Toch is het best leuk…

Morgen naar de Efteling. Met de hele familie. Beloofd is beloofd. Beelden van ontelbaar veel mensen schieten door mijn hoofd. Heel veel lotgenoten, die we morgen bij herhaling zullen tegenkomen. Hoe drukker, hoe vaker. De slimme wachtrijhekjes zorgen ervoor dat het grootste deel van de dag wordt doorgebracht met het stiekem kijken naar andere mensen. Zien hoe zij omgaan met hun minder geduldige kinderen. Daar tegen afzetten hoe wij omgaan met die twee van ons. Snoepjes en broodjes zijn al ingepakt om aan de ergste nood tegemoet te komen.

‘Als u hier bent is de wachttijd nog één uur’, lees ik, terwijl ik daar nog een zestal rijen vanaf sta. Shit. Achter mij krijgt een ventje een duw. Hij staat met z’n voet op een hand van een wildvreemde. ‘Niet op het hek lopen, dat heb ik je nu al vijf keer gezegd’ probeert zijn moeder de situatie te redden. Te laat. Het ventje is opnieuw schuldig en blijkt de rest van de vijftien rijen niet meer te troosten. Ik ben nu dáár waar de wachttijd nog een uur is. Kijk met enig medelijden terug naar de plek waar ik zes rijen geleden stond. Daar staan nu weer mensen die ook naar mij kijken. Ik zie dat we hetzelfde denken, maar dan omgekeerd. Dat geeft enige verlichting, maar toch. Gelukkig is het herfstvakantie, anders hadden we ook nog ontiegelijk last gehad van wespen. Normaal rent mijn zoontje dan weg, maar dat gaat niet tussen die hekjes. Het enige wat dan helpt is het vakkundig wegslaan van die beestjes. Probleem is dat anderen dat veel minder vakkundig doen. Maar goed. Daar hebben we nu gelukkig geen last van. Het is herfst. Het regent. Althans, dat deed het net. Nu kan ik dat niet meer zien, omdat ik net een paraplu in mijn oog heb gekregen maar ik ga er vanuit dat het nog steeds regent. De moeder van dat jongetje probeerde net nog wat te redden door een snoepje in haar tas te zoeken. Dat lukt niet met een paraplu… Sorry, meneer! Ja, sorry, ja!! denk ik heel hard, noodgedwongen knipogend. Als ik sta waar het nog een half uur is, denk ik terug aan het vorige half uur. Ik maak mezelf wijs dat dat heel snel voorbij ging. Voor m’n eigen gemoedsrust geloof ik mezelf.

En jawel. Ineens zitten we in de Vogelrock. In anderhalve minuut weer buiten, met een tweetal whiplashes, links en rechts. ‘Waar gaan we nou in, pap?’ ‘In de auto’ denk ik maar ik zeg wat anders. Het is tenslotte maar één keer in de zoveel tijd. Hoeveel tijd? Als u hier staat nog maar een uur…
Morgen gaan we.

  1. Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Noteer je emailadres als je via mail geïnformeerd wil blijven over nieuwe posts op deze blog.

    Doe mee met 672 andere volgers

  • Als je het leuk vindt om een verhaal te horen, kan dat hieronder…

%d bloggers liken dit: