Vanzelfsprekend…

Zijn afscheidsdienst was op zondagmorgen, 16 januari. Het was zijn 59e trouwdag met Martha. Hun 25-, 40- en 50 jarig huwelijk hadden ze gevierd. De plaats van handeling voor de afscheidsdienst was daarmee bepaald. Zaal Roelanzia in Ysselsteyn zette er zonder voorbehoud haar deuren voor open. Woensdag ervóór waren Martha, hun vier kinderen en negen kleinkinderen er nog geweest om te bespreken hoe de dienst en de koffietafel er uit moest komen te zien. Ja, met z’n veertienen in totaal, als een vanzelfsprekend toonbeeld van gezamenlijke betrokkenheid bij het afscheid van haar man, hun vader en opa.

Maandag dáárvoor had ik mijn eerste gesprek met Martha en de kinderen. Chris lag er opgebaard bij. Hij hoorde er bij te zijn. Vanzelfsprekend. Een dag eerder was hij in het ziekenhuis in Venlo overleden, ook in het bijzijn van Martha, de kinderen en aanhang. Twee dagen eerder was hij opgenomen, met een zeer vertraagde hartslag en een lichaamstemperatuur, ver onder de normale waarde. De dienstdoende cardioloog vond het onverklaarbaar dat hij op dat moment nog bij kennis was.

Misschien kwam dat door de groet van Martha, bij haar bezoek aan Chris. ‘Ha Pap’ zei ze. En het antwoord ‘Ha Mam’ klonk, ondanks zijn gezondheidstoestand toch heel vertrouwd. Toen wat later zijn zoon Paul afscheid nam met de woorden ‘ik ziej oow merge, Pap’, kwam er een geruststellend ‘daat is good, jông’ als antwoord. Maar een dag later was Chris al niet meer aanspreekbaar. En weer een dag later, op zondag 9 januari, is hij in alle rust overleden. In die twee dagen in het ziekenhuis heeft zijn familie nog afscheid van hem kunnen nemen.

En een dag later zat ik bij hen in de woonkamer om de afscheidsdienst te bespreken. Chris bleek al langer met zijn gezondheid te sukkelen. Een jaar eerder was het al een keer kritiek geweest. De kinderen hadden het over een bonusjaar, waar zij en Chris, voor zover zijn gezondheid dat toeliet, nog volop van hadden genoten. En dat het afscheid op de trouwdag moest vallen, was voor niemand een vraag. Vanzelfsprekend moest dat op die dag. Net als de plaats van handeling zaal Roelanzia moest zijn.

De hele dag waren ze al actief geweest om alles te regelen wat er geregeld moest worden. Met uitvaartverzorger Yvonne Vos als steun en toeverlaat en met elkaar. Toen ik ‘s avonds aansloot, was er al heel veel gehuild, gelachen, gezegd en geregeld. Maar ook veel nog niet. Het avondeten was er bij ingeschoten, maar de kleinkinderen brachten op enig moment broodjes en gehaktballetjes in tomatensaus. Als vanzelfsprekend werd ik uitgenodigd om een broodje mee te eten.

De dagen daarna heeft de afscheidsdienst verder vorm gekregen. De kist voor Chris hebben de zoons zelf gemaakt, met hulp van een broer van Chris. Het bloemstuk op de kist hebben de dochters gemaakt, samen met de schoondochters. Gebruikmakend van materiaal uit de tuin waar Chris zo trots op was. De kleinkinderen verzamelden herinneringen en oefenden als vanzelfsprekend het liedje ‘M’n opa, m’n opa’, omdat Martha hen dat gevraagd had. Martha had dat in een droom voor zich gezien. Die droom werd werkelijkheid. Vanzelfsprekend.

Die zondag in Roelanzia was het één grote bloemenzee rond de kist van Chris. Prachtige lelies voegden de kleinkinderen er nog aan toe. Lelies waren de bloemen die Chris zelf heel lang kweekte. Foto’s en muziek riepen herinneringen op aan zijn leven. Het werd een indrukwekkende afscheidsdienst. Maar het was niet alleen een afscheid, het was ook een viering van zijn leven. Alles wat de kinderen en kleinkinderen als vanzelfsprekend voor dat afscheid hadden gedaan, was een samengaan van verdriet en vreugde. Verdriet over zijn heengaan, vreugde over zijn leven.

Gewoon, omdat het was zoals het was. Het voelde als een vanzelfsprekendheid voor alle aanwezigen om bij het vertrek van Chris naar het crematorium buiten nog een erehaag te vormen. Toen Chris door de kleinkinderen naar de bus van de oudste zoon werd gereden -hij ging zoals hij was gekomen-, sprak Martha nog heel spontaan in een paar zinnen alle aanwezigen toe en bedankte ze uit de grond van haar hart. Chris zou trots op haar zijn geweest. Zoals zij trots op hem was. Het spreken ging vanzelf. Omdat alles al was gezegd.

Het volgende gedicht is geïnspireerd op de verhalen die het gezin mij verteld heeft en voorgedragen tijdens de dienst. Met hun toestemming deel ik het hieronder.

Met respect opgedragen aan Martha, aan Wil en Betsy en hun kinderen Kris, Ted en Max, aan Angela en haar zoon David, aan Mirjam en Theo en hun kinderen Teun, Juul en Anne, aan Paul en Ilona en hun kinderen Loet en Merle.

En een speciaal excuus nog aan Juul, waarvan ik ondanks goede afspraken haar naam toch als Sjuul heb uitgesproken…

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s