zit

aaltiëd bezig en steeds haart gewaerkt
mit ut vakmanschap daat ow eige waor
ok toen geej ut zelluf waat minder köst
stoongde nag vur iederiën aaltied klaor

geej maakte moeie dinge meij
genoot vaan waat ut laeve bood
ge voongt hiël lichtig oowen dreij
ma ut ging neet aaltied aeve good

ierst Christine, möste verleeze
en daonao Els, ok vul te gauw
wiënig is oow zoë bespaard gebleve
ma ge bleeft oow zelluf aaltied trouw

geej praotte gaer, haat fantasie
en aal waas ut daan neet aaltied waor
ma vaan oow verhale woorte blie
en ge bleefs ze halde, oow wilde haor

tot ôp ut laatst hedde gestreje
ma tevurgefs, ut ging ni miër
zoë ziede vaan ôs weggegleje
zoonder oow môtte weej nou wiër

in ôs laatste minute, da wiëte we ut pas
stiët dur misschien ennen engel aan ôs bed 
aas daat zoë is, en daat môt waal has
haet oow familie, má ok Els ôp oow gelet…

Afstand…

Buiten waait het en is het koud. Maar binnen bij Passi, met een verse gemberthee met honing, is het goed vol te houden. Mijn blik valt op het informatiebord voor het gemeentehuis. Ik zie dat er nog steeds met 16 A3-vellen één geheel wordt gesuggereerd. Vier bij vier verdeeld over het grote vlak staat daarop de informatie van de gemeenteraad. In de gemeentelijke huisstijl. Van een afstand lijkt dat één geheel, maar als je dichterbij komt, kun je de 16-deling goed zien. En als je het weet, zie je dat ook van een grotere afstand. Bovendien ben ik een beetje bevooroordeeld…

Het is nu bijna anderhalf jaar geleden dat ik er zelf werkte. Mei 2024 heb ik besloten om wat anders te gaan doen. Op een paar maanden na was ik op dat moment 40 jaar ambtenaar. Zo’n 32 jaar voor de gemeente Horst aan de Maas. Allerlei herinneringen komen boven. Dat gaat heel prima, op een afstandje, lekker warm binnen bij een gemberthee met honing. 

Die 16-deling heb ik zelf ooit bedacht om op een relatief makkelijke manier de agenda van een volgende gemeenteraadsvergadering fysiek aan de buitenwacht te tonen. Door die agenda groot op twee A3 vellen uit te printen, hoefde je buiten maar twee vellen van de 16 te verwisselen om weer actueel te zijn. Met behoud van de huisstijl uitstraling van het grotere geheel. Ik denk dat we dat toen duurzamer vonden bij communicatie. En blijkbaar vindt men dat nu nog steeds.

Ik moet denken aan andere momenten dat ik in het gemeentehuis bezig was. Met zaken waarvan ik meestal vond dat ze zinvol waren. Voor mijn collega’s, voor het college, voor de griffie en daarmee, indirect, dus ook voor de gemeenteraad. Maar bovenal, zinvol voor de inwoners van Horst aan de Maas. En ik denk dat iedereen die er nu werkt, op een soortgelijke manier gemotiveerd is. Werken en het zo goed mogelijk willen doen voor méér dan 44.000 inwoners.

Laten we dat aantal inwoners voor het gemak eens indelen in drie groepen. De groep ‘eens’, de groep ‘oneens’ en de groep ‘ik denk nog even na’. Die drie groepen worden in de gemeenteraad vertegenwoordigd door negen partijen, heb ik net even opgezocht op de gemeentelijke website. Dat waren er in mijn begintijd bij de gemeente een stuk minder, maar het is niet alleen in Horst aan de Maas zo, dat de democratie tegenwoordig wat aan versplintering onderhevig is.

‘De wereld verandert snel en dus moeten we mee veranderen’. Je hoort het vaak binnen organisaties. En dat was binnen de gemeentelijke organisatie ook zo. Met als gevolg dat er regelmatig ‘meeverandert’ moest worden. Veranderingen, waarvan sommigen heel enthousiast werden, anderen -zachtgezegd- wat minder en weer anderen ‘het eerst wel even wilden aanzien’. Ook daar zag je grofweg een driedeling. Maar hoe dan ook, zo groeiden we met z’n allen steeds mee met de veranderende wereld buiten het gemeentehuis. Vaak in tijdsperiodes van vier jaar.

Ook de gemeenteraad veranderde zo mee. Ondertussen dus naar negen partijen. Niet iedereen zal er even geïnteresseerd in zijn, maar voor diegene die zich nu afvraagt welke partijen dat dan zijn, hier komen ze. Vur iederien (6 zetels), Essentie (5 zetels), D66-GroenLinks (4 zetels), PvdA (4 zetels), Perspectief Horst aan de Maas (2 zetels), VVD (2 zetels), BVH (2 zetels), Hart voor Horst aan de Maas (1 zetel), Doen! (1 zetel). In totaal 27 raadsleden. Een mooi aantal, goed deelbaar door negen. Of door drie. Gewoon, voor het gemak even, want daar heb je in de praktijk natuurlijk helemaal niks aan. 

Ik merk dat ik, sinds ik er niet meer werk, de gemeentepolitiek niet meer zo intensief volg. Maar zo nu en dan lees ik uit nieuwsgierigheid nog wat social mediaberichten die deze of gene vanuit zijn of haar partij wereldkundig maakt. Of ik kijk live een keer mee naar een gemeenteraadsvergadering. En ik krijg nog altijd elke donderdag de nieuwsbrief van de gemeente. Jawel. Nog steeds in de vormgeving die ik toen zelf mee heb mogen ontwerpen.

Maar nu, op afstand en met een geurende gemberthee met honing voor mijn neus, kan ik het vanuit de grond van mijn hart zeggen: ik benijd de gemeenteraadsleden niet en tegelijk bewonder ik hun inzet. Omdat ik ervan uitga dat ook zij het voor de inwoners van Horst aan de Maas zo goed mogelijk willen doen. 

Maar ja, met negen partijen… Sommige zetten zich vooral in voor de groep ‘eens’, andere partijen halen hun voordeel vooral bij de groep ‘oneens’. Terwijl ze eigenlijk allemaal veel beter te rade zouden kunnen gaan bij de groep ‘ik denk er nog even over na’. Want die groep wordt steeds kleiner omdat de ‘eens’- en ‘oneens’-groep evenredig hard groeit. Zeker nu de verkiezingen er weer aankomen. Landelijk op 29 oktober aanstaande en volgend jaar, 18  maart in de gemeente. De wereld verandert? Ik denk er nog even over na…

Lies…

‘Lies nam zelfs afscheid met een glimlach’. Uit de verhalen van haar vier kinderen begreep ik dat die glimlach eigenlijk haar hele leven wel gekenmerkt had. Zaterdag 14 september was haar afscheidsdienst in het Peelmuseum in America. Ik mocht die dienst begeleiden en was bij de voorbereiding ervan betrokken. 

Die voorbereiding begon vier dagen daarvoor. Aan tafel in het huis waar Lies tot en met haar 92e jaar zelfstandig had gewoond. De laatste jaren weliswaar met hulp van haar kinderen, van haar buren en verschillende thuiszorginstanties, maar toch. Het was het huis dat haar man Noud destijds steen voor steen voor haar en hun gezin had gebouwd. Het huis waar ze vervolgens lang lief en leed hadden gedeeld. Het huis waar Lies, als een vanzelfsprekendheid, in haar eigen bed lag opgebaard.

Noud was dertien jaar eerder overleden. Een slag voor het gezin, maar Lies had met een bewonderenswaardige kracht haar leven weer opgepakt. En al snel was ook haar glimlach terug. Een lach die haar vier kinderen vanaf nu moesten gaan missen. Maar tegelijk een lach die na haar overlijden duidelijk een steun voor hen was. 

Het was mooi hoe aan die tafel de kinderen hun verhaal over hun moeder vertelden. Er klonk liefde doorheen. Liefde waarvan de diepte soms ook zichtbaar werd wanneer een herinnering hen tot tranen toe roerde. Ze vertelden over hoe Lies tot het laatst nog zelf blaadjes en afgewaaide takjes van het gazon plukte en naar de tuinkorf bracht. Over de toerritjes die ze met Lies maakten omdat ze daar zo van genoot, telkens weer. Vertrekkend vanaf de oprit liet ze al overduidelijk blijken hoe fijn ze het vond. ‘Ik geniet nou al’, zei ze dan.

Met de pakweg 100 foto’s die ik van haar kreeg, heb ik voor de afscheidsdienst vijf fotopresentaties gemaakt op muziek die Lies mooi vond. Foto’s van haar jongste jeugd tot aan foto’s die nog maar pas geleden waren gemaakt. Ik heb niet al die foto’s nog op het netvlies, maar op bijna alle foto’s was de glimlach van Lies te zien. 

Allevier haar kinderen deelden tijdens de dienst op een eigen manier hun herinneringen. Ook haar kleinzoon liet op een indrukwekkende manier horen wat Lies voor hem betekend had. Hij kreeg een spontaan applaus van het grote aantal aanwezigen. Men leefde mee met het verdriet en herkende de liefde. De broer van Lies had zijn bijdrage een titel meegegeven: Een goed mens is van ons heengegaan.

Het was een indrukwekkend afscheid. Losse, onverpakte bloemen sierden de kist van Lies. Het leek alsof ze in een tuin lag. Vóór en na de dienst zorgden de vrijwilligers van het Peelmuseum met veel inzet voor al het randgebeuren. Alles viel op z’n plek. Het was goed zoals het was. 


Een dag na de dienst fietste ik een grote ronde door de  regio. Ter hoogte van America fietste mij verrassend, maar alsof het zo moest zijn, de oudste zoon van Lies tegemoet. Hij vertelde dat hij een geïmproviseerd kruis had gemaakt dat hij zojuist geplaatst had bij het graf van Noud, waar Lies sinds gisteren ook bij lag. Opnieuw voelde ik de liefde van die actie. Hij had er zelfs twee ringen voor aan elkaar verbonden, vertelde hij trots. 

Ik besloot om ter plekke te gaan kijken. Duizend bloemen dekten het duograf toe. Ik zag het houten kruis en de verbonden ringen. Straks zou de grafsteen, waar al dertien jaar lang ook Lies haar naam in gegraveerd stond, het houten kruis gaan vervangen. Tot die tijd zou dit houten kruis ervoor zorgen dat iedereen kon zien dat Noud en Lies weer samen waren. Terwijl ik terugdacht aan een dag eerder, verscheen er een glimlach om mijn mond…

Lies,

oog voor al het mooie om je heen
gezien, gezin, gezongen en gezaaid
zijn wij nu zonder jou alleen
jouw blad is van de boom gewaaid

al dertien jaar je man gemist
toch plukte jij nog steeds je dag
en ook toen je wat minder wist
was er nog altijd steeds je lach

je hebt je leven vol geleefd
liefde gedeeld met al je kinderen
en hoeveel tranen het nu ook geeft
die liefde zal dus nooit verminderen

heb jij jouw Noud weer terug gezien?
toen jouw gezin dicht bij je stond?
met hem de hemel ingedanst misschien?
vandaar die glimlach om je mond?

elk blad dat van de bomen valt
elk takje op het gras
is vanaf nu herinnering
aan wie jij voor ons was

Sterrenstof

In de krant las ik dat de eerste vlucht van een Amerikaanse ruimtesonde langs de zon goed is verlopen. Hij doorstond de extreme hitte en de straling, toen hij maandag 5 november op 24 miljoen kilometer afstand met grote snelheid, historisch dicht langs onze grootste ster scheerde. De sonde doet onderzoek naar de zonnewind, las ik. Onderzoek naar de constante stroom van deeltjes die de zon afvuurt.

Het woord ‘zonnewind’ sprak me aan. Net zoiets als ‘sterrenstof’, maar dan overdag. Zo klein, dat je het niet ziet. Maar toch zó belangrijk, dat er ruimtesondes voor worden gebouwd om het te ontdekken. Waarschijnlijk om wetenschappelijke redenen, maar ik vind het symbolisch belang ervan minstens zo interessant. Ik ben niet erg bijbelvast en ik schrik een beetje van mijn geheugen, maar ik moet ineens denken aan de zin ‘van stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’. Google vertelt mij dat het uit het oude testament komt. Uit Genesis 3:19.

Sterrenstof. Zonnewind. Op de een of andere manier zijn het hele mooie woorden, die troost in zich herbergen. Stof tot nadenken. Bij het afscheid van een dierbare geeft licht ons troost. We hoorden het  Lucie net vertellen. In de vlam van een kaars schuilt warmte. Ze geeft licht, net als de sterren en de zon. En het is daarom niet vreemd dat het licht van de sterren en de warmte van de zon ook troost geven. Onze dierbaren, hoe ver weg ook, hebben die ruimtesonde misschien wel glimlachend voorbij zien scheren.

Sterrenstof. Zonnewind. Misschien moet je je fantasie gebruiken om te geloven dat het er is. Of eigenlijk, om te geloven wat het met je kan doen. Met ons, zoals we hier nu zitten. Maar ook met hen, die we hier nu gedenken. In mijn fantasie zie ik het kleine elfje bij Peter Pan, dat met sterrenstof strooit om de zwaartekracht te overwinnen. Zou sterrenstof mijn dierbaren, mijn vader en moeder, mijn zus, ook lichter hebben gemaakt, zodat ze vervolgens met de zonnewind mee konden waaien, naar plekken, miljoenen kilometers hier vandaan?

Lichtjaren verwijderd en tegelijk zo dichtbij. Zonnewind en sterrenstof. Soms, als de zomerzon op stille zaterdag-ochtenden door de kieren van de gordijnen schijnt, dan zie je het zweven. Sterrenstof, dwarrelend op de zonnewind. Als op een doordeweekse winteravond de volle maan miljoenen sterren bijlicht, dan lijken die te zweven, als stof door de lucht. Is het misschien daarom dat we, kijkend naar de sterren, vaak aan onze dierbaren denken? Omdat de zonnewind van overdag  ons ook ‘s avonds in het sterrenstof laat zweven. Ook al zien we het niet.

Want ook als je het niet ziet, is het er altijd. Net als onze dierbaren. Soms zichtbaar, in het sterrenstof dat is meegenomen door de zonnewind. Dan weer onzichtbaar maar vanaf de dag dat we ze moesten missen, altijd aanwezig. In onze gedachten. In zonnewind en in sterrenstof. Altijd om ons heen. Meegedragen op de wind van de zon, even rustend op de maan en dan via de sterren neerdwarrelend op aarde, op een ieder van ons. En in elk sterrenstofje ligt een herinnering verborgen. Een herinnering aan hen die er niet meer zijn. Maar tegelijk overal aanwezig. Hier bij ons, op de plek waar we zijn. En misschien wel in een ruimtesonde, op 24 miljoen kilometer afstand van de zon.

zon

parkersolarprobe

Levenskunstenaar…

Om negen uur ‘s avonds fietste ik naar huis. Het regende een beetje, maar niet zoveel dat het hinderlijk was. Eigenlijk integendeel. Elke druppel voor mijn gevoel zelfs bewust ervaren, iedere keer als een soort van bewijs dat ik de uren die eraan vooraf waren gegaan zo intens had beleefd. Dat begon eigenlijk al op de heenweg naar Venray.

De weg naar Venray, die ik in mijn middelbare schooltijd zo vaak gefietst heb. Bijna altijd via Castenray maar soms ook door natuurgebied de Paes. Dan kon je in de zomer een appel meenemen van het veld waar je dan langs kwam. Zaterdag stelde TomTom een route voor die ik nog nooit gefietst had. Blijkbaar de kortste route naar het adres waar Leo Wijnhoven die dag zijn expositie had.

Op de weg heen dacht ik terug aan veertig jaar eerder. De tijd dat Leo en ik in hetzelfde examenjaar zaten op Jerusalem. Leo, in mijn ogen een vrije geest uit Wanssum, die het progressieve Jeruzalem van die tijd vooral op zijn eigen manier tegemoet trad. En ik, uit Horst, die vooral heel beschouwend de wereld inkeek, ingegeven door twijfel over van alles en tegelijk vooral observerend om te zien hoe dingen in relatie stonden tot elkaar. Altijd ook die andere kant willen zien en willen begrijpen, met als consequentie dat een duidelijke keuze lastig werd.

Ik heb me wel eens afgevraagd of mijn familiesituatie van toen er voor gezorgd heeft dat ik ook nu nog heel weinig als vanzelfsprekend ervaar en vaak zo moeilijk kan kiezen. Want zoveel kon in die levensfase in zo korte tijd veranderen. Waar je op bouwde, raakte zo vaak uit balans. En evengoed waren het ervaringen die me uiteindelijk sterker hebben gemaakt.

Aan dat soort dingen dacht ik, fietsend via een nog nooit genomen route, op weg naar de expositie van Leo. Veertig jaar kwam even samen in één dag en dat voelde vreemd genoeg heel lekker. Ik had er zin in. Of het gebruikelijk is om voor een kunstenaar bij de opening van zijn expositie een cadeautje mee te nemen, weet ik niet, maar ik had mijn boek ‘Tijd heelt alle woorden’ om die reden voor hem ingepakt.

Wind tegen, maar toch ruim op tijd in Venray, zodat ik mijn ‘trip to memory-lane’ op het terras bij Den Engel nog wat verlengd heb. Want ook daar waren we veertig jaar geleden regelmatig. Met onze spijbelkaart van toen zelfs soms gelegitimeerd. Afgelopen zaterdag heb ik de tijd van één cappuccino en één bokbiertje benut om iedere voorbijganger eens goed te observeren of ik er geen klasgenoot van toen in herkende. Nee dus…

bockje bij Den EngelDe opening van de expositie was om 17.00 uur. Ik was op tijd, nèt voor een gigantische regenbui losbarstte. Leo stond vlak bij de ingang en vanaf het eerste moment voelde het goed om hem daar te treffen. Veertig jaar blijkt dan ineens gewoon een getal. We hebben herinneringen opgehaald en gedeeld. We hebben er op geproost, terwijl Leo ondertussen herhaaldelijk gasten begroette, die hij vaak ook al jaren niet meer had gezien.

Een mevrouw waarvan ik de naam even kwijt ben, sprak een kort openingswoordje, waarna zij het woord gaf aan Jonas. Jonas had als kind al vaak bij Leo in het atelier overnacht, als hij met zijn ouders in Amsterdam was. Jaren later was Jonas daar sociologie gaan studeren en nu nog zat hij blijkbaar regelmatig met Leo op een of ander terras in Amsterdam. Pratend over toen en nu en over de wereld, met al zijn schoonheid en tekortkomingen.

Zijn herinneringen verbond hij op een indrukwekkende manier met de opening van de expositie, Leo’s roots met Wanssum en Venray en met de achtergronden van het werk dat Leo maakte. Later zag ik Jonas samen met Martijn van der Putten – nu wethouder in Venray- langs Leo’s schilderijen wandelen. Martijn en Jonas bleken schoolvrienden te zijn, die samen wel eens bij Leo in het atelier hadden overnacht. Bijvoorbeeld als Ajax weer een keer thuis moest spelen.

Schoolvrienden. Net als Leo en ik. En Mat, die iets later binnen kwam. Ieder van ons is in die veertig jaar ‘zijns weegs’ gegaan. Leo’s atelier bevindt zich, voor zover ik weet, al vanaf de middelbare school in Amsterdam. Hij kon zich niet herinneren dat hij op mijn bruiloft in 1991 was geweest en ik was kwijt dat we onafhankelijk van elkaar een biologieproefwerk op dezelfde ludieke wijze hadden gemaakt. Namelijk middels een creatief opstel in plaats van de (blijkbaar tè simpele) vragen te beantwoorden. De vers van de Nijmeegse universiteit komende lerares van toen, juffrouw Schoones, wist niet hoe daarop te reageren en zo veroorzaakten we blijkbaar een klein onderwijsrelletje met onze ‘opstellen’.

Afijn, zaterdagmiddag heel erg genoten van elkaars aanwezigheid en de gezamenlijke, voor mijn gevoel vanzelfsprekende, overbrugging van veertig jaar. Op een fijne manier paste al die tijd in een middag en een deel van de avond. In mijn uppie heb ik daarna nog heerlijk gegeten bij D’n Engel. Daar, omdat nèt die dag Ben en Nel gesloten hadden. Zul je net zien. Kom je ergens één keer in de veertig jaar, zijn ze dicht. Maar dat geeft nog wel iets om naar uit te kijken. Net als een keer naar Amsterdam gaan en te overnachten in een atelier in de Jordaan.

Die avond regende het toen ik naar huis fietste. En dat was prima. Ik nam me voor om mijn ervaring neer te schrijven in een column. Bij deze. Ik heb ook foto’s gemaakt van verschillende schilderijen. Waarschijnlijk overtreed ik allerlei copyright-regels, maar het leek me leuk om elk schilderij te voorzien van een paar regels tekst. Slechts een paar indrukken van wat Leo’s werk bij mij teweeg bracht. Gevoel, gebaseerd op veertig jaar herinnering. Op één zaterdagmiddag. Mooi man…

Laissez Faire II
‘Laat het op zijn beloop’ is de vrije vertaling van de titel van dit werk (Laissez-faire). Wie het hardst schreeuwt krijgt het meest. Survival of the fittest in zijn meest kwetsbare en confronterende vorm. Maar ook: wie weet wat de toekomst brengt?

100x100-tight-setting95
Postuur van mijn moeder, maar met een zelfverzekerde blik in de ogen, die ik me van mijn moeder niet kan herinneren. Dingen overkwamen haar. Deze vrouw niet. Zij houdt haar lot in eigen hand en knappe jongen die daar invloed op wil uitoefenen…

Moores law with future option
Fotografische weergave van een vrucht die ik meen te herkennen, maar waarvan ik de naam niet zeker weet (lychee?). Ruwe bolster, blanke pit. Kwetsbaarheid als iets ontdaan is van een beschermende schil. Niet alleen bij vruchten, ook bij mensen…

watch-it
Associatie met Gert de Mulder, kunstenares en keramiste, die de wereld op haar eigen wijze, met aandacht voor detail, bekijkt. Kunstenaars eigen? Of een oproep om ook aandacht voor detail te hebben. Houdt de wijsheid en de theorie maar even achter de rug (papieren? iPad?) en kijk zelf…

win-ti-do
Sterke vrouw, geworteld in moeder aarde, wordt bekeken door een redneck met bijl, die twijfelt of hij die stevige stam wel kan doorklieven. Jaren later lukt dat met zwaarder materieel…

kraan en waterslang
Geintje van vrienden van Leo, die de expositie mee hebben ingericht. Als modernisme, (sur)realisme en satire thema’s zijn in Leo’s werk, dan is dit een prachtig voorbeeld dat humor en down-to-earth-mentaliteit nog ingebed liggen in de roots van Leo en die van zijn vrienden uit het zuiden…

Weemoed…

Een uitverkocht Cambrinus. Vanuit ’n plek in de verre hoek heb ik nog net uitzicht op de pianokruk en op pakweg twee octaven pianotoetsen in het midden van het klavier. Ik schat in dat ik zo Egbert prima kan zien spelen zometeen. Egbert Derix geeft een soloconcert. Het op één na laatste concert dat er in muziekcafé Cambrinus gegeven gaat worden. In het laatste seizoen. Ik heb het Jan bij een aantal vorige concerten al vaker horen vertellen. En ook nu weer is zijn introductie er een, waar weemoed doorheen klinkt.

Als je een café gaat beginnen, vertelt hij, krijg je tientallen adviezen hoe dat moet. “De helft van die adviezen hebben we op onze manier opgevolgd en de andere helft soms misschien wat eigenwijs naast ons neergelegd”. In een sfeervol mengsel van trots en melancholie gaat Jan nog even door. Het traditionele viltje, waar hij op het laatste moment nog altijd wat opschrijft, voordat hij een artiest aankondigt, trilt een beetje tussen zijn vingers. Als je met een café gaat stoppen, vertelt hij, blijken de adviezen daarover achterwege te blijven. Dat is iets dat je na 25 jaar helemaal zelf moet doen. En dat valt niet mee. Zeker niet wanneer het aftellen op een punt is beland, dat je bij de één na laatste bent…

Egbert zit al die tijd aan de vleugel. Tot zijn verrassing krijgt hij van Jan een antiek bierreclamebord, met de opdruk JAZZ, waaraan het woord ‘stout’ is toegevoegd. Uit 1929, als ik het goed onthouden heb. Die twee woorden, toen bedoeld om de biersmaak te omschrijven, staan nu, volgens Jan synoniem voor de muziek en een deel van Egbert’s karakter. Bovendien blijkt er voor het concert van Egbert geen poster te zijn gemaakt, zoals dat in de historie van het muziekcafé meestal wel het geval is. Geen halszaak, want het concert was in no-time uitverkocht.

Maar toch, een tweede cadeau volgt. Alsnog een poster met de aankondiging van het concert van Egbert. Passend in het betoog van Jan, die uitgebreid uit de doeken doet -je bent muziek-missionaris of je bent het niet- dat vanmiddag een dame uit Canada (who cares…) op de bühne had kunnen staan, maar dat tot Jan’s vreugde haar noodgedwongen afzegging eigenlijk maar één logische vervanger kende: Egbert Derix. En die zat klaar. Wachtend tot hij ‘stout’ zijn ‘jazz’ ten gehore mocht brengen.

Vanaf de eerste toetsaanslagen voelde ik de weemoed in de lucht. Bij elk nummer heb ik me afgevraagd, muziekleek als ik ben, wat de klanken nu precies bij me teweeg brachten. Eigen herinneringen uit vervlogen tijden. Dan, rondkijkend, de constatering van een uitverkochte zaal, die voor de één na laatste keer allemaal dezelfde kant op keken. En dezelfde kant op luisterden, als je dat zo kunt zeggen. Jarenlang heb ik de spreuk op het bord zien staan, dat je een muzikant nooit je rug moet toekeren omdat je oren dan verkeerd zitten. Vanmiddag heb ik de spreuk niet gelezen, maar zag en voelde ik het live.

We luisterden naar de voorbodes van de herinnering. Bij sommige passages maakte een milde droefheid zich van mij meester. De muziek liet mijmeren. De uitleg van Egbert bij de gespeelde nummers wakkerden de melancholie soms nog verder aan. Bijvoorbeeld door een muziektekst over nevel in januari. Dat riep herinneringen op aan zijn vader Jan, die een aantal jaren geleden overleden was in die maand. De herkenning, ongetwijfeld, bij zijn moeder en zijn broer.  Weemoed. Gedragen door gevleugelde klanken. Muziekvrienden genoten en één stel werd zelfs beloond voor hun in Cambrinus opgedane levenslange liefde.

Niet vreemd dat op het eind van het concert het applaus voor Egbert -die op indrukwekkende wijze zijn 61e (!) concert van de afgelopen 25 jaar in Cambrinus had afgerond- naadloos overging in een staande ovatie voor Jan en Henny. De weemoed die voor mijn gevoel al de hele middag in de lucht hing, vond zijn weg in de tranen van Henny. Jan stond op dat moment iets verder van me weg, maar ik weet bijna zeker dat de melancholie van de muziek ook hem tot op het bot geraakt heeft.

Weemoed dus. Een woord dat uit twee delen bestaat. ‘Wee’ als in pijn voelen bij een afscheid. Maar ook ‘moed’ als een drijvende kracht om door te gaan. Een ‘trip down memory lane’ hoorde ik iemand uit het publiek na afloop van het concert als verklaring geven voor zijn gevoelde emotie. Dat herkende ik. Maar het bevestigde mij ook in het besef dat herinneringen alleen maar dán ontstaan als er in het nu geleefd wordt. ‘C’est la vie’ rijmt best mooi op ‘melancholie’.

Misschien dat ik daar een andere keer iets over op papier zet. Maar nu alvast even dit. Met dank aan de muze, aan Egbert en aan Jan en Henny, waarmee ik zometeen voor één van de laatste keren in café Cambrinus een biertje ga drinken. Het mooie is, realiseer ik me tot slot, dat op al die andere plekken waar ik Jan en Henny straks nog ga tegenkomen, overal toch een beetje Cambrinus zal zijn. Dat geeft de burger moed. Weemoed voor even. Maar vooral moed voor het leven.

Kauw in de sneeuw…

Tja. 3 maart en alles is weer wit. Buiten hangt een koolmeesje aan het groene netje. In dat netje steeds minder zaadjes, vanwege steeds meer meesjes. Aan en af vliegen ze. Dan weer mezen, dan weer mussen, alsof ze die volgorde samen hebben afgesproken. Heel af en toe een kauw, die zwart en groot, het kleine grut nietsontziend verjaagd.

Zit daar een onderwerp in voor deze column, vraag ik me af. Vanmorgen al vroeg opgestaan, omdat deze zaterdag de eerste van de maand is. Vanavond mag ik weer. De maandelijkse radiocolumn bij omroep Reindonk. Opnieuw de uitdaging om een actueel onderwerp te vinden en in woorden te vangen. De witte wereld die ik zie als ik naar buiten kijk, zou een thema kunnen zijn. Samen met de zwarte kauw al een aardig contrast.

Maar ik zou ook over buurtzorghuis Hospice Doevenbos kunnen schrijven. Zij hebben 12 mei open dag en bestaan rond die tijd al twee jaar. Twee jaar al. Mijn zus was één van de eerste gasten. Met dankbaarheid en respect denk ik terug aan hoe de verpleegkundigen en de vrijwilligers haar en ons toen hebben begeleid. Slechts twee dagen waren dat, maar die hebben wel een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Die ervaring heeft er mede toe geleid dat ik nu in het bestuur van de stichting Vrienden van Hospice D’n Doevenbos de communicatie over hun goede werk mee vorm mag geven. Vanochtend, vóór deze column, bijvoorbeeld gewerkt aan een advertentie, waarin onder andere de open dag van het hospice op 12 mei aanstaande een prominente plek heeft gekregen. Zou zomaar ook een onderwerp van deze column kunnen zijn.

Of de mail die tijdens het schrijven spontaan op mijn beeldscherm verschijnt. Een klasgenote van 3-Atheneum -en dan hebben we het toch echt over een heel aantal jaartjes geleden- heeft een verhaal op mijn blogsite gelezen, waarin ik wat herinneringen ophaal over die middelbare schooltijd. Haar herinneringen komen daar deels mee overeen, schrijft ze. Leuk om zo’n onverwachte mail te krijgen die je terugbrengt in de tijd. Herinneringen losmaakt. Een prachtig onderwerp voor een column toch?

Terwijl ik haar een antwoord schrijf, merk ik dat herinneringen door de jaren heen aan vervaging onderhevig zijn. Of misschien wel aan selectiviteit, veroorzaakt door persoonlijke omstandigheden en eigen waarneming van toen en nu. Het blijft me boeien hoe die dingen in zijn werk gaan. Luikjes in je hoofd die gesloten blijven, totdat er onverwacht en onaangekondigd op wordt geklopt. Een foto, een geluid, een mailtje. Ineens opent zich dan zo’n luikje en biedt een doorkijk naar dingen die je daarvóór nog niet zag.

Ik google de naam van mijn klasgenote van pakweg 43 jaar geleden, zie een foto uit het nu en het luikje gaat maar heel summier op een kiertje. De namen die ze in haar mail noemt, triggeren mij wel om een foto uit die tijd op te zoeken. Daar zie ik mezelf weer zitten met rondom mij mijn klasgenoten van toen.  Ik lees in haar mail dat zij niet aanwezig was toen die groepsfoto werd gemaakt, dus het luikje van herkenning blijft nog even op een kier.

Werkweek 1974 of 1975

De gezichten op de foto zetten wel een heleboel andere luikjes open. Een moment ben ik terug in die tijd. Ik kijk iedereen op de foto even aan. Van sommigen weet ik een beetje van wat er van hen is geworden. Van anderen heb ik geen idee. Kijken zij op dit moment misschien ook door het raam? Zien zij ook dat de sneeuw alweer aan het smelten is? Hebben zij ook mezen en mussen aan groene netjes hangen? Zou allemaal zomaar kunnen.

En er is best een reële kans dat ieder van hen op zijn of haar eigen manier ervaringen heeft gehad, nog heeft of nog gaat krijgen met een hospice. Op zoek naar een onderwerp voor een column? Als sneeuw voor de zon is die behoefte verdwenen. Waarschijnlijk omdat alles wat zich aandient er eigenlijk al staat. Ik weet dat niet zeker, maar ik hoop van harte dat ik me daar in de verre toekomst nog steeds het fijne van herinner. Zwarte kauwen op witte sneeuw blijft een mooi gezicht.

Met dank aan Yvonne.

‘Live’ (terug)luisteren?
Op 1:03 start het nummer van Mary Gauthier (Lucky Stars). Op 4:25 de column, tot 9:05. Afgesloten met een nummer van Katie Melua (Piece by piece).

 

Leven op stille momenten…

Het vaste ritueel vanochtend. De verwarming opdraaien naar 20. De luxaflex een kwartslag open. Zien dat het buiten wat grijzig kijkt op eerste kerstdag. Twee broodjes met kaas klaargemaakt. Half jus d’orange, half water in een beker. Gisteren voorgenomen om vandaag een verhaal te gaan schrijven. En daar zit ik dan.

Eens in de zoveel tijd is de keukenprullenbak met plastic vol en dat is vanochtend ook het geval. Mag je dat bij het ritueel tellen, als iets niet dagelijks gebeurt, maar toch herhaaldelijk terugkomt? Ik doe het gewoon. Eigenlijk als een soort bruggetje naar de top 2000, die elk jaar terugkomt. ‘Hou van mij’ op plek 1991, van het Goede doel speelt nu.

Ik denk heel even na over dat getal en meteen associeer ik het met ons jaar van trouwen. 1991. Het jaartal staat in onze trouwring. Met een beetje fantasie twee keer zelfs: 1991991. 19 september 1991. In de verkorte notatiewijze is het getal van voor naar achter en van achter naar voor te lezen. Dat vonden we toen leuk. En 26 jaar later eigenlijk nog wel, merk ik.

Jaren die voorbij gaan. Rond deze tijd een gedachte die vaker door mijn hoofd gaat. ‘Onherroepelijk’ is het woord dat me als eerste te binnen schiet. De tijd die voorbij is. De dingen die voorbij gaan. Wat blijft zijn slechts herinneringen. Maar hopelijk tegelijk ook bouwstenen voor de toekomst. Ik merk dat ik in mijn hoofd voortdurend op zoek ben naar balans. Harmonie en zingeving zoek in de dingen die gebeuren.

Ik denk terug aan droevige gebeurtenissen uit het verleden. Het overlijden van mijn zus, anderhalf jaar geleden. Ik denk aan mijn vader, die in 1994 is overleden en aan mijn moeder waar we in 1978 afscheid van moesten nemen. Ik denk aan de ouders van Thea, aan vrienden en bekenden die er niet meer zijn. En bij elke droeve gedachte neig ik naar een positieve tegenhanger. Dat patroon komt steeds weer terug. Ook een soort van ritueel? Lijfsbehoud?

Bij twijfel zekerheid zien? Bij kou warmte zoeken? Bij haat liefde geven? Zou dat leven zijn? Ook op stille momenten, zoals de vroege ochtend van de eerste kerstdag in 2017? Leven op stille momenten. Ook een mooie…

Leven op stille momenten

Waar de aarde de lucht raakt
Daar ontmoet ik jou

telkens weer

Stilte waar leven was
Daar groet ik jou

keer op keer

Als zekerheid bij twijfel
Als liefde bij haat
Of warmte bij kou

over en weer

Als stilte bij leven
Als nooit geblust vuur
En of ik van je hou

elke keer meer