Aankomen

Aankomen

Hoe kom je aan inspiratie? Op welke manier kom je aan letters die samen woorden vormen, die op hun beurt samen zinnen tot een verhaal maken? Dan komt het aan op een goed thema. Je moet weten waar je over wil vertellen. Je kunt niet aankomen met een waardeloze optelsom van nietszeggend proza. Er moet een verhaal in zitten. Een lijn. Bij afwezigheid daarvan, of bij een te wazige plot komt het verhaal niet aan. Bij de lezer niet. En bij de luisteraar al helemaal niet. Dus komt het aan op het thema, en dat is ‘aankomen’… Hmm, en nu?

Ik weet niks… En kom er nou niet mee aan dat dat een gebrek aan creativiteit is. Want daar is niks mis mee, kom op zeg. Ik heb alleen niks met aankomen. Althans op dit moment niet. Normaalgesproken los ik een dergelijk schrijversblok namelijk op, door mijn vindingrijkheid tot op grote hoogte aan te spreken. Maar aan dat hoge niveau kom ik op dit moment niet. Want het thema ‘aankomen’ nodigt daar niet toe uit. Hoe graag ik er ook over wil schrijven. Dat het dan toch niet lukt,  dat komt best hard aan. Het overkomt me, zoals gezegd, niet vaak. Daar kun je als schrijver eigenlijk ook niet mee aankomen, vind ik. Iets niet kunnen schrijven is zo’n beetje de totale zelfontkenning aan het schrijversschap…

Kom aan, laat ik het eens over een andere boeg gooien. Als ik nou eens in termen van weegschaal en kilo’s ga denken. Aankomen in de letterlijke zin zeg maar. Maar komt er dan nog wel inspiratie aan te pas, vraag ik me af. Bij het thema ‘aankomen’ ligt een gewichtig verhaal wel heel erg voor de hand. Een open deur. En aan open deuren, daar hoef je –de uitdrukking zegt het al-  niet meer aan te komen. Je hoeft geen deurklink aan te raken om binnen te komen. Daar zou een bordje ‘niet aankomen’ volledig overbodig zijn. Bij een dichte deur is dat anders. Als daar ‘niet aankomen’ op staat, en je bent een beetje volgzaam aangelegd, dan kom je daar ook gewoon niet aan. En kom je dus ook niet binnen aan.

Maar hoe kom ik dan wel aan een verhaal bij het thema ‘aankomen’? Of moet ik afstappen van het verhaal? Ik kan toch ook gewoon aankomen met een versje over ‘aankomen’? Ja, dat doe ik.

Ik vind
dat als door aankomen
de kilo’s weer terugkomen
als je dus van aankomen
niet kunt afkomen
dan kan afvallen
alleen maar tegenvallen.
Maar als door afvallen
de kilo’s gaan wegvallen
als je door dat afvallen
dus gaat opvallen
dan zal aankomen
meestal meevallen.
Dus geen mensen
die aankomen
afvallen.
Daar kun je bij mensen
die afvallen
trouwens ook niet mee aankomen.
Vind ik…

Kind van de tijd…

Met ‘Child in time’ op de koptelefoon een stukje voor op mijn blogpagina. De top 2000 zit er bijna op. Over een dik half uur is het 00.00 uur en zijn we weer een jaar verder. Tweeduizendentien. Wat gaat het brengen?

Sweet child in time. Zo voel ik me nu eigenlijk een beetje. De muziek onderstreept dat op dit moment. Het is het snelle stuk. Gaat naar de apotheose. En zal zometeen in het hele langzame deel komen. Nu! Comme la vie… Pulserend opwindend, afgewisseld met relaxed saai. ‘See the blind man, shooting at the world’. Vanalles doen, maar het vaak ook niet helemaal zeker weten. Vol van overtuiging, maar nooit helemaal overtuigd. ‘Bow your head’…

… maar dan neemt de energie weer toe. Energie die net even in een dipje leek. Deep Purple schreeuwt zoals alleen Deep Purple dat kan. Een nieuwe climax komt eraan. Tikt er langzaam naar toe. De drums bevestigen het. Sneller. ‘Oh no’ zingt Richie Blackmore (toch?). Nog sneller. Met tenslotte de explosie op het eind… Ze staan op vijf.

Op vier is het Led Zeppelin… Ja, ja. Als je toch een stukje aan het schrijven bent, waarin je de muziek koppelt aan je gevoel, dan is dit er ook een, zeg… ‘Stairway to heaven’. Live luisteren en schrijven. Af en toe een zinnetje meepikken en kijken waar me dat brengt. ‘There is a sign on the wall, but she wants to be sure’… Zij ook? ‘…and it makes me wonder’… Het valt me op dat ook in dit geweldige lied het langzame deel overgaat in een snellere passage. Ook daar de toename van energie en het toewerken naar het hoogtepunt. En toch weer afsluiten met rust…

Wat staat er drie? ‘Avond’ van Boudewijn de Groot. Op datzelfde moment komt mijn zoon me vragen om een spelletje te doen, zo vlak voor de jaarwisseling… ‘Ik geloof, ik geloof, ik geloof, in jou en mij…want je kunt niet zeker weten en van alles gaat voorbij…’

Beste wensen voor 2010!

‘Het is een beetje eentonig…’

Het is 1.14 uur en ik hoor Rowwen Hèze met flarden naar binnen waaien. Dat is vijf kilometer geluidsoverbrugging en volgens mij moet je dan kunnen uitrekenen hoe hard het op de plek des onheils gaat. Benieuwd of Pip morgen suizende oren heeft. Begin van de avond heb ik georgeld in Elzenhorst. Eerst voor een tweekoppig publiek. Zij is met vlagen niet zo gecharmeerd van de muziek. ‘Het klinkt wat eentonig’ vertrouwt ze me toe met een blik in de ogen die het midden houdt tussen boos medelijden en lieve compassie. Hij daarentegen is zoals altijd laaiend enthousiast. Maakt grappen. ‘Stil hè, als het niet waait…?’ Hij lacht alsof we elkaar snappen. ‘Wil je een pilsje?’ vraagt hij dan. Als hij aanstalten maakt om dat te gaan pakken merkt hij bijna meteen dat hij zijn rolstoel niet uitkan. Op dat moment kijkt hij me aan met matte, berustende ogen. Maar bij de Amsterdamse medley zingen ze gelukkig allebei weer mee. Over de ‘Klok van Arnemuiden’. Over de zee, die vol ligt met mijnen. Even later over ‘het lief’ ‘daar bij die molen’. In de korte stilte tussen twee liedjes hoor ik van haar opnieuw dat het ‘wel wat eentonig is’. Hem valt op ‘dat het stil is als het niet waait’. En dan zingen ze weer. Even weg uit hun windstille, eentonige bestaan. En ze hebben gelijk. Om stil van te worden…

Het waaide in New Orleans…

‘Yes – we – can’ orakelde Obama vorige week op zijn danig opgeklopte partijconventie. Vanavond is McCain aan de beurt, maar uit piëteit met de inwoners van New Orleans heeft hij zijn feestje voorlopig uitgesteld. Tot de wind gaat liggen. Dan zal ook op zijn partijconventie de andere halve waarheid worden verkondigd. En op het ‘moment suprème’ vallen ook daar duizenden ballonnen naar beneden, barstensvol met gebakken lucht. Zijn aanhangers zullen naar boven kijken en juichen…
In Zuidwest-Pakistan zijn vijf vrouwen, waaronder drie tieners, eerst beschoten, en daarna ‘traditiegetrouw’ levend begraven. Dit eeuwenoud gebruik in Islamabad wordt door een plaatselijke parlementariër verdedigd. ‘Vrouwen die zelf hun toekomstige echtgenoot willen uitzoeken moeten gestraft worden’, is zijn stellige overtuiging. En daar kan hij anderen ook van overtuigen… ‘Yes, we can…’. Daar hebben ze weliswaar naar de grond gekeken maar waarschijnlijk ook gejuicht…
Heel stil wordt je daarvan. Schreeuwend stil door de onmacht die met orkaankracht over je heen raast. Dan waait het in New Orleans. Heel erg. Maar toch… zand erover?

Gewoon even lekker…

Kriebelzon
en ritselwind
Wiebeltand
en peuterkind
Rinkelroer
en koffiegeur
Zomerstoel
en wolkenkleur
Zwaluwdans
en harteklop
Hersenspin
en ruitjesdrop
Al die dingen
en nog meer
Autoloze zondag sfeer

Lekker puh!

‘That’s not my name’ zingt de zangeres van de Tingtings. Kort maar krachtig en maximaal versterkt door het strakke ritme van de muziek. Een keer zappend bij uit gekomen en meteen verkocht. Interessant hoe zoiets werkt. Eenmaal ontdekt zie je een dag later dat de Tingtings op Lowlands hebben gestaan. Dat zou me normaal niet zijn opgevallen, maar nu eenmaal de hersenschors geprikkeld is lijken er een paar neuronen speciaal daarop te zijn ingesteld. De naam van de band doet ook wel een duit in het zakje. ‘Tingting’. Alsof er ineens een belletje gaat rinkelen er er een lampje aangaat. Het leuke aan de tekst van het liedje vind ik de eigenwijzigheid die er van uit gaat. ‘Ze noemen me zus’, ‘ze noemen me zo’, ‘ze noemen me dit’, ‘ze noemen me dat’. Met een sfeer van ‘dat kunnen ze wel denken’ maar -met heel veel nadruk- ‘that’s not my name’. Lekker puh. Geweldig… Verder geen pretenties of hele verhalen hoe het dan wel zit. Niks daarvan. Het is gewoon niet zo. Met overtuiging neergezet. Klaar.

Geboortenissen

Het is wat! En het gebeurt gewoon. Je kunt er niets aan doen. Dat wil zeggen, je hebt er samen uiteraard wel naar toegeleefd. En nogal enthousiast mee bezig geweest, naar alle waarschijnlijkheid. Maar je hebt er niets over te zeggen. Niks ‘nemen’. ‘Krijgen’ is het. Een cadeau dat je met z’n tweeën aan elkaar wil geven, maar waarvan je niet weet of je het straks ook uit kunt pakken. Nou is het cadeautje samen maken al niet onplezierig, maar uiteindelijk hoop je toch dat je het ook krijgt. Je kunt tenslotte niet bezig blijven. Hoewel…
Hoe het ook zij. Het zijn gebeurtenissen in een mensenleven, die de wereld veranderen. In het klein, maar wel groots. Twee wordt drie, misschien zelfs vier of nog meer. Dát zijn geboortenissen… ’t Zal je maar gebeuren. Alvast proficiat!

Zijn stoel…

Owwe stool
wao geej in zoat
stiet boave
Pip speult tur nou i
gebroekt um aas opstapje
um hoegerop te kome
klumt dur op, zit dur i
verstopt zich tur achter..
en duk is ie leag..

Ik zeej oow nag zitte
veut teage elkaar, biën in en ruutje
sloogt oowen erm um daat megje vaan os
‘ni valle wah’…

Pip die ni zoag hoe geej dur oetzoagt
oow vel, geschilverd, leet los vaan oow gezicht
bestroald, verbrand, gespanne
heelde geej oos megje vast
Pip aaide oow ovver oow schriepel vel
en ik wet ut ni zeeker, ma ik denk daat ze en traon aaide

Weej zoate doa mit zien veeren
geej oowen erm um Pip
‘ni vallen wah…pak ze ma want mienen erm wuurt muuj…’
di stool stiet boave…

Jouw stoel
waar jij in zat
staat boven
Pip speelt er nu in
gebruikt hem als opstapje
om hogerop te komen
klimt erop, zit erin,
verstopt zich erachter
en heel vaak is ie leeg…

Ik zie je nog zitten
voeten tegen elkaar, benen in een ruitvorm
sloeg je arm om dat meisje van ons
‘niet vallen, hè…’

Pip die niet zag hoe jij er uitzag
je huid, geschilverd, liet los van je gezicht
bestraald, verbrand, gespannen
hield jij ons meisje vast
Pip aaide je over je gevoelige huid
en ik weet het niet zeker, maar ik denk dat ze een traan aaide

We zaten daar met zijn vieren
jij je arm om Pip
‘niet vallen, hè.. pak ze maar want mijn arm wordt moe…’
die stoel staat boven…

Mijn ring, zijn ring, herinne-ring

Gerard van Maasakkers op de oren. ‘tis al wir lang geleden…eigeluk te lang’ zingt ie. Met zijn melancholische stem haalt hij herinneringen boven. Gebeurtenissen uit het verleden. ‘…da raak ik nooit mir kwijt’ hoor ik. En ook dat is waar. Niet dat je er voortdurend aan denkt, maar het is er wel steeds. Op de meest vreemde en onverwachte momenten overvalt het je. In de mis van Va de Mulder onlangs. Ik voel de ring van mijn eigen vader die ik meestal achteloos ronddraai om mijn middelvinger. Is het de wierook in de kerk waardoor mijn ring -zijn ring- ineens even heel anders aanvoelt? Ik zie hem weer zitten in zijn stoel, in het laatste jaar van zijn leven. Onze Pip van een goed half jaar aaide hem over zijn bestraalde huid. Ze zat op zijn stoelleuning en hij hield haar vast. ‘Pak ze ma gauw, daat ze ni velt’ zei je bezorgd, omdat je arm moe werd. Ik pakte haar over en jij keek naar ons.. ‘Da raak ik nooit mir kwijt’… hoop ik.

Een gedicht, destijds over het bovenstaande gemaakt