Bloemenstenen

Ze zijn weg. Alles is opgeruimd. Gisteren lagen ze er nog. Het kon natuurlijk ook niet altijd blijven liggen. Toch voelt het vreemd om de stenen weer te zien, die sinds carnavalsdinsdag verborgen lagen onder stapels bloemen voor Guus.

Het is nu net alsof de stenen iets van de bloemenkleuren hebben geabsorbeerd. Niet letterlijk, want de stenen zijn voor de leek exact hetzelfde als de stenen waar geen bloemen hebben gelegen. 

En toch is er een grote cirkel van het Lambertusplein nooit meer hetzelfde. Het plein is voor altijd veranderd. Iedereen die het weet loopt er voortaan anders overheen. Het deel waar de bloemen lagen is nu weer onzichtbaar opgenomen in het grotere geheel. En toch zal menigeen aan Guus denken als ze er straks lopen.

Van het Lambertusplein loop ik door, richting Gasthoesplein. Ik buig mijn hoofd en kijk naar de stenen onder mijn voeten. Het zijn dezelfde stenen als die waar de bloemen op hebben gelegen. En dezelfde stenen die de bloemen droegen hebben ook Guus gedragen. Ongewild, maar ze deden het. En een dag later de bloemen. En de kaarsen. Zoals ze ook de achtduizend voeten droegen, tijdens de stille tocht. Ik loop over dezelfde soort stenen en kijk er toch ineens anders naar.

Het grotere geheel. En daar onderdeel van zijn. Elke steen raakt een steen die weer een andere steen raakt. In die zin zou je kunnen zeggen dat alle stenen met elkaar verbonden zijn. Zelfs zodanig dat de kleur van de ene steen mede de kleur van de steen ernaast bepaald. En van de volgende. En de volgende. De bloemenkleur die niet te zien is lijkt te worden doorgegeven.

En voor je het weet sta je dan op de stenen van het Gasthoesplein. Ook niet anders gekleurd, maar toch anders, omdat ze grensden aan de bloemenstenen. Nog een beetje verder voel je die kleur in de stenen voor de Mèrthal. Stenen die de erehaag van mensen droegen bij het afscheid van Guus. Een erehaag die door het asfalt en de stenen stoeptegels aan weerszijden van de Stationsstraat tot heel heel ver werd meegevoerd.

Net als de stenen, zou je kunnen zeggen, maakt Guus nu deel uit van een groter geheel. Hij leeft niet alleen voort in de oneindige ruimte van de herinnering, maar is ook te vinden in elke steen die de bloemen droeg. En daarmee in elke steen die daar aan grenst. Stenen die tegelijk de aarde en de lucht raken. Waar bloemen groeien en vogels vliegen. Daar is Guus. Daar, waar wij ook zijn. Overal, maar zeker op het Lambertusplein. Bij de bloemenstenen.

PS Een uur na het schrijven van deze blog lees ik een persbericht, waarin staat dat met goedvinden van de ouders van Guus alle bloemen, kaarten, tekeningen etc. zijn verplaatst naar een andere plek. Daar kunnen de nabestaanden in alle rust uitzoeken wat ze willen bewaren van het massale eerbetoon aan Guus.

John…

Zaterdagochtend. Ik zit bij Grøn op het terras. Kan net, met een dikke jas, een warme sjaal en een hete kop Earl Grey thee. Het is best druk op het plein en in de winkelstraten. Centrale plek is nog steeds de bloemenzee, vlak bij de kerk. Acht dranghekken vormen nu een halve cirkel er om heen, waar carnavalsdinsdagochtend nog drie dranghekken voldeden om die plek te markeren. Sindsdien moest er blijkbaar steeds een dranghek bij, om plaats te bieden aan de alsmaar groeiende cirkel van bloemen, tekeningen, kaarten en kaarsen. Aan sommige dranghekken hangen oranje sjaals, die wapperen in de wind. 

Elke dag na die fatale maandagavond kwamen er bloemen bij. Ze liggen er nog allemaal. Zouden het er duizend zijn, vraag ik me af. Duizend bloemen. Minstens. En hoeveel lichtjes waren het in de glazen potten op de route van de stille tocht? Zou iemand van de duizenden wandelaars ze toen geteld hebben? Weet iemand van de organisatie hoeveel het er waren?

Ook tussen de bloemen zie ik lampjes staan. Rode waxinelichthouders steken prachtig af bij de kleurenpracht van het bloemenpalet. Ik zit er te ver van af om te zien of er daadwerkelijk kaarsjes branden. Waarschijnlijk wel.

Steeds stoppen er mensen. Ze staan letterlijk stil bij het gebeuren. Een moeder met twee peuters lijkt de woorden te zoeken om haar kroost uit te leggen waarom er zóveel bloemen op één plek liggen. Zij weet het. Zoals heel Horst het weet. Heel Horst en ver daarbuiten. Maar hoe geef je woorden aan iets waar geen woorden voor zijn. Ik zie dat ze haar best doet. De kinderen wijzen met hun handjes naar de vele kleuren die ze zien. Elke bloem vertelt een verhaal.

Dan zie ik John. Hij stopt er ook. Kijkt, stapt af en zet zijn fiets op de standaard. Hij stapt over de denkbeeldige grens van de andere halve cirkel, bukt zich en zet, voor zover ik het kan zien vanaf mijn plek, een plantje terug tussen alle andere bloemen. Daar laat hij het bij. Staat weer op, pakt zijn fiets, loopt er nog een paar passen mee, voorbij de bloemen, stapt op en rijdt weg, nog één keer omkijkend. Naar iemand anders die net aankomt? Of denkend aan iemand die nooit meer aan komt?

Het raakt me. Ik bestel nog een een kop thee en probeer te omschrijven waar ik zojuist getuige van was.

stil fietst hij naar de duizend bloemen
stapt af en kijkt, vervuld van pijn
besluit één plantje te verleggen
waarom dat kan hij je niet zeggen
ook niet waarom het zo moest zijn

nog even kijkt hij naar de kleuren
zijn mond stelt, in een stil gebed,
de vraag hoe het nu verder moet
wat is er nog dat er toe doet…
en toch…
dat éne plantje teruggezet

‘Voor Guus’

Guus…

Al dagen een onbestemd gevoel. De wereld op een keerpunt. 24/2 is het 9/11 van Europa, las ik vanmorgen in de krant. Wat ik nu voel lijkt wel op wat ik toen voelde. Lijkt op wat ik na gisteravond opnieuw voel. Ongeloof. Steen op de maag. Machteloos. Gevoel van medeleven met de slachtoffers. Onbegrip. Wie is tot zoiets in staat? Hoe is het in godsnaam mogelijk?

In godsnaam? Heeft god, als er al zo’n opperwezen met ons meekijkt, hier even weggekeken? En waar was hij gisteren, toen op het Lambertusplein, nota bene naast zijn goddelijk huis de Lambertuskerk, een 21-jarige dorpsgenoot werd doodgestoken? In godsnaam? Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Onterecht om ‘hem’ (lhbti) te laten opdraaien voor iets waar ik met mijn verstand niet bij kan.

Vreselijk. Zinloos. En zo tragisch onherroepelijk. Plaatsvervangende schaamte voor wat mensen elkaar kunnen aandoen. Meeleven met de nabestaanden is het minste wat je kunt doen. Maar dat is zo verdomde weinig, vergeleken met het immens grote leed dat hen is overkomen.

Ik zie vanmorgen de eerste bloemen liggen op de plek die is afgezet met drie grijze, koudmetalen dranghekken. Mensen staan er stil. In gedachten. Zelf ben ik in stilte doorgefietst. Van het Lambertusplein naar het Wilheminaplein. Over knarsend glas en kapotte plastic bekers, gezien dat de winkels open zijn en mensen ook hun boodschappen weer doen. Alles gaat gewoon door. En toch is alles anders..

Ik wil de stilte van het bos opzoeken. Fiets naar de Paes en hoor in de stilte de geluiden van het bos. Geluisterd naar de vogels. Gekeken naar de bomen. Ik voel dat in de stilte ervan iets van een antwoord ligt besloten, maar het is te verborgen om mijn vragen van dit moment te beantwoorden.

Hoe ga je als ouders en nabestaanden om met dit drama? Hoe reageer je op het ondenkbare? Hoe leef je verder na een niet te begrijpen confrontatie met de dood? 

Omgevallen bomen in het bos lijken hun ruimte te hebben gevonden tussen de bomen die nog rechtop staan. Hun takken hebben zich in elkaar verweven. Ontworteld maar opgevangen. Verslagen maar gedragen.

Het is niet genoeg. Het is iets. Net genoeg? Omdat er niet méér is? Omdat hij er niet meer is? 

De vogels fluiten een antwoord. Ik begrijp het niet. Nog niet?

Zou hij het fluiten van de vogels nu wel begrijpen? Ik hoop het…

Voor hem. Voor hen.

Ziel en zaligheid…

Dit prachtige kleine lijstje en dito foto kreeg ik een paar dagen na het overlijden van Jan Duijf kado van Marion Steeghs. Op de foto Jan in het midden. Links van hem kijk ik nog net de camera in en rechts van Jan zit Egbert. We zitten samen aan de stamtafel in café Cambrinus. Zoals zo vaak.

Toen nog wel. 

Jaren geleden -toen corona alleen nog maar een biermerk was- sloten Jan en Henny na 25 jaar hun café. Een heel begrijpelijk besluit, wat niet wegneemt dat het door velen tot op de dag van vandaag en waarschijnlijk nog lang na vandaag wordt betreurd. Maar nogmaals, begrijpelijk. Sindsdien hebben Jan, Egbert en ik elkaar regelmatig ontmoet aan andere tafels. Vóór corona aan een tafel in een andere horecagelegenheid en dóór corona herhaaldelijk bij een van ons aan de huiskamertafel. We hielden contact.

Toen nog wel..

De ruimte van wat eerst Cambrinus was, is door Jan al snel getransformeerd tot een communicatief commando-centrum voor HadM800. ‘HadM800’ is de verzamelnaam van alle activiteiten die in het herdenkingsjaar 2019 zijn georganiseerd om aandacht te schenken aan 800 jaar geschiedenis van Horst aan de Maas. Jan heeft zijn hele ziel en zaligheid in de organisatie daarvan gelegd. Zijn drijfveer om de geschiedenis van Horst aan de Maas mede de toekomst ervan te laten bepalen heeft zijn vruchten afgeworpen. Nog elk jaar worden evenementen uitgevoerd die toen, in 2019,  hun oorsprong vonden.

Toen was Jan er nog bij…

Sinds zondag 28 november 2021 is Jan niet meer onder ons. Althans niet lijfelijk. Wat rest, zou je kunnen zeggen, is Jan’s ziel en zaligheid. Dát, plus de herinneringen aan een gedreven inspirator, die in mijn gedachten zo nu en dan nog vol overtuiging zijn kijk op de wereld met me deelt. 

Op 7 november 2021 -drie weken voor zijn onverwachte overlijden- nam het dagelijks bestuur van HadM800 in Kasteel ter Horst feestelijk afscheid van elkaar en van hun taken. Jan Duijf zou daar bij zijn geweest, maar was die middag onverhoopt verhinderd. 

Ik mocht het vertrekkende bestuur die middag verrassen met een muzikale- en tekstuele aubade. Daar zijn toen opnames van gemaakt die ik onlangs, in een afgemonteerde versie, heb mogen terug kijken. Arie Stas, voormalig voorzitter van HadM800, en tevens enthousiast en succesvol amateurfilmer, heeft die beelden samengevoegd tot een mooi geheel.

Het was de tweede keer dat ik de aubade bracht. Vijf weken eerder, bij een wat soberder afscheid in een wat groter verband was Jan wel aanwezig. Bij die gelegenheid vroeg hij me of hij de tekst mocht hebben. Ik heb dat toen schertsend geweigerd. Vooral omdat die tekst op een ietwat verkreukeld A4-tje stond. Jan ging akkoord met mijn belofte om hem later van een nette versie te voorzien.

Die belofte was toen…

De tijd en het lot hebben het inlossen van die belofte echter onmogelijk gemaakt. Dacht ik. Tot ik een paar dagen geleden de beelden weer zag. Het contrast met het feestelijke afscheid toen en het droevige afscheid drie weken later kan niet groter zijn. In mijn hoofd vormde zich meteen een beeld van Jan, die er toen niet was en er nu niet meer is.

Met toestemming van Arie Stas en de andere aanwezige ex-bestuursleden van HadM800 deel ik hieronder die beelden. Als een eerbetoon aan Jan Duijf en omdat ik hem die woorden heb beloofd.

Toen… en nu. Omdat geschiedenis ook toekomst is.

Voor Henny en voor al die anderen die de ziel en zaligheid van Jan nog steeds voelen...

Kalm, kalm…

Afgelopen weekend door een aantal gebeurtenissen getriggerd. Stevige klanken zaterdagmiddag op het Wilhelminaplein deden me onwillekeurig terugdenken aan een reactie van wijlen commissaris van de koningin van Groningen, Henk Vonhoff. Die vertelde ooit een verhaal van een dominee die in de kantlijn op een bepaalde plek van zijn preek had geschreven: ‘zwakke argumentatie, luid uitspreken’.

Waarom ik juist daar aan terugdacht heb ik me nog afgevraagd toen ik bijna thuis was en ik de klanken vanaf het Wilhelminaplein nog nauwelijks hoorde. Maar de associatie met Vonhoff zette de gedachtedeur open naar nog meer associaties. Hoe groot is Nederland eigenlijk als je het afzet tegen de rest van de wereld, vroeg ik me af. Het antwoord werd door Google snel gegeven.

De oppervlakte van ons land blijkt 41.543 km2. Die van de hele wereld bedraagt 510.100.000 km2. Als je die twee getallen op elkaar deelt, dan komt daar 0,00008 uit. Nederland is het 800.000ste deel van de wereld, in oppervlakte. 

Voor de aardigheid heb ik dat decimale getal zelf ook nog even gegoogled. En wat blijkt: de munteenheid van Oezbekistan -de sum- blijkt 0,00008 euro waard. Of, andersom, voor 1 euro krijg je (op dit moment) 12.276 Oezbeekse sum. Wat je daarvoor kunt kopen in Oezbekistan, een land dat ongeveer 11x zo groot is als Nederland, dat weet ik niet. En heb je hier verder iets aan, aan deze kennis? Ach, wie weet… je kunt er gewoon op vakantie dus doe er je voordeel mee.

Waar ik éigenlijk naar op zoek was, dat was het relatieve van de grootte van Nederland, als je dat vergelijkt met de rest van de wereld. Mogelijk een vreemde gedachte, die meer zegt over mezelf dan over iets anders, maar toch.  Heb je, globaal gezien, recht van spreken, als je maar een flinterklein deel bent van een veel groter geheel, vroeg ik me af? En heeft het wel zin om je dan te laten horen? Misschien wel. Maar voegt een fors aantal decibellen daar dan iets aan toe? Die vragen bleven maar door mijn hoofd spoken. En er kwamen nog vragen bij… 

Hebben die decibellen misschien te maken met een zijeffect van onze huidige tijd? Zegt het opgeschroefde volume iets over het groeiend gevoel van ontevredenheid dat er bij steeds meer mensen lijkt in te sluipen? Zou best kunnen.

Het liet mijn gedachten weer een bocht nemen. Moet je toegeven aan die ontevredenheid, vroeg ik me af? En moet je van daaruit ook hándelen?  Dat heeft me het afgelopen weekend vooral beziggehouden. Ik denk namelijk dat ontevredenheid, net als angst, een slechte raadgever is.

Ik concludeer vandaag, bij het schrijven van deze column, dat ik niet op alle vragen van het afgelopen weekend een sluitend antwoord weet. De enige conclusie mijnerzijds is dat ontevredenheid of boosheid een gemoedstoestand is, die ik bij mezelf niet prettig vind. En waarvan ik denk dat het ook niet echt constructief is. Maar ja, is het opzoeken van de koers van de Oezbeekse sum wel constructief?

Weer een vraag zonder een antwoord… 

Binnenkort zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Op lokaal niveau kiezen we de mensen die ons weer vier jaar lang gaan vertegenwoordigen in Horst aan de Maas. Die mensen laten de komende weken allemaal van zich horen.  En iedereen moet voor zichzelf uitmaken naar wie hij of zij wil luisteren. Wat voor de een ruis is, of herrie, is voor de ander mooie muziek. Wat je kiest is aan jou.

Waardevol is dat we kúnnen kiezen. Dat kan trouwens in de republiek Oezbekistan ook, vertelt Google me. Om de vijf jaar kiezen ze daar hun president. Net als in Oekraïne. In de krant van vandaag lees ik dat de diplomatie tussen Biden en Poetin helaas nog weinig oplevert. Wel groeit het lawaai aan de grens van Oekraïne. Na Rusland het grootste land van Europa. Hoe groot? Bijna 15x Nederland. Maar dat doet er eigenlijk niet zo veel toe. Ik hoop vooral dat het stiller wordt aan Russisch-Oekraïense grens.

De munteenheid van Oekraïne is trouwens de grivna. Eén euro is 32 grivna waard. Hopelijk wordt het geen roebel. Die is namelijk op dit moment nog minder waard. Voor één euro krijg je 86 roebel. Of zou juist dat verschíl de reden zijn dat het nu zo druk is daar aan de grens?

Hm, ik hoop echt dat het er rustig blijft…

Foto: Max Kukurudziak (Unsplash)

Bert…

In een gedicht proberen te verwoorden wat de nabestaanden over de overledene vertellen. Dat is telkens een uitdaging die ik graag aanga. Bij de afscheidsdienst van Bert Verdellen, afgelopen dinsdag, is zo ook weer een gedicht ontstaan. Een samenvatting van de verhalen over Bert, die zijn vrouw Lies en zoon Rik mij hebben verteld. Uit die verhalen ontstaat een geschreven en vaak wat uitgebreidere levensloop, die vervolgens de basis vormt voor het gedicht. Het voelt goed als het gedicht resoneert bij de familie. Soms zelfs wat emoties losmaakt. Verdrietige, maar ook hoopvolle. Wanneer ik aan die emoties woorden geef, dan zijn die hopelijk ook na de afscheidsdienst van waarde. Maar mijn bescheiden mening is, dat het zelfs nog verder reikt.

Ik bewaar die gedichten op mijn blogsite, omdat ik denk dat de emoties bij een afscheid een universele component hebben. Het is weliswaar een persoonlijk gedicht -in dit geval gemaakt voor Bert en zijn familie- maar elementen daaruit kunnen volgens mij herkenbaar en mogelijk ook een troost zijn voor anderen. In die zin beschrijft elk gedicht zowel een persoonlijk alsook een universeel gevoel. Dat gevoel samen delen versterkt. Iets van ‘gedeelde smart is halve smart’…

Dus daarom nu, met toestemming van de familie, het gedicht dat ik voorgelezen heb bij de afscheidsdienst van Bert Verdellen.

Ik wens zijn vrouw Lies, hun zoon Rik en Silvia en de kleinkinderen Noa, Erin en Otis veel kracht toe. Ook sterkte voor familie, vrienden en bekenden van Bert.

Vanzelfsprekend…

Zijn afscheidsdienst was op zondagmorgen, 16 januari. Het was zijn 59e trouwdag met Martha. Hun 25-, 40- en 50 jarig huwelijk hadden ze gevierd. De plaats van handeling voor de afscheidsdienst was daarmee bepaald. Zaal Roelanzia in Ysselsteyn zette er zonder voorbehoud haar deuren voor open. Woensdag ervóór waren Martha, hun vier kinderen en negen kleinkinderen er nog geweest om te bespreken hoe de dienst en de koffietafel er uit moest komen te zien. Ja, met z’n veertienen in totaal, als een vanzelfsprekend toonbeeld van gezamenlijke betrokkenheid bij het afscheid van haar man, hun vader en opa.

Maandag dáárvoor had ik mijn eerste gesprek met Martha en de kinderen. Chris lag er opgebaard bij. Hij hoorde er bij te zijn. Vanzelfsprekend. Een dag eerder was hij in het ziekenhuis in Venlo overleden, ook in het bijzijn van Martha, de kinderen en aanhang. Twee dagen eerder was hij opgenomen, met een zeer vertraagde hartslag en een lichaamstemperatuur, ver onder de normale waarde. De dienstdoende cardioloog vond het onverklaarbaar dat hij op dat moment nog bij kennis was.

Misschien kwam dat door de groet van Martha, bij haar bezoek aan Chris. ‘Ha Pap’ zei ze. En het antwoord ‘Ha Mam’ klonk, ondanks zijn gezondheidstoestand toch heel vertrouwd. Toen wat later zijn zoon Paul afscheid nam met de woorden ‘ik ziej oow merge, Pap’, kwam er een geruststellend ‘daat is good, jông’ als antwoord. Maar een dag later was Chris al niet meer aanspreekbaar. En weer een dag later, op zondag 9 januari, is hij in alle rust overleden. In die twee dagen in het ziekenhuis heeft zijn familie nog afscheid van hem kunnen nemen.

En een dag later zat ik bij hen in de woonkamer om de afscheidsdienst te bespreken. Chris bleek al langer met zijn gezondheid te sukkelen. Een jaar eerder was het al een keer kritiek geweest. De kinderen hadden het over een bonusjaar, waar zij en Chris, voor zover zijn gezondheid dat toeliet, nog volop van hadden genoten. En dat het afscheid op de trouwdag moest vallen, was voor niemand een vraag. Vanzelfsprekend moest dat op die dag. Net als de plaats van handeling zaal Roelanzia moest zijn.

De hele dag waren ze al actief geweest om alles te regelen wat er geregeld moest worden. Met uitvaartverzorger Yvonne Vos als steun en toeverlaat en met elkaar. Toen ik ‘s avonds aansloot, was er al heel veel gehuild, gelachen, gezegd en geregeld. Maar ook veel nog niet. Het avondeten was er bij ingeschoten, maar de kleinkinderen brachten op enig moment broodjes en gehaktballetjes in tomatensaus. Als vanzelfsprekend werd ik uitgenodigd om een broodje mee te eten.

De dagen daarna heeft de afscheidsdienst verder vorm gekregen. De kist voor Chris hebben de zoons zelf gemaakt, met hulp van een broer van Chris. Het bloemstuk op de kist hebben de dochters gemaakt, samen met de schoondochters. Gebruikmakend van materiaal uit de tuin waar Chris zo trots op was. De kleinkinderen verzamelden herinneringen en oefenden als vanzelfsprekend het liedje ‘M’n opa, m’n opa’, omdat Martha hen dat gevraagd had. Martha had dat in een droom voor zich gezien. Die droom werd werkelijkheid. Vanzelfsprekend.

Die zondag in Roelanzia was het één grote bloemenzee rond de kist van Chris. Prachtige lelies voegden de kleinkinderen er nog aan toe. Lelies waren de bloemen die Chris zelf heel lang kweekte. Foto’s en muziek riepen herinneringen op aan zijn leven. Het werd een indrukwekkende afscheidsdienst. Maar het was niet alleen een afscheid, het was ook een viering van zijn leven. Alles wat de kinderen en kleinkinderen als vanzelfsprekend voor dat afscheid hadden gedaan, was een samengaan van verdriet en vreugde. Verdriet over zijn heengaan, vreugde over zijn leven.

Gewoon, omdat het was zoals het was. Het voelde als een vanzelfsprekendheid voor alle aanwezigen om bij het vertrek van Chris naar het crematorium buiten nog een erehaag te vormen. Toen Chris door de kleinkinderen naar de bus van de oudste zoon werd gereden -hij ging zoals hij was gekomen-, sprak Martha nog heel spontaan in een paar zinnen alle aanwezigen toe en bedankte ze uit de grond van haar hart. Chris zou trots op haar zijn geweest. Zoals zij trots op hem was. Het spreken ging vanzelf. Omdat alles al was gezegd.

Het volgende gedicht is geïnspireerd op de verhalen die het gezin mij verteld heeft en voorgedragen tijdens de dienst. Met hun toestemming deel ik het hieronder.

Met respect opgedragen aan Martha, aan Wil en Betsy en hun kinderen Kris, Ted en Max, aan Angela en haar zoon David, aan Mirjam en Theo en hun kinderen Teun, Juul en Anne, aan Paul en Ilona en hun kinderen Loet en Merle.

En een speciaal excuus nog aan Juul, waarvan ik ondanks goede afspraken haar naam toch als Sjuul heb uitgesproken…

Ria…

Ik zag het filmpje van iets meer dan 1 minuut. Kleindochter Lin had het opgenomen. Haar oma, die jarenlang genoten had van country- en line-dance danste in haar laatste dagen op het ritme van de muziek. De rollater ondersteunde haar en even was ze de vergevorderde Parkinson de baas. Met een ferme halt op de laatste ‘cha-cha-cha’-klank, leek ze nogmaals krachtig te bevestigen waar ze een maand eerder toe had besloten.

Twintig jaar lang had ze gevochten tegen de ziekte die meer en meer, steeds met hele kleine beetjes, toch telkens wat van haar levenslust had afgepakt. Twintig jaar lang gaf ze zich echter niet gewonnen, terwijl ze wist dat ze die strijd uiteindelijk ging verliezen. Tegelijk wist ze ook dat ze niet kon verliezen. Want zij stond zelf aan het roer. Ook al was dat roer er op het laatst in de vorm van een rollator. Hoe dan ook, zij hield het stuur in handen en bepaalde de richting.

Haar rouwbrief begon met twee zinnen: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om los te laten.’ Er stonden losse woorden op de kaart die het leven van Ria typeerden. 21 karaktereigenschappen of zaken waar haar hart lag. 21 in totaal. Hoe ingrijpend de Parkinson haar leven ook had bepaald, uiteindelijk waren het eigenlijk maar twee zaken, die Ria door de Parkinson leek te hebben moeten loslaten: Dansen en country. Leek, want laat dat in haar laatste dagen nou net de twee dingen zijn die ze terugpakte op de Parkinson. Al was het maar iets meer dan 1 minuut. De Parkinson won niet. Zij won. Want zij bepaalde. En zij hield het stuur in handen.

Die kracht was wat ik ook voelde bij het gesprek met haar kinderen en haar partner. We hebben samen haar uitvaart geregeld op een manier die recht deed aan haar leven. Recht deed aan haar doorzettingsvermogen, eigenwijsheid, gezelligheid en zorgzaamheid. Haar muziek, haar liefde voor haar tuin. Haar vriendschap. Haar lach en haar droge humor. Haar familie, kinderen en kleinkinderen die al deze eigenschappen in haar herkenden, maar ook in zichzelf terugzagen. Omdat ze Ria zagen dansen.

Haar kleindochter Lin had het filmpje gemaakt. Aan tafel zat haar partner Hans. ‘Straks ben je doodmoe’, hoorde je hem zeggen. ‘Ja’, bevestigde de kleindochter en leek aanstalten te willen maken het filmen te stoppen. Maar Ria danste door. Het liedje was nog niet af. Ze danste heen en terug door de keuken. En stopte pas toen het liedje stopte. Ja, het had haar vermoeid. Maar de lach op haar gezicht liet zien wat deze korte dans voor haar betekende. En liet ook zien wat deze korte dans straks zou betekenen, als zij er niet meer zou zijn.

Tijdens de dienst hebben we dat filmpje laten zien. En iedereen zag haar lach. Terwijl de anti-Parkinsonmedicijnen via een kastje haar lichaam instroomden, bleef Ria lachen. En dansen.

Met respect (en na overleg met de familie) heb ik het onderstaande gedicht gemaakt en tijdens de dienst aan haar opgedragen. Aan Ria Hermans. Een mooi mens.

Voor Hans, Harald en Maartje en hun kinderen Dana en Kay. voor Heidi en Hans en hun kinderen Lin, Rob en Siem. Voor de familie Hermans en alle vrienden en bekenden van Ria.