De laatste Verbeelding…

Tja, daar staan we dan,de laatste keer
Cafe de Verbeelding, man, ‘t is niet meer
’t gevoel, dat gaat een beetje op en neer
’t is gewoon waar, gedaan,het komt niet weer

Twintig orgelmuziekjes,
gesproken repliekjes
het was een komen en gaan.
Voor meestal kleine publiekjes
steeds met liefde gedaan

Steeds weer nieuwe rubriekjes
op de vreemdste ritmiekjes,
heeft u steeds weer doorstaan
De laatste orgelmuziekjes,
maar dan is ’t gedaan…

Het gevoel gaat ietwat heen en weer.
Net zo dubbel als dit melodietje ongeveer.
Jan en Henny, meer privésfeer weer
Maar wij? Och gottegot, mijn lieve heer…

gedaan met verbeelden
gedaan net de weelde
het is de laatste keer hier.
De laatste bühne en bier
De laatste tekst op papier

’t is gedaan met verbeelden,
en ook het orgel dat speelde,
klinkt de laatste keer hier
Nog maar één regel plezier
en wordt het tijd dat ik stop…

Met of zonder vleugels…

Thuis op de bank had ik het bedacht en nu zat ik er. In het bos, op de plek waar we drie weken eerder de as van mijn zus hadden uitgestrooid. Ik had er de dubbele houten tafelbank toen al zien staan.  Een mooi plekje, vond ik, om er zo nu en dan eens in alle rust te gaan zitten.

Dus daar zit ik nu. Het is een prachtige zaterdagochtend. Zonnig, maar daar merk je hier onder de kastanjebomen weinig van. Integendeel. Het is een koele plek en een briesje benadrukt dat. Ik zit er nog maar net, maar ondertussen zijn er al wél vier keer mensen voorbijgekomen. Drie keer een joggend stel en één keer een wandelend duo. Twéé keer. Op dit moment passeren een vrouw en een man. Ik had de voetstappen achter me al gehoord.

Het pad langs het water is populair op een zaterdagochtend, voor zover ik dat nu kan beoordelen. Ook heel veel geluiden om me heen, terwijl er géén mensen voorbijlopen. Fluitende vogels dichtbij. Blaffende honden veraf. Auto’s die op niet al te veel afstand met regelmatige  tussenpozen hoorbaar zijn. Eén van de trimmers lijkt zijn medeloper te hebben afgeschud en komt nu alleen voorbij. Het is zijn derde rondje om het water, tenminste als hij niet ergens halverwege is omgedraaid.

Het is in ieder geval zijn derde keer langs de plek waar ik in alle relatieve rust op uit kijk, zittend aan de tafelbank. De plek van mijn zus. En tegelijk, merk ik aan alles, de plek van iedereen. Het lopende koppeltje van zojuist komt een tweede keer voorbij. Een bekende op een fiets snelt de bocht om. We groeten elkaar. Het valt me op hoe naadloos en geleidelijk wij mensen in elkaar op kunnen gaan. Zachte stemmen van achteren, in geluidsvolume langzaam toenemend, tegelijk met de steeds luider klinkende voetstappen, één passeermoment met wel of geen begroeting of een knikje en dan voltrekt zich dat alles in een soort van omgekeerde volgorde opnieuw. We komen en gaan.

Heel even is het ineens zo goed als helemaal stil. Heel even maar, want voordat ik de stilte goed en wel in me kan opnemen zijn daar de vogels weer. Opnieuw een hond en weer een paar auto’s. Een mountainbiker komt over de steentjes van het pad geknarst. Een soortgelijk geluid, maar nét even anders, blijkt van een man met een bolderkar, die over het pad naar me toe komt lopen. Terwijl ik dat zie passeert tegelijk een mevrouw me van achteren. De bolderkarman en de mevrouw lopen elkaar voor mijn ogen stilzwijgend voorbij. In een fractie hebben ze elkaars aanwezigheid in de ruimte met succes ingeschat.

De man met de bolderkar stopt anderhalve meter achter me en begint met het legen van een metalen afvalbak. Alles gaat gewoon door, realiseer ik me en ik verbaas me over hoeveel geluid een metalen prullenbak maakt in vergelijking met alle andere geluiden die ik vanmorgen al allemaal hoorde. Even is er alleen maar afvalbak, maar net zo langzaam als het geluid, de man en zijn kar zojuist op kwamen zetten, zo gelijkmatig ebt dat alles een paar tellen later ook weer weg.

Thuis op de bank dacht ik mogelijk alleen te zijn met mijn gedachten en mijn zus. Maar ik merk ter plekke dat mijn gekozen moment voor die spontane herdenking vooral een gedeeld moment is geworden. Ook niks mis mee, constateer ik. Plots zie ik een paar meter voor me een vogeltje naar me kijken. Een roodbruine kleur onder zijn spitse snaveltje. Op eigenwijze hoge pootjes zet het een paar hupjes in mijn richting. Het lijkt alsof het onder de tafelbank moet zijn, en zich bijna lijkt af te vragen wat ik daar eigenlijk doe, aan zijn tafel. Met nog een hupje lijkt het echt onder de tafel te zitten. Als ik voorzichtig kijk, vliegt het weg. Nét gekomen maar alweer gegaan.

Ik sta op en maak plaats voor een volgende voorbijganger. Een nieuwe passant van deze sinds drie weken nog specialere plek. Met álle mogelijkheden van de wereld om er vóór, eráchter, óp of áán deze tafel te zitten. Mét geluid of in stilte. Hoe dan ook. Het is een mooie plek. Voor iedereen. Om te komen en te gaan. Met of zonder vleugels.

een mooie plek
Aan fafel in het bos, genieten van de tijd en wat zich voordoet

Dit verhaal is op zaterdag 3 juni ’s ochtends geschreven en ’s avonds voorgelezen in de maandelijkse rubriek Wört, van het radioprogramma Wiekentproat (Radio Reindonk). Vóór het verhaal, als mooie muzikale inleiding ‘Die Zeit, der Weg’ van de cd Wandern (Egbert Derix en Sef Thissen – tot aan 2:15) en ná het verhaal het nummer ‘All is waiting’ van de gelijknamige cd van Jodymoon (na 7:00). Te beluisteren door hieronder te klikken.

Eendagsvlinders

Kastanjeboom
Uitzicht vanuit het raam van de kamer van hospice D’n Doevenbos
Een half jaar geleden stond ik hier, op precies dezelfde plek. Het was de eerste herdenking die Hospice D’n Doevenbos organiseerde. 1 december 2016 om precies te zijn. Een half jaar daarvoor was mijn zus één van de eerste gasten in het hospice. Lang heeft ze helaas niet van de gastvrijheid kunnen genieten. Tussen het vriendelijke en zorgzame welkom dat zij en wij mochten ervaren en haar definitieve afscheid op 13 mei  zaten  twee dagen.

De tuin
Het gras moest nog groeien, rond het rode stenen pad
Het gras moest nog groeien, een jaar geleden, maar de kastanjebomen kleurden al onmiskenbaar groen. Het regende licht, die dag. Mijn zus zag het. De regendruppels op het rode stenen pad, dat aangelegd was door het gazon in wording. Ze heeft dat pad helaas niet meer bewandeld. Ook het gazon heeft ze niet meer groener zien worden dan het al was. De rust van de ruisende kastanjebomen was voelbaar. En in die rust zweefde ze ook weg, twee dagen later.

Het was haar wens dat we haar as uit zouden strooien in een bos waar zij binding bij voelde. Een jaar verder, twee weken geleden op vrijdag 13 mei, hebben we aan haar verzoek voldaan. We hebben haar as uitgestrooid in een bos, op een frisgroene plek, onder jonge kastanjebomen. Niet bewust, maar achteraf eigenlijk bijna vanzelfsprekend. Even tevoren had er kort een witte vlinder voor ons uit gevlogen, over het bospad, dat grensde aan het jonge groen.

foto2Haar as hebben we in cirkels om de kastanjebomen gestrooid. Eerst voorzichtig en zuinig maar later ruimer en vol overtuiging. De cirkels raakten elkaar en verbonden wat er over was met alles wat nog moest komen. Haar as legde op plaatsen een dun wit laagje over groene bladeren. Op andere plekken dwarrelde haar as tussen de bladeren door en raakte zacht de grond. De wind nam af en toe een klein wolkje van haar mee en liet het als minuscule witte vlindertjes door elkaar heen dwarrelen. Elk vlindertje kwam tenslotte neer op een plek waar het nog nooit was geweest maar voor altijd wilde blijven.

Nog even stonden we er stil. Op die mooie plek in het bos die door haar voor ons nog mooier was geworden. Een plek waar we voortaan steeds weer aan haar zouden denken. Een plek waar de natuur en zij één zouden gaan worden. Waar zij zou meegroeien met de kastanjebomen en de bloemen. Bloemen waarop witte vlinders zouden kunnen neerstrijken. Vlinders die haar zouden proeven in de nectar en haar vervolgens smaakvol zouden meevoeren op hun reis. Misschien ook maar twee dagen lang, maar wel telkens weer.

Die ene witte vlinder die ons voorging was misschien wel de voorbode van dat alles. Die de plek kende waar rupsen vlinders worden, en andersom. De plek waar mensen op een dag in een wereld komen waar ze woorden kunnen wisselen met vlinders en bloemen.  Op ‘n dag… waarop een eendagsvlinder ons meeneemt naar de eeuwigheid en naar iedereen die ons lief is.

We hebben allemaal gelijk…

Een flits. En boem! Op de dag dat het meer dan 30 graden zou worden regent het nu pijpenstelen en zweeft er het komende uur een onweersbui over ons heen. Waar is Lei Spreeuwenberg als je hem nodig hebt…
Maar ach, de achter- er voordeur tegen elkaar open zorgt er wel voor dat de temperatuur binnen tot prettige proportie terugdaalt. En zo heeft elk nadeel weer zijn voordeel.

Wat ik even kwijt wilde? Eigenlijk niks. Of eigenlijk wel iets, maar ik weet niet goed hoe ik dat op papier krijg. Want Manchester ligt al weer even achter ons. En dan bedoel ik niet de voetbalwedstrijd. Terwijl ik me terdege realiseer dat er mensen zijn die dit lezen en misschien wél meteen aan de voetbalwedstrijd dachten.

Vandaag kleurt Milaan misschien wel roze voor ons als Tom in zijn opzet slaagt. Afgelopen december kleurde het daar even rood, toen terreurverdachte Anis Amri werd doodgeschoten door de Milanese politie. Hij was ‘gewoon’ via Frankrijk naar Milaan gereisd, zoals dat gisteren waarschijnlijk veel Dumoulin-fans ook hebben gedaan.

Vaak als dat soort contrasten door mijn hoofd gaan, bekruipt me tegelijkertijd een gevoel van machteloosheid. Niet prettig. Terreur en sport. Niet te vergelijken, zegt mijn verstand. Zoals godsdienst en aanslagen eigenlijk ook niets met elkaar te maken zouden moeten hebben. Zegt mijn verstand. Maar mijn gevoel spreekt anders. Machteloos.

En hoe zet je dat dan op papier? Waarom? Of voor wie? Voor de fans van Dumoulin. Voor de Allah-adepten. Voor de harde kern van supportersverenigingen van noem maar een club. Voor de familie van de gesneuvelde kinderen in Manchester. Voor alle bezoekers van de ‘Dangerous Women Tour’ van Ariana Grande. Of schrijf ik het voor terrorisme-deskundigen, zoals Beatrice de Graaf, die de aanslag in Manchester vanuit het perspectief van de terrorist ‘heel succesvol’ noemde. En ze heeft gelijk. Net als alle fans van wie of wat dan ook. Familieleden van wie dan ook. Ze hebben allemaal gelijk. Vooral omdat er altijd zullen zijn die vinden dat ze ongelijk hebben.

Dus machteloos. Maar hoe zet ik het op papier.. en voor wie.. Laat ik het vooralsnog maar even voor mezelf doen. En voor hen die het lezen. Dat houdt het overzichtelijk. Ook omdat de regen is gestopt en die 30 graden misschien straks toch nog wel gehaald worden. Hoewel de boeren daar misschien niet zo enthousiast over worden. Maar goed, sommige dingen, daar kan zelfs Lei Spreeuwenberg niks aan doen.

Over ons tuinpad loopt een jonge folderbezorger naar de voordeur. Die staat nog open. Voorzichtig legt hij de stapel folders op de deurmat. ‘Dankjewel’, roep ik hem na. Ik hoop dat hij het gehoord heeft. Waarom? Daarom.

Een witte kist, een zwarte vleugel

Het was er druk. Zo druk dat we met een grote groep mensen buiten hebben gewacht, omdat de wachtruimte binnen al helemaal vol was. Om me heen hadden mensen losse, witte bloemen bij zich. René werkte in de bloemen, realiseerde ik me. En ik had donderdag de rouwadvertenties gezien. Veel vrienden en kennissen hadden via de Hallo hun eerste verdriet al verwoord. Bij het crematorium vonden de mensen met de bloemen elkaar. Het waren er veel.

Het was zó druk dat we niet in de aula zelf, maar in de wachtruimte de dienst konden volgen. Vanaf de allereerste woorden werd het indrukwekkend stil in de wachtruimte. Op het scherm verscheen het beeld van een witte kist. Veel bloemen er omheen. Zo nu en dan veranderde de camerhoek en zagen we Marion en de kinderen, Don, Chiel en Lucree. Bij een afscheidsdienst raakt me dat altijd het meest. Het verdriet van hen die er het dichtst bij staan.

Ik was er met mijn zoon, Mees. Hij en Chiel hadden een paar jaar eerder samen de reis naar India mogen meemaken. Afgevaardigd namens het Dendroncollege en de stichting Helpende Handen. Net als Milou. En dus was zij ook aanwezig bij de afscheidsdienst, samen met haar moeder. Mees en Milou hadden er over en weer contact over gehad en zo stonden we nu samen te wachten om René de laatste eer te kunnen bewijzen. Net als indrukwekkend veel anderen…

‘Maak dich neet druk euver dinge die se toch neet kens veranderen’. Met die instelling had René iedereen bijgestaan. Vanaf de eerste dag dat hij -twee jaar geleden- te horen had gekregen dat hij een ongeneeslijke vorm van kanker had, was hij de steun voor zijn gezin, zijn uitgebreide familie en z’n nog uitgebreidere vriendenkring. Uit de verhalen die door hen werden voorgelezen, bleek dat juist die kracht van René indruk had gemaakt op iedereen. Tot op het laatst de regie in eigen hand gehouden. 

Op de terugweg naar huis hebben Mees en ik nog wat nagepraat over de indrukken van die afgelopen anderhalf uur. De tijd was bijna ongemerkt voorbij gegaan, door de woorden en de muziek. En een belangrijk deel van de tijd ging op aan het persoonlijke afscheid van iedereen die -wandelend langs de witte kist- een laatste groet bracht aan René. Links en rechts van hem stapelden de witte bloemen zich op. 

Het waren deze beelden die diezelfde avond nog een keer met kracht terug kwamen in mijn herinnering. Ik mocht aanwezig zijn bij de cd-presentatie van ‘Wandern’, een muzikaal project van pianist Egbert Derix en bariton Sef Thissen. De gedichten van zijn in 2009 overleden vader Jan Derix had Egbert in het Duits vertaald en op muziek gezet. Sef Thissen vertolkte de teksten en gaf daarmee woorden aan de ‘wandeling’ van Egbert. Een wandeling die hem ‘dichter bij z’n vader’ bracht.

Toen de spotlights aan gingen, vlak voor het eerste lied, stond de zwarte vleugel in één keer glimmend in het volle licht. Bijna meteen viel mijn blik op de grote witte letters, die op de vleugel pontificaal een naam vormden: REIJNEN. Het was net alsof de spots vooral de R,E,N en E deden oplichten. Ik zag de zwarte vleugel en dacht aan de witte kist van die middag. Ik dacht aan de gevleugelde reis van René, en tegelijk aan de reis van hen die achterbleven. Die door moesten op hun eigen weg. In hun eigen tijd. Dat ‘Wandern’ begon met het lied ‘Die Zeit, der Weg’ leek geen toeval meer. Iemand leek de regie in handen te hebben genomen. 

Wat je niet kunt veranderen, daar moet je je niet druk om maken. Maar de reis zelf, maak die zo mooi mogelijk. Ik denk dat René die boodschap ook aan Marion en hun kinderen heeft meegegeven, vóór hij zelf moest gaan. Met de belofte dat hij op ze zou letten en hen met raad zou blijven bijstaan op hun reis. Gevleugelde woorden. Een fijne wandeling. Met veel witte bloemen. Voor hen, voor zijn familie en voor z’n vrienden. Ik wens het iedereen toe, voor nu en voor de toekomst.

Vingerafdrukken

condoleancesWe kregen ze 19 mei vorig jaar. De vingerafdrukken van Trudy. Samen met de gedachtenisprentjes die over waren en de condoleancekaarten die waren afgegeven. Ik heb ze opgeborgen in een grote big shopper, waarin ook twee fotoalbums van Trudy waren bewaard. Daar heb ik vandaag eens doorheen gebladerd, bijna een jaar na haar overlijden. Het is stille zaterdag.

In de foto’s zie ik bij vlagen heel duidelijk de handtekening van Trudy. Veel foto’s van Bandit, haar hondje, en tegelijk haar steun en toeverlaat. Foto’s van haar flatje, vanuit verschillende standpunten. Uitkijkjes vanuit het raam of door de geopende voordeur. Soms wat wolken. Of een winterse aanblik van de straat waar ze woonde. En tussendoor van plekjes die ze waarschijnlijk  op haar wandelingen met Bandit door Horst opmerkelijk vond.

Op stille zaterdag, de dag voor Pasen, lees ik een mail van haar dochter. Ze wil van de vingerafdrukken een herinneringssieraad laten maken. Ik ga zorgen dat ze de originele vingerafdrukken krijgt. Uiteraard. Op 13 mei overleed haar moeder. Nu bijna een jaar geleden. Op haar sterfdag, over een week of vier, gaan we daar met z’n allen aandacht aan besteden. Het initiatief komt van haar dochter. In de mail stelt ze voor om op die dag aan Trudy’s laatste wens te gaan voldoen en ze nodigt ons daar voor uit.

In de vroege ochtend van de eerste Paasdag overdenk ik het bovenstaande. Ik heb het gedachtenisprentje er nog eens bijgepakt en kijk opnieuw naar de teksten die ik gisteren in de condoleancekaarten las. Woorden, die een jaar later nog steeds voor troost zorgen. Indringende zinnen van medeleven, op die ene dag van het jaar dat er wel meer mensen uit de dood zijn opgestaan. In symbolische zin denk ik dat het daarom best toepasselijk is om juist vandaag deze herinnering aan haar te delen.

Maar ik wil vandaag ook gebruiken om iedereen te bedanken die Trudy in haar leven heeft bijgestaan. Waardering uit spreken voor iedereen die er voor haar was, op welke manier dan ook. Er voor haar waren in de verschillende momenten in haar leven. Juist vandaag wil ik hen oprecht bedanken voor hun aandeel daarin. De foto’s in haar albums wijzen in heel veel richtingen. Niet alleen de onderwerpen van haar foto’s, maar in veel situaties ook de plek waar ze stond toen ze de foto nam. Zo zie ik achteraan in haar album een drietal foto’s waar ik zelf op sta. Trudy heeft ze gemaakt. Vanaf de ‘zijlijn’, terwijl ik aan het presenteren ben voor een grote groep mensen op het Wilhelminaplein.

Fotograaf: Trudy van den Munckhof

Vanaf de zijlijn. Aan de rand van de grote groep mensen voor me. Op een gepaste afstand van de zangers en zangeressen achter me. Misschien wel onopgemerkt. Als een vluchtige voorbijganger, die even stilstaat bij een moment in haar leven en dat vastlegt. Het raakt me. Ik voel dat ik nu vooral naar de plek op de foto’s kijk, waar Trudy moet hebben gestaan toen ze de foto nam. Ik voel haar aanwezigheid daar en tegelijk ook haar aanwezigheid nu ter plekke.

Daar heb ik haar toen niet gezien. Maar zij mij wel. Nu ‘zie’ ik haar en stel ik me voor dat zij, net als toen, van een afstand naar me kijkt. Zoals ze hopelijk ook anderen blijft zien. Met mijn vingers wrijf ik mijn ogen droog. Haar vingerafdruk is zoveel meer dan zwarte lijntjes op papier. Ze is het zelf die indruk maakt. Het is eerste paasdag, 16 april 2017. En heel even heb ik de hemel in mijn hoofd.

Carpe diem & memento mori

Het is maar hoe je het bekijkt…

carpe diem beats memento mori

We maken ons meestal veel te druk
Over later en wat ons dan te wachten staat
Naar de toekomst kijkend is geluk
Vaak het enige dat door onze gedachten gaat
We maken ons bijna dagelijks ongerust
over het einde, en wanneer, of hoe laat
en zelfs zo nu en dan, misschien wel onbewust
lijkt ’t alsof ‘Carpe diëm’ op ‘Memento mori’ slaat

En het is dan, dat je terdege moet beseffen
Het is een keuze hoe dat je ’t ziet
Dat negatieve wil je niet!
Met dezelfde woorden het positieve treffen
En daarom nogmaals nu het lied…

Dus maak je vooral niet te druk
En pluk de dag die vandaag te wachten staat
Want op deze dag begint toekomstig geluk
Laat dat de gedachte zijn die door je hoofd heen gaat
leef in het heden, en stel jezelf gerust
begin ermee, want nu is nooit te laat
dan zul je zien, leef je je leven heel bewust
omdat ‘Carpe Diëm’ ‘Memento Mori’ dan verslaat!

Tijd heelt alle woorden

foto boek

‘Tijd heelt alle woorden’ is uit!

Een foto van lang geleden prijkt op de kaft van het boek dat ik heb mogen uitbrengen.
De nadenkende blik van een veertienjarige. Sinds die tijd is er veel gebeurd. In mijn leven en in de levens van anderen. Herinneringen daaraan heb ik verzameld in mijn eerste eigen boek. Het is te koop bij Bruna in Horst. Je vindt het onder ‘Kunst & muziek’.

Interesse? De prijs is vastgesteld op € 17,50. Wil je het boek per post ontvangen? Dat kan ook. Stuur een mailtje met je gegevens naar geertvandenmunckhof@planet.nl. Ik zorg dat je de benodigde info krijgt en zend daarna het boek met alle plezier naar je toe.

Nachtgedachte voor overdag

8 april 2017. Vandaag is het 89 jaar geleden dat mijn vader werd geboren. Ik moet vooral dáár aan denken, terwijl Trump bommen laat gooien op een vliegveld in Syrië en er in Zweden een vrachtwagen van de weg raakt. Op dit moment weet ik nog niet of de chauffeur willens en wetens argeloze voetgangers de dood in heeft gejaagd. Een kleine 23 jaar geleden kwam er aan het leven van mijn vader ook een einde. Een vergelijking van niks, maar ik moet er nu aan denken. Het is tenslotte 8 april.

Zoals ik me nu mijn vader herinner, zo zijn miljoenen anderen ook in gedachten bij hun overleden familieleden of medemensen. Sommige met hele recente en vreselijke beelden. Van bijvoorbeeld een naar adem snakkend jongetje. Voor het nageslacht kan blijkbaar alleen nog maar zijn doodstrijd in dramatische beelden worden vastgelegd. Anderen putten de beelden uit een steeds verder in het verleden liggend geheugen, dat de herinnering meer en meer van een alsmaar intenser wordende sepia glans voorziet. Grondkleuren.

Bij mij zijn het verschillende momenten die een herinnering aanwakkeren. Een woord, een gedachte of een datum. Door een beeld op tv of een bericht via social media. Tegelijkertijd prikkelt dat mijn blik op de toekomst.  De wereld  in al zijn facetten drukt dan bij vlagen zwaar op mijn gemoed. Letterlijk teneergeslagen. Figuurlijk aan de grond genageld. Hoe is het mogelijk..

Want er zijn weer gifgasbommen gevallen op mijn wereld. Op een andere plek hebben 59 scudraketten grond onder mijn voeten weggeslagen. En hoe pathetisch dat misschien ook klinkt, het is in de kern diezelfde grond, waarmee we het graf van mijn vader 23 jaar geleden hebben bedekt. En 15 jaar daarvoor was het diezelfde aarde die we over de kist van mijn moeder hebben uitgestrooid.

Wat moeten we met deze aarde? Op een dag als vandaag toch maar vooral eerst even de herinnering koesteren. Aan hem. Omdat hij vandaag jarig zou zijn geweest. En aan haar. Omdat ze maar een jaar jonger was dan hij en in haar veel kortere leven toch zoveel heeft betekent.  En laat ik in hen beiden de nagedachtenis vieren van iedereen die het aardse ontstegen is. Om van daaruit vervolgens opnieuw met voorzichtig vertrouwen de toekomst aan te gaan. Weggeslagen aarde steeds maar weer aanvullen vanuit de grond van m’n hart. Ik weet het anders ook niet.

 

Erfelijk…

Zijn sporen in jouw ogen
zijn niet te missen mooi
zijn toekomst en herinnering
zijn toegevoegde waarde
zijn voetstappen
op aarde
ben jij
mooi