Het kloppend zijn…

Leven is de uitdaging om spelenderwijs met zinloosheid om te gaan. Leven is een probleem dat zichzelf uiteindelijk altijd oplost. Leven is nooit op tijd kunnen zijn voor de momenten die later komen. Leven is het voortdurend botsen van geluk en ongeluk, waarbij ongeluk steeds met de schrik vrij lijkt te komen en geluk steevast klem komt te zitten in het wrak van een ouder wordend lichaam.

Spontaan in me op komende definities van leven, die veel meer van mijn gemoedstoestand zeggen, dan over het leven zelf. Ik voel de beperking van woorden, wanneer ik mijn gevoel van het moment wil beschrijven. Waarschijnlijk ingegeven door de derde cardioversie, die ik zaterdag moest ondergaan. Spontaan opkomende hartkloppingen in de nacht voorafgaand, die ‘s ochtends nog steeds aanwezig waren. Na een telefoontje naar de hartpoli, aldaar de bevestiging: opnieuw boezemfibrileren. Een aandoening waar je 100 mee kunt worden, maar die door neveneffecten ervan, toch zo snel mogelijk moet worden verholpen. Een stroomstoot onder narcose lost ook dit keer het euvel op. Maar hoelang? Tussen de eerste en de tweede keer zat een jaar. Tussen twee en drie bijna anderhalf jaar. En nu?

Het is nu maandag, dus twee dagen verder. Mijn hart klopt weer zoals het moet, maar ik merk dat mijn gedachten daarover toch nog wat ‘gekleurd’ zijn. Ik probeer mezelf te overtuigen dat alles weer is zoals het was. Gisteren heb ik om die reden ook gewoon een wedstrijd gevolleybalt. Moest kunnen volgens de dienstdoend cardioloog en het kon ook. Met 3-1 verliezen doet daar niets aan af. In de gezellige derde helft drinken we met het team samen nog een biertje, maar dat heb ik dit keer nog even niet gedaan. Alcohol schijnt ook een trigger te kunnen zijn. Dus thee en cola, deze keer, maar evengoed gezellig.

Het houdt me bezig. De confrontatie met de vergankelijkheid, want dat is waar het om draait. Die gedachten een positieve draai proberen te geven, dat is nu de uitdaging. Realiseren dat er dingen zijn die je niet kunt veranderen. Eventueel schep je randvoorwaarden die een en ander positief kunnen beïnvloeden, maar uiteindelijk is dat enkel een wens, waarvan de vervulling in een onzekere toekomst ligt. Een angstige onzekerheid, die me bezig houdt. Een onzekerheid, waarvan ik bijna zeker weet dat zich daar meer mensen mee bezig houden. Bewust of onbewust.

Vanmorgen zag ik een filmpje waarin psychiater en filosoof Damiaan Denys het heeft over angst in relatie met de wereld en de toekomst. De wereld die vergeleken met vroeger zó groot geworden is voor de moderne mens, dat die niet meer ‘controleerbaar’ is. We hebben als individu geen controle over wat ons allemaal overkomt. Ik heb net even gezocht naar dat filmpje, maar kon het niet meer vinden. Wel kwam ik uit bij een YouTube-filmpje waarin Damiaan in een verhandeling spreekt over Heidegger en diens werk ‘Sein und Zeit’. Titel van Damiaan’s verhandeling: ‘Niet bang voor angst’. Heideggers vraag naar de betekenis van het zijn en de uitleg van Damiaan daarvan, levert me voor dit moment een belangrijk inzicht op.

Het laat me begrijpen waar mijn in het begin gegeven definities van het leven vandaan komen. Het zijn uit angst ontstane antwoorden op een vraag die onder alle andere vragen ligt: wat is de betekenis van mijn ‘zijn’? Damiaan licht toe dat Heidegger op de basisvraag ‘Wat is de betekenis van het zijn’ ook geen antwoord had, maar -filosofen eigen- vervolgens de truc gebruikte om die vraag te beantwoorden met een nieuwe vraag, namelijk: ‘Wie stelt de vraag naar het zijn’? Heidegger komt dan uit bij de mens en weet vervolgens via die weg wel tot antwoorden te komen. Antwoorden waarin angst en emotie een grote rol spelen.

Angst is een belangrijk gegeven in onze relatie met de wereld, omdat angst en vooral emotie nog vooraf gaat aan het denken. In de emotie ervaren we de wereld, die zich zo groot en ongrijpbaar manifesteert, dat we ons als vanzelf heel klein voelen. We hebben er geen controle op, op die allesomvattende wereld. Zó allesomvattend dat je tegelijk, in je nietigheid daarin, angstig bent voor alles. Maar juist daarmee in feite ook angstig bent voor alles waar je niets aan kunt doen, dus angstig bent voor niets. En dát, volgens Damiaan, schept juist enorme mogelijkheden. Vanuit dat niets kán ook weer alles. Er is geen beperking als je niet bang meer bent voor de angst.

Vanuit dat besef keuzes maken in de tijd. Even thee en cola in plaats van een bokbiertje. ‘Gewoon’ een potje volleyballen of 10 km gaan hardlopen. Het ‘zijn’ -mijn ‘zijn’- vieren zoals het zich manifesteert. Met of zonder twijfel. Met of zonder zekerheden. Het mag er allemaal zijn. Wat is leven? Leven is zijn met het voordeel van angst, omdat het een verbinding vormt tussen jou en de wereld waarin je bent.

Om 13.00 uur moet ik voor een tweede behandeling naar de mondhygiëniste in de plaatselijke parodontologie-praktijk. Tegen de eerste behandeling vorige week zag ik op. Tegen de tweede behandeling vandaag eigenlijk ook wel, maar ach… mijn wereld zal er niet drastisch door veranderen. Mijn tanden en tandvlees hopelijk wel. Of is dat weer angst? Laat ik afsluiten door te zeggen dat je het waarschijnlijk nooit helemaal ‘in the pocket’ hebt…


Detail uit kunstwerk ‘Sfeerbeeld‘ (Karin van der Linden)

‘t Weer…

13 oktober. Bijna middag. Hier schijnt de zon. In Kenia, bij Mombassa, waar Pip en Joris op vakantie zijn, regent het al sinds gistermiddag. En niet zomaar een buitje. Vanochtend een paar filmpjes doorgestuurd gekregen van Pip, gemaakt vanonder het afdak van het hotel. Alle parasols richting strand dichtgeklapt en het groene grasveld er naar toe lijkt doorweekt. Een beetje voetbalwedstrijd zou acuut worden afgelast.

Sinds 1997 heeft het er niet mee zo geregend in oktober, hebben ze van een local begrepen. Je zou dat als een uniek gegeven kunnen beschouwen waar je dan toch maar mooi getuige van bent, maar zo werkt dat niet op een vakantie. Onze Mees, geboren in 1997 trouwens, probeerde het vanmorgen via de app vanuit een waarschijnlijk ook zonnig Wageningen nog met ‘regenjasje en hup!’. Maar ook hij zag het trieste in van de situatie van dat moment.

Afijn, het is niet anders. Ze zullen er mee moeten dealen. Het voordeel is dat tijdens de safari die er aan staat te komen, de olifanten wel mooi schoon zijn geregend en prachtig grijs zullen zijn. En hopelijk zijn de paden die ze berijden of bewandelen een stuk minder stoffig dan bij grote droogte. Elk nadeel heb z’n voordeel, zei ooit een groot nederlands filosoof, die ook een beetje kon voetballen. Alleen niet op dat grasveld bij het hotel in Mombassa…

De zon is nu ook hier achter een wolkendek verdwenen en de wind trekt wat aan. En in Japan raast de zwaarste orkaan sinds decennia over het land. Niet alleen in Mombassa is het dus kl*teweer. Ik wil maar zeggen: het kan altijd erger. Misschien een heel klein gebaar van medeleven richting Pip en Joris, maar heel veel troost zal dat waarschijnlijk niet geven. En het helpt natuurlijk ook niet. Ze hebben vakantie en je gunt ze zo van harte een heerlijke tijd.

Maar opnieuw, afijn, het is niet anders. Ondanks alles toch maar het beste er van maken. Gezamenlijk meegemaakte ellende schept ook een band en maakt mensen creatief. Dus misschien een potje jokeren met de andere gasten in het hotel, die net zo verrast zijn door de weersomstandigheden van het moment. En mogelijk is het plekje dat die ene duitse gaste elke morgen met haar handoek bezet houdt, nu ook wel vrij…

Hopelijk gaat de zon snel weer schijnen. Het wordt fris op het bankje hier onder de oude eik… Pip en Joris, hou vol! En in Japan: heel veel sterkte…

Een tevreden mens…

Uit lang vervlogen tijden…

Op de foto een man, in de kracht van zijn leven, die een deur achter zich dicht trekt. De dokterstas in de hand. Op weg naar een andere patiënt, of misschien wel terug naar huis, naar Thérèse, zijn vrouw en hun vijf kinderen. Vandaag, één dag na zijn indrukwekkende afscheidsdienst in de St. Lambertuskerk in Horst kijk ik opnieuw naar die foto. Ik realiseer me nu pas hoeveel symboliek er in zit. Na vierennegentig jaar, bijna vijfennegentig, heeft hij de deur opnieuw achter zich dichtgetrokken. Nu definitief. Jan Holthuis. Voormalig huisarts te Horst.

Vaak heb ik hem zien wandelen. Naarmate de jaren vorderden steeds bedachtzamer en steeds wat meer voorovergebogen leek het. Later ondersteunt door een stok, maar in mijn herinnering zo goed als altijd lopend in de richting van de Lambertuskerk. Want daar had ik hem mee geassocieerd, sinds het interview dat ik 17 jaar geleden met hem had. Onder andere over de Lambertuskerk waar hij zich zo mee verbonden voelde. Die kerk met het atrium en haar kunstschatten. De unieke heiligenbeelden die er stonden. Maar eigenlijk veel breder nog, over al het culturele erfgoed en het landschappelijk schoon van Horst aan de Maas. De gemeente waar hij een leven lang huisarts was geweest en dus menige huisdeur achter zich had dichtgetrokken.

Het was in de zomer van 2002 dat we hadden afgesproken in het atrium van de St. Lambertuskerk. Aanleiding voor het gesprek waren de plannen rondom het centrum van Horst. Het was de tijd van stedenbouwkundige Riek Bakker die in haar structuurvisie over het centrum iets geopperd had over het atrium. Dat zou niet passen in het beeld van een moderne winkelstraat. Het zou een ‘hinderlijk obstakel in het winkelcentrum’ zijn. Uit het interview van toen lees ik opnieuw zijn prachtige en veelzeggende reactie: ‘Het schijnt zo te zijn dat architecten van tegenwoordig geen kunstgeschiedenis meer krijgen gedurende hun opleiding. Dat gemis wordt soms pijnlijk duidelijk. Toen men mij een keer belde met vragen over die alternatieve plannen heb ik geantwoord dat dat pas kon na mijn dood. Mijn dochter Hanneke, die dat hoorde, reageerde spontaan met de opmerking dat zij het daarna dan over ging nemen. Dat betekent dat de kerk op zijn minst tot 2050 blijft zoals die is. En daarna zijn de mensen hopelijk tot verstand gekomen’.

Jan Holthuis heeft toen indruk op me gemaakt. En gisteren, zeventien jaar later, stonden we opnieuw in het atrium. Met heel veel mensen samen, die hem wilden vergezellen naar zijn laatste rustplaats. Die kort daarvoor nog in ‘zijn’ Lambertuskerk een prachtige, veelal gregoriaans gezongen, dienst hadden bijgewoond. Waarin zijn oudste dochter Kristin, namens de andere broers en zussen, met veel gevoel en liefde over haar vader had gesproken. En waar Joost op het eind van de dienst de aanwezigen op een inspirerende manier nog deelgenoot maakte van de laatste woorden van zijn vader: ‘Gastendonk môt blieve’.

Het waren woorden waarvan hij in eerste instantie niet goed had geweten wat zijn vader er mee bedoelde, maar die hij vervolgens prachtig metaforisch analyseerde. Want er lag gastvrijheid verborgen in het woord ‘gasten’ en het stond ook synoniem voor de ontmoeting tussen mensen. En ‘donk’ bleek een veilig toevluchtsoord op een vaak hogere plek in de omgeving. Een plek dus, waar mensen elkaar veilig konden ontmoeten. Konden blíjven ontmoeten. ‘Gastendonk’ dus, en dat moest blijven. Een wijze levensles voor ons allemaal, samengebald in drie woorden. En als ik Joost goed heb verstaan ook nog uitgesproken in het Horster dialect. Met een vastberadenheid en een strijdbaarheid die zeventien jaren eerder ook al had geklonken, toen Jan Holthuis en ik met z’n tweeën in het atrium stonden.

Vanaf het kerkhof ben ik naar De Leste Geulde gewandeld. De uitnodiging die al in het overlijdensbericht stond, werd tijdens de kerkdienst en op het kerkhof nog eens nadrukkelijk herhaald. Iedereen was welkom op de bijeenkomst achteraf in De Leste Geulde. En ook daar werd het druk. Het sprak voor de gastvrijheid die Jan Holthuis hoog in zijn vaandel had. Een vanzelfsprekend voorbeeld van ontmoeting en het er zijn voor elkaar. Op elke plek waar dat kan. Bijvoorbeeld het atrium, als veilige ‘donk’ tussen de drukte van buiten en de rust van binnen. Mocht Hanneke in de toekomst de belofte, zeventien jaar geleden gedaan aan haar vader, waar moeten maken, dan vindt ze in mij een medestander. In navolging van Jan Holthuis, maar ook als eerbetoon aan de man, die liet zien dat je vooral samen en met bezieling van het leven moet genieten. In een wereld waar je een deur dicht trekt vanuit de hoopgevende wetenschap dat die ook weer open gaat om elkaar te ontmoeten. 

Sprekend beeld op het gedachtenisprentje
‘Ontmoeting van Joachim en Anne voor de Gouden Poort van Jeruzalem’

In het interview van 17 jaar geleden schreef ik zijn achternaam met een ‘y’ op de plaats van de ‘i’. Oude spelling? Waarschijnlijk niet, dus bij deze met terugwerkende kracht nog mijn excuses voor die fout.

Klik hier voor het interview van 11 juli 2002.

Mees z’n muziek…

Ontroerd was ik. Onder de indruk. En nu nog, terwijl ik weer naar de muziek luister waar Mees me zaterdagmiddag op attent maakte. Op de fiets, later die middag, meende ik de diepere betekenis te voelen die de ontroering verklaarde.

Ik weet dat er veel manieren zijn om iets te zeggen zonder woorden. En dat er evenzoveel of misschien nog wel meer manieren zijn om woorden te gebruiken die vaak iets heel anders willen zeggen. En ik weet dat het begrijpen van die niet-gesproken of gesproken woorden geen vanzelfsprekendheid is. Ik bedoel dat het interpreteren ervan, welbeschouwd, een eenzijdige actie is. In dit geval van mij. Dus of Mees het ook zo bedoelde weet ik niet. Hoe dan ook. Het ontroerde me.

Ik kan me niet herinneren dat ik met mijn vader ooit diep emotionele gesprekken heb gevoerd. Wel zie ik nog steeds zijn gezicht voor me, waarop zo duidelijk de emotie van was af te lezen. Ik zag de tranen in zijn ogen, die hij nonchalant probeerde weg te vegen, als hij de overwinningsblijdschap van een Joop Zoetemelk of Gerrie Kneteman op tv voorbij zag komen. Of zijn bedrukte gelaat als er binnen onze familie reden was om bezorgd te zijn.

Ik herken die emoties de laatste jaren bij mezelf. Muziek bijvoorbeeld, kan me raken. Of emoties bij anderen. Net als mijn vader, veeg ik zo nu en dan achteloos een traan weg, als ik de opluchting en blije verwondering zie van een kandidaat van The Voice of X-Factor die zojuist de sterren van de hemel heeft gezongen. Ook al zijn die beelden mogelijk gescript tot en met, toch meen ik die oprechte lichaamstaal af te kunnen lezen. Dat, in combinatie met de muziek, raakt me dan. Maar dat terzijde.

Zaterdagmiddag vertelde Mees me dat hij de afgelopen week via Spotify herhaaldelijk naar een album van Mike Posner had geluisterd. ‘A Real Good Kid’ was de titel. Terwijl hij de muziek al aan het opzoeken was, vertelde Mees dat de zanger het album geschreven had om onder andere de dood van zijn vader te verwerken. In het eerste nummer viel prominent de zin op ‘the day my daddy died, i became a man’. Zo nu en dan tussen de nummers hoorde je korte gesprekken die de zanger met zijn vader had gevoerd. ‘I love you, dad’. ‘I love you too’. Mooie overgangen.

We hebben samen naar het grootste deel van het album geluisterd. Mees zong de nummers zelfs al mee. Hij was in een week tijd onder de indruk geraakt van de liedjes en de tekst. Bij wat het laatste nummer bleek, vroeg Mees me nog even te blijven. Ik stond namelijk op het punt om een rondje te gaan fietsen, maar hij maande me om nog heel even het einde mee te pakken. Opnieuw een opgenomen gespreksfragment. Nu van een man en een kind. Op mijn vraag of dat weer de zanger was, nu als kind, met zijn vader, knikte Mees.

‘How it’s supposed to be’ is de titel van dat laatste nummer. Dat wordt afgesloten met de woorden van de vader, ‘Anyway, he is a real good kid’. Het is de titel van het album geworden. Een album waarin de band tussen een zoon en z’n vader indrukwekkend door Mike Posner wordt bezongen. In de gesprekken die ze samen voerden was het mogelijk nog geen onderwerp. En misschien was het bij hen net zo als bij mij en mijn vader. De emoties waren er wel maar je sprak er eigenlijk niet over. En nu? De appel valt niet ver van de stam. Ook nu praten we meestal niet over de dingen die het diepste van ons gevoel raken.

Soms gebruik je daarvoor andere woorden. Of je deelt muziek die een diepe emotie heeft geraakt. Of je doet het allebei. Mees vertelt dat hij zich heeft voorgenomen om elke week naar een ander album te gaan luisteren. Hij wil zich daardoor laten verrassen maar ook completer worden, muzikaal gezien. Een paar uur geleden appte hij me vanuit Wageningen of ik ook een favoriet album had, waar hij naar kon luisteren. Ik heb ‘12 songs’ van Neil Diamond teruggeappt. En ondertussen luister ik nog steeds naar Mike Posner. Dankzij Mees. A real good kid. In liefde en met dank… I love you too!

Herfst…

Weer een seizoen voorbij. Ik ga mijn zestigste herfst in, heb ik zojuist op mijn vingers nageteld. Ik ben nog geen zestig, maar als je op 7 mei geboren bent en in je nulde jaar je eerste herfst hebt meegemaakt, dan hoef je niet alle vingers op je handen te gebruiken om te concluderen dat je op je negenenvijftigste levensjaar de zestigste herfst ingaat. Een simpele optelsom, met een uitkomst die tot denken aanzet.

Een misschien wat melancholisch stemmend begin en eerlijk gezegd voel ik me ook wel een beetje zo. Genoeg om op mijn favoriete plek in de buitenlucht dat gevoel wat te duiden. Zojuist maakte ik een typefoutje en verscheen er ‘buienlucht’ op mijn iPad-schermpje. Meteen moest ik denken aan de weersvoorspelling van gisteren, die voor vandaag regen in het vooruitzicht had gesteld. Maar niets daarvan. Droog. Vooralsnog.

Zestien lentes en pril. Het lied van Boudewijn de Groot, Meisje van zestien’, klinkt op in mijn hoofd. ‘Zestig herfsten en stil’ is op dit moment mijn spontane vertaling. Ik verbaas me over het verschil in jaren en over het gevoel dat het oproept. Zes + tien. Of zes x tien. Als je er zo naar kijkt, lijkt er nauwelijks verschil. Het zit ‘m in de draaiing van het kruisje. Een 45-graden draai maakt van een doodgewone plus -ook na zestig herfsten of nog meer- van elk kruisje een liefdevolle kus…

Zestig herfsten
en dus stil
bezinnen
op wat komt

Ik hoop dat als
mijn winter is
ik dan weer
alle herfsten mis

Van lentes, zomers
alles weet
en toch niet
nog die kus vergeet

Verdraai de tekens
van de tijd
ervaar de herfst
maar zonder spijt

Gewoon speciaal…

Zo’n driehonderd mensen. Allemaal gekomen naar de boekpresentatie van een nieuw kinderboek, geschreven door een inwoner van Horst aan de Maas. ‘De avonture ván de Vleegende Pannekook en de Á-gebrande Kroket’. Chris Winkelmolen schreef het. In het dialekt. Eigenlijk zou ik vanaf nu in het Horster dialekt door moeten schrijven, als eerbetoon aan Chris, die dat uit principe spreekt. Twee van zijn kinderen verwoordden het gisteren kernachtig. In hun kindertijd was ‘Ge prot plat, of ge zit boete’ de didactisch verantwoorde keuze die ze van hun vader voorgelegd hadden gekregen.

Ik ken Chris al vanaf de middelbare school. Hij moest toen al niets hebben van gekunsteld gedrag. Als hij iets zei, dan was dat omdat hij vond dat er iets gezegd moest worden. En als dat niet nodig was, dan hield je gewoon je mond. Als je hem uitdaagde en hij ging er op in, dan kon je bij voorbaat zeggen dat je verloren had. Chris deed wat hij had gezegd, al moest hij er een regenworm voor opeten. Een man een man, een woord een woord. Maar dan wel in dialekt.

Een klein half jaar geleden kwam hij mij vragen hoe ik het had aangepakt met mijn boek. Hij vertelde dat hij al heel lang een kinderboek wilde schrijven. De zelfverzonnen verhalen die hij vroeger aan zijn kinderen vertelde, moesten daar in komen te staan. Vooral vanwege de belofte aan zijn zoon, dat diens dochter Fenne vóór haar eerste verjaardag een kinderboek van zijn hand zou krijgen. Die verjaardag stond er aan te komen. En de sceptische reactie ‘Och, ozze pap, geej lult waal ma geej schrieft toch gen book’ deed de rest. Tja, dan is er bij Chris eigenlijk nog maar één weg.

Dus dat boek is er nu. Het eerste exemplaar werd vrijdag 20 september overhandigd aan burgemeester Ryan Palmen, die het dankbaar in ontvangst nam. Chris had ook koning Willem-Alexander uitgenodigd voor de boekpresentatie (‘Ge het fieftig procent kans daat ie keumt: of heej keumt waal of heej keumt ni’) omdat een van de hoofdpersonen uit het boek ‘de keuning’ is. Prachtig getekend overigens door illustrator, grafisch vormgever en gitarist van de Afterpartees: Sjors Driessen. Enige gelijkenis tussen de getekende bolle toet van ‘de keuning’ en onze eigen koning berust overigens op louter toeval…

De mannen van de Afterpartees repeteren al tien jaar in een omgebouwde varkensstal bij de woning van Chris. Dat gegeven maakt het weliswaar niet vanzelfsprekend, maar onuitgesproken toch voor de handliggend dat ook de rest van de band enthousiast was over het boek. Bas en Niek Nellen namen de marketing van het nieuwe boek voor hun rekening en Jesse van den Munckhof maakte de website. En samen zorgden zij er voor dat Chris zelfs de moderne gemakken van de sociale media ging gebruiken. Misschien nog wel de grootste prestatie van alles. Hij kreeg een eigen facebookpagina en jawel… een echte mobiele telefoon!

Het boek is nu te verkrijgen in het dialekt, maar ook in het Nederlands. Op aanraden van zijn kinderen en ik vermoed ook op advies van de Afterpartees, heeft Chris schoorvoetend toegegeven dat Horst aan de Maas misschien toch een net te klein afzetgebied is voor zijn boek. Terecht. Vijftien verhalen, ontsproten uit creativiteit, authenticiteit, bescheidenheid en pure liefde voor het gewone, verdienen het om Nederland te veroveren. Op de vraag van de interviewer van Omroep Horst aan de Maas of Chris bij de boekpresentatie de verkochte boeken ook van een handtekening ging voorzien, was zijn antwoord: ‘Aas ze daat wille, ma ik wet ni of ut dao moeier va wuurt’…

Ik weet het wèl. Daar wordt het mooier van. En de driehonderd aanwezigen vonden dat ook, want de rij bij de handtekeningtafel was lang. Vanaf vandaag ligt het boek in de winkel (in Horst) en is het te bestellen via de website http://www.vliegendepannenkoek.nl. Horst aan de Maas is weer een pareltje rijker. Geschreven door opa Chris. Voor Fenne. En tegelijk voor iedereen die snapt waar het boek in essentie ook over gaat. Namelijk over speciaal zijn door jezelf te blijven. Ik heb de nederlandse- en de dialektversie. Gekregen van Chris. Gewoon. Omdat hij een half jaar geleden zei, toen ik hem mijn boek gaf, dat ik zijn boek dan ook zou krijgen. En als Chris iets zegt…

Het buitengebied van binnen…

In het buitengebied strooiden we de as uit van mijn zus. Drie jaar geleden alweer. Sindsdien kom ik vaak op die plek. Ik herinner me het strooien zelf nog heel goed. De verbazing over de hoeveelheid as die uit de urn kwam. En dat beetje as op m’n schoen, dat ik pas zag toen we later in een café in de buurt met de familie bij elkaar zaten. Van buiten ongemerkt mee naar binnen genomen. ‘Zo ben je buiten uitgestrooid en zo ben je weer ergens binnen’, dacht ik nog. Ik heb het er buiten toch maar even af geaaid. Daar waar ze wilde zijn.

De plek waar we haar hebben uitgestrooid ligt in een bos, onder kastanjebomen, vlakbij een stromende beek en een grote waterpartij. Er staat een houten tafelbank dicht in de buurt. Drie jaar geleden nog met een tafelblad van vijf planken maar nu nog maar met drie, zag ik onlangs. Twee planken zijn door iemand verwijderd en dat lijkt niet bepaald zachtzinnig te zijn gebeurd. De bevestigingsschroeven zijn achtergebleven en steken kromgetrokken in de onderbalk.

Als de vernieling moedwillig was, dan staat dat in een schril contrast met het rustgevende geluid van de kabbelende beek en de wuivende wind door de kastanjebladeren. En het is juist dat contrast waardoor ik me afvraag wat nou het meest wezenlijke kenmerk is van het buitengebied. Is het rust of toch rottigheid? En hoe verhoudt zich dat tot het ‘binnengebied’, dat ik voor het gemak even als term gebruik om alles samen te vatten wat er kan ontspruiten uit mijn en andersmans brein.

Positief denkend mens dat ik ben, denk ik toch dat het ‘buitengebied’ zich vooral leent om tot rust te komen. En dat niet alleen. Ik ga zelf namelijk vaak naar buiten om te schrijven. Dus ook daarom intrigeert me de vraag hoe dat precies zit met dat ‘buitengebied’. Wat is het dat je er rust en inspiratie kunt vinden? En waarom werkt het rustgevend op het ‘binnengebied’? Mij schiet nu de uitdrukking ‘je hoofd leeg maken’ te binnen. Ik realiseer me dat dat voor de meeste mensen eveneens een activiteit is die zich vooral buiten afspeelt. Gedreven door nieuwsgierigheid besluit ik binnen- en buitengebied eens door Google te laten beschrijven. Mogelijk biedt dat eerste aanknopingspunten.

Voor ‘binnengebied’ blijkt er dan maar één definitie: het is een meetkundige term. Bij ‘buitengebied’ is Google wat scheutiger. In no-time worden er een achttal definities geformuleerd. De meeste zijn afkomstig uit de wereld van de ruimtelijke ordening en reppen over steden en dorpen. Bovendien blijkt ‘buitengebied’ ook een meetkundige term te zijn. Maar al die definities hebben voor mij geen relatie met het buitengebied waar ik aan denk, als ik bij mijn zus aan de gehavende tafelbank zit. Eén definitie raakt echter wel een gevoelige snaar: Het is ‘een gebied dat buiten iets aanwezig is’.

Een mooie, bijna poëtische beschrijving die me meteen doet denken aan de uitdrukking dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’. Er is méér. Van iets. In een gebied tussen hemel en aarde: het buitengebied. Op een bepaalde manier zelfs geordend in de ruimte, want het gebied is te beschrijven in termen van hoeveelheid, van ‘meer’. Dat geeft aan de andere definities, waar ik in eerste instantie weinig mee had, toch een spannend nieuw element. Ruimtelijke ordening als een soort van beta-vertaling van ‘méér, dat buiten iets aanwezig is’.

Is het dan een grote stap -in beta-termen doordenkend over inhoud- om te begrijpen dat gedachten in de beperkte binnenruimte van een mensenhoofd, juist in de onbeperkte ruimte van het buitengebied een ideaal afzetgebied vinden? De plek buiten, die zo ruim is, dat je daar gemakkelijk je gedachten de vrije loop kunt laten. Omdat er juist daar meer is tussen hemel en aarde. Meer van ‘iets’.

De plek waar we drie jaar geleden de as van mijn zus hebben uitgestrooid, die plek heeft sindsdien ook ‘iets’ meer. In dat grote gebied van en tussen hemel en aarde, waar wij met z’n allen nu nog lijfelijk ‘binnen’ in vertoeven, daar maakt zij alvast deel uit van buiten. In mij heeft haar as iets losgemaakt. Haar as die toen al ongemerkt mee naar binnen kwam. Dat is ‘iets’, dat vooral buiten te bewonderen is en daar voelbaar is. In het buitengebied van binnen…

buitengebied
Er hangt ‘iets’ in de lucht…

Verhalenberg De Zuringspeel

Op http://www.verhalenberg.nl staat het volgende: Vuilstortplaats De Zuringspeel is een berg afval, vol van verhalen, waar de geschiedenis van de 16 dorpen van deze gemeente in is opgestapeld. De Zuringspeel is het hoogste publiekelijk terrein van Horst aan de Maas en wijde omgeving (62 m +NAP). Deze berg dient als decor en geeft op de top een fraai uitzicht. Dit kleinkunstfestival speelt zich af op vijf verschillende speelplekken verspreid over de berg. Beleef er de ondergaande zon als achtergrond en laat je verrassen door een variëteit aan artiesten onder het genot van een drankje en hapjes.

THEATER – MUZIEK – TONEEL – ANIMATIE – HUMOR – LUISTEREN

Op een van de vijf podia, rondom de Verhalenberg ‘De Zuringspeel’, mocht ik op zaterdag 14 september optreden. Op de voormalige vuilnisstortplaats ‘De Zuringspeel’ was een eenmalig festival georganiseerd. Een kleine 600 kaarten was er voor beschikbaar en die waren in no-time uitverkocht. Het was een mooie en sfeervolle happening. Voor mijn performance van twee keer een kwartier heb ik een vijftal voordrachten voorbereid. Tekst op muziek van mijn buikorgel. Alles rondom het algemene thema van het festival: Afval. Voor diegene die er bij aanwezig was en mijn bijdragen nog een keer wil terugluisteren, heb ik  hieronder de opnames bewaard. Ook voor degene die er niet bij kon zijn, maar toch nieuwsgierig is. Luisterplezier gewenst!

Bijdrage 1: ‘Schatten van waarde‘
‘Oet de groond’ (in het nederlands ‘Uit de Grond’) was de algemene titel van mijn festivaloptreden. Een titel met een dubbele betekenis. Allereerst is de Verhalenberg gebaseerd op datgene wat er onder de grond verborgen is. De verhalen komen als het ware ‘uit de grond’. De tweede betekenis van ‘Oet de groond’ komt van de uitdrukking dat iets ‘uit de grond van je hart’ komt. Mijn bijdragen hebben zowel te maken met de eerste betekenis, alsook met de tweede. Ik heb dat kort ingeleid met een gedichtje, nog zonder muziek.

 

Bijdrage 2: ‘Kiendergeluk’ 
Uitgaande van het gedichtje ‘Schatten van waarde’ heb ik een tweede tekst gemaakt. Iets uitgebreider, en nu op muziek van mijn buikorgel. In Horster dialekt. Het is tenslotte een berg in America, het dorp van Rowwen Hèze.

 

Bijdrage 3: ‘Aylan’
Mensen als afval, oftewel de vluchtelingenproblematiek. We kunnen er van alles van vinden, maar als het gewoon wordt dat er om de zoveel tijd mensen aanspoelen op stranden her en der in Europa, dan is er toch wat mis. Iedereen herinnert zich waarschijnlijk nog Aylan. Aylan Kurdi, het driejarige ventje dat op het strand van Bodrum aanspoelde. Dat was op 2 september 2015, een paar weken geleden precies 4 jaar geleden. Ik heb er toen dit gedicht voor op muziek gezet.

 

Bijdrage 4: Sfeerbeeld
Vorige week zondag werd in museum De Kantfabriek een jubileumexpositie geopend, getiteld ‘10’, naar aanleiding van 10 jaar Kantfabriek. De titel van de expositie past perfect in het thema van de Verhalenberg: ‘Van object naar verzameling – van verzameling naar object’. Een aantal hedendaagse kunstenaars exposeren daar hun werk dat gebaseerd is op gevonden en verzamelde textiele objecten.
Eén van de kunstenaars, Karin van der Linden, had er zo’n twee jaar geleden een eigen expositie, waar ik met mijn orgel de opening mocht verzorgen. Ik heb toen een gedicht gemaakt, gebaseerd op haar werk en dat gedicht heeft haar weer geïnspireerd om een nieuw kunstwerk te maken, waarin ze dat gedicht letterlijk verweven heeft. Dat kunstwerk hangt, sinds vorige week zaterdag, tot 29 december van dit jaar nog in de Kantfabriek.
Op mijn website heb ik deze ‘kunst-samensmelting’ wat uitgebreider beschreven en gekoppeld aan een youtube-filmpje dat ik erover gemaakt heb. In dat filmpje zie delen van haar werk dat mij inspireerde tot het gedicht.
Voor vandaag, tijdens de Verhalenberg, het gedicht op muziek. De woorden gaan over herinnering, over vroeger en later maar ook over nu. De muziek die eronder ligt, ‘Memory’, past daar prima bij. Het gedicht heet ‘Sfeerbeeld’.

 

Bijdrage 5: ‘In zeven zinnen’
Er is heel veel onder de grond verdwenen. Toch zijn we er nog altijd mee verbonden en is er in feite niks verloren. Hier bij de Verhalenberg vielen me de grote bruine buizen op, waarover me verteld is, dat die dienen om de gassen te laten ontsnappen die vrijkomen bij het vergaansproces van het opgeslagen afval onder grond. Alles komt terug in wat voor vorm dan ook. Het heeft iets met de natuurkundige wet van behoud van energie te maken. Maar ook in menselijke zin kun je zeggen dat we verbonden blijven met alles wat we verliezen. Ik heb het samengevat in 7 zinnen, die over meer gaan dan over behoud van energie. Het duurt nog geen minuut, dus goed opletten.

Nog twee dagen…

Het laatste weekend van mijn vakantie. Drie weken zitten er na morgen op. Het zal wel weer even wennen zijn, maar dat heb ik met vakantie zelf eigenlijk ook wel altijd, dus dat komt wel goed. En goed beschouwd is het juist door je werk, dat je überhaubt vakantie hebt, dus ik moet niet klagen. Alleen het aantal weken werk en het aantal weken vakantie, dát heb ik altijd zo’n scheve verhouding gevonden…

Afijn, de vakantie zit er bijna op en het was prima. In de eerste week naar Luxemburg geweest en een dik boek uitgelezen. Een verzameling columns, waardoor het gemakkelijk in etappes te lezen was, maar evengoed voor mij een prestatie. Want dat het niet zo vanzelfsprekend is om het te kunnen, las ik vanochtend in een artikel over analfabetisme op de voorpagina van de Limburger. Terugvertaald naar ons verblijf in Luxemburg: Van de 16 hotelgasten waren Thea en ik statistisch gezien waarschijnlijk de enige twee die makkelijk konden lezen. Of was het juist andersom en heb ik het artikel niet goed begrepen. Zou zomaar kunnen…

De tweede week zijn we ‘rundumhausen’ gebleven. Het weer was heerlijk en herhaaldelijk hebben we dat gevierd op een terrasje in het centrum. In die week ook nog een familiedag bij Hof te Berkel muzikaal opgeluisterd met mijn orgeltje. Daarnaast regelmatig gefietst, met de iPad in de tas, om op een aantal mooie plekjes in Horst aan de Maas wat indrukken vast te leggen in een column of gedicht. Ik blijf dat een heerlijke bezigheid vinden en ben dan ook blij dat er bij de vernieuwde omroep nog steeds plek is om dat te laten horen.

Zoals gezegd. Drie weken. Waarvan de laatste week ook wel een speciale was. Van maandag tot en met vrijdag namelijk was ik helemaal alleen thuis. Niks moest en alles kon. En ik heb heel veel gedaan, onder andere door vaak even helemaal niks te doen. En daartussenin bezig geweest met Horst aan de Maas 800, het Verhalenberg-festival dat volgende week zaterdag plaatsvindt, thee drinken op terrassen, hardlopen, toch ook weer schrijven, tennis en volleybal kijken, zelf badmintonnen, fietsen, bezoekjes hier en daar, zo nu en dan weer afgewisseld met een terrasje, enz.

Ik kan zeggen, en dat doe ik bij deze, dat een week dan om is, voor dat je het in de gaten hebt. Maar wel lekker. O ja, had ik al genoemd dat ik van de week ook begonnen ben met het leren bespelen van een mondharmonica? Dat klinkt groter dan het is, maar de eerste bluesnootjes zijn al aan mijn lippen ontsnapt. Met dank aan YouTube. En dat ik aan een online schrijfworkshop begonnen ben? Had ik dat al vermeld? Vier lessen, die ik vorige week heb aangeschaft met het oog op de week dat ik alleen thuis zou zijn en het dan misschien zou regenen. Ik ben bij les 2.

Kortom, het wordt tijd dat ik weer aan het werk kom, zodat het wat minder druk wordt. Maar eerst nog maar even genieten van die paar dagen die ik nog heb. Dit weekend en maandag nog. Dinsdag 10 september mag ik weer aan de bak. Alle werkmailtjes die ik de afgelopen drie weken stiekum bekeken heb, en gelijk weer op ongelezen heb gezet, ga ik dan achtereenvolgens maar eens wegwerken. En net als elk jaar ben ik benieuwd hoe snel alles weer ontzettend belangrijk lijkt, terwijl er eigenlijk maar een paar dingen dat ook echt zijn. Nog twee dagen om me daar op voor te bereiden. Komt goed.

Meerkeuze…

Schrijfplek in Meterik…

Buiten. Zitten en schrijven. In Hollands weer. Als ik voor me uit kijk, dan zie ik de witte wolken in een lichtblauwe lucht. De wind komt van de Schaak en blaast me recht in mijn gezicht. Voelt lekker. De drie bomen rond het bankje en de tafel houden de zon tegen. Maar als de Schaak in het westen ligt, dan is de kans groot dat ik zometeen wel in de zon zit.

De laatste week van mijn vakantie is vandaag in gegaan. De afgelopen twee weken hebben al een heerlijke afstand gecreëerd van het werk. Zo nu en dan heb ik diagonaal wel wat werkmailtjes gescand. Ik heb de meesten daarvan meteen weer op ‘ongelezen’ gezet. Ik kan me dus wel al een voorstelling maken van hoe het volgende week zal zijn, maar ik wil er vooralsnog nog niet aan toegeven.

Soms kun je proefondervinderlijk vaststellen hoe zaken in mekaar zitten. Mijn beperkte aardrijkskundige kennis en abominabele richtingsgevoel worden geholpen door het leven zelf. Al schrijvende merk ik dat ik meer en meer in de zon kom te zitten. Dat betekent dat de Schaak in het westen ligt en ik me nu ga oppakken om op mijn andere favoriete schrijfplekje te gaan zitten. Het schrijft toch lekkerder in de schaduw.

Schrijfplek bij de eik…

En daar zit ik dan nu. Op dit moment nog in de schaduw, maar ik voorzie, dat ook deze plek over niet al te lange tijd door de zon beschenen zal worden. Sterker nog, dat is op dit moment al het geval. Een grote wolk heeft de zon weer vrij spel gegeven. Nou kan ik twee dingen doen. Een, is doorschrijven in de zon en hopen dat andere wolken zo nu en en dan voor schaduw zorgen. Of twee, mezelf weer oppakken en op zoek gaan naar een derde schrijfplekje. Ik ga voor optie twee.

Installeren op plek nr. 3…

Op plek nr. drie zit ik helemaal onder de bomen. Geen idee waar nu het oosten of het westen ligt. Hoewel, als ik even nadenk. Rechts van mij rijden de auto’s over de A73. Die loopt van Horst naar Venray, dus grofweg van noord naar zuid. Door het groene lover zie ik de zon eveneens rechtsboven mij staan, zich langzaam verplaatsend naar het westen. Ik weet toevallig dat ze daar onder gaat, omdat ze opkomt in het oosten. Toch?

Belangrijkste conclusie van dit alles. Duitsland ligt nu links van mij en de Noordzee rechts. En Wim Moorman is op weg naar het zuiden, omdat hij mij zojuist passeerde, afkomstig uit noordelijke richting. Tweede conclusie: mijn derde schrijfplek is de meest drukke van alle drie. Fietsers en wandelaars passeren me om de haverklap. Sommige kijken me aan met een blik, waarvan je zou kunnen vermoeden, dat ze ook niet goed weten waar het oosten of het westen ligt.

Wim Moorman, fietsend richting zuiden…

Afijn, op mijn eerste dag van mijn laatste week vakantie, heb ik al fietsend en schrijvend, weer voldoende indrukken opgedaan. Teveel om hier allemaal te benoemen, maar een korte opsomming om een indruk te geven: Man in perfect tuintje, maakt tuintje nog perfecter – Duitse toeristenfamilie parkeert auto vlakbij stromijt in Meterik – Schoolkinderen van de Weisterbeek worden netjes twee aan twee in de rij voor het zebrapad gezet – Twee planken van houten tafel in bos zijn nodig geweest voor iets anders. Nog genoeg onderwerpen om over te schrijven. Iemand een voorkeur? Laat maar weten. Ik heb nog vakantie.

Waar zouden die twee planken voor gebruikt zijn…